Opaal, vuuropaal, parelmoeropaal, glasopaal.

Software: Microsoft OfficeOpaal, Engels opal, Duits Opal, Frans opale van Latijn opalus dat van Grieks opaillios of opalios, wat verbonden is met Sanskriet upala: steen, edelsteen. Dat is een algemene naam, terwijl volgens Allan W. Eckert de Magyaren, Hongaren opaalmijnen opalbanya noemden. Een zekere Griek met de naam Onomakritos schrijft hiervan; ‘de fijne zachte kleuren van een opaal doen mij aan een lief kind denken’.  Plinius zegt er van: in hem is het vuur eigen en fijner dan in de karbonkel, het bezit de purperen vonken van de amethist en het zeegroen van de smaragd en een ongelofelijke mengsel van licht.

 

Klik hier voor inleiding, Bijbel, hardheid, echtheid, zetten.

 

Vorm.

Opaal is een waterhoudend kiezelgesteente van 1- tot 21%, minder hard dan kwarts SiO2·nH2O,. Hardheid is 5.5-6.5, S. G.1.9-2.5. Een edelsteen die silicia bevat met een wisselend percentage water, tot wel 20 %. Het komt nooit voor in gekristalliseerde toestand, meestal in hoekige, nier-, tros-, en knolvormige stukken, ook wel gesprenkeld in andere gesteenten. Het is kleurloos en water helder, wit, melkachtige blauw, grijs, rood, geel, groen, bruin en zwart of door vele bijmenging geverfd, met een glas- of vetglans.  De opaal is schelpachtig op de breuk, gedeeltelijk zeer doorzichtig en vertoont dikwijls een schitterend kleurenspel.  De term opalescentie wordt gebruikt om dit unieke en mooie fenomeen te beschrijven, hoewel kleurenspel een betere term zou zijn. Karakteristiek zijn de irisiderende kleuren als het cabochon geslepen wordt. Dan zie je er rode, groene en blauwe lichtflitsen in. In teruggekaatst licht is de kleurloze prachtig blauwachtig, met door vallend licht wordt dit geel mits ze min of meer met een gewelfd oppervlakte geslepen zijn, de steen is enkel brekend. Lijkt op chalcedoon, maar is niet zo hard. Opaal is bros en reageert gevoelig op grote temperatuurschommelingen. Reinigen met zeepwater, nooit ultrasoon geluid of stoom gebruiken, springt stuk door inwerking van warmte.

De melkwitte variëteit met prachtige kleurspeling is een edelgesteente.

De gewone opaal heeft een parelende of melkwitte verschijning, de vuuropaal is donkerder en heeft een vlammende iriscidentie.

Vaak zijn fossiele sponsen of andere diertjes ten dele in opaal omgezet, soms in zeer mooie druppels en ook in zwarte opaal. De resulterende fossielen worden gespaard door verzamelaars.

De ‘edele’ opalen worden in drie groepen verdeeld, witte, zwarte en vuuropalen. Tot de witte behoren, vlammenopaal, harlequinopaal, lechosopaal, goudopaal en girasol. Tot de zwarte behoort de zwarte edelopaal die in 1877 aan de Rocky Bridge Creek te Georgina County in Nieuw Zuid Wales te Australie ontdekt is. Tot de vuuropalen behoort de girasol of zonne-opaal vanwege zijn diepe vuurrode tint, jasopaal, hydrofaan, halfopaal, hyaliet, meniliet, prasopaal, melkopaal en opaalkatoog. Het komt voor in vulkanieten, verweringszones en sedimenten.

Naast natuurlijk voorkomend opaal, wordt opaal op allerlei verschillende manieren vervaardigd, experimenteel en commercieel. Het resulterende materiaal is te onderscheiden van natuurlijk opaal door zijn regelmatigheid; onder vergroting worden de flarden van kleur gezien in een „hagedishuid“ of „kippegaas“ patroon zijn gerangschikt. Synthetische opalen worden verder onderscheiden van natuurlijk opaal door het gebrek van de eerstgenoemden aan fosforescentie onder UV-licht. Tevens zijn synthetische opalen over het algemeen lager in dichtheid en zijn vaak hoogst poreus; sommigen kunnen zelfs aan de tong plakken.

 

Tot de variëteiten van de opaal behoren:

 

Uit www.zilverenedelsteensieraden.nl

 Parelmoeropaal (kascholong, cacholong, van Cach, de naam van een rivier in Bokhora, cholon; steen) Duitse Perlmutteropal, Kalmuckenagat, Kalmuckenopal, Porzallanopal. Die heeft een parelmoerglans, is ondoorschijnend en is geelmelkwit met een grijze, gele of rode tint en weinig glanzend. Het wordt op IJsland, Faeröer, Karinthie en dergelijke gevonden. Een siersteen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Uit www.hetsteenenhuis.com

 Vuuropaal, Duitse Fueropal, Frans girasol of zonne-opaal. Die is hyacintrood tot vuurgeel en sterk glanzend, vertoont geen opaliseren en is meestal melkachtig troebel, ook wel karmijnrood en appelgroen en doorzichtig in licht gekleurde tinten. Die worden dan in briljant vorm geslepen waardoor de glans verhoogd wordt. Vaak heeft het een prachtig kleurenspel op een uitgesproken kleur van lichtbruin/geelachtig tot donker bruinachtig rood.  De vuuropaal is zeer gevoelig voor temperatuurwisselingen, licht en vochtigheid waardoor de kleuren blijvend veranderen kunnen. Bij waterverlies ontstaan vaak kleine barstjes waardoor de steen dof wordt. Wordt gevonden in Mexico en de Faeröer.

 

 

 

 

 

Uit nl.ioffer.com

 Edele opaal, (element-, firmamentstein) Die is water helder, melkwit met een wijnkleurige of zwavelgele, zelden met een blauwe, rode of groene tint, soms zelfs goudgeel. De goudopaal is min of meer half doorzichtig met een sierlijk kleurenspel. Wordt vooral in Hongarije gevonden. Plinius spreekt deze steen die toen al uit Hongarije gehaald werd. Vanouds heeft deze steen een hoge waarde. Het wordt lensvormig geslepen om zijn kleurenpracht te verhogen. Het wordt voorzichtig met olie doordrenkt zodat water zijn kleur niet zal aantasten. Uitkijken dus met water of vloeistoffen omdat ze poreus is. Ook is het zacht waardoor de glans kan verdwijnen.
Men onderscheidt in de handel de vlammenopaal waarbij de vlammen op melkachtige grond parallel verdeeld zijn. De Flimmeropal, flikkerende opaal, waarbij de kleuren vlekvormig optreden. Het is een ongelukssteen.
Het gesteente waarin de edele opaal in zeer kleine gedeelten verdeeld is wordt als opaalmoeder in dozen, ringen en dergelijke verwerkt.
De zgn. oosterse opaal stamt uit Hongarije en kwam via een omweg uit het oosten bij ons.

 

Uit nl.made-in-China.com

Glasopaal (hyaliet, Grieks hyalos; behorend tot glas) Glasopal is water helder, kleurloos, doorzichtig en sterk glasglanzend.
Is afkomstig uit Bohemen. Die wordt in verschillende vormen in basalt- of trachietkloven gevonden en komt voor in kleine korrels.
Wordt wel als een edele opaal geslepen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Uit www.one4u.nl

 Gewone opaal die veel voorkomt is melkwit met een rode, gele of groene tint en door de vele bijmengingen ook wel eens boomvormig getekend (mosopaal), de honinggele, wasopaal, groen, prasopaal, chrysopaal, goud-, smaragdopaal zijn halfdoorzichtig.
Komt voor in knollen en nesten vooral in vulkanische stenen o.a. in Saksen, Hongarije, IJsland, Faeröer.
Is breekbaar, vandaar dat het niet zo’n grote waarde heeft.

 

 

 

 

 

Uit www.centrumdelphi.nl

 Houtopaal of halfopaal, Duits Halbopal, Holzopal. Dit is een opaalmassa die zich in versteende vorm van hout uit de tertiaire formatie vertoont. Het is wit met een gele, grijze, bruine, zelden een donkere tint, soms gestreept en gevlamd. De kanten zijn doorschijnend, weinig glanzend, wit bij de melkopaal, grauw, geel, bruin en zwart bij de pekopaal, gevlekt en gestreept.
Komt voor in Siebenburgen en Hongarije.
Het neemt een goede politoer aan en wordt gebruikt voor ringen, dozen, cameeën.

 

 

 

 

Uit utzipedia.de

 Wereldoog, hydrofaan, (hydrophaan, Grieks: hydor: water, phanos: lichtend) wereldoog, oculus mundi, kameleonsteen, Lapis mutabilis, Weltauge, Milchopal. Dit is een edele opaal die op een eigenaardige wijze verwerend is en water op neemt. Het is wit en vertoont zich wel eens met een donker kleurenspel. Met het watergehalte wordt de doorzichtigheid bepaald waarbij het ook kleurenspel en glans kan verliezen. Door zijn poreusheid neemt het olie op of water en krijgt zijn verloren gegane krachten terug.  Deze licht getinte troebele opaalsoort wordt in water doorzichtig.
Komt voor in de Hubertusberg bij Saksen en Hongarije. Het is vrij duur en werd veel in O. Indië ingevoerd waar men het als amulet draagt.

 

 

 

 

 

Uit www.frissieraden.nl

 Halfopaal is aan de kanten doorschijnend, wit met gele, groene, rode, bruine en grijze tint, ook wel gevlekt en gestreept.
Dit is de meest algemene soort en komt voor in Moravië, Silezië, Württemberg, Hongarije en dergelijke neemt een goede politoer aan en wordt veel verwerkt.

 

 

 

 

 

 

Uit www.etsy.com

 De ijzeropaal, (jaspisopaal, jasopaal, ijzeropaal) Jaspopal, Eisenopal, Opaljaspis. Die komt met de vorige veel overeen, maar is vetglanzend, zwaarder, ondoorzichtig of aan de kanten enigszins doorschijnend en door zijn ijzergehalte een gele, rode of bruine kleur heeft.
Komt voor in IJsland, N. Zeeland, Kamschatka en dergelijke.
Wordt in dolk- en sabelgrepen verwerkt.

 

 

 

 

Uit en.wikipedia.org

 Kiezelsinter (geyseriet) is een kortsvormige, stalactietachtige en soms ook oolietische opaalafzetting in warme bronnen.

 

 

 

 

 

 

Verder is er nog;

 

 

 

Uit kleding.marktplaza.nl

 Witte opaal : Een edelopaal met witte of licht getinte grondkleur en een bont kleurenspel.

 

 

 

 

 

 

 

 

Uit www.cornerstoneshop.nl

 Zwarte opaal : Een edelopaal met donkergrijze, donkerblauwe, donkergroene of grijszwarte grondkleur. Pikzwart is zeldzaam, en zwarte opalen zijn exclusiever dan witte opalen.

 

 

 

 

 

Uit www.oztrailia.de

 Opaalmatrix : Een bandachtige vergroeiing of schubachtige ingroeiing van edelopaal met of in het moedergesteente, matrix.

 

 

 

 

 

 

 

Uit www.gemselect.com

 Boulderopaal : Edelopaal met de donkerste ondergrond, kleurenspel en hoge vastheid. Komt voor als steengruis, waar opaal holle ruimten opvult.

 

 

 

 

 

 

 

 

Uit www.twintes.nl

 Harlekijnopaal : Doorzichtig tot doorschijnend edelopaal met opvallende segmentachtige kleureffecten. Behoort tot de meest geliefde opalen.

 

 

 

 

 

 

Uit socrates.berkeley.edu

 Jellyopaal : Blauwachtige groene edelopaal met beperkt kleurenspel.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Uit www.lightinthebox.com

 Crystalopaal : Slechts weinig rode reflecties op kleurloze, glazen ondergrond.

 

 

 

 

 

 

Uit www.mijnwebwinkel.nl

 Girasol: Italiaans voor zonnebloem, zonnesteen, girare; draaien, sole; zon, Bijna kleurloze, doorzichtige edelopaal met blauwachtige lichtschijn, blauwe opaal. Vormen van de gewone opaal’.

 

 

 

 

 

 

 

Uit www.marktplaats.nl

 Agaatopaal : Agaat met lichte en donkere opaallagen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Uit engelen-levensvreugde.be

 Angel skin-opaal : Misleidende benaming voor de opaalachtige palygorskiet, een ondoorzichtige, witachtige tot roze kleurige silicaatmineraal.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Uit www.centrumdelphi.nl

 Honingopaal : Honinggele, doorschijnende opaal.  Duits Honigopal.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Uit www.well-publications.org

 Hyaliet, Grieks hualos; glas. Kleurloze glasheldere opaal met sterke glans.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Uit www.edelsmidfrentz.nl

 Melkopaal : Doorschijnend witachtig, vaak met roodachtige waas.

Porceleinopaal : Wittte, ondoorzichtige melkopaal.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Uit www.marktplaats.nl

 Mosopaal : Melkopaal met donkere dendrieten.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Uit www.ad-mineral.nl

 Prasopaal : Appelgroene opaal, vervanging voor chrysopraas.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Uit anw.inl.nl

 Wasopaal : Geelbruine opaal met wasachtige glans.

 

Gebruik.

Opaal wordt al sinds de oudheid als edelsteen bewerkt. Aanvankelijk werd het gebruikt voor de vervaardiging van primitieve werktuigen, later voor siervoorwerpen. Opaal werd al gebruikt voor de Assyriërs, Babyloniërs en Romeinen. Edelopaal behoort tot de geheimzinnigste stenen. Traditioneel gold het als een steen die ongeluk brengt, vooral voor mensen die de steen niet goed reinigden, De edelopaal die Plinius heeft beschreven is afkomstig uit de afzettingen van Dunbík in Slowakije, die in die tijd al werden ontgonnen. Men schreef deze steen magische krachten toe. Hij hielp tegen melancholie, kalmeerde de zenuwen, genas het hart, beschermde tegen zorgen, herstelde het gezichtsvermogen en gaf de ogen opnieuw glans.

 

Shakespeare.

Twelfth Night 2, 4, 77:

Now, the melancholy god protect thee, and the tailor make thy doublet of changeable taffeta, for thy mind is a very opal! I would have men of such constancy put to sea, that their business might be everything and their intent everywhere’.

 

Maerlant: ‘Ostalanus of ostolamus is een steen en heet aldus. Deze noemen alle brieven patroon en beschermer van de dieven. Want die het draagt is beschermd met die omdat men hem niet mag zien omdat hij het zien verdonkert. En dit is het wonderlijke dat gebeurt, de dragers ogen maakt hij helder zodat hij ver en dichtbij ziet. Van zijn kleur zwijgt het gedicht zodat men niet gemakkelijk vindt ‘.

Megenberg; Ostola of optalius is een steen diens kleur die meesters niet zeggen, daarom dat men het niet gemakkelijk vindt. Want wie het draagt die ziet niemand, echter hij ziet zelf goed en daarom hebben het de dieven erg lief.

A. Magnus; Als je je onzichtbaar wil maken. Neem de steen die Ophethalmus wordt genoemd en wikkel het in het blad van de Laurus of laurier boom en het wordt Lapis obtelmicus genoemd wiens kleur niet genoemd wordt want het is van vele kleuren en het is van zulke kracht dat het verblindt het gezicht van hen die er bij staan. Constantinus droeg dit in zijn handen en werd er onzichtbaar door gemaakt.’

Opaal is een steen die onderscheiden wordt door kleuren van diverse kostbare stenen. Er is de vurige gloed van de karbonkel in, het lichtende purper van de amethist, de helder groene kleur van emerald en al die kleuren verschijnen in vele tinten. Deze steen broedt in Indië en heeft evenveel krachten als kleuren. Deze steen behoudt en beschermt de ogen die hem draagt, maakt hem helder en scherp zonder enige pijn en dimt andermans ogen als een soort wolk en smijt hen met een soort blindheid zodat ze niet kunnen zien, niet kunnen opmerken wat voor hun ogen gebeurt. Daarom wordt er gezegd dat het de meest zekere patroon van dieven is.

Opaal is een steen die vrijwel altijd ongeluk brengt, draag of schenk hem niet. Mogelijk is dit naar de het verhaal van Walter Scott waarin de steen onheil brengt. Toen George III gekroond werd in 1770 viel er tijdens de kroningsplechtigheid een grote opaal uit zijn kroon. Dus had hij vier jaar later te vechten, dit was de Amerikaanse Vrijheidsoorlog.

De opaal of tranensteen werd altijd als een ongeluksteen beschouwd tenzij het gedragen wordt door iemand die in oktober is geboren of in combinatie met diamanten. Het zou kunnen dat dit voortvloeit uit het feit dat opalen vrij gemakkelijk beschadigen en voorzichtig behandeld moeten worden.

In het oosten beschouwt men het als een geluksteen die de eigenaar een goede gezondheid bezorgt.

Een van de oudste stenen die bij de Romeinen zeer gezocht was. Plinius noemde die zelfs met een prijs, een edele opaal kostte toen een 30 000 euro per karaat.

 

Zie verder: http://www.volkoomen.nl/ en : http://volkoomenoudeherbariaenmedisch.nl/