Turkoois, tandturkoois, odontoliet.

Uit www.ml-silver.nl

 

Klik hier voor inleiding, Bijbel, hardheid, echtheid, zetten.

 

Turkoois, torkois, turchoys, of turkois, turkies of turkijesteen, Engels turquoise, midden-Hoogduits Turkis, Turkoys, Duits Turkis, Frans turquoise van oud-Frans turquois: Turks, mogelijk is het ontstaan in de 16de eeuw toen het van de Perzische vindplaatsen via Turkije uit de Sinaï naar Europa kwam.

Of van Latijn torquatus: ‘met een halsketting getooid’, torquis: ‘halsketting?’

Of de naam stamt van het Spaanse Turquesa. Saxo, die het eerst rond 1250 Turcois vermeldt, schrijft dat het zijn naam aan de landstreek Turcia dankt vanwaar het ingevoerd werd.

Plinius noemde het callaina waarvan het Franse calaite afstamt. In het Grieks draagt turkoois de naam kallaiet of mooie steen.

 

Vorm.

Het bestaat uit fosforzuur aluinaarde met bijmengsels van ijzer en koper die als kleurende bestanddelen optreden, CuAl6(PO4)4(OH)8·4(H2O). De hardheid is 5-6, S. G 2.7. Het is een groenachtig tot blauwe, maar typisch blauwgroene ondoorzichtige zachte steen terwijl hij bij dunne stukken aan de rand doorschijnend is waarin vaak bruingekleurde adertjes zitten. Er zijn geen twee stenen gelijk. Bekend is de ‘spider web’ waarbij hele dunne adertjes door de steen heen lopen die een soort spinnenweb weergeven, ook worden die wel turkooismatrix genoemd. Vreemde insluitsels met een witachtige kleur en kleine stukjes pyriet kunnen hier en daar ook te zien zijn. Gepolijst heeft het een sterke wasglans en was van oudsher als siersteen bemind.

Het is wel lichtgevoelig waardoor het blauw meer groen kan worden. Het is ook poreus zodat er geen vloeistoffen bij mogen komen. Aan de hals gedragen zal het dan ook groenig worden vanwege het zweet. Door onderdompelen in vloeibare kunsthars worden ze houdbaarder gemaakt die vaak afbreuk  doet aan de mooie uitstraling van de steen omdat de glans niet echt is.

Turkoois wordt voornamelijk gevonden als secundair mineraal in koperertsen. Het wordt zeldzaam in Duitsland, maar zeer fraai in Perzië, (Irna) gevonden bij Nisjapoer in Chorassan, waar al duizenden jaren de oosterse turkoois vandaan komt, verder in Nieuw Margelan in Turkestan en in de omgeving van Samarkand. Het wordt gevonden in de gedaante van knollen, nieren en stalactieten en ook als gerolde stenen.

De westerse turkoois is natuurlijk of kunstmatig gekleurd ivoor, in het eerste geval afkomstig van de mastodont en opgedolven in Siberië en de Languedoc, tweede van gekleurd kunsthars of gekleurd plastic. In Europa is het maar een enkele keer gevonden, verder vanouds in de Wadi Gebel Meghara en Sarabit (Sarbut) el Chadem die al bij de Egyptenaren in het begin van de 4de dynastie in gebruik was, Verder Amerika in New Mexico waar de Azteken het vonden.

Imitatieturkoois werd voor het eerst in 1972 in Frankrijk gemaakt, maar de eigenschappen van deze imitatie verschillen van die van de natuurlijke variëteiten. Toch is de meest verkochte turkoois nu synthetisch.

 

Gebruik.

De slijpvormen zijn in de regel de cabochon vorm met vlak of gebogen basisvlak, terwijl de vlakke zegelringsteen in grote afmetingen wordt toegepast die van inscripties voorzien wordt. Het behoudt onder invloed van licht meestal altijd zijn kleur die echter onder alle omstandigheden niet standvastig is. Er zijn er die onder zonlicht geheel verbleken, anderen waar de mooie blauwe kleur in blauwachtig groen overgaat terwijl de kleur bij het dragen door sommige  personen eveneens een nadelige invloed kan hebben. Andere turkooizen ondervinden er geen last van. Zeer gevoelig is de kleur van sommige stenen voor loogachtige bestanddelen waardoor de mooie hemelsblauwe kleur plaats maakt voor een vale groene kleur. De glans van de gepolijste turkoois is karakteristiek voor deze steen. Fraaie exemplaren bezitten namelijk een zekere matte, dromerige, weldadig aandoende glans waar een eigenaardige bekoring van uitgaat. Door de Perzen wordt dit als Zat; mijmering, aangeduid. In de meeste turkooizen bevinden zich steeds min of meer door ijzer roestbruin gekleurde vlekken of aderen die afkomstig zijn van het omringende gesteente. Als die overheersend zijn wordt deze turkoois Turkooismatrix genoemd

Het werd al in de jonge steentijd als siersteen gebruikt, op het schiereiland Sinaï werd het al 6000 jaar geleden door mijnbouw aangewonnen. In de Bijbel wordt er verschillende malen over gesproken en is daar afkomstig van de mijnen in de Sinaï. In Egypte komt het ook geregeld voor, een van de borstsieraden van Sesostris II uit de XII dynastie, 1800 v. Chr. is er mee bezet, ook met de lazuursteen, in Serabit el-Khadim is een tempel gewijd aan de Egyptische "Vrouwe van Torquoise", (godin Hathor). Aristoteles zegt van turkoois; ‘zij die gebukt gaan onder zorgen, verheugen zich over zijn kleur’ .

De oosterse turkoois, die in kiezellei en aders voorkomt te Nisjapoer en Mesjed in Perzië en in het Megaradal te Arabië, werd in de middeleeuwen als een zege brengend amulet beschouwd. Ook de Indianen gebruikten het al eeuwen. Ze plaatsen een stuk in hun deuropening om de boze geesten ver te houden, Azteken noemden het chalchihuitl.

Software: Microsoft Office

Shakespeare, ‘Merchant of Venice’ 3,1,126;

Out upon her! Thou torturest me, Tubal: it was my turquoise’.

Turkoois is een witgele steen en heeft de naam van het land Turkije waar het gebroed wordt. Turkoois wordt gevormd achter de verste delen van India onder de bewoners van de bergen Kaukasus en in Carmenia. Ze worden gevonden in ijzige klifs die nauwelijks toegankelijk zijn waar je zal zien groeien op de manier van hopen en het lijkt op ogen.

Vondel, Bespiegelingen van Godts wercken;

De hemelse turkoois verheugt ’t gezicht en moed ‘.

Deze steen bewaart en behoudt het gezicht en zorgt voor blijdschap en comfort. Een goede huisvrouw zal net als een turkoois helder in het hart zijn en zorgen voor het welzijn van haar man en bewolkt zijn in zijn ziekte. Een teken van welvaart. Door liefhebbende handen wordt het weggeschonken en dan zorgt het er voor dat elk spoor van verwijdering tussen gever en de ontvanger verdwijnt. Ook stimuleert het sterk de seksuele hartstocht.

Even trouw is de turkoois in een edelman’ s ring en is gezond of ziek met hem. De turkoois beweegt als diegene die hem draagt iets overkomt. Hij wordt donkerder of lichter al naar gelang de gezondheid van de bezitter, wordt het bleek dan is het met zijn gezondheid niet best. Wie de turkoois draagt is vrij van ziektes. Het zal alle vijand van hem weg halen en herstelt de band tussen vrouw en man. De turkoois geeft overwinning op vijanden. Wie het draagt kan het boze oog weer staan.

De hand die de turkoois zegelt wordt niet arm, zegt een Perzisch spreekwoord. De oosterse vorsten dragen met voorliefde de zeegroene steen omdat die bescherming biedt tegen dolken en vergiften.

 

Uit www.spirituelewinkel.nl

Tandturkoois of odontoliet Grieks odon; tand, lithos; steen.

 

Het is van organische oorsprong en is onder verschillende namen bekend als Odontoliet, fossiele turkoois, beenturkoois, tandturkoois en turkoois van nieuwe steen. De materie bestaat uit tanden van mammoet en mastadont die door ijzerfosfaat of koper, waarin de tanden lagen, groen gekleurd zijn. Bij daglicht lijkt het veel op turkoois, bij kunstlicht verliest het veel van zijn kleur waardoor het grijsgroen of grijsblauw wordt. S.g. is van 2.4 tot 3.6. waar lichtere minder voorkomen zodat ze meestal zwaarder zijn dan turkoois. De hardheid is 5 en lager dan de echte. Het komt uit Siberië als mammoettanden, ook in Frankrijk in het departement du Gers die echter niet de fraaie kleur van de Siberische hebben, door verwarmen wordt dat beter.

 

Zie verder: http://www.volkoomen.nl/ en : http://volkoomenoudeherbariaenmedisch.nl/