Plaatsnamen en hun betekenis.

Plaatsnamen, steden, dorpen en hun betekenis. Etymologie, toponymie, toponiem.

De plaatsen worden niet alfabetisch genoemd, naar naar hun naam of naamsverklaring bij elkaar gezet. Als wieren en terpen, heim of heem, kerken of goden, trecht of trajectum, dammen, horn of hoorn, graven of edelen, fort of voorde, broek of moeras, planten, rooien of roden en overige plaatsen.

De ronde zegels zijn kerkzegels. Voor de kleurcodering, zie onderaan.

 

Klik hier voor Nederlandse plantennamen.

Klik hier voor Latijnse en Griekse plantennamen.

Klik hier voor persoonsnamen, jongens en meisjes namen.

Klik hier voor namen van mineralen en edelstenen.

Klik hier voor middeleeuwse woorden en verklaringen.

Klik hier voor familienamen.

Klik hier voor dieren namen.

 

Holland.

De naam van Holland wordt niet voor de elfde eeuw bij een schrijver vermeldt. Dan Hermannis Contractus die zijn historie tot de elfde eeuw gebracht heeft noemt geen Hollanders, maar spreekt overal van Flarditinga waarvoor hij de stad Vlaardingen wil verstaan hebben die van Gerardus Noviomagnus Vlardinga en Vlardingiacum genoemd wordt. Eerder waren het Friezen.

Men vindt echter het Graafschap Holland vermeldt in een open brief die door Henrik IV aan de Utrechtse bisschop Wilhelmus in 1064. Of dat het een graafschap was of geheel Holland was is onduidelijk. Verder vindt men het in een handschrift van Dideryk V, graaf van Holland, waar hij de giften van zijn voorzaten aan de abdij van Egmond opnieuw bevestigd, 1064. In dit handvest noemt hij zich Comes Hollandensius, de graaf van Hollanders. Een zekere brief van Frederik, aartsbisschop van Hamburg, uit 1106 maakt gewag van de Hollanders zodat die naam minstens in de elfde eeuw al bekend is geweest. Met Holland werd een klein gedeelte van Dordrecht zo genoemd, Dordrechts waard.

De naam kan komen: Van Holtland, hout land, Germans hulta: bos, landa: land, naar de vroegere moerasbossen aldaar. Holdland rond 1120 in de Annales Egmundenses.

Volgens anderen van hooiland, vergelijk Holland in Lincolnshire, een hooiachtig landschap.

Of van Deens die hier een tijd lang geweest zijn, vergelijk het eiland Oeland. Orbis terrarum zegt dat ze het zelf Oland noemen.

Of van hollen omdat het een fors en ongetemd volk was.

Of van hol land, (zo noemt Levinus Lemnius van Ziekzee het) net zoals Zee land, Maas land, Rijn land, vandaar ook Nederland genoemd. Nederland is bij de oudere schrijvers echter het gedeelte wat toen Vlaanderen heette.

Of van een vlek gelegen tussen Utrecht en Leiden Rijn die Holland heette, van hol: drassig.

 

Wieren.

Wieren zijn kunstmatige ophogingen in het land. Je moet het zo zien dat de eerste mensen langs de venen en zandruggen naar de Wadden trokken en daar vermoedelijk palen met draden of matten gemaakt hebben van mogelijk zeewier dat vroeger veel voorkwam, dat om vis te vangen. Daar viel het wier met vis in en zette zich zand neer en met het wier maakten ze een verhoging. Ze gingen dan steeds verder de Wadden in een maakten daar nieuwe wierplaatsen die steeds hoger werden, soms wel tot 9 meter, omdat het land daar lager en ze meer last hadden van de zee en de tijdingen. Hoe verder je dus komt hoe jonger de terpen zijn. Mijn idee is dat ze vanuit het eind van de Hondsrug, Groningen of Vries, (van Fries) vertrokken zijn zo de wadden op.

De laatste onderzoekingen hebben aangetoond, dat de meeste terpen op de oude zware klei zijn aangelegd en in hun onderste lagen veel mest bevatten wat op de aanwezigheid van vee wijst.

De naam wierden zien we in het oud-Hoogduits als Werfen wat ophogen betekent, zo is ook de naam via warf naar werf ontstaan. De betekenis „hoogte” komt ook goed uit in „werve”, de naam van een soort van kleine ronde stellen die men vroeger bouwde op de schorren en gorzen in Zeeland. Die verhogingen werden in Groningen ook weerden genoemd, (wieren en weeren). “Weer” vindt men nog in Groningse plaatsnamen in Abbeweer, onder Baflo: wier en Abbe. In Friesland ligt Abbewier, voormalige state.

In Gelderland en Utrecht was in de middeleeuwen de gewone vorm „weerd”: later ging die over in het jongere „waard”. Meer een eiland in het water in plaats van een kunstmatige verhoging in de zee. Dat in de benaming uterweerd (uiterwaard).

Die uitgang wier, wierde, wird, werd, weerd, wer, ward, waard, warf, warven, waerft, weerd, werf, werth, werve, wurth, worth, word, woord, woerde en dergelijke, oud Hoogduits warid, werid; eiland in een rivier, water, oud Nederlands werith en werd, Angelsaksisch warod, warad, werod, waerd; kust, oever, zee. Dat zie je door Groningen en heel Friesland en zal dan ook vermoedelijk richting Antwerpen gaan omdat de Friezen vroeger over dat gebied heersten voordat de grote stormen meer meren maakten in die gebieden en later veroverd werden dor de Franken en christelijk werden waardoor de namen vaak veranderden.

Het woord wier schijnt oudtijds een ruimere betekenis gehad te hebben, namelijk die van hoogte in het algemeen. Want het Roode Klif, de natuurlijke hoogte ten Zuidoosten van Stavoren uit het Pleistoceen van Gaasterland, heette bij de oude Friezen Reawier, de naam wier staat dan voor een kunstmatig opgeworpen hoogte evenals terp, maar in de regel kleiner dan een terp en dan ook niet bebouwd of veelal nabij een boerenwoning of een state en ook als hoge begraafplaats. Dat laatste wel omdat er op die hoogte vaak een toren gebouwd werd ter bescherming, verder een kerk waar dan een begraafplaats bij ligt. Werven of warven zullen ook naam hebben gegeven aan een groot gedeelte van het tegenwoordige zuidoost Friesland, namelijk aan Stellingwerf waar stellingen of stallingen waren, een soort van rechters.

Plinius verhaalt een 60 jaar na Christus: ‘De oceaan breidt zich door gedurig verloop van dag en nacht daar zeer wijdt uit en bedekt het in een eeuwige strijd van de natuur met vertwijfeling of een gedeelte daar aarde of zee is. Daar woont een ellendig volk op hoge heuvels die met verheven hutten (terpen) bezet zijn tot boven de hoogste vloed en omringt van het water net zoals de scheepslieden die schipbreuk geleden hebben. Omtrent hun woningen vangen ze vissen’. Waarschijnlijk aten ze eenzijdig voedsel, vis, vogels en vlees want Plinius verhaalt in zijn 25ste boek, 3de hoofdstuk, over een ziekte in Nederland waartegen de Friezen een plant gebruikten die ze brittanica of vibones noemden. Die ziekte is kennelijk scheurbuik. Zuring zou de Vera antiquorum herba brittanica zijn die door de oude bewoners van BrittanniĎ aan de krijgslieden van Caesar gegeven zou zijn als middel tegen scheurbuik.

 

Wieren waren er dus al vanouds. Je zou denken dat ze vanuit de Hondsrug, Vries of Groningen, cirkelvormig verspreid werden. Of dat er overal verspreide hoogtes met een woning waren van waaruit men wierden maakten. Het is ook mogelijk dat ze langs de Heir of herenwegen lagen.

Eens kijken wat er gebeurt als we de terpen vanuit de oudste vermeldingen zetten, dus vanuit Fulda. Daarvoor gebruik ik de kaart met oude wegen uit http://www.volkoomen.nl/Adel%20en%20volk%20van%20nederland.htm

Daarboven staat dezelfde kaart met de wierden.

Wat opvalt dat er veel oude wierden nu vrijwel onbekend zijn. Ook dat er veel terpen liggen langs de oude Herenweg, rode lijn, en de Westerse weg, groene lijn. Blauwe zijn oude waterlopen. De rode lijn of Herenweg was me onbekend hoe die verder bij Dokkum liep, verschijnt wel weer bij Aduard. Naar deze nieuwe kaart zou die ongeveer langs Winsum gelopen hebben en zo naar Aduard en Groningen. Mogelijk was daar een vertakking richting Duitsland. Er is een Hereweg onder Bierum die overgaat in de Holwierderweg en Bierumerweg, dus: Moet dat nog eens uitzoeken.

 

1, Wird? Nu hogerop  Kantens? Middelstum, 8ste eeuw Wird, 945 Wrti; wierde.

2, Kenwerd, links van Oldehove, 786 Chinicwirde.

3, Hoxwier, rechts van Mantgum, mogelijk dezelfde als in 822 vermelde Huocwar,

4, Laard, half 8ste eeuw Lanfurt, wel Lutke Laard onder Wolsum.

5, Ternaard, Westdongeradeel, boven Dokkum, half 8ste eeuw.

6, Stitswerd, Kantens, boven Winsum, half 8ste eeuw Stukisweret.

7, Meddert, zuid van Holwert, half 8ste eeuw Metuuid.

8, Kornwerd, bij Kornwerderzand, half 8ste eeuw Quiernnifurt.

9, Uskwerd, Usquert, begin 9de eeuw Wyscuuryd.

10, Helwerd, onder Usquert, begin 9de eeuw Helewwyrd

11, Warfum, links van Usquert, begin 9de eeuw Werfhem.

12,  Ferwert.

13, Gottem, 814 in Gothemia ogian. Idem.

14, Ferwert in Fries of Ferwerd, Feerwerd, bij Stiens aan de Waddenzee, half 8ste eeuw Federvurt,

15, Schettens. Wonseradeel, 855 Sceddanuurthi. Joeswerd, Ezinge,

16, Dedgum, 855 Deddingiwerbhe.

17, Breklenkamp, rond 900 Brakkinghem;

18, Lichtaard, Ferwerderadeel,  945 Lihdanfurt.

19, Bornwerd, Westdongeradeel, 945 Brunnenuurt. (w-uu) Germaans brunnan: bron, wurpi: wierde.

20, Burdaard of Birdaard, uit 945 als Breintenfurt.

21, Wadwerd, rond 1000 Watvurd; ligt bij een oude zeedijk, dus wierde bij een oude dijkdoorbraak.

22, Weiwerd, ca. 1000 Wahcvurt,

23, Wijtwerd, ca 1000 Widuvurd,

24, Bolsward, 1038 Bodliswert,

25, Garrelsweer, 1057 Gerleuiswert: wierde van Gerlef.

26, Garnwerd, 10-11de eeuw ad Granavurdh.

27, Wirdum, Groningen,11de eeuw Wirthun;

28, Menneweer, Ulrum, begin 11de eeuw Meniwwerva.

29, Hemert, Ten Boer, begin 11de eeuw Hemuurd.

30, Haggonwerva, Kantens, begin 11de eeuw Haggonwerva.

31, Torenwerd, Middelstum, begin 11de eeuw Thornuurd.

32, Elswerd, Kantens, begin 11de eeuw Ellasuurd.

33, Wirdum, Loppersum, begin 11de eeuw Wrthun.

34, Westerwijtwerd, Middelstum. Begin 11de eeuw Widwurd, Witwurd.

35, Ulrum, bij Winsum, 11de eeuw Uluringhem:

36, Arwerd of Arnwerd, Bierum, begin 11de eeuw Arnuurd,

37, Leeuwarden, 1038 Liunvero, Liunvert, 

38, Garreweere, Appingedam, 1068 Geroieverre.

39, Boutersen, 1129 Baltreshem,

40, Emmeloord, 1132 Emelwerth, Emmelwerd,

40, Binkom, 1146 Beinchem, 1159 Benchem,

41, Boeigem, 1148 Boedeghem, zie Bodegem.

42, Warffum, bij Delfzijl, , in 1150, Warfhuizen:

43, Badelinen werf. 1162, Germaans  Badilinan:

44, Selwerd, 1181 Selewrt.

45, Boeregem, 1185 Budrengem:

46, Oudewerf, Cadzand. 1190 binorden Ouden werve.

47, Aduard, Auwerth, 1192 als Adewerth:

48, Wierum, in Dongeradeel, staat de kerk uit 1200 op een wierde

49, Warder, ca. 1200 Werthere, Warthere,

50, Westervoort, 1206 Westerwrth.

51, Werum, bij Ten Boer, 1289 Werum:

52, Bissegem, 1238 Bissenghem;

53, Slappeterp, bij Mendaldum, 13de eeuw Slepelterp,

54, Tjamsweer, bij Appingedam, heette in de 13de eeuw Thiamerswerve,:

55, Opwierde, bij Appingedam, 13de eeuw Upwirthe:

56, Geefsweer, Delfzijl, 1306 Gewesweer;

57, Ureterp, Fries Oerterp, bij, 1313 Urathorp:

58, Haartwert, 1322 Hartwert,

59, Adeward, 1264 Aerdwerth, 1313 Adewert. 

60, Wieuwerd bij Sneek, Fries Wiuwert, 1370 Wywerth:

61, Bijzegem, 1286 Bisenghem; woning van de mensen van Biso.

62, Oosterwierum, bij Sneek, 1329 Werum,

63, Botergem, 13de eeuw Botrenghem:

64, Hauwert in 1313 Oudeboxwoude:

65, Weinterp, 1315 Weningewalde,

66, Offingawier, Fries Ossenwier, bij Sneek heette in 1328 Offinghewere:

67, Jorwerd, bij Leeuwarden, 1329 Ewerwert,

68, Hijlaard, Hylaard, Fries Hilaard, bij Leeuwarden, 1329 Elawerth,

69, Hidaard, 1335 Hyddenwerd;

70, Holwierde, 1344 Halwirth .

71, Sauwerd, bij Winsum, 1364 Souwerth:

72, Poppingawier, Fries Poppenwier, bij Irnsum aan de Sneekervaart, heette in 1369 Popingha:

73, Abbingawier, in 1379 Abbingwer.

74, 1371 Mensingheweere: wierde van Menze.

75, Schraard, 1379 Schradawert;

76, Allingawier, in het zuidwesten van Friesland, heette in 1379 Alingwere:

77, Idaarderadeel, 1392 Eadawere, 1438 Edauwerdradele;

78, Hennaarderadeel, 1398 Hannawarderadeel,

79, Holwerd, bij Dokkum, Holwert in Fries, eerder Holevurt, in 1399 Hoelwerde:

80, Kimswerd, bij Harlingen, Fries Kinswert, 1400 Kemswert:

81, Borgsweer, bij Delfzijl, 1432 Borgisweer,

82, Dallingeweer, bij Delfzijl, 1455 Dallengwerum:

83, Greonterp, Zuidwest Friesland, 1482 Grovendorp:

84, Metslawier, Fries Mitselwier, bij Dokkum, 1500 Metslewer,

85, Lutkewierum, 1505 Luttikewerum; kleine wierde.

Zie https://www.google.com/maps/d/edit?mid=zr8_KJQsjXDU.k0dsZMSCQ2qA

 

 

Abbingawier,1505 Aebingawyer, 1546 en heette in 1379 Abbingwer. Een wierde of kunstmatige heuvel van Abbo, zie Abbekerk. In Drenthe zijn er ook plaatsnamen als Abbingehuiste Uffelte en Wittelte of Abbincote.

 

Aduard, Auwerth, Auwerd, in Groningen bij Zuidhorn, werd gesticht in 1192 als Adewerth: oude wierde of wierde van Ado.

Het had een belangrijk klooster van de CisterciĎnzer orde die gesticht is in 1192 en bekend werd vanwege de ontginning en afwatering van woeste gronden. Ze groeven Aduarderdiep, legden Aduarderzijl aan, stichtten boerderijen zelfs tot onder Groningen. Op zijn toppunt had het dan een 10 000 ha grond in bezit en waren daardoor zo rijk en vermogend dat de edelen dat niet zo goed vonden. De geestelijken werden dan in 1342 bij openbaar plakkaat verboden nog meer landerijen aan te kopen. De boeken van Aduard zijn op 11 september 1575 verbrand met de bekende bibliotheek. Alleen het hospitium bleef bestaan.

 

Aengwirden of Engwirden: 1466 Aenwird, 1503 Antwort, 1505 Aengwerdt en 1550 Aengwirden: wierde, ang van weidegrond of van ang: eng of nauw?

 

Allingawier, in het zuidwesten van Friesland, heette in 1379 Alingwere: wierde of terp van Alo. Het is voor een belangrijk deel ingericht als museum, heeft echter nog een 100 inwoners. Een kleine state genoemd Allingastate staat in het dorp. De Hervormde kerk stamt uit 1635 en is in 1783 verbouwd.

 

Uit D. H. Fikkert, 1847.

Antwerpen, Frans Anvers, begin 8ste eeuw Andoverpenses, Andoverpis, 692 in Anwerpom, 726 in Anduerpo castello, 1008 Antwerf, verder Andwepensi, Anduerp, Antwerpia, Antverpensis, Andeguerp Antwerpin, Andwerpiensis ect. Gernaams anda werpum: anda: tegen, is tegenover aan, werpum van anewerp: aangeworpen land, aangroei. Eerder in Duits Anttdorf, een dorp, anda: aangeworpen grond met dorp en nu als Antwerpen met een wierde of werf. Filosoferend over de naam Anttorf kan het ook aan het dorp zijn, het dorp bij de wierde. Mogelijk is dat dorp ouder dan Antwerpen. Je mag er vanuit gaan dat men in een dorp woonde en toen verderop in de Schelde een wierde bouwde. Van die wierde is nu nog maar weinig over. Dat vooral omdat het stadhuis gebouwd is in 1541 en de kathedraal tussen 1352 en 1521. Opvallend is dan ook dat de kerk lager staat dan het stadhuis. Normaal staat de kerk met het marktplein op het hoogste gedeelte van een plaats. Je mag er dus vanuit gaan dat voor de bouw van het stadhuis er al een belangrijk bouwwerk was zodat de kerk op een lagere plaats gezet werd. Een 15deeeuwse sage vertelt dat de reus Druon Antigoon zware tol eiste van de schippers. Als die net konden betalen werd een hand afgehakt. Zo zou de naam afgeleid zijn van (H)Antwerpen.

 

Abbewier, Fries Jewier, bij Anjum, eerder Tzijaewijer, Saksisch tzjia, dingplaats, wierde.

 

Arwerd of Arnwerd, Bierum, Delfzijl, begin 11de eeuw Arnuurd, (uu=w) eind 11de eeuw Ernauurd. Germaans arnu: arend, wurpi: wierde of kunstmatige heuvel in zee.

 

 

Baard, Friesland, Littenseradeel, van Bawerd, persoon Ba of Babo, zie de familienaam Bama en ook Bampoel, werd: wierde.

Ze heten Baarder katten, een beeld van een kat midden in het dorp herinnert daaraan. De honden of windhonden zijn die in Leons of Lions wonen. Ook met Huns die murden of bunzings heten.

 

Badelinen werf, Wulpen, 1162, Germaans Badilinan: van Badilina en hwerba: kunstmatige heuvel in zeekleigebied.

 

Barnwerd, bij Oldenhove, Zuidhorn, Barwerd, Baarwerd of Berwert, Bar; open liggende of kale terpheuvel, werd; wierde.

Hier stond de stinse Fritsinga of Fritsinge.

 

Betterwird, bij Dokkum, wird of wierde van Betto, zie de Friese familienaam Bettinga.

 

Bollingawier, Dongeradeel, wierde of terp van Bollo, zie Bollezele.

 

Bolsward, Fries Boalsert, 1038 Bodliswert, 1270 in Bodelswerde. Germaans Bodilas: van Bodil, wurpi: wierde. Volgens Ocko Scharliensis zou het in 713 gesticht zijn door Bolswynia, de dochter van Radboud I.

Ze worden oliekoeken genoemd, dat naar een twijfelachtig verhaal dat eens hun hoofdman, Edo Jongema toen er enige buitenlandse gasten bij hem waren, het gepast vond die heren op dit gebak te onthalen.

Onder Bolsward is in de hof van het klooster Bloemkamp, Floridus campus te Hartwerd, graaf Willem V begraven die met vele Hollandse edelen sneuvelde in een slag tegen de Friezen op 27 september 1345. Dat klooster is gesticht in 1191 en in 1572 verwoest door de Geuzen.

 

Borgsweer, bij Delfzijl, 1428 Borgisloe, 1432 Borgisweer, later Borchweer: wier dat opgeworpen is, of afgeleid van borg of burcht, dat laatste is goed mogelijk want de wierde is vierkantig.

 

Birdaard, Fries Burdaard, aan het kanaal naar Dokkum, Dokkumer Ee. Burdwerd, 1418 Berdauwerth. De opgave van een Duitse bron te Fulda uit 945 als Breintenfurt wijst er op dat die schrijver het woord aan zijn taal heeft willen aanpassen, Breitenfurt wat brede voorde betekent, maar furt is hun weergave voor wurthi: wierden. Burd, berd, betekent boorde aan een water, de Ee, dus een wierde aan de oever.

Het volk wordt spottend schaapskoppen genoemd.

 

Bornwird, Bornwerd, Fries boamwert, West Dongeradeel, 945 Brunnewurt. Germaans brunnan: bron, wurpi: wierde met een bron.

 

Cornwerd, Kornwert, Kornwerd, Fries Koarnwerft, bij Wons, 8ste eeuw Quirnifurt waar de Duitse schrijver van de Traditions Fuldenses het Friese woord veranderde want we vinden daarnaast Quirwrt en in 1315 Cornewarth: wierde waar een molen op stond, kwirnu: handmolen.

 

Dallingeweer, bij Delfzijl, 1441 Dallynckwer, 1455 Dallengwerum: wierde van Dallinga of Dalle.

 

Dedgum, Fries Dedzjum, 855 Deddingiwerbhe. Germaans Dadajan, Deddin: van Dedde, gihwerbja, van hwerba: kunstmatige heuvel in zeekleigebied, later werd wierde voor die van heem verwisseld.

 

Dedinkweerde, Lochum, 1118, Ditdingwerthe, 1134 Dedingwerthe. Germaans Diddinga waripa, wierde, riviereiland, van de mensen van Dido.

 

Domwier, Idaarderadeel, een wierde of terp van Domme.

 

Doorwerth, bij Wageningen, 1280 Dorenweerd: riviereiland en doorn. Het heeft een bekend middeleeuws kasteel uit 1260. Een oude overlevering verhaalt dat Berent van Doornwerth tot heer bestemd na de dood van zijn vader en door zijn twee jongere broers gekerkerd werd onder de toren die aan de zuidwestelijke kant van het kasteel stond en dat toen ze twisten over de verdeling van de goederen de plotselinge instorting van die toren hen beiden doodde en hun broer Berent bevrijdde.

 

Dorkwerd, Groningen, van dork: derrie, drab, met wierde. In de middeleeuwen Dorquare of Folquakerke genoemd; van Folkert en kerk, zou al sinds 1215 onderdeel zijn van het klooster Selwerd.

 

Eekwerd, Appingedam, nu een afgegraven terp, een terp met eikenbomen.

 

Emmeloord, 1132 Emelwerth, Emmelwerd, 1364 Emelwaerde, 1381 Emelswalde, 1388 Emelwaart, 1478 Emelwerth. Germaans amula: scherp, zie Emblem, wurpi of werth; wierde, was een terp op het eiland Schokland. Of van Eem, de waterloop naast Urecht, zo zou het een oude naam zijn, Enedseae, zee van de Eems, die aam Liudger in 742 werd geschonken wat later tot Ens werd. Het was een eiland net zoals Urk en een gedeelte heette Maarnhuysen wat geleidelijk aan verdween door opkomend water.

 

Engeweer, bij Loppersum, 1386 Edyngawerum, 1461 Edingheweer, Edingaweer, wierde van de mensen van Edo.

Zo ook Engwierum, Fries Ingweirrum, bij Dokkum, maar met um: haim of woning.

 

Ferwerd, in Fries of Ferwert, eind 8ste eeuw Fatruwerde, 1289 Federwerth Trajectensis dyocesis en Feterwerde. Terp van een persoon. Of van vrijthof, vrijhof, plaats waar je onder bescherming stond, meestal van een kerk of omheinde hof, middeleeuws vrithof.

 

Feerwerd, bij Stiens aan de Waddenzee, Gronings Fiwwerd, bij Winsum, 820 Federwurt, 945 Fadewurt, in 1150 Fatruwerde: Germaans wurpi: wierde van Feder. Heeft een 15deeeuwse kerktoren.

 

 

Garnwerd, bij Winsum, Gronings Garwerd, 10-11de eeuw ad Granavurdh. Germaans Grana wurpi: wierde van Grano.

De bewoners worden spottend gortvreters genoemd. Het spreekwoord als men iets niet meer weet, ‘ stuur het maar naar Garnwerd’ doelt op het slopen van schepen, dus waar alle oude rommel zijn man vindt. Vroeger lag het op een soort schiereiland tussen het Reitdiep en Aduarderdiep, vandaar. De Sint Ludgerkerk uit de 13de eeuw kerk heeft heel bijzonder een marmeren nachtmaaltafel.

 

Garreweer, Appingedam, 1057 Gerleviswert, 1068 Geroiewere, (Geroievvere) wierde of terp van Gero.

 

Garrelsweer, 1057 Gerleviswert, 14de eeuw Gerleuiswert: wierde van Gerlef. Wordt vermeld in een oorkonde uit 1057 waar de Duitse keizer het recht schenkt om in Gerleviswert een markt te houden aan de aartsbisschop van Hamburg. In de dorpskern lag de 3 ha grote wierde van Nijenhuis. Later werd het dorp verplaatst naar de dijk langs de Damsterdiep waar in de 11de of 12 de eeuw een kerk werd gebouwd die later is afgebroken.

Het kerkvolk was bijeen en de koster las voor wat hem was opgegeven. Toen hij aan het eind was en de predikant er nog niet was begon hij weer van voren af aan. Vandaar het spreekwoord, ‘al weer van voren af aan zoals de koster van Garrelsweer’.

 

Geefsweer, Delfzijl, 1306 Gewesweer: wierde of terp van Gebo of Gewe. 1459 Ghev(u)eweer, 1461 Gheweswere, 1632 Gevesweer.

 

Gesperden, Dodewaard, 855 Getuurd, Getuurdh, 12de eeuw Gespurd. Germaans gait: geit of woonplaats van Godo? Wurpi: wierde.

 

Gottem, Deinze, 814 in Gothemia ogian, idem. Ook Gautahaimia agwjum: wierde van de bewoners van Gauta.

 

 

Hartwerd, Fries Hartwert, Wonseradeel, 1322 Hartwert, 1400 Hertwert: wierde van Harto, vergelijk de Friese familienamen Harting en Hartinga.

 

Haggonwerva, Kantens, nu wel Elswerd, begin 11de eeuw Haggonwerva. Germaans Haggon: van Haggo, hwerba: wierde. Nu wel Walsweer of Elswerd, Kantens, begin 11de eeuw Ellaswurd. Germaans Alhas wurpi: wierde van Aljo, Elli.

 

Hanekenswerve, Aardenburg, 1169 Henekingwerve. Germaans Hanikinga: van de mensen van Hamiko: hwerba: wierde. Verdwenen dorp in Zeeuws Vlaanderen.

 

Hoewel het historisch niet te bewijzen is valt Hauwert heel goed in dit rijtje, het werd wel in 1313 Oudeboxwoude: oude bos (Taxus) van Bok, genoemd ter onderscheiding van het nieuwe Nueweboxwoude dat nu Nibbixwoud heet, in 1494 echter Hauwaert. Maar Hauwert komt niet zomaar uit de lucht vallen en de terp zie je wat bij het oude kerkje maar meer wat nu landgoed Robacher’s watermolen heet waar op paar boerderijtjes op een terp stonden Daar stonden eerder enige boerderijen waarvan de ene volgens de eigenaar middeleeuwse gewelven in de kelder had: dat zal wel het oude Hauwert zijn en het westelijk stuk, waar de oude kerk begint het Oudeboxwoude. Hauw van Hauwert kan gemeenschappelijke grond betekenen of beter hof, wert is wierde. Hauwerter Zak, waar de weg vroeger opeens eindigde, is ontstaan door een overstroming tussen Hauwert en Wervershoof, oorspronkelijk de Neuvel, van heuvel met het gat van de overstroming in de Eendenkooi. Door de Zwaagdijk verloor Hauwert zijn doorgaande functie.

 

Helwerd, Kantens, begin 9de eeuw Helewwyr en Helawerd. Germaans halu: afhellend of hailaga: heilig, heil brengend, wurpi: wierde. Het is nu onbewoond.

 

Hemert, Gronings Haimert, Ten Boer, begin 11de eeuw Hemmuurdh, Hemwerd, haim: zie Hem of home, wurpi: wierde.

 

Hennaarderadeel, Fries Hinnaarderadiel, 1398 Hannawarderadeel, 1402 Hernawerderadelis, van Hernawerd, Fries herna: hoek, en wierde.

 

Hidaard, 1335 Hyddenwerd: wierde van Hidde, zie Hedikhuizen.

 

Hijlaard, Hylaard, Fries Hilaard, bij Leeuwarden, 1329 Elawerth, 1505 Hylaerd: wierde van Ele.

De bewoners worden spottend pruimen genoemd. Op een klok in de toren staat: ‘In het jaer 1300 ben ick gedoopt’. Het werd gewijd om alle boze geesten en onheil uit de omtrek te weren.

 

Holwierde bij Delfzijl, Gronings Holwier, eerder Holtwirth, 1344 Halwirth en Halfwirth, halve wierde of wierde met hout.

Hier behoorde het Oude Klooster ter onderscheiding van het Nieuwe Klooster te Jukwerd. Op die plaats van het oude klooster stond eerder een zeer oude abdij gewijd aan Petrus en Paulus. Het droeg in openbare stukken de naam van Feldwirth en werd door mannelijke en vrouwelijke Benedictijners bewoond. Het werd door de rijke jongeling Hatebrandus gesticht die in 1183 overleden is die in het midden van de kerk begraven is. Later kreeg de abdij de naam van Oldeklooster.

In de nabijheid van Holwierde (Uiteinde) stond vroeger een burcht van Onno Valck Eissengeheem genoemd. Ten zuidoosten was er een bos Nansum genoemd, van Nanno’ s heem.

 

Holwerd, bij Dokkum, Holwert in Fries, met veerdienst naar Ameland, eerder Holevurt, in 1399 Hoelwerde: wierde in laag gelegen of drassig land. De overlevering zegt dat Sint Liudgerus hier in de 8ste eeuw het Christendom plantte en zeer veel indruk maakte omdat hij de blinde zanger Bernlef ziende maakte. Ze worden spottend roekenvreters genoemd. De Sint Willibrordus kerk staat op een aperte wierde die in 1580-1584 na de aanleg van een nieuwe dijk binnen het dorp te liggen wat te zien is op een gedenksteen binnen en buiten de kerk. Is in 1775 tot 1778 gebouwd op de plaats van een andere afgebroken kerk.

 

Hoxwier, mogelijk dezelfde als in 822 vermelde Huocwar, in ieder geval een wierde met de naam van de persoon Huko, of van hox wat hoek betekent in het Fries. Een oude state bij Mantgum die in een hoek van de Middelzee dijk (Boorndiep) gebouwd was.

 

 

Idaarderadeel, Fries Idaarderadiel, 1392 Eadawere, 1438 Edauwerdradele: wierde van Ido, deel: gemeente.

 

Idzard Ter, Fries Teridzert, is ontstaan uit Idswerd: wierde van Idso.

 

 

Joeswerd, Joeswert, Ezinge, 855 Geveswurdhi. Germaans Gibas wurpi: wierde van Gibbo.

 

Jorwerd, Fries Jorwert, bij Leeuwarden, 1329 Ewerwert, 1403 Joerwert: wierde van Ewer. Ze worden spottend dweilstukken genoemd.

 

Jukwerd, Gronings Jukkerd, eerder Jukawerd, Jucawerth, woonplaats van Jukka, vergelijk de familienamen Juckema en Jukkema. Met Krewerd, Gronings Kraiwerd; kraaienwierde, eerder Crewert met de buurten Arwerd, eerder Arnwerd; Arendwierde, zie Arnhem en Nijenklooster.

 

 

Kenwerd, Zuidhorn, 786 Chinicwirde, vanaf de tiende eeuw Kustridingi. Germaans kuninga: koning of van Kuno of van koeien? wurpi: wierde.

 

Kettingwier, Fries Keatlingwier, rond 1500 Katnye Wierd: wier van de mensen van Ketto.

 

Grote Pier uit http://www.dbnl.org/tekst/levi009vade01_01/levi009vade01_01_0086.php

Kimswerd, bij Harlingen, Fries Kimswert, 1400 Kemswert, ontstaan uit (K) Camminga: wierde van Kamme of Camstra.

Geboorteplaats van Pier van Heemstra, bekend als Grote Pier, Greate Pier, Grutte Pier, die zich bondgenoot noemde van hertog Karel van Egmond en alom schrik en verwoesting verspreidde vanwege de keus van zijn wapenfiguren, galg en rad, met zijn leuze: Niemand ontzien, geen mens en geen duivel’.

Hij was bekend vanwege zijn kracht. Het gebeurde eens dat enige soldaten tegen hem uitgezonden hem ploegend vonden zonder hem te kennen en hem vroegen of hij hun zeggen kon waar Grote Pier woonde. Hij tilde daarop de ploeg uit de grond en hield die rechtuit met het word: Daar woont hij en hier staat hij’. En sloeg zo met de ploeg rond dat enkele soldaten dood neervielen en de overige het hazenpad kozen. Er wordt verhaald dat en vijf sneuvelden en dat daaruit de naam Vijfval te verklaren die een stuk land bij Kimswerd draagt.

 

Kommerswerve, Oostburg, 794 Cumbingascura, 941 Combesscura, 964 Cumbescura. Germaans Kumbinga skurjon: schuur van de mensen van Kumbo, later is de schuur vervangen voor wierf, hwerba: wierde.

 

Krangeweer, Gronings Kramweer, Crangeweer, krang is hetzelfde als kring: kring van terpen. Bekend als Bult Krangeweer,

 

Krewerd, Gronings Kraiwerd, 1396 Creawerth: kraaienterp.

 

Kubaard, bij Wommels, van Kubanwerd: wierde van Kubo of Kubbo.

 

 

Laad, van Laard en Zaad, (Saard, Wonseradeel) Wymbritseradeel, half 8ste eeuw Lanfurt, is wel Lutke Laard bij Wolsum, Fries Lytse Leard, rond 1000 Laufurt, lau dan van Lauwers warin de Friese vorm voor lo voorkomt, furt kan een verschrijving zijn van de Duitse schrijver voor terp of wierde, dan: terp in een bos.

 

Lalleweer, bij Delfzijl: wierde van Lalle, die wierde is ooit als voorwerk van het grijze monnikenklooster bij Baamsum gebouwd.

 

Langeweer, Zuidhorn, 1399 Langwerre, 1473 Langweer en 1505 Langhweer; lange wierde.

 

Laskwerd, Appingedam, van oud Fries liask: lis, en wierde.

 

Leakwerd, bij Wommels, wierde van Lake.

 

Leeuwarden, Leeuwaerden, Liutawerde, volkstaal Lieuwert, Liwadden, Liouwerd of Ljouwert, 1038 Liunvero, Liunvert, 1068 Linwar, 1149 Linuward, 1152 Linewert. Komt van Lienward, wurpi: wierde en lee; luw, en lo: hoge en beschutte droge plaats. Hoewel het ook een persoonsnaam kan zijn van Lino of een herbergier Aed Levwert of bij wie een leeuw uithing. Leo-, Lie, Leeu- kan samenhangen met ljoe, ljue, luden of lieden, de vrijgeboren ingezetene die de wetten maakten en de rechters kozen. Leeuwarden is dan de ‘ waarden der ljoe’. Lauwa, ook lyowe is oud Fries voor geloof, zo kon Nye-hove toch ook wel zijn Lyowe-werden; geloven waard. Of ontleend aan ‘ws lyauwe Vrouwe to Nyahorn, dan eerst Lyauwe Vrouwe werd’ is geweest en samentrok tot Lioward.

Maar in het klooster Fulda spreekt men villa Lintarwde, villa: stadje, onwaarschijnlijk. Leeuwarden is ontstaan op terpen bij een inham van de Middelzee met de riviertjes Ee, Vliet en Potmarge, de Middelzee slibde later dicht. Het is ontstaan op terpen waar drie nederzettingen ontstonden, Oldehove, Nijehove en Hoek. Dus de naam kan pas gevormd zijn nadat ze samen gevoegd werden in 21 januari 1435 en een van die namen Leeuwarden gaf.

Ze kreeg in 1190 stadsrechten. De grote bloei kwam toen in 1504 de Saksische hertog het tot hoofdplaats van het gewest verhief. De hoofdbuurt was de Nyehove bij de Camminga state mt de gevelsteen Aed Levwerd 1171. De Hoek lag naast de haven.

Oldehove lag als een schiereiland in de Middelzee, had in de 12de al een kerk die aan Sint Vitus was gewijd en uit akten uit de 14de eeuw komt die kerk voor onder de naam Liiewardensis.

In de grote of Sint Jacobskerk is een grafkelder waarin van 1588 tot 1765 vele doden uit het huis van Oranje zijn bijgezet. De eerste was Anna, vrouw van Lodewijk van Nassau en dochter van prins Willem I, de laatste van Maria Louisa, weduwe van Johan Willem Friso. Prins Willem IV is te Leeuwarden geboren in 1711 enkele weken na de dood van zijn vader te Moerdijk. De Prinsentuin is aangelegd door Willem Frederik van Nassau in 1658 en door Willem I aan de stad geschonken in 1819. Merkwaardig is de zware onvoltooide toren van een kerk die een vergroting was van de zeer oude Sint Vituskerk van Oldehove die vanwege bouwvalligheid werd afgebroken rond 1595, het Amelands huis herinnert aan de Cammingha ‘s, heren van Ameland dat ze stichtten en bewoond hebben en daarom Heerlijkheid heet. Het Burmania huis was vroeger een slot met uitgestrekte hof omringd naar de Gemme van Burmania die als afgevaardigde van Friesland te Brussel in 1555 de eed van Filips niet knielend wilde afleggen zoals de anderen, maar het rechtopstaande zwoer na gezegd te hebben: ‘ de Frizen knibbelje alline for God’, de Friezen knielen alleen voor God. Ze heten spottend galgenlappers omdat er eens toen er dieven gehangen moesten worden ze tegen het aanschaffen van een nieuwe galg opzagen en lieten de oude vermolmde galg wat oplappen met als gevolg dat het ding brak en instortte met de gehangen boeven eraan. In de buurt van de stad vindt men een huis met het opschrift: De drie dukatons, dat naar mooie Aaltje die lichtvaardig was en ruw en goed vloeken kon en vaak de duivel aanriep. Toch was Edo, een boerenzoon, verliefd op haar. Maar hij werd grof en hard door haar afgewezen. Eens op een avond zat ze te spinnen. Er werd geklopt. Ze deed open en zag een rijzige jongeman die vroeg of hij daar even mocht schuilen want het weer was slecht. Aaltje geeft hem een stoel en hij gaat naast haar zitten. En hij vertelt en vlijt en komt tot een liefdesverklaring. Aaltje zegt niet neen. Hij geeft haar een kus en zij hem. Hij geeft haar een grote gouden ring als pand van zijn trouw en vraagt van haar een weder pand. Ze haalt uit een kistje drie dukatons aan een fluwelen band geregen, een geschenk die nog door Edo zijn gezonden die ze maar gehouden heeft. Die geeft ze aan de bezoeker, maar hij ziet een kruis er op en verschiet, op zijn hoofd worden twee horens zichtbaar, zijn voeten vertonen zich als paardenpoten, het is de duivel die de nabijheid van kruisen niet kan dulden en vlucht. Aaltje valt in onmacht en toen ze tot zichzelf kwam werd ze een ander mens. Edo vernieuwde zijn aanzoek en Aaltje zei ja en ze leefden nog lang en gelukkig.

 

Lichtaard, Ferwerderadeel, 945 Lihdanfurt met de gebruikelijke Duitse verschrijving van wierde voor furth, Germaans leuhtan, licht, helder, wurpi: wierde, naar de grondsoort of begroeing?

 

Lookwaarde, Aardenburg, 791 Locuuirde of Locwirde, lok: afgesloten ruimte, haag, of look, een soort ui, wierde of vluchtheuvel.

 

Luddeweer, wierde van Ludde.

 

Lutkewierum, Fries Lytsewierrum, 1505 Luttikewerum: kleine wierde.Fries lutke, lutje, lits, Engels little, Nederlands luttel.

 

 

Marwird, Marwert, Marwerd. bij Wirdum, 1314 Merwethe: wierde aan de Mare; zee. 1543 Marwijrdummaland met een naam die op um eindigt, van hem, home. Daar stond de Camstra state.

 

Meddert, West Dongeradeel, half 8ste eeuw Metwuid of Metuuid, 945 Medunwrth. Germaans miduma: middelste, wurpi: wierde.

 

Medwerd: Holwerd, 1409 ‘Henricus curatus in Medwerd ad decanus Freankers; wierde in made of grasland.

 

Meeuwert, Groningen, van mewawurth: meeuwenterp of van Germaans medwa: weiland of van het water de Meeuwert?

 

Menneweer, Ulrum, rond 1000 Meniwerva, van mani: gemeenschappelijk en wierde, begin 11de eeuw Meniwwerva. Germaans maini: gemeenschappelijke of ‘van Meno” ? hwerba: wierde.

 

Mensingeweer, Gronings Menskeweer, onder Leens ten Zuiden van Eenrum, 1371 Mensingheweere: wierde van Menze of Mensinge. Daar lag het klooster Lulema dat in 1654 genoemd werd en in 1824 voor afbraak verkocht werd.

 

Meskenwier, Meskenweer, Akkrum: wierde van Meske.

 

Ropta state uit; http://www.dbnl.org/tekst/berg229noor02_01/berg229noor02_01_0025.php

Metslawier, Fries Mitselwier, bij Dokkum, 1500 Metslewer: wierde van Matsila. Het kende drie staten als de Ropta state, Unia State en Wibalda state. Op een steen in de kerkmuur staat een opschrift:

‘Anno 1570 op Alderheilige dach jauens (‘s avonds) is het water hier in der kerck hoegh wesd 1 voet en syn fardroncken in dese gritenie 1800 mensken.’

In 1634 is hier geboren Balthasar Bekker die in zijn werk “ De betooverde wereld’ het geloof aan boze geesten, heksen spoken en dergelijke bestreed. Een zwerm van tegenstanders kwam tegen hem op en vereerden hem onder andere met het volgende compliment:

‘Om den duivel te vergeten,

Balthasar! Zoo moet je weten,

Dat ik in plat Hollandsch zeg:

Bekker! Hou je bakkes weg’.

Toch had hij ook bewonderaars, die schreven:

‘Dit is dien schriftdoorleerde Bekker,

Dien Hel en Toverij ontdekker,

Die hoe getrapt, getergt, noch stil

Zich onderwerpt aan ‘s Heeren wil’

Een man, gesont in leer en leven

Hoe meer gedrukt, hoe meer verheven’. Hij stierf te Amsterdam in 1698 en is begraven te Jelsum.

 

Munkewerve, Aardenburg, 1174 Monacawerva. Germaans munaka: monnik, hwerba: wierde.

 

Niawier is de nieuwe wierde.

 

 

Offingawier, Fries Offenwier, bij Sneek, 1328 Offinghewere: hoog gelegen land van Offinga of Offe. Boven de kerkdeur staat een dichterlijk opschrift:

‘ Geen schooner les van meerder kracht,

Dan Micha zes en wel vers acht.’ Hier wordt bedoeld: ‘Wat eist de Heer van u dan recht te doen en weldadigheid lief te hebben en ootmoedig te wandelen met uw God?’ In 1465 werd in deze gemeente op wonderbare wijze een doorbraak hersteld. Door het binnendrijven van een stuk elders losgeslagen land werd het ontstane gat gedicht.

 

Okswerd, Oxwerd, Zuidhorn: wierde van Okso; stier.

 

Oosterwierum, Fries Easterwierrum, bij Sneek, 1329 Werum, 1441 Aesterwerim, oostelijk wier. In de hervormde kerk was vroeger aan een balk een afbeelding te zien van een vos in monnikspij die voor een troep ganzen preekte, een spot van middeleeuwse bouwmeesters die zich dat veroorloofden om de geestelijkheid te bespotten.

 

Opwierde, Gronings Opwerd of Opwier, bij Appingedam, 13de eeuw Upwirthe: hoge liggende wierde, er liggen twee kleine wierden, de hoge en de kleine hoge werf genaamd. In het dorp staat een oude kerk uit de 13de eeuw.

 

Oterdum, Delfzijl, onder het nu verdwenen dorp dat later inwaarts verplaatst werd en oorspronkelijk in de Dollard uitstak, utar: buitenwaarts. Of van Otter of de man Otto en hem of heim,, ligt de buurt de Warven, enige woningen op hoogtes of werven gebouwd.

 

Oudewerf, Cadzand. 1190 binorden Ouden werve. Germaans aldan: oud, hwerba: wierde.

 

 

Poppingawier, Fries Poppenwier, bij Irnsum aan de Sneekervaart, heette in 1401 Popenghewere, 1369 Popingha: wierde van Poppo of Poppinga.

 

Rauwerd, Fries Raerd, tussen Leeuwarden en Sneek, eerder Rawert, 15de eeuw Raerd, van Rado, wierde. Ze heten de Raerder roeken naar de vele roekennesten op de Jongema state. Zo ook Raard, bij Dokkum, 1441 Rawerth, 1505 Rauwerd. Zo ook Rewerd, Fries Rewert, eerder Reward, Rieuwert.

 

Ranswerd, Appingedam, 1460 Ramswert: wierde van Hrammo.

 

Raskwerd, boven Winsum, 981 Retzword, ca. 10000 Reisvurd en Riazword, Kan van Fries riad: riet zijn en wierde?

 

Rijkerswoerd, bij Elst: wierde van Rikhari.

 

Roeksweer, bij Slochteren, 1472 Rokeweer: wierde van Hroko of Rucho.

 

 

Salwerd, Groningen, een wierde met als 1ste naam van Frankisch salha, oud Engels sealh: wilgenboom?

 

Sauwerd, Gronings Saauwerd, bij Winsum, 1000 Sadevurt, 1364 Souwerth, Fries satha: zode, wierde van zoden gemaakt. In 1840 is de middeleeuwse kerk gesloopt.

 

Schettens, Fries Skettens, 855 Sceddanvurthi, 945 Scettefurt, foute schrijfwijze van de Duitse klerk, dus Germaans Skadjan wurpi: wierde van Skaddi. (van werkwoord schaden)

 

Schraard, Fries Skraard, bij Witmarsum, 1379 Schradawert: wierde van Schrade.

 

Selwerd, nu in de stad Groningen, 1181 Selewert. Germaans sali, uit 1 ruimte bestaande woning, wurpi: wierde. Maar in 1290 was het Silawerth, 1338 Sylawert, 1371 Zelewaert, dan van een persoon Sila, Zele.

 

Solwerd, Appingedam: wierde of terp die in een modderachtig poelachtig, sol, gebied ligt.

 

Stellingwerf, Wolvega, 1309; de richters in Stalling, 1310 Stellingwerf, wierde, hier een dingplaats van de stellingen: rechters. Stelling is de naam van de volgerechtigde boer, hieruit werden drie stellingen gekozen die met de rechtspraak waren belast.

 

Stitswerd, Gronings Stivverd, Kantens, half 8ste eeuw Stukisweret, 11de eeuw Stucciasuuro (Stucciaswurd), later Steysward en Stezewert, 1370 Stitswerd. Germaans Stukjas wurpi: wierde van Stukjo of Stukki of wierde van sticht of klooster.

 

 

Teerd, Fries Teard, Anjum, uit Ta werd, wierde van Ta, Tea.

 

Ternaard, Westdongeradeel, half 8ste eeuw in villa Tunuwerde, Tumfurte, Tununfurt, 1150 Dunevurt. Germaans punnu: dun, langgerekt, wurpi: wierde van Tonne, Tonno. Oud Fries Tonnawerd, zie de geslachtsnamen Tonnema, tot Tongia, Tonkama en Tonkens, Tonnenkamp in Harlingerland.

De inwoners heten varkensvilders.

 

Tjaar, Wirdum is ontstaan uit Tja-werd: wierde van Tja, zie Tijum, bven Groningen, Gronings Taimen.

 

Tjamsweer, bij Appingedam, heette in 1208 Thiamerswerve: wierde van Thiadmar. In en rond het dorp liggen een vijf wierden, in de 15deeeuw met de komst van het Damsterdiep verplaatste zich de bebouwing zich daar.

 

Tjerkwerd, Wonseradeel: wierde van Tjerk.

 

Toornwerd, Middelstum, begin 11de eeuw Thornuurd, (uu=w) later Thornwerth of Dornewert. Germaans purnu: doorn, wurpi: wierde.

 

Tuikwerd, Gronings Toekerd, Appingedam, eerder Tukawerth, wierde van een persoon Tokke, Tuike of Take. De man Tukawerth die al vermeld wordt in 1284. Later ook Tukewert, Tuquart of Tuchwert.

 

 

Uitwierde of Uitwierda,Gronings Oetwier, de uitgelegen of buitenwaarts gelegen wierde, waartoe vroeger ook Delfzijl behoorde en Oudendijk, Oudenie en Trinaat. Het heeft veel verloren door afspoeling en doorbraak van de Eems. Het meest heeft het geleden door het beleg van de Fransen in 1813.

 

Ulrum, Gronings Ollerom, bij Winsum, ca. 1000 Wluiringhem, 11de eeuw Uluringhem, Germaans Wulfaharinga haim: woning van de mensen van Wulfahari (wulfa: wolf, harja: leger) of Ulrin. Het ligt op 2 wierden, op de ene ligt de kerk van Ulrum en op de andere de Asingaborg.

 

Usquert, Gronings Oskerd, Uskwerd, bij Warffum in Groningen, 9de eeuw Wyscwyrd, Wyscuuryd. (uu=w), 945 Vixwrt, 1370 Usquerthe (als hiermee de plaats bedoeld is), wurpi; wierde of kunstmatige heuvel in zee en rivierkleigebied van Wikko. Wordt in de levensbeschrijving van Liudger genoemd, de kerk stamt uit de 13de eeuw.

 

Wadwerd, Warffum, rond 1000 Watvurd: ligt bij een oude zeedijk, dus wierde bij een oude dijkdoorbraak.

 

Wammert, Bij Easterlittens, kan van Wamme wert: wierde van Wamme.

 

Wanswerd, Fries Wanswert, eerder Wandelswerth: wierde van Wandilo.

 

Warder, boven Edam, ca. 1200 Werthere, Warthere, 1277 Warder, 1514 Waerder, het is hetzelfde woord als wierde.

 

Warffum, Gronings Waarvum, bij Liudger, 744-809, Werfhem, 945 Werfheim, 1150, Warfhuizen, Germans hwerba: wierde, haima: woning, wierde waar het gerecht gehouden werd. De Leenster wierden worden daar ook warven genoemd.

 

Weinterp, Wijnjewoude, 1315 Weningewalde, woud van Wine, met verandering van de laatste naam.

 

Weiwerd, Gronings Waaiwerd, ca. 1000 Wahcvurt, naar het Duitse schrijven wierde, verbonden met oud Fries weg, wei: golf, lag aan zee.

 

Werf, Oudenburg. 1087 Werf. Germaans hwerba: wierde, kunstmatige heuvel.

 

Werve, te Aardenburg, 1204 de Wervo. Germaans hwerba: wierde, kunstmatige heuvel.

 

Wervershoof, eerder Warfartshove, 1344 Walvairshoeve, 1499 Werfertsoeff, in oude kroniek van Medemblik wordt gesproken van Werenfrits Hoeve, nu Werferts Hoof; hoeve op een werf of wierde. Meestal wordt het genoemd naar de H. Werenfrid die als volgeling van H. Willibrord daar gepreekt zou hebben. De wierde en de hoeve zijn nog duidelijk zichtbaar in de Neuvel, het oude centrum van Wervershoof.

Deze plaats werd op een landkaart van 1288 Werfaertshof als een banne (rechtsgebied) genoemd.

De Neuvel was de verbindingsweg met Hauwert. Door een overstroming verdween de weg en bleef Hauwerter Zak over. Dat wiel is nog te zien is in de wiel van de Eendenkooi. Dat was wel in 1169 toen hele streken weggevaagd werden en de Zuiderzee voor een groot deel gevormd werd.

Daarna is Zwaagdijk gebouwd langs de Neuvel die met Hauwert zijn doorgaande functie verloor en minder bekend werd. In 1288 wordt Zwaagdijk al vermeld. Vlakbij de eendenkooi liggen nog wat heuveltjes, terpjes, plaatsen waar in natte tijden het vee gebracht werd. Prof Waterbolk heeft hier opgravingen gedaan omdat hij meende dat het oude grafheuvels waren. Maar je begraaft de doden niet in natte plekken, maar in droge zoals Hoogwoud en Westwoud. Hij vond dus niets.

 

Werum of Wierum, bij Ten Boer, 1289 Werum: nederzetting op wierde, in 1445 Wyttewerum, nu Wittewierum. dat witte komt van de kleding van de Premonstratenzers die sinds 1213 hier de abdij Hortus Floridus of Bloemhof hadden die gesticht werd door Eemo van Huizinge. Is afgebroken tijdens het bewind van hertog Alva. Met de stenen zijn grote delen van het Prinsenhof in Groningen gebouwd. Op de fundamenten van het klooster werd in 1863 het kerkje van het dorp gebouwd.

In de buurt van die abdij begon de slag die in Heiligerlee eindigde.

 

Westervoort, rechts onder Arnhem, zou al tijdens Willibrord voorkomen, 1025 Westervurd, 1206 Westerwrth. Germaans westara: westelijk, wurpi: wierde, voort is een latere verandering.

 

Westerwijtwerd, Middelstum, Gronings Wietwerd. Begin 11de eeuw Widwurdh, Witwurdh. Germaans wipwo: wilg, wurpi: wierde. Het is wel dezelfde als Wijtwerd, ca. 1000 Widuvurd, van widu: bos en wierde.

 

Wier, 1399 Were: wierde.

 

Wierhuizen, Jukwerd, Gronings Waaierhoezen of ’t ol Waaier, van wierde en huizen.

 

Wierum, in Dongeradeel, staat de kerk uit 1200 op een wierde die vroeger midden in het dorp stond maar vanwege de zee nu aan de kant van het dorp staat, bij de dijk, um; hem of heim

Kleine Wierum ligt bij Appingedam: woonplaats op wier.

 

Wieuwerd bij Sneek, Fries Wiuwert, 1370 Wywerth: wierde van Wige of Wieuw.

Heeft een grafkelder waarin de lijken niet vergaan maar leerachtig worden. Een van die lijken wordt voor die van Anna Maria van Schurman gehouden, die wonderbaar begaafde vrouw die met andere volgelingen de vermaarde prediker Jean de Labadic na zijn dood in 1672 zich daar vestigde en in 1678 overleden is. Hoewel ook beweerd wordt dat ze niet in de kerk maar erbuiten begraven is.

 

Wirdum, Loppersem, 11de eeuw Wirthun: nederzetting op een wierde.

 

Dekemata state uit; http://www.stinseninfriesland.nl/DekemaState.htm

Wirdum, bij Leeuwarden, Fries Wurdum, begin 11de eeuw Wrthun, 1412 Wirdoem: nederzetting op wier, Germaans wurpim: wierde.

De hervormde kerk had tot 1680 twee torens en men zegt dat toen de gemeente in geldnood verkeerde besloten werd om een van die twee torens voor afbraak te verkopen. Ze heten dan ook torenvreters. Tussen Wirdum en Leeuwarden is op de Barra state in 1507 geboren Viglius van Aytta van Zwichem, later staatsman, rechtsgeleerde en geschiedschrijver en lid van Filips’ s raad van state. Hij stierf in 1577 en werd begraven in de Sint Janskerk te Gent. Onder Wirdum is nog een groot en door grachten omgeven kasteel, Dekama state.

 

Wittewierum, Ten Boer, naar de witte kleding van de Premonstransen die in dit dorp het klooster Bloemhof bezaten, wierum van Fries wier: wierde. Eerder Werum of Wierum waarvan meer plaatsen zijn werd het in de 15de eeuw veranderd.

 

Woerd, Buren, 850 Wrde. Germaans wurpi: wierde, kunstmatige heuvel in zee of rivierkleigebied.

 

 

Stadhuis te Woerden uit Jacobus Craandijk, 1875.

Woerden, bij Kamerik, 795 Wyrda, 9de eeuw Wurdin, 1131 Worthen. Germaans wurpim: wierde, hoogte, vergelijk Wirdum.

Het kwam in de 13de eeuw aan Holland na eerst tot Utrecht te hebben behoord. In 1672 had het veel van de Fransen te lijden en ook in 1813 werd het tot hun een toneel van plundering en moord gemaakt.

Het is de geboorteplaats van Jan de Bakker of Johannes Pistorius in 1499 die de 15de september in 1525 als eerste martelaar der Hervorming te ’s Gravenhage hier te lande de vuurdood onderging.

Het kasteel van Woerden dat door Godfried van Renen gesticht is in 1160 en meermalen verbouwd is na als vrouwengevangenis gediend te hebben en een militair kledingmagazijn geworden.

 

Bij de nieuwe namen Wieringen en Wieringermeer is dat duidelijk.

 

 

Terpen.

Terpen zijn dus groter dan wieren, vaak een natuurlijke zandrug. Bijna alle terpen werden bewoond, de kleinere droegen een enkel huis of state: op de grotere ontwikkelden zich gehuchten en dorpen. Vandaar dat ook veel plaatsnamen in Friesland met „terp, therp, thorp en torp’ voorkomen.

 

Greonterp, Zuidwest Friesland, eerder Grianterp, gren: kiezel of zand en terp, 1482 Grovendorp: gegraven dorp.

 

Jonkersterp: terp van een jonker, onder Makkum, waar ook de Sint Maartensterp ligt.

 

Jousterp, bevat de Friese naam Jouwe, terp.

 

De Terp of Torp onder Kollum die deels afgegraven is.

 

Slappeterp, bij Mendaldum, 13de eeuw Slepelterp, 1469 Slepperdorp: slappe grond of glibberig.

 

Olterterp uit Jacobus Craandijk, 1875.bij Beetsterzwaag, 1315 Utrathorp

Ureterp, Fries Oerterp, bij Beetsterzwaag, 1313 Utrathorp: ur: over: een hoger gelegen terp, dat ten opzichte van het watertje de Boorn waar dan Olterterp wat lager ligt. Het is een langgerekt dorp op een zandrug.

Olterterp, 1315 Utrathorp: het meer buitenwaarts gelegen dorp in tegenstelling tot Urathorp dat meer hoger ligt.

 

Wijnjeterp eerder Weningawalde: terp van Wine, Wynje, Fries Weinterp, in gemeente Wijnjewoude, ligt op een zandrug.

De burgers hebben de spotnaam aangebreide kousen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Heim, hiem, hem of heem, home, woonplaats, vaak tot hem verkort en als er een c of k in voorkomt en ook wel n en in cum of kom veranderd of in um eindigen. (Vergelijk inheems) Dit zijn alle wat oudere plaatsen die net zoals de plaatsen die op loo eindigen stammen van voor het jaar 1000. In het Engels zie je het als Ham (Birmingham) en in Duits als Haim, Frans hameau. In Belgische plaatsen ook als cem, chem of gem, zie Waregem, eerder waringa: woonplaats van Waro.

 

Aaigem, bij Gent, in 942 Hatingem, Atingehem in 995 tot Hadinghehem, Hadengim en Hadenghem in 1163. Germaans Hapinga haim, woning van de mensen van Hapu of Hatho. (Hapu: strijd)

 

Aaigem, bij Aalst, 1019 Aingem: woning van de mensen van Ado of Ago.

 

Achlum, Harlingen, 1319 Echtlum, 1418 Achtelum: van de mensen van Achtilo, verkleinvorm van Acht, Aegt.

 

Adegem, bij Maldegem, 1220 Hedeghem, 13de eeuw Adenghem, van Hathingaheem: woning van de mensen van Hatho. (hathu: strijd)

 

Adrichem, Beverwijck of Velsen, van Adelrikesheem: woning van Adelrik.

 

Aegum, Fries Eagum, Leeuwarden: heem of woonplaats van Ago.

 

Affligem, Hekelgem, Vlaams Brabant, naam is soms gelijk met Affligem omdat ze onder het patronaat van de abdij aldaar stonden. 1096 Hafnegen, 1100 Haffligeniensis, Affliginiensis, 1125 Haffligensis, verder Affligem, Affligensis, Affligem, Haffligem, Afflinghem etc. De meeste namen komen uit Romaanse schrijvers. Ten noorden van de taalgrens is Haffligienensis of zonder h gebruikelijk. Germaans Abulinga haim: woning van de mensen van Abulo of Affo, gelijk Avelgem.

 

Akkrum, bij Heerenveen, 1315 Ackrom, 1447 Ackerem: woonplaats van Ake, Latijn Acronius, Akker, Acker, Akkeringa.

Heeft in de kerk vier beschilderde ramen. Tussen de aanzienlijke heren in, rond 1759, bevond zich ook een zeer eenvoudig boertje wiens bijdrage van f 1000 zo’ n verbazing wekte zodat besloten werd zijn daad in een glazen raam te vereeuwigen. Dat zie je in het glas dat een voorstelling geeft van een uit een rots ontspringende beek waaruit een kalf staat te drinken. Het boertje heette dan ook Kalfsbeek. Op 18 juli werd de eerste steen gelegd voor een oude mannen stichting waaraan de naam Coopersburg is gegeven naar de milde gever die te Akkrum geboren is maar in Chicago woont waar hij Cooper heet maar eigenlijk Folkert Kuipers is.

 

Aldgrepeshem. (Stavoren) Germaans Aldagraipas haim: woning van Aldagraip, Aldagrep. Plaats is vermeld in 845.

 

Almenum, bij en zie Harlingen, 1450 Almenum: woonplaats van Alman. Het is een dorp die al bloeide ten tijde van Karel de Grote maar is nu een deel van Harlingen. Rond 1157 stichtte Eilwardus Ludinga het klooster Ludingakerke in Almenum. De monniken groeven grachten om de handelsvaart beter mogelijk te maken. Ludingakerk werd hierdoor een van de rijkste kloosters in Friesland en kreeg zelfs stadsrechten in 1234. Almenum, daar werd naar de sage de vaan bewaard van Magnus en de zeven vrijheidskeuren van keizer Karel, ‘dat alle Fresen friheeren were, di berna ende di oenberna, alsoe langhe als dae di wynd fan dae olkenen wayde ende dio wrald stoede.’ Die brief kon men lezen; ‘ van Almenum, in sincte Michiels doeme, daer toe dae tijt mey holte ende mey reile ramed was, deer ne was in Freeslande ielkers naet manich’. Naar de doeme zou het afgeleid zijn van Al(g) menum. Men plaatste veel kloosters bij vroegere heidense plaatsen, het ‘mene hiem ‘dus van al (g), oud Hoogduits, oud Saksisch al; templum; tempel.

 

Alphen, Alfen of Alpheim bij Baarle-Nassau, 709 Alfheim, 726 Alpheim, 1175 Alfeim, 1186 Alphem, eind 14de eeuw ecclesia de Alfeim, 1233 Alphem. Germaans albu: elf, haima: woning het huis der elven in de sprookjes. Beter van alf van een riviernaam omdat hier een water ontspring die in de Leij uitmondt, zie Alphen aan de Rijn. Of van alben; licht gekleurde klei.

 

Alveringem, bij Veurne, 661 villa Adalfrida, 703 Adalfridingehem, 1066 Alfrenchehem: woning van de mensen van Adalfrid.

 

Amelgem, Vlaams Brabant, 868 Amolringeheim, 1155 Amelrenghem: heem of woning van Amalhar.

 

Ampsen, Lochum, 1358 Ampsen: heem naam: van de mensen van Ammer, verkorte naam van Adamar.

 

Angeren, bij Arnhem, begin 9de eeuw, 814 of 815 Angrina, 1046 ecclesia in Angeren, 1127 Angerhem: heem of woning in weideland, zie Angelslo.

 

Anjum, Dongeradeel, 945 Anigheim, rond 1230 ‘in parrochia quadam trans Bordenam, que vulgari lingua Anengum nuncupatut’, 1399 Anyghim. Germaans Aninga haim, woning van de mensen van Ania, Aninga, Ane.

 

Ankum, Dalfsen, 1381 Anken, 1390 Ancken: heem of woning van Anko.

 

Anzegem, W. Vlaanderen, 960 Ansoldingehem: woning van de mensen van Answald.

 

Archem, bij Ommen, 947 Arachem, 1303 Arkem, 1353 Ergen, 1395 Archem, 1494 Erghem. Germaans arga: slecht, haima: woning, beter plaats van Arcum.

 

Uit van Lennep en de eerste uit D. H. Fikkert, 1847.

Arnhem, Gelderland, 893 ecclia in Arneheym, Arneym, 1059 Arnen, 1129 Arnle, 1200 Arhem, 1222 Arnheim, Aarnhem, Ernem, Harnehem, het wordt van sommigen gehouden voor het Arenacum: huis van arenden, van Tacitus en de geboorteplaats van Claudius Civilis. Vandaar volgens andere zoveel als Arentsheim, een wijk van een arend of Aarnout. Arneym, 1480 Arnhem: woonplaats van Arno. Je zou denken naar de ligging van en naar de twee aa ‘s van A: water en heim, woonplaats. Het is aan het begin van Drusus gracht die dat heeft gegraven naar de IJssel om die beter bevaarbaar te maken.

Men vindt het allereerst vermeldt in open brieven van de keizers Otto III, 916, Lotharius II en Frederik II. Maar Arneym wordt al genoemd in 893 in een goederenregister van de abdij Prum. Ketelstraat, daar woonde in 1331 Jacob Ketelhoek, 1330 Ketelhoc.

In 847 geplunderd door de Noormannen. In 1233 wordt het gerekend tot de ommuurde steden. Het was de zetel van de hertogen van Gelderland.

Het Raadhuis is eens de woning van Maarten van Rossem geweest. Het wordt ook duivelshuis genoemd naar de drie saterbeelden aan de ingang. In de grote of Sint Eusebius kerk die hertog Arnoud in 1450 de eerste steen heeft gelegd is Karel van Egmond begraven als laatste van de Gelderse graven. Zijn eigen beeld en vier leeuwen en 12 apostelen versieren zijn tombe. De klok is een werkstuk van Hemony de beroemde Lotharinger van wie Vondel zong:

Ick verhef mijn toon in ’t zingen

Aan de Amstel en het Y

Op de geest van Hemony.

D’ eeuwige eer van Loteringen

Die ’t gehoor verleckren kon

Op zijn klockspijs en zijn nooten

Ons zoo kunstrijk toegegoten.’

Er behoren vele landhoeven en rusthoeven toe als De Lichtenbeek, Warnsborn, Mariendaal op de gronden van de voormalige abdij Marienborn. Klarenbeek met de Stenen Tafel. Aan de weg naar Velp ligt Bronbeek dat door koning Willem III is aangekocht in 1854 en tot paleis liet inrichten. In 1859 gaf de koning Bronbeek de staat ten geschenke om te gebruiken voor invalide Indische militairen.

Als iemand vraagt wat Arnhem voor zoets voortbrengt krijgt hij als antwoord: jongens en meisjes.

Orbis terrarum uit 1578: ‘Ettelijke zeggen dat in de tijd van keizer Karel de Kale om het gebied waar de stad Geldria (Rhenen) een onbehoorlijk giftig dier en dergelijke die nog nooit gezien is geweest onder een eik verborgen gelegen en wonderlijk groot en ongelooflijk grimmig is geweest, deze bestia heeft alle landen verwoest en het vee en andere kleine dieren opgevreten en ook de mensen niet verschoond. De buren hebben vanwege deze gruwzame ongehoorde ding hun grenzen en land verlaten en zich in de einden verstopt. Een heer echter van Ponthis (streek rond Arnhem) had twee zonen en die daarmee ze hun eigen nut bevorderen en ook de buren in hun ellende hulp en redding deden hebben gedacht dier met bijzondere list en koenheid aangepakt en na lange moeite en gevecht gewurgd. Deze heer heeft tot eeuwige gedachtenis van zo’ n daad niet ver van de Maas aan de over van het water Niers, bij Gennep, een slot gebouwd en Gelre genoemd, daarom dat die gewurgde bestia met veel gruwzaam brullen Gelre, Gelre geschreeuwd had. En daarvan zouden die van Gelder hun naam hebben. De oorsprong en herkomst van deze naam laten veel zich bevallen hoewel ettelijke zeggen dat die Gelderen naar de Geldusa of Gerlaco, item een andere voogd of hoofdman genoemd zou zijn’.

 

Arum, bij Bolsward, 1400 Aeldrum, 1466 Arum: woonplaats van Alder. De inwoners worden mulkruipers genoemd, mul of molde, Fries moude: stof van kleiwegen en akkergronden.

In de tijd van de Schieringers en de Vetkopers kozen ook de geestelijken partij over en weer en zo is op 4 juli 1380 bij Arum het zeldzame geval voorgekomen van een monnikenslag, een slag tussen de monniken van Oldeklooster of Bloemkamp, onder Bolsward, en die van Ludingakerk onder Harlingen, er vielen vele doden, meer dan 130 man.

 

Assegem, Avelgem, 1038 Ascoldingehem: heem of woning van de mensen van Askiwald.

 

Assink, bij Borkelo, 1188 Assinc: woonplaats van de mensen van Asso.

 

Assum, Uitgeest, heem naam met de naam Asso, zie Assen en Assink.

 

Avelgem, West Vlaanderen, 966 Avelingehem: woonplaats van de mensen van Avilo.

 

 

Baaigem, Oost Vlaanderen, 1019 Badengem, 1034 Badingehem. Germaans Badinga haim: woning van de mensen van Badu. (badwo: strijd)

 

Baamsum, Delfzijl, heem naam: mogelijk woning van de mensen van Badumar.

 

Bajum, Baaium, Baijum of Bayum, bij Leeuwarden, 1275 Baym, in 1329 Baym: woonplaats van Baie (Baukje).

Vanwege de zeer grote oude doopvont zegt men in die streek spotwijze: ‘zo groot als de Bajumer doopvont’. De burgers worden erwtenpotten genoemd. Bajum in Winsum met Spannum, drie parochies van de abdij.

 

Baardegem, Oost Vlaanderen, 1189 Bardengien, Germaans Bardinga haim: woning van de mensen van Bardo.

 

Babelom, Hoegaerden, 13de eeuw Bebbenem: heem of woning van Babbo of Babo.

 

Baexem. Limburgs Boaksum: heem of woning van de mensen van Bako of Bago (bagan: vechten) zie Baakhoven.

 

Bakergem, Iddergem, 1142 Bacrahem, woning van de mensen van Bagahard, zie Bakkeveen en Bakkum.

 

Bakkum, bij Castricum, 9de eeuw Batchem, 1083 Bacchem, 1420 Bachem. Germaans baka, rug, welving, heuvelrug? Haima: woning: of woonplaats van Bakko. Vergelijk Backum, Bachem, Niederbachem en Oberbachum.

 

Balegem, 1181 Badelengien, 1210 Badelghem: woning van de mensen van Badulo.

 

Balinge, Drenthe, 1381 en 1383 Borck, Balinghe, zie Westerbork, woning van de mensen van Balle.

 

Ballum, Ameland, is uit Ballaheem ontstaan, een vleinaam van Baldo.

 

Bansum, Bantsum, Holwierde, woning van de mensen van Banse die ook in de familienaam Bansema voorkomt.

 

Bantega, Fries Bantegea, waar ga in Friesland een dorp of buurtschap betekent, van Bandt. Genoemd naar Bandt, een plaats die eerder was weggespoeld uit de Zuiderzee.

 

Barchem, Lochum, 1474 Borchem, 1741 Berghem: heem of woning bij een berg of heuvel.

 

Barradeel, Fries Barradiel, bij Sexbierum, 1359 Birumadeel: van de familie van Bero, zie Baarsdorp.

 

Barrum, Franekeradeel, eerder Berrum, Barzum en Barsum, 1528 Berswert, 1543 Beersu(v)ert, ontstaan uit Barraheem: de woning van de mensen van Barra, Barso, zie Barsingerhorn. Of van oud Fries ber; slijk.

 

Bavegem, Oost Vlaanderen, 976 Bavingehem, 1108 Bavengem. Germaans Babinga haim: woning van de mensen van Babo. Bavencurt, 1199, is Romeins Bavon curtis: boerderij van Babo.

Bekend van de dikke linde waarvan vele sage’ s, spooklinde.

 

Beckum, Hengelo, van baki haim: woonplaats aan een beek.

 

Beerlegem, Oost Vlaanderen, 1177 Berlengien, 1181 Bellengien, 1196 Berleghem. Germaans Barilinga haim: woning van de mensen van Barilo.

 

Beernem, West Vlaanderen, 847 Berneham, 1203 Bernhem. Germaans birnu: beer, op beer gelijkende modder, hamma: landtong die uitspringt in moerassig terrein.

 

Beertegem, bij Ouwegem, 1158 Bertinghehem. Germaans Berthinga haim: woning van de mensen van Bertho (bertha: schitterend)

 

Martenastate uit; http://www.kastelenbeeldbank.nl/Friesland/Martenastate-Beetgum/index.htm

Beetgum, bij Leeuwarden, Fries Bitgum, 1399 Betinghim, 1439 Beethgem: woonplaats van Beto, Bade.

Hier stond tot 1897 de Martenastate die ook wel Ter Horne State heet. Hier heten de bewoners schier-roeken, dat zijn bonte kraaien, schier: grauw of grijs ter onderscheiding van de echte roeken die zwart zijn. Zie Schiermonnikoog: schiere of grijze monniken. Bij het afgraven van een terp onder Beetgum is een steen gevonden waarvan het opschrift de schatplichtigheid der Friezen aan de Romeinen bewijst die naar het museum te Leeuwarden is gebracht.

 

Beigem, Vlaams Brabant, 1155 Beingem, 1170 Beinghem, 1211 Beighem. Germaans Baginga haim: woning van de mensen van Bago.

 

Beijum, Beium, bij Groningen of in, van Beijhahem: woning van de mensen van Beije, een Friese vorm van Bogo of Bagjo.

 

Beintum, Ferwerderadiel, 9de eeuw Bintheim, 16de eeuw Benthum: 1ste deel van Fries bent: bent, een grassoort die de koeien niet eten, en woning, zie ook Bentelo, Bentem en Bentveld. In de 10de eeuw is het blijkbaar gesplitst want er is sprake van een Westerbintheim en Osterbinetheim of Oosterbeintum. Westerbeintum heet vanaf de 15de eeuw Hogebeintum, hoge naar de wierde, 8,80m hoog en in het Fries Hegebeintum.

 

Beinum, Doesburg, 960 villa Beinhem, 1200 Beinheim, 1273 Beynen, woning van Bajo, Bagjo. Germaans Bandarides haim: woning van de Bandarid.

 

Bekegem, West Vlaanderen, 1107 Bichengem, van Bikkingaheim: woning van de mensen van Bikko, zie Bekkum.

 

Bekkum, Overijssel, 1312, 22 februari, in parochia Delde et in Burscapio Beckem, 1457 Beckem, 1383 van Beckum als gesalchtsnaam, uit Bekka haim: woning van Bekka.

 

Beswerd, Gronings Besperd, bij Winsum, 855 Buxingi: afstammelingen van Bokke of Bokko, zie de familienaam Bokkema. In 1552 Bexsem en bevat dus heem of woning.

 

Bellegem, West Vlaanderen, 1111 Bellengim, 1195 Bellenghen: woning van Bello.

 

Bellingen, bij Pepingen, 1184 Bellengen. Germaans Bellinga haim: woning van de mensen van Bello.

 

Beltrum, Eibergen, 1134 Beltram, woning van Baldhari.

 

Bennekom, bij Wageningen, 1188 Berenchem, 1334 Berinchem, 1346 Bernichem, Germaans Berninga haim, plaats van de mensen van Berno. (Bernu: beer)

Daaronder behoort het adellijke huis Hoekelom., 814, 815 Hukilheim, rond 1300 Hokelem. In februari 1624 was de boswachter, Johan Gerritsz, die vanwege zijn hoornblazen de trompetter van Bennekom genoemd werd, eenzaam op weg. In die tijd liepen de Spanjaarden Veluwe af en hij zou dat bekijken. Toen hij in de buurt van Ede was waar zijn verloofde Truydgen Gosens dochter woonde die hij nu niet kon bezoeken kreeg hij de bedenkelijke inval om haar door een deuntje van zijn hoorn een teken van zijn nabijheid te geven en blies het Wilhelmus. De Spanjaarden in het kasteel Kernheim, 814 Carradesheim, gelegerd hoorden die zo goed bekende tonen over de heide weergalmen en meenden dat de troepen van de prins in aantocht waren en namen overhaast de vlucht. Het begin van de ontruiming der Spanjaarden van de Veluwe.

 

Bentheim, midden 12de eeuw Beniedheim, 1187 Benedhem, 1195 Binethem. Germaans binuta: een grassoort, bent, haima: woning.

 

Berbelgem, Mechelen, 1328 Barblengehem: uit Barbalinga haim: woning van de mensen van Barbo.

 

Berchem, Sint Agatha, 1119 Berchem, Latijn Bernis, 1132 Berchehem, 1133 Berchem. Germaans berga: berg, of birmu; modder, haima: woning. Zo ook in Duitsland, 10de eeuw Berghem. Ook Bergum.

 

Bergentheim, Hardenberg, 1432 Bergentheim, 1456 Berchten: woning van de mensen als Bergwart.

 

Berlicum, Brabants Balkum,1237 Berlekem, 1240 Berlanchem en Berlinchem, an Berlinga haim: woning van de mensen van Berilo, Berle, Barro, Barre of Berre. Of van berl; drassig gebied. Zo ook Berlingen, Belgisch Limburg, 1097 Berlenges, mensen van Berilo of Berenlin.

Berlingen, Begelen, 1078 Berlenges. Germaans Berilingum: bij de mensen van Berilo.

 

Berlikum, bij Franeker, Fries Beritsum, afgekort Belkum, ook Belsum, 1355 Berlichem, 1399 Barlichem: woonplaats van Berilo; kleine beer, van de familienaam Berlinga.

Een zeer lang dorp zodat men in Friesland zegt: ‘ sa lang as Belkum, zo lang als Berlicum’ . De mensen worden spottend hondenvreters genoemd. Die naam zou al zeven eeuwen oud zijn en doelt op de ellende en hongersnood van 1182 die tegelijk kwam met een grote brand en inval der Noormannen. In 1496 verdedigde Bauck Poppema, bij afwezigheid van haar man Doeke Hemmema, haar stins tegen de Vetkopers zo dat het spreekwoord ontstond : ‘as de Hollanders fen Kenau blaze, dan roppe de Friezen fen Bauck. Als de Hollanders zich op Kenau beroemen dan verheffen zich de Friezen op Bauck’.

 

Bersegem, (heide) bij Antwerpen, 1417 Bersegghe, beer: modder, en zegge. Of van Bersinge: heem of woning van Berso.

 

Bertem, Vlaamse Brabant, 1112 Berthem, 1115 Berthehem: heem of woning van Berhto. Of van beritjahima: woning aan een moeras, aan de Voer.

 

Betekom, 1243 Betenghem, uit Bettinga haim: woning van de mensen van Betto.

 

Bettegem, (Zellik) 830 Bettingaheim, 988 Betlingem, 1019 Bettingen. Germaans Berhtilinga: woning van de mensen van Berthilo of Betto.

 

Beugem, Moorsel, 1086 Bodenghem, 14de eeuw Bodegem, van Bodinga haim: woning van de mensen van Bodo.

Beugen bij Boxmeer, 1294 Boghene, later Beughem, Bougheim; woning in de bocht, de Maas.

 

Beuningen, Denekamp, 1100 in Boninge, 1148 Boninghen, Boninchen, chen in plaats van heim: afstammelingen van Bono. Waarschijnlijk het Baniningi dat rond 900 voorkomt, de oudere vormen in 1100 Boninge, 1200 Boningem, 1203 Boninghem wijzen er op dat het ook een heem naam was.

 

Beusichem, bij Kuilenburg of Culemburg, 866, 960 Buosinhem, een oorkonde tussen 918 en 948 vermeldt Buosinhem qui propior ville Riswic, 1131 ecclesia et curtis in Bosenchem, 1176 Bosinkem, 1200 Busenhem. Hermaans Bosinga haim: woning van de mensen van Boso: woonplaats van Boso; vijand.

Het was bekend om zijn paardenmarkt dat al vermeld wordt in 1461. Van het slot dat er gestaan heeft in de 13de eeuw is niets meer over, mogelijk dat de naam Steenakker aan een stuk grond gegeven vermoeden dat het daar gestaan heeft. Bij dit dorp, bij de overtocht over de Lek, verloren Jan van Renesse, Arend van Benschop en enige samenzweerders tegen Floris V het leven door het omslaan de boot.

Dideryk, Gebrands zoon, heeft de kerk getimmerd en daarnaast een kasteel in 954, datzelfde jaar is hij gestorven en is met zijn vrouw in die kerk begraven.

 

Bevegem, Zottegem. 1177 Bevengem. Germaans Bibinga haim: woning van de mensen van Bibo.

 

Bevekom, Waals Brabant, Frans Beauvechain, 1168 Bevinkhem: woning van de mensen van Bavo, Bab(v)inga.

 

Bevingen, Sint Truiden, 1230 Bavenghem: woning van de mensen van Bavo.

 

Bierum, Gronings Baaierm, eerder berum, ber: huis, een woonplaats, of burum: bij de huizen, of woonplaats van Herbertus, latere bisschop van Utrecht. Dicht bij de kerk stond een oud slot Luinga geheten.

Burum, Kollumerland, Fries Boerum, van bur: woning, buurtschap.

 

Blaarthem, Eindhoven, 1173 Blartehim, naar een schenkingsakte, 1339 Blartem, 1489 Sint Lambrechts Blaerthem: van de persoon Bladahari, donk, Midden Hoogduits dunk; zandige opduiking.

 

Blaricum, bij Naarden, 1307 Barinchem, 1342 Blarichem. Germaans Bladaharinga haim: woonstede van Bladahari.

Daarbij stond het koepelvormige gebouw dat meestal de Rotonde heet met mooi uitzicht over het Gooi. Werd opgericht in 1836.

Zie Blaregnies in Henegouwen. Blaardonk, Antwerpen. Zie Blaringem.

 

Blessum, Leeuwarden, 1505 Blessum, van Blessingum: woning van de mensen van Blesso.

 

Bredhem, Breed, vroeger op Texel, eind 8ste eeuw. Germaans braida: breed, haima: woning.

 

Britsum, bij Leeuwarden, 945 Bruggiheim. Germaans brugjo: brug, haima: woonplaats.

Daar heeft lang geleden een sterk kasteel gestaan dat Britsenburg heette. De mensen daar worden spottend kalfskoppen genoemd.

 

Bergum, Fries Burgum, bij Leeuwarden, 1297 Berghem: nederzetting op hoogte.

De mensen worden spottend koestaarten genoemd. Op het voormalige state Het Hooghuis onder Bergum schreef Coehoorn zijn beroemde werk Vestingbouw. Er is een poppestien waar de kindertjes gehaald worden.

 

Biessum, Delfzijl, begin 11de eeuw Bisashem tot Bisisheim. Germaans Bisas haim: woning van Biso, vergelijk de Friese familienaam als Biesma en Biesinga.

 

Binkom, Lubbeek, 1146 Beinchem, 1159 Benchem,, 1218 Benkem, 1220 Binchem; uit Bajinga haim: woning van de mensen van Bajo of Nago.

 

Birstum, Fries Burstum, 1335 de consecracione altaris in Biercse? 1425 Birstens, 1444 Berstend, de Friese naam Birst als Friese vorm van Berhto.

 

Bijzegem, Heembeek, 1286 Bisenghem: woning van de mensen van Biso.

 

Bissegem, Kortrijk,1107 Bichengen, 1206 Bissengiem, 1238 Bissenghem: woning van de mensen van Bisso, zie Biesum.

 

Blaringem, Blaringhem, Franse westhoek, 1069 Blaringehem, 1092 Bladringehem. Germaans Bladaharinga haim: woonplaats van het geslacht Bladahari, zie Blaricum en Blaresnies.

 

Boeregem, Ouwegem, 1185 Budrengem, 1185 Budergem. Germaans Bodaharinga haim: woning van de mensen van Bodahari.

 

Boezegem, Franse westhoek, 877 Buosingahem, 982 Busingim, 1052 Bosengem. Germaans Bosinga haim: van de mensen van Boso.

Zo ook Boezinge, Ieper, 1187 Bosinga, zonder haim. Zie ook Beuzekom of Culemborg en Bozum.

 

Boeigem, Brugge, 1148 Boedeghem, zie Bodegem.

 

Bokkum, Boarnsterhim, wel uit Bokheem: van Bokko, zie de familienamen Bokkema en Bokkinga.

 

Boksem, Haaksbergen, 1180 Boxem: woning van Bokke.

 

Bodegem, eerder Budenghehem, Bodingaheim: woning van de mensen van Bodo.

 

Boutersem, Vlaams Brabant, 1125 Baltersem, 1129 Baltreshem, 1130 Baltersem, 1196 Bauterhem. Germaans Baldaharis haim: woning van Baldahari, Balder.

 

Bozum, bij Leeuwarden, Fries Boazum, 1395 Bozinghem, 1427 Bosum: woonplaats van Bose.

Ze worden knuppelaars genoemd, een gebruik bij het katknuppelen, het slaan of werpen met knuppels tegen een opgehangen ton met een kat erin en het najagen van de kat als die bij het breken van de ton van angst op de vlucht slaat.

Op 17 januari 1586 werd er hier een slag geleverd tussen de legers van graaf Willem Lodewijk van Nassau en de Spanjaarden onder veldheer De Tassis. De Staatse vaandrig Otto Clant werd overmand en het vaandel van hem geĎist onder aanbod van lijf genade. Als antwoord slingerde hij zich zijn vaandel vast om zijn lijf wat zijn lijkkleed werd. Met het oog op die slag werd van een moedige knaap wel gezegd: ‘ hij hat nei Boxum west, hij is mee naar Boxum geweest’. Een andere is: ‘hij hat in stim as de pastor fen Boxum, hij heeft een stem als de pastor van Boxum’, naar die prediker die zo luid sprak dat zo lang hij preekte er geen vogel op het kerkdak ging zitten.

 

Breklenkamp, Denekamp, rond 900 Brakkinghem:, 10de eeuw Brakkinghem, 1312 Breckinchem. Germaans Brakkinga haim, woning van de mensen van Brakko, Bracht.

 

Brantgum: Dongeradeel, Brandingum, Brandinga-heim, heem of woning van Brantsje, Brand. Baldratinge, mogelijk Brantgum, 2de helft 8ste eeuw Baldratinge. Germaans balparaedingja: toebehorend aan Balparaed. (balpa: koen, raeda: raad)

 

Bronger, bij Borger, 1381 Broningahem: woning van de mensen van Bruno. De huidige vorm staat onder invloed van Borger.

 

Bruning, Oldenzaal, 1188 Bruninc. Germaans Bruninga: behorend tot de mensen van Bruno.

 

Brussegem, Merchtem, 1241 Bruceghem: woning van de mensen van Brutso, Brudo of Bruco.

 

Budingen, Zoutleeuw, 1080 Budinges, 1179 Budinges, 1203 Buedinghen. Germaans Bodingum: bij de mensen van Bodo.

 

Buggenum, Limburgs Boggeme, 1314 Bungheneem: woning van Bungo. Of van bug hemus; woning in een bocht, Maas.

 

Buinen, Drents Bunen, 1540 toe Bunne, lijkt op een heem of woning naam waarbij Bunna of Bunno gevoegd is. Zo ook Bunne in Vries, 1302 domus Theutonice de Bunne.

 

Buizegem, bij Edegem, 1180 Busentghien: de woning van de mensen van Buso.

Buizegem bij Tongerloo, 1159 Busenchem, idem.

Bullegem, Geraardsbergen, 1176 Bullenghem: woning van de mensen van Bullo.

Bulsom, Kampenhout, 13de eeuw Bullingshem, idem.

 

Bunegem, 1215 Bunenghem: woning van de mensen van Buno of Bunno.

 

Bunnik, bij Zeist, 9de eeuw Bunninchem, 1239 Bunnike. Germaans Bunniga haim: woonplaats van de mensen van Bunno.

 

Bussegem, Vlierzele, begin 13de eeuw Buzengem. Germaans Butsinga haim: woning van de mensen van Butso.

 

Bussum, bij Naarden, 1306 Bussen, 1470 Busse: bos, plus zoom, de uitgang um staat onder invloed van plaatsen als Hilversum.

Daar was op het eind van november 1572 het hoofdkwartier van Don Frederik de Toledo en daar werden de afgevaardigden van Naarden, waaronder Lambertus Hortensius was, niet door hem ontvangen, maar door zijn overste Romero aan wie de sleutel van de stad werd aangebonden, een onderwerping wat echter niet belette dat Naarden barbaars werd uitgemoord.

 

Butsegem, Anzegem, 996 Bucingehem: woning van de mensen van Butso of Bodiso.

 

Buttinga, Oosterwolde: afstammelingen van Butto.

 

Buvingen, Pepingen, 929 Bovingon, 1197 Buvengen. Germaans Bubinga haim: woning van de mensen van Bubo of Bovo.

 

Buizingen, Halle, 1184 Busengen: woning van de mensen van Boso, zie Buizegem, bij Edegem.

 

Castricum, bij Bakkum, 10de eeuw Castrichem, 1083 Kasterchem en Castringhen, Latijns castri: legerplaats, en heem: woonplaats. Maar de locatie van Castricum was, zo men meende, was in de Romeinse tijd ver buiten de grenzen van het rijk en er is nooit een permanent Romeins legerkamp geweest. De Romeinen gingen tot de Rijn, maar de Rijn liep toen wel tot Egmond, zie Egmond. Mogelijk speelde die vestiging een rol bij de opstand der Friezen tegen de Romeinen in het jaar 28. Dat werd tot de slag van Badehenna waar een 900 Romeinse soldaten sneuvelden. Bij onderhoud aan de Velser tunnel zijn 2 Romeinse havenforten gevonden, ook skeletdelen van drijvende lijken en een officier onder veldkeien begraven. Verder slingerkogels, dan zou daar het Badehenna geweest zijn waar die slag tegen de Friezen plaatsvond.

Of is het van Karsten: Christelijk, maar dan zou de plaats vrij laat ontstaan zijn, met de opkomst van de graven van Egmond. Of van een Griekse naam voor bever, Castor, en wijk. Het was ook het slagveld tussen de Engelsen en Russen op 6 oktober 1799.

 

Cotthem, Kottem, Oombergen, begin 13de eeuw Cothem, Germaans kotum: kot, haima: woning.

 

Cornjum, bij Leeuwarden, Fries Koarnjum, 1484her Claes personna to Korningen: van Kornia haim: woonplaats van Kor, Koarn of Kaujo.

Daar stond het oude slot of state Martena dat in 1900 afgebroken is.

 

 

Dalfsen, bij Zwolle, in 1227 vindt men al Bernt van Dalfsen en Seino van Dalzem als geslachtsnaam, 1231 Dalsen, Dalfese, 1318 Dalvesem, 1320 Dalvsen: woonplaats van Dalf.

Heeft in de kerk een graftombe van de graven van Rechteren die hier vroeger een slot hadden.

 

Danegem, West Vlaanderen, 1289 Danengheim, Danegheem, van Daninga haim: woning van de mensen van Dano.

 

Deersum, Fries Dearsum, van de Friese naam Djurre, oud Engels Deore (zie Duurswoude) en heem: woning.

 

Denderhoutem, Oost Vlaanderen, 1142 Holtem. Germaans hulta: bos, haima: woning, bosstreek langs de Dender.

 

Denekamp, 933 Daginghem, 11de eeuw Danighem en Danigheim, 1385 Degeninchem. Germaans Daginga haim: woning van de mensen van Dago.

 

Deikum, Eenrum, van Deiko, vergelijk het geslacht Deykema, met heem: woning.

 

Deinum, bij Leeuwarden, 1397 Deynim: woonplaats van Dago. Een dorp van onregelmatige bouw. Men weet te vertellen dat het in zeer oude tijden gesticht werd door twee zusters en die konden het over de aanleg niet eens worden. Ze kwamen overeen om een zeker aantal appels te gooien en dat ze zoals die neervielen de huizen zouden worden gezet. De oude kerk uit de 13de eeuw heeft een toren een sipel vorm (ui) die in 1589 is geplaatst.

 

Dentergem, West Vlaanderen, 1096 Dentrengem, 1200 Denterchem. Germaans Dandiharinga haim: woning van de mensen van Dandihari.

 

Desselgem, West Vlaanderen, 965 Thrassaldingehem, 1111 Treslingem. Germaans Prasawaldinga haim: woning van de mensen van Thraswald of Prassawald. (prasa: dreigend, walda: heerser)

 

Deutekom, 838 villa Duttinghem, Duetinghem, 1142 Dutinkheim, 1223 Duttinchem. Germaans Duttinga haim: woning van de mensen van Dutto.

 

Didam, Gelderland. 828 Theoden, Theodem, 1025 Diedehun, 1144 Diedeheim, 1200 parrochia Thedeheim. Germaans peudo: volk, haima: woning.

 

Diegem, Vlaams Brabant, 1223 Dydengem. Germaans Peudinga haim: woning van de mensen van Peudo.

 

Dielegem, Jette, 1161 Didelenchem. Germaans Peudilinga haim: woning van de mensen van Peudilo. Bekend is de premonstratenzer abdij die rond 1140 werd gesticht.

 

Diepenheim uit Jacobus Craandijk, 1875.

Diepenheim, in Twente, 945 Dipiugheim, 1118 en 1282 Depenhem, 1145 Difenheim, 1316 Dypenem, Germaans deupa: diep (gelegen) woning.

Diepesele, 1114 Dipesele, idem, dan met sali: uit 1 ruimte bestaande woning.

 

Diesegem, 866 Tisingaheim, 868 Thisingheim, 1150 Tisengien: woning van Diso.

 

Dokkum, 2de helft 8ste eeuw, in pago Tochingen, in pago Tokingen, in pago Tockingen, in pago Tochkingen, 945 Tochingen, 1038 Doccugga, 1068 Doggingyn, 1115 Dochengas, 14de eeuw Dockinga: woonplaats van Dokke, dok betekent een waterplant, bies, Germaans dukkon (oud Engels docce, midden Nederlands docke).

Het is de plaats waar Bonifatius gestorven zou zijn. Orbis terrarum vermeld dit niet in 1570, wel als woonplaats van Gemma Frisius.

Volgens de overlevering werd Bonifatius tijdens een missietocht tegen de Friezen, samen met een peloton van 52 gezellen op 5 juni 754 te Murmerwoude: moordenaars woude, vermoord. Onderzoekers van de oudste historische bronnen zijn het er niet over eens of de plaatsaanduiding waar Bonifatius de genadeslag opliep, zo de traditie wil, bij Dokkum lag of (en daar is volgens sommige veel voor te zeggen) in het Belgische Schelde dal. Probleem is dan: wie veroorzaakt de wonderen met het water uit de Bonifatiusbron in Dokkum?

Op de plaats waar hij het leven liet zonk het paard van iemand uit koning Pepijn’ s gevolg met de voorpoten in de grond. Nauwelijks was het paard eruit geholpen of daar spoot met kracht kristalhelder water naar boven. Nog steeds is de bron in eren en wordt bijzondere waarde en werking aan haar water toegekend. Voor de hervorming vertoonde men er Bonifatius bisschopskleed, een door hem afgeschreven Nieuw Testament en vijf van de door hem in stenen veranderde broden. Hij kwam na een lange tocht door het Friese land bij een boerenhoeve aan. Hij had een geweldige honger en haalde opgelucht adem toen hij zag dat de boerin was bij een rokende oven. Hij vroeg haar om een stukje van het verse brood. De vrouw antwoordde hem dat er geen brood in de oven zat maar slechts een vijftal stenen die zij verhitte om haar badwater te verwarmen. Bonifatius zei: ‘ Inderdaad, ik zie dat u gelijk hebt, er zitten niets dan stenen in’. Hij groette de vrouw en ging weg. Toen de vrouw enige tijd later de oven opende haalde zaten er inderdaad vijf gloeiende stenen en niet het verse brood in dat ze verwachtte.

Het tweede verhaal is dat hij op zeventigjarige leeftijd terug ging naar Friesland. Ergens tussen Murmerwoude en Dokkum wachtte hem een aantal rovers op die vernomen hadden dat de heilige een aantal kerkschatten mee voerde. De ongewapende priesters in zijn gezelschap en de oude bisschop zelf hadden met een overval dan ook geen rekening gehouden. Ze hadden dan ook niets bij zich om zich te verweren tegen de met bijlen en knuppels gewapende bende. De priesters, de een na de ander, zegen ontzield op de bodem neer. Ook voor Bonifatius was er geen redding mogelijk, een scherp wapen raakte zijn schedel ondanks het feit dat hij zijn hoofd trachtte te beschermen met het evangelieboek. De moordenaars zochten tussen de bepakking en de kleding van de slachtoffers maar vonden niets anders dan wat broden, een paar kruiken wijn en wat ander voedsel. Zeer teleurgesteld keerden ze naar hun dorp terug en vierden toch een laffe overwinning met een feestmaal van het geroofde voedsel. Ze zetten hun tanden in het brood, maar die braken af omdat de broden in steen veranderd waren. Ook dronken ze flink van de wijn, maar na een tijdje kronkelden de drinkers over de grond van de pijn en de een na de ander stierf. De wijn was in gif veranderd. Zo nam de hemel wraak op deze laffe moord.

 

Conclusie:

Wat heeft echter zo’n oude man heel in het vijandige Dokkum te zoeken? Een gevaarlijke reis, Drenthe was omgeven door moerassen, vennen en wadden en dan via de Friese meren en laagtes komt hij in een vijandelijke Friese omgeving. Logisch zou het zijn als je toch onder in Duitsland of Metz bent dan ga je via Luxemburg en dan richting BelgiĎ of via de Rijn via Utrecht naar Engeland. Egmond was toch al gesticht door Willibrord en vandaar zou je beter kunnen reizen dan over Dokkum.

Zocht hij daar het martelaarschap op? Een argument om aan een meer gecoördineerde actie te denken is het tijdstip waarop de moord op Bonifatius plaats gevonden moet hebben, namelijk bij het aanbreken van de dag. Dat was een tijdstip waarop destijds ook veldslagen werden uitgevochten. Bonifatius kan zijn verzocht op een Friese rechtszitting te verschijnen om zich te verantwoorden voor zijn vernielingen. Het niet verschijnen op een vroeg middeleeuws "gerecht" stond gelijk aan het bekennen van schuld. Volgens de Friese wetten, zoals we die kennen uit de Lex Frisiorum stonden tempelschenners en de aantasters van heiligdommen de doodstraf te wachten. Bonifatius had zich dertig jaar tevoren schuldig gemaakt aan het omhakken van heilige bomen (heiligschennis dus volgens het Germaanse recht), zodat hij volgens de Friezen nog altijd strafbaar was. De Lex Frisionum stelt: Wie in een heiligdom inbreekt en daar een van de heilige voorwerpen wegneemt, wordt naar de zee gevoerd, en op het zand, wat door de vloed bedekt wordt, worden zijn oren gekloofd, en wordt hij gecastreerd en ten offer gebracht aan de god, wiens tempel hij onteerde.

De verwarring komt omdat er bij de Friezen aan Friesland gedacht wordt, de oude Friezen waren echter West Friezen.

Bonifatius is volgens de ‘ Kerkelijke Historie en Outheden der zeven Vereenigde Provincien uit 1726’: ‘gestorven aan de rivier Bortna die West-Friesland eertijds scheidde van Oost Friesland bij het stadje Dokkinga of Dokkum’. Dokkum of biezenplaats is een naam die aan meer plaatsen in dit waterrijke gebied wel gehad hebben. De rivier echter zal meer richting Purmerend gelegen hebben wat maar een dag reis van Utrecht ligt. Zo’ n oude man gaat niet weken lang op weg, de meest geode weg is via het water en niet over de wadden. Vanuit Utrecht zal hij wat tochten gemaakt hebben richting West Friesland en niet in het verre Friesland. Het is zelfs tegenwoordig nog vrijwel onmogelijk om die zaak zo snel te doen, zoals hieronder te lezen is, laat staan dat de moord in Dokkum was. Dan moet je ook als je naar Utrecht gaat tegen de stroom in en een noordelijke wind hebben.

Verder in Kerkelijke Historie: ‘Albricus liet zijn vriend Liudgerus tot priester wijden en stelde hem aan te Oostergoo, een plaats in West Friesland, op de plaats waar H. Bonifatius de martelkroon heeft ontvangen’. Dat zien we ook in de volgende teksten. Samengevat: Dockum, Doccum in Westfriesland en bij Ostorgau, Ostergau, Oostergoo, Oostergauw of ooster Gouwe is de Gouwe, in Latijn Ostrachea, Ostrache, Ostrachei, Ostrage, Ostraghe, Astroch of Aestrache.

Dat is ook zo iets vreemds, ga je zoeken waar Liudgerus is aangesteld kom je vrijwel altijd tegen dat hij op de plaats waar Bonifatius is gedood werd aangesteld, Opmeer, geen mens zoekt dan het verband met die plaats omdat Dokkum er zo ingebakken is.

In begin 9de eeuw is Bonifatius gedood volgens de vita S. Liudgeri, naar Gysseling: in loco qui Doccinga vocatur, hier is dus te zien dat die naam niet met de Dockhem overeenkomt, dus een andere plaats was. Bij Pertz, Monumenta Germaniae, II, vindt men; Mihi- zo schrijft een Utrechtse priester in het laatst van de 8ste eeuw’ mihi in eadem regione’ (Friesland) ‘ sciscitanti relatum est, adhuc superesse quandam mulierum quae jure jurando asserebat se decollationi militis Christi, Bonifacii, Anno 755, fuisse praesentem, Perempti sunt autem et discipuli ejus cum eo in loco qui Dockinga dicitur.’ Ook in Alfried’ s vita S. Ludgeri vermeldt Pertz; ‘In pago cui nomen Astracke’ (eigenlijk Astrache, Oostergoo); in loco qui Docinga vocatur.’

Al gauw na de kerstening schijnt er een kerk gebouwd te zijn en hing met het woord kerk er achter, chirica, Doccynga-chirica tot Dockynchirica, dat zie je in S. Anagar’ s Vita Sancti Willehadi bij Pertz, ‘Quantotius mare quod erat adjacens transmeavit, venitque in Fresiam ad locum qui dicitur Dockynchirica, quod est in pago Hostraga’ (Oostergoo), ‘ubi et domnus Bonifacius episcopus jam olim martirio coronatus fuerat.’

In de traditiones Fuldenses wordt door Rudolf aan Bonifatius landgoederen geschonken; ‘ ‘in provincia Fresonum in villa… Waltheim in pago Ostrache’. Daar vind tmen ook de vormen Ostraha, Osterriche, Osterihe, Ostroh en Ostrahe. Anno 1086 Ostergow, 1089 Ostengouwe, 1243 Ostegro

 

Boorne, nu een rivier in Friesland. In 734 overwon Karel Martel de Friese hertog Popo aan deze rivier volgens de Continuator Fredegarii; ‘ navium copia adunata Wistrachiam et Austrachiam insulas Frisionum penetravit, super Burdine fluvium castra ponens, Poponem gentilem ducem illoru… interfecit. En Willibald doelt op het jaar 755 omtrent Bonifatius mee, dat die voor zijn vermoorden bij Dokhem aan de Bordine, de grens van Ostergo en Westergo had gepreekt.;Bordne…Ostor et Westeraeche’ . dan in een charter van 19 april 1297; ‘nullus omnino de terra nostra scil. de Ostergo ad destructionem castri vestri (van de Hollandse graaf Jan) in Westfrisiam fuerit profectus licet illi de Westergo, quorum terra per mare quod Bordena vocatur, et per specialem jurisdictionem a terra nostra (dat is Ostergo) distincta est.’ Dus de Boorne lag in Oostergo of Oostergauw. De naam komt wel van Borden; rand, zoom, en a; water. De Middelzee heette ook Burdine.

Tussen Lauwes en Middelzee lag Oostergoo. in de Vita S. Bonifacii van de Utrechtse Presbyter ( eind 8ste eeuw) wordt verhaald dat Bonifatius van Utrecht kwam; ‘in insulam, quae sermone patrio Ostriki dicitur.

 

Waar lag nu Oostergauw? Vele mogelijkheden. De lauwers in westen zou men denken aan Lauwersmeer, maar vergeet niet dat we een 1200 jaar terug gaan en er geen IJsselmeer was. Dan zou ook het tegenwoordige Dokkum de Lauwers niet in het Westen hebben, maar in het Oosten.

Het Lauwersgat lag rechts van Colhorn (Kolhorn) in een kaart uit 1599. De Vlie is een oud riviertje in West Friesland dat in Onderdijk groot was en bekend als Grote Vliet en kwam van onder Wognum.

Zal het niet eenvoudig een plaats zijn die ligt tussen Oostwoud (Oostergauw) en Westwoud (Westergauw) en dan Dokkum het tegenwoordige Wognum.

 

Volgens www.natuurwegwijzer is de Gouw een streek in West-Friesland rond het oude riviertje De Gouwe dat stroomde bij het huidige dorpje de Gouwe. Dat is tussen Wognum, Opmeer, Hoogwoud en Abbekerk. De Oude Gouw is een straat die langs de oude kerk van Wognum loopt.

Kerkelijke Historie: “ Het lijk van de H. Bisschop is met de lichamen van zijn metgezellen (52) over een meer dat toen Elmere genoemd werd voor wind en stroom afgevoerd naar de stad Utrecht en aldaar begraven: tot de tijd dat enige godsdienstige en getrouwe broeders die aan hun hoofd hebben de eerwaardige Hadda door Lullus, bisschop van Metz, gezonden worden die het lichaam van de heilige martelaar naar Fulda, zoals hij in zijn leven belast heeft, gevoerd hebben wat nochtans niet zonder sterke tegenstand van de Utrechtenaren gebeurd is die zich echter onder de Goddelijke wil, die hun door gewisse tekens bleek, hebben moeten buigen. De marteldood van de H. Bonifatius is voorgevallen op de vijfde juni. Zijn heilig lichaam is de dertigste dag te Ments (Metz) aangekomen alwaar een oneindig getal van mensen door Goddelijke ingeving van alle kanten tot het zien van deze statie was gekomen. Verder is het heilig lichaam, hoe sterk de mensen van Metz er tegen vochten, met een groot toestel en in een talrijke stoet naar Fulda gevoerd en in een gewelfd graf, dat voor hem gemaakt was, begraven alwaar het ook van tijd tot tijd door verscheiden wonderen vermaard is geworden’.

Als je het geheel overziet kom je tot de conclusie dat het een geplande samenkomst was, vergadering of rechtszitting. Hij wist het dan ook van tevoren dat het spannend zou worden. Die samenkomst zal belangrijk geweest zijn zodat onmiddellijk na zijn dood het nieuws bekend werd onder de rivieren. Waarom had hij dan ook zo’ n grote groep mee? Het lijkt dan meer een volksopstand of lynchpartij geweest te zijn dan roof. Immers iedereen werd gedood waar bij een roof wel enkele in leven blijven of licht verwond zouden zijn. Was het de wraak vanwege zijn eerdere misdaden of heeft hij opnieuw gezondigd tegen de heidense goden?

Zie verder voor het hele verhaal: http://www.volkoomen.nl/Adel%20en%20volk%20van%20nederland.htm

 

Doetinchem, Deutekom, Achterhoek, 838 als villa Duetinghem, Ductinghem, Deutichem, 1200 Duttencheim: woonplaats van Dutto, ook Deutekem, Duttichem, Duichingen, Durkum, Dotekom en Dorkum.

Werd in 1100 ommuurd die in 1672 is afgebroken en kreeg in 1236 stadsrechten van graaf Otto I van Gelre. Nog steeds staat er het middeleeuwse kasteel Slangenborg, veel is er verbrand door de grote brand in 1527.

Er heeft een vermaard klooster gestaan Bethlehem geheten dat in 1579 is geslecht. 1200 locus qui nunc dicitur Bethlehem, 1215 Betleheym, 1218 Bethleem.

 

Doezum, kan van does: moeras met bomen en struiken en heem of haim. Heeft een 12deeeuwse Romaanse kerk. Rond 1500 als Uterdosum of Uteracosum in tegenstelling tot Uracosum, of boven Doezum, Opende.

 

Doldersum, Vledder, Drents Dooldersum, 1519 Dolderen en 1554 Dollersen. Van dul voor poel, met haim.

 

Dongjum, Fries Doanjum, bij Franeker, 1417 Donijnghum, oorspronkelijk Doniaheim waar het geslacht Donia woonde.

De kerk heeft een gebeitelde graftombe die gemaakt is door Jan Baptist Xavery waarin de moedige staatsheer Sicco van Goslinga ligt die geboren is op de Sickema State onder Herbajum en overleden in 1731. Van hem wordt gezegd dat hij Lodewijk XV gewaarschuwd zou hebben met: ‘Gij zult het met ons niet zo gemakkelijk hebben, want Friese trouw en Hollandse dukaten zijn hard’. En op hem doelt een spreekwoord der Friezen die iemand gebruikt als men hem probeert uit te horen en niets loslaten wil. Hij schreef uit Parijs vaak aan zijn vriend Sjuck Gerrold Juckema van Burmania en bediende zich hierbij van een oud Fries dialect en van Griekse letters. Toen zo’ n brief onderschept werd en bij Richelieu gekomen was probeerde die er op allerhande vleiende manieren achter te komen hoe dat te ontcijferen. Sicco zei onverschillig dat het niets was, een grap, waar geen sleutel op was. Dat halen de Friezen aan in hun spreekwoord:’ daer wier nen kay fen, sey Sikke, daar is geen sleutel op zei Sicco’.

 

Driesum, Fries Driezum, een haim; woning van Dries.

 

 

Edegem, Antwerpen, 1227 Adingaheem: woonplaats van de mensen van Aio. In 1173 als Buyseghem, Buizegem.

 

Edingen, Frans Enghien, Henegouwen, 1092 Adengien, 1179 Adenghen. Germaans Adinga haim: woning van de mensen van Ado.

Zo ook Eegem, 1246 Eedenghem.

 

Eerdegem, bij Moorsel, 1400 Erondeghem: haim of woonplaats van de mensen van Ariovald.

 

Eernegem, West Vlaanderen, 1087 Ernigaham, 1133 Erningahem. Germaans Arnjinga haim: woning van de mensen van Arnjo? (arnu: arend)

 

Egem, West Vlaanderen, 1179 Hedenghem. Germaans Hapinga haim: woning van de mensen van Hapo. (hapu: strijd)

 

Eggelgem, Hombeek, 1119 Eglengem, van Germaans Agilingahaim: woning van de mensen van Agilo of Agi.

 

Eizeringen, Lennik, 1188 Iserghem, van Isaringa haim: woning van de mensen van Isheri.

 

Ekkergem, Gent, 966 Heccringehem. Germaans Aggiharinga haim: woning van de mensen van Aggihari. (agjo: zwaard, harja: leger)

 

Eliksem, Vlaams Brabant, 1107 Alenthcurt, 1139 Helingessem. Germaans Alingas haim, woning van Aling. (alja: vreemd)

Eliksem, Luik, 1107 Alenthcurt, 1139 Helingessem. Gallisch Romaans curtis staat voor Germaans haima. Het betekent dus Alingas haim: woning van de mensen van Alo.

Zo ook Elingen, Gaasbeek, 1154 Helinkem.

 

Ellecom, Rheden, 960 Eilunthem, 1127 capella que est in Ellinchem. Germaans Aljinga haim, woonplaats van Aljo of Elli. In de kerk is het familiegraf van het geslacht Van Rheeden. Onder Ellecom behoort het landgoed Avegoor en het Huis, 1315 Middach, 1331 Middagtenen dat al in de 12de eeuw wordt vermeld met een prachtige laan van die naam.

 

Elsegem, Oost Vlaanderen, 1166 Hessenghen, 1281 Helseghem. Germaans Halisinga haim: woning van de mensen van Haliso.

 

Emblem, Antwerpen, Germaans amula: scherp, ligt op een scherpe heuvel, verwant met midden Nederlands amper: scherp, bitter, Latijn amarus: bitter, haima: woning. Zie Emelisse, Kamperland, en Emelberg, ook Amerberg, Emelenberg.

 

Emelgem, West Vlaanderen, 1216 Imelghem. Germaans Immilinga haim: woning van de mensen van Immilo.

 

Engelum, Fries Ingelum, 1335 Anglum, 1472 Yngelum: haim naam verbonden met de persoon Angilo.

 

Enum: Oldehove, 855 Einingi. Germaans Aginingja: behorend tot Agin.

Eenum, Gronings Ainem of Aimen, Loppersum, gebouwd op een wierde, 1040 Enon.

 

Eppegem, Vlaams Brabant, 966 Ippingohaim. Germaans Ippingo haim: woning van de mensen van Ippo.

 

Erembodegem, Oost Vlaanderen, 1119 Erenboldigem, 1146 Erembaldengem. Germaans Arinbaldinga haim: woning van de mensen van Arinbald.

 

Erichem of Arichem, bij Buren, Errekom, 1138 Erenkeim: woonplaats van Aro of Are. De stichtingsbrief van de parochiekerk te Erichem is door Burchardus in 1105 geschonken aan de St. Maria’ s kerk te Utrecht. Behoorde toe aan het graafschap Buren.

 

Erinchem, 850 Ermkina, Ermenkina, 1046 Erchem, uit Arinha haim: woning van de mensen van Aro, zie Arum.

 

Erkegem, West Vlaanderen, 1290 Herkenghem, 1300 Arckengheem: woning van de mensen van Arko.

 

Erlecom, Gelderland, 800 Adelricheim: woning van de mensen van Adelrik.

 

Ernsheem, Baflo, 1281 Ernestahusum naast Ernrnstaheem: woning van de mensen van Ernest.

 

Erondegem, Oost Vlaanderen: 868 Eroldingahem. Germaans Ariwaldinga haim: woning van de mensen van Ariwald. (arnu: arend, walda: heerser)

 

Erpekom, Peer, 1254 Erpenchem: woning van de mensen van Erpo. (de donker kleurige)

 

Erwetegem, Oost Vlaanderen, 1087 Hervethingehem. Germaans Hariwitinga haim: woning van de mensen van Hariwit.

 

Essegem, Aalst, 1117 Hessengem: woning van de mensen van Asoo.

 

Ettelgem, West Vlaanderen, 1028 Adlingehem, Germaans Apilinga haim: woning van de mensen van Apilo.

 

Etersheim, onder Hoorn, 1277 Eitersem, 1342 Ettersem, 1393 Etershem woonplaats van Eiter of afgelegen plaats. In 1398 tot heerlijkheid verheven door graaf Albrecht van Holland. Het toenmalige dorp dat aan de mond van de ooster Ee lag is grotendeels verdwenen door watersnoden van de Zuiderzee.

 

Evergem, Oost Vlaanderen, 966 Evergehem. Germaans Eburinga haim: woning van de mensen van Eburo. (ebura: ever)

 

Eversem, Okegem, 1196 Eversenghem. Germans Eburtsinga haim: woning van de mensen van Eburtso.

 

Eversem, Meise, 1188 Everschem, uit Eburinga haim: woning van de mensen van Eburo.

 

 

Farmsum, Farnsum, bij Appingedam, Gronings Faarnsom, rond 1000 Fretmarashem, 1228 Fermersheim. Germaans Fripumaeris: woonplaats van Fripumaer. (fripu: vrede, maeri: vermaard)

Als er iets scheef staat noemt men het in Groningen : ‘zo scheef als de toren van Farnsum’. Is wel in 1857 door een nieuwe, rechte toren vervangen. In de kerk zijn de grafzerken van de Ripperda’ s.

 

Fatum, Tzum, 1433 Faltem: woning van de mensen van Falte, vergelijk de familienamen Faltema en Faltuma.

 

Firdgum, Fries Furdgum, Franekeradeel, eind 8ste eeuw Fardincheim. Germaans Fardinga haim: woning van de mensen van Fardo.

 

Fivelgo, begin 9de eeuw Fivilga. Genoemd naar de voormalige rivier de Fivel, de mond van de Eider.

 

Flansum, Rauwerd, haim naam met een persoon, waarschijnlijk Flandso.

 

Follega, bij Lemmer, Fries Follegea, ga is het woord voor buurtschap met de persoon Folle.

 

Formerum, Terschelling, Fries Formearum, haim of woning van Former. Oude documenten noemen het Viveporten, Vijfpoort, naar een klooster Formerum.

 

Foudgum, Dongeradeel, van Faldinga haim: van de bewoners van van Faldo, vergelijk de Friese persoonsnaam Fou of Fouw.

 

Fransum, Gronings Fraansum: 1285 Franchim, haim van de mensen van Franko, Franse mensen?

 

Frytum, Frijtum, Fritum, Zuidhorn, haim van de mensen van de oudere Friese naam Frite, Frito,et een borg, Fritema huis. Mogelijk was de oudste naam Mewerd of Meerwerd.

 

Gandersheim Bad, 987 Ganderesheim. Germaans Gandaros haim, ligt aan de monding van de Gande.

 

Gellicum, Gellikum, Betuwe, 983 Gallinghen, 12de eeuw Galinghem. Germaans Gallinga haim: woning van de mensen van Gallo.

 

Geerdegem, Mechelen, 1180 Gheergenchem: woning van de mensen van Geerd of Gerhard.

 

Gellingen, Henegouwen, Frans Gislenghien, 1009 Gislengem, Germaans Gisalinga haim: woning van de mensen van Giso of Gisalo. (gisala: gijzelaar)

 

Genum, Fries Ginnum, betekent haim of woning van Geno.

 

Geten, Frans Jauche, Waals Brabant. 1091 Iace. Genoemd naar de stroom, la Gete en Waalse Jauce.

 

Gevergem, Moorsel, 868 Geveringeheim. Germaans Gibaharinga haim: woning van de mensen van Gibahari. (gibo: gave, harja: leger)

 

Gijverinkhove, West Vlaanderen, 1120 Gibahardinga hofa, 1143 Gheverdinghovo. Germaans Gisinga haim: woning of hoeve van de mensen van Giso.

 

Gijzegem, Oost Vlaanderen, 1165 Gisengem: woning van de mensen van Giso, Gijs.

 

Gijzelberting, Hardenberg, 1188 Ghiselbertinc: van de mensen van Giselbercht.

 

Gijzelbrechtegem, West Vlaanderen, 1330 Ghiselbrechtenghem: woning van de mensen van Giselbercht.

 

Gingelom, Haspengouw, 966 Gingolonham. Germaans Gangilon haim: woning van de mensen van Gangilo.

 

Ginnegem, Oelegem, 1210 Gennenchen. Germaans Ginninga haim: woning van de mensen van Ginno.

 

Godveerdegem, Oost Vlaanderen, 1176 Gotferthengem. Germaans Gudafripinga haim: woning van de mensen van Gudafrip. (guda: God, fripu: vrede)

 

Goenga, Fries Goaiingea, 1335 Goynghum: woning van de mensen van Going dat wel afgeleid zal zijn van go of gouw.

 

Goizegem, Zwijnaarde, 950 Gunzingehem. Germaans Gundtsinga haim: woning van de mensen van Gundtso. (gundjo: strijd)

 

Gondregnies, Nederlands Gondreghem, Henegouwen, 1138 Gundrengie. Germaans Gundilinga haim: woning van de mensen van Gundilo.

 

Slot Arckel uit; http://www.archeologiegorinchem.nl/index.php/projectenoverzicht/blauwe-toren

Gorinchem, afgekort Gorkum, Gorcum, Gornichem of Gorrichem, 1205 Gurinchem, 1224 Ghorichem, 1282 Grinchem; woonplaats van Goring of waterpoel. De eerste bewoners bestonden uit half verhongerde en uitgemergelde mensen want dit zou het woord Gorren of Gorretjes in Nederduits betekenen.

De van Arkels zijn al vanouds de eigenaars van dit land geweest en hadden er een sterke burcht, Johan VIII heeft de stad gebouwd in 1230. Er stond een begijnhof in 1391 en in dat jaar begon men met de bouw van de kerk. Jan van der Heyden is er geboren, de uitvinder van de brandspuiten. Ze worden spottend blieken genoemd. Voor martelaars van Gorkum, zie Oostvoorne.

 

Gotem, Borgloon, 1144 Gotheym. Germaans Gauta haim: nederzetting van de Gauten, beter van de persoon Goto.

 

Gottem, Oost Vlaanderen, 814 Gothemia: woning van de mensen van Gotto.

 

Goutum, bij Leeuwarden, 1427 Goltem, 1579 Goutom: woonplaats van Golde.

Een terpdorp waarvan de terp is als meer andere terpen is afgegraven om als meststof te dienen. Hier stond tot 1881 het kasteel Wiarda State dat toen gesloopt werd en al sinds 1404 vermeld wordt als eigendom van de Edelman Sjoerd Wiarda. Sinds 1757 werd het bewoond door de familie van Cammingha. Het is ook wel Schenkinsma state genoemd om gelijk te gaan met twee naburige huizen, Drinkuitsma State en Putsmat State die ook niet meer bestaan. Men zegt dat die drie namen afkomstig zijn van drie broers die alle stevige drinkers waren van wie de overlevering dit zegt:

‘Eer dat ons dapper driemanschap

In Bacchus school vollleerd

Wordt in een Frieschen bekerstrijd

Verslagen en verheerd,

Eer zal de woeste Hercules

Herrijzen uit zijn graf

En slaan een tweede monsterdier

Tienduizend koppen af’.

Voor die drie bekerhelden zijn gehouden de heren Ids, Sjuek en Syds van Eminga.

 

Grathem, Leudal: haim of woning van de mensen van Grato.

 

Grimmertingen, Vliermaal, woonplaats van de mensen van Grimhard.

 

Grimminge: Oost Vlaanderen, 1068 Grimigheim; woonplaats van de mensen van Grimmo.

 

Gullegem, West Vlaanderen, 1066 Godelinchehem. Germaans Godilinga haim: woning van de mensen van Godilo.

 

Guvelingen, Haspengauw, 1216 Govelingenchem: woning van de mensen van Gobo.

 

Uit Lennep.

Haamstede, Zeeuws Aemstie, bij Brouwershaven, eerder Haemstede, van heim: woonplaats en stede: plek.

Het behoorde aan die van Renesse, toen er geen wettige zoon meer was kwam het aan graaf Jan I die het schonk aan zijn bastaardbroer Witte die net als hij een zoon was van Floris IV in 1299. Later was de naam Witte van Haamstede de naam van de overwinnaar van de Vlamingen in de slag bij het Manpad op elke Hollandse tong en hart. Waarschijnlijk is het slot van Hamstede door deze Witte gesticht. In 1525 door brand vernield en in 1609 weer opgebouwd.

 

 

 

 

 

 

Haarlem, Haerlem, 9de eeuw Haralem in de 10de eeuw bij een inventarisatie van Utrechtse bezittingen waar het vermeld wordt met 3 boerderijen, 1119 Harlem. Germaans harula: van haru: zandige heuvelrug, haima: hem of heem of heim: woonplaats. Het ligt aan de Spaarne, Spaarnestad.

Het was al in de 12de eeuw een welvarende stad. Kreeg in 1245 stadsrechten van Wille II van Holland. De burgers namen deel in de verovering van Damiate door graaf Willem II in 1219 waar de in de grote kerk opgehangen scheepjes op doelen net zoals iedere avond de klepperende klokjes die dan ook Damiaatjes heten en ook in het gemeentewapen voorkomen, zie Dokkum en Edam. Veel heeft het van het woeste Kaas en Broodvolk te lijden gehad. Die opstandelingen sloegen in 1492 de schout Klaas van Ruyven dood, hieuwen zijn lijk in stukken, pakten het in een mand die ze aan zijn vrouw, Maria van Cats lieten brengen met het opschrift:

‘O Vrouwcken van Ruyven

Aan deze boutkens zul dy kluyven’.

In 1573 is het jaar van het aandenken aan de kloeke verdediging van de stad tegen de Spaanse veroverraars waarin zelfs de vrouwen en aangevoerd door Kenau Simons Hasselaar zich zo manhaftig weerden. Ze moesten zich echter overgeven in 1573 waarbij velen gedood werden. In 1576 was er een grote brand., maar in 1577 kwam de stad weer aan Willem van Oranje. In 1578 bestormden de protestanten de katholieke kerk op de Grote Markt, plunderden die en doodden de priesters, ook de kloosters. Nadat de rust weer gekeerd was trokken veel Vlamingen en Fransen naar de stad en bezorgden Haarlem een nieuwe bloeiperiode.

In de grote of Sint Bavo kerk bevindt zich het wereldberoemde orgel dat door de Amsterdamse werkmeester Christiaan Muller is gemaakt in 1735-1738 en door Jan Baptist Xavery van kunstig beeldwerk is voorzien, ook zijn daar merkwaardige muurschilderingen.

Van Bilderdijk die in Haarlem in 1831 gestoven is zie je een gedenkteken. Op een van de pilaren staat de ongewone lengte van een zekere Daniel Kajanus aangegeven die in het Proveniershuis in 1749 is overleden en daarbij staat de maat van de zeer kleine Zandvoorter, Simon Jane Paap.

 Bloemenheuvel te Haarlem uit D. H. Fikkert, 1847.

Laurens Jansz Koster is er geboren en heeft er een standbeeld dat onthuld werd op 16 juli 1856. Frans Hals, van geboorte geen Haarlemmmer, heeft daar toch geleefd en is er overleden in 1666 en heeft een standbeeld dat onthuld werd op 14 juni 1900. Ook Pieter Teyler van der Hulst, 1702, stichter van de wetenschappelijke en liefdadige instellingen die zijn naam Teyler in aandenken hebben. Nieuw Haarlem werd door Stuyvesant in 1658 gesticht dat later veranderd werd tot Harlem.

Meer dan zes eeuwen is de Haarlemmerhout steeds veranderd, verwoest, gewijzigd, ingekrompen en uitgebreid. Gedurende het beleg van Haarlem onder Jacoba van Beieren in 1426 is het hele bos waarschijnlijk omgehakt en enige jaren daarna met nieuwe bomen beplant. Weinig minder zal de schade zijn die in 1573 de Spanjaarden in de Hout hebben aangericht. Bij de Spanjaardslaan lag het zogenoemde Spanjaardsveld, later het Hobbele Bobbele veld genoemd dat in 1706 met bomen is beplant. In 1755 is een gedeelte van de nieuwe Hout aangelegd op een zijde naast de Spaarne, eerder Kaatsveld genoemd. In 1828 zijn de oude rechte lanen van de Oude Hout voor een gedeelte opgeruimd en nu met slingerpaden aangelegd.

Tot de oudste plekken van Haarlem behoort de hofstede Berkenrode. De eigendom van dit goed is door graaf Floris V in 1284 aan Jan van Haarlem gegeven, een naburige buitenplaats draagt nog de naam van Knapenburg omdat daar de schildknapen verbleven.

Haarlemmerhout met het paviljoen Welgelegen waar koning Lodewijk afstand deed van de regering in 1810. Ze hebben als spotnaam muggen, of naar de hoeveelheid muggen of naar een heks die ze in muggen dreigden te veranderen als ze niet naar haar luisterde.

Schoten, in Haarlem, onder Schoten is nog een bouwval aanwezig van het 14deeeuwse slot Kleef waar don Frederik toen hij Haarlem belegerde zijn hoofdkwartier had. Het werd na de overgaven van de stad door de Spanjaarden verwoest. Herinnering zie je in de naam Kleverlaan.

 

Hallum, bij Leeuwarden, 13de eeuw Hallum: woonplaats van Halle.

Wordt door Sibrandus van MariĎngaard in het leven van de abt Fredericus een Villa: stadje, genoemd. Al in de 13de eeuw werd Hallum vanwege zijn vele stinsen van edelen een hofstad genoemd. Een boerderij net buiten het dorp heet het Klooster naar de herinnering van het in de 12de eeuw gestichte Norbertijner klooster MariĎngaard waar veel adellijke geestelijken verbleven. Dat werd gesticht in 1163 door Frederik van Hallum. Volgens de overlevering ligt er ergens onder de grond een gouden klokje die van dat klooster afkomstig is en soms hoor je, op een stille nacht, nog een klinkende toon als je goed luistert. De bewoners worden spottend koekvreters genoemd.

 

Hallum, bij Egmond Binnen, bij het huidige Adelbertusputje, Hallum: Angelsaksisch holm: zee, vergelijk helmplant. Dat werd eerder gespeld als Heckmunde, Ekmund, Egmunde, zelfs Heckmunde en Haecmunde waar ook weer de Eg en mond in voorkomt. Of van Aeg: zee, mund is hand of beschutting, bescherming, dus een monding. Van ouds wordt gesproken dat de Rijn twee monden heeft, bicornis. Julius Caesar spreekt in het vierde boek van zijn historiĎn dat de Rijn langs vele uitwateringen (multis capitibus) in de oceaan loopt. Plinius en Ptolomeus spreken over drie monden, zo ook Virgilius, Asinius Pollo en Strabo. Een ten westen, een ten oosten en een in het midden, de laatste was de minste stroom. Drusus had in de tijd van die schrijvers de IJssel noch niet met een gracht verbonden, dus die kan het niet zijn. Plinius: “ In de Rijn zelf… ligt het edelste eiland der Batavieren en de Kaninefaten en de andere eilanden der Friezen, Cauchen, Frisobonen, Sturien, Marsakken, die allemaal liggen tussen Helius en Flevus. (Helius of Helium is Hallum?) Pompeius Mela zegt: ‘aan de rechter zijde (dus noordelijk) is de Rijnstroom in het begin nauw en zichzelf gelijk, naderhand als de oevers wijd en zijd van elkaar wijken is hij geen rivier meer maar een meer en de velden blank daarvan, genoemd Fletio, en omarmt een eiland, krimpt en valt wederom een rivier geworden zijnde tussen zijn deuren uit’. Het eiland in het meer kan Marken zijn en had dezelfde naam als het meer,

De eerste is wel bij het huidige Rotterdam, de tweede kleine tot Katwijk aan zee. Die monding zou in 860 verstopt zijn geraakt. De derde Rijnmond zou aan de bij Egmond aan Zee geweest zijn. Dat zie je aan de naam Egmond: een enge monding, eerder Heckmunde: mond, wat uitloop van een stroom betekent, en van Eg: eng. Ook de oude naam ervan, Hallum, dat werd eerder gespeld als Heckmunde waar ook weer de Eg en mond in voorkomt. Dan heeft de Rijn zich gesplitst te Utrecht en is wat we nu de Vecht noemen via Maarsen, Vreeland en Muiderslot, bij de Herengracht in het IJsselmeer loopt. Vroeger zou die wel verder gegaan zijn via het meer Flevo via de kromme Y of Krommenie richting Egmond. De Egmonders zeggen dan ook dat het oude Egmond aan Zee buiten de duinen lag, aan de zee. Daar zouden archeologische vondsten gedaan zijn. Bij een monding van een rivier is dat natuurlijk mogelijk, dan stroomt er wel zand in de Noordzee, dat is later weer terug gewaaid in de duinen. Na de vorming van de Zuiderzee kreeg het geen aanvoer meer van water en vormden er zich nieuwe duinen richting Camperduin. Vandaar is er ook een abdij te Egmond gevormd, het was de landingsplaats van de zeevaarders en monniken. De Rijn is wel een afscheiding geweest tussen de Kennemers en de Friezen via de loop Kinheim of Kynheim.

 

Hantum, bij Dokkum, 1150 Hanaten, 1335 Hontum, 1431 Hontim: woonplaats van Hana of Hanto, vergelijk de Friese familienaam Hantinga. Daar is geboren Antonius Brugmans op 22 october 1732 wiens vader Pybo predikant was. Hij werd hoogleraar in de wijsbegeerte te Franeker en daarna in de wiskunde te Groningen, zie Harich. De bewoners worden spottend merg eters genoemd.

 

Burcht de Dikke Tinne uit mijngelderland.nl

Hattem, bij Zwolle, 800 Hatheim en ook in 1170 Hatheim, 891 Hatheim in pago Northgoune, villa Hatteim, Germaans Hatta heim: woonplaats van Hatto, minder waarschijnlijk van de Chatti of Hatten.

In vroegere eeuwen was er in de buurt een parochie, Godsberg genoemd, Mons Dei, quod quondam Hathem exstitit appellatum in 1299, waarvan de bevolking geleidelijk aan naar Hattem kwam. Had eerder vestingwerken en een sterk kasteel. In 1572 werd het door Lodewijk van Montfoort en zijn zoon verraderlijk in de handen van de Spanjaarden gespeeld. Maar de burgers kwamen op en verdreven de vijand, de twee verraders werden naar Arnhem gebracht, onthoofd en gevierendeeld, het kasteel werd door het volk verwoest. Op het raadhuis bewaart men nog de ring die hertog Karel van Gelder gebruikte om misdadigers in een kooi op te sluiten. Onder Hattem bij de Triezelerberg staat het huis Molencate, 1685 Meulencate.

 

Heemstede, bij Haarlem, 1064 Hemstede en Heemstenden. Germaans haima: heem: woonplaats, en stadi: plaats.

In de buurt staat het Huis te Manpad die bekend is vanwege de overwinning in die omtrek door Witte van Haamstede behaald op de Vlamingen in 1304. De volgende slag op het Manpad in 1573 waarbij 1500 Hollanders en Spanjaarden overleden. Jacob van Lennep richtte daarom hier een pronknaald op in 1827. Ook liggen hier de fraaie landgoederen Oud Berkenrode en de Hartenkamp van Georg Clifford, op die plaats heeft de beroemde Linnaeus verblijf gehouden van 1736 tot 1738. Meer en Bos is sinds 1882 verpleegoord voor lijders aan de vallende ziekte en Knapenburg voor zenuwlijders. Hempstead is de Amerikaanse vorm die in New York voorkomt van Heemstede.

 

Heilissem, Op- en Neer- of Neerheylissem en Opheylissem, Frans Helecine, 1131 Helechsem, kan van Hailinga haim zijn: woning van de mensen van Hailo.

 

Heizegem, Eizegem, Antwerpen, 1292 Heisengheem: woning van de mensen van Heiso, Egico.

 

Hekelgem, Affligem, 1105 Hecelingim, 1148 Heclengem. Germaans Hakilinga haim: woning van de mensen van Hakilo.

 

Hekelingen, Voorne-Putten: 1322 Hekelinge, woning van de mensen van Hakilo of van het water de Heke.

 

Hekkum, Adorp, woning van de mensen van Hekke, vergelijk de Friese familienaam Hekkama.

 

Heldergem, Oost Vlaanderen, 1096 Heldrenghem. Germaans Hildiharinga haim: woning van de mensen van Hildihari, (hildjo: strijd, harja: leger)

 

Hem, Oudenburg, 1087 Hem. Germaans hamma: landtong die uitspringt in overstromingsgebied. In de kuststreek: hoek buitendijks land dat uitspringt in het water of land dat nog onderhevig is aan eb en vloed.

Hemme, Ramskapelle, 1183 Hem, idem.

 

Hem, bij Hoorn, in 1343 genoemd als Rottaerdshem en in 1396 als Hem: woonplaats. Ook werd him of hem wel een binnenpolder genoemd. In 1414 kreeg het met Venhuizen stadrechten.

 

Hemelum, Fries Himmelum; haim naam: woning van Haimilo. Hemelumer Oldephaert met een verkeerde schrijfwijze voor Oldeferd waarin ferd een vorm van fred is: rechtsgebied waarin vrede gewezen werd.

 

Hemelveerdegem, Oost Vlaanderen, 963 Ermfredeghe(?), 1015 Hermefredegim, 1108 Imelfredingem, Germaans Irminafripinga haim: woning van de mensen van Irminafrip. (irmina: groot, fripu: vrede)

 

Hemiksem. Antwerpen, 1155 Hamicsem. Germaans Hamingas haim: woning van Haming.

 

Herbaijum, Fries Hjerbeam, 1400 Heerbadigim: heem of woning van de mensen van Haribad.

 

Herdersem, Oost Vlaanderen, 868 Hardigisheim. Germaans Hardingas haim: woning van Harding, Hardingis.

 

Herfelingen, Vlaams Brabant, 1194 Harflenges, zal wel van de mensen van Harfila zijn.

 

Herlegem, Oostakker. 967 Herlingehem, Germaans Harilinga haim: woning van de mensen van Harilo.

 

Hermelgem, Zwalm, 1154 Hermelengem. Germaans Harmilinga haim: woning van de mensen van Harmilo.

Hermelingen, Pas de Calais, 1138 Hermelingeheim, idem.

 

Herxem, Wijhe, 1310 Herxse en Hercsem, 1583 Harxen: haim of woning van Herk, Harksem.

 

Hesingen, Ootmarsum, 8ste eeuw Hasungun, rond 900 Hasongon, 11de eeuw Hasengen: woning van Haso.

 

Hessegem, Aalten, 1088 Hessengem. Germaans Hassinga haim: woning van de mensen van Hassi. (Hasiz: Hessen)

 

Hesselingen, Meppel, 1272 Heslinchem, 1355 Hesselinghe: haim of woning van de mensen van Hassila.

 

Heugem, Maastricht, 1157 Hogehem. Germaans Huga haim: woning van de mensen van Hugas. Zie Humsterland.

 

Heukelem, Zuid Holland, 1475 Heucklom, van de mensen van Hukila, haima: woning.

Heukelom, Oisterwijk, van Germaans hugila; heuvel, heim; woning, of idem met de vorige.

 

Uit; http://www.hhuisjes.com/?page_id=566

Heukelum, bij Asperen, 1192 Huclem, 1290 Hoculem: woonplaats op hoogte.

Er was vanouds een kasteel in gebied van de van Arkels, zou gebouwd zijn door Jan VI in 1226. Zijn zoon Ian VII heft de stad ommuurd. Maar als het waar is dat Karel de Grote om de opstand der Saksen te straffen bij Heuculum is gekomen, dan moet het, hetzij slot of dorp, lang voor de 12de eeuw en voor de tijd van Jan VI gestaan hebben.

 

Heveringen, Zuid Holland: woonplaats van de mensen van Hadufrid.

 

Hezingen, Tubbergen, 799 Hasungum. Germaans Haswingum: woning van de mensen van Hasu. (haswa: grauw)

 

Hijum, Leeuwarderadeel, ook Hiem en Heem: woning.

 

Hillegem, Oost Vlaanderen, 825 Hildeningahem. 1108 Hillengem, 1205 Hillegem, Hilleghem. Germaans Hildininga haim: woning van de mensen van Hildin. (hildjo: strijd) zo ook Hillegom.

 

Hissegem, Balegem, 15de eeuw Eesegem, van Isinga haim: woning van de mensen van Iso.

 

Hisseking, Groenlo, 1188 domus Hissekinc: woonplaats van de mensen van Hissiko.

 

Hitzum, Franeker, 1319 Hitzium: woning van de mensen van Hidso, Hitso.

 

Hogebeintum, bij Dokkum, eerder Bintheim, 944 Westerbintheim en Osterbinetheim: woonplaats in bentgras. Heeft de hoogste terp van Friesland. De kerk heft veel wapenschilden van Friese geslachten. Zie Beintum.

 

Hilversum, in 1305 Hilfersem of Hilvercem. Germaans Hildrifripis haim: woonplaats van Hildifrip of Hilfert. (hildjo: strijd, fripu: brede) Of huis tussen de heuvels. Of Hil, hel, plus fort: voorde en zoom.

Bekend was het door de weverijen van wol en wolververij. Een dorp, er waren twee herstellingsoorden, De Trompenberg en Heide-Heuvel, bekende uitspanning was De Zwaluwenberg. Aan de weg daarheen ligt het buitengoed de Hoornebock. Er zijn grafheuvels van Germaanse oorsprong ontdekt en uitgegraven.

 

Hoksem, Hoegaarden, 1187 Hocsem: woning van de mensen van Hug(i)so.

 

Houthem, Limburg, 1105 Holthem, 1130 Holtzheim, Duitse vorm van hout en heem of woning. Zo ook Holtum.

Bekend van de kluizenaar Gerlachus. Ook Houtem in Vlaanderen.

 

Honsem, Boutersem, 1157 Hundeshem: haim of woning van Hundo.

 

Honswijk, bij Houten, Hondswyk, 1200 Hundeswic, 1280 Hunswike. Germaans Hundas wika: dochternederzetting van Hund, was van de heren van Kuilenburg, later van Balthazar van Wevelinkhoven.

 

Huissegem, Denderleeuw, 1267 Hunseghem: woning van de mensen van Hunso.

 

Huisseling, Ravenstein, 1205 Huoseniggen, Huseniggen, 1332 Huysselingen en Huesselyngen: woning van de mensen van Hoso, Huso, inga, behorende tot het volk van...

 

Huizegem, Denderleeuw, 1260 Husengheem: woning van de mensen van Huso, of van husa; huis, heim;woning.

 

Huizen en Valkeveen uit P. A. Schipperus en Jacobus Craandijk, 1888.

 

Huizen, bij Naarden, half 8ste eeuw Hustinga, 945 Husdingun, 1381 Husen, Huyssem, 1396 Husen: mogelijk van hus en dinge: nieuw ontgonnen land, dan betekent het de braaklanden in het bezit van een hus of geslacht. Of met heem en een samenstelling van huis, het zou het eerste in het Gooi zijn met een stenen huis.

Daaronder liggen de landgoederen Oud Bussum en Crailoo, dat heette ook wel De Hoge Eng.

 

Huizingen, Vlaams Brabant, 1208 Huncenghem. Germaans Huntsinga haim: woning van de mensen van Huntso.

 

Huizum, bij of nu in Leeuwarden, woonplaats met huizen.

Het staat op een terp waar in de kerk staat:’

 Anno 1602 is Sint Jansdagh is gestorven jonker Epo van Douma, out 60 jaer’. Verder:

‘hier rust wt Godes bevel van syn pilgrimage

Epo van Douma ontcommen snel ‘s werelts bataelge.

Als een graen sal hij vergaan en weder oprijzen

Godt t’ aller tijt met jolijt te loven en prijzen’.

 

Huldertingen, Kortessem, 1291 Hulderdinghen: woning van de mensen van Huldfrid.

 

Humelgem, Steenokkerzeel, 1219 Humelengem: uit Humilinga haim: van de mensen van Hugimar.

 

Hukkelgem, Merelbeke, wel van Hukkelinga haim: woning van de mensen van Hukkilo, zie Heukelum.

 

Hundelgem, Oost Vlaanderen. 1389, Germaans Hundilinga haim: woning van de mensen van Hundilo.

 

Hunnegem, Geraardsbergen, 1081 huneghem. Germaans Huninga haim: woning van de mensen van Huno.

 

Huttegem, Bevere, 966 Gutdingahem. Germaans Gufjinga haim: woning van de mensen van Gudjo. (minder waarschijnlijk van gudjan: priester)

 

Huissen, Huussen, 814 villa Hosenheim, 854 Hosenheim, Hussenheim, Huosnin, Husnin en Husne: woning van Hoso.

Huysen, Huyssen, vanouds Huessen, net boven Drusus gracht waar een tol geheven werd waarover de graven van Gelderland en Kleef getwist hebben voor 1266.

 

Ichtegem, West Vlaanderen, 1028 Hettingehem, 1119 Ithengem: van Ichtinga haim: woning van de mensen van Echto.

 

Iddergem, Oost Vlaanderen, 966 Idrengoham. Germaans Idduharinga haim: woning van de mensen van Idduhari.

 

Idegem, Oost Vlaanderen, 964 Idingehem. Germaans Iddinga haim: woning van de mensen van Iddo.

 

IJsbrechtum, Fries Ysbrechtum, 1427 Ysbretem: woning van Isbrecht. Hier lag het klooster Thabor dat in 1406 gesticht werd op de Bockemastate.

 

Impegem, Liedekerke, 1201, Impengem. Germaans Impinga haim: woning van de mensen van Impo.

 

Ingooigem, West Vlaanderen, 1179 Hinguddeghem, 1185 Ingoudenghem. Germaans Ingwiwaldinga haim: woning van de mensen van Ingwiwald. (Ingwi: een God, walda: heerser)

 

Itegem, Antwerpen, 976 Dingehem. Germaans Iddinga haim: woning van de mensen van Iddo.

 

Irnsum, Fries Jirnsum, onder Leeuwarden, aan de Boorne, eerder Yrnesem, Ernsom, Eernsum, Yrntzom, 1448 Yrensem: Germaans Iddaharis haim; woonplaats van Irin. In Westfalen heeft er lang een geslacht bestaan van Itter (de Ittere) bestaan, mogelijk dat het hier zijn naam van heeft.

Hier werd de Friese koning Poppo in 733 als opvolger van Radboud door Karel Martel verslagen. Ze heten katknuppelaars wat met Kermis gebeurde.

Jirnsum, eerder: woning van de mensen van Arno, zie Eenrum.

 

Ittersum, Zwollerkerspel, 1207 Ittersen, 1212 Ittersem, 1308 Yttersum.: woning van de mensen van Iddahari.

 

Izegem, West Vlaanderen, 1066 Isinchehem. Germaans Isinga haim: woning van de mensen van Iso.

 

 

Jellum, Littenseradeel, 1505 Jhelum, anders Hellum en Helmum: woning van de mensen van Jelle. Zo ook Jelsum.

 

Jelsum, bij Leeuwarden, 1270 Heilsum, 1402 Helsim: woonplaats van Helle. Onder die plaats bevindt zich Dekama state en een met dezelfde naam wordt in Wirdum gevonden.

 

Jeuk, Frans Goyer, Gingelom. 1125 Goei. Gallisch Romaans Gaudiacum: toebehorend aan Gaudius.

 

Jislum, Ferwerderadeel, 945 Gisleheim: woning van de mensen van Gisilo.

 

Jubbega, Fries Jobbegea: woning van de mensen van Jubbe.

 

 

Kachtem, West Vlaanderen, 1116 Cackingehem. Germaans Kakinga haim: woning van de mensen van Kako, mogelijk een spotnaam, zie kaak: lichaamsdeel of kaak: schandpaal.

 

Kanegem, West Vlaanderen, 966 Caningahem. Germaans Kaninga haim: woning van de mensen van Kano.

 

Kattem, Roosdaal, 1162 Catehem. Germaans kattu: wilde kat, haima: woning.

 

Keiem, West Vlaanderen, 1203 Caiham, 1127 Kaihem, woning met keien of van Kago.

 

Kekerdom, Ubbergen, 814 Cacradesheim, 891, 892 Cachrithem, 1046 Kekerceim, 1203 Kekerthem. Germaans Kakraedas ham: woning van Kakraed.

 

Kedichem, afgekort Kekum, bij Leerdam, 1396 Kedinghen, 1514 Kekum, is heim: woonplaats van Kyd, Kedi. Een dorp in het land van Arkel dat net als de kerk door hen gebouwd is. Zo ook Kedingen, Goor, 1440 Rigter op Kedinghen, 1443 Rigter van Kedijngher-land.

 

Kiezegem, Vlaams Brabant, 1155 Kisenghem: woning van de mensen van Kiso.

 

Kinnum, Terschelling, 922 Kinnem: woning van Kinne.

 

Kinheim, van CynhČm: woonplaats, heem, of Cannin: naam van de Kaninefaten, de Kennemers, ze werden van de Friezen gescheiden door een afatakking van de Rijn dat eerder Kynheim heette en van de Rijn via de Vecht naar Egmond liep. Zie Egmond.

 

Knutsegem, Zottegem, 930 Gunzingehem: woning van de mensen van Gundso.

 

Kobbegem, Vlaams Brabant, 1129 Cobbengem. Germaans Kunninga haim: woning van de mensen van Kubbo.

 

Kolegem, Deurle, 768 in agro qui vocatur Culingahem accra. Germaans Kulinga haim: woning van de mensen van Kulo.

Kolegem Sint Lieve, Mariakerke, 1210 Colengem, eerder Cullingahem: woning van de mensen van Kollo, Kulo.

 

Kollum, bij Dokkum, half 8ste eeuw Colleheim, Colheim, woonplaats van Kolle.

Heeft een van de hoogste torens van Friesland. In de spot worden de burgers kattenvreters genoemd.

 

Kollumerzwaag, bij Dokkum, 1350 Zwaech, zwaag is een weiland. Ze worden in de spot paardenvilders genoemd.

 

Koninksem, Tongeren, 1139 Conengesheym. Germaans kuningas haim: koninklijke nederzetting.

 

Kooigem, West Vlaanderen, 1138 Coengien, 1217 Corenghien. Germaans Kajinga haim: woning van de mensen van Kaujo.

 

Koudum, Hindeloopen, als deze plaats de in 855 vermelde Colwidum is zou men denken aan kolenbranderswoud,1325 ab Egghardo de Coldum de pensionibus camere. Germaans kulo: houtskool, widum: bos. Maar rond 1000 is er Colleheim: woning van de mensen van Kollo of Code.

In de kerk is een gedenkschrift te lezen over de ellende van de Spaanse tijd, anno 1586.:

‘In Januari, op Pontiaan, de 14 dag

In Koudumgroote Jammer men zag,

Aan man, wijf en kind, groot in ‘t getal,

Met hangen en vrouwen schenden overall,

Aan peerdensteerten gebonden voorwaar,

Als honden zij naliepen, dat is zeker en klaar,

Als van de Malcontenten, zeer boos en wreed,

Leden de jonge dochters meenig verdriet,

Hier aan gedenkt, man, vrouw, en kindt.

Vooral dat gij den Heer bemint’.

 

Kralingen, bij Rotterdam, 1244 Cralingha, 1250 Cralinghe: afstammelingen van Kralo, vergelijk Hoogduits Kralingen, in 1103 Crachilenheim en Karkelenheim. Wordt genoemd in het spreekwoord: ’zo oud als de weg naar Kralingen’.

 

Krokegem, Asse, 1227 Crokenghem, uit Krokinga haim: mensen van Kroko.

 

Kuitelgem, Buggenhout, 1470 Coytelghem: woning van de mensen van Kutilo.

 

Kuregem, Frans Cureghem, Anderlecht, 1170 Curengem: woning van de mensen van Kuro. Zo ook Kuringe, 1078 Curinge.

 

Kuringen, Hasselt, 1078 Curinge, Curinges. Germaans Kuringum: bij de mensen van Kuri.

 

Kutsegem, Waals Brabant: woning van de mensen van Kutso. Zo ook Kuttingen, Limburgs Kuttinge.

 

Laaxum, Fries Laaksum, 1132 Laxum, 1325 Simon van Laxnum: woning van de mensen van Laka.

 

Landegem, Oost Vlaanderen, eind 9de eeuw Landengehem. Germaans Landinga haim: woning van de mensen van Lando. Zo ook Landegem, Oordegem, 1209 Landenghem.

 

Landergem, Anzegem, 1038 Landringehem. Germaans Landaharinga haim: woning van de mensen van Landahari: (landa: land, harja: leger)

 

Latem Sint Maria, Oost Vlaanderen, 1154 Lathem. Germaans laeta: laat, traag, horige, haima: woning. Zo ook Latum.

 

Lathum, Latum, bij Doesburg, 1053 tpt 1071 Lathem in pago Hameland, 1294 Latheym: woonplaats van Laeta of een horige.

 In het kasteel daar ontving Lodewijk XIV de Arnhemse afgevaardigden die kwamen onderhandelen over de overgave van hun stad. Van dat kasteel was de nu bekende Hervormde kerk de kapel.

 

Ledegem, West Vlaanderen, 1085 Liedengehem. Germaans Leudinga haim: woning van de mensen van Leuri. (leudi: volk)

 

Ledergem, Oostakker, 966 Ledringehem. Germaans Leudiharinga haim: woning van de mensen van Leudihar. (leudi: volk, harja: leger)

 

Leersum, bij Wijk bij Duurstede, 11de eeuw Hlarashem, 1396 Leersem: van laar: weideplaats en heem: woning.

Vlak daarbij staat het kasteel Zuilenstein dat van 1630 tot 1648 prins Frederik Hendrik tot eigenaar had en verheft zich de Darthuizerberg waarop voortijds de ridderhofstad Darthuizen stond en later het Zwitserse huis zich vertoonde. Ook onder Leersum het fraaie landgoed Van Nellesteyn dat gesticht is in 1818 op een hoogte die Donderberg heet en door Tollens zijn gedicht: ‘De gevels van de huizen’ niet zo hoffelijk vermeld wordt.

 

Leeuwergem, Zottegem, 1177 Lewergem. Germaans Leudiwaringa haim: woning van de mensen van Leudiwar.

 

Lekkum, bij Leeuwarden, 10de eeuw Laki, 1230 Lackum, 1397 Leckum: woonplaats aan de leek: waterloop. Ze worden spottend meeuwen genoemd.

Lekkerterp is een terp bij Lekkum.

 

Letterhoutem, Oost Vlaanderen, 1036 Holthem. 1187 Parvo Houtem, Lettelhoutem, Germaans lutila: klein, holthem:, hulta: bos, haima: woning.

 

Leupegem, Oost Vlanderen, 1110 Lupengem: woning van de mensen van Lupo.

 

Leuvenheim, Brummen, 1046 Lov(u)ene. Germaans Luban haim: woning van Lubo.

 

Levergem, Beveren, 1436 Levelghem: woning van de mensen van Leubhari?

 

Lidlum, Franekeradeel, van Leudila haim: woning van de mensen van Leudila.

 

Lindergem, Nederokkerzeel, 1154 Lindrenghen. Germaans Linpaharinga: woning van de mensen van Pinpihari( linpja: zachtmoedig, harja: leger)

 

Lochem, Gelderland, 1059 Lochemensum, Lochem, 1277 Lochum, 1318 Locheym. Germaans lauka: look, haima: woonplaats: woonplaats van Laka, of van look, of van Lo hem: plaats van eikenhout.

Heeft aan de zuidzijde een hoogte die de Lochemse berg heet. Daar is ook een kuil die Wittewijvenkuil heet, zie ‘ s Heerenberg. De Lochemse grond levert diamanten, wat men Lochemse of Amersfoortse diamanten noemt en zijn gerolde en min of meer doorschijnende kwartssteentjes. Onder Lodewijk was er een zekere burgemeester van Lochem die een rok bezat waarvan alle knopen van Lochemse diamanten waren. Ze kunnen fraai geslepen worden. Op 29 oktober 1570 wilden de Fransen Lochem verrassen door soldaten verborgen in hooi binnen te laten maar dat de zoon van de portier plukte argeloos een hand vol hooi en een soldaat bij zijn been en ‘ verraad’ riep waardoor die opzet mislukte. De spotnaam van de burgers is koolhazen. Een boertje ontdekte dat zijn kool op het land steeds verminderde en ging er ’s avonds gewapend op af maar liep ijlings naar de stad terug met de mededeling dat er een groot beest, een wonderhaas, graasde op zijn kool veld. Enige mannen spoedden er zich nu gewapend naar toe en schoten het, het bleek een ezel te zijn.

 

Lollum, bij Bolsward, ook Ruigelollom genoemd, 1256 Lolingum, 1319 Loveingum, 1412 Lollegum: woonplaats van Lolle.

Ze worden stippers genoemd, mogelijk vanwege de vermaardheid vanwege zijn mosterd, stippen is indopen, de saus die bij arme mensen gebruikelijk was met weinig vet, azijn en mosterd heet Lollumerstip of Lolle-mans-stip.

 

Loppem, West Vlaanderen, 1110 Lophem: woning van de mensen van Loppo.

 

Loppersum, bij Groningen, 945 Loppesheim in het register van Fulda. Germaans Loppas haim: woonplaats van Loppo.

Er zijn drie boerderijen met vreemde namen, Vretop, Leege schotel en Volle hand. Bedelaars zouden hier hun oordeel uitgesproken hebben over de bewoners.

 

Lopsen, nu opgegaan in Leiden, 8ste eeuw Loppisheim, idem met Loppem.

 

Lottum, Horst, 11de eeuw en Lutmo, 13de eeuw Lotheme, idem.

 

Lovendegem, Oost Vlaanderen, 1190 Lovendengien: woning van de mensen van Liubwin, Lov/benda.

 

Luipegem, Bornem, 1139 Luppengem: woning van de mensen van Luppo.

 

 

Machelgem, Oost Vlaanderen: woning van de mensen van Magilo.

 

Makkum, bij Bolsward, 945 Maggenheim, 1362 Makinge, 1397 Mackinghe, Machkijnge, Maggenheim: woonplaats van Makke.

Ze heten strandjutten: strandrovers, lieden van wie men zegt dat ze niet verlangen naar het vergaan van een schip, maar als het dan toch vergaan moet dan maar op hun kust.

 

Maldegem, Oost Vlaanderen, 930 Madlingem. Germaans Maplinga haim: woonplaats van de mensen van Maplo. (mapla: volksvergadering)

 

Malem, Gent, 1216 Malhem, Germans malho: zak, verlaging, haima: woonplaats of van maal: dingvergadering.

 

Uit; http://www.stinseninfriesland.nl/BotniaStateMarrum.htm

Marrum, Ferwerderadeel, half 8ste eeuw Mereheim, later Mereheim. Germaans mari: meer, plas, haima: woning, 1418 Marrym: woonplaats aan zee.

Had een state, Botnia state die rond 900 gesticht zou zijn door Ode Botnia,, later behoorde het tot de familie Cammingha. Verder de Ponga state. Ze worden gibben: torenduiven, genoemd.

 

Markegem, Oudegem, 868 Makingeheim. Germaans Makinga haim: woning van de mensen van Mako.

Makkegem, Sint Denijs Boekel, eind 7de eeuw Machingahem, idem.

 

Mantgum, Littenseradeel, 1329 Mantingahem, 1386 Mantinge: woning van de mensen van Mante. (mand: verheugen)

 

Marum, Gronings Moarum, van maar: verlaging of water en heem of woning.

 

Marsum, bij Appingedam, 1335 Mersum, 1450 Marsum, van maris haim: woonplaats aan water of moeras. Zo ook Marssum.

 

Marssum, bij Leeuwarden, Fries Marsum, 1335 de consecracione altaris in Mersum, 1471 Marssum: woonplaats aan het water. Stond aan de oude zeedijk en een zeedijk die een gedeelte van de Middelzee afsloot.

Het kasteel Heringe state draagt het cijfer 1631. De laatste bewoner was Henricus van Popta die in 1732 overleed. In 1711 heeft hij het Popta gasthuis gesticht, een hofje voor oude vrouwen.

 

Megelsum, Meerlo, 1144 Magelsheim: woning van de mensen van Magilo.

 

Megen, Oss, 1139 Megen, 1196 Comes de megen, 1205 Medwen : woning van de mensen van Magino.

 

Meilegem, Oost Vlaanderen, 1130 Meylengem. Germaans Magilinga haim: woning van de mensen van Magilo.

 

Meinaldum, Fries Menaam, 1295 Menaldum et Hellum, 1399 Meynaldym, uit Maginwalda haim: woning van de mensen van Meginwald.

 

Merkem, West Vlaanderen, 869 Marcheim. Germaans waternaam Marko (nu het Martje, zie Langemark) haima: woonplaats, of van mark; grens.

 

Merum, Herten, 1101 Merehem. Germaans mari: waterplas, haima: woning.

 

Messem, Sint Andries, Bruggem 960 Meshem. Germaans masu: modder, haima: woning.

 

Mezegem, Roeselare, 1197 Mesinghem, 1230 Mezenghen: woning van de mensen van Miso.

 

Meuzegem, Wolvertem, 1199 Mosengem. Germaans Mosinga haim: woning van de mensen van Moso, Muso.

 

Michem, Brugge, 1089 Michem: woning in een modderige streek.

 

Midlum, Fries Mullum, Harlingen, 1357 Myddelum: woning in het midden. Kerk lijkt echter te stammen uit 1200, in 1157 ‘of wat laater’, daar gesticht ‘door eenige Edelluiden uyt het geslagt van de Ludigmans’.

 

Miedum, Leeuwarden, 1417 Medum: mede: weiland en woning.

 

Mijnekom, Maaseik, 1169 Minnenhem. Germaans Minninga haim: woning van de mensen van Minno.

 

Middelstum, Gronings Middelsom, half 8ste eeuw Mitilistenheim, 945 Midisheim, 11de eeuw Midlistheim, midlist is Fries voor middelste, ligt tussen Doornwerd en Westerwijtwerd.

 

Mill, Uden, 1166 Millen, mogelijk van Midila haima, of Millarium; mijlpaal, of van mijl, afstand tussen de kerk en die van Meer?

 

Millegem, Mol, 1202 Millenghen. Germaans Milinga haim: woning van de mensen van Millo, of van mille; fijn stof. (mildja: mild?)

 

Millingen, Dalfsen, 1457 Mijnligen, 1530 Mijlligen.

 

Millingen aan de Rijn, 721 villa Millingen, Millingi, 793 villa vel marca Millinga: woning van de mensen van Millo.

 

Milschot, Gemert, zal wel middelschot betekenen, afgeschoten ruimte in het midden gelegen.

 

Mirdum, Oudemirdum, Fries Aldemardum. 1148 Meretha, 1152 Merthen, 1336 Maerdum.

 

Miskom-Kersbeek, Vlaams Brabant, 1139 Misenkeym, 1164 Miseghem: woning van de mensen van Miso.

 

Mollem, Urk, 1170 Mulnehem. Germaans mulin: molen, haima: woning.

 

Mollem, Asse, 1126 Molinheem, 1170 Mulnehem: molenheem of woning met molen.

 

Molkwerum, Fries Molkwar, bij Stavoren, 1320 Molkemannahusen, Molkwarren en Molquern, 1398 Molkenhuzen, 1412 Molkwerum: plaats van melk of van Molke, kweern kan ook een handmolen zijn en dan van de persoon Molle.

Was bekend vanwege zijn zwanen pekelvlees, daarom heeft het dorpswapen een witte zwaan.

Die daar woonden werkten veel met toverij en werden als tjoensters uitgescholden, tjoensters zijn heksen en betjoenst wil zeggen: betoverd of behekst. Vanwege zijn onregelmatige bouw wordt het de Friese doolhof genoemd en vandaar het spreekwoord, ‘ zo verward als Molkwerum’.

 

Moregem, Oost Vlaanderen, 965 Moringehem, 1038 Moringem, 1182 Morenghene: woning van de mensen van Moro.

 

Mopertingen, Haspengouw, 1275 Mobertingen, 1314 Maubertingen: woning van de mensen van Maldbercht.

 

Morelgem, Sint Lievens Houtem, 1227 Morleghem: woning van de mensen van Morila.

 

Mullem, Oost Vlaanderen, 877 Molthem. Germaans muldo: mulle aarde, haima: woning.

 

Nanninga: Oosterwolde, woning van de mensen van Nanno. In Drenthe is er een Nanningehus.

 

Nansum, Delfzijl, eerder Nothensum: van de mensen van Nando en Fries Saksische vorm Notha.

 

Neerheylissem, Neerheilissem, Waals Brabant, 1011 Helecines, 1153 Heilincynensis, mogelijk een haim naam: woning van Hailiga.

 

Nerem, Tongeren, 1170 Nethertem,: woning van de mensen van Nathari, 1250 Nederheim, neder of klein.

 

Nijssen, 1253 Nisem, 1258 Nishem: woning van de mensen van Nithso.

 

Nittersum, Stedum, eerder Nithirdisma: woning van Nithard.

 

Nossegem, Vlaams Brabant, 1110 Nothengem: woning van de mensen van Notho.

 

Obergum, Winsum, begin 11de eeuw Obergon: woning van de mensen van Odbrecht, waarschijnlijk niet van authi-bergum: woeste berg.

 

Odegem, Assebroek, 1038 Otingehem, 1149 Odenghem: woning van de mensen van Audo, Odo.

 

Oedelem, West Vlaanderen, 1123 Othelhem, 1133 Othelem, begin 1140 (Od)olhem: woning van de mensen van Odhere. Volgens wikipedia al in 906 als Udelheim.

 

Oelegem, Ranst, 1161 Olemgem, Olenghem. Germaans Othilinga haim: woning van de mensen van Odilo.

 

Oenegem, Gistel, 1195 Onengen, 1247 Onnenghem. Germaans Aununga haim: woning van de mensen van Auno.

 

Oetingen, Gooik, 1196 Otinga, 1276 Otengis. Germaans Otinga: woning van de mensen van Oto.

 

Okegem, 1086 Ockenghem, 1165 Okengem: woning van de mensen van Uko, Okko.

 

Oldersum, Ten Boer, begin 11de eeuw Aldulfashem. Germaans Aldawulfas haim: woning van Aldawulf. (alda: oud, wulfa: wolf)

 

Oling, Tjamsweer: woning van de mensen van Ole.

 

Onegem, Aalst, 1566 Oeneghem: woning van de mensen van Ono of Auno.

 

Ooigem, West Vlaanderen, 1038 Otingehem, 1080 Odengem. Germaans Audinga haim: woning van de mensen van Audo.

 

Oordegem, Oost Vlaanderen, 1086 Ordenghem, 1160 Ordengem. Germaans Ordinga haim: woning van de mensen van Ordo.

 

Oostergem, Aalter: woning van de mensen van Austhari.

 

Oostrum, 1225 Ostrehem. Germaans austra: oostelijk, haima: woning.

 

Oostum, Ezinge, ca. 1000 Astnem. Germaans austana: oostelijk, haima: woning.

 

Ootmarsum, bij Oldenzaal, 901-917 Oetamarsem, 918 Othmershem, Othimarshem of Homersum, 1195 Omershem, 1326 Otmerschem, 1312 Oetmersem: woonplaats van Othmar of Odomar. Zou gesticht zijn in 127 door de Frankische koning Odemar waarbij de naam verklaard wordt als ontstaan uit Odemarsheim.

 Al in 770 stond er een kerkje. In 1300 kreeg het stadsrechten en werd een vestingstad. Met de 80jarige oorlog kwamen de Spanjaarden er in die in 1597 door prins Maurits verdreven werden waarna de vesting ontmanteld werd. Het is de siepelstad, (uien)

Het vleugelen is daar nog bekend waar op Pasen ganse rijen van bejaarden en jongeren hand in hand gaan, het ene huis na het andere in en uitlopen onder het zingen van: ‘Christus is opgestaan

Verlost van Jodenhanden, Halleluja etc.’

Merkwaardig is nog een ander oud gebruik die nog niet gans in onbruik is geraakt, (in 1910) bij het huwelijk geeft de bruid de bruidegom een linnen hemd en als het vermogen dat toelaat een koe. Dat hemd draagt hij een week waarna ze het schoon gewassen in haar kabinet bewaart, het zal zijn doodshemd zijn. De koe, de bruidskoe, wordt door de buren naar het huis van de bruidegom gebracht en met een krans om de hals en oranjeappels op de horens en kleurige linten om lijf en staart en zo in de stal gezet onder een gedeelte van de hildering of zoldering dat uit enige dikke en geschaafde eiken planken bestaat, die andere zijn van een mindere houtsoort en niet geschaafd. Die eikenplanken zijn een geschenk van de bruidegom en worden later verwerkt tot de doodskisten van hem en haar.

 

Opheylissem, Opheillissem, Waals Elessinea, Waals Brabant, 1135 Elicinis superius, zie Neerheilissem.

 

Oppem, Meise, Brussegem, 1132 Opehem. Germaans upa: hoger gelegen, haima: woning.

 

Ossegem, Laken, Frans Osseghem, 1157 Ossengem. Germaans Ossinga haim: woning van de mensen van Osso.

 

Otegem, West Vlaanderen, 998 Otingehem, 1038 Octingehem, 1140 Otengem. Germaans Uhtinga haim: woning van de mensen van Ote of Utho.

 

Ottergem, Oost Vlaanderen, 1036 Ottinghem, 1108 Octringem, 1123 Ottrengem. Germaans Uhtaringa haim: woning van de mensen van Uhtahari of Authari.

 

Ottersum Gennep, uit Ottersheem, woning van de mensen van Authari of Odomar.

 

Oudegem, Oost Vlaanderen, 1019 Aldengem, 1144 Aldengienh: uit Aldingahaim; woning van de mensen van Aldo. (alda: oud)

 

Oudegem, Loppem, 899 Haldingahehem. Germaans Haldniga haim: woning van de mensen van Haldo.

 

Oudergem, Frans Auderghem, Brussels, 1160 Oldrengem, 1257 Oudrenghem, van Aldaringa haim: woning van de mensen van Aldhari. (alda: oud, harja: leger)

 

Outgaarden, Vlaams-Brabant, Bij Hoegaarden en betekent zoveel als oud Hoegaarden.

 

Overhem, Henis, 1129 Overheym. Germaans ufera: hoger gelegen, haima: woning.

 

Ouwegem, Oost Vlaanderen, Oudenaarde, 830 Aldingaheim. Germaans Aldinga haim: woning van de mensen van Aldo.

 

Pede. (Sint Gertrudis) Volgens de legende was Sint-Gertrudis, abdis van Nijvel, onderweg naar Lennik, toen haar koets in de modder bleef steken. Ze was daarom verplicht haar weg te voet verder te zetten. De naam Pede zou dan komen van de Latijnse vertaling van "te voet". Pede is een naam van de bijrivier van de Zenne, naam komt mogelijk uit pipa; moeras.

 

Paeshuis, Geel, en St. Kwintens-Lennink. Naam uit paes; vrede, rust, en husa; huis.

 

Pamel, Vlaams Brabant. Oorspronkelijk Pamela, Pamala, mogelijk van Latijn pabulum; weiland.

 

Papegem, Oost Vlaanderen, Vlierzele, 976 Papingahem. Germaans Papinga haim: woning van de mensen van Papo. Zo ook Peperga.

 

Pepingen, Vlaams Brabant, 1138 Papengin. Germaans Papinga haim: woning van de mensen van Papo.

 

Persingen, Ubbergen, 1250 Persingen, 1333 Persinghen, 1412 Peersingen, is te vergelijken met Westfaalse Persinchusen: woning van de mensen van Perso.

 

Peursum, Giessenburg, 1282 Poedersijnsambocht, later Poeldersum: woning met hetzelfde woord als in Poederooien, Bodhari.

 

Petegem aan de Leie, bij Oudenaarde, 864 Pettingehem. Germaans Patjinga haim: woning van de mensen van Patjo of Petto.

 

Pietersheim, Lanaken. 1154 Pithersen, 1188 Pierseim. Germaans Petris haim: woning van Peter, Latijn Petrus.

 

Piaam, Makkum, 1370 Pyanghem, 1482 Pyangum: woning van de mensen van Pya.

 

Petten, bij Zijpe, 9de eeuw Pathem, 1063 Pethem, 1222 Putan, 1224 Putthem. Germaans putja: put, haima: woning, dus een laagte net zoals Putten, lage plaats of kuil.

Het is mogelijk het zeedorp dat eerder als Portus Epatiacus de voorhaven was van de koopstad Vronen waar Willibrordus de vijfde christenkerk in Nederland oprichtte. Het oude Petten lag veel verder westwaarts en is waarschijnlijk meerdere keren oostwaarts geplaatst totdat het eindelijk achter de tegenwoordige zeedijk een veilige plaats kreeg. Het bestond vroeger uit twee gedeelten, het ene in de Zijpe ten noorden en het andere in het zuiden in de Hondsbos naar de zijde van Camperduin.

In 1170 stroomde het water bij Petten over de duinen en akkers.

 

Pikkelgem, Lierde, Pikkelghem, Deftinge, 1003 Picclingehem of Picclingehim. Germaans Pikkilinga haim: woning van de mensen van Pikkilo.

 

Pingjum, bij Bolsward, Fries Penjum, rond 1230 in Vita Siardi; probus homo de Pennengem, 1371 Penningaheem, plaats van Pinna of Penninga. Er heeft lang geleden een bekend klooster gestaan dat Vinea Domini heette, de wijngaard des Heren. Ze heten daar boonschillen.

 

Pittem, West Vlaanderen, 1072 Puttem: put heem, woning met een put.

 

Poperinge, West Vlaanderen, 844 Pupurninga villa, 877 Pupringahem: woning van de mensen van Poppo.

 

Potegem, Waregem, 965 Potingehem, 966 Pottingehem. Germaans Pottinga haim: woning van de mensen van Potto.

 

Putten, Gelderland, 855 Puthem. Germaans putja: put, haima: woning.

 

 

Rabbinge, Zuidwolde: woning van Rabbo.

 

Ransem, Erps-Kwerps, 1208 Ramshem: woning van de mensen van Hramo, Raban :raaf.

 

Rateling, West Vlaanderen, 14de eeuw Raterdingen, woning van Radhari.

 

Ratum: Winterswijk, zo in 1725, 1792 (den hof te) Rathum, woning van Rado.

 

Redigem, Redichem, Culemborg, 1031 Radengheim, woning van de mensen van Rado. Zo ook Redingen, 1602 Redinghen.

 

Reitsum, Ferwerdedardeel, 8ste eeuw Richeim, 945 Reisheim: woning van de mensen van Riko.

 

Rekegem: Oost Vlaanderen, woning van de mensen van Rako.

 

Rekem, 1140 Radekeim, 1143 Radenchen. Germaans Raedinga haim: woning van de mensen van Raedo.

 

Rekkem, West Vlaanderen, 1173 Reckeham, 1205 Rechem, hraca; landtong, ham; ingesloten stuk land, of woning van de mensen van Riko.

 

Relegem, 1132 Radelegem, 1167 Radelinghen, 1198 Radelgem. Germaans Raedilinga haim: woning van de mensen van Raedilo. (raeda: raad)

 

Reninge, West Vlaanderen, 877 Rinenga, 1100 Rinenges: woning van de mensen van Rinno, Reini. Zo ook Reningelst, 1107 Rinigelles, 1135 Rithenengellis, verfranste vormen mogelijk van Reninge.

 

Kasteel Grunsfort uit; http://en.wikipedia.org/wiki/Renkum

Renkum, bij Wageningen, 970 Redincghem, Redichem, 997 Redingen, 1016 Radincheim, 1031 Radingheim, 1480 Redincghem, 1561 Rencom. Germaans Raedinga haim: woning van de mensen van Raedo.

Graaf Wichman heeft de helft van dit dorp geschonken aan de abdis van Elten wat Keizer Otto de Grote en keizer Otto III en Lotharius later bevestigd hebben. De kapel van Redincghem was vroeger een druk bezochte bedevaartsplaats. Onder Renkum ligt het buitengoed Oranje Nassau-Oord dat vroeger De Kortenberg heette en gekocht werd door Willem III. Wilhelmina schonk het om te dienen als een sanatorium voor borstlijders. Nog eerder stond daar het oude slot Grunsfort, gesloopt in 1780.

 

Repinge, Hoeven wel van: woning van de mensen van Ripo.

 

Ressegem, Oost Vlaanderen, 1155 Razengem. Germaans Ratsinga haim: woning van de mensen van Ratso, Rasinga.

 

Ritthem, bij Vlissingen, woonplaats aan de Rijt, met het fort Rammekens, daar ging op 15 september 1557 Karel V scheep om naar zijn klooster te vertrekken, veel van de wereld gehad en niet meer van de wereld te vragen. De burgers dragen de spotnaam bergeenden.

 

Rijkegem, Tielt, 847 Ricolwingaheim, 1185 Rikengem. Germaans Rikiwulfinga haim: woning van de mensen van Rikiwulf.

 

Rijmelgem, Zaventem, 1300 Rimelghem, van Reiminga haim: woning van de mensen van Reimilo.

 

Riksingen, Luik, 1205 Rixinges, 1296 Riechinghen: woning van de mensen van Rikso.

 

Rinnegom, Egmond Binnen, 1162 Rinnighem, Rinninghem. Germaans Rinninga haim: woning van de mensen van Rinno.

 

Rinsumageest, bij Dokkum, Fries Rinsumageast, 942 in Fulda Ringesheim, 13de eeuw Ringesimagast, 1421 Renismagaest: woonplaats van Hring, (kringa: ring) latere vormen met gaast als hogere zandgrond.

De kerk heeft een kleine crypte of onderaardse kapel. De zuilen zijn volgens de overlevering een geschenk geweest van Friese kruisvaarders die ze meegebracht hebben uit het oosten. De burgers heten hondenwippers naar een kermisgebruik die bestaat in het in de hoogte wippen van honden door middel van een touw dat met een plotselinge ruk gestrekt wordt. Er werd dan een vlag uitgestoken en gezongen:

‘Fi, fa, fij!

Leven de hondenwipperij’.

 

Robrechtegem, Harelbeke: woning van de mensen van Hrodbercht.

 

Rokegem, Sint Maria Horebeke, 1042 Rockingim, 12de eeuw Rochingem. Germaans Hrukinga haim: woning van de mensen van Hruko.

 

Roksem, West Vlaanderen, 745 Hrochashem, 770 Hrocashem. Germaans Hrukas haim: woning van Hruko.

 

Rollegem, West Vlaanderen, 1164 Rolighem, 1168 Rollingeham, 1195 Rodelinghen. Germaans Hropilinga haim: woning van de mensen van Hropilo.

 

Rommersom, Vlaams Brabant, 1285 Rummensheem, van Hrothmaringa haim: woning van de mensen van Hrotmar.

 

Rooigem, Huise, 1158 Roingehem, woning van de mensen van Hrodho of Rauho?

Rooigem, Mater, 1177 Rodincham, idem.

 

Rossum, Maasdriel, 893, Rotheheim, Ratheheim, 1188 Rothem, 1205 Rothem; van rooien en heim, plaats. Vooral bekend door Maarten van Rossum die er begraven ligt

 

Rottum, Heerenveen: 12de eeuw Ruthne, 1481 Rottim, Rottena, Root-heem, zie Rotserhaule, daar stond vroeger een vermaarde abdij van de benedictijnen die een rood dak had.

 

Rottummeroog, oog; eiland, behoorde vanouds aan de monniken, twee derde aan Oldeklooster in Groningen en een derde aan de abdij van Rottum, 1568 Monnicke Rottumerland.

 

Rukkelingen-Loon, Frans Roclenge-Looz. 1030 Rochleuenges, 1166 Rocheldenges. Germaans Hrukawulfingum of Hrukawaldingum: bij de mensen van Hrukawulf of Hrukawald. Loon ter onderscheiding van Rukkelingen aan de Jeker.

 

Rullingen, Borgloon, 1135 Rolengem: woning van de mensen Hrodilo.

 

Saaksum, Baflo, Gronings Soaksum, half 8ste eeuw Sahsingenheim, uit Fulda in de 10de eeuw, Saxenheim. Germaans Sahsinga haim: woning van de mensen van Sahso.

 

Sabbinge, Goes, 1208 Sabbinge: woning van de mensen van Sabbe.

 

Sassenheim, bij Warmond, Sassem, 1083 Saxnem, Saxheim, 1358 Sasnem. Germaans Sahsana haim: woonplaats van Sahso of Saksers, zie Sexbierum.

Het is ontstaan op een oude strandwal waar veel kasteeltjes of herenhuizen gebouwd zijn. De kerk staat op een oude duintop. Ze worden spots wijze asbakken genoemd omdat ze de as uit de buurt ophaalden waar het aan zeepziederijen verkocht werd.

 

Schalkem, Meerbeke, 1184 Scalchem. Germaans skalka: knecht, slaaf, of persoonsnaam, haima: woning.

Zo ook Sint Pieters Schalklede, Ruiselede, 1041 Scalclethe, dan met hlipa: helling.

Zie Schalkwijk, Utrecht.

 

Schalsum: Fries Skalsum, 1319 en 1370 Scalkessum, woning van de mensen van Schalk.

 

Scharnegoutum, Fries Skearnegoutum, 1200 eeclesia de Scharnum, 1203 Skarnum, maar in 1427 Goltum, mogelijk heeft het men toen een fraaiere naam wil geven want Skarnum betekent: mest heem, Goltheem komt misschien van het heem of woning van Goldo, van gold: goud. Dus nu zijn ze beide verenigd of dat elk een verkorting van Scharnegoutum is, dan zou het de heem van Skarna_Goldo kunnen zijn, een spotnaam in de betekenis van Drek Goud.

 

Schopegem, Zwevegem, 1382 Scoupeghem: woning van de mensen van Scopo.

 

Selissen, Boxtel, 1293 Zelicel, kan van Selis haima: woning van de mensen van Sello.

 

Sellingen, Gronings Zelng, 13de eeuw Sallinge: woning van de mensen van Sallo.

 

Siesegem, Aalst, 1278 Scisengem: woning van de mensen van Skiso.

 

Sitsingen, Hoeselt, 1275 Tsitsingen, 1282 Chitsinghen: woning van de mensen van Sidso.

 

Snellegem, West Vlaanderen, 941 Snethlingehem, 946 Snethlineghem, 964 Snellingehem. Germaans Sneplinga haim: woning van de mensen van Sneplo of Snethlo.

 

Someren, Brabants Zummere, rond 1200 copy 1300 Zumeren, 1224 Zummere, zie het Duitse Sumaringahem: woning van de mensen van Sundmar. Zo ook Zeumeren, Barneveld, 1432 Someren, 1534 Suemeren.

 

Sopsum, Franekeradeel: woning van de mensen van Soppe.

 

Spannum, bij Franeker, 1335 de consecracione altaris in Spannum, 1480 Spannema gae, woonplaats van Spannum.

De burgers worden erwtenpeulen genoemd.

 

Speers, Fries Spears, Rauwerderhem, eerder Sparringe: woning van de mensen van Sparria of Sparringa.

 

Spieringen, Vollezele, in 1142 echter Spineghem: woning van de mensen van Spino.

 

Spriens, Raard: eerder Spredens, Friese vorm van Spredinge: woning van de mensen van Spredo.

 

Stasegem, West Vlaanderen, woning van de mensen van van Stas.

 

Stedum, bij Appingedam, wordt in Gronings Steem genoemd, begin 11de eeuw Stedon: bij plaatsen, Germaans stadium: plaats, plek, van stede: boerenplaats.

Er is een zeer bochtige weg die het dorp met Lellens verbindt en daar wordt schertsend gezegd van iets dat erg krom is, ‘het is zo recht als de weg naar Steem’.

 

Sterksel, Soerendonk, 1172 Sterkesele: sterke woning met 1 zaal.

 

Stiem, Anjum, komt wel van Stedum, van Fries stede: woning.

 

Stratum, Eindhoven, 1325 Straethom, 1447 Strathem, : woning aan een straat. Zo ook Straten, Duffel en Sint Truiden.

 

Strijtem, Vlaams Brabant, 1146 Strithem. Germaans strida: strijd, haima: woning, woning waarom gestreden werd.

 

Stokkem, Dilsen, 1172 en 1181 Stokheim: woning dat als een blokhuis van zware boomstammen is gebouwd. Zo ook Stokkum, Gelderland,1188 Stochem, 1240 nemus in Stokhem.

 

Suttum, Winsum, 1600 Suttemahuys: woning van de mensen van Suttema, kan ook zuidheem zijn.

 

 

Tategem, Desselgem, 965 Tatinehem. Germaans Tatinga haim: woning van de mensen van Tato.

 

Teetlum, Fries Teatlum: woning van de mensen van Thiado.

 

Teppingehem. Desselgem, 965 Teppengihem. Germaans Teppinga haim: woning van de mensen van Teppo.

 

Teteringen, Breda, 1314 Tateringhen: woning van de mensen van een man als Tathuhari, Tater.

 

Tijum, Winsum, Gronings Taimen, begin 11de eeuw Tihem. Germaans tiwa: vergaderplaats, haima: woning.

 

Tillegem, Sint Michiels, kort na 1140 (T)illengem. Germaans Theudilinga haim: woning van de mensen van Theudilo?

 

Tinallinge, Baflo, Gronings Tinaalng. Half 8ste eeuw Ingaddingen heim. Germaans Ingwiwaldinga haim: woning van de mensen van Ingwiwald.

 

Tirns, Fries Turns of Tearns, 1415 Terense: woning van ? Daar stond van 1406 tot 1572 het klooster Thabor.

 

Tolsum, Franekeradeel, 945 Tollesheim: woning van Tolle.

 

Tritzum, Fries Tritsum, Franekeradeel: woning van Tritse.

 

Truilegem, Jette, 1149 Trudelengem, 1226 Drudelgem. Germaans Thrudilinga haim: woning van de mensen van Thrudilo. (prupi: kracht)

 

Tzum, bij Franeker, Fries Tsjom, 1222 Chzimingen, 1335 Zimminghum, 1400 Tzongum: woonplaats van Tjomme. Op een grote terp staat de Johanneskerk met een zeer hoge toren van 72m. Ze heten touwtjessnijder of lijntjessnijder, zie Oldeboorn.

 

Tzummarum, Fries Tjummearum, Franekeradeel, Vita Siardi, rond 1230 iuvenis de Thumarentum, 1400 Tyedmarim, 1466 Tyadmerum: woning van de mensen van Tjomme, van oud Germaans Theodmar, Thiedmar.

 

 

Udekem, Zoutleeuw, 1141 Udinchem, 1155 Odenghem. Germaans Udinga haim: woonplaats van de mensen van Udo.

 

Uffegem, Antwerpen. 15de eeuw Uffegheem: woning van de mensen van Uffo of Ubbo. Zo ook Uffelsen, Weert.

 

Ursem, Alkmaar, 1083 Urisheim, ca. 1100 Orshem, 1420 Uresheim: kan van hors en heem, paardenwoning.

 

 

Valkum of Valcum, Winsum, ca. 1000 Falconhem. Germaans Falkan haim: woning van Falko; valk.

 

Vantegem, Wetteren, 1007 Fatingehim. Germaans Fantinga haim: woning van de mensen van Fato.

 

Veerdegem, Machelen bij Deinze, 814 Fredingahem, 1305 Verdegheem. Germaans Fripinga haim: woning van de mensen van Fripo. (fripu: vrede)

 

Veltem-Beisem, 12de eeuw Velthem, 1300 Veldtheem: woning in het veld.

Veltem, Brugge, 976 Felthem. Germaans feldu: woeste vlakte, haima: woning.

 

Vinkem, West Vlaanderen, 1128 Veinghem. Germaans Faginga haim: woning van de mensen van Fago.

 

Vlekkem, Oost Vlaanderen, 1036 Flachem, 1117 Flachem, 1219 Vlackem: woning in de vlakte.

 

Vlieringen, 1275 Vliderengien, 1302 Vlidrinhem: woning van de mensen van Flidhari.

 

Vlissegem, West Vlaanderen, 988 Fleskengem, 1072 Flessingehem, 1089 Flisingem Fleskengem. Germaans Flaskingja haim: woning van de mensen van Flaskjo of Fleski.

 

Vloerzegem, Smeerebbe, 1148 Florsengem. Germaans Flortsinga haim: woning van de mensen van Flortso.

 

Voenhem, Riksingen, 1156 Voheym, woning van een vrouwelijke vos, midden Hoogduits vohe.

 

Volkegem, Oost Vlaanderen, 1110 Folkengem. Germaans Fulkinga haim: woning van de mensen van Fulko.

 

Volsem, Sint Pieters Leeuw, 1217 Volgesem, Volxem, 1217 Volsegem, kan van Fulkhereshem: woning van de mensen van Folkher.

 

Voormezele, West Vlaanderen, 961 Formesela, 1089 Formesela: sella; vestiging van de mensen van Frumo.

 

Vrekkem, Ursel, woning van Frikko.

 

Vreuschemen, Luik, 1172 Vrisheim, 1176 Vriseym, maar in 1314 Vrusem, 1554 Vruesschemen. Germaans Freso haim: woning van de mensen van de Friezen of Freso.

 

Vrijlegem, Mollum 966 Frigelingehem. Germaans Frigilinga haim: woning van de mensen van Frigilo.

 

Vrolingen, Wellen, 1275 Vrudelingen, 1291 Frudelingen: woning of bezit van Frodilo.

 

 

Wachelgem, 1190 Wacnengem, 1209 Wachnegem, van Wachinga haim: woning van de mensen van Waccho.

 

Wadding ter, Voorschoten, 9de eeuw Watdinchem. Germaans Waddinga haim: woning van de mensen van Waddo.

 

Walfergem, Asse, 1236 Walfreghem: woning van de mensen van Walkfrid of Walfer; Walter.

 

Walsegem, Gelembeke, 1218 Walzegem. Germaans Walsinga haim: woning van de mensen van Waldtso.

 

Wanssum, Limburg, woning van Wano.

 

Waregem, West Vlaanderen, 826 Waroinghaheim, 995 Waringim. Germaans Waringa haim: woning van de mensen van Waro. Zo ook Warken, Warnsveld, 1059 Werken.

 

Warm, Gendringen, 1200 Wereheim: woning van Wero, Waro. Zo ook Warmelo, Diepenveen, 1497 Wermeloe, 1353 Eeechlo: dan met bos.

 

Wassegem, Oost Vlaanderen, uit Wassinga haim: woning van de mensen van Wasso, Wadso.

 

Watum, Groningen, wel van Watahem: woning van Wata, vergelijk de familienaam Watema.

 

Webbekom, Diest, 1107 Webbekeym. Germaans Wibbinga haim: woning van de mensen van Wibbo.

 

Weidum, Littenseradeel, 1386 thire tziercka to Weydim : woning van de mensen van Weid, zie de Friese familienaam Weidema.

 

Welsum, eerder Wilsum, Dalfsen, 1213 Wilsem, 1348, 1390 Wilsen: van Wilso, dan met heem: woning.

 

Wemeldinge, Zeeuws Weumelienge, 1222 Wimeldinga. Germaans Winiwaldingija: toebehorend aan Winiwald of van Wimmilo: bos van Wimmo. (wini: vriend, walda: heerser)

 

Wenum-Wiesel, Apeldoorn, 1335 die Merck to Wenen, kan van Wino haim: woning van Wine. Wiesel, ook Wiessel, Wissel, 1337 ’t gericht van Wiessel, van wise: weide en lo: bos.

 

Wessegem, Ursel, 970 Wessingim. Germaans Wasjinga haim: woning van de mensen van Wasjo of Wessi.

 

Wessem, Limburgs Wissem, 973 Wisheim,1243 Wisheim, Germaans wisu: goed, kan ook van wis: weide, haima: woning.

 

Wessinge, Doornspijk, midden 12de eeuw Wesinga. Germaans Wasjinga: toebehorend aan Wasjo of Wessi.

 

Westrem, Massemen, 1087 Westernehem. Germaans westronja: westelijk, haima: woning.

Westrem, Sint Denijs, 950 Wstrehem. Germaans westara: westelijk, haima: woning.

 

Wevelgem, West Vlaanderen, 12de eeuw Weulengem, 1197 Weflegem. Germaans Wibilinga haim: woning van de mensen van Wibil. (wibila: kever)

 

Wierden, 1323 Wederdem, wel uit Wederdheem: woning van Widhard.

 

Wijnaldum, Fries Winaam of Wineam, Harlingen, 1357 vuratus… in Wynaldum, 1400 Wynalden: woning van Winia, Winald.

 

Wijnegem, Wommelgem, 1161 Winengem: woning van de mensen van Wino.

 

Wijlegem, Sint Denijs, Boekel, 1040 Wilingem, 1140 Wilenghem. Germaans Welinga haim: woning van Welo.

 

Windesheim: bij Zwolle, 1028 Windesheim, 12de eeuw Winzhem, 1145 Wendesheim, 1310 Windesim, volksnaam Weensum en Winsum: woonplaats van Winid of Windo. De kerk zou nog een overblijfsel zijn van het klooster die gesticht is door leerlingen van Geert de Grote die te Deventer de vereniging van ‘de Broeders des gemeenen levens’ had opgericht en een van de Hervormers voor de Hervorming was.

 

Wimmenum, Bergen, 8ste eeuw Witmundheim, ca. 960 Wihtmundhem, welke opgaven echter op Texel betrokken worden: woning van de mensen van Wihtmund. Daarnaast is er in 1083 Wimnon, mogelijk een waternaam als de rivier Wamme in BelgiĎ.

 

Wimmertingen, Hasselt, 1243 Wembertingen: woning van de mensen van Winnibercht, Wembert.

 

Winsum, 11de eeuw, op munten, Winchem en Winshem, 12de eeuw Winzhem, wink: hoek of woonplaats van Winika. Het dorp heeft drie wierden, Bellingeweer en Obergum.

De bakermat der Ripperda ‘s. Bekend is Wigbold van Ripperda die de Haarlemse burgers in 1572 tot verzet tegen Spanje aanspoorde waar hij volgens Hooft zei: ‘Dit is ‘t opzet van een Fries, Holland plag ook mannen te fokken en mij verlangt te horen hoe het de Haarlemmer harten verstaan’. Daarop ontstaken die harten in gloed. Na de overgave verloor hij onder de beulsbijl het leven.

 

Winsum, bij Franeker, 1325 Winsem. 1329 Winzim: woonplaats van Winika.

Bij dit dorp verheft zich een van de hoogste terpen van Friesland. Vroeger waren daar veel vrouwen uit de mindere stand bezig met het spinnen van wol voor de wolkammers van Franeker en Sneek en zonden elke week hun garens in zakjes die spinpuden: spinzakken, heten. Spinzakken is de spotnaam van de Winsumers.

 

Wippelgem, Evergem, 1226 Wipplenghen: woning van de mensen van Wippilo.

 

Witmarsum, bij Bolsward, Fries Wytmarsum, 1400 Witmerzim, 1456 Withmarsum: woonplaats van Widmer of Widimar.

Hier is Menno Simons geboren in 1492 die er ook pastoor geweest is, zie Pingjum, dat ambt legde hij neer in 1536. Tegen hem werd als hoofd van de Doopsgezinde beweging een plakkaat door de overheid uitgevaardigd op 7 december 1542 inhoudende: dat niemand de heer Menno Simons bij verbeurte van lijf en goed mocht logeren, trakteren of begunstigen, noch met hem converseren of zijn boeken hebben en die hem overlevert aan de Hof van Friesland een premie van 100 Carolus guldens ontvangen. Hij begon dan te zwerven en de volksspreuk zegt dat hij eens toen hij in een postwagen zat die aangehouden werd met de vraag of Menno Simons er in zat aan het gevaar ontsnapte doordat zijn medepassagiers neen zeiden en hij zelf uit het portier tot antwoord gaf, ‘ze zeggen van neen’. Zijn portret hangt in de kerk boven de preekstoel.

 

Woelingen, Frans Ollignies, Henegouwen, 1143 Wlengem. Germaans Wolinga haim: woning van de mensen van Wolo.

 

Wognum, bij Hoorn, in 1063 als Wogghungen in de abdij van Echternach, 11de eeuw als Wokgunge in een oorkonde die ook spreekt van een kapel waar nu de N. H. Kerk staat die aan de abdij van Limmen behoorde, ca. 1083 Wognem, later Wagnem: woonplaats van Woggo, zie Wogmeer.

Heeft van 1392 tot 1426 stadsrechten gehad.

 

Wolfsem, Brussel: woning van de mensen van Wolf. Zo ook Wolsum bij Bolsward.

 

Woltersum: woning van de mensen van Waldahari.

 

Wolvertem, Vlaams Brabant, 1086 Vulverthem, 1125 Wolverthem, 1170 Wolferthem. Germaans Wulfripis haim: woning van Wulfafrop, Wolfart. (wulfa: wolf, fripu: vrede) Zie ook Wolfaartsdijk.

 

Wommelgem, Antwerpen, 726 Winlindechim, Wimilincheimo, 1155 Wimlegem: woning van de mensen van Wimilo.

 

Wommels, Littenseradeel, 1335 Womelenze: woning van de mensen van Wimilo.

 

Wommersom, Linter, 1139 Wolmersheym, 1179 Wlmersen, Germaans Wolamaeris haima: woning van de mensen van Waldamer of Wolamaer.

 

Wondelgem, Gent, 966 Gundinglehem, 1130 Gundlegem, 1153 Guldelgem: woning van de mensen van Gundilo. (gundho: strijd) Ook Vroonstalle; heerlijkheid van de heer van het domein, zie Vroonen.

 

Wons, Fries Wuns, eerder Woldinge: woning van Wold.

 

Wontergem, Deinze, 1019 Guntrengem: woning van de mensen van Gundhari. (gundjo: strijd, harja: leger)

 

Workum, bij Hindeloopen, Fries Warkum, 1327 Waldricheim, 1333 Woldrichem, 1335 Woldricgheem, 1399 Woudrichem, 1476 Waerkum: woonplaats van Waldrik of met hout.

Heeft sinds 1399 stadsrechten. Ze worden spottend brijbekken genoemd. Als bijzonderheid is te vermelden een kunstig beweegbaar tellurium die vervaardigd is door een molenmaker, Alle Boksma. In de kerk zijn acht oude gilde baren met figuren en spreuken erop tot de verschillende beroepen als dokter en apotheker baar, landbouwer baar, groot schippers baar, klein schippers baar, timmerman, metselaar en ververs baar, goudsmid, zilversmid, ijzersmid en uurwerkers baar en twee kinderen baren. Ze worden nog bij begrafenissen gebruikt.

 

Wortegem, Petegem, 964 Wrattingim, 1119 Wartenghem. Germaans Waratinga haim: woning van de mensen van Warto, Warato. Of van wrat of wort; zwelling, heuveltje.

 

Woubrechtegem, Oost Vlaanderen, 868 Amobriengaheim, 1122 Woubrechtengem. Germaans Waldaberhtinga haim: woning van de mensen van Waldaberht. (walda: heer, berhta: schitterend)

 

Woudrichem, Brabant, Woerkem, Workum of Woerkum, tegenover Gorinchem, 983 Walderinghem, 1178 Walderinghem, Woldrichem, 1223 Woldrinken, 1259 Woldrichem: woonstede van Waldeher. Het is een zeer oude plaats en wordt al in de 9de eeuw genoemd als bezitting van de Utrechtse kerk. Men wil zelfs dat Suidbertus er een bedehuis heeft gesticht.

Ze heten mosterdpot waarschijnlijk omdat de kerktoren wat van een mosterdpot heeft.

 

Wulvergem, West Vlaanderen, 1119 Wulverghem: woning van de mensen van Wulfhere.

 

Wulveringem, West Vlaanderen. 1128 Wlfrighem, 1159 Wlfringahem. Germaans Wulfaharinga haim: woning van de mensen van Wulfahar. (wulfa: wolf, harja: leger)

 

Wulmersom, Wulversom, Vlaams Brabant, 1305 Wulvensem: woning van de mensen van Wulfhere.

 

Zalegem, Vrasene, 1136 Salenchem. Germaans Salinga haim: woning van de mensen van Salu.

 

Zaleking, Zenderen, 1188 Salikinc: woning van Saliko.

 

Zeddam, Bergh, 1142 Sydehem, 1200 Sehein, 1211 parrochia Sydehem. Germaans sida: wijd afhellend, haima: woonplaats. Ligt op een bocht van het hoogland.

 

Zedelgem, Brugge, 1080 Sillengem, 1089 Zedelghem. Germaans Sidulinga haim: woning van de mensen van Sidulo. (sidu: zede)

 

Zegelsem, Oost Vlaanderen, 866 Sigulfi villa. Germaans Siguwulfas haim: woning van de mensen van Siguwulf. (sigu: zege, wulfa: wolf)

 

Zeelst, Brabants Zilst, komt van van sele, sali: woning met 1 kamer.

Zo ook Zele, Oost Vlaanderen, 1149 Zele. Germaans sali: uit 1 ruimte bestaande woning.

Zelem, Halen, 1114 Salechem. Germaans sali: uit 1 ruimte bestaand huis, haima: woning.

Zelhem, Achterhoek, 801 Salehem, 1152 Selehem: woning met 1 zaal.

 

Zenderen, Borne, ca. 900 Sindron, 1280 Sinderen, 1357 Zijnderen, van sintels, ijzererts.

 

Zerkegem, Jabbeke, 1025 Sarchingehem, 1089 Sarkangem, 1164 Serchingehem. Germaans Sarukinga haim: woning van de mensen van Saruko. (sarwa: wapenuitrusting)

 

Zevergem, Oost Vlaanderen, 964 Sewarhingahem. Germaans Saiwiwaringa haim: woning van de mensen van Saiwiwar, Sewar.

 

Zieregem, Gent, 875 Siringehem: woning van de mensen van Siro.

 

Zingem, Oost Vlaanderen, 885 Siggingahem, 963 Sicqingahem, 1019 Siggengen. Germaans Sigginga haim: woning van de mensen van Siggo. (sigu: zege)

Zingem, Sint Amandsberg, 966 Siggingehem, idem.

 

Zinnegem, Hazebroek, 1238 Seningahem: woning van de mensen van Seno.

 

Zomergem, Oost Vlaanderen, 814 Sumaringahem. Germaans Sumaringa haim: woning van de mensen van Sumar. Zo ook Zomergem, Aalst. 1185 Somrengem.

 

Zonnegem, Oost Vlaanderen, 1088 Suineghem, 1173 Sonneghem. Germaans Sunninga haim: woning van de mensen van Sunno.

 

Zottegem, Oost Vlaanderen, 1088 Sottengem. Germaans Sutinga haim: woning van de mensen van Suto.

 

Zwevegem, West Vlaanderen, 1063 Suevengehem. Germaans Swibinga haim: woning van de mensen van Swibo.

 

Zwevezele, West Vlaanderen, 10de of begin 11de eeuw Swivesere of Suivesele. Germaans Swiban sali: uit 1 woning bestaand huis, van Swibo.

 

Zwijvegem, Mechelen, 1146 Suivenghem. Germaans Swibinga haim: woning van de mensen van Swibo.

 

 

Kerken, Goden.

De namen met kerk zijn nog niet zo oud want ze dateren van na de komst van de monniken, kerspels (kerkspels) en karspels: parochiedorpen zoals Hoogkarspel en Bovenkarspel, en ook die naar hun heilige genoemd zijn.

 

Aarleboutskapelle, bij Slijpe, akte van overdracht van 12 pond door Cornelia Aerlebout aan de kapel. 1142 Erlegaldi capella, 1170 Herlebouds cappla. Germaans Harilabaldas kapella: kapel van Haribald.

 

Aagtekerke, bij Veere, Zeeuws Aegte, 1156 Agatenkereca: heet naar Sint Agatha wiens borstbeeld in het gemeentewapen prijkt.

In de kerk is een wit marmeren gedenkteken ter eren van Hendrik Thiebout, ridder van Sint Michiel en heer ter plaatse die geboren is te Middelburg in 1601. Hij stond aan het hoofd van de oranje gezinde partij tegenover een fractie die Apollonius Veth tot leidsman had. De hoeve ’t Klooster houdt in die naam de stichting in herinnering die eerder daar stond en Waterlooswerve heette.

 

Abbekerk,1310 Abbenkerke, kerk van de persoonsnaam Abbe, verkoring uit Adubert.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Achtkarspelen, in Friesland,1338; sigilla terrarum Frisie, Hunsegonie, Fivelgoni, Drenthie, Groninghe, Fredewald, Langwald, Hummerke et de octo parochiiis. Het is zo genoemd naar de 8 kerspels van decanaat Oldenhove waaruit vroeger de grietenij bestond, de hoofdplaats is Buitenpost. Dat zie je op het gemeentewapen met 8 kerktorens, Augustinusga, Buitenpost, Drogeham, De Kooten, Kortwoude, Lutkepost, Surhuizum en Twijzel. Augustinusga, naar de kerkvader Augustinus, gestorven 430.

 

Adinkerke, West Vlaanderen, 1123 Adenckerka, 1132 Odecherca, 1139 Adenkerke, ook Odenkercha, Odenkerka. Germaans Audan kirika: kerk van Audo.

 

Alem, Maasdriel, 1107 Aleym, eind 12de eeuw Aleheim. Germaans alha: heidens heiligdom, of ala; geheel? haima: nederzetting.

 

Almkerk, bij Gorinchem, 1334 Almkerke: kerk aan het water de Alm, 1370 Ecclesia de Almekerke.

Dorp en kerk zijn in 1421 door de Sint Elisabethsvloed verwoest. (Zo ook Almsvoet, Germaans Almos munpjan: monding van de Almo) Het werd meer dan eens geheel door brand verwoest, de laatste keer op 30 juni 1877. Aan de noordzijde van het dorp is een ongeveer 10m hoge heuvel waarop vroeger het slot van Altena uit 1230 stond en die nog heet de Altenase heuvel. Op een van de laatste dagen van september 1390 trokken in het slot enige mannen binnen angstig en vluchtend alsof ze op de vlucht waren. Het waren de moordenaars van Aleid van Poelgeest, zie Koudekerke.

 

Avekapelle, West Vlaanderen: kapel van Ava.

 

Avenkerke (verdronken op het voormalige eiland Wulpen) 1213 Avenkerca. Germaans Avan kirka: kerk van Ava.

 

Biggekerke, bij Veere, Zeeuws Beekareke, Beekeu,1247- 1347 Biggen- Bigghe- of Bigghenkerke, 1322 Biggenkerke, zou naar de heilige Begga genoemd zijn of kerk van Biggo, vrouwelijk Begga.

Hier is bekend de heer Bartholomeus van Biggekerke die vanwege vele gewelddaden door zijn onderzaten werd aangeklaagd bij Filips van BourgondiĎ. Die dagvaardde hem voor de vierschaar in de abdij te Middelburg en vroeg hem toen hij schuldig was bevonden wat hij verlangde, genade of recht. Zijn antwoord was: ‘ recht: geen genade’ en daardoor werd hij bij de poort van de abdij onthoofd op 25 maart 1433. Zijn slot werd met goedkeuring van Filips door de Biggekerkers verwoest.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Boschkapelle, bij Hulst, heeft een sprekend wapen, namelijk in een bos een bidkapel. Het dorp is in de 17de eeuw ontstaan toen in de Stoppeldijker polder een kapel werd gebouwd voor Rooms Katholieke huursoldaten.

 

Boudewijnskerke, Zeeuws Buiskerke, 14de eeuw Tser of Ser Boydinskerke wat er op wijst dat de stichter niet Boudewijn, maar Boidin geheten heeft.

 

Bovekerke, West Vlaanderen, 1119 Bovenkyrke. Germaans Boban kirika: kerk van Bobo.

 

 

Eemkerk, bij Dordrecht, verdronken in 1421, 1216 Emekerke.

 

Eggewaartskapelle, West Vlaanderen, 1111 vir quidam venerabilis laicus nomine Idesbaldus ecclesiam dictam Eggafrid capella quam pater eius Eggafridus fundare ceperat, instaurare instituit. 1126 Eggeafridi capella. Germaans Aggrifripis kapella: kapel van Aggifrip. (agjo: zwaard, fripu: vrede)

 

Elst, Gelderland, 725 villa Eliste of Marithaime, 726 Eliste in loco Marithaime, 896 Elste, 1105 Eleste. Oud Germaans alhistja bij alha: heidens heiligdom of woonplaats. Hier stond het nationaal heiligdom van de Batavi. In oude brieven Elista genoemd van Keizer Henrik II uit 993 dat hij er met zijn hofstaat enige tijd gebleven is. In 722, het zesde jaar van koning Theodoricus, heeft Karel Martel dit dorp geschonken aan de kerk van Utrecht. Bij Heda in het leven van Willibrordus wordt het erbij gelegen kasteel Marithaime genoemd. Hier heeft Werenfridus gewerkt wat hem door Karel geschonken was en hij is in de kerk uit 726 die hij gewijd heeft begraven, wordt aangeroepen tegen de jicht.

 

 

Geertruidenberg, oudere naam Strandberg, Mons litoris, in 1213 Mons Sanctae Gertrudis, 1283 Sinte Gheerdenbergen: de eerste naam doelt op Sint Geertruid, Gertrudis van Nijvel, 7de eeuw, dochter van Pepijn van Landen, van wie gezegd wordt dat ze daar een kapel heeft gesticht, vroeger schreef men dan ook Sinte Geertruidenberg.

Een kapel die gebouwd is door Willem van Duivenvoorde in 1321 werd in 1420 door de Kabeljauwse verwoest. Stenen er van dienden tot de bouw van een Kartuizerklooster te Raamsdonk. In de kerk is in 1894 een crypte ontdekt die uit de 14de of 15de eeuw stamt.

 

Giekerk, Fries Gytsjerk, Leeuwarden, 1439 Gheszerka: kerk die een zekere Gye gesticht heeft.

 

Giessen, Woudrichem, 1178 Giscen, 1180 Gysen, 1338 Giecen.

Giessen-Oudekerk, Alblasserwaard, 1396 Oudeghiessen, 1514 Gyessen Ouderkerck naar het water de Giessen en Oudekerk naar het thans verdwenen Giessen-Nieuwkerk.

Weer een leen van de graven van Holland. Is van de Honswijken in 1414 overgegaan op die van de Genten. Giessendam is in 1382 onder zekere voorwaarden, die tussen Otto van Arkel en de Brederoden besloten, van Giessen-oudekerk afgescheiden.

Giessen-Nieuwkerk is met Giessendam in 1382 bedijkt. Daar stond het oude slot Giessenburg wat tot de Bredero’ s en Genten heeft toebehoord.

 

Godlinze, Gronings Glins of Glinz, rond 1000 Godlevingi. Germaans Gudalaibingja: behorend aan Gudalaib. (guda: God, laiba: overblijvende, zoon) van Godlev of van Godelinvigi: Godlev: Keltische god. Dat omdat tijdens een watersnood er honger was en er toen linzen aanspoelden die ze als een geschenk van God zagen. Het had in de nacht van 12 op 13 november 1686 veel te lijden van een springvloed. Het water kwam tot ongekende hoogte en tot de daken van de huizen. Huizen met eensteensmuren werden uit elkaar geslagen, wel 17 en een 80 doden, een man van Spijk kwam op een gebint in Godlinze aandrijven. Een man en vrouw zaten op de houten schoorsteenkap, zijn vrouw zag hij voor zijn ogen verdrinken. Hij was naar het Zandt gedreven. Kort voor de overstroming was er grote sterfte geweest onder de kraamvrouwen naar aanleiding waarvan de predikant Schichardt een preek gaf die als tekst had: Zo zich de overige mannen en vrouwen niet bekeren, zal de Heer hen alzo ook doen’. De watersnood werd gezien als straf van God. De toren van Aduard waaide in die storm om. Te Bedum kwamen de koeien een wenteltrap oplopen en kwamen zo bij de predikant op zijn studeerkamer.

Het heeft een van de oudste kerken van deze streek. Er zouden drie borgen in de omgeving zijn geweest, de Ubbena, Grevinghaheerd en Rengerda of Ringerda.

 

Gorishoek, Scherpenisse, komt van Gorikshoek, van de heilige Gaugericus.

 

Grijpskerk, bij Zuidhorn, Gronings Gruupskerk of Griepskerk, begin 13de eeuw Gripeskerke, 1507 Grijpskercke. Germaans Gripas kirika: kerk van Grip, is genoemd naar de kerk en die naar de stichter wat boven de deur staat:  ‘Dese kerkcke, van den edele Nicolaas Grijp gefundeert is gedurende dese Nederlandische oorloge in ‘t jaer 1582 geheel geruineert en wederom opgebouwet in de tijdt des stillestants van wapenenen anno 1612’. Dus niet naar de vogel grijp of griffioen. Grijpkerkers worden spottend smalruggen genoemd.

 

Grijpskerke, Veere, begin 13de eeuw Gripeskerke: kerk gebouwd door Gripo, of van Fries gariep; landstreek.

 

 

Harich, bij Balk, 1132 Harch, 1245 Harich, 1290 Harich, mogelijk een herinnering aan een heidense offerplaats, Germaans hargu: heidens heiligdom, vergelijk oud Hoogduits harug, harah: heilige steen, offerplaats.

Hier kwam de reizende predikant Johannes Brugman in de tijd van heftige en bloedige veten in 1463 om de partijen tot vergeving en verzoening te manen. De grote schare omringde hem en raakte al meer en meer onder de indruk van zijn woorden en zie, opeens wendt hij zich naar een klein kind wiens vader gedood was en hij vraagt: ‘Kind, hebt ge de vrede lief, zo ja steek je rechterhand omhoog’. En tot aller verbazing doet het kind dat. Dan gaat de prediker door en bezweert zijn toehoorders zich te laten leren en leiden door een schuldeloos kind en- hij overwint. Om deze en andere proeven ging de volkstaal gewagen van een die ‘ praten kon als Brugman’.

 

Harg, Ketel, Vlaaringen, 1063 Harago. Germaans hargu: heidens heiligdom, hearg mogelijk van har: steen: dus stenen altaar.

 

Hargen, bij Schoorl, 9de eeuw Horgana, 10de eeuw Haragum, in 1420 Hargan. Germaans hargum: bij hargu: heidens heligdom of offersteen. Angelsaksisch Härg: kerk, vergelijk Harch.

 

Heeg, Fries Heech, Wymbritseradeel, 1132 Hagekerke. Fermaans hagan: bosje: kirika: kerk.

 

Marquette en Assumburg te Heemskerk uit Jacobus Craandijk, 1875.

Heemskerk, 1063 Hemezonkyricha; kerk van Hemezen, Hemenzenkyrica, 1156 Imazankerka, 1345 Hemeskerke: kerk van Heimezo of Hemezen, een Friese non.

Er waren vroeger 6 kastelen. Kasteel Oud Haerlem en slot Heemskerk werden in de 12de en 13de eeuw gebouwd om het graafschap Holland tegen de West Friezen te schermen. In de 15de eeuw kwamen ze tegen over elkaar te staan in de Hoekse en Kabeljauwse twisten zodat beide kastelen verwoest werden. Verder slot Assumburg dateert ook uit 12de 13de eeuw, de oude zetelplaats van de heren van Assendelft. Waar vroeger het slot te Heemskerk stond vindt men nu de Marquette, zo genoemd door Daniel de Hertaing die er eigenaar van werd in begin 17de eeuw en heer was van Marquette in Henegouwen. Onder Heemskerk behoort de buurt Noorddorp waar het Huldtoneel is geweest, een heuvel waar de graven van Holland werden gehuldigd als heren van Kennemerland waar bij die gelegenheid de vorst door vier mannen werd rondgedragen op een schild. Die heuvel wordt ook wel De Bult, het Schepelenbergje en ook Schort vol zand genoemd.

 

Heikruis, Frans Hautecroix, Pepingen, 1024 Hadonis Crucem, kruis van Hado, om bescherming af te smeken van de versterkte villa Lettelingen, maar 1171 Halcroix en 1201 Haucrois wijzen op een hoog kruis.

 

Heiligerlee, bij Scheemda, in 1231 Asterle, 1290 Asterlo, aster betekent oosters, er is ook een Westerlee, 1398 ter Heyligerlee, onder invloed van het daar gevestigde klooster moet de huidige naam zijn ontstaan, monniken werden immers als bijna heilig beschouwd, lee kan van grafheuvel of van lee; water. Hier viel op 23 mei 1568 een belangrijke slag waar Lodewijk van Nassau een overwinning behaalde op graaf van Aremberg, maar waarin zijn broer Adolf sneuvelde, ook Aremberg viel, ze zouden elkaar doodgestoken hebben, wat wel een fabel is.

 

Heiloo, Alkmaar, 1063 Heilegelo, begin 12de eeuw Heligelo, midden 12de eeuw Heilegelo, 1064 Heligelo, 1083 Heilgalo, 1156 Helichelo, 1211 Heiliglo. Germaans hailaga: heilig, heil brengend, lauha: bosje op hoge zandgrond. Mogelijk naar het voorchristelijk heiligdom te Oesdom, de runksputte, runxputje: runen: geheim, mogelijk naar een eerder heiligdom. In de nacht van 8 op 9 december 1713 werd het Maria bron. Bij de Runxsput in het heilige loo of Heiloo, het Baduhenna? Naar de overlevering is op die plek water uit de grond gekomen door een gebed van Willibrordus en dat het daarom geneeskracht heeft. Een hoogte niet ver van het dorp waarop naar men zegt de heilige stond als hij preekte heet nog de Preekstoel. Hoewel op oude kaarten niets van een Runxsput te zien is, wel is een paalcirkel aangetroffen.

Huis Nijenburg, vroeger IJpenlaan. Ze heten spottend rapenplukkers.

 

Hendrik-kapelle, Frans Henri Chapelle, Luik. 1128 Heinrici capella. Germaans Haimarikis kapella: kapel van Haimarik. (haima: woning, rikja, machtig)

 

Herne, Vlaams Brabant, Frans Herinnes lez Enghien, 844 Herinium, 1146 Herinnis. Oud Germaans harinum, bij hara: steen, harde grond, ruw Zie Zweeds har: steengrond, sten-har: steenhoop, Nederlands haren: scherpen, in toponiemen, harna: megaliet, zie Harnes, Carnin, harwa: bitter, zie Herwen, Herve en Harveng, haru: zandige heuvelrug, harud: bergbos, hargu: heidens heiligdom, oorspronkelijk een stenen altaar?

 

Herradeskerke Heeraartswaarde, Aartswaard, zo in 1188 toen het ingepolderd werd, overstroomd in 1421. Germaans Hariraedas kirika: kerk van Hariraed. (harje: leger, raeda: raad.)

 

Hillegondsberg, bij Rotterdam, meestal Hillegersberg genoemd, eerder Rotta, 1280 Berghe, 1389 Hildeghertsberge: genoemd naar de heilige Hildegonde, berg naar de hoogte waarop de kerk van het dorp vroeger op gebouwd is geweest. Rotta van rot of vuil water. Volgens de legende maakte Sinte Hillegonda door zand en aarde in haar schort aan te dragen een verhoging waarop het naar haar genoemde dorp is gebouwd. Zie het gemeentewapen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoedekenskerke, bij Goes, 1343 Oedekinskerke, 1406 Oedekenskerc, de naam was echter oorspronkelijk Heer Oedekenskerke, oedeken is een naam afgeleid van Oede of Ode net zoals in Sint Oedenrode of naar de overlevering van de Schotse heilige maagd Oda in de 8ste eeuw. Dus geen hoed. Er zijn drie hoedjes in het gemeentewapen, echter geen kerk.

 

Joosland Sint, Walcheren, Jodocus was de zoon van een Bretonse koning Juthael van Amorica, geboren rond 591. Hij volgde een pelgrimsreis te Rome rond 636 en trad toen af als koning en werd kluizenaar te Brahic rond 644. Hij kwam terecht bij graaf Haymon van Ponthieu waar hij hofkapelaan werd en stichtte in 665 te Runiacum een klooster waaruit later een Benedictijnenorde uit voortkwam, St. Josse sur Mer, die tot de Franse revolutie bestond. Hij stierf in 668 te Saint-Josse-sur-Mer een natuurlijke dood.

Patroon tegen koorts, vuur, stormen, tegen scheepswrakken, bootsmensen en zeelui in het algemeen. Zijn relikwieĎn werden op 13 december te Winchester verheven. In de 10de eeuw brachten vluchtelingen uit Bretagne naar Engeland sommige relikwieĎn mee, stukjes van zijn haar en nagels die na zijn dood maar bleven groeien en kwamen in een schrijn te Winchester cathedral. De naam Jodocus, vaak onder de naam Joss, was zeer populair in de Middeleeuwen te Engeland, ook in the Wife of Bath in Chaucer's Canterbury Tales.

In de 9de eeuw verspreidde zijn verering over heel Duitsland vanuit de kloosters Prum en St. Maximin. St. Jost in de Eifel werd een bekend pelgrimsoord. Te Nederhemert werd in 1417 een kapel gewijd aan St. George en St. Jodocus, zo ook de plaatsnaam Sint Joosland in Zeeland.

 

 

Kaaskerke, West Vlaanderen, 1246 Casekinskerke: kerk van Katso, Kasso, mogelijk van St. Nicasius.

 

Kapel Avezaath, bij Buren, 850 Avensate, Avesate, 1007 Avesate, 1358 Avezaet, Germaans Aban sati: verblijf van Avo, in 1609 in het Landdagreces wordt het uitgelegd als; de plaetse waer een edelman te hare sit’, rechts van de Linge bij Tiel. In 805 heeft Baldricus, een adellijke heer, dat vereerd aan de kerk van Utrecht.

Avezaat, 850 Avansati: boerderij van Avo, zie Avenhorn.

 

Kapelle, bij Geertruidenberg, ook ’s Grevelduin-Kapelle, 1248 Capella: kapel. Heeft gemeentewapen laat een vlinder zien, kapel is een oude naam voor een vlinder, wat niet terecht is.

 

Keppel Laag, bij Doesburg, 1200 Keppele, 1236 Kepele, 1279 Keppel, 1452 Borch Keppell, 1660 Nieuwen Kapel, 1846 Keppel en Binnen ter onderscheiding van het oudere Hoog Keppel: kapel. Het kreeg toch al in 1404 stadsrechten als Keppel.

In het kasteel daar had Lodewijk XIV in 1672 zijn hoofdkwartier en ontving het gezantschap der Staten die met hem kwamen onderhandelen. De stoel is er nog waar die man gewoon op was te zitten. In de nabijheid onder Hummelo light de havezate de Ulenpas en het mooie Enghuizen.

 

Keppel, Hummelo, 12de eeuw Cappele, 1200 Keppele: kapel.

 

Kerkdriel, bij Maasdriel, (volgens Wikipedia 815/816 al Driela) 1127 in Drile, 1403 Mertwijck, het wereldlijke centrum in Velddriel vormde samen met het kerkelijke centrum van Kerkdriel een geheel. Mertwijck is de naam voor een gedeelte van Kerkdriel. Driel kan van drie, drie woonkernen (Kerkdriel, Velddriel en Hoenzadriel) en lo: hoogte op een oeverwal, of van driesprong, in dat geval van waterwegen.

In de kerk zijn merkwaardige muurschilderingen gevonden. De spotnaam is vleeseters, mogelijk omdat ze in de tijd van een heersende ziekte een ‘vlees en boterbrief’ kregen, dat wil zeggen ontheffing van de verplichting tot vasten. Velddriel, 1317 Veldriele.

 

Kerkom, bij Sint Truiden, 1065 Kyrcheim, 1212 Kerkehem. Germaans kirika: kerk, haima: woning, dorp.

 

Kerkrade, 1241 Kirchrode, 1312 Kerkrode: ontginning waar een kerk werd gebouwd. In 1104 werd de abdij gesticht Kloosterrade, het dorp met kerk bestond toen al. In de buurt is er een Haanrade en Hertogenrade. Kloosterrade werd later Rolduc: Rode le duc: Franse vertaling van Hertogenrade, Herzogenrath. Hier was de steenkolenmijn die rond 1900 40 miljoen kolen opleverde.

 

Kerksken, Haaltert, 1125 Kerkescen: kerkheem of haim: met of van een woning.

 

Kerniel, Borgloon, in 1365 wordt gesproken van de parochie de Nyel Sti. Servatii, daaruit Kerkniel, zie Niel.

 

Kerkwerve, Schouwen-Duiveland, 1063 Kiericwerve, 1156 Kerkwerve, wierde met kerk.

 

Kerkwijk, Zaltbommel, rond 1205 Kirkewihc, kerk en wijk.

 

Klemskerke, West Vlaanderen, 1003 Clemeskirca: kerk van St. Clemens.

 

Kleverskerke, bij Middelburg, 1251 Clawerskercke, 1412 Cleewertskerke, van Kleopaskerke die vanouds in gebruik voor de Emmaüsgangers, of naar de stichter Clawaert, van Calvaert: kaalkop.

 

Cleyn Poelgeest uit; http://www.allesweb.myserver.org/publicaties/cleyn_poegeest.htm

Koudekerke, Oegstgeest, 1297 Coudekerk: kerk die niet actief was.

Daaronder hebben gestaan de kastelen Poelgeest en Klein Poelgeest. In die laatste is opgegroeid Aleid, minnares van graaf Albrecht van Beieren. Omdat ze hem bewoog om de Kabeljauwse partij te begunstigen is ze door aanhangers van de Hoekse vermoord op de Buitenhof te Den Haag op 21 september 1390 waarbij ook Willem Kuser die haar verdedigde afgemaakt werd.

 

Koudekerke, Coudekerk, Schouwen, 1139 Caldakerka, koud, niet actief, met kirika: kerk.

 

Kloosterburen, Gronings Kloosterboeren. Vroeger stonden hier twee kloosters, Oldeklooster en Nijenklooster. De eerste is gesticht rond 1175 en de nieuwe in 1204.

 

Klooosterdijk, Beerzerveld, dijk door een klooster aangelegd.

 

Kloosterhaar, Hardenberg, haar of hoogte in het bezit van een klooster.

 

Kloosterholt, Heiligerlee, bos van een klooster.

 

Kloosterrade, Kerkrade, 1109 Monasterium rodense: oprooien door een klooster, de rode burcht, Frans Rode le Duc, tot Rolduc.

 

Kloosterzande, Hulst, 1170 alleen Sand, 1183 Werpelant sive sant, in de 12de eeuw kwam er een klooster, de Hof te Zande.

 

Koolkerke, West Vlaanderen, 1243 Coolkercke: kerk gesticht door Kolo.

 

Kruishoutem, Oost Vlaanderen, 847 Hultheim, maar in 1174 Sancte Crucis Houthem, 1227 Crucehouthem: haim of woning met een kruis.

 

Kruisland, Steenbergen, in midden Nederlands is het woord cruyslant een land dat aan een kerk of klooster werd geschonken om daarmee de kosten voor een kruisvaart te bekostigen. De polder werd op bevel van Engelbrecht II van Nassau drooggelegd, vandaar eerst de naam Engelsdorp of Engelsberg en door de verering van het kruis werd het Heilig Kruisland.

 

Lambertschaag, bij Medemblik, 1300 Lambertscoich, 1312 Lambrechtcoch, in 1396 als Lambrechtkage, naar de kerkpatroon van het naburige Abbekerk, H. Lambertus, kage, kaag of koog: buitendijks gebied, later ook tot skagen, skaag en schaag, zie Schagen.

 

Lekkerkerk, bij Ouderkerk aan de IJssel, 1276 Leckerkercke en 1331 Leckerkerke: kerk van de Lek, zo ook Leckelant tot Lekkerland of Nieuw Lekkerland. Is door de zalmvangst bekend, daar heeft in de 17de eeuw een zalmvisser geleefd die gewoonlijk de boer van Lekkerkerk genoemd werd die meer dan 8 voet lang was. Men bewaart zijn afbeelding, zijn schoenzool en een paar stukken van zijn gebeente.

 

Liedekerke, Vlaams Brabant, 1088 Lidecherkhe, 1092 Ledecherchis. Germaans hlipa: helling of van de stichter, kirika: kerk.

 

Loenen, bij Utrecht, 953 Lona, Luona, Lonen, Lona bij Melis Stoke, van Luna: de maan, omdat de maan hier vanouds is aanbeden, zie Hazelunen, Luningen en dergelijke.

De vlek Lonaralaca, zoals het in de goederen van de Utrechtse kerk wordt genoemd, heet nu Loenersloot. Een van de oudste dorpen van het Utrechtse stift, Het is in 959 aan de kerk van Utrecht vereerd door Otto I.

Tussen de dorpen Loenen en Nieuwesluis aan de Vecht staat het oude slot Kronenburg wat Johan Kronenburg in 1122 gebouwd heeft. In 1356 was er een slag tussen de broers Reinoud en Eduard van Gelder. Er staat een mooi kasteel, de Horst of ter Horst dat in 1557 gesticht is door Wijnand Hackfort.

 

Het Gelderse Loenen, bij Apeldoorn, in 838 Lona villa, 1247 Loene, 1334 Lone. Of een vorm van esdoorn, ahorn? De andere buurtschap heette Sulvalda en Sulvenda, nu Zilven.

 

Loenersloot, 9de eeuw in Lonora laca, 1156 Lonreslothe. Germaans Lonawarja: van de bewoners van Loenen, laku: natuurlijke waterloop in moerassig terrein, later vervangen door slauta: sloot, afwateringsgracht.

 

 

 

 

 

Maartensdijk, De Bilt, Naar Sint Maarten.

Maartensdijk, bij Utrecht, 1219 (in) Veno, 1504 Sunte Mertijns dijck, 1770 St. Martendyk.: Sint Maarten is de kerkpatroon hoewel er geen sint in de naam voorkomt. Sint Maartensdijk in Zeeland heeft dat wel. Het wapen van Maartensdijk vertoont Sint Maarten die zijn mantel met een bedelaar deelt, een handeling, zo zegt de legende, beloond werd door de verschijning van Jezus met de halve mantel bekleed en tot hem zei: ‘Wat gij de minste van mijn broeders gedaan hebt dat reken ik aan mij gedaan’, Paulus 1.21.

 

Margraten, naar Sint Margreten, Sint Margaretha, patroonheilige van het dorp.

 

Mariadorp, Limburgs de Klonie, is naar Maria genoemd.

Maria-Gewanden, Terschuren, is een gewande of landgoed aan Maria gewijd.

Mariahout, Laarbeek, is hout en Maria.

Mariakerke, Gent, 9de eeuw Meron, 1038 capellam in honore sante Marie dicatam in villa Meron. Meron van Germaans mari: meer, plas, 16de eeuw Merekerkcke en Mariakercke.

Marienberg, Maastricht, naar het Benedictijnerklooster ter Marienberg te Zwartewater genoemd.

Marienboom, Nijmegen, boom aan Maria gewijd.

Mariendijk, Westland, Maria en dijk.

Marienheem, Raalte: heem of woning aan Maria gewijd.

Mariekerke, 1212 Sint Marie Basseroth; Onze Lieve Vrouwe Baasrode.

Marienvelde, Lichtenvoorde, van Maria en veld. Heette voor 1964 Achter Zieuwent, de pastoor ijverde voor een kerkgenootschap die er kwam in 1932 met de Onze Lieve vrouwe van Lourdes.

 

 

Marienwaard, Maastricht, waard: eiland of ingedijkt land aan Maria gewijd. MariĎnweerd, met de vermaarde abdij van de Premonstratenzer orde die op 4 juli 1128 gesticht is door Herman, graaf van Kuyk aan de oever van de Linge bij Beesd om aan de nederlaag van de Hollandse graaf Floris te voldoen, de abdij van de Onbevlekte Maagd in de Waard, genoemd MariĎnwaard. In Latijnse oorkonden wordt het woord wier of terp gewoonlijk door „insula” vertaald, onder andere MariĎnweerd, de abdij aan de Linge: „Insula beate Marie”. Het rijke klooster werd vele malen geplunderd, in 1427 door brand verwoest, nadat het herbouwd was werd het in 1493 weer door bendes in brand gestoken wat Hendrik van Brederode in 1566 ook deed nadat hij de kostbaarheden er uit haalde, werd niet meer herbouwd.

 

Marienweerd uit: https://www.bhic.nl/abdij-marienweerd

Marienweerd, Beest, door Alveradis, weduwe van graaf Hendrik van Kuik gestichte abdij der Premonstratenzer orde in 1108. Insula Herigeri; weerd van Heriger, 1129 Insula Sanctae Mariae. 1168 ecclesia sancte Marie in Insula.

 

Martenslinde, Haspengouw, 1096 alleen Linne, 13765 Linne Sancti Martini: linde gewijd aan Sint Martinus.

 

Mater, Oost Vlaanderen, 941 Materna. Keltische waternaam Matrona, bij mater: Moederrivier, rivier gewijd aan een moedergodin. Mater ligt aan de bron van de Sint Amalaberga beek, zodat hier de H. Amalberga de heidense moedergodheden opgevolgd zal zijn. Zie Marne.

 

Materberg, Elsoo, 1155 Materberg, 1ste deel van Latijn mater voor de Moeder Gods?

 

Meerkerk, in Alblasserwaard, 1266 Merkerke: van merren wat in Nederduits een schip met touwen aan land vast te binden betekent bij een kerk.

Het heeft een kerkorgel dat in gebruik is gesteld in 1876 en gemaakt door de heer Snetlage, in leven burgemeester van Beesd.

 

Meetkerke, West Vlaanderen, 1041 Matkerke. Germaans maedwo: vruchtbaar alluviaal land vooral in zeekleigebied, kerk.

 

Meliskerke, Veere, Zeeuws Melis,1241 Meiloskerca, 1252 Meilofskerke, kerk gesticht door Meginlof, Melis, ook Hogokerke, 1271 Hughenkerke que modo Meijloefskerke.

Zo ook Poppekerke, West Kapelle, 121, Poppekerke, 1335 Serpoppekerke; kerk van Poppe, Poppo.

Zo ook Bondewijnskerke, Westkapelle, oorspronkelijk aan Sint Nicolaas gewijd, 1247 ecclesiam S. Nicholai, 1317 Sheren Boudewynskerke. Boudewijn, Latijn Balduinus, uit Baldwin.

 

Mennonietenbuurt, Schagen en in Utrecht De Ronde Venen, buurt van de volgelingen van Menno Simonsz.

 

Middelkerke, West Vlaanderen, is de kerk tussen twee andere.

 

Moerkapelle, Zevenhuizen: kapel in het veen, moeras.

 

Moerkerke, West Vlaanderen, 1110 Murkerka: kerk in het veen, moeras.

 

Monnikenhuizen, Arnhem, 1222 Munihchusen.

 

Monster, bij Den Haag, eerder Masamuda, Masamundu: monding van de Maas, Monasterio, 1167 Monstre, 1238 Munstere: Latijn Monasterium: klooster.

Hier heeft een beroemde predikant gestaan, Casparus Streso, hij kwam er in 1637 maar kreeg al in 1638 Den Haag tot standplaats waar hij in 1664 overleed. In 1570 was pastoor Willen Simonsz die vanwege zijn overgang tot de Hervorming in Den Haag verbrand werd dat ook de gewezen pastoor van Lier trof, Vos geheten.

Ook is er een Monster in Zeeland bij Borsele dat in de 16de eeuw verdronk.

 

Munnekemoer, Vlagtwedde, is een moeras door monniken ontgonnen.

 

Munnekezijl, Kollumerland, is een zijl of sluis van een monnik.

 

Munnikey, Lutjebroek, monnikeneind, zal wel door water omgeven land van monniken zijn.

 

Muntergeleen, 1202 Muonsterglene, van monster: klooster en Geleen.

 

Nicolaasga Sint, bij Lemmer, 1399 Sinte Nyclaesga, naar Sint Nicolaas genoemd.

De kerk die er voor deze van 1865 stond had een beschilderd glas met het wapen van een zekere Roordama met een witte horen er in met het bijschrift: ‘Dit is Roordama blancke hoorn die de onderaardsche hem gelevert hebben’. Naar een overlevering uit de oude tijden dat een lid van het geslacht Roordama eens een metalen hoorn ten geschenke ontving van de kabouters, kobolden of aardmannetjes die in Friesland underierdsen heten.

 

Niekerk, De marne, zo ook in Grootegast; nieuwe kerk.

Nieuwmunster, West Vlaanderen, 1214 Niemonstra. Germaans niwja: nieuw, Latijn monasterium: klooster, kerk.

 

Nieuwerkerk, Haarlemmermeer die verzwolgen is, zo ook in Walcheren, ook in Duiveland, aan de IJssel; de nieuwe kerk. Niekerkje als de oude naam van Oosteinde in Groningen.

 

Nieuwerkerken in Oost Vlaanderen, 1139 Nova ecclesia; nieuwe kerk, 1545 Nieuwerkercken.

Nieuwerkerken, Limburg, in 1139 Nova ecclesia. Nieuwe kerk.

Ook zo Niekerk, Grootegast. Germaans niwja; nieuw, kirka; kerk.

 

Nijkerk, bij Amersfoort, 1334 Neyenkercke: nieuwe kerk die gebouwd werd nadat de oude kapel in 1221 verbrand was. Kreeg in 1413 van hertog Reinald IV van Gelre stadsrechten, 1355 Nyerkirken, 1356 Nyenkerke.

Hierbij lag het buitengoed Salentein. Op kerkelijk gebied hebben er zich te Nijkerk bijzondere tonelen voor gedaan en wel in 1745 toen onder het preken van de uit Jutphaas overgekomen leraar Gerardus Kuipers steeds het verschijnsel bij de toehoorders en vooral hoorderessen zich voordeed van handen wringen, neervallen, gillen en dergelijke. Dit bleek zeer aanstekelijk en nam grote vormen aan, tenslotte liep het dood.

 

Nijswiller, Limburgs Nieswiller, Gulpen, 1179 Wilra Sancto Dionisii, Nijs is gekort uit Dionysus en willer, Duits Weiler, van Latijn villare: het bij een villa behorende grondgebied. Zie Wijlre.

 

Nukerke, Oost Vlaanderen, 1116 Nova Ecclesia; nieuwe kerk.

 

 

Oenkerk, bij Leeuwarden, Fries Oentsjerk, 1486 Oentzercke: kerk van Oene, One.

Tal van stinsen en sloten zijn ondergegaan, Heemstra state en Stania State bleven tot heden gespaard.

 

Oostkerk, Frans Oisquercq, Waals Brabant, 1095 Ocekerke, naar de stichter Odso.

 

Oldekerk, bij Groningen, Gronings Ollekerk, 1320 Aeldekerka: oude kerk tegenover de Niekerk bij Zuidhorn.

Hier zijn herinneringen van spoken. Dat vanwege het erbij gelegen landgoed Bijma in de buurt van Faan, het Huis te Faan genoemd. Rudolf de Mepsche liet in 1731 een en twintig personen ter dood brengen vanwege bekentenissen door hen geuit op de pijnbank die hij gebruikte om een eerder misdrijf uit te zoeken.

 

Oostduinkerke, Koksijde, 1149 Duncaple. Germaans duno: duin, kirika: kerk. Zo ook Duinkerken.

 

Oostkapelle, bij Middelburg, eerder ‘tHoostcappelle, 1322 Oistcapellella: kapel in het oosten, ter onderscheiding van Westkapelle.

In de buurt ligt het landgoed Overduin, het kasteel Westhoven wat eenmaal een bezitting was van de orde van de Tempel die zeer veel bezittingen heeft gehad en zeer machtig was hoewel haar stichters zich de arme krijgsbroeders van Jezus Christus noemden. Onder die stichtsters was Hugo de Payens en 8 andere edelen waaronder een Zeeuw Wolferts van Borssele was. Daarna is het eerst een abdij geworden van de Tempelieren en dan van de Premonstratenzers. Floris V is er geweest in 1290. In de Spaanse tijd werd een groot deel in de as gelegd en wat er over was verkochten de Staten aan Henrick Balfour in 1579 die als kolonel in hun dienst was. Na nog vele andere wisselingen bleef het in wezen.

 

Oostkerke, Damme, 1089 Oskirke, 1208 Ostkirka. Germaans austa: oostelijk, kirika: kerk, ten oosten van de moederkerk, Lampernisse. Zie Nieuwkapelle, Oostkerke werd in de eerste wereldoorlog van de kaart geveegd. Ook Oudekapelle die ook verwoest werd.

 

Ouderkerk aan de IJssel, Ouderkerk: oude kerk ten opzichte van Nieuwerkerk aan de IJssel. De oudheid blijkt uit een handvest van graaf Floris II, bijgenaamd de Vette, 1097. Zo ook Ouderkerk aan de Amstel.

 

Oosternijkerk, Fries Easternijtsjerk of nijtsjerk; nieuwe kerk. Om verwarring met Nijkerk in Ferweradeel te voorkomen werd het oost erbij gevoegd, de andere kreeg de naam van Westernijkerk.

 

Oudega, Fries Aldegea, Smallingerland, Germaans alda: oud, gea; dorp, streek. 1132 Aldekerke, kirika: kerk.

 

Oudkarspel, Langendijk, 1094 Aldenkercha. Germaans aldan: oud, kirika: kerk.

 

Ouwerkerk, Zeeuws Ouwerkaarke, is een oude kerk omdat er in Nieuwerkerk een nieuwe werd gebouwd.

 

 

Papekop, Utrecht, Papacop, 1426 Papencoep, dat in het bezit van de St. Paulus abdij in Utrecht was, betekent dus: het door priesters gekochte land.

 

Papenberg, Afferden, van paap en berg, pape: priester.

 

Pervijze, West Vlaanderen, 1063 en 1115 Paradisus, 1120 Parevis, hieruit ontstond het Franse woord parevis: kerkplein, parvis; voorplein.

 

Uit: http://www.marnegebied.nl/huis_ten_dijke.html

Pieterburen, bij Kloosterburen, Gronings Paiderboeren, heette 1371: to sunte Peters buren, 1398 Peters berim, 1505 Pietersbierum: bij de huizen van Peter of Petrus de apostel.

In de kerk is het graf van Sonoy die daar woonde in een kasteel genoemd het Huis ten Dijke of het Dijksterhuis en daar in 1597 overleed. Zo ook Pietersburen naar St. Petrus.

 

Poelkapelle, West Vlaanderen, 1375 Capelle ten Poele.

 

Poppekerke, Walcheren, eerder Serpoppekerke, naar de stichter Poppo.

 

Proven, West Vlaanderen, 1176 Provenda. Midden Nederlands provende, Latijn praebenda: inkomsten uit een kerkelijke beneficie.

 

Quirijnstok, Tilburg, is genoemd naar St. Quirinus, gestorven ca. 130, heilige die tegen pest en veeziektes werd aangeroepen.

 

Ramskapelle, Knokke, 1138 Ramescapel, kapel gesticht door een Hramo of Hramso.

 

Ridderkerk, bij Dordrecht, ook Rijderkerk en Rijerkerk, 1280 Riderkerke: herinnert er aan dat een ridder eigenlijk een rijder is. De naam komt van de Riederkercke gelegen in de Ryderwert of Riederwaard dat nu verdwenen is en dat naar het dorp Ried dat wel van oud Frankisch ried: riet, zal zijn. 1214 Germaans waripa: riviereiland, van de bewoners van Riede. De oude naam was dan ook in 1064 Riede, Germaans hreudja: riet. Hieronder behoort het adellijke huis en landgoed De Donk.

 

Rijperkerk, Fries Ryptsjerk, bij Leeuwarden, 1314 Ripikerka, 1396 Riperkerka: kerk op een ripe; zandrug, of naar riper: kerk behorend bij Hardegarijp.

Bij dit dorp stond eens de sterke stins Toutenburg van Jurrien Schenk. De laatste eigenaar, Nicolaas Ypey die in 1869 overleed liet het slot afbreken. Daar recht tegenover ligt de buitenplaats Vijverburg.

 

Rijsbergen, Zundert, 1159 Riseberga, kan met rijshout begroeide berg, wat daar meestal niet groeit. Maar omdat midden Nederlands rijs ook kruishout betekent kan men denken aan een berg waarop een kruis geplaatst was.

 

Rubroek, Rotterdam. Uit ruskjon; bies, broek, moeras, vochtige grond.

 

Sambeek, bij Boxmeer, 1312 Zannebeke, Sambeeck, 1406 Zambeke, 1473 Zantbeeck: wat komt uit Sint Jansbeek, anders zandbeek.

 

Sarepten, Brugge, 1486 Sarepta, mogelijk naar de Bijbelse plaats Sarepta.

 

Schelluinen, bij Gorinchem, 1220 Scalun, 1396 Scalunen, zo genoemd naar de stad Askalon aan de kust van Palestina die in de middeleeuwen ook wel Scalona en Scaloun genoemd wordt.

De pastorie is naar men zegt het oude Commandeurshuis van de Duitse Orde. In die pastorie werd op 20 februari 1814 het verdrag getekend waarbij de Fransen aan de Bondgenoten Gorinchem overgaven.

 

Serooskerke, Walcheren, Zeeuws Seeskerke, 1178 Alerdeskirkam, 1196 Alarthskintskirke, 1230 Ecclesia Alardii, 1246 Alardskerke, 1336 Allartskerke, van 1372 komt Tserolaerd-, Tserolairtskerke voor, van 1565 komt Seroeskerke, Seroiskercke, Tseroiskercke, na 1569 Serooskercke. Het kind in de naam is al gauw verdwenen dat zich in Klaaskinderkerke en andere heeft standgehouden. Germaans Apalahardas kirika: kerk van Apalahard. (apala: adel, hardu: koen), de stichter Adelhard of Alard, met voorzetsel van midden Nederlands ser: des heren. Uit een vorm ’s Heer Aldereskerke ontstond later Serooskerke. Ook op Walcheren is er een Serooskerke. Beide waren eigendom van Tuyll van Serooskerken.

 

Sevenum, Horst, omdat in het wapen St. Sebastianus staat zal de plaats naar deze heilige genoemd zijn, 1317 Sebastianus.

 

sHeer-Arendskerke, Goes, is ontstaan uit Seraernoutskinderkerke, Aernoutskerke; kerk van de stichter Arnold of een heilige.

 

Sijbekarspel, Medemblik, 1310 Siboutskerspel,1343 Sijboutskerspel of Syboutskerspel, 1494 Zypekerspel, een kerspel of christelijke kerk van Sigibodo.

 

Sexbierum, Fries Seisbierrum, Siksbierum, bij Franeker, zou in 806 al bestaan hebben, in 1322 Sixtebeeren, 1324 Beati Sixtiborum, 1371 Sexberum: oud Fries bierum, Fries voor burum en plaatselijk van bure of bere: huis, Sixti: van Sixtus, bedoeld wordt paus Sixtus II, de Sixtuskerk is gewijd aan de heilige Sixtus en bestaat sinds de 12de eeuw. Ter onderscheiding van Oosterbierum, 1335 de consecracione ecclesie in Aesterbirom. Daarbij lag het klooster Lidlum, opgericht onder bescherming van Ludingakerke, 1182. Of dat die naam al eerder verbasterd is van de Saksers, zie Sussex en andere Engelse namen met sex.

 

Sinoutskerke, Borsele, 1208 Synoudeskerke. Germaans Siniwaldas kirika: kerk van Sinout of Siniwald. (sini: oud, walda: heerser)

 

Sint Omaars, Frans Saint Omer, 1056 apud Sanctum Audomarum. Germaans Sant Audomaeris. (Germaans auda: rijkheid, maeri: aanbevolen)

 

Sint Agatha, Cuijk, naar Sint Agatha, gestorven ca. 254. 1315 Sint Agatha onder Kuyckbrockele; Cuijk.

Sint Amands, Antwerpen, naar Sint Amandus, 7de eeuw.

Sint Amandsberg, Gent, Sint Amandus wekte op een berg iemand tot leven.

Sint Amandsbroek, Kortenberg, 1185 paludem S. Amandii, idem.

Sint Andries, Brugge, naar Sint Andries, leerling van Jezus. Ook bij Heerewaarden, Gelderland, Sint Andries, Terneuzen

Sint Anna, Boxmeer, naar de H. Anna, moeder van Maria.

Sint Annabrink, Delden, idem.

 

Sint Annaland, bij Tholen,1504 Sint Annalant, in het wapen van de gemeente zie je Sint Anna die de moeder van Maria is. Ze draagt op ongelijke hoogte twee kinderen waarvan de ene Maria en de andere Jezus verbeeldt. In 1476 gaf Karel de Stoute zijn halfzus Anna van BourgondiĎ toestemming om een schorrengebied bij het eiland Tholen de bedijken. Ze bouwde er een kerk die ze opdroeg aan haar patrones, de heilige Anna.

 

Sint Annaparochie, bij Franeker, eerder Altoena genoemd dat het vormde samen met andere parochies en Altoena werd tenslotte genoemd naar de heilige Anna, moeder van Maria.

Bij de kerk is een kapel met het adellijk geslacht der Van Haren. Op het hek der kapel staan de woorden: In morte vita’, in de dood ligt het leven’. Die koperen deuren waren een geschenk van Gustaaf Adolf wat in verband kan staan met de gewichtige gezantschappen die meer dan eens door Willem van Haren in Zweden gedaan zijn. De spotnaam van de burgers is raapkoppen.

Sint Anna ter Muiden, Sluis. Aan het einde van het breedste gedeelte van de Zwin, eerder Sincfala verrees in 1241 op een schor de plaats Mude die in 1241 stadsrechten kreeg. In een Frans oorkonde van 316 wordt het le Mue genoemd, 1360 in een brief van graaf Lodewijk II staat; vele persone van der Muden’. Om het te onderscheiden van Muiden kreeg het in de 16de eeuw de naam van de beschermheilige van de plaats, stede van der Mude of de kercke van St. Anna ter Mude.

Sint Annnen, Gronings Sunt Anne of Lutje Auwerd, idem. Bij Bedeum ligt ook Sint Annerhuisjes.

Sint Antelinks, Oost Vlaanderen, 966 Ramnesbecca; Ransbeek; raaf en beek..

Sint Anthonis, Noord Brabant, naar Sint Antonius, gestorven 356. 1312 Oelbroec; oele; bosje op zaandgrond, broeck; drassig land. In 1477 werd de kapel verheven tot parochiekerk.

Sint Baafs, Waregem, naar Sint Bavo, gestorven tussen 653 en 657.

Sint Catelijnekapel, Oostburg, nu verdwenen, naar Sint Catharina, patrones van aartsbisdom Utrecht, begin 4de eeuw. Zie Cathalijnepolder.

Sint Denijs, Zwevegem, 1156 villam Sancti Dionysii, naar de eerste bisschop van Parijs, Dionysus, gestorven 272.

Sint Kruis, Sluis, 1089 parrochia Sancte Crucis of Heilig Kruis. Gera is de oude naam voor Sint Kruis, 1089 Gera. Germaans gaizan: spits toelopend aan. Sint Kruis is ontstaan aan een spriet, waar de weg van Brugge naar Aardenburg zich splits in een zomer en winterweg.

Sint Kruis winkel, Gent.

Sint Elizabethspolder, Z. Holland, naar Sint Elisabeth, gestorven 1136.

Sint Eloois Vijve, Waregem, 1119 villa quae dicitur Sancti Eligii, naar de H. Eligius, gestorven 660. Vijve, 965 flluviolum Vive, 966 Five, kan van Latijn viva: levendig water.

Sint Ontcommers polder, Sint Ontkommer polder, Steenbergen, in de volksmond Sinte Komkommers, in 1482 bedijkt en genoemd naar Sinte Ontkommers of Sint Wilgefortis.

Sint Philipsland, Sint Filipsland, Zeeuws Flupland, 1490 ecclesia Sancti Philippi apostoli, naar Sint Filippus genoemd.

Sint Geertruid, Limburgs Se Gietere, naar de H. Gertrudis van Nijvel, gestorven 659.

Sint Genesius Rode, Frans Rhode Saint Genese, Vlaams Brabant, naar Sint Dionysus.

Sint Gerlach, Houthem, naar Sint Gerlacus, kluizenaar bij Maastricht, gestorven 1170.

Sint Gillis, Brussel, Opbrussel, 1123 Obbrussela. Germaans upra: hoger gelegen, brokasali: Brussel, gewijd later aan de heilige Egidius.

Sint Gillis Waas, Oost Vlaanderen, in 1223 Sanctum Egidium, leefde begin 8ste eeuw. Waas, 868 in Wasiam, 870 in pago Wasi, Germaans wasu: gelijk als midden Nederlands wase: modder, zode, drassige grond, oud Frankisch waso: moerassige grasvlakte, waaruit Frans gazon, dus een waterrijk gebied.

Sint Goriks Oudenhove, Oost Vlaanderen. 1172 oudenhoua santi gaugerici.

Sint Hubert, Wanrooi, naar Sint Hubertus van Luik, gestorven 1167.

Sint Idesbald, Koksijde, naar de derde abt van de abdij van Ten Duinen, gestorven 1167.

Sint Isidorushoeve, Haaksbergen, De hoeve, van Sint Isidorus van Sevilla, gestorven 636.

Sint Jacobiparochie, ’t Bildt of Bildts, Fries Sint Jabik. Eerder het dorp van de Wijngaerdens, Dirk van Wijngaard was een van de eerste bedijker van ‘t Bildt bij Franeker, 1505, waar de kerk onder bescherming stond van de heilige Jacobus. Ze worden spottend rammenvreters genoemd.

Sint Jacobusparochie, na de indijking in 1508 genoemd naar Sint Jacobus.

Sint Jacobskapelle, Diksmuide.

Sint Jan ten Heere, Veere, naar Sint Johannes.

Sint Jan in Eremo, eremo; woestijn, Oost Vlaanderen, 1330 Stus Johanni in Heremo, Sint Jan in de woestijn, dat verdronken is in 1377.

Sint Jansberg, Milsbeek, 1169 mons Sancti Iohannis.

Sintjohannesga, Fries Sint Jansgea, Sint Jut, Rotserhaule, van Sint Johannesga, naar Johannes de Doper.

Sint Jansklooster, Meppel. Genoemd naar het convent op de Sint Janskamp, een klooster dat in 1399 werd gesticht door de blinde Johannes van Ommen.

Sint Jansteen, Hulst, 1262 parochia S. Johannis de Stene. Het kreeg rond 1190 een steen of kasteel.

Sint Jeroenspolders, Zeeland, naar Sint Jeroen van Noordwijk die in 857 door de Noormannen vermoord zou zijn.

Sint Job in ’t Goor, Antwerpen.

Sint Joost, Limburgs Sint Joas, bij Echt, Sint Judocus.

Sint Joost ten Noode, Sint Joost, Brussel.

Sint Joris, Beernem, 1240 Diessele, 1906 Sint Joris ten distel, naar H. Georgius uit de 3de eeuw.

Sint Joris Winge, Vlaams-Brabant. 1129 Winga. Genoemd naar de er langs stromende Winge.

Sint Kruis, bij Aardenburg, 1089 capella Sanctae Crucis in villa quae dicitur Gera, 1270 in die prochia van Sint Crues: genoemd naar het H. Kruis vergelijk Santa Cruz. In de kerkzegel is in het hart een roos te zien met daarboven het kruis met het randschrift:

‘ Eens Christens hart op roosen gaet,

Als ’t midden in het kruise staet’. Het is ook de spreuk in dergelijk wapen van Luther.

 

Sint Kwintens Lennik. 877 Linacium, 1059 Lennicka; linea;weg, acum wijst op een villa; hoeve.

 

Sint Lambrechts Woluwe, Frans Woluw Saint Lambert, Brussel, naar Sint Lambertus, bisschop van Maastricht, gestorven in 705.

 

Sint Laureins, Oost Vlaanderen, naar Sint Laurentius, gestorven 258.

 

Sint Laurens, Zeeuws Sint Lauwers, Middelburg, eerder naar de stichter Popkensburg genoemd en later naar de kerkpatroon Sint Laurentius.

 

Sint Lenaarts, Antwerpen, naar Leonardus, edelman van Clovis die zich liet bekeren in de 6de eeuw.

 

Sint Lievenspolder, Oost Vlaanderen, naar Sint Livinius, als bisschop martelaar gestorven in Houte in 657.

 

 

Sint Maarten, Schagen, naar Sint Martinus, gestorven 397. In 1319 Ste Maertijn, 1396 Ecclesia beati Martini, zie Maartensdijk die dezelfde afbeelding heeft in het gemeentewapen. De waarschijnlijke reden van de stichting is dat er vlakbij een meer was gelegen dat het Sirmare (uitspraak ook wel Surmare en ook wel geschreven als Sinmare of Simmare) was genoemd. Dit werd waarschijnlijk aangezien als belangrijk teken omdat de uitspraak dicht aanleunt op Sint Maarten. De naam van het meer is ook terug te vinden in de straat en voormalige buurtschap Surmerhuizen (onderdeel van Eenigenburg), en de West-Friese benamingen voor de verschillende plaatsen die de benaming Sint Maarten bevatten. Zo spreekt men van Simmersebrég of kortweg Simbrég voor Sint Maartensbrug en heet van oorsprong Sint Maarten Simmare. Deze benaming is later uit de gratie gevallen en lokaal spreekt men meestal van Sunt Maarten of Sunt-Mart, en ook Sundemaarten of Suntermaarte.

 

Sint Maartensdijk, in Tholen, verkort als Smeerdijk, Smeerdike, 1341 St Martendijk: 1452 sente Merttensdijck, met de oude kerkpatroon Sint Maarten. Hier werd met toestemming van hertog Filips van BourgondiĎ in het openbaar het huwelijk voltrokken van Frank van Borssele en Jacoba van beieren dat al eerder in 1433 in het geheim gesloten was. In de kerk is er van dit echtpaar een praalgraf.

 

Sint Margriete, Oost Vlaanderen, naar Sint Margaretha van AntiochiĎ.

 

Sint Maria Lierde, Oost Vlaanderen, 1034-1058 Lierda, 1111 Lirda, 1221 Lierda Sanctie Marie.

Sint Martens Lierde. Oost Vlaanderen.

Sint Martens Leerne, Oost Vlaanderen, van Lederna, Germaans hlaidro; twijg of hut?

 

Sint Michiels, West Vlaanderen, 1089 ecclesia Sancti Michahelis, naar de aartsengel Michael. Weinebrugge, oude naam van Sint Michiels, 962 Weinebrugge. Germaans waegin: glooiend, brugjo: glooiend.

 

Sint Michielsgestel, Gessels, Berlicum, naar de aartsengel Michael, 1186 Gestele, 1305 Gestele: bos op hoge zandgrond, in 1426 Gestel en pas in 1666 Michels-Gestel en Sint Michiel, waarschijnlijk naar een aan deze heilige gewijde kerk.

Naast het dorp lag het landgoed Zegewerp, ook het kasteel Haanwijk waarbinnen de vroegste preken van de Hervorming in N. Brabant zijn gehouden. Het gemeentewapen heeft de aartsengel Michael die de draak bestrijdt.

 

Sint Niklaas, Frans Saint Nicolas, Oost Vlaanderen, naar Sint Nicolaas van Myra, gestorven rond 342.

Het zijn oliezeikers. rapenbraders, of blauwselmannen.

 

Sint Nicolaasga, Fries Sint Nyk. 1339 Sinte Nyclaesga..

 

Sint Odilienberg, bij Roermond 858 Berg, 943 Heriberc, 1057 Berga, 1202 Vodeberg, 11de eeuw Heriberc: berg met klooster en indirect genoemd naar de heilige Odilia, gestorven ca. 720. Odilia of Ottilia, dochter van Pepijn van Herstal en de korenbloem van Herstal genoemd. De legende verhaalt dat ze blind geboren werd en het gezicht ontving bij de doop. Haar attribuut is dan ook een paar ogen die op een boek liggen. Ze werd abdis van het later naar haar genoemde klooster OdiliĎnberg in de Vogezen. Ook Mons Peteri genoemd, in 858 is er al een vermelding dat het klooster in Berg gebouwd was tere van Petrus. Al in de 7de eeuw zou het evangelie gebracht zijn door Sint Wire aan wie de kerk is gewijd en door zijn vrienden Plechelmus en Odgerus.

 

Sint Oedenrode, Noord Brabant, verkort tot Oelenberg, naar Sint Oda en rode; rooien. 1283 Rode, 1381 Rade Sancte Ode, 1508 Rode Sanctae Odae, gewoonlijk Rooi genoemd is naar Sint Oda genoemd die hier geleefd en rond 726 gestorven is.

 

Sint Pancras, in 1506 Ecclesia S. Pancratii, 1639 Sint Pancraes: naar de Heilige Pancratius of Sint Pancras, gestorven 403, een van de ijsheiligen. Eerder heette het Vroonen dat in 1297 geheel verwoest werd door Jan I van Holland. Vroonen, Vronen, 9de eeuw Uranlo, 1063 Vronlo, 1083 Franlo, Fronlo. Germaans frauno: heerlijk, lauha, bosje op hoge zandgrond. Of (Gotisch frauja, oud Noors froio, oud IJslands Freyer, een God) gewijd aan Frô: zonnegod, lo: bos, looibos of verhoogd bos, meest eikenbos. In vroon ligt oorspronkelijk de betekenis van iets heiligs, meer dan alledaags. Vroonland is een land dat een heer toebehoort, vroonwateren waarin je niet mocht vissen, vroonvis waarmee meestal de zalm werd aangeduid, elft en steur.

Commelin: ‘Deze eer hebben de Friezen dat ze vanuit hun hoofdstad Vroone meer dan eens Alkmaar overmeesterden en bij Hoogwoud over de verslagen Wilhelm, Roomse koning zegepraalden. Zo lang hield die kleine hoek de Hollandse macht gaande tot eindelijk in de 27 maart van de lentemaand in 1294 onder Nieuwburg (een sterkte tegen de Friese overlast van Floris gebouwd) zo gelukkig door graaf Johan, Jan I, geholpen door zijn Engelse schoonvader Eduard, Engelse koning, met enige benden gevochten heeft zodat de Friese moederstad Vroone na een grote nederlaag van haar burgers ingenomen en tot op de grond toe verwoest is. Dat terwijl de kleine Friezen ten noorden zich niet onderwierpen aan de graaf Alruin. Er zouden wel 3000 Friezen gedood zijn, uitgezonderd de velen die verdronken. Oudorp werd gespaard omdat het stil gezeten had.

 

Sint Pauwels, Oost Vlaanderen, naar de apostel Paulus.

Sint Pieter, Maastricht, heette in 1155 Sanctum Petrum. Sint Pieter bij Valkenburg.

Sint Pieterskapelle, Vlaams Brabant, Frans Saint Pierre Capelle, 1199 Hunckevliete; kronkelige vliet of honk; Fries voor woonplaats.

Sint Pieters Leeuw, Vlaams Brabant,1079 Lewes, 1109 Lewnes.

Sint Pieters Rode, Holsbeek, rode; rooien.

Sint Pieters Woluwe, Frans Woluwe Saint Pierre, Brussel. Woluwe is een zijrievier van de Zenne.

Sint Rijkers, West Vlaanderen, 1066 aecclesiam beati Richardii, naar Sint Richarius, bisschop van Sens en gestorven in de 7de eeuw.

Sint Stevens Woluwe, Frans Woluwe Saint Etienne, Zaventem, naar Sint Stephanus, eerste diaken martelaar. Woluwe was in de 10de eeuw Wiluwa. De Wiluwa/Wolua was/is een zijrivier van de Zenne. Daaruit is de naam Woluwe afgeleid. De oorsprong van deze riviernaam is wellicht Keltisch.

Sint Truiden, Frans Saint trond, Belgisch Limburg, naar Trudo, adellijk heer die in 665 een klerkenconvent stichtte, in 1133 Sancti Trudonis oppidum.

Sint Ulrikskapelle, Vlaams Brabant, Sint Ulrik van Augsburg, gestorven in 973.

Sint Ursula, Workum, naar Sint Ursula, gestorven in de 5de eeuw. Klooster van die naam die in 1389 is gebouwd.

Sint Vitusholt, Winschoten, naar Sint Vitus die in de tijd van Diocletianus leefde.

 

Snaaskerke, West Vlaanderen, 1067 Snelgerikerka: kerk van de stichter van Snelger.

 

Soelekerke, Noord Beveland, 1208 Schotlingekerke: kerk van de mensen van Skotilo, ook Soetelincxkerke, is met de Sint Felixvloed van 1530 verdwenen.

 

Steenkerke, West Vlaanderen, 1040 Stena aecclesia. Germaans staina: steen, kirika: kerk, een van stenen gebouwde kerk.

 

Stevensweert, Maasgouw, 1222 alleen Werde, 1441 Werdt Sti. Staphani: Germaans waripa: riviereiland, ingedijkt stuk land dat onder de bescherming van Sint Staphanus staat.

 

Streefkerk, Alblasserwaard, 1280 Streveland, van midden Nederlands streven dat ook strijden kan betekenen, dus land waarom gestreden werd, kerk.

 

Stuivekenskerke, West Vlaanderen, 1218 Stuvinskerke, 1219 Stuvinskerke, kerk van Stuvin.

 

Tietjerk, bij Leeuwarden, Fries Tytsjerk, 1392 Thiatzrckera, 1481 Tyetzerka: kerk van Tiete. Tsjerke, tzerk, tzerke is verwant met het Engelse church.

Daar wonen de biezensnijders, mogelijk naar het wapen van Tietjerkstradeel dat in zijn eerste kwartier een zeis en schepnet heeft, in het derde drie boompjes, in het vierde een waldhoren, maar in het tweede een bos biezen laat zien.

 

Trimunt, Marum, is genoemd naar het nonnenklooster Tres Montes of Tribus Monitibus: drie bergen.

 

Triniteit, Terneuzen, de kerk is gewijd aan Sancta Trinitas, Drie-eenheid.

 

Sint Truiden, Frans Saint Trond, Haspengouw, naar de patroonheilige Trudo. 8ste eeuw Zerkingen als Sarchinium, na 1100 Sint Truiden, naar Trudo, de grondlegger van de abdij.

 

Uitkerke, West Vlaanderen, 1060 Utkerke. Germaans uta: buitenwaarts gelegen, kirika: kerk.

 

 

Voskapel, Vlaams Brabant, 1421 Voscapelle, is genoemd naar Willem Vos van Leuven.

 

Vrouwenpolder, bij Middelburg, 14de eeuw Niecapelle, 1314 werd in de Nuwenpolre een kapel gesticht die in 1324 Niepolre genoemd werd, sinds de 16de eeuw Onser Vrouwen polre, 1474 Vrauen poldre: de naam doelt op Maria wiens afbeelding dan ook in het wapen staat voor de Hervorming en nog tot 1572 was er een beroemde beeltenis van Maria waaraan wonderkracht werd toegeschreven.

 

Waalskappel, Frans Wallon Cappel, 1190 Galonis capella, 1218 Wallonis Cappella. Germaans Walhas kapella: kapel van de Waal.

 

Waasmunster, Oost Vlaanderen, 1019 Waesmonasterium. Germaans wasu: drassige grond, munastri: klooster, kerk.

 

Waterlandkerkje, bij Sluis, 1857 Waterlandkerkje: kerkje en waterland, dat om verwarring met het Belgisch dorp Waterland Oudeman te voorkomen.

In 1659 bouwde de Hervormden een kerkje niet ver van IJzendijke. Aan hun aanwezigheid ergerde zich de Roomse bevolking van het naburige Vlaanderen. Dat bleek op 25 november 1668 op bloedige wijze. Acht vermomde gewapenden drongen het kerkje binnen, verscheurden de Bijbels, beroofden de kerkgangers en vermoorden de predikant Johannes Stuirbout. Het werd toen verstandig geacht om ergens anders te beginnen, de kerk werd afgebroken en een nieuwe werd gebouwd in 1669 in een buurt Waterlande, vandaar de naam Waterlandkerkje.

 

Wee Ter, Leens, 11de eeuw Wie, Wia, zou van wiha: heilig, kunnen zijn, heilige plaats vroeger?

 

Wehe den Hoorn, bestaat uit 2 delen, Groningen, ca. 1000 Wie, Wia: heidens heiligdom, vergelijk oud Saksisch en oud Fries wih: heiligdom.

 

Westkapelle, bij Middelburg, Zeeuws Weskappel, 1110 altare de Was, 1243 Wescapelle, 1299 Wescapelle, 1299 Waescapelle, sinds de 15de eeuw Westkapelle: oude naam is: kapel in weidegronden. Germaans wasu: drassige grond, kapella: kapel, westelijke kleine kapel of kerk ter onderscheiding van Oostkapelle.

Het is vermaard om zijn zeedijk die 4700m lang en 125m breed is. Van een jongen die niet wil oppassen en die dus (!) maar naar Oost IndiĎ moet zeggen de Zeeuwen: ‘hij moet de Westkappelse dijk om’. En als de wind blaast dan heet het daar: ‘De Westkappelse engel rijdt’. De inwoners hebben iets aparts in spraak, voorkomen en kleding en worden voor afstammelingen van een nederzetting van Noormannen gehouden.

 

Westkerke, West Vlaanderen, 961 Wetskerka. Germaans westa: west, kirika: kerk.

 

Westmonster, Middelburg, 1153 Westmonstre. Germaans westa: west, munastri: kerk.

 

Westouter, West Vlaanderen, 1069 Wist-Altare, mogelijk zo genoemd omdat de kerk tegen het algemene gebruik in het altaar aan de westkant had.

 

Graftombe van Koenraad Willem uit; http://dbnl.org/tekst/sten009monu03_01/sten009monu03_01_0108.php

Wijhe, bij Zwolle, 959 in villa Wie, 1133 Wije, 1310 Wie, 1352 Wijie. Germaans wiha: heiligdom, vergelijk Wehe den Hoorn of gelijk aan Wee: weidestreek.

De kerk heeft drie graftomben waarvan een zeer fraai en sierlijk is die van generaal Koenraad Willem, baron van Dedem en overleden te Zwolle in 1713. Dit prachtig stuk is gesticht door zijn echtgenote Anna Elisabeth, baronesse van Echten tot Echten. Onder Wijhe behoort het landgoed De Gelder.

 

Wilbertsberg, Oss, is naar Sint Willibrordus genoemd die daar een bron liet opkomen.

 

Willebrordushoek, Veghel: naar Sint Willibrord.

 

Willemskerke, Hoek, 1190 Willelskerke. Germaans Willihelmas kirika: kerk van Willihelm, Sint Wilhelmus. (wiljan: wil, hilma: helm) Is in 1586 verdwenen, Willemskerkepolder is ernaar genoemd.

 

Wilskerke, bij Middelkerke, 1201 Willekini capella, 1250 Willekins kerka: naar de stichter Willekijn, Wilbrecht of Wilhelm.

 

Wissekerke, Goes, 1230 Wissenkerke, is een kerk die gesticht is door Wisse, Widso.

 

Wolfskerke, Opbrakel: kerk gesticht door Wolf.

 

Zuienkerke, West Vlaanderen, 1110 Siwancherka, 1135 Suwankerca. Germaans Siwan kirika: kerk van Siwo.

 

 

 

Trecht of Trajectum: oversteekplaats, veer of doorwaadbare plaats.

 

Barendrecht, bij Rotterdam, 1124 Berendrecht, 1179 Berendrech: oversteekplaats of veer van Bero, of van drifti: kreek. Of van bere: op beer gelijkende modder, drek, en drecht: waterloop.

 

Berendrecht, Antwerpen, van beren; drek, modder en drecht; veer, pont, oversteekplaats.

 

Dordrecht, 1048 Thuridrech, Thuredrech, Thuredrith, Thuredrit, Toridregt, in 1200 Durdreth genoemd, 1206 Dordreth. Germaans puruh: door, dwars, drifti: doortocht van de Thuringers die daar gewoond zouden hebben, zie Turinger Veer of verkort Terveer, Turinger Tol of Tertol, Tertole, Turingergoes of Tergoes, Turinger goude of Ter Goud. Of naar de god die Theuth genoemd werd waarvan de naam Duitsers komt en Thuitsen en Teutisch.

Als stad waarschijnlijk gesticht in het begin van de 11de eeuw door graaf Dirk III. Er was ooi ook een grafelijke munt. Dirk IV werd er in 1049 door een Keulenaar gedood met een vergiftige pijl, een vergelding omdat de graaf in een steekspel te Luik een broer van de Keulse bisschop dodelijk verwond had. Het huis in de Wijnstraat waar die pijl werd geschoten, heeft een gevelsteen waarop staat te lezen: ‘Het Huis genaemt Hollant’, de straat daar tegenover heet nog steeds de Gravestraat. In 1203 werd daar het beruchte huwelijk gesloten van de 17jarige Ada van Holland met graaf Lodewijk van Loon naast het nog onbegraven lijk van haar vader, Dirk VII. In 1421 werd Dordrecht door de Elisabeth vloed van het vaste land gescheiden wat te zien is op de Spuipoort wat na de sloop van die poort op een muur van een school is verplaatst:

 ‘ ’t Land en water, dat ghy hier siet,

Waren twee en seventig prochien, na cronieks bediedt,

Verdroncken door het water crachtig,

In ‘t jaer 1421 waerachtig.’

Die vloed vernielde ook het huis de Merwede. In 1618 en 1619 werd onder het voorzitterschap van Johannes Bogerman de bekende synode gehouden die in de twist van Gomarus en Arminius, de meningen van de laatste toen reeds overleden veroordeelde.

De grote kerk heeft een preekstoel van wit marmer en een Avondmaalservies van goud wat een geschenk was van een IndiĎ rijk geworden heer Diodati, afstammeling van een Italiaans geslacht waarvan de leden om vervolging te ontgaan naar Zwitserland, Engeland en Holland uitgeweken waren. Van goud zijn ook de doopbekken met de erbij behorende schenkkan uit de erven van Mattheus Coddaeus. In de Augustijner kerk is het graf van jonker Frans van Brederode de dappere hoofdman van de Hoeksen die in 1490 in de stadsgevangenis overleed van de in de strijd gekomen wonden. Cornelis en Joan de Wit zijn er geboren in 1623 en 1625

De burgers heten spottend schapendieven. In de spreekwoorden zegt men’ de schepen gaan Dordt voorbij:’ waarmee wordt uitgedrukt dat men van iets voordeel hebben kan, maar niet heeft, dat naar de gelden die bij laden en lossen betaald moeten worden. Toen eens van Dordtenaar een wild geworden os losgebroken was en veel schade aanrichtte liet de man het beest slachten en zond stukken vlees aan de regeringslieden ten geschenke om zo boete of straf te ontgaan. Daarom wordt van iemand die iets kwaads door de vingers ziet omdat hij zich heeft laten omkopen het gezegde gebruikt: ‘’t Is een Dordtenaar die van een os heeft gegeten’.

 

Drachten en Noorder Dwarsvaart uit Jacobus Craandijk, 1875.

 

Drachten, 1460 in Zuiderdracht, al in de middeleeuwen lagen hier 2 boerendorpjes, Noorder en Zuider Drachten: naar de waternaam Dracht of Drait, verwant met drecht zoals bij Dordrecht. Ze worden spottend kalverstaarten genoemd en men stelt ze onder de burgers van Bergum.

 

Drecht in verschillende plaatsen is een naam voor een water, vaart, tocht. Het is een echt Germaans woord, mogelijk van Germaans dragan: trekken als overzetplaats. Of van drift: drijven, een natuurlijke waterloop. Zie Dordrecht.

 

Drechterland heet het oostelijke gedeelte van West Friesland, waarschijnlijk genoemd naar een water dat loopt van Zwaag tot aan de zeedijk bij Schellinkhout. 115 Drechterne, van drecht met warja: bewoners langs de Drecht.

 

Duivendrecht, Amsterdam, eerder Doevendrecht: oversteekplaats van Doeve, due vene Trajectum.

 

Eendracht, Amsterdam, waternaam van ouder Heendracht, van heen: riet, dracht: doortocht.

 

Haastrecht, bij Stolwijk en Vlist, 1108 Fredericus de Havekesdrecht, 1155 Gerardus de Havekesdrecht, 1284 Haestrecht. Germaans habukas drifti: kreek van de havik of veer of oversteek van Haveke.

Volgens Adrianus Junius was het eerst een stad met drie kastelen. Stond onder het kapittel van Oudmunster.

 

Holendrecht, Amsterdam, van hol: laag gelegen, moerassig en drecht.

 

Katendrecht, Rotterdam, mogelijk van katen: kot, drecht.

 

Kieldrecht, Hulst, 1291 Kildrecht, van kil: watergeul en drecht.

 

Kwatrecht, Oost Vlaanderen zal wel komen van kwaadrecht: kwade of gevaarlijke doorgang.

 

Loosdrecht, bij Hilversum, 1308 Loesdrecht: oversteekplaats bij een afwatering.

 

Mijdrecht, bij Uithoorn, 1085 Midreth, 1216 Midrecht: oversteek van de Mije dat in 1119 nog als Mi vermeld wordt. Of van Germaans migo: urine, op urine gelijkende modder, drifti: kreek. In een brief uit 1085 wordt te kennen gegeven dat dit een van de voornaamste plaats in de venen was. Een perkamenten brief van de Utrechtse kerk uit 1201 maakt ook gewag van deze plaats. Op 13 augustus 1572 zijn er ongeveer 500 Geuzen geweest die daar onder aanvoering van Adriaan van Duvenvoorde de schans met St. Janstoren in brand gestoken hebben.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Uit van Lennep:

Utrecht, Uitrecht, Utreg, rond 300 Traiecto, Germaans uta: uit, buitenwaarts gelegen (in tegenstelling tot Maastricht) Latijn traiectus: overvaart, veer. Ook Trajectum Inferius tot onderscheid van Trajectum Superius, Maastricht. Ultatrajectum van de Tregt genoemd, dat is overtocht der Wilten en ze wordt Utregt, dat zoveel als Outregt of Autregt is: Oud Trecht, genoemd omdat daar vanouds een tregt of overtocht van de Wilten (volksstam) was. Ultrajectum is dan zoveel als Olt trajectum, of Olt recht, of van Wilt trajectum, of Wult trajectum. Van de Wilten komt ook Wiltenburg, de plaats die nu Utrecht heet. Ludgerus, Liudger, een Fries, zegt: stabilito Episcopatu in loco, qui nuncupatur Trajectum & alio nomine Wiltaburg’, heeft een bisdom gesticht in een plaats die genoemd wordt Trajectum en met een andere naam Wiltaburg. Sigebertus uit 679: ‘ Willibrordus… heeft de bisschoppelijke zetel, door de vergunning van vorst Pepijn, geplaatst te Wultaburg welke plaats uit een samenvoeging van de naam der Wilten en van Trajectum ook Ultrajectum wordt genoemd alsof men wilde zeggen de stad der Wilten. Maar woonden hier Wilten, die wonen in Hongarije, of zijn ze gekomen via de Hunnen? Willibaldus in het leven van St. Bonifacius zegt dat St. Bonifatius die H. Coebanus of Eobanus tot bisschop der Friezen aangesteld heeft in ‘ urbe quae vecatur Trecht’, in een stad die Trecht genoemd wordt. Nog wordt Bonifacius in een brief van Pepijn genoemde piscopus Urbis Trajectensis, bisschop van de stad Utrecht. Outrecht is later veranderd in Utregt, Utrecht. Nog heeft ze voor de tijden van Willibrordus een Latijnse castrum en castellum gehad en op zijn Nederduits een burg of burgt genoemd. Ook de naam Monasterium, Munster, wat eigenlijk een klooster is wat binnen de muren van Utrecht ligt. De eerste kerk zou gebouwd zijn door koning Dagobertus die daartoe wel aangezet is door Willibrordus. Die kapel of bidplaats zou gemaakt zijn in 693.

De domtoren is de hoogste in ons land, bevat de grafsteden van de zeehelden Willem Jozef, baron van Gent die onder de Ruyter aan de slag bij Solebay deelnam en roemrijk sneuvelde op 17 juli 1672.

De hogeschool staat er al sinds 1636.

De Unie van Utrecht werd er gesloten in 1579 vooral door toedoen van Jan van Nassau, toen stadhouder van Gelderland die er een standbeeld heeft. De vrede na de Spaanse successieoorlog werd er getekend in 1713.

Geboorteplaats van Adrianus VI, de enige Nederlander die paus werd. Het huis waar hij geboren is op de Oudegracht draagt zijn borstbeeld in de gevel. Ook is er het paushuis door hem gesticht.

Ook Olivier van Noort de eerste Nederlander die een reis om de wereld gedaan heeft is te Utrecht geboren in 1588.

Ook Melis Stoke de arme klerk van rond 1300, de dichter van de Hollandse rijmkroniek.

Vreeburg draagt de naam van het door Karel V gestichte kasteel Vredenburg, zie Vreeland. Dat kasteel was een vaste plaats van de Spaanse macht en door de burgers zeer gehaat zodat ze er in 1577 op aanvielen de Spanjaarden wijken moesten en werd begonnen met de sloop.

Ook liet Everard Meyster, zie Amersfoort, die een bijzondere voorliefde had voor keistenen zo’ n steen inmetselen boven de stalpoort van het huis dat hij in Utrecht ging bewonen. De mannen die hij uit Amersfoort liet komen om dat te doen trakteerde hij op krakelingen en liet zo aan de schelle trekker van zijn Utrechtse woning een ijzeren krakeling maken waarom dit huis de naam van het Huis de Krakeling kreeg. De straat heette eerst Van Buerenstraat en werd spottend de Keistraat genoemd, de stalpoort en kei zijn later verdwenen. In Utrecht is er nog een andere kei waarvan met de herkomst niet weet die al in het begin van de 16de eeuw bekend was, de zogenaamde Gesloten Steen, een groot blok dat met een zware ketting is vastgelegd aan het hoekhuis van de Oude gracht en Eiligensteeg. Is het een offersteen geweest? Naar de sages zou toen de domkerk gebouwd werd de duivel en zijn boze geesten ’s nachts met die steen gesmeten hebben om te vernielen wat op de dag gemaakt was zodat de geestelijkheid toen de raad gaf om die kei aan een ketting te leggen. Daarna hield het gooien met die steen op.

 

Er moet nog een ander Wiltenburg zijn wat de grondstenen zijn van het oude slot Fetna waar de giftbrief van Karel Martel van gewaagt. Die naam van Fetna schijnt nog overgebleven in de naam van de rivier de Vecht.

 

Maastricht, Limburgs Mestreech, 575 ad Treiectinsem urbem, later Trajectensis, Mosae (Maas) Trejectum. Romeins traiectus: overtocht en dat over de Maas. 1051 Masetrieth. Een oude stad die in 881 verwoest werd door de Noormannen, in 1579 door de Spanjaarden ingenomen onder Parma die er een slachting aanrichtte zodat er slechts 400 zielen overbleven. In 1632 door Frederik hendrik weer heroverd en door zijn beschikking kwam de Janskerk aan de Hervormden. De kerk van Sint Servatius heeft sinds 1845 een standbeeld van Karel de grote door wie de oude kerk aanzienlijk werd verbouwd en vergroot. Er is een crypte in. In de Lieve Vrouwe kerk zijn er twee.

Bij Maastricht zijn de steengroeven van de Sint Pietersberg die in oorlogstijd vaak uitwijkplaatsen waren en zo uitgestrekt zijn dat ze wel aan 40 000 personen plaats kunnen bieden.

 

Moordrecht, Moerdrecht, afgekort Moort, bij Gouda, 1250 Mordreth, 1254 Mordrecht: van Moer en dragen of dregen omdat de koopwaar hier ter markt gedragen werd of van drecht of vaart in het veen. Het had al vanouds een tol en staat vermeld in een open brief van Floris IV in 1233. In het kerkzegel heeft men iets van moord ontdekt en laat een vrouw zien die door drie gewapende mannen wordt aangevallen.

 

Papendrecht, Papendregt, Alblasserwaard, 1105 Papendrecht. Germaans Papan drifti: kreek van Papo, of oversteek van een paap of Papo.

 

Pendrecht, Rotterdam, 1124 Pagindrecht, drecht van Pagi.

 

Stekkeldrecht, Hasselt, 1360 Stekerdrecht, eigenlijk Stegerdrecht: drecht die een steg of doorgang vormt.

 

Wieldrecht, Dordrecht, 1187 Wildrec: drecht van Wille of van wiel; doorbraak.

 

Woensdrecht, 1249 Wunsdrech, 1651 Woonsdrecht, doorgang van Woon of Wodan?

 

Tricht, Buurmalsen, 850 Teratina, 1108 Treth, 1129 Triiectum, 1148 Trejectum, van Latijn trajectus: overvaart, veer, een dorp aan de Linge, omdat men daar over de rivier gezet werd. Bij Buurmalsen, hier gaat men over de Linge..

 

Zwijndrecht, bij Dordrecht, 847 Squindresht, 1006 Svindrecht, 1114 Suindreth, Zvindrecht, 1281 Svindrecht. Germaans swina: kreek, drifti: kreek, of geul met veer of oversteek. Oude naam Schobbelandsambacht bestond al rond 1000.

 

Zwijndrecht, Vlaanderen, 1114 Suindreht, 1157 Suindrecth: wel van zwin: kreek die bij eb tussen twee droog gelopen zandbanken blijft staan, bij eb, en drecht.

 

 

Dammen of verhoogde weg door drassig land. Waterachtige gronden waarbij het ene stuk grond met het andere verbonden wordt, een dam.

Plaatsnamen die eindigen op dam komen pas voor tegen de 12de eeuw, je kan ook niet zomaar een dam bouwen, een rivier afdammen, er moet meer gebeuren.

 

Alblasserdam, bij Dordrecht, 1328 Alblasserdamme: dam dwars op de stroomrichting, oudtijds Waalmonde genoemd, nu Alblas. De eerste afdamming was in 1277 van het Oud Alblas, 1280 de tweede die 50 meter verder lag.

Daar kwam, zegt de overlevering, in de verschrikkelijke macht van 18 november 1421 in de Elisabeth vloed een houten wieg aandrijven waarin een kind lag en die door een kat die heen een weer ging in het evenwicht werd gehouden. Zie de naam Kinderdijk en ’t Huis te Kinderdijk hebben daarvan hun naam.

 

Amsterdam.

De eerste vermelding van het geslacht Amstel is in 1019 in een lijst op orde van Adelbolt, 19de bisschop van Utrecht en zijn de oude heren van Aemstel leenmannen van het Sticht en de kerk van Utrecht geweest. Bij Heda komen in 1131 Egbertus de Amestelle en bij Godefridus de Amestella voor, zo ook in 1145, 1156. Die heren zijn vooral bekend vanwege de oorlogen met de bisschoppen van Utrecht. De eerste, Eggebert van Amestelle, had als leenman al direct een conflict met de kerk omdat hij meer land toe-eigende dan toegestaan was. Na bemiddeling werd dit gesust op voorwaarde dat hij alles wat hij teveel genomen had teruggaf en een van zijn zonen, Gijsbert, na zijn dood het ambt van meierschap zal krijgen.

Heren van Amstel hebben al vanouds Amstelland in eigendom gehad en is wel genoemd naar het riviertje de Amstel. Amstel: waternaam Eem, zie Ameland, stelle: hoger gelegen landstrook, oever. Daar woonden waarschijnlijk wel vissers. In 1203 kwam Amsterdam onder water te staan door de Kennemers die de dijk doorstaken zodat het zeewater tot Breukelen vloeide en men met de boot naar Utrecht kon varen en de rest werd in brand gestoken. Dat gat zou het jaar daarop gedicht worden, maar het was te diep waardoor men genoodzaakt was een dam in de rivier Amstel te leggen, dus Amstels-dam, daar waar nu Papenbrug is, daarna kwamen er sluizen die meer terug gelegd warden zoals op de Middeldam. In 1275 kreeg het van Floris V tolvrijheid.

Heeft veel te lijden gehad van grote stormen als in 1169 waar kastelen weg spoelden, duinen overliepen, mensen en vee verdronken, ook in 1412 en 1400, 1570 was er een geweldige storm waar volgens oude schrijvers wel 400 000 mensen omkwamen, de Allerheiligenvloed. In 1665 had men pest, daarop oorlog te water en daarna te land, dijken braken en mensen kwamen om, ook in 1675.

Amsterdam is vooral gegroeid na de stormen die de Zuiderzee vormden en het zo een toegang of haven gaf tot de Noordzee. Vooral toen Stavoren verzandde werd de haven steeds belangrijker.

De Oosterdok en de IJgracht te Amsterdam uit D. H. Fikkert, 1847.

Beroemd is het Paleis, vroeger Stadhuis, dat gebouwd zou zijn op 13659 palen het getal der dagen van het jaar met een 1 er voor en 9 er achter door Jacob van Campen en Daniel Stalpert, het beeldwerk is van Artus Quellinus. De bol die door Atlas getorst wordt is een werkstuk van Francois en Pierre Hemony die een gieterij hadden op de hoek van de Keizersgracht en ’t Molenpad, zie Arnhem. De Nieuwe kerk gesticht door Willem Eggert, heer van Purmerend wat je in het koor ziet: ’Anno MCCCC ende XVII, den 15de dag in Julio starff den eerbaeren Heer Willem Eggaert, Heer tot Purmereynde, gedoyteert met twee Vicarien, medefondateur van deze kerk die begraven is onder dese blauwe serk’. Verder de Oude Kerk en de Westerkerk die op haar hoge toorn een keizerskroon draagt wat de Roomse koning Maximiliaan in 1489 aan Amsterdam toestond te voeren boven het wapen van de stad. Van 1632 tot 1877 had Amsterdam een Atheneum, toen werd het verheven tot universiteit. In de Nieuwe Kerk zijn begraven de zeehelden de Ruyter, Van Galen etc. Standbeelden zijn er van Rembrandt, Vondel en Thorbecke. Hooft heeft een borstbeeld in de gevel aan het aan de Keizersgracht staande huis waar hij woonde van 1630 tot zijn dood in 1647. Potgieter in de gevel van het laatst door hem bewoonde huis aan de Leliegracht. Een borstbeeld van prins Hendrik aan de kade die naar hem is genoemd. Een borstbeeld van Sarpathi die de eerste stoot gaf tot uitbreiding van de stad in het park waaraan zijn naam is gegeven. Op de Dam verheft zich een monument uit 1865 die gewijd is aan de volksgeest in 1830 en 1831.

Rokin, Amsterdam, rak: recht stuk water. Na het aanleggen van de Vijgendam lag het Rokin binnen de stad.

Spui, Amsterdam, waterloop waardoor het water gespuid kan worden.

Ze worden koekvreters genoemd waarschijnlijk naar de hoge eer waarin het Sinterklaasfeest en Sinterklaasmarkt heeft gestaan.

 

Ouder Amstel, 1105 de Amestello, 1126 Amestelle, 1131 Amstelle, 1220 Amestelle en Amestele. Oud Germaanse Amastalja: nederzettingsnaam van de waternaam Amastalo, Aemestelle, Amstel, wel de Eems.

 

Amstelveen, bij Amsterdam, 1308 Amestelrevene, 1395 Aemstelreveen: veen van de bewoners van de Amstel, later Nieuwer Amstel. Daar is geboren Agatha Deken op 10 december 1741.

 

Dijkhuizen uit http://www.hetverhaalvangroningen.nl/verhalen/de-borgen-van-appingedam

Appingedam, bij Delfzijl, Gronings Daam, 1326 in Apingedamme: dam van de Appinga, bewoners van de streek langs het water Appa of Apt.

Doede van Amsweer is er geboren die in opdracht van Willem Lodewijk van Nassau de hervorming in Groningen verspreidde. Appingedam had vroeger een sterk slot dat Dijkhuizen heette. Er staat wel het slot Ekenstein.

 

Bavendamme, Oudenaarde, 1183 Bavinedam, 1185 Bavindamme, 1272 bavincdamme. Germaans Babinga: van de mensen van Babo, damma: dam: verhoogde weg door drassige grond.

 

Brigdamme, Zeeuws Perdamme, Middelburg, bevat de Zeeuwse vorm brig voor brug.

 

 

Dam ten, Gorssel, 1190 de Dammo. Germaans damma: waterkering dwars door waterloop.

 

Damme, West Vlaanderen, 1217 Hondsdam. Dat was een dwarsdijk die rond 1180 aangelegd is door het Zwin, ongeveer op het einde. Stadsrechten echter ca. 1180.

 

Dubbeldam, bij Brielle, 1310 Dubbeldamme: dam in de Dubbel, waterloop die nu verdwenen is, oudere naam Gerritshaven. Het was vroeger een stad die ommuurd was en van poorten voorzien. De laatste poort is in 1746 gesloopt. In het koor van de kerk is een graftombe van heer Nicolaas van Putten een van de edelste ridders van zijn tijd in 1311 naast zijn gade Aleid.

 

Durgerdam, Amsterdam, heette eerder Ydoornickerdam, IJdoorningerdam naar de in het IJ uitstekende landpunt IJdoorn. Of van IJdoorn-dam, dan van dam om de hoek van het IJ.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Uit Lennep.

 Edam, bij Volendam, eerder Eedam, 1339 Yedamme, 1357 Yedamme: dam in de Ee, IJ of E. Eerder ook Adam: dam in de Aa; is gelijk ee, ei of ij.

Dat de Edammers deel hebben gehad aan Damiate, Damietta in Egypte, in 1219 beweren ze niet alleen zelf, maar erkennen ook de volgende regels die op een kerkraam staat dat door Haarlem aan Edam werd vereerd:

‘Edam als getrouwe Landsaaten

Quamen die van Haarlem te baaten

Wildt vreuchde vaaten. (vatten,

Sy gingen heen hardt en fier

Met stoute moedt, met felle manier

Als verwoede stier.

Paus, Keyser en al het Christenheer

Verwonderden hem met allen seer

Van die groote Eer.

Alsoo kreeg Edam haar wapen, met Eer en geweldt

Drie vergulde sterren in ’t rood velt,

En een stier, daarin gestelt:

Anno 1610’.

Ze worden spottend mussen genoemd. Een sprookje zegt dat eens werklieden met een balk dwars voor een poort stonden en er niet door wisten te komen totdat men toevallig een mus zag die een takje in de bek droeg recht voor zich uit hen op het denkbeeld bracht om hun balk ook zo te richten, toen ging het en ze waren over de verrassende oplossing van de moeilijkheid zeer voldaan. Zie Dokkum en Kampen.

Men wijst op een ijzeren brugleuning die niet vatbaar is voor roest, er zijn portretten van Pieter Dercksz, die een buitensporige lange baard had, Trijntje Kever die buiten model lang was.

 

Giessendam, Hardinxveld, naar de dam in het riviertje de Giessen.

 

Hinderdam, herinnert aan de dam die in 1437 in de Vecht aangelegd werd om het aflopen van het water te beletten, Hinterdam.

 

Knollendam, West en Oost, Zaanstad, zal wel net zo op te vatten zijn als Vijgendam in Amsterdam.

 

Krabbendam, krab: dijkversterking van palen, oorspronkelijk van vlechtwerk.

Zo ook Krabbendijke, 1190 Crabbendic. Germaans krabban: krab; hoofd in een rivier, dika: dijk.

 

Langedam, Hulst, 1171 via que Lancdam dicitur. Germaans langa: lang, damma,: verhoogde weg door moerassig land.

 

Leerdam, 1143 Ter Lede of Ter Leede, in bezit van de heren van de Lede, 1265 Lerdamme, 1345 Lederdam: dam aan de Lee of Lede, zie ook Leerbroek, zou ook een afkorting kunnen zijn van Lingerdam, de Linge die er stroomt. Ook de naam Leevliet komt voor als naam van een hoeve. Dus niet van leder of leer (ladder).

Bij Gorinchem wat een deel van het oude Teisterbant en een heerlijkheid der Arkels was, die uit het geslacht van der Lede kwamen. Van het slot is niets meer over. De geboorteplaats van Floris Radewijnsz de vicaris aan de Sint Lebuineskerk te Deventer die samen met Geert Groote de vereniging Broeders des Gemenen Levens heeft gesticht die door kennis en vrome geest te bevorderen een van de bruggen gebouwd hebben waarover de Hervorming hier in het land is gekomen. Het koor van de kerk bevat het graf van de laatste heer van Arkel, Jan XIII. Akoy of Acquoy, tot Leerdam behorende is in 1140 gesticht door Johan VIII, heer van Arkel.

 

 Uit van Lennep.

Monnickendam, Monnikendam, 1346 Monickedijc, 1532 Monnckendijck, naar de dam van het Monnikenmeer die op de 12de eeuw werd aangelegd en nu verdwenen is. Mogelijk gesticht door Friese Franciscaner monniken van Mariengaarde, die hadden een klooster op Marken.

Het gemeentewapen vertoont een monnik en als spotnaam hebben ze monnikentroeters, mogelijk van trotter: kuieraar of slenteraar. Daar is geboren Wendelmoet Klaesdochter die als weduwe martelares der Hervorming werd omdat ze gewurgd en daarna verbrand werd te Gravenhage op 20 november 1527. Luthers leer vond er veel bijval zodat de stad wel Lutherdam genoemd werd. Admiraal Cornelis Dirksz is er geboren die op de Zuiderzee op 11 oktober 1573 de vloot van Bossu versloeg. Men bewaart nog het ordeteken van het Gulden Vlies, toen door Bossu gedragen alsmede zijn drinkbeker.

Muntendam, Groningen, is de dam van Munte.

 

Obdam, Heerhugowaard, is eigenlijk 1120 Opdam, 1347 Updamme of bovendam.

 

 

Poppendamme, Veere, dam van Poppo.

 

Schardam, Edam, van schaar: steile dijk, bij een dam.

 

Schiedam, 1264 Novum Schiedammum, 1316 Sciedamme: dam in de Schie.

De schimpnaam is tovenaars vanwege een heksenproces dar daar is gevoerd tegen enige van toverij verdachte vrouwen. Cats zegt er van:

‘Daar rees in dezen tijd verschil in onze landen,

Of heks of toovenaar sijn weerdig om te branden:

En dit ging wonder ver, tot Goeree en Schiedam’.

Met het oog op de branderijen zegt de volkstaal: Schiedam is een sterke vesting’.

 

Spaarndam, bij Haarlem, 1334 Sparndam: dam die rond 1220 gelegd is in de Spaarne.

In de kerk is het graf van de beroemde waterbouwkundige Nicolaas Saamuel Cruquius die in 1678 geboren en in 1754 overleden is. In zijn uitvoerig grafschrift dat door hem zelf vervaardigd is noemt hij zich een afstammeling van graaf Willen II. Met een zinspeling op sparen zegt het spreekwoord: ‘het is daar op Sparendam: vooral als het daar zuinig en schraal is.

Spaarnwoude bij Haarlem, begin 12de eeuw Spirnerawalt, 1156 Spernereswald: woud aan het Spaarne, is de geboorteplaats van de reus Klaas van Kijten of van Kieten rond 1300 die onder andere uit Vondel bekend is waarin immers gezegd wordt:

‘.. de lange Klaas van Kijten’.

De Sparrewouerreus, zo onbeschoft, als groot’. Die lengte staat op de kerkmuur aangetekend hoever de afstand van zijn linkerhand was tot zijn rechterhand als hij met uitgestrekte armen stond. Een oude kroniek zegt: ‘Hij was alsoo groot, datter een jonck kindt in een van sijn schoenen mochte liggen: oock en dorsten die vrouwen en kinderen hem van voren niet aensien om sijn overgrootheyt.’

 

Stapeldam is een dam die met palen is versterkt.

 

Stokdam, Oostburg, 1197 Stocdam. Germaans stukka: stok, damma: verhoogde weg door drassige grond.

 

Veendam, 1655 Veendam: dam in het veen.

Heeft in de kerktoren een klok die door die van de bisschop van Munster geroofd was uit Midwolde en die ze aan hem ontrukt hebben.

 

Rotterdam, 1281 Rotterdam ter halve Rotte, 1299 Rotterdamme: dam in de Rotte. Als oorsprong van de stad wordt een buurt genoemd Rotta die zich vormde onder de bescherming van de kastelen Bulgerstein en Wena aan de mond van de Rotte.Door overstromingen werd het onbewoonbaar. Rond 1260 werd er een dam aangelegd daar waar de Hoogstraat de Rotte kruist. In de 13de eeuw werd het ommuurd.

Boven de andere gebouwen vertoont zich de stompe, eerder van een spits voorzien, toren of grote of Sint Laurenskerk. Daarin zijn de tomben van 17deeeuwse zeehelden en vooral Gerrit Gerritsen of Desiderius Erasmus die 28 oktober 1467 geboren werd en 12 juli 1536 te Bazel overleed. Op het voetstuk van zijn standbeeld staat dan ook te lezen: Hier rees die grote zon en ging te Bazel onder’. In 1549 had hij een standbeeld van hout, in 1557 van steen en in 1622 van brons. Vondel zegt er van: ‘Die onlanghs was van steen, nu glinstert van metael.’

Herinneringen uit de Spaanse tijd verbinden zich aan een gevelbeeld van Spinola tegen het hoekhuis aan de Spaanse kade en een opschrift aan de Oostpoort naar de verraderlijke overrompeling van de stad in 1572 toen ‘ een Grave van Bossu vermoorden veel Borgers met jammerlyck Geclach’. De dappere smid Zwart Jan die tegenstand bood werd door Bossu eigenhandig doorstoken. Een derde gevelsteen was het huis op de Grote Markt die vertoonde een schaap door wilde dieren omringt en het opschrift droeg’ In duysent vreesen’. Een volksoverlevering verhaalt dat in dit huis veel mensen de wijk genomen hebben en dat het bloed van een geslachte bok onder de straatdeur naar buiten gelopen was waardoor de Spaanse soldaten in de waan werden gebracht dat hun makkers daar al geweest waren die woning ongemoeid lieten. Het huis is in 1890 afgebroken. De Rotterdammers beroemen zich op hun peperkoek en dragen de spotnaam kielschieters op grond van het verhaal dat ze eens hun geweren afvuurden op een bootje dat met de kiel omhoog in de Maas dreef die ze voor een grote vis hielden.

Keizerswaard: keizers eiland, waar Suidbertus een klooster timmerde, hij had dat eiland van Pepijn gekregen.

 

Steendam, Gronings Staindam, Slochteren, een met stenen bevestigde dam.

 

Stellendam, Goere-Overflakkee, is een dam om het Stellgors: dus een buitendijks stuk land met stellen.

 

Stokdam, Oostburg, 1197 Stocdam: knuppelweg door drassig terrein.

 

Uitdam, Zuiderwoude en Marken, is de dam aan de buitenzijde.

 

Uit; http://ngw.nl/heraldrywiki/index.php?title=Edam-Volendam

Volendam, 1573 Follendam, naar de in 1357 aangelegde dam waarmee de voor Ye, (ei, ij of ee) van de zee werd afgesloten, vollen: vullen.

Hoe Volendam aan z’n naam kwam is een heel verhaal. Heel, heel lang geleden liepen een paar boerenmeisjes langs de zeekant. In die tijd bestond de bevolking nog vrijwel allemaal uit landbouwers. Toen de deerntjes genoeglijk over het water tuurden kwam onverwachts een veulen, ‘n volen’ zoals men in die streken zegt, uit de golven. Ze schrokken aanvankelijk van deze wonderlijke verschijning maar zochten voor het dier de lekkerste kruiden waarna het wederom in de golven verdween. De volgende dag ging een van de meisjes nog eens kijken. Weer kwam het veulen en bracht aan een van zijn poten een vis, een bot, mee. Dit herhaalde zich geregeld tot op zekere dag het meisje door het veulen meegevoerd werd naar de diepte van de zee. De bewoners meenden in dit wonderlijke voorval een aanwijzing te zien dat ze het boerenbedrijf vaarwel moesten zeggen en de zee moesten kiezen. Zo geschiedde. Het gemeentewapen laat een paard zien die aan een van zijn poten een botje draagt. Het is net zo’n verhaal als van Zeus die Europa schaakte.

Mogelijk naar de verklaring van Volewijk, 1324 Voolwijc, van veulen.

 

 

Waardamme, West Vlaanderen: dam met vlechtwerk.

 

Werkendam, bij Gorinchem,1230 Werkine, 1241 Werkendamme, dam in de rivier Werkine. Een werk is de naam voor een vlechtwerk om vis te vangen, later dan voor dijkwerk of vestingwerk. De rivier wordt in 1064 vermeld als Wirkenemunde.

De spotnaam van de burgers is brijbroeken.

 

Zaan, waternaam, 1155 Saden, 1182 Sadne, mogelijk van Fries satha: zode, en dan een stroom die door een moerassig gebied loopt.

Zaandam, verdeeld in Oost en Westzijde, eerder Zaardam, 1316 Zaenderdam: dam bij de Zaan.

Overal bekend om het huisje van Czar Peter dat aan de keizer van Rusland als hoffelijkheid gegeven was en waar hij woonde toen hij in Zaandam was om zich op de hoogte van scheepsbouw te stellen in 1697. Hij heette daar Pieter Migayloff en kreeg bij zijn vertrek een getuigschrift mee van scheepstimmerman Gerrit Claasz Pool. De kerk te West Zaandam heeft een schilderij waarom de kerk Bullenkerk wordt genoemd want de schilderij laat zien welk onheil in die omtrek eens is aangericht door de dolle stier van Jacob Egh, ook Lange Egge genoemd die Egh om wierp, ook zijn zwangere vrouw die allen na een paar dagen overleden. De Amsterdammers noemen de Zaanlanders koeketers, ook heten ze galgenzagers omdat men in 1678 een galg die vier lijken droeg doorgezaagd heeft en met hun last op de grond zag liggen.

 

 

Zwammerdam, bij Alphen aan den Rijn, 1156 Svadenburgh, 1204 Swathenburg. 1255 Suadenburcherdam.,van zwade: grens (vergelijk Zwet) dam op de grens, Holland en Sticht. De graaf van Holland liet hier in de 12de eeuw een dam aanleggen om zijn land te beschermen tegen overstromingen uit de oude Rijn, daardoor kreeg Utrecht weer te veel water. De vroegere naam Swanenburgerdam zie je nog in het gemeentewapen en kerkzegel die beiden een burg met een zwaan laten zien. Het cijfer 1672 is met zwarte kool getekend omdat het stadje toen door de Fransen werd uitgemoord.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Horn.

Horn, hoorn; punt, hoek. Vele plaatsen met horn er in waren toen vermoedelijk havens, horen: iets waarin je wat bewaart en zo haven of horn als hoek met achter je een verhoging waarin je beschut liggen kon. Zie Hoek, Horn, Horne, Harne, Herne en Hoarne, in Saksische streken hurni, heurne, Gotisch haurn.

 

Avenhorn, bij Hoorn, 1312 Lutekedrecht, 1396 Lutticdracht: kleine overtocht, 1457 Luttekedracht alias Avenhoorn: haven of uitstekende landhoek van Ave, zie Avelgem en Avezaat.

 

Barsingerhorn, bij Schagen, 1289 Bersincshorne, 1396 Bersingerhorn: haven of landhoek van Bersing of Barso. Was een haven vanaf Oudorp tot Schagen.

 

Dijkshorne, bij Sneek, soms Dijkshoek genoemd, 1718 Dyks Horne: bij de hoek van de (Oude) Dijk,

 

Diphoorn, Sleen, uit Diephoorn: diepe hoek.

 

Dirkshorn, onder Schagen, 1325 Dirxhorn, 1500 Diericshorn, 1573 Dierickshorn: haven of hoek van Diederik.

 

Ganshoren, Brussel, 1147 Ganshorna, 1154 Ganshorn. Germaans gans: gans, hurnjon: hoek hoger land dat uitspringt in moerassig terrein, ganzenpoel.

 

Giethoorn, bij Steenwijk, in de volkstaal ook Gietern, 1225 Geishorne, zal wel Geithorne moeten zijn, 1230 Gethorne, 1385 Gheethoerne: haven van geiten? De monniken die in het Franciscanenklooster trokken vonden veel geitenhorens die door de stormvloed van 1170 omgekomen waren, onwaarschijnlijk, ook de verandering van geit in giet, meer een haven van Geth.

Men verhaalt dat in de winter van 1581 de soldaten van Sonoy de klokken uit de toren haalden en die over het ijs schoven naar Vollenhove, dat op het Giethoornermeer het ijs brak en de klokken zonken die nog uit de diepte een zuchtend geluid laten horen voor oren die het kunnen horen.

 

 Hoorn, 1298 Hoerne, 1312 Horne: haven. Het gemeentewapen heeft een waldhoorn in een schild dat gedragen wordt door een eenhoren.

Jan Haring is hier geboren die in de zeeslag van 1573 de vlag van het schip van Bossu neerhaalde en dat met de dood moest bekopen. In die slag werd Bossu gevangen genomen en nog wordt in het Weeshuis het vertrek getoond wat hem tot verblijf werd gegeven. Ook is daar Hadrianus Junius geboren in 1511, de dichter Pieter Hoogerbeets in 1542, de staatsman Rombout Hogerbeets in 1561 bekend als lotgenoot van Hugo de Grote, de zeevaarders en ontdekkers Abel Tasman, Willem Corneliz Schouten, Willem Ysbrandsz Bontekoe in 1587, bekend om zijn merkwaardige lotgevallen en ontmoetingen en ook om zijn vroomheid die hem als leus gaf dat God de beste stuurman is, Jan Pietersz Koen in 1587, de grondlegger van Batavia die echter uit liefde tot zijn stad de naam Nieuw Hoorn aanbeval en krachtig verdedigde en slechts op hoog bevel vanuit Nederland in Batavia berustte. Zijn standbeeld is in Hoorn op 30 mei 1893 onthuld.

 In Hoorn is het eerste haringnet gebreid in 1416.

Ze hebben drie spotnamen, wortelen, krentenkoppen en duiveldraers. De laatst genoemde wordt verklaard dat toen in 1471 een accijnshuisje was opgericht en een vrouw uit het volk zich zeer oneerbiedig over de Overheid had uitgelaten dat het een duivels werk was en dat ze de duivel boven op het huisje had gezien toen veroordeelde de boze magistraat het wijf om in een processie mee te lopen met een brandende kaars in de hand en houten duivel op de borst.

 

Hoornse hop is net zoals het Engelse hop en oud Noors hop: inham, baai. In de Snorra Edda I, 574 wordt hop opgegeven voor de zee. Schots hope, zie Stanhope; mond, holte.

 

 

Den Hoorn op Texel. Den Hoorn in midden Delfland, 1100 Dijkshoorn. Nieuwenhoorn, Hellevoetstluis. Oudenhoorn, Oudshoorn, bij Woubrugge etc., hoeken waarin havens lagen.

 

Horn, Limburgs Haor, 1102 Hurne, wat later Hurnen, Hornin en Horne. Germaans hurnjon: hoek hoger land dat uitspringt in moerassig terrein.

 

Kolkorn, 1288 Colhorn: koude hoek.

 

Koppershorn, Abbekerk, horn of hoek van Koppe.

 

Korhorn, Zuidhorn, eigenlijk Korhorn, eerder Curringe horn en Curringe sans: horn of hoek van Kurro.

 

Oostmahorn, Fries de Skans, Dokkum: oostelijke hoek.

 

Schermerhorn, bij Alkmaar op wat ooit Schermereiland genoemd werd, 14de eeuw Den Horn, 1573 Schermerhorn: haven of hoek bij de Schermer, die laatste heette in 1063 Skirmere, van Germaans skiri: helder, witachtig en mari: waterplas.

In het wapen staat een mol en daarom heten ze mollen. In de kerk is een schilderij waarop de kerken zijn afgebeeld van de ondergegane dorpen Schermer en West Mijzen.

 

Spier, Beilen, 814 Spira, 1217 Spehorne, 1550 Spyrhoren: uitkijkhoek, van Fries herne: hoek tot er, 1550 Spijer, is net zoals het Duitse Speyer naar een water genoemd wat wel afgeleid is van Germaans spiwan: spuwen.

 

 

Tuitjenhorn, bij Warmenhuizen, 1100 ’t Utingehorn, 1128 Tutinghehorne, 1289 Tutinchorne, utinge: begraafplaats: haven met een uitvaart, onwaarschijnlijk, eerder een haven die er te buiten lag en naar Schagen voerde.

 

 

 

 

 

Uithoorn, Amsterdam, 1292 Uthornen: buitenwaarts gelegen haven of landpunt. In het gemeentewapen staat een mannetje die tevoorschijn komt uit een waldhoorn.

 

 

Zuidhorn, Gronings Sudhorn, 1338 Horum, 1392 Zuethorn, Zuedhorm, dat in tegenstelling tot Noordhorn, nu 1 plaats. Zou de oudtse vorm holm geweest zijn dat men in Groningen gebruikt voor een smalle zandhoogte? Het ligt op zo’n zandrug.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Graven.

Zo komen ook vele plaatsen voor met graven, de voorman van de gravers was een graaf, nog steeds in dijkgraaf.  

Burchten. Burgus: een burcht, meestal een stadje. Berg en burcht werden vroeger moeilijk onderscheiden.

Graven werden machtiger en bouwden burgten, burchten, borcht, waarin mensen woonden die burgers heette, ook borgers, borgemeester of burgemeester.

 

Aalburg, bij Genderen, in 889 Alburch,983 Alburg, 1108 Alburc en Alburch, ook Alborg, is waarschijnlijk door de Denen zo genoemd naar een vermaarde plaats in de Noordelijke landen, Aalburg: oude burcht. (zie Obourg) Of van Germaans alha: heidens heiligdom, plus burg. Of van de familie van Aalberg die gesproten was uit de Heusdens wat het wapen waar een rad op staat schijnt uit te wijzen. De eerste, Uffardus van Aelburgh staat vermeld in 1028, de tweede, Eppo van Aelburch in 1031.

Er is een oude overlevering dat de kerk van het dorp gebouwd zou zijn door St. Willibrordus en dat hij daar het geloof verkondigd zou hebben.

 

Aardenburg, bij Sluis, 702 Pagus Rodanensis,707 Pagus Rodanensis, id est Rodenburch, in 840 “Rotanis Civitas’, 966 Rodenburgh, 1019, Rodenburg, 1089 Rodanburch, Redenburg. Roddenburch, Rutdunburch en Redenburc, in 1187 Ardenburg. Vermoedelijke een Keltische waternaam, burcht aan de waternaam Rodana of Rudana of Rudina. (Waaruit Redenburg of Rodenburg) Of de rode burcht, naar de bouwstenen?

Is beroemd vanwege de belegering in 1672 en de dappere burgers de aanval van het Franse leger weerstond zodat die het beter vond af te marcheren. De ziel van die verdediging was de dappere vaandrig Elias Beekman. De uitdrukking ‘ hij is naar Aardenburg’ is een van de velen die aanduiden dat iemand dood is.

 

 

Batavodurum, verdwenen bij Nijmegen, 107 Batavodori bij Tacitus. Keltisch Batawoduron: burcht van de Batavi.

 

Batenburg, Wijchen, 1075 Batenburg, 1159 Batenburch, 1250 ecclia Batenborg. Germaans batan: burcht, de goede burcht.

 

Bleskensgraaf, ook wel Bloskijns graaf genoemd, Alblasserwaard, 1255 Gravelant, 1331 Blaskens Graveland: naar het water Grave of Graafstroom, gegraven onder een dijkgraaf. In de 13de eeuw verwierf Willem Blassekyn de rechten en bezittingen in dit gebied dat dan naar hem genoemd werd.

 

Den Burg op Texel, eerder Westerburghem, 1396 Borch: burcht, naar de ronde vesting die hier heeft gestaan. Men wijst er een kelder aan waarin Anna van Holland gevangen zou hebben gezeten na de overgave van den Burg in 1203, maar dat is niet zeker.

 

Bodegraven, bij Woerden, 1064 Bodegraven. Germaans Bodan graban: gracht of sloot van Bodo, vanouds Bagauda: rover genoemd, een smadelijke naam, mogelijk naar het roven van Diderik Bavo die steeds in het gebied van Diderik V te roven en te branden was. Ouder Bodeloo, dus een eikenbos in de omgeving.

Het werd in 1672 door de Fransen verwoest en geplunderd. In 31 mei 1870 woedde er een brand die het plaatsje vrijwel in de as legde.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kasteel Kuilenburg uit; http://www.geheugenvannederland.nl/?/nl/items/UBL01:PK-T-1732

Culemborg, Culemborch, 1281 Kulenburg, 1281 Kulenburg: kuil en burcht, burcht in een laagte.

 in 1271 kocht Hubert van Beusichem of Rudolf van Bozichem een hoeve van de proost van Oud Munster te Utrecht en daarop bouwde hij een burcht bij een diepe kuil. Kuilenburg, Kuylenburg, ligt in een kuil, anderen zeggen dat het komt van de beruchte held Civilis dat uitgesproken werd als Kivilis. Echter onwaarschijnlijk omdat Kuilenburcht gebouwd zou zijn door Bozichem die in 1164 of 1174 overleden is. Dat kasteel heeft in 1672 en 1673 zwaar te lijden gehad van de Fransen en is later gesloopt.

Het is in 1441 door Arent, hertog van Gelderland te leen gegeven aan Gerrit van Kuylenburg. Eerst was ze echter aan Reynout door Hubert, de heer van Kuylenburg verkocht voor 100 ponden Hollands geld. Dat is te Nijmegen gedaan op Vrouwe Lichtmis in 1280. Van 1639 tot 1714 behoorde het aan het geslacht Waldeck, dat van koningin Wilhelmina. Het was eerder een vrijplaats net zoals Vianen, ging je failliet, misdaad of wat anders dan was het gezegde: ‘Kuilenburg is je voorland’. Beide plaatsen zie je in het spreekwoord: ‘Dat gaat naar Kuilenburg of Vianen om er ongeluk te helen. Die licht is in het borgen moet voor Vianen zorgen’. Niet gemakkelijk voor iemand borg staan, valt die om val je mee.

 

Doesburg, bij Dieren, 884 Diusburch, 1025 Dusburg, 1053 Duisburg in pago Hameland, 1228 ecclia de Dusburg, 1277 Doesborg: een burcht met ruig struikgewas. Men beweert dat de Romeinse veldheer Drusus de stichter van deze plaats is die dan Drusiburgum zou heten: burcht van Drusus.

De hoge Martinikerk wordt lange Jan genoemd had al in 1783 een bliksemafleider. Hier is geboren in 1735 Jan Hendrik van Kinsbergen die later beroemd werd als vlootvoogd. Hij loofde in 1815 een eermetaal uit aan de vervaardiger van het beste volkslied. De prijs werd toegekend aan Tollens wiens zang door Johann Wilhelm Wilms op muziek werd gebracht, dat was het lied ‘Wien Neerlandsch bloed’. Vlakbij Doesburg ligt het dorp Angerlo, 891 villa Angrina, 1025 Angarlo, met het fraaie landgoed Bingerden.

 

Domburg, bij Middelburg, 1181 Dumburgh, 1220 Duvenburg, 1271 Domborch. Germaans duban: dof, damp, doornikvochtig, burcht: burcht met half in de bodem verzonken versterking, of van burcht in de duin.

Het had een kerk die in 1848 afbrandde door een onweer. Het had in de kerk 27 ruwe stenen beelden van goden en godinnen en de merkwaardigste was die van de godin Nehalennia. De 7 minst beschadigde werden weer in de herbouwde kerk geplaatst en in 1866 naar het museum van Zeeuwse Genootschap der Wetenschappen overgebracht.

 

Doornenburg, bij Nijmegen, 891 Doronburc, 1046 Dorinburc, 1163 Thorenburg, 1443 Doirnenburch,: burcht van Doro met een oud slot van die naam in het begin van de Linge.

Het was een heerlijkheid van de Aemstels. Tussen het sloot en de kerk staat, stond een van de oudste eiken van ons land. Graaf van Gelderland heeft in 1255 een gedeelte van de tienden geschonken aan het klooster ‘s Gravendaale.

 

Doornik, Doirnik, bij Bemmel, 970 Thornae, eind 11de eeuw apud Tornacum, genoemd naar het Belgische Doornik/ Tournai: fort op hoogte.

 

Doornik, Henegouwen, Frans Tournai, rond 300 Turnacum, 400 Tornacensis, 577 Tornacum. Mogelijk uit het Germaaanse purnu; dorp, vica; vestiging,

 

 

Elburg, 1025 Helberga (of een plaats te Doornspijk), 1255 Elburg, 1292 Elborch, 1318 Eylborch: el: hoger gelegen grond of van berg met laagte, onduidelijk. Dat mogelijk omdat het lang met overstromingen te kampen heeft gehad zodat na de tweede Marcellus vloed in 1362 het besluit werd genomen om het te verplaatsen, later werd pas de kerk er in gebouwd op een hoek die nog vrij was, dus niet in het centrum.

Ze heten naar het baksel waarin ze hun eer in stelden, pepernoten.

 

Grauwkoop, Gouda, 1282 Gravenkoop: gekocht land van de graaf.

 

Grave, onder Wijchen, 1304 Gravia: gegraven waterloop, graban; gracht. Het werd als vesting zeer belangrijk geacht en is dan ook door verschillende partijen in en terug genomen, in 1586 door Parma, 1602 door Maurits, 1672 door Turenne, 1674 door Raubenhaupt en Willen III.

 

’s Graveland, bij Hilversum, 1245 Gravelant: land van de graaf.

Daaronder liggen de buitengoederen Schaepenburgh, Gooilust, Spanderswouw, Hilverbeek, Swaenenburgh, Trompenburg etc. Die laatste is het huis gebouwd in de vorm van het achterste gedeelte van een oorlogsschip door admiraal Cornelis Tromp die in 1691 overleden is.

Zo ook ‘s Gravendeel, een deel.

 

’s Gravenhage, ook Den Haag, 1242 Haga, 1630 ’s Gravenhage: omheind gebied van de graaf, hier de graaf van Holland, zo gevormd naar het voorbeeld van s’ Hertogenbosch. Eigenlijk is het in de vanouds gangbare zin geen stad omdat het nooit muren of poorten heeft gehad. Het was wel een jachthuis van een van de Hollandse graven.

Bekend om zijn regeringsgebouwen, paleizen, het Mauritshuis uit 1640 gesticht door Johan Maurits, graaf van Nassau, zijn bos en daarin het eigenlijk onder Wassenaar behorende Huis ter Bosch of de Oranjezaal gebouwd door Frederik Hendrik voor zijn gemalin Amalia van Solms. In dat paleis is koning Willem I geboren en in 1899 was het de vergaderplaats van de Internationale vredesconferentie. Er zijn twee standbeelden van prins Willem I, een van koning Willem II. Op 4 november 1897 is een borstbeeld onthuld aan de Scheveningseweg van Constantijn Huygens. Een deel van haar aantrekkelijkheid ontleent de stad aan Scheveningen. Op de weg daarheen ligt Zorgvliet, de buitenplaats waar Jacob Cats gewoond en overleden is in 1660. In de Kloosterkerk is een gedenksteen van Jacob Cats aangebracht in 1853 aan een pilaar boven zijn graf waarin in 1660 zijn stoffelijk overschot werd geborgen naast zijn gade Elisabeth van Valkenburg . Ook woonde daar Anna Paulowna, de weduwe van koning Willem II. In de grote of Sint Jacobskerk is onder ander een praalgraf van Jacob, baron van Wassenaar, die met zijn admiraalschip de Eendracht in de slag tegen de Engelsen op 13 juni 1665 met schip en al de lucht in vloog. Bekers en schotels voor het Avondmaal en ook de doopvont zijn van goud wat aan de kerk geschonken is door een douairiŹre de Bertry in 1773. Constantijn en Christiaan Huygens zijn er geboren, Bilderdijks vrouw Katharina Wilhelmina Schweickhardt en vele anderen meer.

In verband met de ooievaar in het gemeentewapen en die ook in het kerkzegel staat heten de inwoners ooievaars en worden ook naar de deftige wijsgerige houding en bezigheid van die ooievaars waterkijkers genoemd. Een niet zo hoffelijk spreekwoord zegt: ‘Kaal en royaal, Haagse mode’. Bekend van de Haagse mopjes en beschuitjes.

 

’s Gravenmoer, Dongen, is het veen van de graaf, 1293.

 

‘s Gravenzande, 1200 Harena comitis: de zandvlakte van de graaf.

 

Grevelingen heette eerder Greveningen: graven stroom of heuvel.

 

Grevenberg, Oosterhesselen, betekent gravenheuvel.

 

Hazelberg, Lochem, 12de eeuw Agastaldaburg. Hermaans Haguastalda burg: burcht van knechten. (hagu: omheining, stalda: bezitter)

 

Kasteel Hagestein uit; http://www.kasteleninutrecht.eu/HagesteinI.htm

Hagestein, Hagestyn, bij Vianen, 1241 Gaspward, Gasparde of Gasparein, Gasbaer genoemd, 1274 Hagesteine: kasteel in omhaagd gebied, genoemd naar het kasteel dat gebouwd werd bij het dorp Gaspewerde. Stein is steen. Otto XVI, heer van Arkel heeft het in 1360 met wallen en grachten omringd en bouwde daar een sterk kasteel met de naam Hagesteyn wat later ook de naam van het stadje werd.

 

‘s Hertogenbosch, Den Bosch, 1184 Busloth, 1222 de Orthen cum Buscho, 1251 Buscho dulcis, 1258 Buscho ducis, 1274 Busco, 1312 ’s Hertoghenbosche, bus of busch: bos. Is door Godefridus of Godfried III, hertog van Brabant tot stad gemaakt en Hertogenbosch genoemd.

Die Godfried wordt ook wel Godfried in de wieg genoemd omdat ze hem in de veldslag in de Grimbergse oorlog in zijn wieg aan de boom hingen om door die aanblik de moed en geestdrift van die van hen aan te wakkeren. Later had Godfried daar een jachtslot en wordt beschouwd als de stichter van de plaats, 1185, kreeg in 1196 handelsvoorrechten van keizer Hendrik VI ten bate van hertog Hendrik I van Brabant.

Beroemd is de prachtige gotische kerk van Sint Jan. Een algemene bekendheid kreeg de man die op de buitenmuur aangebracht is die een eetpot omschopt. Het verhaal zegt dat een van de bouwlieden die een braspenning of 6,5 cent verdiende per dag en die een pot met spek en erwten die zijn vrouw hem voorzette omgooide omdat hij het te min vond, zie Oldenhove. Belegering en verovering van ’s Hertogenbos in 1629 is een van de vermaarde wapenfeiten van Frederik Hendrik waarbij veel invloed op de uitslag is geweest de dappere daad van een vaandrig die ongemerkt in de toren sloop en met levensgevaar daarin klauterde en de Spaanse vlag binnen haalde en de Oranjevlag uitstak. Is bekend om zijn koek.

 

Homburg, Frans Hombourg, Luik, 1070 Hunborc. Germaans Huna: van de Hunnen, van reuzen, burg: burcht, huna kan ook hoog gelegen als ook drassig kan betekenen

 

Horst, bij Ermelo, 1188 domus Horst. Germaans hursti: beboste opduiking in moerassig terrein. Het is in 1257 door bisschop Godefridus gesticht tegen de Geldersen.

 

 

Kessel, Limburg, 950 in loco Cassallo. 1139 Kesle. Romeins castellum: burcht.

Kessel-Lo, Vlaams Brabant. Latijns Castellum; burcht, vesting, lo; open plek in het bos.

 

Limburg is genoemd naar zijn hoofdstad Limbourg in BelgiĎ en dat van Germaans lindo: linde, burg: burcht.

 

Limbricht, Limburgs Lommerich, bij Sittard, 1246 Lemburg, 1296 Lymburgh1351 Lemborg: namen voor de heerlijkheid Limbricht: drakenburcht, mogelijk naar Limburg in BelgiĎ, misschien beter met de riviernaam Lindbeek.

Waar een aanzienlijke hoeve lag, Grasbeek genoemd, waar naar men zegt de Lotharische koning Zwentibold in gewoond heeft. In de buurt is er het kasteel Born waar een oud meubel bewaard wordt die de stoel van koning Zwentibold heet of in hun taal de stoel van koning Sanderbout.

 

Loevestein, is een stenen burcht die waarschijnlijk genoemd werd naar Didderic Loef van Huerne, 1377 Loeuen steyn.

 

Luxemburg, 963 Lucilinburhuc. Germaans luttilon, van luttila: klein, burg: burcht.

 

 

Maagdenburg, Duits Magdeburg, 952 Magadaburg. Germaans magapa: jonkvrouw, burg: burcht.

 

Malburgen, bij Arnhem, is een zeer oud kasteel, De Malenburg, recht over Drusus gracht, hier heeft een oude Romeinse legerplaats gestaan die naar Hercules was genoemd. Had zijn eigen heren met de namen Malber, Malburg en Malberge zo ze in open brieven van Keizer Koenraad III in 1145 genoemd worden van Keizer Frederik I in 1165 en meer anderen. Er is nu niets meer van over.

 

Uit van Lennep:

Middelburg, 1147 Middelburg, Mittelburgenses, 1189 Middelberg. Germans midila: middelste, burg: burcht, middelste burcht, tussen Souburg en Domburg.

Het had eens een aanzienlijke commanderij van de Duitse orde wiens Orde huis in 1249 gesticht werd op een erf door Nicolaas van Putten geschonken en zeer begunstigd werd door Floris V. De oude Maria abdij was vroeger een beroemd klooster, later de zetel van het provinciaal bestuur. Vele historische personen zijn daar korter of langer geweest als Karel V, Filips II Willem I, Maurits, Willem III en V, koning Lodewijk, Napoleon etc. De nieuwe kerk bevat een gedenkteken van graaf Willem II, Roomse koning, en een marmeren praalgraf van de zeehelden Jan en Cornelis Eversten die geboren zijn te Vlissingen in 1600 en 1610. In de koorkerk, eigenlijk een afgescheiden gedeelte van de Nieuwe Kerk is het graf van Hadrianus Junius die in Hoorn is geboren in 1511 en overleden te Arnemuiden in 1575. Zacharias Jansen, de uitvinder van de verrekijker, is er geboren rond 1580. Ze heten schavotbranders en maanblussers op grond van het verhaal dat men eens de maneschijn die door een kerkraam gloeide voor brand aanzag en aanstalten maakten om die brand te gaan blussen.

 

 

Nederhorst den Berg, onder Weesp, 1345 Ter Horst, 1381 Nederhorst, 1639 ’t Huys Horst/Denburg, een dubbele naam waarvan de eerste horst is: met bomen begroeide hoogte en neder als tegenstelling tot Hoogerhorst in een bocht van de Eem boven Amersfoort. Het er nu mee verenigde Den Berg heeft zijn naam van een zandige verhoging waarop het dorp gebouwd is. In het stift hebben dan twee horsten gestaan, Hoogerhorst en Nederhorst. Hoogerhorst is door Godefridus, bisschop van Utrecht, in 1157 opgeworpen tegen de Geldersen wat door de Geldersen in 1528 onder de voet geworpen is. Nederhorst die aan de Nedervecht staat.

 

 

Oostburg, bij Sluis, 941 Osborch, Castrum Osburch, 973 Osburg, 1007 Ostburch, 1014 Osburch tot Ostburg. Germaans austa: oosten, burg: burcht, oostelijk gelegen burcht, zie Middelburg en Souburg. Het komt al in de 7de eeuw voor als een plaats waar Eligius het Christendom preekte. Dan kan het van Osmund, naar de daar verdwenen maar al in 1150 genoemde Ostmundi capella.

 

Ottenburg, Vlaams Brabant, 1208 Ottenburch. Germaans Uhtan burg: burcht van Uhto.

 

Oudenburg, West Vlaanderen, 866 Aldenburg, Germaans aldan: oud, burg: burcht, verwijst naar een oud Romeins castellum uit de 4de eeuw, de stad is zelf volgens een Romeins stratenplan gebouwd.

 

 

Princenhage, Breda, begin 9de eeuw Martras, in de 12de eeuw Haghe,1198 Haga, het gebied wordt sinds de 16de eeuw gesplitst in Hage onder Nassau en Hage onder den Hertog. (van Brabant, zie Baarle-Hertog) Sinds de 18de eeuw behoren beide onder het huis van Nassau en kreeg het zijn huidige naam.

 

Prinsenbeek, Breda, zal wel doelen op bezittingen van de prins van Oranje. Zo ook Prinsenstee, Brielle.

 

 

Ravenstein, bij Grave, 1460 Ravesteyn, raaf en stein als een kasteel, was vroeger een vesting. Het wapen laat een raaf zien op een steen, beter zou zijn op een burcht, die burcht werd in 1818 afgebroken. Ravenstein heeft ook wel als vrijplaats gediend zoals Kuilenburg en Vianen.

 

Rijnsburg, bij Leiden, kerkelijk geschrift uit 750 zegt: Rudolfsheim dat nu Rinasburg wordt genoemd. 960 Rinasburg, 1063 Rinesburg, 1139 monasterium Rinsburgense. Germaans Rinas burg: burcht aan de Rijn. De oude naam was eind 9de eeuw Rothufvashem, germaans Hropiwufas haim: woning van Hropiwulf. (hropi: roem, wulfa: wolf)

Op 10 augustus 975 won graaf Dirk II Rinasburg in een gevecht met de Friezen.

De kerk heeft vier in de muur gemetselde grafstenen, van graaf Willem I en zijn gemalin Aleid van Gelder, van Ada hun dochter en van Petronella van Saksen, weduwe van graaf Floris II door wie er in 1133 een abdij gesticht werd van adellijke jonkvrouwen. De abdijen van Egmond en Rijnsburg zijn wel de voornaamste die er in ons land geweest zijn.

 

Rijsenburg, bij Zeist, 1332 Ryzenborch: burcht bij het water de Rijsen, zijrivier van de Kromme Rijn. Met een stichting van heer Petrus Jodocus van Oosthuysen uit 1808. Maar het slot Rijzenburg wijst tot de 13de eeuw.

 

Rodenburg, Zoeterwoude, 12de eeuw Radenburgh: rode burcht.

Rodenburg is de oude naam van de plaats die nu Aardenburg heet, idem of van de Keltische waternaam Rudanna.

 

Roomburg, Leiden, 9de eeuw Rodanburg. Germaans raudan: rood, burg: burcht of de burcht van Hrodo.

 

Rozenburg, bij Maassluis, eerder Rosenburgh, 1639 Roosenburgh: burcht en roos, kan ook van roos: riet, zijn. Het gemeentewapen heeft in een veld van 2 gouden palen waarvan de eerste beladen is met twee zilveren rozen en de tweede met een zilveren burg.

 

 

Schuilenburg, Hellendoorn, zal wel als Noord Hoogduits Schulenburg een burcht zijn waar de burchtheer op de loer lag.

 

Sijpestein. Loosdrecht, Sypesteyn, is de naam van een kasteel gelegen aan de Seipe: het langzaam stromende watertje, stein: kasteel of steen.

 

Slijkenburg, Fries Slikenboarch, bij Kuinre, van slijk en burg, burcht.

 

Souburg Oost, bij Vlissingen, Zeeuws Soeburg, Dirk VII en zijn vrouw Aleide schenken in 1198 aan de abdij van Middelburg een vierde deel van de tienden van Sutburg, dus Zuidburgt ten opzichte van Middelburg, een van de drie burchten die de Vikingen bouwden, er is een westelijke, middelste en oostelijke.

Het slot te Souburch is de plaats waar Karel V op 6 september 1556 zijn laatste ordonnantie op het punt van religie ondertekende en waar hij de volgende dag afstand deed van de keizerskroon die hij aan zijn broer Ferdinand overdroeg om nu naar een cel in een klooster van Spanje te gaan, zie Ritthem, 1247 Rithem, 1250 Riethem. Toen het slot in bezit was gekomen van Filips van Marnix, Heer van St. Aldegonde werd het meer en meer ‘t kasteel Aldegonde, Marnix overleed in 1598 in Leiden en werd daar begraven, later kwam het naar het kerkje te West Souburch, het kasteel is in 1781 gesloopt.

 

Steenhuffel, Vlaams Brabant, van steen: kasteel, huffel: heuvel.

 

Stein, genoemd naar een daar gelegen kasteel, van steen.

 

Sterkenburg, Utrecht, is wel een sterk kasteel.

 

Stoutenburg, bij Amersfoort, 1280 Stoutenberch, 1329 Stoutenborch: krachtige burcht. Het kwam in 1615 in bezit van Joan van Oldenbarnevelt wiens zoon Willen zich heer van Stoutenburg noemde. Het kasteel is uit de 13de eeuw afkomstig, in 1861 tot 1864 vernieuwd, maar een tiental jaren daarna gesloopt en door een herenhuis vervangen.

 

 Of, bij Wisch, 1311 Burch, 1352 ter of ther Borch: heet zo naar de burg of kasteel Wisch uit de 13de eeuw. De heren van Wisch behoorden eerst tot de hoogste van de Gelderse adel. Daaronder ligt het landgoed Schuylenburg.

           

Tilburg, 709 actum publice Tilliburgis, 1157 Tilborg: til: nieuw gewonnen land met een burcht.

Het was een geliefkoosd verblijf van koning Willem II die er overleed op 17 maart 1849 van wie een gedenkteken is sinds 1874.

 

Valkenburg, bij Katwijk, 9de eeuw Valcanaburg, 1159 curtem Valkenburge, 1246 Valkenborgh. Germaans falkan: valk, burg: burcht, burcht met valken. Was eeuwen beroemd om zijn paardenmarkt waarvan men zegt dat er soms wel 50000 paarden gebracht werden. Er is een tijd geweest dat die markt een week duurde. Bij het begin hing de koster aan zijn woning een kruis uit en op het einde nam hij het weer in, dat gebruik was bij kermissen en jaarmarkten niet ongewoon.

 

 

 

Oud Valkenburg, bij Maastricht, Frans Fauquemont, 1041 Falchenberch, 1096 Falconbere, 1128 de monte Falconis, Germaans falkan: valk, berga: berg, berg met valken, men denkt ook aan de Maastrichtse bisschop Falco uit de 6de eeuw.

Met een vernieuwd maar oud kasteel. Midden in het veld in die buurt staat een kruisbeeldje met het onderschrift wat verwant is met de tekst op de kerk van Meerssen:

‘Eert het kruis

Aanbidt het niet.

Aanbidt den Heer,

Wiens beeld gij ziet’.

Valkenburg ligt dichter bij Maastricht dan het oude, heeft nog een bouwval van een voormalig slot. Wordt ook Fauquemont genoemd wat een berg zegt, het wapen bevat wel een burcht met een valk erop en twee er naast. Bij de grendelpoort is een waterput waaraan het spreekwoord zich knoopt, ‘die van de Grendel niet gedronken heeft is geen echter Valkenburger’.

In de tweede helft van de 18de eeuw was die streek berucht vanwege een roversbende wiens leden de duivel beloofden dat ze alle mogelijk kwaad zouden doen en zich tegenover elkaar beloofden om nooit elkaar te verraden. In de loop van de jaren werden ruim 180 leden gevangen en gehangen.

 

Valburg, Overbetuwe, 793 villa Falburc marca. Germaans Falha burg: burcht van (Oost en West) Falen. Of burcht van Falho.

 

Voorburg, bij Den Haag, rond 771-866 Foreburg, 1198 Vorburg. Germanse waternaam Furo, oudere naam van de Vliet of of Voor, vergelijk Voorschoten, burg: burcht. Het is mogelijk het Forum Hadriani der Romeinen.

Het is een tijdje de woonplaats van Spinoza geweest. Vroeger was er Hofwijk dat door Constantijn Huygens bewoond werd. Ook het huis Arendsburg.

 

Kasteel Vreeland uit; http://www.regiocanons.nl/utrecht/noordwest/de-bisschop-en-de-graaf-/beeld-en-geluid/kasteel-vreelant

Vreeland, Vredeland bij Utrecht, 1280 Vredelant, een slot die door Henricus, bisschop van Utrecht, gebouwd werd om het stropen van de heren van Amstel tegen te gaan, 1260, die de vrede met het graafschap moest verzekeren. De naam ging hiervan over op het ouder erbij gelegen buurtschap Dorsken. Toen het in vervallen staat verkeerde werd het op last van Karel V afgebroken en de stenen werden gebruikt voor de bouw van het kasteel Vredenburg te Utrecht.

 

Watergraafsmeer, bij Amsterdam, ook Diemermeer, 1340 Watergravemere: gegraven gracht. Er waren vroeger verschillende buitenplaatsen als Frankendaal en Roosenburgh.

 

Waardenburg, bij Zaltbommel, 1108 Werden: waard of weerd: riviereiland. Eerder heette het Hiern, 993 Herem, 996 cutis in Here of Hero, 1225 Hire, Hyere, Hern en Hiern ‘opten berch tot Heer dat nu, 1265, Werdenbergh heit’: zandige heuvelrug bij riviereiland met een burcht.

Het oude kasteel werd aan de vlammen prijs gegeven door Lodewijk van Nassau omdat de vrouwe van Waardenburg het met de vijand hield en een bezetting van 300 Spaanse soldaten had ingenomen. Onder het landvolk leeft de overlevering dat een wonderdokter Faustus in het kasteel is geweest en getoverd heeft totdat er op een zekere dag de duivel hem kwam halen en met hem door een venster verdween.

 

Woudenberg, Woudenbergh, Utrecht, 1333 Woudenborch: burcht en woud, mogelijk het vroegere Westerwoud, een van de vier bossen die door Karel de Grote aan de St. Maartenskerk aan Utrecht schonk.

Het had als patrones St. Catharina en een kasteel van dezelfde naam die in 1313 gebouwd is door Johan II, graaf van Kuilenburg wat in 1353 bemachtigde en afgebroken is door Johan van Arkel, bisschop van Utrecht. Het stond naast de kerk. Met de ridderhofstad Geerestein, de buitenplaatsen Lannzich, De Schans etc. De laatst zou een herinnering zijn aan een door Maarten van Rossem opgeworpen schans in 1543.

 

Fort.

Fort: doorwaadbare plaats, voorde, voord, voorden, oud Saksisch ford en vurd, oud Hoogduits furt, fjorden, Noors fjord, furt of fort wat overtocht betekent, doorwaadbare plaats, zie Frankfort, Erfurt, Steinfort, Montfoort etc. Angelsaksisch ford en fyrd, Engels als Ford, zie Oxford. Bosporus komt vanbous;=rund, Grieks poros; doorgang, koeiendoorgang, dus hetzelfde.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Alle 2 Amersfoort, Oud Leusden uit Jacobus Craandijk, 1875.

Amersfoort, aan de samenvloeiing van drie beken in de Eem. 985 Amersfordia bij Oesterley, wat handschrift is van de 13de eeuw. 1028 Amersforde, 1050 Amersfordum, 1242 Amersvorde,

1250 Amersfoort en Amisfurtum, 1285 Amersforde, 1294 Amersvorde, ook Amersfoerde, Amersfoirt. Hemesfurt en Heemsfurt, genoemd naar de rivier de Ame of Amer, nu Eem of Heem, Germaans furdu: doorwaadbare plaats. Het betekent zoveel als voorde van de Eem. Het was een handelsweg die naar Utrecht liep.

Was wel het eerst een dorp met zijn eigen heren met de toenaam Amersfoort.

Volgens anderen, maar onwaarschijnlijk, dat de Romeinen het gesticht zouden hebben en Amorfortia genoemd, amor en fortis: omdat het goed zou gaan met de stad zolang als de gemoederen der stedelingen verenigd zouden blijven door een sterke liefde. Of dat de Fransen het gesticht zouden hebben en met hetzelfde inzicht amourforte genoemd. Dat zie je in het kerkelijke zegel waarop je twee liefkozende kinderen ziet met het bijschrift : Amor fortis, de liefde is sterk. Of waar Amersfoort later gesticht is zouden twee herbergen gestaan hebben die een hamer als uithangbord hadden. Van deze hamers en van voort of overtocht zou de naam Amersfoort gemaakt zijn. Vanouds schreef men echter Amisfurtum en Emisfurtum omdat het aan de Eem ligt die uit twee beken komt, de Barneveldse stroom heette Amer.

Buiten Amersfoort lag een oud Benedictijner klooster wat door Anfridus gesticht is op de plaats die eerder Hohorst en later Heilige -berg genoemd werd. (Heiligenbergerbeek)

In 1257 heeft Henricus van Vianden, 38ste bisschop van Utrecht het verschillende rechten en vrijdommen gegeven zoals burgerrechten en zegelrechten. In 1543 werd Amersfoort veroverd door Maarten van Rossem, de veldoverste van Karel van Gelder. Een oude rijm zegt:

‘Amersfoort was een kamp vol stieren,

Keizer nog koning kon haar regeren.

Maar toen Maarten van Rossem kwam.

Die maakte van elke stier een lam’.

In 1595 werd er als toverheks verbrand Grietje Segers, bijgenaamd de rode kater. Geboorteplaats van Johan van Oldenbarnevelt en Jacob van Kampen. De laatste was de beroemde bouwmeester van het Amsterdamse stadhuis en is begraven in de grote kerk of Sint Joriskerk. Amersfoort was bekend om zijn zoetheid, janhagel. Ze heten keislepers of keitrekkers omdat ze in 1661 met veel moeite een grote keisteen haalden en op de Varkensmarkt op een voetstuk plaatsten ten teken van vrede die in dat jaar met Portugal werd gesloten waarbij Nederland met betaling van 8 miljoen gulden BraziliĎ verloor. Die kei heeft men later laten zakken. Dat inhalen geschiedde op kosten van Everard Meyster een rijke edelman die ook de buitenplaats Nimmerdor aanlegde.

 

 

Bavoort, Leusden, 1006 Bachevoort: doorgang over een beek.

 

Bakvoorde, (Torhout), 1221 Bachforde. Germaans bagna: das, furdu: doorwaadbare plaats.

 

Bekkevoort, Vlaams Brabant, 1092 Baccunuuz, 1101 Bacunguez, 1140 Beckevort, verder Bechenvorth, Becchenvort, Bekenvorth. Germaans Bakkin furdu: met Romeins Baccon waid (Germaans wadja) doorwaadbare plaats, van Bakki, Bakjo of Bekka, zie Bekkum.

 

Bosvoorde, Frans Boitsfort, Brussel 1220 Bouchefort, 1225 Bosfort. Germaans Baldas: van Baldo, (Balpa: koen) furdu: doorwaadbare plaats in een beek.

 

Bredevoort, bij Aalten, 945 Breitenfurt, 1188 Breidenvorth, Bredervorht. Germaans braideru, van braida: breed, furud: brede voorde, doorwaadbare plaats in een rivier of plas, hier moeras. Met stenen werd het Steenvoorde. Onder Bredevoort ligt de buurt Walvoort waar een Vrijstoel van het Veemgericht gevestigd is geweest.

 

 

Coevorden, 1036 in de naam Fredericus van Coevorden. 1148 Koiforde, 1250 fideles.. de Covorde, 1259 Covordia, 1291 Kovordia. Germaans ko: koe, furdu: doorwaadbare plaats, vergelijk Oxford: ossenvoorde, Ochsenfurt. Coevorden was vroeger een vesting die dikwijls belegerd werd. Het had een schoolmeester, Meyers Mannes van Thynen. Die was uitgeweken naar Groningen en toen die in 1672 van Munster naar Coevorden trokken zoveel kennis en plaatselijk inzicht aan Rabenhaupt gaf wat hij doen moest om de stad weer te veroveren wat hij opvolgde en de stad weer innam. Hij kreeg een zilveren beker met Cornelis Benter die zich toen ook verdienstelijk gemaakt had. Die bekers dienen nu voor Avondmaalsbekers.

Zo ook Koefoorde, St. Gillis Waas. Beata Maria de Cosford, capella in Wasia, Clusa, ecclesia Cosforde.

 

Cromvoirt, Vught, Crumvoert: kromme voorde.

 

 

Duivenvoorde, bij Leidschendam, 1221 Duvenvorde: doorwaadbare plaats van Doeve.

 

 

Erfurt, Thuringen, 975 Erpesfort, 1159 Erpesfordensis. Germaans Erpes furdu: voerde of doorgang van Erp.

 

 

Fortmond, Olst, 1237 Vortmen, van voorde en men of man. Zie Helpman.

 

Frankfurt am Main, 870 Franconofurt, 941 Vranconevurt, 1140 Frankenvort. Germaans Frankono furdu: doorgang van Franken.

 

 

Gantenvort, Groenlo, 1188 Gantenvort. Germaans gantan: ganzerik, furdu, doorwaardbare plaats in een beek.

 

Goesevoorde, Brugge, goes kan van gans, zie Goes, of van Godso, en voorde.

 

Grunsfoort, Renkum, 11372 Groensfoorde, 1370 Grunsfoirt, van groense: grasmat, en voorde.

 

 

Hakfort, Vorden, 1142 Hancvorde. Germaans hangi: helling of van de persoon Hanko? Furdu, doorgang, zie Hengelo, Hengevelde.

 

Helvoirt, Haren, Helvoort, 1192 Hellevorth, 1416 Helvoert. Germaans halu: afhellend of van hel; woest, moerassig gebied ?Furdu, doorwaadbare plaats in een beek.

 

Hengforden, Olst, 1380 Hengwerden, 1384 Hengverder-marke, 1402 Henweerder-marke, 1450 Hengvorden: voorde aan de helling.

 

Hollevoort, Bakel, van hol en voorde.

 

 

Ipsvoorde, Vlaams Brabant, voorde van Ibbo.

 

 

Kalevoet, Ukkel, 1220 Calenvort, voorde die met stenen geplaveid is.

 

Koefoorde, Sint Gillis Waas, 1123 Cusfora. Germans koas: bij ko: koe, furdu: doorwaadbare plaats.

 

Koufurderrige, Z. W. Friesland aan het Koevordermeer, Koufirde is een ondiep meer in Doniawerstal, ook een bocht in het Haanmeer, kou: koe.

 

Harreveld uit; http://www.oudheidkundelichtenvoorde.nl/node/30

Lichtenvoorde, bij Groenloo, 1312 Lichtenvorde: de lichte of heldere voorde of doorwaadbare plaats.

Hier staat het huis Harreveld dat freule Van Dorth bewoonde die gefusilleerd is in Winterswijk en te Lichtenvoorde begraven, zie Winterswijk.

In 1874 gaf de geestdrift van 300 leden van het leerlooiers en schoenmakersgilde kracht genoeg om een steen van 5 kubieke meter die een 26000 kilo woog en in de buurtschap Vragender lag binnen de kom van de gemeente te halen met ijzeren rollen. In Vragender (1188 legio Vragender) is er een ruēne van een oude kapel.

 

Loveren, Vucht, 14de eeuw Loervoert, dus een voorde in een terreinlaagte, van malho: zak, verlaging.

 

 

Maasvoort, Lier, 1205 Malfurt. Germaans malho: zak, verlaging, furdu: doorwaadbare plaats.

 

Mensfort, Woensel, voorde van Menno of gemeenschappelijke voorde?

 

IJsselstein, Linschoten en Montfoort uit Jacobus Craandijk, 1875.

Montfoort, 1204 Munfort, 1244 Montfort. Frans mont fort: versterkte berg, sterke burcht.

Het had een sterk kasteel uit 1156 door bisschop Godefridus, Godfried van Renen, tegen de Hollanders gebouwd, een overblijfsel is lang in gebruik geweest als gevangenis en verbeterhuis voor vrouwen en meisjes. Het gemeentewapen spreekt, door een burcht te vertonen (Paulus 1.22) maar nog meer het kerkzegel door een burcht op een berg voor te stellen met het randschrift: ‘Turris fortis nomen Jehovae’, wat de Latijnse vertaling is van Spreuken 18: 10. ‘De naam des Heren is een sterke toren’. Montfoord, Muntfoord, onzeker of het uit Mons fortis als boerenlatijn van de Fransen, of van Nederduits Mont en forde, mond, forde: doorwaadbaar.

Er is uit de oude tijden een rijmpje bewaard dat Montfoort heel laag stelt:

‘Woerden is een stad,

Ouwater is nog wat,

Maar Montfoort is een gat’.

De Malteser ridders hebben er lang een commanderij gehad.

 

Montfort, in Limburg bij Duitse en Belgische grens, 1258 Montem circumfossarum, 1272 Montfort: sterke burcht bij een doorwaadbare plaats. Oorspronkelijk heette het Miemekar zo in 1258. Heeft nog bouwvallen van een oud kasteel van die naam die in het midden van de 13de eeuw gesticht is. Toen hertog Reinoud I mogelijk ten gevolge van hoofdverwondingen die hem in de slag van Woeringen getroffen had en zo nu en dan handelingen verrichtte die aan zijn verstand liet twijfelen werd hij door zijn zoon Reinoud II op dat kasteel gevangen gezet en stierf er in 1326.

 

 

Oostvoorne, bij Brielle, 1206 Ostforne et de Westforne, 1494 Oestvoorne: oostelijke overgang? Oost slaat op vroeger Goeree dat West Voorne heette en onze plaats Oost Voorne w