Luffa.

Uit Flora de Filipinas.

Ongeveer 8 soorten van eenjarige, tendrilachtige klimmende kruiden komen voor in dit geslacht.

Ze groeien in de oude en nieuwe wereld.

Bladen zijn 5-7 lobbig. Cultuur als een komkommer.

Cucurbitaceae, komkommerfamilie.

 

=Luffa aegyptiaca Mill. (uit Egypte) (Luffa cylindrica, Rom. (met cilinders)  is een rankend gewas.

Lang gesteelde 5‑7 lobbige en aan weerszijden behaarde bladeren.

De vrucht is niet stekelig en 15‑30cm lang. Het wordt, net als de bladeren, gegeten.

Gebruik.

In jonge toestand wordt de vrucht gegeten, gekookt als squash en opgediend in soepen en stamppot. Bij oude vruchten is de schil houtachtig, dun en broos geworden als papier, het vlees veranderd in een harde droge verwarde klomp waarin de vele zwarte zaden liggen. Deze skeletten zijn de veel gebruikte luffaÕs van de handel. De vaatbundels van de vrucht leveren de luffazwam die in droge toestand hard en rauw aanvoelt en in water geweekt kan het als een badspons gebruikt worden. Ook diende het voor schoenzolen, schilderlijsten en dergelijke. De zaden werken purgatief en zo werd het ook medisch gebruikt.

Naam, etymologie.

Luffa stamt van het Arabische louff, de inlandse naam voor Luffa aegyptiaca. Het woord zou ook afgeleid kunnen zijn uit het Arabisch luffah (of lifah) dit werd via het Portugese luffa tot ons luffa, Engels loofah.

Plantenspons, sponskomkommer, vleugelkomkommer, sponscourgette. Duitse SchwammkŸrbis, Kantengurke, Luffaschwamm, Franse concombre a noyan; verdronken komkommer en paponge, Engelse vegetable gourd, -sponge, dish clouth gourd, towel gourd (handdoek pompoen) of rag gourd, sooly qua gourd.

Het is de naga itouri van Japanners en sua-kwa van de Chinezen.

Historie.

Een klimmende plant die in de tropen van de oude wereld voorkomt. Het gewas heeft een zeer groot verspreidingsgebied, is wild aangetroffen van Tahiti en Australi‘ tot het zuiden van Indi‘ en tropisch Afrika. In Egypte zou het gewas pas op latere leeftijd ingevoerd zijn en komt daar dan ook niet voor op oude documenten.

Uit flora de Filipinas.

Luffa acutangula Roxb. (met scherpe hoeken) is een eenjarige, eenhuizige klimplant.

Vijfkantige stengels met behaarde, drie- of meerdelige ranken.

Bladeren zijn 10-25cm groot en in omtrek hartvormig, toegespitst met drie tot vijf lobben met een gave rand.

Vrouwelijke bloemen staan op een solitaire stengel samen met de mannelijke bloemen in tot 35cm lange, gesteelde trossen in de bladoksels.

Vruchten zijn onrijp groen van kleur, langwerpig recht of gekromd met tien gepunte lengteribben, 60cm lang en tot 12cm breed.

Het witte vruchtvlees is sponzig en gevuld met vele 1cm grote witte of bruine zaden, meestal worden zoete, naar komkommer smakende, rassen geteeld. Rijpe vruchten worden gelig, smaken bitter en zijn voor consumptie ongeschikt.

Komt uit N.W van India.

Vleugelkomkommer of teroi, Engels ridged gourd, sponge cucumber, zika in Assam, si gua in Mandarijnen Chinees, turai in Hindoe. 

 

 

 

 

 

 

 

 

Uit; https://homeoresearch.blogspot.nl/2012/09/luffa-operculata-mother-tincture.html?m=0

Luffa operculata Cogn. (operculum; dekseltje, vrucht springt via een dekseltje open) kruidachtige klimplant van enkele meters lang met ranken.

Afwisselend geplaatste bladeren zijn hart of niervormig met wat lichte inkepingen en dan drie of vijfdelig.

Mannelijke bloemen aan een lange okselstandige stengel. Vrouwelijke gele bloemen staan onder de bladoksels.

Vrucht van 6-10cm lang en 3-5cm breed heeft stekels aan de buitenkant en van binnen een fijn netwerk van vezels.

Zwarte zaden zijn van deze giftig.

Uit zuid Amerika, Colombia.

 

Zie verder: volkoomenoudeherbariaenmedisch.nl/ en: volkoomen.nl