Piroop, pyroop, rhodoliet.

 Uit www.hetsteenehuis.com

 

Klik hier voor inleiding, Bijbel, hardheid, echtheid, zetten.

 

Pyroop, Duits Pyrop, oud Frans pyrope, Latijn pyropus, van Grieks pyrus: vlamvormig, vurig, of van pyropos; vurig oog.  Het wordt ook rhodoliet genoemd, Grieks rhodon; roos, lithos; steen.

 

De granaat die het meest bekend is door zijn mooie robijnrode kleur heet wel pyroop. Dat is de veel voorkomende ‘robijn’ van de kerkelijke sieraden. De pyroop wordt meestal in Bohemen (Tsjechië)  gevonden, Boheemse of Tsjechische granaat, in Z. Afrika en is bekend als Kaapse robijn, in N. Amerika worden ze gevonden met de naam Arizona of Colorado robijn. Ook pyroop wordt in de oudheid niet gevonden, het is een van de karbonkels van de ouden die het onder de algemene naam carbunculus samenvatte die ze gaven aan alle rode stenen die op vurige kolen leken.   Is gevonden door Werner in 1803.

 

De hardheid is 7.25, s.g. 3.60-3.86. Ze bestaat uit magnesiumaluminium granaat. Mg3Al2(SiO4)3. De kleur is donkerrood, bloedrood, paarsrood tot roodzwart en doorzichtig tot doorschijnend. met een geelachtige bruine gloed, de violette gloed van de almandijn ontbreekt. Het zijn meestal donkere tot vuurrode korrels met een hoge glans. De kleur ontstaat door bijmenging van chroom en ijzer. Het  moedergesteente van pyroop bestaat meestal uit serpetine en olivijn houdende gesteenten. Pyroop is een begeleidend mineraal in  afzettingen van diamant en komt in het algemeen in alluviale afzettingen voor. De kristallen zijn meestal zo gaaf van vorm, dat ze op gefacetteerde kogels lijken. Er hoeft alleen maar een gaatje in geboord te worden om ze als kralen te kunnen gebruiken. Grote heldere stenen worden gefacetteerd en in sieraden gezet. De laatste 200 jaar heeft men in Bohemen de granaten in roosvorm geslepen en gezet in goedkope sieraden. Dit symmetrische patroon van het zetwerk is een merkteken geworden; deze oude  juweeltjes zijn tegenwoordig veel waard. Er bestaat nog steeds een levendige productie van deze artikelen. Tegenwoordig zijn de Boheemse granaten zeer gewild als edelsteen. Dit komt door de mooie kleur en de sterke glans die door het slijpen nog geaccentueerd worden. Grote Boheemse granaten zijn een uitzondering. Hij wordt meestal bol geslepen met een  holle onderkant om hem doorschijnend te maken. De typelocatie is gelegen in Zoblitz, Duitsland. Het wordt ook gevonden in Governador Valadares, Rio Doce, Minas Gerais, Brazilië en nabij Nijar in Zuid-Spanje.

 

Maerlant: ‘Pirofilus, dat is  een steen waar Aesculapius tegen Augustus Octavianus

dusdanige reden van laat verstaan. Hij spreekt, ‘een mannenhart die met vergif dood blijft of met zulke pijn of het harteuvel heeft dood blijft, dat men altijd in een groot vuur zijn hart niet verbranden kan en tien jaar achtereen zal men dan diens man zijn hart leggen in een vuur’, dit is zijn zeggen. Zo wordt ze dus tot steen en die steen heet pirofilus. Hij heeft bijzondere macht omdat hij zijn man bewaakt van donder en van bliksem mede en maakt lands heren op alle plaatsen zegevrij en altijd de zijne. Ook verzekert hij ze van venijn en beschermt het van de snelle dood want wie bloed in heeft, hij mag niet sterven, zonder waan, als die steen niet van hem is gedaan, maar in het euvel en in de pijn staat het hem eenparig te zijn. In het serpentenboek is beschreven dat Aristoteles zei dat Alexander deze droeg in een genoeg duur kleedje te alle tijd op zijn lijf en toen hij van India keerde zou hij door zijn bate

dweilen en baden in de Eufraat, daar deed hij het van hem af algemeen, dat purperen kleedje met de steen, een serpent kwam daar gelijk die de steen uit het kleedje beet en in de rivier spuwde. (toen stierf Alexander) Hemelsblauw is die steens manier’.

 

Zie verder: http://www.volkoomen.nl/ en : http://volkoomenoudeherbariaenmedisch.nl/