BUXUS SEMPERVIRENS VAN THEOPHRASTUS TOT BATDORF,

    GESCHIEDENIS DER BENAMING VAN BUXUSVARIETEITEN

 

 

    DEEL 1: BUXUS VOOR LINNAEUS

 

 

Marc Velleman. Voor opmerkingen of vragen, mail:

 

 Linnaeus Carl (gelatiniseerd als Linnaeus Carolus) of, nadat hij in 1761 in de adelstand was verheven, Carl von Linné (gelatiniseerd als Carolus a Linné) (RĆshult, 23 mei 1707Uppsala, 10 januari 1778). Hij was een Zweeds arts, plantkundige, zoöloog en geoloog.

Zijn invloedrijkste werken zijn Species plantarum (1753) en Systema naturae (1758). De eerste druk van Species Plantarum geldt sinds 1905 als beginpunt van de botanische nomenclatuur.

 

De vermelding van de letter ‘L’ achter de naam Buxus staat voor de naam: Linnaeus.

 

Het geslacht Buxus (de specie: Buxus sempervirens) is door Linnaeus onder andere beschreven in het boek Species Plantarum .

Maar Buxus was voorheen reeds door velen vermeld en beschreven.

Om de oorsprong van de huidige namen der buxusvariĎteiten te begrijpen moet men de geschiedenis van vóór Linnaeus onderzoeken.

De boeken met deze vermeldingen en beschrijvingen behoorden destijds tot de farmacie, genees- en plantenkunde. In deze werken worden de plantennamen veelal gevolgd door de bronvermelding waardoor de geschiedenis van de namen traceerbaar is.

Dit staat in schril contrast met de wildgroei aan plantennamen van de voorbije jaren.

 

Species Plantarum: Is het werk van Linnaeus waarin hij alle planten rangschikt volgens geslacht en klasse. De eerste uitgave is van 1753, latere edities zijn steeds verder uitgebreid omdat er meer planten ontdekt werden. De tweede druk 1762-1763 en de in essentie ongewijzigde derde druk van 1764, zijn door Linnaeus zelf verzorgd. Voor een goed overzicht moet men deze werken steeds samen bekijken met zijn boek: Genera Plantarum. Deze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Gestart vanaf het werk van Linnaeus, Species Plantarum (1753) eindigt de bronvermelding bij Theophrastus van Eresus (371 - 287 v.Chr.) Grieks geleerde, leerling van Aristoteles.

 

Bij het werk van Linnaeus valt op dat hij vooral naar zijn eigen werken verwijst, onder andere de Hortus Cliffortianus en naar het werk van Adriaan Van Royen: de Florae Leydensis (1740). Van Royen verwijst in zijn werk dan weer naar Linnaeus.

De hiernavolgende werktabel is het datadiagram deel 1. Deze tabel begint bij Theophrastus (+/- 350 v.Chr.) en eindigt bij Linnaeus (1753).Het is een op jaartal gerangschikte lijst van de werken die rechtstreeks in verband staan met het werk van Linaeus en Buxus vermelden.

Linnaeus beperkte zich in het werk Genera Plantarum (1743) tot het vermelden van het geslacht Buxus en in Species Plantarum (1753) tot de vermelding van Buxus, Buxus arborescens en Buxus humilis.

In het boek Hortus Cliffortianus,1737 van Linnaeus zijn er meer variĎteiten beschreven maar ook deze zijn beperkt.

Het ontstaan van het boek Hortus Cliffortianus:

 Van 13 september 1735 tot 7 oktober 1737 verbleef Linnaeus bij dhr. Clifford op het landgoed Hartekamp. Linnaeus beschreef er vooral de planten die zich toen in de tuin van Clifford bevonden. Hij catalogeerde niet alleen zijn omvangrijke plantencollectie maar ook zijn uitgebreide bibliotheek. Het resultaat was Hortus Cliffortianus, dat gepubliceerd werd in 1738 en in veel opzichten een voorloper was van Linnaeus latere werk, in het bijzonder van Species plantarum. Gedurende zijn aanstelling bij Clifford reisde Linnaeus ook naar Engeland, waar hij in Londen onder anderen Hans Sloane bezocht, en in Oxford de gast was van Dillenius. Begin 1738 verbleef Linnaeus nog enige tijd in Nederland om te herstellen van cholera, alvorens via Frankrijk terug te keren naar Zweden.

De vermelde variĎteiten in de Hortus Cliffortianus zijn:

-       (1)   Buxus arborescens.

-       (2)   Buxus humilis.

-       (3)   Buxus foliis ex luteo varigatis.

-       (4)   Buxus major foliis per limbum aureis.

-       (7)   Buxus minor foliis per limbum aureis.

-       (12) Buxus foliis minoribus angustis longioribus.

-       (11) Buxus foliis angustis longissimis.

Een uitgebreid overzicht van de variĎteiten tot Linnaeus zijn vermeld in het werk : Index alter plantarum quae in Horto Academico, 1720, blz. 172-173. Geschreven door de Nederlander Hermanus Boehaave, arts en botanicus. (Voorhout 1668 – Leiden 1738).

In dit boek staan zestien variĎteiten plus één variĎteit die enkel vermeld staat in de index. (nummer 17 uit de lijst)

1: Buxus arborescens

2: Buxus Foliis rotundioribus, Buxus humilis, Buxus topiaria.

3: Buxus foliis ex luteo varigatis foliis aureis, Buxus aurea striata

4: Buxus major foliis per limbum aureis , Buxus aureus major

5: Buxus Africana rotundifolia serrata.

6: Buxus Longioribus foliis in acumen Luteum desinentibus, Buxus aureus minor.

7: Buxus minor foliis per limbum aureis, Buxus aureus medius.

8: Buxus foliis Lauri Alexandrinae accedens Americana

9: Buxus folio argenteo variegato rotuniori majori.

10: folio nervosissimo limbo & apice aureo.

11: Buxus foliis angustis longissimis.

12: Buxus foliis minoribus angustis longioribus.

13: Buxus foliis minimis angustis longioribus.

14: Buxus foliis maximis nervosissimis

15: Buxus Foliis nervosissimis obtusis valde.

16: Buxus foliis parvis argenteis varigatis.

17: Buxus Capitis Bonnea spei

Op uitzondering van de Buxus Minor Mirti foliis na, die niet in dit werk is vermeld zijn dit de in hoofdzaak vermelde namen van buxusvariĎteiten in de werken van Theophrastus tot Linneaus. Ze zijn opgenomen in het datadiagram deel 1.

18: Buxus Minor Mirti foliis.

Buxus Minor Mirti foliis werd zeer goed beschreven door Abraham Munting (Groningen 1626 -1683), Nederlands botanicus, in het werk: Nauwkeurige beschrijving der aard-gewassen (1696) tweede boek, hoofdstuk 9 blz.158.

Hiernavolgende een werktabel, de tijdlijn genaamd. Hier zijn de oorspronkelijke vermeldingen van Buxus en buxusvariĎteiten horizontaal gerangschikt volgens het jaartal. Als er een nieuwe plant bijkomt staat de nieuwe naam in de rij onder de vorige naam of namen waardoor de tabel zich naar onder uitbreid naargelang er meer variĎteiten komen. Nieuwe namen voor dezelfde variĎteit blijven op dezelfde regel staan waardoor de tabel niet uitbreid. In deze regel staan dan alle synoniemen voor deze plant. De variĎteiten die een gele kleur in het blad vertonen zijn (geel) ingekleurd, hetzelfde voor de zilverkleurige. Zo kan men in één oogopslag zien vanaf wanneer en waar deze planten vermeld worden.

Datum: 27 maart 2015 - Index N : 28/09/2016.

 

 

DEEL 2:     BUXUS TUSSEN LINNE & LYNN

 

 

In het deel Buxus vóór Linnaeus is het datadiagram en de tijdlijn beschreven over de periode van Theophrastus tot Linnaeus.

In deel 2 zijn de tabellen uitgebreid tot de werken van Batdorf Lynn R. zijnde Boxwood: An Illustrated Encyclopedia. Boyce, Virginia: American Boxwood Society.57.2004, hierna afgekort als BE. en The International Registration list of cultivated Buxus L., 2004, hierna afgekort als IRL.

 

Het boek: Boxwood: An Illustrated Encyclopedia is tot op heden het meest complete boek over Buxus.

In de periode tussen 1753 en 2004 zijn er verschillende werken verschenen waar de Buxus sempervirens uitgebreid aan bod komt, bijvoorbeeld:

-       H. Baillon, Monographie des Buxacées et des Stylocérées 1859.

-       P.D. Larson, Boxwood: Its History, Cultivation, Propagation and Descriptions 1998.

 

Met de uitbreiding van de tijdlijn en het datadiagram kunnen de gekende variĎteiten van vóór Linnaeus tot op heden geĎvalueerd worden .

De tijdlijn bevat zo goed als alle namen die vermeld staan in de IRL. van de species Buxus sempervirens, Buxus microphylla , Buxus microphylla var. japonica en Buxus sinica var. Insularis. met uitzondering van de reeksen.

In de periode tot vóór Baillon verloopt de uitbreiding van de namen vrij gelijkmatig. H. Baillon breidt deze tabel uit met een reeks aan nieuwe namen. In de periode na Baillon doet dit fenomeen zich meermaals voor maar hier is het niet gekoppeld aan boeken maar aan personen, tuinen, en of bedrijven die met Buxus zeer actief zijn of waren.   

Voor het Europa zien wij bijvoorbeeld:

- C. Esveld, Boskoop, Nederland.

- Langley Boxwood Nursery, Hampshire, Engeland.

In America zijn er o.a. :

-       Sheridan Nurseries, Toronto, Canada.

-       De variĎteiten voortvloeiend uit de expeditie van E. Anderson naar de Balkan tijdens de zomer van 1934.

-       Kingsville Nursery, Kingsville, Maryland.

 

De laatste kolom van de tijdlijn bevat de nieuwe namen van diverse oorsprong die aan buxusvariĎteiten gegeven zijn in America van 1932 tot 2004, goed voor bijna een verdubbeling van de tabel.

 

In deel 3 met de naam ‘Buxus van Theophrastus tot Batdorf’ worden de achttien variĎteiten tot Linnaeus toegelicht.

Datum: 14 juni 2015 -           Index N : 28/09/2016

 

 

DEEL 3 : Buxus van Theophrastus tot Batdorf.

 

3.1: Van Buxus arborescens, 1623 tot Buxus sempervirens ‘Arborescens’, 2004

 

-       77: Gaius Plinius Secundus, vermeld in Naturalis Historia, 77, boek 16, chapter 28. drie variĎteiten van Buxus de eerste is ‘buxo Gallicum’ word in de Engelse vertaling van dit boek door H.G. BOHN, 1855 Vol. III. Blz. 368 en 369 Chap.28 vertaald naar Gallic Box, The Buxus sempervirens of Linnaeus, opgaande groei met piramidale vorm en beschouwd als de gewone Buxus.

-       1554: Rembert Dodoens beschrijft in Des Cruydeboecks,1554, Cap,33 Deel 6 blz. 735, ‘die groote Bucxboom’ als de gewone Buxus.

-       1623: Gaspard Bauhin, Pinax Theatri Botanici blz.471, vermeld als eerste Buxus arborescens , Buxus, Brunf. Matth. Dod. ut: Fuch. Bellon. Ges. hort. Tur. Lon. Ad.Lob. Caes. Cast. Lugd. Cam. Tab. Eyster. , Buxus vulgaris, Trag. voor de gewone Buxus. Waarbij Brunf. staat voor: Otto Brunfels, Herbarum Vivae Eicones, 1536. Deel 3 blz. 237 en 238 de tekst in dit boek komt zeer sterk overeen met de tekst in Naturalis Historia, boek 16, chapter 28. van Plinius. Matth. staat voor Pierandrea Mattioli, in het Duits vertaald door Joachim Camerarius, Kreütterbuch, 1590 blz. 57c en 58. Dod. is Rembert Dodoens zoals hiervoor vermeld. Fuch. is Leonhart Fuchs met de werken New kreütterbuch, 1543 en De Historia Striptum , 1542. Bellon is Pierre Bellon De Arborius Coniferis, Resiniferis Aliisque Semper Virentibus. 1553 blz. 6 en 32. Ges. is Conrad Gesner, Historia Plantarumet VI. 1541 blz.29. Tur. is Guilielmus Turnerus (William Turner), Turners Herbal, A New Herbal,

1551 blz. 29. hij verwijst hierin naar de Buxus van Theophrastus. Lon. is Adam Lonicer, Kräuterbuch, 1557 blz. 71 en 72 cap. 21. Ad.Lob. is Mathias De Lobel, Stirpium Adversaria Nova,1571 blz. 418 en 419. Caes. is Andreas Caesalpinus, De Platis Libri XVI. 1583. Hij vermeld Buxus Abor met een verwijzing naar Theophrastus en Plinius. Cast. is Castore Durante, Herbario Nuovo Di Castore Durante, postum uitgegeven in 1602. Vermeld Buxus, Bosso. Lugd. is mogelijks Jaques Daléchamps, Historia generalis plantarum Lugduni 1587, blz. 165 en 166, word Buxus vermeld met een verwijzing naar Theophrastus en Plinius. Cam. is Joachim Camerarius reeds vermeld bij Pierandrea Mattioli. Tab. is Tabernaemontanus Jacob Theodor, Neuw Vollkommentlich Kreuterbuch. Blz. 464 en 465, in de druk van 1731 verwijzing naar Dioscorides. Eyster. is het boek, Hortus Eystettensis 1613 figuur 1 is Buxus . Trag. is Jérôme Bock, Kreutterbuch, 1539,met verwijzing naar Theophrastus      (uit de geēllustreerde druk van 1572 Cap. IV). 

Hiermee vat Gaspard Bauhin zo goed als alle gewone Buxus samen die vóór hem gepubliceerd is onder de noemer ‘Buxus arborescens’.

-       1737: Linnaeus, Hortus Cliffortianus (72 blz.441) Buxus arborescens en verwijst hierbij naar Bauhin en Boerhave.

-       1756: P. Miller, Gardener's Dictionary ed.8:Bux.no.2.1756, Buxus arborescens, foliis ovatis. Tree Box with oval Leaves. This is the Buxus arborescens. C.B.P.(= G. Bauhin.)

-       1770: R. Weston, Botanicus Universalis (blz. 30/31). Buxus Major Arborecens, Common Box-tree.

-                1838: J. Loudon, Arboretum et Fruticum Britannicum III:1333.1838, Buxus sempervirens ‘Arborescens’ Mill.Dict., Buis arborescent, Fr.; hochstaninge Buchsbaum, Ger. – Arborecent. Leaves ovate. (Willd.Sp.Pl.). This is the most common form of the species.

Met de verwijzing naar Miller wijkt Loudon zijn bronvermelding af van de bronnen die Linnaeus en Miller gebruikt.

-       1903: Beissner, Schelle and Zabel, Handbuch der Laubholz-Benennung. Buxus sempervirens Linné 1753, Buxus arborescens Miller, Buxus sempervirens arborescens hort., Buxus arborescens hort.

Zoals bij Loudon word ook hier Miller vermeld en niet Bauhin.

-       2004: Lynn R. Batdorf vermeld in de International Registration List of Cultivated Buxus L. en in The Boxwood: An Illustrated Encyclopedia: Buxus sempervirens ‘Arborescens’ P. Miller, Gardener's Dictionary ed. 8:1.1756.

Ook hier met verwijzing naar Miller waardoor de naam van Miller verbonden is met Buxus sempervirens ‘Arborescens’.

Het volgende synoniem voor Buxus sempervirens ‘Arborescens’ is zonder meer overgenomen uit de IRL. en de BE.

-       1987: ‘Truetree’ Catalog, D&M Nursery, Portland, Orregon.

 

Conclusie: Buxus arborescens en na Linnaeus Buxus sempervirens ‘Arborescens’ is van oudsher tot heden de naam voor de meest voorkomende Buxus sempervirens met opgaande groeiwijze. In tal van oudere werken worden dan ook andere variĎteiten met een opgaande groeiwijze als sub. variĎteit van de Buxus arborescens beschouwd. Bijvoorbeeld bij J. Loudon, Arboretum et Fruticum Britannicum: Buxus arborescens Argéntea, Buxus arborescens aurea, Buxus arborescens marginąta.

Datum: 23 juni 2015 -           Index N : 28/09/2016

 

3.2: Van Buxus humilis, 1554 tot Buxus sempervirens ‘Suffruticosa’, 2004

Buxus Foliis rotundioribus, Buxus humilis, Buxus topiaria.

-       77: Gaius Plinius Secundus, vermeldt in Naturalis Historia,77,boek 16, chapter 28. drie variĎteiten van Buxus, de derde is ‘genus nostratis vocant’ ( letterlijk vertaald = geslacht van bij ons) wordt in de Engelse vertaling van dit boek door H.G. Bohn, 1855 vertaald naar: Italian Box, same as the Buxus Suffruticosa of Lamarck.

-       1554: Rembert Dodoens, Des Cruydeboecks , Deel 6, Cap.33, blz. 735, en Cruydt-boeck 1644 boek 27, deel 6 Cap.22, blz. 1225, beschrijft deze variĎteit als: ‘die cleyne bucxboom’ Humibuxus of Humilis Buxus (Humilis = laagblijvend, laag groeiend of klein ) en Chamaepyxos (Chamae = dwerg, laag, nederig ).

-       1623: Gaspar Bauhin, ‘Pinax Theatri Botanici’, blz.471: vermeldt Buxus foliis rotundioribus (rotunda = rond), Chamaepyxos Trag., Taber., Buxus Humilis Dod.

-       1640: John Parkinson, Theatrum Botanicum, 1428 Chap.28., Tribe 16:. Chamaebuxus minor, Small low Boxe .

-       1689 / Paulus Hermanus: Schola Botanica ut et Paradisi Batavi Prodromus, blz. 292, Buxus foliis rotundioribus C.B., Humilis Dod., Buis ą parterre.

-       1720: Hermanno Boerhave: Index alter plantarum Quae in horto academico, blz. 172,173. Buxus foliis rotundioribus C.B.P. 471,: Humilis Dod. 782, Buxus Topiaria. Vulgô.

 

-       1753: Linnaeus: Species Plantarum. Monoecia tetrandia 983. Buxus humilis. Dod. Pemt.782, Buxus foliis rotundioribus. Bauh.pin. 471. en zet in de marge Buxus sempervirens ‘Suffruticosa’. (Suffruticosa = heesterachtig, min of meer struikvormige groei).

 

-       1756: P. Miller: Gardener's Dictionary, Buxus humilis foliis orbiculatis, Dwarf Box with round Leaves (dwarf or Dutch box), Buxus humilis Dod. pempt.782.

 

-       1785: Lamarck, Encyclopédie Méthodique, Botanique (1:511): Buis ą bordures, Buxus Suffruticosa, Buxus humilis, Buxus foliis rotundioribus. Bauh. Pin.471. Tourn. 571. Chamaebuxus Tab, Buxus foliis orbiculatis Mill.Dict.nr.3. Vulgairement le Buis nain on le Buis d’Artios .

 

-       1859: H. Baillon, Monographie des Buxacées et des Stylocérées (blz. 61 var.6 en 7) zet de Buxus Foliis rotundioribus (1) van Gaspar Bauhin om naar Buxus rotundifolia. De Buxus humilis foliis orbiculatis (2) van P. Miller en de B. humilis van Dodoens blijven Buxus suffruticosa (3) Eveneens worden, Petit Buis en B. de Hollande als synoniem vermeld.

 

De benamingen aangehaald door Baillon zijnde nummer (1), (2) en (3) waren tot voorheen verschillende benamingen voor één en dezelfde plant zijnde Buxus ‘Suffruticosa. Baillon splitst Buxus met een rond blad op in ‘Rotundifolia, de huidige hoge plant met groot rond blad en in ‘Suffruticosade kleine lage plant met rondachtig blad.

 

 

-       2004: Lynn R. Batdorf, The Boxwood: An Illustrated Encyclopedia (BE.) blz.210 tot 214, Buxus sempervirens ‘Suffruticosa’ Linnaeus, Species Plantarum.983.1753

-       2004: Lynn R. Batdorf, International Registration List of Cultivated Buxus L. (IRL.) Buxus sempervirens ‘Suffruticosa’ Linnaeus, Species Plantarum.983.1753.

                                                                                                                         

 

Conclusie: De Buxus sempervirens ‘Suffruticosa’ is oorspronkelijk genoemd naar de vorm van de plant: Humilis (laagblijvend, laag groeiend of klein). Later is de naam gegeven naar de bladvorm: Buxus foliis rotundioribus (van rotunda = rond). Linnaeus benoemd dan opnieuw de plant naar de vorm: ‘Suffruticosa’ (Suffruticosa = heesterachtig, min of meer struikvormige groei).

 

 

 

De IRL. en de BE. vermelden de volgende namen als synoniemen voor Buxus sempervirens ‘Suffruticosa’.

 

      - 2004: Lynn R. Batdorf, International Registration List of Cultivated Buxus L.( IRL) Suffruticosa’ =‘Rosmarinifolia Minor’ H. Baillon, Monographie des Buxacées et des Stylocérée                         

      - 2004: Lynn R. Batdorf, The Boxwood: An Illustrated Encyclopedia. (BE)

      Suffruticosa’= Rosmarinifolia Minor, J.Muller-Argov. De Candolle. 1869 Prodromus 16(1):19

 

De bronvermelding is verschillend tussen de IRL. en de BE.

 

De beschrijving van Baillon voor de rosmarinifolia minor is sterk verschillend van de kenmerken van de variĎteit Buxus sempervirens ‘Suffruticosa. Hierna een kopij uit deze tekst:

 

VAR. ‘n. - rosmarinifolia.

Suffruticosa, foliis polymorphis, elongatis, angustis, verrucosis.

S. v. 2. - minor.

Folia acicularia subspathulata strictave verrucosa, subtus pallida, integerrima,

retuso emarginatove ( 1,75 - 2 centim. longa 2-4 millim. lata).

B. mucronata Hortul.

Als je dit rechtstreeks vertaald krijg je: Blad, spits genaald, half spatelvormig, strak opgaand, wrattig of ruw. Dus een ruw blad dat half spatelvormig is met een spits eind. Subtus is gedeeltelijk of onderzijde en pallida zou bleek zijn, dus licht van kleur. Integerrima is met een gladde rand, retuso is een inkeping aan het einde en emarginatove betekent ook een ondiepe inkeping aan het einde.

 

De volgende synoniemen zijn zonder meer overgenomen uit de IRL. en de BE.

 

- 2000: ‘Bolvorm’ Greenhouse Legeweg, Boomkwekerij Louis Lens N.V.c.2000.

- 1819: ‘Fruticosa’ Duhamel, Arbres & Arbustes, ed.2,i.t.24.1801–1819. (bron vermeld in IRL)

- 1835: ‘Fruticosa’ V. Veillard Duhamel. 1835. Traité des Arbres et Arbrisseaux ed.augm. 1:82 .(bron vermeld in BE. is verschillend van de bron in de IRL.)

- 1938: ‘Globosa’ Catalog, Siebenthaler Nurseries, Dayton, Ohio.136:10.1938

-1995: ‘Mt. Vernon’ Various North American nurseries.c.1995.

-1995: ‘Pumila Nana’ Various Italian nurseries.c.1995.

- 1873: ‘Rosmarinifolia Fruticosa’ P.Corbelli, Dizionario di Floricultura 1:232.1873.

-1936: ‘Suffruticosa Nana’ Catalog, W.T. Smith Co., Geneva, New York.1936

- 1950:‘Truedwarf ‘ Numerous nursery catalogs.c.1950.

- 1835: sempervirens var. nana V. Veillard Duhamel. 1835. Traité des Arbres et Arbrisseaux         ed.augm. 1:83 .

 

De hiernavolgende Buxus sempervirens variĎteiten vermeld in de IRL. vertonen sterke gelijkenissen met de Buxus sempervirens Suffruticosa.

      - ‘Lemmens’ Inventory, H. Gallikowski, Emden, Germany.2004.

Opmerking: de Buxus sempervirens ‘Lemmens’ is een variĎteit van Buxuskwekerij Tom Lemmens (Nederland).

      - ‘Memorial J. Baldwin in The Boxwood Bulletin 6(4):ibc.1967.

       - West Ridgeway’ B. Blackburn in The Boxwood Bulletin 26(1):18.1986.

 

Datum: 11 september 2015   Index: N : 28/09/2016.

 

3.3: Van Buxus auratus, 1640 tot Buxus sempervirensAureo-variegata’, 2004 en Buxus sempervirens ‘Aurea Maculata’ als synoniem voor de ‘Aureo-variegata’.

Buxus auratus, Buxus foliis ex luteo varigatis, foliis aureis, Buxus aurea striata.

-       1640: John Parkinson, Theatrum Botanicum, blz. 1428 CHAP. 28. Buxus auratus, Guilded Boxe:
This guilded Boxe groweth in like manner as the former, in some places taller and greater then in others, the leaves are altogether like it, but that most of the upper leaves in the Summer time will have a yellow list or guard about the edges and in nothing else differing from the other.

-       1659: Hort. Reg. Par. * Dionysii Ioncqvet, Medici Parisiensis Hortus, Sive Index Onomasticus Plantarum, Qvas Excolebat Parisiis Annis 1658. & 1659. Blz. 24. Buxus foliis ex luteo variis. D. Gobelin.

*Hort. Reg. Par. = Hortus Regius Parisiensis, onder deze naam bestaan er verschillende werken.

-       1669: Roberto Morison, Hortus regius Bloesensis met dezelfde tekst als in Hortus regius Blesensis, Blz. 34 ed. Mor. en blz. 17 ed. Abel Brunyer, 1655: Buxus foliis aureis.

-       1689: Joseph Pitton de Tournefort, D.M. ut et Pauli Hermanni P.P. Schola botanica, Paradisi batavi prodromus, blz. 293, Buxus foliis ex lureo variegaris Hort. Reg. Par. Buxus auratus Park.

-       1696: Abraham Munting, Nauwkeurige beschryving der aard – gewassen, tweede boek hoofdstuk 9 blz. 158 en 159. VI, Buxus minor folio aureo striato, of kleine Buxus met schone goud-gestreepte bladeren, langwerpig, rondachtig, gouden strepen door het gehele blad van onder naar boven en zich uitbreiden van smal naar breed, ook gevlekt of stips gewijs waaronder zich donkergroen vertoond.

-       1700: Joseph Pitton de Tournefort, Institutiones rei herbariae 578. Buxus foliis ex luteo varigatis H.R.Par. Buxus foliis aureis Mor. H.R. Bles. Buxus aurea stratia Munt.hist.158.

-       1720: Hermanno Boerhave, Index alter plantarum Quae in horto academico, blz. 172 nr.3. Buxus foliis ex luteo varigatis H.R.Par. 34. Buxus foliie aureis. H.R.Par. Bloes. Buxus aurea Striata Munt. H.158. (Luteo = goud-geel)

Boerhave noteert dezelfde tekst als Tournefort.

-       1755: Duhamel, Traité Des Arbres & Arbustes, blz. 116 nr. 2 Buxus foliis ex. luteo varigatis, H.R.Par. = Buis feuilles panachées de jaune .

-       1770: R. Weston, Botanicus Universalis, blz. 31 nr.2 Buxus fol. ex. Aureo varigatis, Gold–striped Box, aureo. varig.

Weston gebruikt voor het eerst de naam ‘Aureo varigata’ voor de B.foliis ex aureo. varigatis, de plant met goud gestreept blad .

-       1838: J. Loudon F.L. & H.S., & c., Arboretum et Fruticum Britannicum. Vol. III, Chap. XCIX blz. 1333. Buxus sempervirens arboréscens aúrea Hort.-Arborecent. Leaves ovate, variegated with a golden colour.

Loudon heeft geen verwijzing naar vorige werken.

-       1859: H. Baillon, Monographie des Buxacées et des Stylocérées, blz. 60. Var.S.v.2- Arborescens Aurea Maculata’, B. aurea Loud. Loc.cit.703, B.foliis ex aureo varigatis, T. Inst. 578 – L.Hort.Cliff.441, B. major foliis per limbu aureis, L. ibid.

Baillon geeft de naam ‘Arborescens Aurea Maculata’ aan de B. aurea Loud. en aan de B.foliis ex aureo varigatis van Tournefort. Dit is de Buxus met goud-gestreepte bladeren. Zie 1696 Abraham Munting, Nauwkeurige beschryving der aard-gewassen. Als derde naam voor de B.foliis ex aureo varigatis vermeldt Baillon de B. major foliis per limbu aureis. Dit is de Buxus major aureus, de grote Buxus met gele gelijk als goudene randen, zie 1696 Abraham Munting, Nauwkeurige beschryving der aard-gewassen. Dit is mogelijks de oorspronkelijke benaming van de Buxus sempervirens ‘Marginata’. Deze drie namen kunnen niet onder dezelfde noemer geplaatst worden. Baillon mengt hier de Buxus ‘Aureo-varigata’, Buxus ‘Aurea Maculata’ met de Buxus ‘Marginata’, zie ook nr.4 Buxus major,foliis per limbum aureis , Buxus aureus major.

-       2004: Lynn R. Batdorf, The Boxwood: An Illustrated Encyclopedia blz. 107 tot 109. ‘Aureo-variegata’ R. Weston, Botanicus Universalis 1:31.1770

-       2004: Lynn R. Batdorf , International Registration List of Cultivated Buxus L. ‘Aureo-variegata’ R. Weston, Botanicus Universalis 1:31.1770

-       2004: Lynn R. Batdorf, International Registration List of Cultivated Buxus L. ‘Arborescens Aurea Maculata’ H. Baillon, Monographie des Buxacées et des Stylocérées 61.1859. = ‘Aureo-variegata’.

In de IRL. en in de BE. blz. 107, word de Buxus sempervirens ‘Aureo-variegata’ geregistreerd als naam voor de Buxus met goud- geel gestreepte bladeren en de naam ‘Aurea Maculata’ van Baillon als synoniem van deze ‘Aureo-variegata’.

De IRL. en de BE. blz. 109 vermelden de volgende namen als synoniemen voor Buxus sempervirens ‘Aureo-variegata’:

      - 1838: ‘Arborescens Aurea’ J. Loudon, Arboretum et Fruticum Britannicum 3:1333.1838.

      - 1838: ‘Aurea’ J. Loudon, Arboretum et Fruticum Britannicum 3:1333.1838.

      - 1903: ‘Flavo-variegatis’ Beissner, Schelle and Zabel, Handbuch der Laubholz-Benennung. Berlin: Perry. 284.1903.

      - 1903: ‘Rotundifolia Aureo-variegata’ Beissner, Schelle and Zabel, Handbuch der Laubholz-Benennung. Berlin: Perry. 284.

Het Handbuch der Laubholz-Benennung vermeld geen verband tussen de ‘Rotundifolia Aureo-variegata’ en de Aureo-variegata’

      - 1903: ‘Suffruticosa Maculata’ Beissner, Schelle and Zabel, Handbuch der Laubholz - Benennung. Berlin: Perry. 284.

Het Handbuch der Laubholz-Benennung vermeld eveneens geen verband tussen de ‘Suffruticosa Maculata’ en de Aureo-variegata’.

zie ook nr.4 Buxus major,foliis per limbum aureis , Buxus aureus major.

De volgende synoniemen zijn zonder meer overgenomen uit de IRL. en de BE.

-       1896:  ‘Aurea Maculata’ Kew Handlist of Trees and Shrubs 131.1896. = ‘Aureo-variegata’

-       1960:  ‘Aurea Maculata Aurea’ Inventory, Beal-Garfield Botanic Garden, East Lansing,Michigan.1960.

-       1908:  ‘Aureo-maculata = Dallimore, Holly, Yew & Box. London.225.1908.

-       1985:   ‘Aureus’ Inventory, National Botanical Garden, Meise, Belgium.

-        ‘Golden’  Commonly used in catalogs as a descriptive term.

-       2004:   ‘Speckled’ A descriptive term, mistakenly used as a cultivar name in various North

American nursery catalogs.

-       1892:   B. microphylla var. japonica ‘Aurea’ Catalog, Charles Dietriche, Angers, France.

-       Aurea-variegata’ Numerous historical catalogs and references.

 

Conclusie:

Buxus Auratus, Buxus foliis ex luteo varigatis, foliis aureis, Buxus aurea striato is de plant met een bladvorm zoals die van de meeste voorkomende groene Buxus sempervirens (Common Box, Buxus sempervirens ‘Arborescens’) maar waarbij goud – gele lijnen, stippen gevarieerd door het groen blad lopen en geregistreerd is als Buxus sempervirens ‘Aureo-variegata’.

Pauli Hermanni P.P. stelt in Schola botanica, Paradisi batavi prodromus, blz. 293, de Buxus auratus van Parkinson als synoniem voor de Buxus foliis ex luteo variegatis Hort. Reg. Par. niettegenstaande de beschrijvig van het blad verschillend is. De beschrijving die John Parkinson van deze variĎteit opmaakt komt meer overeen met de huidige Buxus sempervirensKing Midas’. Na Munting is er geen verdere verwijzing meer naar Parkinson en blijft de beschrijving welke door Munting geformuleerd is nagenoeg ongewijzigd.

De namen uit de lijst met synoniemen zoals de ‘Aurea Maculata’ en de ‘Aurea Maculata Aurea’ worden in de handel regelmatig gebruik voor de Buxus sempervirensLatifolia maculata’. De Buxus sempervirensLatifolia maculata’ is de plant met goud - geel gestreepte bladeren en een groot, rond blad zoals dit van de Buxus sempervirens ‘Rotundifola’.

Een andere varĎteit die eveneens goud - geel gestreepte bladeren heeft en vermeld is in de IRL. is Buxus sempervirens ‘Karmen’ L. Batdorf, Boxwood: An Illustrated Encyclopedia. Boyce, Virginia: American Boxwood Society.155.2004.

In de BE. Blz.155, vermeld als: ‘Karmen’ Herman Geers, Inventory Boscoop, Netherlands, 1995.

Deze variĎteit word beschreven met een zilverkleurig gevarieerd blad maar de oorspronkelijke plant, welke benaamd en verdeeld is door de Firma C. Esveld te Boskoop (Nederland) heeft een goud-geel geaderd blad.

Deze variĎteit had Dhr. Herman Geers (Nederland) vermeerderd uit stekmateriaal afkomstig van een buxusstruik uit Friesland (Nederland).

Datum: 17 september 2015   Index N : 28/09/2016.

 

                                                     

3.4: Van Buxus major foliis per limbum aureis, Buxus aureus major, vóór 1689 tot Buxus sempervirens ‘marginąta’ 2004.

 

Buxus major foliis per limbum aureis, Buxus aureus major.

-       1689: Joseph Pitton de Tournefort, D.M. ut et Pauli Hermanni P.P. Schola botanica, Paradisi batavi prodromus, blz. 293, Buxus major,foliis per limbum aureis Hort. Reg. Par.* (Hort. Reg. Par.* = +/-1659: Hort. Reg. Par. = Hortus Regius Parisiensis*, onder deze naam bestaan er verschillende werken, versies.)

 

-       1696: Abraham Munting, Nauwkeurige beschryving der aard-gewassen , tweede boek hoofdstuk 9 Blz. 157. III Buxus major aureus: grove Buxus met gele gelijk als goudene randen, wiens bladeren boven die van al de andere de grootste, langwerpigste, ook van binnen met vele klyne doch genoegzaam zichtbare als verhevene dwars -adertjes, haren oorsprong neemende uit de middelst groote, voorzien zijn, en voor aan het einde stomp-spits toegaan.

-       1700: Joseph Pitton de Tournefort , Institutiones rei herbariae 578. Buxus major, foliis per limbum aureis H.R.Par. Buxus aureus major Munt, Hist.158.

-       1720: Hermanno Boerhave, Index alter plantarum Quae in horto academico, blz. 172. Buxus major foliis per limbum aureis. H.R.Par. Buxus aureus major Munt. H.158

-       1755: Duhamel , Traité Des Arbres & Arbustes, blz.116 nr. 3. Buxus major, foliis per limbum aureis H.R.Par. = Grand Buis ą feuilles bordées d'or.

-       1770: R. Weston, Botanicus Universalis blz. 31. Buxus major foliis per limbum aureis = Aureo - Limbo = Gold-edged Box.

 

Weston gebruikt Aureo – Limbo voor de Buxus major foliis per limbum aureiis. In de IRL. en de BE. wordt de ‘Aureo-limbata’ van R. Weston als synoniem voor de Buxus sempervirens ‘Marginata’ gebruikt.

-       1838: J. Loudon, Arboretum et Fruticum Britannicum. Nr. 1.2 Buxus sempervirens arboréscens ‘marginąta’ Hort.-Leaves ovate, variegated with a margin of a golden colour.

 

Loudon gebruikt de naam Buxus sempervirens arboréscens ‘marginąta’ maar er is geen verwijzing naar vorige schrijvers, de beschrijving van het blad met de gele rand komt overeen met vorige beschrijvingen. De IRL. en de BE. maken de link tussen de ‘Aureo-limbata’ en de ‘marginata’ met dit gegeven kan de Buxus major foliis per limbum aureis als oorspronkelijke benaming van de ‘Marginata’ kan beschouwd worden.

-       1859: H. Baillon, Monographie des Buxacées et des Stylocérées blz. 60 Var.S.v.2- arborescens aurea maculata, B. aurea Loud. Loc.cit.703, B.foliis ex aureo varigatis, T. Inst. 578 - L.Hort.Cliff.441, B. major foliis per limbu aureis, L. ibid.

-       1859: H. Baillon, Monographie des Buxacées et des Stylocérées blz. 61 Var.S.v.5- arborescens aurea marginata, B. arborescens foliis ovatis, aureo-marginatis, Br. Loc. Cit. 432.-Loud. Loc.cit. 703 – B marginata Steud. Nom. Loc.cit. aurea, Loud. Loc.cit.

 

Baillon gebruikt bij de variĎteit nummer twee (Var.S.v.2) de naam ‘Arborescens Aurea Maculata’ voor de B. aurea en voor de B.foliis ex aureo varigatis dit is Buxus met goud-gestreepte bladeren zie,1696 Abraham Munting Nauwkeurige beschryving der aard-gewassen. De derde naam bij de Var.S.v.2 is de B. major foliis per limbu aureis dit is de grove Buxus met gele gelijk als goudene randen, zie 1696 Abraham Munting Nauwkeurige beschryving der aard-gewassen en is de Var.S.v.5 van Baillon. Deze kan niet onder dezelfde naam geplaatst worden, Baillon mengt hier Buxus ‘Aureo-varigata’, Buxus ‘Aurea Maculata’ met Buxus ‘Marginata’, zie ook nr.3 Buxus foliis ex luteo varigatis, foliis aureis, Buxus aurea striato.

-       2004: Lynn R. Batdorf, The Boxwood: An Illustrated Encyclopedia blz. 167,168,Buxus sempervirens ‘Marginata’ J. Loudon, Arboretum et Fruticum Britannicum III:1333.1838.

In het werk van J.Loudon en van H. Baillon word deze varēeteit ingedeeld als een subvraiĎteit van de Buxus arborescens vandaar de naam Buxus sempervirens arboréscens ‘Marginąta’ in beide werken.In de BE. word de Buxus sempervirens arboréscens ‘Marginąta’ als synoniem van de Buxus sempervirens ‘Marginąta’ beschouwd.

De IRL. en de BE. vermelden de volgende namen als synoniemen voor Buxus sempervirens ‘Marginata’:

-       1: ‘Aurea Limbata’ R. Weston, Botanicus Universalis 1:31.1770. = ‘Marginata’

-       2*: ‘Aureo-limbata’ R. Weston, Botanicus Universalis 1:31.1770. = ‘Marginata’

2*: enkel in de IRL.

De Aurea Limbata staat als Aureo – Limbo vermeld in het werk van Weston maar beide benamingen worden in de IRL. gelijk gesteld met ‘Marginata’.

-       3/ ‘Arborescens Aurea Marginata’ H. Baillon, Monographie des Buxacées et des Stylocérées.

-       4/ ‘Arborescens Marginata’ J. Loudon, Arboretum et Fruticum Britannicum 3:1333.1838.

-       5/ ‘Aurea Marginata’ J. Loudon, Encyclopedia of the Trees and Shrubs of Great Britain.

-       6/ ‘Suffruticosa Aurea’ H. Baillon, Monographie des Buxacées et des Stylocerées 61.1859.

 

De Buxus sempervirens ‘Suffruticosa Aurea’ is in het werk van Baillon de naam voor de Buxus minor foliis per limbum aureis en niet voor de Buxus major foliis per limbum aureis, zie nummer: 7 Buxus mimor foliis per limbum aureis waardoor dit geen synoniem is van de Buxus sempervirens ‘Marginąta’

-       7/ ‘Aureo-marginata’ Beissner, Schelle and Zabel, Handbuch der Laubholz-Benennung.

-       8/‘Suffruticosa Aureo-marginata’ Beissner, Schelle and Zabel, Handbuch der Laubholz- Benennung.

-       9/‘Flavo-marginata’ L. Dippel, Handbuch der Laubholzkunde 3:81.1893.

Beissner, Schelle and Zabel, Handbuch der Laubholz-Benennung geeft de ‘Flavo-marginata’ aan als synoniem voor de ‘Aureo-marginata’ maar doet dit niet voor de Suffruticosa Aureo-marginata’. Zie ook nr.7: Buxus minor,foliis per limbum aureis.

De volgende synoniemen zijn zonder meer overgenomen uit de IRL. en de BE.

- ‘Bullata Marginata’.

- ‘Gold Edge’ Plant Buyers Guide, Massachusetts Horticultural Society 45.1949.

- ‘Handsworthii Aurea’ Catalog, Visser's Nurseries, Long Island, New York.1945.

- ‘Latifolia Marginata’ Kew Handlist of Trees and Shrubs 269.1925.

Conclusie:Van vóór 1689 tot 1770 heeft de Buxus variĎteit waarbij de bladeren een goud-gele rand hebben de naam: Buxus major foliis per limbum aureis. In 1838 vermeldt J. Loudon de naam Buxus sempervirens arboréscens ‘marginąta’ maar er is geen verwijzing naar vorige schrijvers waardoor er in deze werken geen geschreven verband is tussen beide benamingen. De beschrijving van het blad met de gele rand komt wel overeen voor beide benamingen. In de IRL. en de BE. word er een verband gelegd tussen ‘Aureo-limbata’ en ‘Marginata’ zodat men volgens de BE. de Buxus major foliis per limbum aureis als voorloper van ‘Marginata’ kan beschouwen. Weliswaar is de door Munting beschreven bladvorm vatbaar voor interpretatie, maar dit is van weinig belang daar de basis van de huidige Buxus sempervirens ‘Marginąta’ start in 1838 bij J. Loudon en staat voor een Buxus waarbij de bladeren een goud-gele rand hebben.

Datum: 17 november 2015     Index N : 28/09/2016.

 

3.5: Van Buxus Africana rotundifolia Serrata, 1689 tot Myrsine africana vanaf 1737 tot      heden.

 

Buxus Africana rotundifolia Serrata.

-        1689: Joseph Pitton de Tournefort, D.M. ut et Pauli Hermanni P.P. Schola botanica, Paradisi batavi prodromus. blz.318, Buxus Africana rotundifolia serrata.

-       1696: Leonard Plukenet, Almagestum Botanicum (Opera omnia botanica, in sex tomos divisa, Volume 2) blz.74 nr.6, Buxus Africana rotundifolia serrata. PBP. Phytogr. Tab.80. fig.5. in HRH. Collegimus.

-       1720: Leonard Plukenet, Opera omnia botanica (Phytographia) tekening 80, figuur 5.

-       1720: Herman Boerhaave, Index alter plantarum Quae in horto academico, blz. 173. Nr.11 Buxus Africana rotundifolia serrata, Par. Bat.Prodr. Plukn. Phytogr. T.80.Fig.5.

-       1737: Linnaeus, Hortus Cliffortianus blz.72. Myrsine, Buxus Africana rotundifolia serrata. Pluk. Alm. 74.t.80.f.5. Boerh. Lugdb.2.173.

Linnaeus rangschikt de uit Afrika afkomstige plant niet bij de Buxaceae familie maar bij de Primulaceae famillie (Sleutelbloemfamilie)

Tot op heden is de naam African boxwood nog steeds synoniem voor de plant Myrsine africana:

Myrsine africana (also called Cape myrtle, African boxwood or thakisa): is a species of shrub in the Primulaceae family. It is indigenous to Macaronesia, Africa and South Asia. It typically has dense, dark-green to red foliage and produces tiny bright purple berries.

Bron: Wikipedia, the free encyclopedia.

Conclusie:

De uit Afrika afkomstige plant was bij aanvang gekend onder de naam Buxus Africana rotundifolia serrata en is door Linnnaeus ondergebracht bij de Primulaceae famillie onder de naam Myrsine africana.

 datum: 05/12/2015    index N : 28/09/2016.

                                                   

3.6: Van Buxus aureus minor, 1696 tot Buxus ‘Arborescens Aurea Acuminata’ 1859.

 

Buxus Longioribus foliis in acumen luteum desinentibus.

-       1696: Abraham Munting, Nauwkeurige beschryving der aard-gewassen, tweede boek hoofdstuk 9, Blz. 158. nr. V, Buxus aureus minor, fijne kleine Buxus met bladeren alleen aan de punten verguld.

-       1696: Leonard Plukenet, Almagestum Botanicum, (Opera omnia botanica, in sex tomos divisa, Volume 2) blz. 74. Buxus tenuifolia apicibus pictis, Buxus Longioribus foliis in acumen luteum desinentibus. H.R.P.34.

-       1720: Herman Boerhaave, Index alter plantarum Quae in horto academico, blz. 172 nr.6. Buxus Longioribus foliis in acumen luteum desinentibus. H.R.Par. Buxus aureus minor. Munt.H. 158. Est & talis major.

-       1755: Duhamel, Traité Des Arbres & Arbustes, blz .116 nr.5. Buxus Longioribus foliis in acumen luteum desinentibus. H.R.Par. Buis a feuilles longues, dont la pointe est jaune

-       1859: H. Baillon, Monographie des Buxacées et des Stylocérées blz. 60 S.v.3. Buxus arborescens aurea acuminate, Buxus Longioribus foliis in acumen luteum desinentibus, H.P.(herb. Vaillant).

-       2004: Lynn R. Batdorf , The Boxwood: An Illustrated Encyclopedia, blz.101

‘Arborescens Aurea Acuminata’ H. Baillon, Monographie des Buxacées et des Stylocerées.page 61, 1859.

 

Conclusie:

Zoals vermeld in de BE. is de Buxus ‘Arborescens Aurea Acuminata’ een Buxus variĎteit die waarschijnlijk niet meer voorkomt. Men kan ze zich voorstellen als een Buxus sempervirens ‘Angustifolia’ waarbij de uiteinden van de bladeren gele punten hebben. In de huidige wetenschap is gekend dat voedseltekort het fenomeen van gele bladranden bij groene Buxus veroorzaakt. Het is in de literatuur niet te achterhalen of planten met dit verschijnsel destijds als een afzonderlijke variĎteit beschouwd werden.

datum: 27/12/2015     index N : 28/09/2016.

 

3.7: Van Buxus aureus medius, 1696 tot Buxus sempervirens ‘Suffruticosa aurea’ 2004.

Buxus minor, foliis per limbum aureis, Buxus Aureus Medius.

-       1696: Abraham Munting, Nauwkeurige beschryving der aard-gewassen, tweede boek, hoofdstuk 9 blz. 158. nr. IV. Buxus Aureus Medius, Middelbare soort van Buxus met vergulde langwerpig ronde bladeren.

-       1720: Herman Boerhaave, Index alter plantarum Quae in horto academic. blz. 172 nr. 5. Buxus minor foliis per limbum aureis T.579. Buxus Aureus Medius Munt. H. 158.

-       1755: Duhamel, Traité Des Arbres & Arbustes. blz . 116 nr.4. Buxus minor foliis per limbum aureis Inst.= Petit Buis ą feuilles bordées d'or.

-       1770: R. Weston, Botanicus Universalis. blz. 31 nr. 7. Buxus minor foliis per limbum aureis = Minor Aurea = Small-leaved gold-edged Box .

Merk op dat Duhamel een blad met gouden randen beschrijft en Weston een smal blad met gouden punten beschrijft. De plant met deze kenmerken is reeds beschreven in deel 6: Buxus aureus minor.

-       1859 : H. Baillon. Monographie des Buxacées et des Stylocérées blz. 61 var.Y, S.v. 1. ’ Buxus sempervirens ‘Suffruticosa aurea’. Buxus minor foliis per limbum aureis, L.Hort. Cliff. 441.

-       2004 : Lynn R. Batdorf. International Registration List of Cultivated Buxus L.

‘Suffruticosa Aurea’ H. Baillon, Monographie des Buxacées et des Stylocérées 61.1859. = ‘Marginata’.

H. Baillon vermeldt blz. 61 var.Y, S.v. 1. Buxus sempervirens ‘ Suffruticosa aurea’, Buxus minor foliis per limbum aureis, L.Hort. Cliff. 441. Met een correcte verwijzing naar de vorige werken. De ‘Aurea marginata is eveneens volledig vermeld door Baillon, blz. 61 Var.S.v.5- arborescens aurea marginata, B. arborescens foliis ovatis, aureo-marginatis, Br. Loc. Cit. 432.-Loud. Loc.cit. 703 – B marginata Steud. Nom. Loc.cit. aurea Loud. Loc.cit.

In de werken van Baillon worden beide planten als verschillende variĎteiten beschouwd en is er geen bewijs dat de Buxus sempervirens ‘Suffruticosa aurea’ een Buxus sempervirens ‘marginąta’ is.

-       2004: Lynn R. Batdorf, International Registration List of Cultivated Buxus L

‘Suffruticosa Aureo-marginata’ Beissner, Schelle and Zabel, Handbuch der Laubholz-

Benennung. Berlin: Perry. 284.1903. = ‘Marginata’.

In de werken van Baillon worden beide planten als verschillende variĎteiten beschouwd en is er geen vermelding dat de Buxus sempervirens ‘Suffruticosa aurea’ een Buxus sempervirens ‘marginąta’ is.

 

Beissner, Schelle and Zabel. vermelden in het Handbuch der Laubholz- Benennung:

 

-       Buxus sempervirens ‘aureo marginąta’. hort, Buxus sempervirens foliis flavo- marginatis hort,

-       Buxus sempervirens var. suffrutic. aurea hort.

-       Buxus sempervirens var. suffrutic. aureo-marginata hort.

 

In dit werk worden de namen als verschillende variĎteiten vermeld, ook hier is er geen bewijs dat de Buxus sempervirens var. suffrutic. aureo-marginata een Buxus sempervirens ‘Marginąta’ is.

 

Zie ook nr.4. Buxus major foliis per limbum aureis, Buxus aureus major, Buxus sempervirens ‘Marginąta’.

 

Werken tussen H. Baillon, 1859 en L. Batdorf 2004, die eveneens de Buxus sempervirens ‘Suffruticosa aurea’ vermelden:

 

1864: PetzoldG. Kirchner, Arboretum Muscaviense, blz. 195. nr. 55.439.

55.439. Buxus sempervirens 9. suffruticósa fol. Var. Hort. Bunter halbstrauchiger Buxbaum.     Eine niedrige form mit graugrünen vom rande her weiss gezeichneten Blättern. Scheint etwas empfindlicher als die vorigen zu sein.

Vertaling: Petzold: suffruticosa fol. Var. Hort. Bont half struikachtige Buxus boom. Een lage vorm met grauwgroene bladeren die van rand af wit getekend zijn. Schijnt wat gevoeliger dan de vorige te zijn.

1872: k. koch, Dendrologie: Bäume, Sträucher und Halbsträucher, zweiter theil blz.475, 476 Buxus suffruticosa Mill. (Gard. dict. Nr. 3) und Lam. dem Namen B. suffruticosa Mill. (Gard. dict. Nr. 3) und Lam. (enc. meth. I, 505) als eine besondere selbständige Art betrachtet. In der Form der Blätter ändert, so viel ich wenigstens beobachtet habe, diese Zwergform nicht weiter, wohl aber kommen buntblätterige Formen, wo der Rand weiss - oder gelb-gefärbt erscheint, vor. Bei einer dritten (suffruticosa aurea) sind fast die ganzen Blätter goldgelb-gefärbt. Weit mannigfaltiger ist die bäum- oder strauch- artig-wachsende.

Vertaling: K. Koch. Buxus suffruticosa Mill (Gardener. Dict. Nr. 3) en Lam. , de naam Buxus suffruticosa Mill. (Gardener dict. Nr.3) (encyclopedia meth. 1, 505) wordt als een aparte zelfstandige soort gezien. In de vorm van de bladeren verandert, voor zover ik tenminste gezien heb, deze dwergvorm niet verder, wel komen echter bontbladige vormen voor waarvan de rand wit of geelkleurig verschijnt. Bij een derde (suffruticosa aurea) zijn zeker de gehele bladeren goudgeel gekleurd. Verder is die vaak boom- of struikachtig groeiend.

1893: L. Dippel, Handbuch der laubholzkunde. Dritter Teil, blz. 82 nr. f: f. suffriticosa. Halbstrauchiger Buchsbaum. L. Spec. plant. I. 983. (Bux. suffruticosa Mill. Gard. Dict. No. 3. Abgebildet in Nouv. Duham. I. T. 24. Reichb. Icon. Flor. germ. 5. T. i53. Fig. 4809.) Dichtbuschiger Zwergstrauch mit kleinen, ovalen bis verkehrt - eiförmigen, nach dem Grunde mehr oder weniger verschmälerten, an der Spitze gerundeten und ausgerandeten Blättern. Ob die in den Verzeichnissen als Bux. suffrut. aurea aufgeführte etwas zärtliche Form hierhergehört, lässt sich schwer entscheiden, solange man nicht Blüten und Früchte gesehen hat.

Vertaling: L. Dippel: f. suffriticosa. Half struikachtige Buxus. Dichte bosvormige dwergstruik met kleine, ovale tot verkeerd eivormige, naar de bodem meer of minder smaller wordende, aan de top ronde en uit gerande bladeren. Of de in de naam als Buxus suffruticosa aurea opgevoerde wat zachte vorm hiertoe behoort, laat zich moeilijk onderscheiden zo lang men geen bloemen of vruchten gezien heeft.

Conclusie:

De Buxus aureus medius, Buxus sempervirens ‘Suffruticosa aurea’ is beschreven als een kleine, middelbare soort van Buxus met vergulde langwerpig ronde bladeren.

In deze werken is er geen verband tussen deze oude variĎteit en een huidig gekende variĎteit. De Buxus sempervirens ‘Suffruticosa aurea’ is een Buxus variĎteit die hoogst waarschijnlijk niet meer voorkomt, niettegenstaande deze tot 1903 door Beissner, Schelle and Zabel nog steeds vermeld werd.

datum: 27/12/2015     index N : 28/09/2016.

 

3.8: Buxus foliis Lauri Alexandrinae accedens Americana, van1696 tot 1720.

Buxus foliis Lauri Alexandrinae accedens Americana.

-       1696: Leonard Plukenet, Almagestum Botanicum (Opera omnia botanica, in sex tomos divisa, Volume 2) blz.74 nr.7 Buxus foliis Lauri Alexandrinae accedens Americana. Phytogr. Tab.80. fig.6. ex insula Barbadensi nobis primĚm advecta est.

-       1720: Leonard Plukenet, Opera omnia botanica (Phytographia) tekening 80 figuur 6.

-       1720: Herman Boerhaave, Index alter plantarum Quae in horto academico, blz. 172 nr. 9 Buxus foliis Lauri Alexandrinae accedens Americana. Plukn. Phytogr. T.80.Fig.6.

 

Conclusie:

Deze plantnaam is vermeld door Leonard Plukenet en getekend in het boek Opera omnia botanica (Phytographia),1720. tekening 80 figuur 6.

H. Boerhaave vermeld deze naam eveneens in Index alter plantarum Quae in horto academico, blz. 172, doch zonder enige beschrijving.

Hierna komt deze naam niet meer voor in de tijdlijn.

datum: 17/09/2015     index N : 28/09/2016

 

3.9 & 3.16: Van Buxus folio argenteo variegato rotuniori majori,1720 tot Buxus sempervirens ‘Argenteo-variegata’ 2004.

             

3.16: Buxus foliis parvis argenteis varigatis. (= Buxus smal blad zilver gevarieerd )

-       1720: Herman Boerhaave, Index alter plantarum Quae in horto academic. blz. 173 nr. 16. Buxus foliis parvis, argenteis varigatis.

 

Deze naam vermeld door Herman Boerhaave in het boek Index alter plantarum Quae in horto academic. blz. 173 nr. 16. zonder enige beschrijving, komt hierna niet meer voor in de tijdslijn.

 

3.9: Buxus folio argenteo variegato rotundiori majori. (Buxus blad zilver gevarieerd, rond, groot), Buxus major foliis per limbum argenteis (*), Buxus sempervirens ‘Argenteo-variegata’ 2004.

 

-       1720: Herman Boerhaave, Index alter plantarum Quae in horto academic. blz. 172 nr. 7. Buxus folio argenteo variegato rotuniori majori.

-       1754: P. Miller, The Gardeneres Dictionary. nr.7. Buxus major foliis per limbum argenteis*. The silver edged Box.

-       1755: M. Duhamel du Monceau,Traité des arbres et arbustes qui se cultivent en France en pleine terre, Volume 1. Nr 7. Buxus folio argenteo variegato rotundiori majori M.C. (**). Buis ą grandes feuilles rondes panachées de blanc.

-       1755: M. Duhamel du Monceau,Traité des arbres et arbustes qui se cultivent en France en pleine terre, Volume 1. Nr 8. Buxus major foliis per limbum argenteis* M.C. (**). Grand Buis ą feuilles bordées d’argent.                                                                                                     (**) M.C. = Philippi Miller, Catalogus Arborum Fructicumque 1754.

-       1770: R. Weston, Botanicus Universalis. blz. 31. Nr.5. Buxus fol. argenteo variegato rotundiore majori. Argenteo – var.. Silver striped round leaved Box.

-       1770: R. Weston, Botanicus Universalis. blz. 31. Nr.4. major fol. per limbum argenteis*, Silver edged Box, Argent limbo.

 

M. Duhamel verwijst voor de Buxus folio argenteo variegato rotundiori majori en voor Buxus major foliis per limbum argenteis naar Philippi Miller, Catalogus Arborum Fructicumque 1754. In Miller’s werk staat: Nr.7. Buxus major foliis per limbum argenteis*. The silver edged Box. De Buxus folio argenteo variegato rotundiori majori is niet vermeld.

Weston zal net zoals Duhamel de Buxus folio argenteo variegato rotundiori majori en de Buxus major foliis per limbum argenteis vermelden. Er is geen verband te leggen tussen de Buxus major fol. per limbum argenteis en de eerder vermelde nr.3.16, de Buxus foliis parvis argenteis varigatis van Herman Boerhaave.

Het Groot en algemeen Kruidkundig, Hoveniers, en Bloemisten Woordenboek (etc.)- Leiden,1745, van vander Eyk vermeld ook de Buxus major foliis per limbum argenteis* en vertaald dit als: zilver bonte Boks boom.

 

* De Buxus major foliis per limbum argenteis komt later niet meer voor in de tijdlijn en ook niet in de BE. mogelijks is het een vroege vermelding van een ‘Argenteo marginata’.

-       1838: J. Loudon, Arboretum et Fruticum Britannicum. Arboréscens argéntea Hort. leaves ovate variegated whit a silvery color.

-       1859: H. Baillon, Monographie des Buxacées et des Stylocérées. blz. 60 var. & S.v.1. Buxus arborescens argentea Hort. Abor foliis ovatis argenteo-variegatis loud. Arb.703, Br. loc. cit. 432.,Steud. Nom. 243.

Loudon vermeld de naam Arboréscens argéntea voor een plant met een ovaal, zilverkleurig gevarieerd blad (argenteo-variegatis) dit word door Baillon overgenomen. Er is geen verwijzing naar de vóór Loudon vermelde ‘Argenteo-variegata’ met het groot rond blad. In de BE. blz. 101, 102, word de naam ‘Argentea’ met onderandere de verwijzing naar Loudon gebruikt voor een plant waarvan het blad een zilverkleurige rand heeft (argenteo - marginata) ipv. een zilver gevarieerd blad (argenteo-variegatis). De ‘Argenteo Marginata’ is door Duhamel in1755

en door Weston in 1770 vermeld. Tot in 1903 zal Beissner, Schelle & Zabel, in het Handbuch der Laubholz-Benennung. blz. 284 de Buxus argenteo–marginata vermelden. In de BE. en in de IRL. is de Buxus sempervirens ‘argenteo–marginata’ vermeld als synoniem van de Buxus sempervirens ‘argentea’.

 

-       1872: K. Koch, Dendrologie deel 2, blz. 477. Weniger in die Augen fallend sind die Formen, wo die ganzen Blätter eine mehr gelbliche oder weisse Farbe haben und als B. arborescens argentéa und aúrea aufgeführt werden. Eben so wenig nimmt sich die Form mit hellgelb-gefleckten Blättern (maculata) besonders gut aus. Unter diesem Namen existirt aber auch eine Form , welche wahrscheinlich zu B. microphylla oder B. chinensis gehört. In den Verzeichnissen führt sie den Namen B. elegantissima. Die Form mit punktirten Blättern (B. sempervirens variegata punctata Baill. monogr. d. Bux. et Styloc. 61) habe ich noch nicht gesehen.

 

Vertaling: K. Koch, Dendrologie deel 2, blz. 477. Minder opvallend zijn de vormen waarbij de ganse bladeren een meer geelachtige of witte kleur hebben en als B. arborescens argentea en aurea opgevoerd worden. Net zo weinig opvallend is de vorm met helgele gevlekte bladeren. (maculata) Onder deze namen bestaat ook een vorm die waarschijnlijk tot B. microphylla of B. chinensis behoort. In de vermeldingen voert het de naam B. elegantissima. De vorm met gespikkelde bladeren (B. sempervirens variegata punctata Baill. monogr. d. Bux. et Styloc. 61) heb ik nog niet gezien.

 

-       1893: L. Dippel, Handbuch der Laubholzkunde, deel 3 blz.81. Formen in Kultur, u. a. glauca mit grossen, blaugrünen, argentea (arg. varieg.) mit weisslichen, aurea (aur. varieg.) mit gelblichen, marginata, argenteo- und flavo-marginata mit weiss oder gelb gerandeten, Ponteyi mit gelb gebänderten.

 

Vertaling: L. Dippel, Handbuch der Laubholzkunde. deel 3 blz.81. Vormen in cultuur onder andere glauca met grote blauwgroene, argentea (argentea variegata) met witachtige, aurea (aurea variegata) met geelachtige, marginata, argenteo-marginata en flavo-marginata met witte of gele randen, Ponteyi met gele banden.

 

De teksten van Koch en Dippel zijn weinig samenhangend, een opsomming van verschillende namen met weinig uitleg. Niettegenstaande zal Koch de geschiedenis ingaan met de eerste vermelding van de Buxus sempervirens ‘Elegantissima’ (BE. blz. 127).

 

-       1903: Beissner, Schelle & Zabel, Handbuch der Laubholz-Benennung. blz. 284.. Buxus argenteo–variegata Hort. = Buxus sempervirens foliis maculatis Hort.

-       1903: Beissner, Schelle & Zabel, Handbuch der Laubholz-Benennung. blz. 284.. Buxus argenteo-marginata Hort.

 

Beissner vermeldt de ‘argenteo–variegate’ en de ‘argenteo-marginata’. Bij de ‘argenteo-marginata’ is geen verwijzing naar Buxus major foliis per limbum argenteis de eerder vermelde ‘Argenteo marginata’ van Duhamel en Weston.

-       2004: Lynn R. Batdorf, International Registration List of Cultivated Buxus L. en The Boxwood: An Illustrated Encyclopedia: blz.103 en 104 ‘Argenteo-variegata’ R. Weston, Botanicus Universalis 1:31.1770.

De IRL. en de BE. blz.103 en 104, vermelden onder andere de hierna volgende namen als synoniem voor de Buxus sempervirens ‘Argenteo-variegata’.

-       ‘ B. argentata. Catalog of Trees and Shrubs, Gordon, Dermer and Edmonds Pl.6.1782. enkel vermeld in de BE. geen vermelding in de IRL.

-       ‘Arborescens Variegata’, Catalog, Andorra Nurseries, Chestnut Hill. Philadelphia, Pennsylvania.1908. = ‘Argenteo-variegata’.

-       ‘Angustifolia Variegata’ J. Loudon, Arboretum et Fruticum Britannicum 3:1333.1838. = ‘Argenteo-variegata’. (in de BE.)

-       ‘Angustifolia Variegata’ J. Loudon, Arboretum et Fruticum Britannicum 3:1333.1838. = ‘Marginata’ (in de IRL.)

 

Merk op dat de ‘Angustifolia Variegata’ J. Loudon, in de BE. gelijk gesteld word met Buxus sempervirens ‘Argenteo-variegata’ en in de IRL. met een Buxus sempervirens ‘Marginata’.

In het werk van J. Loudon, is de ‘Angustifolia Variegata’ een Buxus met een gevarieerd langwerpig blad, de kleur zilver of goud is niet vermeld. In dit werk is er geen verband tussen ‘Angustifolia Variegata’ en de Buxus sempervirens ‘Argenteo-variegata’ of de Buxus sempervirens ‘Marginata’.

-       ‘Angustifolia Variegata Maculata’ H. Baillon, Monographie des Buxacées et des Stylocérées 61.1859. = ‘Argenteo-variegata’.

 In het werk van Baillon is de ‘Angustifolia Variegata Maculata’ gelijk gesteld met de B. angustifolia variegata van Loudon, er is geen verband gelegd met de Buxus sempervirens ‘Argenteo-variegata’.

-        ‘Maculatis’ Beissner, Schelle and Zabel, Handbuch der Laubholz-Benennung. Berlin:

Perry. 284.1903. = ‘Argenteo-variegata’.

Het werk van Beissner, Schelle & Zabel vermeldt dit verband.

-       ‘Suffruticosa Variegata Maculata’ H. Baillon, Monographie des Buxacées et des

Stylocérées.61.1859. = ‘Argenteo-variegata’.

In het werk van Baillon is de ‘Suffruticosa Variegata Maculata’ niet vermeld.

 

Conclusie:

De variĎteit vermeld in 1720 door Herman Boerhaave, onder de naam Buxus folio argenteo variegato rotuniori majori is door R. Weston in 1770 benaamd als Argenteo – var., silver striped round leaved Box.

Zoals beschreven in de BE. vermeldt Weston als eerste de naam Buxus sempervirens ‘Argenteo-variegata’ (variegata of variegato ?). Deze benaming staat voor een Buxus waarbij het blad gevarieerd is met zilverkleurige lijnen en spatten in het blad.

De vorm van het blad is bij aanvang een groot rond blad in de BE. is blad zoals dit van de meest voorkomende Buxus sempervirens ‘Arborescens’ (Common Box). Van de twee zilverkleurige variĎteiten die Boerhaave vermeld komt de Buxus foliis parvis argenteis varigatis (foliis parvis = smal blad) qua bladvorm meer overeen met de Buxus sempervirens ‘Argenteo-variegata’ zoals afgebeeld in de BE. dan van de Buxus folio argenteo variegato rotuniori majori (rotuniori = rond). Maar de naam Buxus foliis parvis argenteis varigatis is na Boerhaave niet meer gebruikt.

datum: 03/03/2016     index N : 28/09/2016

                                                          

                                                      

3.10: Buxus folio nervosissimo limbo & apice aureo, van 1720 tot 1720.

-       1720: Herman Boerhaave, Index alter plantarum Quae in horto academic. blz. 172 nr. 8. Buxus folio nervosissimo limbo & apice aureo.

Deze variĎteit is vermeld door Herman Boerhaave in het boek Index alter plantarum Quae in horto academic. blz. 172 nr. 8. zonder enige beschrijving, hierna komt deze naam niet meer voor in de tijdlijn.

Vrij vertaald :

Generfd blad goudgekleurd aan het uiteinde.

                             

 

Deel 3.11, 3.12 &3.13: Van Buxus follis minoribus angustis longioribus, 1720 tot Buxus sempervirensAngustifolia’ 2004.                 

 

3.11: Buxus foliis angustis longissimis.

-       1720: Herman Boerhaave, Index alter plantarum Quae in horto academic. blz. 172 nr. 10. Buxus foliis angustis longissimis.

-       1737: Linnaeus, Hortus Clifffortianus blz.441 . Buxus foliis angustis longissimis. Boerh.

-       1859: H. Baillon, Monographie des Buxacées et des Stylocérées. blz. 61 Var. s. Buxus sempervirens ‘tenuifolia’. B. tenuifolia Hortul. - Buxus foliis angustis longissimis. Boerh. – L. Hort. Cliff. 441. Frutex foliis lanceolatis, supra laete viridibus, ifra pallidioribus, lanceolatis, apice emarginatisve ( 2 centim. Longis, 5 millim. Latis).

Baillon vermeld de Buxus sempervirenstenuifolia’ als naam voor de Buxus foliis angustis longissimis, Boerh. Een plant met een blad van 20 mm lang en slechts 5 mm breed.

 

3.13: Buxus foliis minimis angustis longioribus.

-       1720: Herman Boerhaave, Index alter plantarum Quae in horto academic. blz. 173 nr. 13. Buxus foliis minimis angustis longioribus.

H. Boerhaave vermeldt deze naam in Index alter plantarum Quae in horto academico, blz. 172. zonder enige beschrijving, hierna komt deze naam niet meer voor in de tijdlijn.

3.12: Buxus foliis minoribus angustis longioribus.

-       1720: Hermanno Boerhave, Index alter plantarum Quae in horto academic. blz. 173. Nr.12 Buxus follis minoribus angustis longioribus.

-       1754: P. Miller, Gardener’s Dictionary, blz.6, nr.2,(ook in ed.1756 en in ed.1759 vol.3) Buxus arborescens foliis lanceolatis. Tree Box with spear-shaped leaves. Buxus angustifolia Raii Syn.445 Narrow-leaved Box.

Miller verwijst hier naar Johannis Raii (*) Synopsis methodica stirpium Britannicarum 1724, blz. 445, Buxus angustifolía.

(*) Joannis Raii, Synopsis methodica stirpium Britannicarum, is niet opgenomen in de tijdlijn daar dit werk niet rechtstreeks in verband te brengen is met Linnaeus.

-       1859: H. Baillon, Monographie des Buxacées et des Stylocérées, blz. 61 Var. Buxus sempervirens ‘angustifolia’. Buxus minoribus angustis longioribus, Boerh. L. Hort. Cliff. 441.Buxus (Angustifolia) arborescens foliis lanceolatis, Mill. Dict.n.2. –W.Sp.loc.337.

Baillon verwijst ook hier naar Linnaeus, Hortus Clifffortianus net zoals bij nr.11 Buxus foliis angustis longissimis doch vermeld Linnaeus enkel de Buxus foliis angustis longissimis en niet de Buxus minoribus angustis longioribus.

-       2004: Lynn R. Batdorf, The Boxwood: An Illustrated Encyclopedia (blz.96,97) ‘Angustifolia’ P. Miller, Gardener's Dictionary ed.8:2.1756.

 

Boerhaave vermeldt drie variĎteiten met een lang blad, Baillon vermeldt twee van de drie variĎteiten van Boerhaave en zet de naam Buxus foliis angustis longissimis om naar ‘tenuifolia’. De Buxus minoribus angustis longioribus van Boerhaave word door Baillon gelijk gesteld met de ‘Angustifolia’ van Miller. Batdorf verwijst ook naar Miller voor de ‘Angustifolia’ een naam die eigenlijk al 1724 door Joannis Raii gebruikt werd. Batdorf steld de B. sempervirens ‘Tenuifolia’ van H. Baillon eveneens gelijk met de Buxus sempervirensAngustifolia’ waardoor de 2 variĎteiten vermeld door Boerhaave en door Baillon als één en dezelfde variĎteit beschouwd worden. In het werk van L. Dippel, hiernavolgend worden deze eveneens onder dezelfde noemer geplaatst.

-       1864: G. Kirchner, Petzold and Kirchner, Arboretum Muscaviense, blz.194.nr. 432.B.s.2. angustifolia Hort. Schmalblättriger Buxbaum. Syn.:? B.s. myrtifólia Lam, Eine buschig-wachsende Spielart mit kleine, schmalen Blättern.

Vertaling: G. Kirchner, Petzold and Kirchner, Arboretum Muscaviense, blz.194. nr. 432.B.s.2. angustifolia Hort. Smalbladerige Buxus. Syn.:? B.s. Myrtifolia Lam, een bossige groeiende cultivar met kleine, smalle bladeren.

-       1864: G. Kirchner, Petzold and Kirchner, Arboretum Muscaviense, blz.194.nr. 437.B.s.7. longifólia Hort. Langblättriger Вuxbaum Blätter grösser länglich. (langbladerige Buxus, bladeren groter, langer).

G. Kirchner, Petzold and Kirchner, Arboretum Muscaviense, blz.194. vermeld naast de Buxus sempervirens ‘angustifolia’ de Buxus sempervirens ‘Longifolia’ Hort. als: Langblättriger Buxbaum. Blätter grosser, länglich . Eveneens word in dit werk een vraagteken gesteld of de B.s. Myrtifolia van Lamarck(**) een synoniem is van de Buxus sempervirens ‘angustifolia’.

(**) Jean-Baptiste Lamarck in Encyclopédie Méthodique, Botanique 1785.

-       1872: K. Koch, Dendrologie 2(2):476.1872. Eine besonders schmalblätterige Abart mit weniger steif lederartigen Blättern betrachtete Philipp Miller (gard. dict. Nro. 2) als eine eigene Art und nannte sie B. angustifolia. Jetzt kommt sie auch in den Verzeichnissen als B. longifolia vor. Was ich mit der näheren Bezeichnung salicifolia gehen, unterschied sich meistens von dieser Form nicht; sie soll aber höher werden und führt deshalb auch bisweilen den Beina-men elata. Mit noch schmäleren, aber wiederum steifen und am Rande deutlicher zurückgeschlagenen Blättern nennt man eine niedrig-bleibende Form B. rosmarinifolia , oder wohl auch, wenn die kurzen Aeste gedreht und die Flächen der Blätter zu gleicher Zeit uneben sind: B. crispa. Im letzteren Falle sind die Blätter auf der Unterfläche mehr blaugrün Beide Formen sind gegen Kälte meist empfindlich.

Vertaling: K. Koch, Dendrologie 2 (2): 476,1872. Een bijzondere smalbladige verscheidenheid met minder stijve leerachtige bladeren ziet Philipp Miller (gard. dict. Nro. 2) als een eigen soort en noemde het B. angustifolia. Nu komt het ook in de betekenis als B. longifolia voor. Wat ik met de nadere betekenis salicifolia bedoel verschilt meestal van deze vorm niet; die zou echter hoger worden en voert daarom ook soms de bijnaam elata. Met nog smallere maar wederom stijve en aan de rand duidelijk teruggebogen bladeren noemt men een laag blijvende vorm B. rosmarinifolia. Of ook wel als de korte takjes gedraaid en het oppervlak van de bladeren tegelijk ongelijk zijn: B. crispa. In het laatste geval zijn de bladeren aan de onderkant meer blauwgroen. Beide vormen zijn meestal koude gevoelig.

-       1893: Leopold Dippel, Handbuch der Laubholzkunde, deel 3, blz.82. B.s. angustifolia. Schmalblättriger Buchs. Loud. Encycl. S. 703. (Bux. angustifolia Mill. Gard. Dict. No.2. bux. abor. longifolia, abor. tenuifolia, arb. salicifolia und elata hort.) Hochwachsend,mit schmalen länglichen oder länglich – lanzettlichen Blättern. Auch hiervor ist eine gelblich gefleckte Form in den Gärten.

 

Vertaling: Leopold Dippel, Handbuch der Laubholzkunde, deel 3, blz.82. B. s. angustifolia. Smalbladerige Buxus. Loud. Encycl. S. 703. (Bux. angustifolia Mill Gard Dict No.2 bux. Abor. longifolia, abor tenuifolia, arb. salicifolia en elata hort.) In de hoogte, met smalle langwerpige of langwerpige - lancetvormige bladeren. Ook hiervan is een geelachtige gespikkelde vorm in de tuinen.

 

-       1903: Beissner, Schelle and Zabel, Handbuch der Laubholz-Benennung. blz. 283. Buxus sempervirens ‘Angustifolia’ hort.,Buxus angustifolia loudon. Buxus angustifolia Miller. Buxus Longifolia hort., Buxus tenuifolia hort.

Baillon en Kirchner maken een onderscheid tussen Angustifolia, Longifolia en tenuifolia, in de werken van K. Koch, Dippel en Beissner worden al deze namen samen gezet.

-       2004: Lynn R. Batdorf, The Boxwood: An Illustrated Encyclopedia (blz.96,97) ‘Angustifolia’ P. Miller, Gardener's Dictionary ed.8:2.1756.

De IRL. en de BE. vermelden onder andere de hierna volgende namen als synoniem voor Buxus sempervirens ‘Angustifolia’ BE. blz. 96/79:

- B. angustifolia’ P. Miller, Gardener's Dictionary ed.8:no.2.1756.

- B. sempervirens ‘Arborescens Longifolia’ L. Dippel, Handbuch der Laubholzkunde 3:82.1893.

- B. sempervirens ‘Tenuifolia’ H. Baillon, Monographie des Buxacées et des Stylocérées 61.1859.

- B. sempervirens ‘Arborescens Tenuifolia’ L. Dippel, Handbuch der Laubholzkunde 3:82.1893.

- B. sempervirens ‘Elata’ L. Dippel, Handbuch der Laubholzkunde 3:82.1893.

- B. sempervirens ‘Longifolia’ G. Kirchner in Petzold and Kirchner, Arboretum Muscaviense 194.1864.

- B. Longifolia, Boiss. 1842-59. Diagnoses plantarum orientalium novarum 2(12):107. (enkel in de BE.)

De B. longifolia, Boiss word in het werk van L.Dippel en in het werk van K. Koch vermeld als specie.

De plantlist vermeldt: Buxus longifolia, Boiss. is a synonym of Buxus balearica, Lam. (bron: http://www.theplantlist.org/tpl1.1/record/kew-2687925).

- B. microphylla ‘Angustifolia’ L.H. Bailey. 1930. Hortus 105.

- B. sempervirens var. angustifolia Loud. Camille Schneider. 1907. Illustriertes Handbuch der Laubholzkunde 2:139.

- B. sempervirens ‘Willow’ Plant Buyers Guide, Massachusetts Horticultural Society, Boston. 45.1949.

De BE. stelt hier ook de verschillende namen zijnde: ‘Longifolia’, ‘tenuifolia’, ‘Elata’ als synoniem voor de ‘Angustifolia’ zoals in de werken van K. Koch, Dippel en Beissner.

In de BE. worden de Buxus sempervirens ‘Salicifolia’ (blz. 204,205 en 206) en de Buxus sempervirens ‘Salicifolia Elata’ (blz. 206) niet als synoniem van de B.s. ‘Angustifolia’ beschouwd maar als een afzonderlijke variĎteiten die weliswaar sterk gelijken op de B.s.‘Angustifolia’.

Andere variĎteiten met langwerpige bladeren die vermeld worden in de BE. zijn:

-       Buxus sempervirens ‘Fiesta’ L. Batdorf, Boxwood: An Illustrated Encyclopedia. Boyce, Virginia: American Boxwood Society.155.2004. BE.blz. 132.

-       Buxus sempervirens ‘Joe Gable’ Catalog, Kingsville Nursery, Kingsville, Maryland.1946. BE.blz. 153,154.

-       Buxus sempervirens ‘Arborescens Gable’ Catalog, Tingle Nurseries, Pittsville, Maryland.1963. = ‘Joe Gable’. BE.blz.154.

-       ‘Rusland’ L. Batdorf, Boxwood: An Illustrated Encyclopedia. Boyce, Virginia: American Boxwood Society.204.2004. BE.blz.204.Van deze variĎteit is geen beschrijving beschikbaar, de planten uit verzamelingen hebben een langwerpige bladvorm.

 

datum: 11/06/2016     index N : 28/09/2016

                                                        

3.14 Buxus foliis maximis nervosissimis, 3.15 Buxus Foliis nervosissimis obtusis valde en 3.17 Buxus Capitis Bonnea spei, van 1720 tot 1720.

 

3.14: Buxus foliis maximis nervosissimis.

Vrij vertaald :

Buxus met blad met de allermeeste nerven.

Deze naam is vermeld door Herman Boerhaave in het boek Index alter plantarum Quae in horto academic. blz. 172 nr. 8. zonder enige beschrijving, hierna komt deze niet meer voor in de tijdlijn.

3.15: Buxus Foliis nervosissimis obtusis valde.

Vrij vertaald :

Buxus met blad extreem stomp generfd.

Deze naam is vermeld door Herman Boerhaave in het boek Index alter plantarum Quae in horto academic. blz. 172 nr. 8. zonder enige beschrijving, hierna komt deze niet meer voor in de tijdlijn.

 

3.17: Buxus Capitis Bonnea spei.

Vrij vertaald :

Buxus Kaap de Goede Hoop.

Deze naam is vermeld door Herman Boerhaave in het boek Index alter plantarum Quae in horto academic. blz. 172 nr. 8. zonder enige beschrijving, hierna komt deze niet meer voor.

datum: 07/09/2016     index N : 28/09/2016

 

 

3.18. Van Buxus minor mirti foliis, 1696 tot Buxus sempervirensMirtifolia’ 2004.

 

              

-       1696: Abraham Munting, Nauwkeurige beschryving der aard – gewassen, tweede boek hoofdstuk 9 blz. 158 en 159. VII, Buxus minor mirti foliis, of kleine Boschboom met bladeren van Myrtus, welke die van de Myrtus Tarentina media.

-       1783: Lamarck, Encyclopédie Méthodique, Botanique (1:511): Buis ą feuilles de Myrte , Buxus myrtifolia. Buxus humilis foliis parvis oblongis sub angustis, cauIe suffruticoso. N. Ce Buis ne paroĒt pas s’elever plus que celui qui précŹde, & néanmoins ne nous semble pas en źtre une variété; son feuillage & son port étant sort différens. Il ne vient point en tousse épaisse ; mais sa tige s'élance comme un petit arbrisseau, & pousse des rameaux un peu lČches. Ses feuilles sont petites, oblongues, & mźme un peu étroites. La linge blanche de leur surface inférieure n’est presque point marquée; les paquets de fleurs sont fort petits & dans ceux que j’ai examiné sur une petite branche en fleurs que m’a communiqué M. Cels, il n’y avoit point de fleurs femelles: ce Buis auroit-il des pieds mČles, & d’autres pieds monoiques-femelles ? Nous ignorons d’oĚ il provient. H. (v.v.)

-       1782: Gordon, Dermer and Edmonds, Catalog of Trees and Shrubs, Pl.6. B. s. myrtifolia = B. myrtifolia, B. s. lepto- phylla and " Myrtle-leaved Box." An excellent variety of dwarf habit, with small green leaves. It is of slow growth, but rises to a height of 4 or 5 feet under favourable conditions ; the habit, though upright, being relieved from stiffness, p 227   

-       2004: Lynn R. Batdorf , The Boxwood: An Illustrated Encyclopedia, blz.175, 176, ‘Myrtifolia’ Lamarck. 1785. Encyclopédie Méthodique, Botanique 1:511

 

De IRL. en de BE. vermelden de volgende namen als synoniemen voor Buxus sempervirens ‘Myrtifolia’:

-       1960: ‘Myrte Leaf’ Skinner. C. 1960. Draft of Tentative Registration List of Cultivars in the Genus Buxus.(enkel in de BE.)

-       1800: ‘Leptophylla’ V.Veillard in Duhamel, Traité des Arbres et Arbrisseaux ed.augm. 1:82,t.23.Fig.3.1800 = ‘Myrtifolia’

-       1986: ‘Mirtifolia’ Catalog, Kingsville Nursery, Kingsville, Maryland.1968. = ‘Myrtifolia’

-       1903: ‘Myrtifolia Glauca’ Beissner, Schelle and Zabel, Handbuch der Laubholz-Benennung. Berlin: Perry. 284.1903. = ‘Suffruticosa Glauca’

-       1972: ‘Strassner’ Boxwood Society of the Midwest.Missouri.c.1972. = ‘Myrtifolia’

-       1903: ‘Suffruticosa Myrtifolia’ Beissner, Schelle and Zabel, Handbuch der Laubholz-Benennung. Berlin: Perry. 284.1903. = ‘Myrtifolia’

-       1838: Buxus sempervirens var. myrtifolia. J. Loudon. 1838. Arboretum et Fruticum Britannicum. 1333. (enkel in de BE.)

-       1907: Buxus sempervirens var. myrtifolia. J. Loudon, Schneider, Camilli. 1907. Illustriertes Handbuch der Laubholzkunde Vol.2,p.139. (enkel in de BE.)

 

 

Conclusie:

Buxus sempervirens ‘Myrtifolia’

De Buxus met bladeren zoals deze van Tarentynse Myrte plant is in marge van verschillende oude werken vóór Munting reeds vermeld. Doch Munting beschrijft deze plant duidelijk. Na Linnaeus is het Lamarck die deze variĎteit vermeldt.

 

 datum: 19/09/2016    index N : 28/09/2016

Algemeen besluit:

De buxusvariĎteiten vermeld in 1720 door Hermanus Boehaave zijn de basis van de huidige variĎteiten.

Heel wat planten vermeld in huidige zeer uitgebreide namenlijsten zijn te herleiden tot deze basis.

Bronnen:

- alle in het datadiagram vermelde werken, zie deel 1 Buxus voor Linné.

- Wikipedia.

- Google books.

- BATDORF Lynn R.: International Registration List of Cultivated Buxus L. (IRL.)

- BATDORF Lynn R.: Boxwood: An Illustrated Encyclopedia. American Boxwood Society, Boyce, Virginia 2004. (BE.)

- P.D. LARSON: Boxwood: Its History, Cultivation, Propagation and Descriptions 1998.

- G. DE KINDER: ABC van het plantenlatijn. 2009.

- www.volkoomen.nl en http://volkoomenoudeherbariaenmedisch.nl

Met dank aan:

- dhr. KOOMEN Niek voor zijn vertalingen uit oude geschriften.

Auteur: Marc Velleman (BelgiĎ)

Uitgave: 06/02/2017