Parels, geboorte van een parel.

 http://jufmarjo.punt.nl/upload/parel.jpg

 

 Klik hier voor inleiding, Bijbel, hardheid, echtheid, zetten.

 

Parels waren vroeger belangrijker dan tegenwoordig. Als je er van uit gaat dat de techniek niet zo vergevorderd was om die harde diamanten te slijpen dan zullen de edelstenen van de oudheid, bijbel, wel halfedelstenen geweest zijn en zal de parel een belangrijke rol hebben gespeeld.

 

Het gewicht is in karaten, verder bepalen vorm en kleur een invloed op de prijs. De glans van parels hangt van de reflectie en de breking van het licht in de doorzichtige lagen af. Naarmate de laagjes dunner en talrijker zijn, is de glans fijner. Ook de kleur is van belang voor de prijs: roze en zwarte parels zijn het duurst. Doorgaans is de parel licht van kleur, maar er zijn er ook met een donkere kleur, de zogenaamde zwarte parels. De zwarte worden door de zwartkleppige pareloester Pinctada margatitifera die in de Grote Oceaan leeft, gevormd door de afzetting van een grijze tot zwarte parelmoerstof. Sinds 1963 worden deze oesters gekweekt. De bekendste zwarte parel is de Azra. Ze vormt het hart in een ketting van de Russische kroonjuwelen. Ze worden op velerlei wijze nagemaakt. Men heeft glazen-, metalen-, koralen- en albasten parels en vooral wasparels. De laatste lijkt nog het meeste op de echte. Ze bestaan uit holle glazen bolletjes die van binnen met parelessence bedekt zijn en verder met was opgevuld. Die parelessence maakt men uit de schubben van witvis die met water gewreven worden totdat de blinkende deeltjes zuiver bezinken. Dan wordt dit met ammoniak gewassen en met een gelatineoplossing vermengd.

Ze bestaat uit parelmoer; dit is voornamelijk koolzure kalk (in de vorm van aragoniet) en organische hoornstof (conchyne) die de concentrish om een middelpunt gerangschikte microkristallen aan elkaar kit. Ofschoon de hardheid slechts 2,5 tot 5 is, S. G. 2.7, zijn parels buitengewoon vast. Het is bijna onmogelijk ze met de hand stuk te maken. De laagjes worden door een hoornachtige stof, het eiwit conchiolin, aan elkaar gekit. Het geheel is het parelmoer.

Natuurlijk weten we nu hoe het gebeurt. De oester heeft geregeld zijn schelpen open waardoor en een stofje, zand of iets dergelijks binnen kan komen. De oester scheidt een stof uit om het ongewenste kwijt te raken. Lukt dat niet dan kapselt het in door er laagjes van parelmoer om heen te sluiten. In de loop der jaren ontwikkelt zich dan een parel. Het zijn dus fijne laagjes om iets heen en daardoor ongelijk van vorm, de moderne parels zijn allen mooi rond. Traanvormige parels worden vaak als hanger gebruikt. Onregelmatig gevormde parels worden gebruikt in kettingen.  Geschat wordt dat in 1 op de 15000 wilde oesters een parel zit. De grootte van de parels varieert van een speldenkop tot een duivenei. De grootste tot dusver gevonden parel (naar een vroegere eigenaar Hope parel genoemd) is 5 cm lang en weegt 454 karaat (1814 grein). Deze parel wordt bewaard in het South Kensington Museum in Londen.

De Chinezen leggen zeer kleine metalen beeldjes die Boeddha voorstellen in de schelp van een oester. Het dier dat hierdoor geprikkeld wordt bedekt weldra het vreemde voorwerp met een parelkorst. Zo ‘bepareld’ wordt de kleine Boeddha gebruikt als amulet.

Reeds sinds duizenden jaren wenden de Chinezen middelen aan om de pareloesters te nopen in minder tijd haar arbeid te verrichten. Met dit doel worden vreemde lichamen tussen de schelp en de mantel gebracht. De hiervoor benodigde korrels worden gewoonlijk vervaardigd van klei dat met het sap van de kamferboom tot een deeg gemengd is.

 

Uit nl.dreamstime.com

Rivierparels.

De rivierparelmossel komt in heldere beken van de bergstreken voor. De rivierparels zijn vrijwel even mooi als de zeeparels, maar veel zeldzamer. De parels in de Elster zijn door Venetiaanse kooplieden ontdekt, die van de overige rivieren werden in de 16de en 17de eeuw bekend. Julius Caesar bezat reeds parels die uit Engeland afkomstig waren.

 

Historie.

Hoewel parels binnen 100-105 jaar verouderen, dan bladdert het parelmoer af, heeft men in Pompeji parels gevonden uit het jaar 79 na Christus. Het is waarschijnlijk dat mensen al 6000 jaren parels kennen. Ook bij opgravingen in Mexico werden parels gevonden (deze stammen uit 2500 voor Christus). In India worden parels gebruikt als talisman. Volgens de overtuiging van Mongolen verhoogt afkooksel van parels de kracht van de mannen. Parels schijnen vrouwen mooie dromen te geven. Chinezen gebruikten parels in de geneeskunde. Romeinen beschouwden ze als symbool van macht, wijsheid en geluk.

Parels zijn vanouds bekend, ze werden bij de Perzische Golf gevonden, aan de kust van Arabië en de kust van Coromandel. Ze zijn al lang in Indië bekend, in de Bijbel komen ze voor en in Egypte na de verdrijving van de Hyksos kwamen ze in zwang. Theophrastus vermeldt ze het eerst en wel onder de Griekse naam margaros wat woord waarschijnlijk afkomstig is uit Sanskriet mangara. Vandaar kwamen ze bij de Romeinen en werden in Romaanse talen margarita genoemd.

Het woord parel (peerl, perle, beerl) oud Hoogduits perala; de glanzende, helle, perula, Duits Perlen, Engels pearl, Frans perle schijnt met bes (beere, peer) in verband te staan, van een wortel die natheid betekent, peervormig bolletjes. 

Sinds de veldtochten van Pompeus en de onderwerping van Alexandrië kwamen de parels meer in trek, voor grote parels betaalde men grote sommen. In de nieuwere tijd gaf verder de ontdekking van Amerika een nieuw leven aan de handel in parels. Columbus merkte op dat de Indianen zich met parels sierden en bestempelde het eiland aan welke kust men naar parels viste met de naam Margarita. Hier verdween echter die tak van handel. Deze westerse parels zijn gemiddeld zeer groot, maar niet zo rond en loodkleurig, zodat ze een veel geringere waarde hebben dan de Oosterse.

In de wapenkunde wordt perle evenals margriet gebruikt om zilver aan te duiden. Zo ook topaes (= goud), diamant (= zwart), robijn (= rood).

 

Vorm.

Parels ‘van ‘t zuiverste water’ hebben een onbeschrijfelijke zachte, melkwitte en zilver heldere glans waarmee nagenoeg geen regenboogkleuren vermengd zijn. De mooiste parels hebben een kleur die iets naar roze trekt met een zacht kleurenspel. Andere kleuren zijn er ook, zwarte zijn zeldzaam.

Parels zijn zeer zacht. Ze zijn gevoelig voor andere stoffen, zweet, parfum, vooral azijn omdat ze uit koolzure kalk bestaan dat in azijn oplost. Ze kunnen ook uitdrogen waardoor ze uiteenvallen, maar ook kunnen ze te vochtig worden en gaan opzwellen waardoor ze niet fraaier worden. Na verloop van tijd vergaat de glans, vooral door afwisseling van temperatuur en huiduitwaseming, in oude graven heeft men er gevonden die vrijwel tot stof vergaan waren. Ze blijven een 150 jaar goed.

Naar gelang van de kleur der schelp zijn ze blauw- of geelachtig en bij zwartkleurige rand van de schelp wordt het zwartachtig. Parels lossen op in zuren onder luid bruisen, kook ze maar eens in een sterke azijn. Ook de vorm is verschillend, de tegenwoordig gekweekte hebben een mooie ronde parelvorm, maar de echte zijn zeer verschillend, soms wel vierkant.

Paarlemoer is de moeder van de parel, Duits Perlmutter, mother of pearl, Latijn mater perlarum, zit in sommige oesterschelpen die de parel baren.

 

In Delhi was er een vorst met een beeldschone dochter. Die was verliefd op een arme man, om het huwelijk te voorkomen sloot de vorst haar op in een kasteel die door water was omgeven. Hier leefde ze vele jaren in eenzaamheid en schreide vele hete tranen en is tenslotte van verdriet gestorven. De godin van de liefde heeft toen al die tranen in parels veranderd.

De Hindoe vader zal haar dochter dan zeker een parel geven voor haar huwelijk om haar huwelijksgeluk te verzekeren.

 

Geboorte van de parel.

Vondel, ‘De Heerlijckheyd van Salomon’;

‘Of ’t zweterig kussen der verliefden hemels fris

De peerlen Vader (=dauw) en der oest’ren bruidegom is’.

‘Haer oogh geen peerlen dauwt.’

 

Uit bestiary.ca

Maerlant: ‘Margarita is een steen en van de kostbare een. Het zijn mosselen die het dragen. Solinus hoor ik gewagen dat zij van de dauw ontvangen, dit is een wonderlijk bestaan, naar de tijd is in het jaar. Donker rood, wit of helder is de parel gedaan. Men heeft dat niet verstaan dat men nooit in enig land meer dan een tezamen vond, dus noemt men de steen union. Zijn verf is best in dit doen dat hij is wit gelijk aluin. Zijn kracht is dus in het algemeen dat men er specerij van mag maken die heet dyamargariton (sap van parels). Het is voor zwakke magen goed en degene die bloed spuwt, rust verleent hij en vrede en geeft grote gezondheid mede en maakt de zinnen zacht van gemoed onder haar hoofd zodat ze het niet voelt. Gewoonlijk en algemeen noemen wij deze steen parels’.

 

Oud Saksisch merigrita, oud Hoogduits merigrioz, oud Engels meregrot, Latijn margarita, Grieks margarites: parel, oorspronkelijk is dit wel een Babylonisch woord, mar galliti: dochter van de zee, respectievelijk kind van het licht. Beide in verband met het geloof van de oude Perzen dat oesters ‘s nachts omhoog komen om de maan te aanbidden en dat zij hun schelpen openen als zij het wateroppervlakte bereiken en een druppel dauw opnemen die door de stralen van de maan in een parel verandert. Georgisch margali; parel, Sanskriet manjar: bloemenkrans of parel. Ook de naam Margriet komt hier van.

De parel is het hoofd van alle witte, kostbare stenen. Het broedt in het vlees van schelpdieren en wordt soms gevonden in de hersens van een vis. En het komt voort uit de dauw van de hemel. Die dauw ontvangen de vissen in zekere tijden van het jaar. Wanneer haar uur van teeltzucht komt laten ze de schelpen wat gapen en dan worden met zekere dauwachtige vochtigheid gevuld. Diegene die in de morgen ontvangen hebben worden schemerig door de lucht van de avond. Sommigen worden vriendelijk genoeg op natuurlijke wijze doorboord en die zijn beter dan de andere, sommige worden met kracht doorboord. Hoe meer dauw er in is gekomen hoe groter ze worden, geen een wordt echter groter dan vijftien cm. Als het bliksemt of dondert in die tijd als de parel uit de hemelse dauw gebroed worden dan sluit de schaal zich voor het opkomende gevaar en het broeden mislukt en wordt uitgeworpen. De schelp is de moeder van de parel en als ze ontvangen heeft en een mensenhand voelt dan schudt ze die want ze weet dat die de rijkdom in haar zoekt, laat de visser dan op zijn vingers letten want ze klemt zijn hand ertussen en snijdt ze af. 

Vissen ontvangen van dauw zonder kuit zoals oesters en andere schelpdieren. De maan maakt dit bij zulke vissen nutteloos, met het groeien van de maan neemt hun vochtigheid toe en verdwijnt bij afnemende maan. ‘s Nachts komen de schelpdieren bij rotsen en ontvangen parels van de hemeldauw.

Aldus bevrucht zijnde verlossen ze daarna van parels die verschillend zijn naar de hoedanigheid van ontvangen dauw, want als dit er geheel zuiver ingelopen is dan worden ze spierwit. Zijn ze bleek en niet blank dan zijn ze in onweer en donkere lucht ontvangen waaruit blijken kan dat ze meer gemeenschap met de hemel hebben als met de zee.

Sommigen zeggen dat deze moederparels hun koningen en kapiteins hebben zoals bijen. De oesters moeten met geweld van de rotsen in de diepte getrokken worden. Net als we zien bij de bijen en ook hier groeien ze in een menigte bij elkaar en de grootste, de oudste die ze als overste hebben, die wel zou uit kijken om gevangen genomen te worden. Daarom worden ze door de duikelaars opgespeurd om die te vangen. Want als de koning gevangen is en de anderen die zonder leidsman dwalen worden gemakkelijk in het net gekregen. Dat ze niet gemakkelijk te bekomen zijn toont Isidorus Characenus dat men zo onvoorzichtig was om een vinger in een oester te steken die daarop afgesneden werd.

 

Hier valt echter op te merken dat dauw en zonnewarmte niet dieper dan acht meter komen.  Tevens leert de ervaring dat de beste parels van de diepst liggende oesters komen. Men denkt dat in de grasmaand, als het veel regent, zich een zeker slag van oesters zich naar het bovenste van de zee begeeft en als de schelpen geopend zij en enige regendruppels hebben ontvangen dat ze zich dan sluiten en naar de zeegrond neerzinken wat dan met de tijd in parels verandert.

Anderen menen dat parels geboren worden als het veel dondert en bliksemt die vergezeld is van grote plasregens. Anderen uit dauw en bliksem. Dan heeft ze de bliksem in zich. Die draait zich om de oogappels van de oester en maakt die door de draaiing tot parels. Die parels lichten op in de zee. Anderen dat ze uit het vlees van de oesters groeien. Anderen dat de zee enige steentjes voortbrengt en als die in de oesters gevallen zijn, door de gladheid en glans van de schalen een voortreffelijke helderheid ontvangen en zo parels worden. Een Oosterse mythe zegt dat ze ontstaan zijn door een druppels die van de hemel gevallen zijn en door de mossels opgezogen werden.

 

Bijbel.

Het Hebreeuwse woord ‘gabish’, wat voorkomt in Job 28:18 en Spreuken 3: 15 wordt soms vertaald als robijnen, in andere vertalingen staat parels. Ook in het N.T. is het bijzonder en kostbaar. Mattheus 13:45 toen de Heer sprak van ‘parels voor de zwijnen gooien, in Mattheus 7:6, gebruikte hij een oude oosterse gezegde, woorden van wijsheid worden vaak gezien als parels.

 

Christelijk.

De parel heeft een teer stralende glans met een bijna kogelronde vorm wat naar volmaaktheid wijst. Ze zijn ingesloten in een schelp als de leer van Christus die voor heidenen ontoegankelijk is. De beide helften van de schelp zijn het Oude en Nieuwe Testament en de parel is Christus.

De poorten van het ‘hemelse Jeruzalem’ bestaan uit parels, het zijn de pearly gates.

De Indiaanse vissers storten een fles met zalf uit door welke aangenaamheid de oesters bevangen en als dronken worden en met een ijzeren priem doorstoken worden. De wellust wordt door de visser verbeeld en de snoeperij door de zalf, een oester verbeeldt een lustgrage mens.

De uitlopende vocht van een gewonde oester wordt in een parel veranderd. Dat wordt verheven tot zinnebeeld van het bloed van de martelaren.

 

Gebruik.

Het is een deel van de geschiedenis van vrouwelijke weelde. Het was het symbool van Aphrodite, aphros: schuim.

Om de hemelse helderheid zijn ze zo geschat, de grootste, de witste, de rondste, de gewichtigste. De kostelijkste was die van Cleopatra die ze van haar oor trok, smolt en opdronk om Antonius in overdaad boven te gaan. Karel V betaalde in 1505 voor een grote parel 80 000 dukaten. Filips II van Spanje bezat er een zo groot als een duivenei wier waarde men niet wist te schatten.

Een parel is een ongelukssteen. Parels brengen de gever pijnen en tranen. Het bijgeloof wil dat een verlovingsring met parels tranen in het huwelijk zal veroorzaken. Een parel lijkt op een traan en brengt tranen.

Gepoederde parels waren in tal van medicijnen verwerkt. Ze versterken het hart en de voornaamste delen van het lijf. Verkwikken de krachten en de geesten. Een parel (die foutief onder de edelstenen gehouden werd) zijn buitengewoon goed voor het hart en in staat het hart te verfrissen. Daarom bereiden de alchimisten ook een likeur die ze parellikeur noemen en denken dat ze daar een massa zieken mee genezen kunnen ofschoon het meeste wat ze doen, rook, gewichtigheid en charlatan is. Ik heb hier in Parijs een barbier gekend die naar een zieke geroepen was en hem 2 bloedzuigers heeft opgezet en vrijheid genoeg had om daar 6 gouddaalders voor te vragen. Hij vertelde namelijk dat hij deze bloedzuigers een maand lang geen andere voeding gegeven had dan parellikeur.

De as van oesterschelp, verkalkt en met honing gemengd, verdrijft rimpels en maakt de vrouwenhuid glad en vlak.

Herbarius in Dyetsche, ‘Margarita, dat zijn parels, en zijn koud en ook droog. Het is een steen die in sommige vissen gevonden wordt, waarvan je die zal kiezen die wit, helder en blinkend is. Parels hebben macht te versterken.

Tegen syncope (dat is in onmacht gaan) en slapte vanwege medicijnen of uit het lichaam die rood of niet rood is en tegen hartkramp of in de koorts, geef poeder van parels met suiker van rozen’.

Van Beverwijck ‘Parels zijn niet alleen tot sieraad van de juffrouwen, maar worden ook in de geneeskunst gebruikt en groeien in schelpvis die veel onze oesters lijken. Die wanneer hun uren van de teeltzucht overkomt laten ze hun schelpen wat gapen en worden met zeker dauwachtige vochtigheid vervult. Aldus bevrucht zijnde verlossen ze daarna van de parels die verschillend zijn naar de hoedanigheid van de ontvangen dauw. Want als het daar geheel zuiver ingelopen is dan vallen ze spierwit en anders geel en onzuiver. Ze zijn ook bleek en niet blank die in onweer en donkere lucht ontvangen zijn, waaruit blijken kan dat ze meer gemeenschap hebben met de hemel dan met de zee. Daarvan trekken ze een donkere kleur of naar de heldere morgenstond een heldere. Indien ze tijdelijk gevoed worden, zo groeit ook de vrucht, als het weerlicht of dondert en bliksemt worden de schelpen toegetrokken net als bij schrik en de parels bedorven. Deze oesters worden met zeer grote moeiten door de Indianen gevist die om ze te vinden, 10, 15, ja, soms 20 meter onder het water duiken wat daar zeer koud is en hetgeen meer benauwd is dat ze de adem slecht kunnen ophalen en moeten daar een kwartier of half uur blijven en omdat die gewoonlijk vast zitten aan de steenrotsen er met geweld aftrekken. Sommige schrijven dat, net als wij zien in een zwerm bijen, zo ook deze oesters zich in menigte bij elkaar houden en de grootste en oudste tot overste hebben die dapper gauw zou wezen om zich te wachten om gevangen genomen te worden en dat daarom de duikelaars grote moeite doen om die te vangen. Want als de koning gevangen is en de andere onder leidsman dwalen worden ze dan gemakkelijker in het net gekregen. De oester zelf wanneer ze een hand verneemt om haar te vatten sluiten hun schelp toe en bedekt de schat waarvan ze weet dat ze gezocht wordt en als ze de hand kan voorkomen, dan snijdt ze die met haar scherpte af. Als ze gevangen is wordt ze in aarden potten met veel zout bestrooit want als de vis verteerd is vallen de parels gezuiverd onder op de bodem. Verder zijn de parels onder het water zacht, maar zodra als ze in de lucht komen worden ze hard zoals we mede van het koraal zullen zeggen. Om hun hemelse helderheid zijn ze altijd in zeer grote achting geweest die gesteld wordt in haar witheid, grootte, ronde, effenheid en gewicht, hoewel dat er weinig parels te vinden zijn die alle deze deugden over zich hebben. De kostelijkste waar wij van lezen is geweest die Cleopatra, koningin van Egypte, van haar oor trok, smolt en opdronk om de Roomse veldoverste Antonius in overdaad te boven te gaan. Wij krijgen onze parels uit beide  Indien en de bijliggende eilanden. Maar het is zeker dat er ook sommige gevist worden in de Noordzee bij Engeland en Schotland, dan die zijn noch zo groot, noch zo helder niet als andere zoals Plinius en Marcellinus getuigen. Op hoop evenwel van die schrijft Suetonius dat Julius Caesar naar Brittannië getrokken zou zijn en die van zulke grootte gevonden had dat hij soms hun gewicht in de hand onderzocht heeft. Andere doen hier bij dat hij daar van een schild aan de godin Venus met een onderschrift en noch een gift zou gedaan hebben in de tempel van Diana. Tot geneesmiddelen worden de grote parels om hun hoge prijs niet genomen, maar alleen de kleinste die men gewoonlijk daarom de naam van zaadparels geeft. Ze dienen evenwel wit, zwaar en heel te zijn, dat is zonder gaten. Want als ze doorboord worden dan krijgen ze enige ijzersmet wat haar krachten verandert. Waarom ze ook geenszins gestampt dienen te worden in koperen vijzels.

De parels hebben een eigenschap om het hart te versterken, de flauwte en onmacht weg te nemen, de verrotting die het hart bestrijdt, gave en vergift tegen te staan. Ze worden in de apotheken fijn op een marmersteen met rozenwater gewreven wat de naam heeft van klaar gemaakte parels. Maar beter is het Magisterium wat smelt en heeft al volkomen in kleine hoeveelheid de kracht van de parels. Wordt gewoonlijk met sap van citroen gemaakt, dan omdat het altijd enige vuiligheid bij zich heeft is de gedistilleerde azijn hier toe beter wiens scherpte daarna wederom afgewassen wordt.’

 

Zie verder: http://www.volkoomen.nl/ en : http://volkoomenoudeherbariaenmedisch.nl/