Shakespeare. Dichters bloemen, Vondel, Chaucer.

 

Beschrijving: image002Inleiding.

Deze Meester kan je op verschillende manieren bezingen. Laten we de inhoud van zijn poĎmen buiten beschouwing en kijken we alleen naar het gebruik van de planten en dieren dan vallen ons, zoals bij elke schrijver, enkele dingen op.

Je ziet dat hij het taalgebruik en planten-, diersymboliek, die bij de schrijvers van zijn tijd gewoon waren, gebruikt. Hij vermeldt vrijwel geen nieuwe soorten, hoewel die in die tijd sterk in opkomst waren. Velen zijn de bekende oude planten die al eeuwen in gebruik zijn. De meeste zijn naar de beschrijving van de oude meesters als Plinius. Die zijn voor ons nog vaak vreemd genoeg, hij vermeldt bijvoorbeeld de eenhoorn en andere vreemde wezens. Dat is dan altijd een restant van oude overleveringen, geschriften. Die werden in de oudheid terdege bestudeerd.

Ze worden met hun gebruiken vermeld, net zoals de gewone Engelse planten die de meeste dorpeling kent. Omdat wij dit ons vaak niets meer zegt zijn het voor ons soms bijzonderheden. We kunnen ze daarom vaak niet plaatsen.

Opvallend is dat hun namen vrijwel nog gelijk zijn met die van tegenwoordig. Hun plaats, gebruik en symbool is vaak treffend uitgezocht voor die plaats in het verhaal zodat ze ergens voor dienen, het verhaal versterken. We leren de gebruiken van zijn tijd, de mensen, hun kleding, wat ze aten en welke sport ze uitoefenden. De moed van soldaten, ontdekkingsreizigers en handelaren die door het land trokken. De intriges van het hof. Hij vertaalt zijn ideeĎn over mensen in bloemen, van koningen en koninginnen tot het gewone volk, hoe ze waren en eruit zagen. Dit doet hij ook met dieren, vogels, muziek, sport en het jaarseizoen.

 

Maar altijd zijn het planten die we nog herkennen bij de velden van Avon. Hij nam vaak de soorten die de botanist Gerard vermeldde. Deze beroemde botanist studeerde in ons land zodat die plantenkennis eigenlijk ook wat van ons is. Gerard schreef een botanisch werk in 1597. Shakespeare zal zijn werk geregeld bestudeerd hebben of met hem overlegd hebben.

 

Hij was een landsman met liefde voor bloemen. Hoewel een paar poĎmen helemaal geen bloemen bevatten en anderen geregeld. Er zijn wel overvloedig bloemen in zijn latere spelen, vooral in ‘The Winter’s Tale’. Dit werk was dan ook geschreven toen de poet in zijn Stratford leefde. Ook ‘A Midsummer Night’s Dream’ is vol met bloemen, mogelijk omdat in zijn geest elfjes en bloemen onafscheidelijk waren.

 

Waarschijnlijk was zijn ouderlijke huis een huis met hof, met een kruidentuin mogelijk zelfs met een fruittuin. De markt van Stratford was in zijn tijd klein, het was een gewoon plattelandsdorpje, waar weinig gebeurde of te koop was. De bloeiende weiden en de brede rivier Avon waren vlakbij zijn geboorteplaats. Wat verder waren de prachtige huizen van Warwickshire met prachtige tuinen. Hij vertrok daar omstreeks 1585 en 1589. Toen hij terugkwam was hij beroemd en populair. Hij verbleef zijn laatste jaren in het aardige huisje, met zijn mooie tuin dat hij kocht toen het succes hem toeviel.

 

Shakespeare, Hamlet iv, vii 144:

‘Collected from all simples that have virtue.’ ‘Getrokken uit al wat er heilzaam groeit’

‘Under the moon, can save the thing from death’. ‘In het ondermaanse, van de dood kan redden’.

In de tijd van Shakespeare leefde men dicht bij de dood, een wereld vol gevaar van oorlog en ziektes. Zijn vele verwijzingen hiernaar bewijzen hoe die zaak in zijn hoofd omging. Bloemen verschijnen in guirlandes, kransen, daarnaast zijn kruiden, simples, vertegenwoordigers van de bittere oogst van veronachtzaming, verspilde jaren, verwoesting van oorlog. Hij schijnt te voelen dat op plaatsen waar netelen groeien bloemen horen te zijn, net zoals daar vaak kwaad is waar goed zou moeten zijn. Schrijvende King Richard II denkt hij aan slecht beleid en kwaad in zijn landstreek, III, iv.36;

‘The noisome weeds, which without profit suck’. ‘Het onkruid, dat schaadt, terwijl het nutteloos is als gezonde bloemen’.

‘The soil's fertility from wholesome flowers....’. ‘De vruchtbare sappen van de grond ontzuigt’.

‘... our sea-walled garden, the whole land’. ‘Nu het rijk, die door zee omwalde tuin’.

‘Is full of weeds, her fairest flowers chok'd up’. ‘Vol onkruid is, verstikt zijn schoonste bloemen’.

Vruchtbomen ongeĎnt, zijn heggen woest’.

Zijn taxustooi verwaarloosd, het nuttig kruid’.

Van boze rupsen wemelend?’

Iedereen begrijpt wat hij bedoeld met noisome weeds.

De bloemen die de arme radeloze Ophelia draagt als ze de kamer binnenkomt van het grote kasteel Elsinore zijn niet per ongeluk gekozen. Bloemen en kruiden hebben altijd veel betekenis gehad voor het landvolk.

 

Medicinale kruiden werden "simples" genoemd en keukenkruiden waren bekend als potherbs, ze behoeden tegen ziektes, hielpen bij wonden en geurden de pot. Iedereen had kruiden die in elk huis aan een nagel hingen te drogen, sommige grotere huizen hielden kruiden in een still-room, (van distilling) of persten het sap vanwege de geuren en essences. In die tijd hielden de apotheken, de chemisten van hun tijd, kruiden, drugs (van drogen) en geurende specerijen van overzee en beschreven die voor allerhande ziektes. Er was geen apotheek zoals wij die nu kennen, de geurende apotheek van toen was befaamd en de apotheker was een belangrijk man. In ‘The Merry Wives of Windsor, III,3,80,’ maakt Falstaff een interessante verwijzing naar de Londense straat waar de apothekers hun zaken hielden, een straat bekend als Bucklesbury. Falstaff zei dat de overdadig geklede en geparfumeerde dandy’s van het hof roken als ‘like Bucklesbury in simple time’. Die straat kon ook van veraf geroken worden, zo krachtig was de geur van specerijen en kruiden.

 

Beschrijving: http://www.nndb.com/people/846/000024774/geoffrey-chaucer-sized.jpghttp://www.nndb.com/people/846/000024774/geoffrey-chaucer-sized.jpg

 

Chaucer.

 Verder wordt Chaucer vaak aangehaald. Zijn ‘Canterbury Tales’: ‘Kantelberg Verhalen’ is wereldberoemd. Het zijn verhalen die pelgrims elkaar vertellen op weg naar Canterbury. Hij gebruikt vaak andere woorden dan Shakespeare. Sommige woorden zijn gewoon moeilijk te vertalen, het zijn vaak oude termen die in de loop der jaren in vergetelheid zijn geraakt. Alleen door het hele verhaal te lezen zijn sommige zinnen te begrijpen.

Chaucer is geboren omstreeks 1342. Op 16 jarige leeftijd werd hij page aan het hof. In 1359 vergezelde hij het leger die Frankrijk binnenviel onder Eduard III. Tussen 1372 en 1384 bezocht hij ItaliĎ, Vlaanderen, Frankrijk en Lombardije als een diplomatiek vertegenwoordiger. In 1386 werd hij Knight of the Shire voor Kent. Hij stierf te Westminster in 1400.

 

 

Beschrijving: http://www.toneelgroepvenster.nl/lucifer/vondel.jpghttp://www.toneelgroepvenster.nl/lucifer/vondel.jpg

Vondel.

Dan Vondel, vrij onbekend de laatste tijd. Hoewel, als je vraagt of iemand deze strofen kent, Gijsbrecht van Aemstel:

‘Waer werd oprechter trouw

Dan tusschen man en vrou

Ter weereld oyt gevonden?’

Dat zijn de eerste regels die nog door velen herkend worden, vooral de oudere HBOers.

 

Vondel is geboren in Keulen op 17 november 1587. Hij is van afstamming een Brabander omdat zijn ouders uit Antwerpen afkomstig waren. Zijn vader vestigde zich in 1597 als winkelier te Amsterdam. Hij overleed in 1608 en liet zijn moeder in goede doen achter. Vondel huwde de 20ste november met Maaiken de Wolff die zijn hulp in de kousenwinkel werd zodat hij tijd kreeg om de dichtkunst te beoefenen.

Twee kinderen had hij al verloren. Op het eind van zijn leven ziet hij zijn zoon die vrijwel alles opgemaakt heeft naar IndiĎ vertrekken. Op die reis stierf hij en liet een liefhebbende maar berooide Vondel achter.

‘Ach de ouders telen ’t kind, en maken ’t groot met smart

De kleine treden op ’t kleed, de grote treden op ’t hart’.

Op zondag 5 februari 1679 overleed hij in de ouderdom van 91 jaren.

 

Hij is meer een dichter. Hij heeft in pracht van taal en rijkdom van woorden het Dietsch verklankt tot een melodie van het schone. Hij heeft het Nederlands gevormd tot de taal der Kunst.

Zijn woord is muziek en zijn veer is de tekenstift van vele kleurrijke taferelen. Hij laat zijn beelden leven. Het ritselen der bladeren, het groenen der eiken, de macht van jeugdige liefde en de kracht van het staal, de donder van het geschut, het geknetter der vlammen en het gesuis van de zuidenwind, dat alles leeft in zijn werk door. Hij laat het water ruisen en de beek murmelen in de Hollandse beemden. Hij is ook de man die tegen de geestelijken strijdt, die de fouten van het volk blootlegt, zijn tegenstanders bestrijdt in zijn hekeldichten. Hij was duidelijk vóór Oldebarneveldt. Gijsbrecht van Amstel droeg hij op aan zijn vriend Hugo de Groot, de beroemde balling. Dit is een lokaal, historische treurspel die voor het eerst werd opgevoerd in de nieuwe Amsterdamse schouwburg. Boven de poort prijkte het versje van Vondel:

‘De weereld is een speeltoneel

Elck speelt zijn rol en krijght zijn deel’.

 

Tegenover de ingangspoort:

‘Geen kint den Schouwburgh lastig zy

Tobackpijp, bierkan, snoepery

Noch geenerley baldadigheit

Wie anders doet, wort uitgeleyt’. Er wordt dus al gerookt.

Schouwburgen werden opgericht. Men wilde, in navolging van vele Italiaanse academies, de wetenschap door voordrachten en redevoeringen in volkstaal populariseren

 

Hij leefde in een tijd van verdwijnende Spaanse invloed en van onzekerheden in het bewind, maar wel met voortdurende ontwikkeling van de Nederlanden. Hij bezingt de lof van de Nederlandse krijgshelden, koophandel en scheepvaart. Vele werken zijn van dezelfde vorm als Shakespeare, de gouden tijd van de Grieken en zelfs enkele malen gebruikt hij hetzelfde thema. Hij gebruikt als stadsmens minder bloemen en dieren. Vaak heeft hij werken van godsdienstige aard, het is de strijd van de Gereformeerden en Katholieken, een wereld waarin hij zichzelf en de waarheid zoekt. Het is de tijd van een nieuwe vorst.

Gek genoeg vind je in ons land meer werken over Shakespeare, zijn bloemen-, dierengebruik etc, dan van Vondel. Omdat over Shakespeare meer dingen uitgewerkt zijn en meer historische gebruiken weer geeft, wordt die als leidraad genomen.

 

Beschrijving: http://www.elysiumgates.com/~nimrodel/nirodelverse.jpghttp://www.elysiumgates.com/~nimrodel/nirodelverse.jpg

Shakespeare ’s fairy folk of elven.

Shakespeare leefde in een duistere tijd, de tijd van Elisabeth I, een tijd vol van angsten en bijgeloof. Mensen geloofden in het bovennatuurlijke, in elfjes en heksen, magische krachten, gifbrouwsels, liefdesdranken, voortekens in de hemel en voorbodes van donkere tijden. Dit was Shakespeare zonder twijfel allemaal bekend en zo vinden we Puck en ‘the little people’ (zoals elfjes werden genoemd) in ‘A Midsummer Night’ s Dream’, de drie heksen in ‘Macbeth’, de geest in ‘Hamlet’ en de zeer overtuigende streken van Caliban en Ariel in ‘The Tempest’. Ook de gedroogde kruiden of "simples" dienden niet alleen om het eten te kruiden of als geneeskruid, maar waren ook een krachtig voorbehoedmiddel tegen heksen, elven en ander gespuis.

In Engeland en Frankrijk werd de koning der feeĎn Oberon genoemd, hij regeerde het feeĎnland met zijn koningin Titania. De grootste feesten op aarde werden in de midzomernacht gehouden. Dan kwamen al de feeĎn rondom hem samen en dansten zo vrolijk. ‘Midsummer Night’:

‘Viert dan, blij als vogel, feest

Iedere elf en tovergeest

Zingen saam in harmonie

Dansen op de melodie’.

 

Fairy folk.

De elven of alven maken een gewichtig bestanddeel van de geestenleer van onze voorvaderen uit. Men onderscheidde twee soorten, de licht-alven, die blanker dan de zon zijn, bijna doorschijnend met witte, van zilver schitterende kleren.

Dit duurde totdat de zendelingen de mensen leerden dat de elven slechts duistere demonen waren, hun gunstige gaven werden op de engelen overgebracht die men nu smeekte om de vrienden der mensen te mogen worden zodat die gunstig gestemd werden met dezelfde offergaven. De elven werden op vele plaatsen verdoemd en kregen iets onheilspellends over zich. Zo werden het de zwarte alven der duisternis, wezens van een donkere kleur en dikwijls misvormd, ze drijven hun spel in de nacht en schuwen de zon.

In "The Wife of Bath's Tale" verwijst Chaucer naar dit geloof. Mogelijk dat naar dit historische document dit daar nog steeds geloofd wordt dat Engeland het land van de elfjes is.

In th'oulde dayes of the Kyng Arthour’. ‘In koning Arthur’s overoude dagen’.

‘Of which that Britons speken greet honour’. ‘Waar Britten met veel eerbied van gewagen’.

‘Al was this land fulfild of fayerye, vol van fairy folk’. Krioelde heel dit land van feeĎnrijk’.

‘The elf-queenen with hir joly compaigny’. ‘De elfenkoningin met dartele rei’.

‘Daunced ful ofte in many a grene mede’. ‘Danste wel vaak in menige groene wei’.

‘This was the olde opinion, as I rede’. ‘Dus, lees ik, was het geloof van die oude tijden’.

‘I speke of manye hundred yeres ago’. ‘Ik spreek van vele honderden jaren her’.

‘But now kan no man se none elves mo’. ‘Nu ziet geen mens meer elfen, her noch der’.

‘For now the grete charitee and prayeres’. ‘Dank zij de giften en gebeden’.

‘Of lymytours and othere hooly freres’. ‘Van bedelmonnik en heilig ordeleden’.

‘That serchen every lond and every streem’. ‘Die alom zwerven over berg en dal’.

‘As thikke as motes in the sonne-beem’. ‘Zo dicht als stofjes in een zonnestraal’.

‘Blessynge halles, chambres, kichenes, boures’. ‘Om gezegende hallen, keuken, zaal en gemak’.

Citees, burghes, castels, hye toures’. ‘Kasteel en burcht, stad en torendak’.

‘Thropes, bernes, shipnes, dayerye’s. ‘En dorp en schuur en stal en boerenstee’.

‘This maketh that ther ben no fayeryes’. ‘Te zegenen, verdwenen elf en fee’.

‘For ther as wont to walken was an elf’..’Want waar tevoren trippelde een elf’.

‘Ther walketh now the lymytour hymself’.  ‘Daar trippelt nu de bedelmonnik zelf’.

‘In undermeles and in morwenynges’. ‘Omtrent de ochtendstond en de noen’.

‘And seyth hys matyns and his hooly thynges’. ‘En loopt zijn metten en heilige dingen te doen’.

‘As he gooth in hys lymytacioun’. ‘Wanneer hij rondgaat binnen zijn gebied’.

‘Wommen mat go now saufly up and doun’. ‘Gevaren zijn er voor de vrouwtjes niet’.

‘In every bussh or under every tree’. ‘Onder de bomen als ze gaan door ’t bos’.

‘Ther is noon oother incubus but he’. ‘Geen andere incubus loopt er toch los’.

‘And he ne wol doon hen but dishonour’. ‘Dan hij, en hij zal ze enkel oneer doen’.

 

Beschrijving: floraShakespeare ’s ringlest.

Het zijn mysterieuze cirkelen die donkere nevelen in het bijgeloof veroorzaken.

Bij paddenstoelen vermoed je mysterieuze krachten, venijnige schepsels, heksen, tovenaars en kobolden. Ze groeien spontaan in een nacht op duistere plaatsen waar vreemde geluiden en drukkende stiltes heersen. Sommigen groeien ze in zogenaamde heksenkringen. Meestal zijn die rond, dus een kring, maar ook zijn er hoefvormige. Die zijn berucht. Alle jaren groeien die steeds verder naar buiten, steeds meer gebieden opslokkend, waardoor in het midden een steeds groter wordende plek ontstaat, de dansplaats. Kringen van meer dan 100m zijn gevonden. Een grote ronde dansplaats, met aan de rand die mysterieuze kring. Merkwaardig en opvallend is dat die kring donkergroen oplicht, we weten nu dat dit het groen is dat door afstervende en verrotte wortels goed bemest is. Een verontrustende kleurvorming. Tel al die zaken op, het mysterieuze, het duistere heeft in je tuin toegeslagen en, een teken gegeven, een zeker omen dat er iets gebeurt of de dood je wacht.

 

Elfen zijn geestelijk schepsels die op het gras dansen, in boombladeren zitten of in het maanlicht. Ze hebben prachtig goudkleurig haar, zachte welluidende stemmen en toverharpen. Ze hebben een koning en koningin, trouwen en worden ten huwelijk gegeven. Ze personifieerden de trillingen van de lucht, de waarneembare maar oneindige melodie van de natuur, de kleine schoonheden die een liefhebber van het buitenleven waarneemt of denkt waar te nemen op heuvels en dalen, bos en weide, gras en boom, rivier en maanlicht  De elven zijn zo klein dat ze vrijwel onzichtbaar kunnen rondzweven terwijl ze onderwijl over bloemen, vogels en vlinders waken. Ze zijn hartstochtelijk verzot op dansen en glijden daarom dikwijls op de manestralen op aarde neer om op het groen te dansen. Ze houden elkaar bij de hand vast en dansen in cirkels. Zo maken ze de elvenkringen die men onderscheiden kan van de duivelse kringen door het diepere groen en de grotere weelderigheid van het gras dat hun kleine voeten hebben gedrukt. Kom niet buiten, die elven zijn geestdriftige musici en hebben aardigheid in een zekere melodie die als elvendans bekend is. Als je die hoort kan je je danslust niet bedwingen. Plotseling zal je merken dat je niet op kan houden en verder moet dansen totdat je van uitputting sterft, tenzij, tenzij je handig genoeg bent om de melodie achterstevoren te spelen of als iemand zo goed is om de snaren van de viool te breken.

Shakespeare laat een toverkring ontstaan door dansende elven in zijn ‘Macbeth’ (derde toneel van het eerste bedrijf) vergelijk verder ‘Othello’, ‘Storm’, ‘Romeo en Julia’, Macbeth 1,3, 25.

‘Noodlotzusters, hand in hand

Zwevend over zee en land

Draait en zwaait aldus in het rond

Driemaal uw deel, driemaal ’t mijner

Driemaal nog, het moet negen zijn

Stil: de toverkring is klaar’.

De heksen betoveren de plaats waar Macbeth moet voorbijgaan, door een rondedans waarbij zij, het gezicht naar buiten gekeerd, elkaar de hand reiken. Wie binnen de toverkring treedt is onder hun invloed.

De wonderbaarlijke Shakespeare wijst in ‘Tempest’ act 5 scŹne 1 op het ontstaan van heksenringen:

Gij elfenvolk van heuvel, beek en bos,

Gij die in het land geen voetspoor achterlaat,

De ebbende Neptune naijlt, en vliedt,

"..you demy-Puppets, that’. ‘Als hij terugkomt, kleine popjes, die’.

‘Bij moone-shine doe the greene sowre Ringlest make’. ‘Op 't gras, bij maanlicht, wrange rondjes maakt’.

‘Wherof the Ewe not bites, and you, whose pastime’. ‘Door het schaap gemeden, die tot tijdverdrijf’.

‘Is to make midnight mushrumps’. ‘‘s Nachts kampernoeljes vormt, en u verheugt’.

Op 't plechtige avondluiden’.

In de ‘Midsummer Nights Dream’ zijn de elfen druk aan het werk om de kringen in het woud voor Oberon en Titania fris te houden. Daar zegt een elfje:

Over berg en vallei

Over heg en muur

Door het park, door de wei

Door rivier en door vuur

Zwerf ik rond met elfenspoed

Vlugger dan de maanbol doet

Dien mijn koningin en houdt

Fris haar perkjes in het woud’.

Shakespeare ’s fairy cups.

Uit; http://en.wikipedia.org/wiki/Oberon

 Fairy cups.

 Ook de cowslip (Primula) heeft een sprookjesrol. In sommige plaatsen van Engeland is de plant bekend als fairy cups en verbonden met het elfenvolk. Zijn gele bloem is bekroond met 5 oranje vlekken, het is de freckled cowslip, ‘King Henry’ V 2, 49. De 5 vlekken zijn de gaven van de elfenkoningin en hierin ligt de kracht. Shakespeare verzekert "These be rubies fairy favours".

We krijgen een goed idee over de grootte van Oberon, koning van de elven, en Titania, zijn vrouw, als we zien dat Ariel in de kelk van een van die kleine gele bloempjes kon kruipen en dat elven zich in eikelschalen konden verbergen.

In ‘Tempest’, v,1,80 zingt Ariel;

‘Bloemsap puur ik als de bij

In een klokje vlij ik mij

Rust bij uilgekras en vrijdag

Op een vleermuis vlieg ik blij

Zweef de zomer steeds ter zij

Vrij en blij geniet ik dan het leven

Onder de bloesem van geurige dreven’.

Als glinsterende dauwdruppen beginnen te vallen kijken kleine gezichtjes hoopvol door de grasbladen naar een vriendelijke cowslip. Een moment later klimmen kleine wezens op de stengels en verdwijnen in de dichtst bijzijnde bloemenbel. Dan verschijnt een symfonie van zachte zoete geluiden, wie het kan verstaan hoort de muziek van het feeĎnland.

De bloem bevat veel honig, een favoriet van bijen. ‘Tempest’;

Where the bee sucks, there suck I’.

In a cowslip's bell I lie’.

 

Zijn beschrijving van de cowslips als "pensioners" van Titania is interessant omdat koningin Elisabeth aan haar hof te Londen altijd omgeven was door 50 van de edelste, nobelste, grootste en knapste jonge mannen van het rijk. Ze waren rijk gekleed en bedekt met juwelen en acteerden als eregard, ze waren bekend als gentlemen pensioners. Waar de koningin reisde daar reisden zij.

The cowslips tall her pensioners be’. ‘Gouden primula’s zijn haar wacht’

‘In their gold coats spots you see’.’ Geef eens op die sprenkels acht’.

‘Those be rubies, fairy favours’. ‘In haar kleed, dat zijn robijnen’.

‘In their freckles live their savours’. ‘Elfengaven, geurenschrijnen’.

‘I must go seek some dewdrops here’. ‘Ik moet om dauwdruppen in het veld hierdoor’.,

‘And hang a pearl in every cowslip’s ear’. ‘En hang een parel in elke primula’s oor’.

 

Ook werd er de cowslip-wine van gemaakt, een heerlijk geurende amberkleurige drank, getrokken van de nectar van de bloemen.

‘Pale cowslip, fit for maiden's early bier’.

 

De "crimson drops i' the bottom of a cowslip’, de droppen zijn de vlekken. De cowslip is zo genoemd zijn omdat de cow aan de bloem likt met zijn lips. Sommige schrijvers menen dat het plantje zo heet omdat de bloem lijkt op de lippen van een koe. Het vee eet deze plant niet waardoor ze veel voorkomt op graslanden waar vee graast. De naam cowslip is verbonden met het Angelsaksisch cusloppe of coweslepe, dit werd in oud-Engels cu-sloppe of cu-slyppe. Het oud-Engels cuslyppe is geen kuslip, maar staat voor cu: een koe, en slyppe: kleverige of slijmige substantie, met andere woorden, koeienmest. De plant zou daar ontspringen waar de vlaaien waren gevallen.

 

Aan de andere kant maakte hij een kleine kleurengrap in ‘A Midsummer Nights Dream’. Thisbe, in dit wonderlijke komische spel, verhaalt:

"These lily lips

This cherry nose

These yellow cowslip cheeks".

 

Beschrijving: http://engelfilm.underground-channel.de/elfenseite/bild2.jpghttp://engelfilm.underground-channel.de/elfenseite/bild2.jpg

Elfen sind unsichtbar, denn sie..

Shakespeare ’s wonder to make of fern asshen glas.

 

Onzichtbaar door varenzaad.

 

Men hoort Virgilius nog zeggen: ‘hic nihil nisis carmina desuni’; ‘hier ontbreekt mij niets meer dan dat ik ook toveren en bezweren kan". Er is geen kruid waarmee meer heksenwerk en duivelskunsten bedreven is dan met de bescheiden varen. Alleen varens waren in staat om mysterieuze dingen te laten verschijnen.

Varens geven geen zaden, dat was wel duidelijk. Omdat men ze nooit zag bloeien en doordat ze in donkere bossen groeien, moesten ze wel duivelse krachten bezitten. Varens zouden het werk van de duivel zijn. Deze zaden kan je alleen verkrijgen als je het kruid bezweert en de duivel daarover aanroept. Dan zweet het een gomhars uit dat gelijk hard en zwart zaad wordt. Met dat zaad zie je  de schatten van de aarde in een donker blauw licht weerspiegelt alsof de aarde van glas is.

In the ‘Squire’s Tale’ vertelt Chaucer (1387) wonderlijke verhalen over bijzondere dingen.

Thus seyn the people, and drawen hem apart’. ‘Zo sprak het volk en is uiteen gestoven’.

‘But nathelees somme seyden that it was’. ‘Sommigen zeiden, het was een wondere zaak.’

‘Wonder to make of fern-asshen glas’. ‘Dat men uit as van varens glas kon maken’.

 

Hoe verkrijg je nu het zaad? Hiervoor ga je naar een kruisweg in het bos waarover reeds lijken naar het kerkhof gedragen zijn. Daar verschijnen dan vele geesten van gestorvenen, bekenden en onbekenden die je aanmanen toch van je voornemen af te zien. Je stelt je op naast de varen vlak voor middernacht in de mystieke Johannisnacht en trek er een cirkel om heen. Als de boze nadert en roept, die de stem simuleert van een verliefde of ouder, geef er geen aandacht aan en draai je hoofd niet om, doe je dit wel dan blijf je zo de rest van je leven. De elfen, aangevoerd door hun koningin en de boze horde, komen in slagorde op je af om het onzichtbaar makende zaad in bezit te nemen. Om klokslag middernacht zal de varen gaan bloeien en gelijk groeien er kogelvormige, fonkelend gouden zaden uit die met grote snelheid op de aarde vallen en in de diepte verdwijnen. De zaden slaan met zo’n kracht neer dat niemand ze kan opvangen. Zelfs als je er een ijzeren pan onder zet zal je ze niet op kunnen vangen. De ijzeren bodem wordt door de neervallende kogels doorboord. Toch is er een middel om ze te pakken te krijgen. Als je een diepzwart bokkenvel neemt en die onder de varen plaatst en als je dan uit kleedt en op de kruising de tijd afwacht tot het zaad rijp is, dan heb je een kans. Als je op die St. Jansnacht, ondanks de nijdige waakzaamheid van de kwade geesten, het varenzaad kan bemachtigen en dit zorgvuldig verbrandt dan kan je de as als een wonderbaarlijke toverspiegel gebruiken. Je kan er in zien welk lot je vrienden boven het hoofd hangt en als het hen dan ook goed gaat verandert de as in een mooie bloem, zijn ze gestorven of gaat het hen slecht dan blijft de as koud en levenloos. Dat zaad is dan ook alleen maar bruikbaar na betovering en maakt degene die het draagt onzichtbaar en bracht hem geluk, ook in het spel. Zie ‘1 Henry IV, 2,2,90’: ‘We have the receipt of fern seed, we walk invisible’; ‘wij hebben het recept van varenzaad, wij zwerven onzichtbaar rond. Nu, op mijn woord, ik geloof dat je het meer aan de nacht dan aan het varenzaad te danken hebt, als je onzichtbaar rondzwerft’.

 

Varen komt verder voor in ‘Midsummer Night’s Dream’ iii, 1, 10; ‘Through bog, through bush, through brake, through briar’. Brake is de vrouwelijke varen en is zo genoemd omdat de wilde beesten ‘break out of them’.

 

Chaucer so plesaunt was his ‘In principio’.

 

6. Sint Jans vuren.

Uit; http://elmfield.com/2011/07/st-johns-festival/

 Een van de belangrijkste feesten ter ere van Balder (zon) werd gehouden tijdens de zomerzonnewende, dat was midden in de winter en midden in de zomer. Men beschouwde die laatste dag als de gedenkdag van zijn dood en van zijn neerdaling in de onderwereld. Op die dag, de langste van het jaar, kwamen de mensen bij elkaar en staken grote vreugdevuren aan. Jubelend reikten de mensen elkaar de hand. Juichend en zingend dansten ze om het vuur, rijk en arm, jong en oud. De jonge bruidsparen sprongen tezamen om zich van alle boze en zieke stoffen te zuiveren. Men wierp niet alleen bloemen en kruiden in het vuur, waarmee gelijk alle ongeluk in rook opging, maar ook paardenkoppen, knoken en zelfs levende dieren, die eerst als offergave gediend hadden, dat verdreef de boze geesten. Ze keken naar de zon die in de hoge Noorse streken weinig beneden de horizon daalt eer zij weer opkomt. Dit is de Moeder Nacht.

 

Het St. Jansfeest valt in de tijd van de zonneomloop. In de voorchristelijke tijd was dit de datum van het zonshoogtefeest. Die nacht heet nu St. Jansnacht, omdat die heilige Balder de Goede geheel en al vervangen heeft. Het springen bij de St. Jansvuren werd in verband gebracht met Lucas 1, vers 41: ‘En het geschiedde als Elisabeth de groeten van Maria hoorde, zo sprong het kind op in haar buik’. St. Jan was een licht, een brandend en helder licht zoals Christus hem noemde (Johannes 5:35) Nu geloofde men dat het kwaad geen uitwerking meer had als het St. Jans evangelie gelezen werd. In de general prologue vertelt Chaucer in zijn ‘Canterbury Tales’:  So plesaunt was his ‘In principio’. Dit waren de openingswoorden van het evangelie van St. Jan die in de middeleeuwen het middel was tegen de duivelse machten. Dit gebruik van het St. Jansevangelie werd op 18 augustus, 1601, in de synode van Gouda verboden.

Het feest zou een herinnering zijn aan het gebeente van St. Jan dat verbrand werden op die dag. De verzamelde bloemen zouden een herinnering zijn dat St. Jan bloemen voor de hemel verzameld had.

 

Hypericum is het St. Janskruid en die werd onder christelijke invloeden gewijd aan St. Jan wiens feest viel in de tijd dat de zon het hoogst aan de hemel staat zodat die Heilige de heldere getuige van het Licht werd. Gewoonlijk noemt men het rode sap van de plant het bloed van St. Jan, de duivels van de ouden zijn verdwenen in de dunne lucht en vervangen voor een christelijke feest en heiligen.

Vondel in ‘Bespiegelingen van Godts wercken’, geeft medische tips

‘Sint Janskruid heelt en streelt de zenuw, die, verwarmt

En opdroogt, de kracht gevoelt, die haar beschermt

Verstramde zenuwen, van koude doodgevroren

Genezen van de vos (vossenstaart) verkwikt als herboren’.

 

 

Beschrijving: johnsShakespeare, My part of death.

De venijn, Taxus baccata, groeit langzaam maar gaat wel eeuwenlang en onverstoorbaar door. De venijnboom is een boom die zeer oud, wel ouder dan de eik kan worden. Zijn grote ouderdom verleende hem de glans van onsterfelijkheid. Onsterfelijke taxusbomen zien we vooral in Engeland waar er veel rondom oude begraafplaatsen voorkomen.

 

Het gebruik om de venijnboom op de plaatsen van de doden te planten gaat zeker op heidense tijden terug. Het duistere, donkere loof met zijn giftige bestanddelen maakte de taxus tot dodenboom. In de Bretonse kerkhoven is er gewoonlijk maar een grote taxus. Hiervan vertelt men dat uit de mond van ieder op het kerkhof rustende dode een venijnwortel groeit. Men hoedt zich om van zo'n venijn bladeren te plukken of ze om te hakken. Door zijn mysterieuze eigenschappen werd de venijn in Engeland bij kerken geplant. Niet omdat ze duivels verjaagde, maar omdat het de venijnige geuren die uit de graven opstegen met zonsondergang, aantrok en inbond. Als treurboom verschijnt de venijn ook bij Shakespeare. Zo vermeldt die het gebruik van de yew om die in lijkendoeken te steken.  Twelfth Night 2,4, 54.

‘My shroud of white, stuck all with yew.

O prepare it;

My part of death, no one so true.

Did share it’.

Op een andere plaats spreekt de dichter van de double fatal yew, (dubbele fatale venijn) eenmaal omdat zijn bladeren giftig zijn en de tweede maal vanwege zijn gebruik in dodencultus.’Richard II 3,2, 120’, ‘Van giftig, dubbel moordend taxushout’.

Zie ook ‘Titus Andronicus’ 2,2. ‘de ongelukstaxus’, en ‘Hamlet’ 1, 5, ‘het sap van de god vervloekte taxusboom’.

‘Heb ik geen reden, denkt ge, om bleek te zien?

Die twee daar hebben mij hierheen gelokt

Gij ziet, het is een woest, afschuwelijk dal

De bomen, trots de zomer, schraal, ontblaard

Geheel met mos bedekt en boze mistel

Nooit schijnt de zon hier en geen vogel broedt er

Dan dagschuwe uilen en onzalige raven

Zij toonden mij dit schrikwekkend dal

En zeiden, dat in het holst van de nacht

Een duizend boze geesten, duizend slangen

Tienduizend egels en gezwollen padden

Dooreen, er zulke gruwbare kreten slaakten

Dat ieder sterfelijk wezen, dat ze hoort

Terstond waanzinnig wordt of plotseling sterft

En nauwelijks was dit hels verhaal verteld

Of zij bedreigden mij, dat ze aan de tronk

Mij binden zouden van een giftige venijn

Ter prooi aan deze jammerlijke dood’

Het is een van de weinige coniferen die geen harsgangen bezit en zelfs dodelijk giftig is. Het is dan ook meermalen voorgekomen dat vee of herten die met deze plant gevoerd werden vrij kort daarna overleden. Tijdens en na de middeleeuwen is de venijn in aantal achteruitgegaan, vooral door zijn giftige eigenschappen, paarden die aan een huis gebonden waren aten tijdens het wachten van de taxushaag en stierven. Om die reden is de plant op vele plaatsen uitgeroeid. De venijn is in ieder geval zo gevaarlijk dat in Engeland de eigenaar van een plant, die overhangt op het land van de buurman, aansprakelijk is voor vergiftigingen. In veel landen was het dan ook verboden om de venijn te planten.

Onder de dingen die door de heksen in hun heksenketel geworpen en samen gebrouwen werden waren venijntwijgen die men afrukte tijdens de maansverduistering, zie Shakespeare ‘Macbeth’ IV, 1.27:

‘Gall of goat, and slips of yew

Sliver'd in the moon's eclipse’.

‘1heks: Driemaal heeft mijn kat gemauwd’.

2heks: Viermaal blies mijn egel reeds’.

3heks: Rietwouw roept; het is tijd, het is tijd’.

1heks: Om de ketel! Ik begin!

Het giftig ingewand er in!

Pad, die onder koude steen

Dertig etmaal en nog een

Slapend, gif hebt uitgezweet

Gij het eerst er in geheet’.

Allen: Poken! dubbel, dubbel stoken!

Vuur, gij vonkelen! ketel, smoken’.

2heks: Slang, in vuile poel gebroed

Smoor en gloei in ’s ketels gloed!

Meerkatoog en roerdomplong

Vleermuiswol en addertong

Kikvorsteen, hagendissenpoot

Uilenvleugel, paddenbrood

Laat het tovermengsel koken

Als een helsoep walmen, roken!

Allen: Poken! dubbel, dubbel stoken!

Vuur, gij vonkelen ! ketel, smoken!

3heks: Drakenschubben, wolventand

Haaienmaag en ingewand

Mummiesap met bloed van raven

Scheerlingwortel, ’s nachts gegraven

Lever van woekerjood

Geitegal en venijnenloot

Bij een maaneclips gesneden

Turkenneus en negerteen

Vinger van een knaap, gesmoord

In een poel bij zijn geboorte

Dikt het mengsel als het behoort

Voeg nog een tijgermaag er bij

En gereed is onze brij’.

Allen: Poken ! dubbel, dubbel stoken

Vuur, gij vonkelen ! ketel, smoken!

2 heks: Koel het nu af met apenbloed

En de toverbrij is goed’..

Hecate: Voortreffelijk, thans is het naar mijn zin

Elk uwer deelt in het schoon gewin

Maar komt, de ketel nu omringd

Op elfenwijs, en zingt dan, zingt

Dat al uw kracht in het mengsel dringt (muziek en dans)

Gezang: Geesten wit en grauw, geesten rood en zwart

Roeren ! roert nu, roert ! geroerd en niet gemopperd !

Danst en roert en pookt: krachtig zij het venijn

Alle kwaad verschijnt en alle goed verdwijnt’.

 

Een boog gemaakt van dit hout kan een pijl wel 120m. ver schieten. Duizenden boogschutters, met bogen van dit hout gemaakt, waren de grootste kracht van de Engelse legers in Frankrijk, de Franse pijlen bereikten hen niet, maar hun pijlen wel de Fransen. Chaucer noemt de venijn ‘shooter yew’ en beschrijft zijn boogschutter als dragende een ‘mightie bowe’.

 

 

Shakespeare ’s digg’d i the dark.

Uit; http://blameitonthemuse.com/tag/macbeth/

 8. Digg'd i the dark.

De gevlekte scheerling, Conium maculatum, is een duivelse plant, de met portwijn getekende blokken op de blauwwazige stengels hebben een dodelijk uiterlijk. In het wild groeit de gevlekte op ruige ruigtes en donkere kerkhoven. Op die laatste plaats zou het door de duivel geplant zijn op graven van overwonnen zielen. Ofschoon de plant zijn eigen signatuur van vernietiging met zich meedraagt zijn kinderen vergiftigd doordat ze er blaaspijpen van maakten. Gewetenloze vervalsers of slordige kwekers vermengden het zaad wel met anijszaad, waar het veel op leek. Door het blad te wrijven is ze te herkennen aan de weerzinwekkende geur, muizenurine. De melksap bevattende wortel bevat, met de stengel, het meeste gif.

 

Zie ‘Macbeth’ IV,1 de "root of hemlock digg'd i the dark". Het was een hoofdbestanddeel van het brouwsel van heksen. Het is een kruid van Saturnus en gevaarlijk voor de privé delen, ‘yet applied to the privities, it stops its lustul thoughts’. De bladen werden als omslag op de geslachtsdelen gelegd die het laat inslapen en lustige gedachten stopt. De borsten van de meisjes werden niet groter en de testikels van de jongens ontwikkelden zich niet.

 

Als symbool van Frankrijks verwoesting, Shakespeare in ‘King Henry’ V, v,2, 41;

‘Sterft onverzorgd; zijn fraaie dichte heggen

Zijn, als langharige en stoppelige gevangenen

Door wilde twijgen haveloos, op zijn akker

Die braak nu liggen, tieren dolik, scheerling

En weelderige aardrook, en het kouter roest

Dat zulk een woest woekering moest ontwortelen

Het effen weiland, eens zo schoon gesierd

Met sleutelbloemen, pimpernel en klaver

De zeis nu dervend, brengt, verwilderd, geil

In woeste moedwil niets dan onkruid voort

Dan ruwe distels, wilde zuring, klissen’.

 

 

Beschrijving: http://content.answers.com/main/content/wp/en-commons/thumb/7/79/350px-MacbethAndBanquo-Witches.jpghttp://content.answers.com/main/content/wp/en-commons/thumb/7/79/350px-MacbethAndBanquo-Witches.jpg

 

 

Shakespeare, insane root met de heben sad.

 

9. Insane root.

 

Bilzekruid of Engelse henbane, Hyoscyamus, is zeer giftig, vrijwel net zo erg als de scheerling. Het heeft een somber kleed van dicht bijeen staande, stinkende bladeren. Bilzekruid verschijnt op eenzame, verwaarloosde plaatsen, het meest op vochtige, zandige plaatsen. Het is een slang onder de planten of heeft er associatie mee.

 

Henbane zou de insane root van Shakespeare zijn geweest toen Macbeth en Banquo de drie heksen ontmoetten op de heide.

Or have we eaten on the insane root

That takes the reason prisoner?’ De insane root, (krankzinnigheidswortel) die de rede gevangen neemt, veroorzaakt delirium en gekte.

 

Shakespeare laat de vader van Hamlet doden door wat sap van hebenona in zijn oor te gieten. Maar bilzekruid werkt voornamelijk door de huid, vooral door de slijmvliezen, in principe kon de vader van Hamlet zo niet gedood worden.

‘’t Vind u bereid’.

Maar trager waart ge ook dan het vadsig kruid’.

Dat langzaam wegrot aan het strand der Lethe’. (vergeten)

Bracht u dit niet tot handelen. Hoor nu Hamlet!

Het werd uitgestrooid, dat toen ik in mijn hof’.

Te slapen lag, een slang mij stak, zo werd’.

Door een verdicht verhaal heel het oor van het land’.

Omtrent mijn dood misleid; weet edel jongeling’.

De gifslang, die uws vaders leven stak’.

Draagt thans zijn kroon… ‘.

‘50 ‘Sleeping with mine orchard’. ‘Toen ik in mijn lusthof sliep’.

‘My custom always in the afternoon’. ‘Zoals ik in ‘t namiddaguur gewoon was’.

‘Upon my secure hour thy uncle stole’. ‘Besloop uw oom mijn zorgeloze rust’.

‘With juice of cursed hebenon in a vial’. ‘Met giftig, vloekbaar ebbensap gewapend’.

‘And in the porches of my tears did pour’. ‘En goot dat van melaatsheid zwangere vocht’.

‘The leperous distilment’. ‘In de ingang van mijn oor’..

Zijn werking is’.

Aan ’s mensen bloed zo fel vijandig, dat’.

Het snel als levend kwik zich allerwegen’.

Verspreidt door de aderen van het lichaam, en’.

Met plotseling geweld het levens vocht’.

Doet stremmen, stollen, als zure leb’.

De melk verdikt, zo overkwam het ook mij’.

En op het eigen ogenblik heeft me een uitslag’.

Als een melaatse het zuivere lijf omschorst’.

Ruw, dik, van aanzien walgelijk’.

Dus werd ik slapend, door een broeders hand’.

Van leven, kroon en gade opeens beroofd’.

In mijner zonden volheid afgesneden’.

En zonder biecht, ontheffing of sacrament’.

Met ongesloten rekening ten gerecht’.

Met heel mijn schuldenlast op mijn hoofd gezonden’.

Wat Shakespeare dan bedoelde in Hamlet 1,5, 60 met ‘cursed hebenon’? Commentators doelen op een bijzondere plant met dodelijke effecten, in plaats van een plant die de dood aangaf. Maar, hoe maken poĎten woorden, wat bedoelen ze en waar hebben ze de informatie vandaan gehaald? Men denkt dat Shakespeare het sap van hebenon of hebona opgepikt moet hebben van de ‘youce of Hebon’ uit Marlows ‘The Jew of Malta’ uit 1590. Daar hoopte Barabbas dat het vergiftigde voedsel dat hij naar zijn dochter zond zou werken als de wijn van de Borgia's en het bloed van de Hydra en de ‘youce of Hebon’, het gif van de Styx en de adem van zijn bewaarder, Cocytus. Marlow en Shakespeare zijn beiden wel bekend geweest met The Garden of Proserpina uit Spenser's ‘Faerie Queene’, II, 51-6, die bewaakt werd door de Cocytus waarin bomen en planten stonden.

direful deadly blacke both leafe and bloom

Fit to adorne the dread, and decke the drery toombe" met de ‘heben sad’, en de

mournfull Cypresse’.

Dead sleeping Poppy, the blacke Hellebore,

Cold Coloquintida, and tetra mad

Mortall Samnitis, and Cicuta bad’.

Spenser, op zijn beurt, zal Gower's ‘hebenus that slepy tre, which furnished the boards of the couch of Sleep’ gekend hebben. Zo is hebenon of hebona simpelweg afgeleid van het Latijnse ebenus, het zwarte ebbenhout dat gebruikt werd in begrafenisrituelen.

Maar Ebenus is de middeleeuwse naam voor Cicuta virosa, Conium groeit meer in zuidelijke streken, ze werden vaak met elkaar verwisseld.

 

 

Beschrijving: http://www.forumancientcoins.com/moonmoth/serapis_pics/caracalla_028r.jpghttp://www.forumancientcoins.com/moonmoth/serapis_pics/caracalla_028r.jpg

Caracalla Pluto and Cerberus

 

Shakespeare, Badge of the hell.

 

10. Badge of the hell.

Volgens de klassieken was de koningstroon van Pluto, god van de onderwereld, gemaakt van het zwarte ebbenhout, Diospyros ebenus. Ebbenhout werd wel gebruikt om er wiegen van te maken zodat kinderen niet bang zouden worden van zwarte gezichten.

 

‘Love's Labour Lost; IV, 3, 247,

‘King. ‘By heaven, thy love is black as ebony’. ‘Uw kind is zwart als ebbenhout, bij God!’

 

‘Ber. ‘ Is ebony like her? O wood divine’. Is ebbenhout als zij? O goddelijk hout!’

 ‘A wife of such wood were felicity’. ‘Een vrouw uit zulk hout waar ‘t heilrijkst lot’.

‘O! who can give an oath? where is a book?’ ‘Wie geeft me een boek en hoor mij, als ik zweer’.

‘That I may swear beauty doth beauty lack’. ‘Dat schoonheid alle schoonheid derft, ten ware’.

‘If that she learn not of her eye to look’. Zij van haar ogen gloedvol blikken leer’.

‘No face is fair that is not full so black’. ‘O, schoon is geen gelaat, min zwart dan het hare’

‘King. ‘O paradox! Black is the badge of the hell’. ‘Wat paradox ! Zwart is de leus van de hel’.

‘De kleur van krochten en het kleed van de nacht’.

‘En blankheid staat bij hemelreinheid wel’.

‘Ber. ‘De duivel lokt het liefst in engelen dracht’.

Zoals ravenzwart mijn liefste hoofd bedekt’.

Dan rouwt het, wijl vals haar, verf en vernis’.

Met ijdele schijn verliefde dwazen trekt’.

Doch zwart is schoon, sinds zij geboren is’.

 

Vondel, ‘Salomon’

‘….ik ga voorbij die schat van dierbaar ebbenhout’.

 

Beschrijving: http://mcgoodwin.net/pages/images/leighton3.jpghttp://mcgoodwin.net/pages/images/dickseeromeo.jpg

Dicksee (Sir Frank), Romeo and Juliet

Shakespeare ’s soon speeding gear.

 

11. Soon-speeding gear.

Ondanks alle oude waarschuwingen ziet men de akoniet, Aconitum, nog steeds in tuinen als een herinnering aan oude pijlgiften, moordenaars en fatale vergissingen. Plantverzamelaars nemen deze plant dan ook altijd op als ze handschoenen aan hebben. Het gif kan door een wondje of de mond opgenomen worden en is vrij snel actief. Net als de meeste ranonkelachtige is het groen schadelijk voor vee, maar gedroogd onschadelijk.

De akoniet ademt een duistere sfeer uit. Doordat de bloem met de kap bedekt is van de Noorse helden symboliseert de plant ridderschap, met zijn giftige adem is het typisch een ongeluksplant en behoort tot de kruiden van duistere praktijken die in donkere en eenzame plaatsen groeien

De Engelse botanist Gerard vertelt ons dat het gif van de monnikskap van zo'n kracht is, dat een mens of dier dat verwond wordt door een pijl of iets dergelijks, waarin dit gif gedoopt is, binnen een half uur zal sterven.

 

Vrijwel zeker heeft Aristoteles er de dood door gevonden en zou het gif zijn dat Romeo (te vroeg) innam.

V,1,60: ‘...let me have’. ‘Geef me’.

‘A dram of poison, such soon-speeding gear’. ‘Een slok vergif, een drank, die snel en krachtig’.

‘As will disperse itself through all the veins’. ‘Door de aderen zich verspreidt, zodat de man’.

’That the life-weary taker may fall dead’. ‘Die levensmoede is, drinkt en nederstort’.

‘And that the trunk may be discharg'd of breath’. ‘En dat zijn borst van de adem zich ontlaadt’.

‘As violently as hasty powder fir'd’. ‘Met zulk geweld, als het haastig kruit ontvlamt’.

‘Doth hurry from the fatal cannon's womb’. ‘En losbreekt uit moorddadig krijgsgeschut’.

‘...To Juliet's grave, for there must I use thee’. ‘Naar Julia’s graf, want daar behoef ik u’.

 

‘II King Henry IV’: 4,4,44

‘En voor uw vrienden wordt gij dan een schutse’.

Een gouden ring, uw broeders samenbindend’.

Zodat het vat, dat aller bloed vereent’.

‘Mingled with venom of suggestion’. ‘Al wordt er het gif des lasters in gemengd’.

‘As, force perforce, the age will pour in it’. ‘Dit laat de tijd niet na er in te storten’.

‘Shall never leak, though it do work as strong’. ‘Nooit lek wordt, zelfs al werkt dit gif zo sterk’.

‘As aconitum or rash gunpowder’. ‘Als akoniet of snel ontvlammend kruid’.

 

Vondel, De Vaderen;

‘Zo’n gruwelijke dood, heb ik wel ooit gevoeld

Met dodelijk Aconith u schotel, mijn behoeder

Oft met vergif verhaast de dagen van mijn Moeder’.

Vondel, Geboorteclock;

‘De prins werd vriendelijk aangekwispeld door een leeuw

De vloeken weken hem en bleke razerijen

Men zag de lucht geveegd van krom geklauwde Harpijen

Geen raadsel breiende Sphynx leide op ’t verslinden toe

Chimeren waren voorts het vonken spuwen moe

Geen Gorgonen piepte meer, geen Hydra’s nijdig bliezen

Geen Scilla blaatte meer, de Phytons staakten ’t biesen

Elk ingezetene had liefde en vrede tot zijn wit

De kruidlezer vond geen dodelijke aconiet

De boter geur en kleur kreeg als oranjevruchten

Maar dit was aangenaam, geen oorzaak van verzuchten

Ik sluimerde daar na, waar dacht men dat ik was

In onze lusthof, waar ik keurig bloemen las

In frisse kransen vlocht, en zoete rozenhoedjes’.

Vondel, Bespiegelingen van Godts wercken;

‘Doorsnuffelen mijnen, stof, en stenen, planten, dieren

Dan blijkt hoe heilzaam ende en elks behoudenis

Waar van ’t aloude gebruik een ondervindster is

Ook zulk dat dodelijk en moordende vergiften

Van akoniet en slang door louteren schiften

Verlaten hun aard en stekende venijnen’.

 

Chaucer, chauntecleer, katapuce.

 

Uit; http://www.stephenmorrisauthor.com/april-fools-day/

 12. Chauntecleer (chante: zingen, cleer: helder)

Hippocrates liet de theorie van zwarte gal het licht zien wat verantwoordelijk was voor verschillende ziektes, onder andere melancholie en krankzinnigheid. De kerstroos, Helleborus, zou door zijn laxerende werking dit verdrijven. Helleborosus is bij Plautus een mens die niet goed bij het verstand is en nieskruid nodig heeft. Horatius prijst het als geneesmiddel aan (satiren II 3, 82) "Danda est ellebori multo pars maxima avaris", dat wil zeggen, men moet de geesteloze er veel van geven. Drink Helleborus, was een Grieks gezegde, als ze bedoelden ‘je bent niet goed bij je hoofd’. Nog lang is het voor geestesziekten in gebruik geweest, men herinnert zich de fabel van La Fontaine, Le Lievre et la Tortue, waarin de schildpad aan een haas voorstelde te wedden wie er het eerst op zekere plaats zou zijn. Hierop had de haas geantwoord dat ze aan het malen was en enige hoeveelheden nieskruid moest nemen.

 

In the Nun's Priest Tale vertelt Chaucer in zijn Canterbury Tales over de geesteszieke, de haan Chauntecleer die een slechte droom heeft gehad in de nacht voordat hij door de vos gepakt wordt. Pertelote, zijn favoriete hen, denkt dat hij ziek is en suggereert hem een laxatief te nemen uit de tuin van de weduwe. Hij zou geholpen worden met purgerende, laxerende middelen en een kruid tegen melancholie.

For Goddes love, as taak som laxatyf’. ‘Neem dan een laxatief, om Godes min’.

‘Up peril of my soule and of my lyf’. ‘Ik schiet er graag mijn lijf en ziel bij in’.

I conseille yow the beste, I wol nat lye’. ‘Zo ik ongelogen u niet ten beste ra’.

‘That bothe of colere and of melancolye’. ‘Dat ge van rode en zwarte gal’.

‘Ye purge yow; and for ye shal nat tarie’. ‘U schoon purgeren moet, en doe het voort’.

‘Though in this toun is noon apothecarie’. ‘Er is wel geen apotheek in dit oord’.

‘I shal myself to herbes techen yow’. ‘Maar zelf leer ik u de kruiden wel’.

‘That shul been for youe hele and for youre prow’. ‘Waarbij gij baat zult vinden en herstel’.

‘And in oure yeerd tho herbes shal I fynde’. ‘En ik zal die kruiden vinden in onze gaard’.

‘The whiche han of hire propretee by kynde’. ‘Die de eigenschap bezitten uiteraard’.

‘To purge yow bynethe and eek abobe’. ‘Het lijf te purgeren, onderlangs en boven’.

‘Foryet nat this, for Goddes owen love!’’Bij Gods minne, wil me toch geloven’.

‘Ye been ful coleryk of compleccioun’. ‘Dat ge galachtig van samengesteldheid bent’.

‘Ware the sonne in his ascencioun’. ‘Zorg dat de zon in zijn ascendant’.

‘Ne fynde yow nat repleet of humours hoote’. ‘U niet vindt opgekropt met hete vochten’.

‘And if it do, I dar wel leye a grote’. ‘Ik wed om een groot, zo dat gij gebeuren mocht’.

‘That ye shul have a fevere terciane’. ‘Dan zal de derde daagse koorts u rijden’.

‘Or an agu, that may be youre bane’. ‘Of het koudwee, en uw dood is niet te mijden’.

‘A day or two ye shul have digestyves’. ‘Slik voor een dag of twee eerst digestiven’.

‘Of wormes, er ye take youre laxatyves’. ‘Van wurmen en daarna pas laxativen’.

‘Of lawriol, centaure and fumetere’. ‘Van kerslaurier, santorie, aardrook’.

‘Or elles of ellebor, that groweth there’. ‘Of anders nieskruid, want dat groeit hier ook’.

‘Of katapuce, or of gaitrys beryis’. ‘Van kattepuit of geitebes’.

‘O herbe yve, growing in oure yeerd wher ther mery is’. Van het grote veil, waar het erf vol van is’.

‘Pekke hem up right as they growe and ete hem yn’. ‘Pluk het zoals het groeit en eet er van’.

‘Be myrie, housbonde...... Kom, wees vrolijk, man’.

 

Lawriol, Daphne mezereum, het peperboompje purgeert, vandaar de Engelse naam lawriol, spurge laurel, het is de oude laurier, naar de overeenkomst van de bladeren met die van de gewone spurge, Euphorbia.

Centaurium erythraea, door de monniken werd het erop gehouden dat het deze plant was die gebruikt werd door de centaur Chiron om de wond in de voet van Patroklos mee te genezen. Duizendguldenkruid verkreeg zijn naam door zijn vele goede eigenschappen en werd vroeger dan ook met honderden ponden tegelijk ingezameld. Fumetere komen we nog elders tegen.

Gaytrys beryis, Gerard, noemt gatter trees of goat tree als naam voor Euonymus europaeus. Gatteridge en gatter-tree betekenen geitenbos, oud-Engels gat: geit. Hij haalt Theophrastus aan die vermeldt dat ze fataal zijn voor geiten.

Katapuce, de Engelse naam spurge, Euphorbia lathyrus, betekent een purgerende plant, via Frans

purge, afgeleid van espurgier: purgeren, stamt het woord van Latijn expurgare, purgeren: schonen.

Vergelijk het Duitse Scheisskraut, ons schijtkruid.

Het was de middeleeuwse cataputia (een veerlatinisering van het Italiaanse cacapuzza: stront, stank)

Vondel, ‘De Heerlijckheyd van Salomon’; ‘Met ’t loofwerk van Euphorb, en Scammonye bladen gesierd is het schild’.

Euphorb is de Euphorbia, Scammonye komt van Convolvulus scammonia, L. (bindkruid) is een bladverliezende, meerjarige plant. Wit/purperen bloemen en windende stengels. Deze plant levert de scammonia van de ouden. Dit is een purgeermiddel, Engelse purging bindweed, dat uit de dikke meerkoppige wortel gewonnen wordt en gedroogd in de handel komt. De Arabieren gebruiken het als sterk laxerend middel.

Een andere purgeermiddel komt van rabarber,

. Vondel, ‘De Heerlijckheyd van Salomon’;

‘’t Elleborum het zwart, de Rha het groen vergad’ren

En of zulks toegaat in ons zwak, en teder lijf’.

De in de gebergte van China en Tibet inheemse plant brengt naar het westen de Perzisch naam rewend mee. Door verbinding met de naam Rha, bij de Grieken de naam voor de Wolga waar de plant zou groeien, werd het van klinker veranderd en Rha of Rheon genoemd door de Grieken. Barber waren de barbaren die daar woonden, samen dus rabarber. Galenus en Plinius maakten van deze tot dan toe onbekende plant gebruik bij verstoppingen. Het was eerst een medische plant. Na 1800 kwamen er bastaarden waaruit de tegenwoordige rassen stammen. De eerste hybriden hadden zure stengels en groene bladstelen, maar geleidelijk aan werd dit steeds beter, nu zijn er met rode bladstelen die minder zuur zijn. Het idee om de stelen als groente te gebruiken stamt waarschijnlijk uit Engeland.

 

Shakespeare, there were mery is.

 

 13. There were mery is.

Herbe yve, Hedera helix, de klimop, ‘growing in oure yeerd wher ther mery is’. De blijdschap slaat op het blad van de klimop. De oude wijngod Bacchus wordt vaak voorgesteld als met klimopbladeren omkranst. Dat zou hem tegen dronkenschap behoeden, dit werd zo ook door de mensen gebruikt. Door dit gebruik werd de klimop ook het zinnebeeld van vrolijkheid en scherts.  Een man gekroond met klimop kan niet dronken worden.

Een bos van klimop werd dan ook vroeger in Engeland buiten de taveerne geplaatst als een indicatie dat daar wijn werd verkocht. "Alwaar men wijn te koop had, werden daar van kransen tot een teken opgehangen; daarom is het Latijnse spreekwoord, dat goede wijn geen veil-krans (klimopkrans)  van node heeft". Goede wijn behoeft dus geen (klimop) krans, is nog een bekende uitdrukking. In de ‘General Prologue’ van de Canterbury Tales vertelt Chaucer:

A garland hadde he set upon his heed’. ‘Een krans had hij op zijn hoofd gezet’.

‘As greet as it were for an ale-stake’. ‘Alsof het een groet was voor het bierteken’.

Men veronderstelt dat hij de ale-stake bedoelde als de bos die het teken was voor een taverne.

Zie je daar nog eren uil bij staan is betekent het dat in een klimopbos wijsheid en aan­spraak verenigd zijn.

 

Als de klimop een boom met zijn groen bedekt is het tot een gevaarlijke vijand van de boom geworden. Vele bomen zijn zo van onder tot boven bekleed en in talloze armen verdeelt de plant daar zijn macht. Klimop slingert zijn groene takken door de eeuwen heen en heeft overal zijn beschermende armen uitgebreid als een zinnebeeld van trouwe aanhankelijkheid. Door zijn omhelzing wordt het voorwerp van zijn liefde niet gewurgd. Klimop omvat de dunne tak met dezelfde innigheid als de dikke stam. De stengel is zo zwak, dat die zichzelf niet rechtop kan houden. Een boom wordt door die plant dus niet afgeknepen.

 ‘Midsummer Night’ iv, 1, 48;

‘So doth the woodbine the sweet honeysuckle

Gently entwist; the female ivy so’.

‘Tempest’ 1,2, 80: ‘Hij werd het klimop, dat mijn vorstenstam

Omwond, mijn sappen zoog’.

Vondel, ‘De Vaderen’;

‘Ik, oud en vruchteloos slecht d’holle Eik, die naakt

Mismaakt en bladerloos geen schaduw langer maakt

En tot de wortel toe verdort, niet om te verslimmen (slechter)

Alleen voor de veyl verstrekt een ladder om te klimmen’.

 

Beschrijving: http://www.revradiotowerofsong.org/images/432_tristan_Isolde-love_potion.jpghttp://www.revradiotowerofsong.org/images/432_tristan_Isolde-love_potion.jpg

Isolde Sharing the Love Potion

 

Chaucer, love ’s potion.

 

14. Love’s potion.

De liefdesdranken zijn feitelijk afrodisiaca, middelen om de geslachtsdrift op te wekken. Ze zijn in de romantiek bedoeld om iemand tegen zijn wil in liefde te laten ontvlammen voor de schenker of schenkster van de drank. Men herinnert zich slechts hoe Brangaene aan de van de dorst smachtende Tristan en Isolde, bij vergissing, de drank schenkt die bedoeld was om bij de ontmoeting van Isolde met haar toekomstige gemaal, Koning Mark, een rol te laten vervullen. Men kent de gevolgen. Zie Chretien de Troyes schitterende liefdesdrama Tristan et Iseut en Wagners muziekdrama.

Zie de frivole poĎzie van de Fransen, La Fontaine's ‘La mandragore’, bij de Italianen Machiavelli's lustspel ‘La Mandragola’.

De liefdesdranken bevatten vooral de giftige doornappel en Mandragora. Ze verhogen de geslachtsdrift met uitschakeling van de ordenende wils functie, zodat de vleugels van het morele overwicht op die driften gevierd worden.

 

In the ‘Wife of Bath's’ Prologue verhaalt Chaucer in zijn Canterbury Tales, 1387, over een liefdesdrank:

‘Lucia, likerous, loved hire housebonde so’. Lucia, graag en lustig, hield zo van haar man’.

‘That, for he sholde alwey upon hire thynke’. ‘Dat, omdat ze er aan altijd aan dacht’.

‘She yaf hym swich a manere love-drynke’. ‘Gaf ze hem een soort liefdesdrank te drinken’.

‘That he was deed er it were by the morwe’. ‘Zo dat hij dood was voor de morgen aanbrak’

‘And thus algates housbondes han sorwe’. ‘Ja, en zo al tezamen had de huisvrouw zorgen’.

 

Shakespeare, thee tot that sleep.

 

15. Het luik der ogen valt.

 

Zeer uitvoerig beschreef Apuleius in zijn Metamorfosen de daden van een gifmengster. Hier zou een jonge man vergiftigd worden, maar de arts weigerde om een dodelijk gif te geven en gaf daarom een slaapmiddel uit alruinwortel dat voor enige tijd een op de dood zeer gelijkende slaap voorstelde. In Shakespeare's ‘Romeo en Julia’ komt dit ook voor, hij had dit mogelijk van Apuleius overgenomen. Shakespeare was zich bewust van de krachten en mysteries van de mandraak.

4,1,90:

‘’t Is morgen woensdag’..

Draag zorg, de nacht, die volgt, alleen te zijn’.

Uw voedster slaapt dan niet in uw vertrek’.

Neem dit flesje, als gij te bedde ligt’’.

En drink dit vocht, van kruidensap bereid’.

Onmiddellijk zal een kille slaperigheid’.

Door al uw aderen stromen, iedere pols’.

Verflauwt, staat stil, geen warmte of adem getuigt’.

Dat gij nog leeft, het rood van wang en lip’.

Wordt grauw als as, het luik der ogen valt’.

Als sloot de dood de dag des levens af’.

Elk lid, van buigingskracht beroofd, wordt stijf’.

En strak en koud, als door de hand des doods’.

En zulk een schijnbeeld van kille dood’.

Verblijft gij twee en veertig uren lang’.

Dan zult ge ontwaken als uit een zoete slaap’.

Verschijnt dus morgen uw bruidegom’.

En wekt hij u tot de echt, dan zijt ge dood’.

En, naar ’s lands wijze, wordt gij op de baar’.

In uw schoonste klederen, onbedekt’.

Gedragen naar datzelfde aloude gewelf’.

Dat heel het geslacht der Capulets omsluit’.

Omstreeks die tijd, dat gij ontwaken zult’.

Zal Romeo, wie ik ’t schriftelijk meld’.

Hierheen zich spoeden, samen wachten wij’.

het ontwaken af’.

In ‘Cymbeline’ v,5 50 wordt dit ook gebruikt:

‘Vaak de koningin, heer, bij mij aan’.

Vergiften haar te mengen, zij gaf voor’.

Dat zij haar weetlust zou voldoen, door het doden’.

Van hond en kat en dergelijk gespuis’.

Ik duchtte een erger doel, waarom ik haar’.

Een schadeloos mengsel gaf, dat plotseling’.

Het leven schorst, doch korte tijd daarna’.

Neemt ieder levenswerktuig ongedeerd’.

Zijn taak weer op. Hebt gij daarvan gebruikt?

Imogeen: ‘Waarschijnlijk wel, want ik was dood’.

 

Als slaap- en dodelijk middel wordt de mandraak ook gemeld door Shakespeare in ‘Othello’ III, 3, 330

‘Not poppy nor mandragora’. Geen papaver- noch alruinsap’.

‘Nor all the dowsy syrups of the world’. ‘Noch al der wereld sluimerdranken brengen’.

‘Shall ever medicine thee tot that sleep’. ‘Den zoete slaap u weder’.

‘Which thou owedst yesterday’. ‘Die nog gisteren U eigen was’.

Zie ook Antonius and Cleopatra I, 4, 80.

 

De mandraak was een plant van haat en liefde. Uit deze plantenfamilie, Solanaceae, werden toverdranken gebrouwen die zelfs de dood konden brengen waardoor de mensen zeggen, ‘hij heeft mandragora gekregen’. Het kruid is een echt vergetelheidsdrank. ‘Geef me Mandragora te drinken.’ zegt Cleopatra, (Anthony and Cleopatra) ’ ....dat ik de tijd verslaap als Antonius weg is’.

 

De appels zijn, met wijn, gebruikt als slaapmiddel.

De geruime tijd inslapende, maar niet dodende middel speelt overigens ook een rol in Sneeuwwitje en Doornroosje.

De meeste schrijvers handelen bij deze plant meer over het bijgeloof door de vorm der wortels, zie de volgende. De slaapdranken zijn waarschijnlijk meer afgeleid van de vruchten.

 

Beschrijving: kronfeld1Shakespeare, mandrakes.

 

16. Alruintje.

 

De mandraak is een van de oudst bekende narcotische middelen. Zijn identiteit is zonder twijfel, hoewel het kruid eeuwen lang in mysteries en magie gehuld was. De wortel heeft de vorm van een mens en zou de eigenaar geluk en voorspoed bezorgen. Ze werden duur verkocht en in houten kistjes bewaard die met zilver belegd waren.

‘2 King Henry’ 1,2,20:

‘Gij verwenst alruintje, gij deugt veel beter om op mijn muts gestoken te worden, dan om mijn hielen te volgen. Nog nooit heb ik een agaatmannetje tot dienaar gehad, maar ik zal u niet zetten in goud of zilver’.

Naar Flavius Josephus groeide het gewas bij Jeruzalem en zou de plant voor iedereen die het zocht in de grond verdwijnen. Dat kon voorkomen worden door de plant met urine te overgieten. Het plukken van de wortel zou zeer moeilijk gaan, hiervoor waren zekere voorbereidingen nodig. De wortel kon bij uitgraven verdwijnen of zo'n verschrikkelijke kreet slaken dat de graver van schrik zou sterven. De mandraak zou dan ook alleen maar daar groeien waar een onschuldig man gehangen was en ontstaan zou zijn uit zijn laatste zaaduitstorting. Bij het graven moest de graver met zijn gezicht naar het westen zich achter de mandraak plaatsen en er driemaal met zijn zwaard omheen gaan. Hierna kon begonnen worden met graven, echter zonder de wortel aan te raken. Door de vorm van de wortel werd verondersteld dat het een kabouter of een ander mysterieus wezen was die bij aanraking die verschrikkelijke gil zou laten horen. Voor het uittrekken werd dan een zwarte hond genomen die met een touw om de staart gebonden de wortel eruit trok.

In de mythologie is de mandraak een wijszeggende, demonische geest of een klein halfduivels wezen in mensengestalte die de bezitter rijk zou maken. De plant is ook wat behaard en in sommige aangroeisels zijn zelfs manlijke of vrouwelijke delen te herkennen. De wortel heeft de vorm van een naakte mens, de vier worteltakken waren de twee armen en benen. De manlijke vormen bezitten een baard en zouden de mannelijkheid stimuleren, de vrouwelijke, die zeldzamer waren, werden met lange haren afgebeeld en zouden de vruchtbaarheid bevorderen.

 

Shakespeare was wel bekend met zijn mysteries.

Moord en kwaad waren synoniem met de mysterieuze wortel, als Suffolk antwoord aan Koningin Margaret, in het tweede deel van ‘Henry VI’, III, 2, 310:

‘Suffolk:  ‘A plague upon them, wherefore should I curse them’. ‘Haal hen de pest! Waartoe zou ik hen vloeken?’

‘Would curses kill as doth the mandrakes groan’. ‘Als vloeken dood bracht als de alruinkreet’.

‘I would invent as bitter-searching terms’. ‘Dan vond ik bitter boze woorden uit’.

‘As curst, as harsh and horrible t hear’. ‘Zo woest, zo hard, zo verschrikkelijk voor het gehoor’.

‘As lean-faced envy in het loathsome cave’. ‘En stiet ze door de opeen geklemde tanden’.

Met zoveel blijk van ingevreten haat’.

Als in haar gruwelijk hol de magere Nijd’.

Mijn tong zou bij het heftig spreken struikelen’.

Mijn oog zou als de vuursteen vonken sprankelen’.

Mijn haar als van een razende op gaan rijzen’.

Ja, ieder lid zou doen, als vloekte het mee’.

En nu juist dreigt mijn hart, bezwaard, te breken’.

Als ik niet vloekte. Zij vergif in hun drank’.

Gal, erger nog dan gal, hun heerlijk maal’.

Hun liefste schaduw van cipressenwoud’.

Hun dagelijks aanblik van boze basilisken’.

Hun zachts gevoel scherp als hagendissenpriemen’.

Afschuwelijk hun muziek als slangengesis’.

Door uilen onheilskreten begeleid’.

Al de ijselijkheden van de diepste hel’.

 

Door een misverstand is Romeo niet bij het ontwaken van Juliet aanwezig. Die roept bij haar angstig ontwaken in de grafkamer uit, iv, 3. 44;

"Alack, alack! is it not like that I’. ‘Wee, wee mij, is het niet waarschijnlijk, dat’.

‘So early waking, whith loathsome smells’. ‘Ik vroeg ontwakend, in die pestlucht, bij’.

‘And shrieks like mandrakes totn out of the earth’. ‘Gekrijs als van alruinen, de aard ontscheurend’.

‘The living mortals hearing them run mad’. ‘Dat levenden, die ‘het horen, zinloos maakt’.

‘O! if I wake, shall I not be distraught’. ‘ O, zal ik ontwakend, niet verbijsterend zijn’.

‘Environed with all these hideaous fears?’.’Omringd van al die akeligheid en schrik’.

‘II King Lear’ VI, III, 2,310 ‘Kill, as doth the mandrake's groan’. ‘Doodt zoals de mandraakschreeuw doet’.

Vondel, De Heerlijckheyd van Salomon;

‘Hier danst een ouwe baas met zijn mantel lang

En bruingrauw stijl omgordt met een blauwe adderslang

Die knaagt haar kronkelstaart en kunstelijk ik bespore

Ruit, vuurkruid (witte nieswortel) en komijn, alruin en mandragore’. (alruin en mandragora is dezelfde naam voor 1 plant)

 

Beschrijving: http://a768.ac-images.myspacecdn.com/images01/64/s_3d792563ece34e4f92dc9fcff3b4c5cf.jpghttp://a768.ac-images.myspacecdn.com/images01/64/s_3d792563ece34e4f92dc9fcff3b4c5cf.jpg

 

Chaucer, dwale.

 

17. Dwale.

 

De narcotische, hallucinerende werking van Atropa belladonna, (ook een Solanaceae) ziet men in het woord dolkruid, de Duitse Tollkirsche, toll: dol, dolle kers. Het Engelse dwale betekent ook een slapende versterking, dwalen. In de ‘Reeve’s Tale’ van Chaucer gaat de molenaar en zijn vrouw naar bed, toen hadden ze zoveel bier gedronken dat ‘hem needed no dwale’. Chaucer:

Arise, quods she; what, have ye dronken Dwale?

Why slepen ye? It is no nitertale’.

 

Met het sap van de plant werd ook vroeger, door zijn giftigheid, de huid gebleekt en puistjes verwijderd. In oude tijden was in Engeland het dwalwater favoriet bij de dames om vlekken weg te werken.

Bella donna betekent schone vrouw, het sap van deze plant werd op de ogen gedruppeld, waardoor er glanzende ogen en een grotere oogappel werd verkregen. Dit kan ook bereikt worden door een deel van het blad buitenwaarts op de ogen te leggen. Of de plant is zo genoemd omdat dit sap, ingenomen, illusies gaf van mooie vrouwen. In geringe hoeveelheid veroorzaakt het ook hallucinaties en diepe slaap. Het is een oud bijgeloof dat op zekere tijden de plant de vorm aanneemt van een tovenares van een heerlijke schoonheid waar het gevaarlijk is om naar te kijken

Een ander verklaring verhaalt een drasti­scher behandeling van de vrouwelijke sekse, een Italiaanse gifmenger zou er gebruik van gemaakt hebben om de lieflijke dames naar de hemel te verwijzen.

Een paar gram gedroogde bladeren zal al snel lijden tot een droge keel en een zeer extravagant delirium, vaak vergezeld door een oncontroleerbaar lachen, soms met onophoudelijk praten, maar soms met totaal verlies van de stem. Hij die het eet verliest direct al zijn geheugen en kennis en is bezig om elke steen om te draaien alsof hij met iets zeer belangrijk aan het werk is. Is dit de plant die Shakespeare noemt waar Banquo vraagt: ‘or have we eaten of the insane root that takes de reason prisoner?’ Of was dit van Hyoscyamus, de henbane of insane root?

 

Beschrijving: http://users.skynet.be/fa023784/trollmoon/TrollBlog/files/page17_blog_entry37_2.jpghttp://users.skynet.be/fa023784/trollmoon/TrollBlog/files/page17_blog_entry37_2.jpg

easy to recognise a troll child

 

Shakespeare, this is some changeling.

 

18. Wisselkinderen.

 

Meelbrij met moederkoren werkte dodelijk. Moederkoren is een schimmelwoekering in het graan, vooral rogge. Vroeger was dit in natte jaren heel schadelijk omdat het moeilijk gezuiverd kon worden. Tegenwoordig haalt men er LSD uit. Eerst wordt het zenuwsysteem beschadigd en dan komt het tot een verschrikkelijke jeuk, kriebelziekte, dan tot een lang aanhoudende pijnlijke spierkramp en vaak veroorzaakt dit epilepsieachtige aanvallen. Het ergste van alles was het heilige vuur: Ignis Sacer, dat gaf pijnen in de ledematen die zich onder heftige branden donker rood en dan zwart kleurden om dan zonder bloeding af te vallen. Een soort droge versterving. Door dorst, krampen en door verkramping van de spieren voerde dit uiteindelijk tot de dood.

Misschien is hieruit het bijgeloof ontstaan van "het beschreien van de kinderen door de ‘kornmuhme’, een aardkol of trol die haar verkommerde kind tegen een menselijke kind uitwisselde. De reden hiervan is dat de kinderen die aan moederkoren leden met verkromde vingers stierven. In de morgen van hun dood vond de moeder dan haar kind heel anders dan gewoonlijk, verkrampt, en dacht dat haar kind geruild was door de aardkol die het levende mensenkind geruild had voor haar dode trollenkind. Die dode kinderen werden dan wisselkinderen genoemd.

 

Wisselkinderen, ‘Winters Tale’; III, 3,122, ‘erg, erg! Maar kijk eens hier, jongen. Hier is heel wat anders; jij vindt stervende, ik pasgeborene. Hier kun je staan te kijken; zie eens, wat een doopkleed voor een grotelui’s kind! En kijk daar eens; neem dat op, neem het op jongen; doe het eens open. Zo, laat eens kijken. Het is mij voorspeld, dat ik nog eens rijk zou worden door de tovergodinnen, dat is zeker een wisselkindje, (this is some changeling) hou het open, wat is er in jongen?’

Stoffel: ‘Je fortuin is gemaakt oude. Als de zonden van je jeugd vergeven zijn, dan zul je nu goede dagen hebben, Goud, klinkklaar goud’.

Herder: ‘Dat is elfengoud, jongen, en dat zullen wij er nog wel verder aan merken.’

 

Shakespeare, she wears the willow.

Uit; http://en.wikipedia.org/wiki/Ophelia

 19. She wears the willow.

De wilg verschijnt bij ons als een verfrommelde boom met een plompe stam en geschoren hoofd, hij behoorde tot de zogenaamde ongeluksbomen. Diegene aan de bijl waren ontkomen werden aan de boom der vloeks, de wilg, gehangen. In geheimzinnige veemgerichten lag de wilg naast het blanke zwaard op de tafel van de vrijgraven. Die ter dood waren veroordeeld werden met een wilgenstrik opgeknoopt aan de dichtst bij gelegen boom. De geknotte wilg was een symbool des doods. Hij was zelf al onthoofd. In de onderwereld waren uitgestrekte bossen van wilgen en daarin woonde de god des doods, Vidharr.

Zelfs in de bijbel is het een ongeluksboom. Ter herinnering aan hun gevangenschap in Babylon zongen de Joden en werd aan de wilg de harp opgehangen. Judas heeft zich aan een wilg verhangen met een strik, zijn dode lijf stortte op de bodem en barstte zodat alle ingewanden eruit vielen. Sindsdien ligt er een vloek op de wilg. De wilg kreunt en barst en ook zijn buik is hol tot op de huidige dag. Daardoor heeft het een slechte naam en is het gebrandmerkt. Daarom zijn de oude wilgen hol en geplet.

 

Vondel, ‘Ezechias de godsdienstige’.

‘’t Huis Jacob’s zuchten zou op de oever van de Euphraat

’t Huis Israel’s einde zou zijn hemelse gezangen

En aende wilgen droef zyn herpen laten hangen’.

 

Wilgen zijn bitter en zijn een teken van ongemak en bitterheid, al zo in de tijd van Elisabeth waarin diegene die rouwde een wilgenkrans droeg. In Engeland is er de uitdrukking, ‘she wears the willow’, een teken dat de vrouw weduwe is en niet meer wil hertrouwen.

In ‘Hamlet, 4,7,170,’  verdrinkt Ophelia daar waar het grijze lover van een wilgenboom in het water weerspiegelt.

‘Laertes : Drwon'd ! O, where?’ . ‘Wat, verdronken, Waar?’

Queen: ‘There is a willow grows aslant a brook’. ‘ Koningin.: Ginds buigt een wilg over ’t beekje heen’.

That shows his hoar leaves in the glassy stream’. 'En spiegelt in de vliet zijn grijze bladeren’.

Daar komt zij, woest bekranst met dovenetels’.

Madeliefjes, boter-, lange purperbloemen’.

Die het ruwe herdersvolkje ruw benoemt’.

Maar het schuchtere meisje dodemansvingeren noemt’.

Zij klom en reikte om aan dunne twijgen’.

Haar onkruid op te hangen, doch daar brak’.

Een valse tak, en met haar schatten viel zij’.

In het schreiend beekje. Het wijd gespreid gewaad’.

Hield haar een wijl, gelijk een meerelf, boven’.

Waarbij zij rijmpjes zong uit oude deunen’.

Als een, beseffeloos voor het gevaar, of als’.

Een wezen, dat, voor het element geboren’.

Er mee vertrouwd is, doch dit duurt niet lang’.

Haar klederen zogen het water op en trokken’.

Het arme kind, tot op het laatste nog zingend’.

In ’t modderig graf!’

 

Een verbinding met smart. Het is een boom vol droefenis.

In ‘Othello’ iv, 3, 28 zingt de droeve Desdemona het lied van de wilg:

"Sing willow, willow, willow’.

Sing all a green willow must be my garland".

Het lied van wilgen, een oude deun, maar als op haar gedicht. Zij zong het, toen zij stierf’.

‘Ach, de arme zat onder de eik in haar smart’.

Zingt: ‘wilgen, groene wilgen’.

Het hoofd op de knie  en de hand op het hart’.

Zingt: ‘wilgen, wilgen, wilgen’.

Het beekje aan haar voet, ach het ruiste haar klacht’.

Zingt: ‘wilgen, wilgen, wilgen’.

Haar tranen, zij vloten; de rots, zij werd zacht;

Leg dat daarginds neer’.

Zingt: ‘wilgen, wilgen, wilgen’.

‘k Bid u, maak haast, zo dadelijk komt hij hier’.

Zingt allen: ‘mijn krans moet van wilgenloof zijn’.

Laat niemand hem laken, zijn toorn is zo schoon’.

Nee, dat volgt niet. Hoor, wie is ‘t die daar klopt?

Emilia:  Het is de wind’.

Desdemona: Mijn lief noemde ik trouweloos, en wat zei hij mij?

Zingt: ‘wilgen, wilgen, wilgen’.

Boel ik ook met vrouwen, met mannen bedoelt gij’.

 

Much Ado About Nothing, II, 1, 190;

‘eenvoudig naar de naaste wilg, voor uw eigen zaken, Graaf.

Op welke manier wilt gij uw treurkrans dragen?

 

Guido Gazelle dicht de boom ook zo:

"waarom, droeve wilgeboom

Staat gij op de mandelstroom?

Waarom laat ge uw lange takken

tot in 't Koele water zakken?

daarom zucht ik, daarom steen ik

daarom, neergebogen, ween ik,

daarom treurt de Wilgeboom

op de zwarte Mandelstroom".

 

Wilgen zijn buigzaam. Gevlochten tenen (een twijg die op vaste maat is afgesneden en gebundeld, ook wel rijs genoemd) worden voor verschillende doeleinden gebruikt, waterwerken, huizenbouw, manden en dergelijk. Zo’n wilgensoort die gebruikt wordt om er huisraad uit te maken wordt osier genoemd. Dit woord komt van oud-Frans osierre: dat wat groeit in een ausarium: rivierbedding.

 

De buigzame osier komt voor in ‘Love's Labour Lost’ iv, 2,112: "Those thoughts to me were oaks, to tee like osiers bowed". ‘Zijn gedachten waren als een eik, die van de ander even meegaand als een wilg’.

 

Beschrijving: flora1Shakespeare, tremble, like the aspen leaves.

 

20. Vrouwentongen.

 

Vrouwentongen wordt de tril of Engelse asp genoemd, Populus tremulus, omdat zijn bladeren bij het minste of geringste bewegen en altijd te horen zijn, daarom ook wel bevende ratelaar. Trillen of sidderen als een espenblad is een bekende uitdrukking. De esp was een teken van schandaal omdat zijn bladeren gemaakt waren van vrouwentongen. Chaucer zegt dan ook:

‘And quake as doth the leaf of Aspen green’.

‘To shake like an aspen’ is een van de oudste Engelse gezegden. Dat ritselen wordt veroorzaakt door de eigenaardige opbouw van het blad aan de bladsteel die plat en breed is en een verticale stand heeft, terwijl het blad horizontaal staat. De bladsteel is dan ook nog zeer slap en wordt dan zo ook met het minste windzuchtje beroerd. Mogelijk dat dit dient om de verdamping te bevorderen en zo de boom een goede groei geeft. Terwijl bij andere bomen de bladeren slapen is het blad van de ratel altijd druk bezig.

De bladen vinden geen rust omdat het kruis van Christus uit dit hout gemaakt is. De licht bewegende bladeren zorgen steeds voor 'onrust" ze sidderen of popelen. De populier werd met eeuwige onrust gestraft omdat het de enige boom was die niet voor de Heer buigen wilde en siddert nu net als de eeuwige Jood die niet rusten kan.

 

Shakespeare noemt de asp nog aspic in ‘Antony and Cleopatra’ v, 2, waar de aspic de slang is die Cleopatra dodelijk steekt en gebracht wordt in een mandje met asp-, populierbladeren;

240 "The pretty worm of Nilus there’. ‘Hebt gij de lieve Nijlworm meegebracht’.

‘That kills and pains not’. ‘Die zonder smarten doodt?’

296, ‘Have I the aspic in my lips? Dost fall?’ ‘Heb is een aspis op mijn lippen? Valt gij?’

‘If thou and nature can so gently part’. ‘Was u het afscheid van natuur zo zacht’.

‘The stroke of death is as a lover's pinch’.  ‘Dan is de dood gelijk de kneep van een minnaar’.

‘Which hurst, and is desired’. ‘Die smart, maar lieflijk is’.

354-7: ‘This is an aspic's trail; and these fig leaves’. ‘Dit is een aspiswond, de vijgenbladen’.

‘Have slime upon them, such as the aspic leaves’. ‘Zijn ook met slijm, als de aspisbladeren’.

‘Upon the caves of Nile". ‘In haar holen aan de Nijl’.

‘Titus Andronicus’ II, 4, 44. ‘O, had het monster ooit die leliehanden’.

Tremble, like the aspen leaves, upon a lute’. ‘Als espenblad zien trillen op een luit’.

Zodat de zijden snaren teer die kusten’.

 

Op de terugweg van de Tartaros vlocht Hercules een krans van takken van de boom die Hades had geplant in de Elyzeese velden ter gedachtenis aan zijn minnares, de mooie Leuke. De buitenste bladeren van deze krans bleven zwart omdat dit de kleur is van de onderwereld, maar de bladeren die tegen het voorhoofd van Hercules aanzaten werden door zijn roemrucht zweet zilverwit gebleekt. De kleur van de witte populier geeft zo aan dat hij in beide werelden geweest is.

De witte lijnen zijn vaak te zien in de plotselinge zomerwinden, dit is een zekere indicatie van komende regen, de ‘wheather tree shows its white lining, there will be rain’. Heen en weer zwaaiend in de wind schitteren ze eerst licht dan donker al naar de zijde die zich vertoont, daarom is de boom aan de Tijd gewijd met zijn afwisseling van dag en nacht. Het blaadje is omgekeerd, Fries it bledtsje is omteard, Duitse das Blatt hat sich gewandt en Franse la carte est tournee

Ook de spreuk als een blad omslaan, berust vooral op het gedrag van de popel wiens bladeren op St. Jansdag hun plaats veranderen zodat ze daarna de boom geen bescherming meer bieden tegen de regen.

Vondel, Salmoneus;

‘De krans van populier

Bekranst zijn priesterdom’. (Hercules)

 

Faeton wist van zijn vader gedaan te krijgen dat hij eens in de zonnewagen mocht rijden. Hij verloor de macht over de paarden die het hemelse vuur trokken zodat de aarde verschroeid werd. Zeus maakte er een einde aan door een bliksemstraal te zenden die Faeton op aarde liet tuimelen. Zijn zusters bleven onophoudelijk om zijn dood schreien. Ze trokken zich de haren uit ’t hoofd, krabden de borsten open en riepen zijn naam te vergeefs. Toen Faethusa, de oudste, op zekere tijd wilde gaan zitten voelde ze haar knieĎn verstijven. Ze begon om hulp te roepen. Hierop wilde Lampetia toeschieten, maar haar voeten hadden reeds wortel geschoten. Febe, door dit rampzalig voorval tot wanhoop vervoerd, wilde heur haar uit trekken maar ze trok niets dan bladeren, haar beenderen werden boomstammen en haar armen takken. De bast had al haar ganse lichaam bedekt en liet niets vrij dan de mond. Maar hun tranen bleven vloeien. Men zag ze uit deze nieuwe bomen druipen en, door de zon hard gemaakt, werden ze amber.

 

Vondel bezingt in ‘Faeton of reuckeloze stoutheit’ de ondergang van Phaeton met de zonnewagen en het veranderen van zijn zusters in populieren.

‘De tranen biggelen als brantsteen in de zon’.

 

 

Shakespeare, threatening twigs of birch.

Uit; https://www.pinterest.com/CeruleanHMC/caricatures-georgian-and-regency/

 21. De Boom der Wijsheid.

 

De berk wordt in het Latijn Betula genoemd. Dit woord komt mogelijk van het Latijnse batuare: slaan, de twijgen werden wel als roede gebruikt. De Finnen slaan zich ermee tijdens een dampbad om de bloedcirculatie te bevorderen. Het berkenreis werd gebruikt tot het vervaardigen van bezems en diende weleer bij het spitsroedenlopen om de veroordeelden te pijnigen. Sommige volken gebruikten twijgen van deze boom om er mee te geselen en noemden daarom de boom "De Boom der Wijsheid" omdat de boosdoeners door zo'n tuchtiging wel tot betere gedachten kwamen.

 

Zo werden de roeden in oude tijden door Engelse schoolmeesters gebruikt, ouders bedreigden hun kinderen met deze afstraffing, zie Shakespeare in ‘Measure for Measure’ i, 3, 23-7:

‘Wij hebben stipte wetten, strenge straffen’.

Vereiste breidels voor halsstarrige paarden’.

Die wij nu veertien jaar lieten slapen’.

Gelijk een oude leeuw, die in een grot’.

Geen prooi meer zoekend, sluimert. Nu, gelijk’.

‘As fond fathers’. ‘En zwakke vaders’ .

‘Having bound up the threatening twigs of birch’. ‘Berkenrijsjes bindt’.

‘Only to stick it in their children's sight’. Alleen om het oog der kinderen te verschrikken’.

‘For terror, not tu use, in time the rod’. ‘Niet voor gebruik, zodat de roede dra’.

‘Becomes more mock'd dan fear'd’. ‘Meer spot dan vreze wekt, zo is de wet’.

 

Beschrijving: http://idioms.chat.ru/17/pix/539.gifhttp://idioms.chat.ru/17/pix/539.gif

 

Shakespeare, as will a chestnut in a farmer ‘s fire.

 

22. Kastanjes uit het vuur halen.

 

Kastanjes, Castanea sativa, uit het vuur halen is een uitdrukking die ontleend is aan de fabel. In Duits heet het Die kastanien aus dem Feuer holen, in Frans tirer les marrons du feu en in Engels to pull the chestnuts out of the fire. Een aap die kastanjes uit het vuur wilde halen was bang zich te branden en gebruikte hiervoor de poot van een daarbij liggende slapende hond.

 

Op kerstavond werden door bruidsparen noten in het vuur geworpen. Als deze noten stillagen en tezamen verbrandden, dan werd het een gelukkig huwelijk; als ze uit elkaar vielen, dan betekende dat een ongelukkige, kraakte het daarbij, dan zou het in de toekomst kraken.

Vrijsters gooiden noten, met de namen van haar aanbidders, in het vuur met Allerheiligen om uit te maken wie van hen haar liefde waardig was. Degene die kraken of springen zijn niet te vertrouwen, zij die rustig liggen te branden zijn de ware. Kastanjes waren een soort huwelijksorakel in Engeland. Naar dit geluid maakte Shakespeare ‘Taming of the Shrew’ 1, 2,208:

"Do you tell me of a woman's tongue’. ‘En reutelt gij me niet van een vrouwentong’.

‘That gives not half so great a blow to hear’. ‘Die half zo luid niet klapt als een kastanje’.

As will a chestnut in a farmer' s fire?’ ‘In het haardvuur van een pachter?’

 

Bij Vondel, Vermaeckelijcke Inleydinghe  LI’, is het een aap en een kat, gevolgd door de moraal.

‘Den Aep en de Katte;’

‘De Sim, om ’t afwezig huisgezin te verrassen

Te snoepen de gebraden kastanjes in de asse

Nam ’s katten linkerpoot, hoe zeer zij was vervaard

En krabde de gebraden kastanjes uit de haard

De poes heeft luid gemiauwd als zij haar klauw verbrande

En riep: houd op, houd stil, mijn linkerpoot lijdt schade

Mijn vlees is niet van staal en ijzer als het dijn

Wat tirannie is dit, ik lijd grote pijn

Maar onze moeder Sim liet niet af van verzengen

Voor ze de haard had ontbloot van gloeiende  karstengen

Belachende de kat in ’t midden van ’t verdriet

En riep: Wat schreeuwt gij, uw pijn voel ik niet

Een Koning, die zijn rijk en palen wil vergroten

Gebruikt zijn eigen volk en kloeke rijksgenoten

Hij houdt zich uit het gevaar en haalt als met zijn hand

Al ’t gene zijn hart wenst uit oorlogs felle brand.’

 

Vondel, ‘Herderskout’;

‘...Gij mag de nacht wel bij ons blijven rusten

We hebben thuis rijpe appels, zo ze u lusten

De nieuwe vrucht, kastanjes,..’ Hieruit zou je opmaken dat de kastanjes net ingevoerd waren.

Hoewel, Chaucer, 1387:

‘And many homely trees there were’. ‘En veel bekende bomen waren er’.

‘That peaches, coines, and apples bere’. ‘Die perziken, kweeperen en appels dragen’.

‘Medlars, plummes, peers, chesteinis’. ‘Mispel, pruimen en kastanjes’.

Cerise, of which many one faine is’. ‘Kersen waarvan velen fijn zijn’.

Die spreekt toch duidelijk over de kastanje

Mogelijk dat Vondel doelt op de paardenkastanjes, hoewel die niet eetbaar zijn.

 

Shakespeare, and sweeter than the kernels.

Uit; http://projects.iq.harvard.edu/stigmainshakespeare/katherine’s-limp

 23. And sweeter than the kernels.

 

De hazelaar, Corylus avellana, is een sprookje en volledig versierd met harten. De hazelaar behoudt zijn bladeren zelfs nadat andere bomen al ontmanteld zijn en geeft het bos dan een warme gloed, een warme kleur als de gloed van de morgenwarmte. 

De noten zijn vaak bedekt door die bladeren en de vruchten van de hazelaar bevatten een verborgen levenskracht. Over de hazelaar als symbool van vruchtbaarheid zijn vele verhalen in omloop. Als vrouwen bijvoorbeeld niet tevreden waren met hun mannen, legden ze een met vele noten behangen hazeltak boven het echtelijk bed. In vele dorpen was het gebruik dat jonge vrouwen de zekerheid in verwachting te zijn, door een hazeltak in de hand lieten zien.

 

In de ‘Taming of the Shrew’, ii, 1, 255 zegt Petruchio tot Katharina;

‘Hoe komt men aan het verhaal dat Kaatje hinkt?’

‘Kate, like the hazel-twig’. ‘Want Kaatje is slank en recht’.

‘Is straight and slender, and as brown in hue’. ‘Gelijk een hazeltak, ze is bruin van haar’.

‘As hazel nuts, and sweeter than the kernels’. ‘Gelijk een hazelnoot, en zoeter dan haar kern’.

‘O! let me see thee walk: thou dost not halt’. ‘ O! loop eens op, nee hinken doet ge niet’.

 

Verder komt de hazelaar voor in ‘Romeo en Julia’. I, 4, 68, waar Romeo een droom had;

‘Mecutio; O zo, ik zie, fee Mab heeft u bezocht’.

Ze is de elfenkoningin, die dromen brengt’.

Zij komt, niet groter dan het beeldje op’.

De agaatsteen in de ring van een alderman’.

En rijdt, met een gespan van zonnestofjes’.

Over de neus van de mensen in hun slaap’.

De radarspaken zijn van spinnenbenen’.

Van fijne sprinkhaanvleugels is de kap’.

Van het web der kleinste spinnen zijn de teugels’.

Van maneschijnstralen is het tuig, de zweep’.

Is van krekelscheen en biezenpluis’.

Haar voerman is een mug, in het grijs gekleed’.

Niet half zo groot als het ronde wormpje. Dat’.

In het vingertopje huist van luie meisjes’.

Haar rijtuig is holle hazelnoot’.

Gemaakt door meester Eikhoorn of baas Wurm’.

Van oudsher reeds der elfen wagenmakers’.

En met dit span bezoekt ze nacht op nacht’.

Het brein van minnaars, die alsdan van liefde’.

De knie van hovelingen, die dan van’.

De hand van procureurs, die dan van kosten’.

Den mond van meisjes, die dan van kussen dromen’.

Maar deze straft vaak Mab in toorn met puistjes’.

Wijl snoeperij haar adem heeft vervalst’.

Soms galoppeert zij op de neus van een hoveling’.

Die speurt dan dromend nieuwe gunstbewijzen’.

Soms neemt zij het staartje van een big en kittelt’.

Een zielenherder in zijn slaap in de neus’.

Dan droomt hij dadelijk van een vetter kerspel’.

Soms draaft zij op de hals van een soldaat’.

Die menige vijand dan de hals doorklieft’.

Van bressen, hinderlagen, Spaanse klingen’.

Van drinken uit een reuzenpokel droomt’.

Dan hoort hij vlak aan het oor een trom, springt op’.

Ontwaakt, en vloekt een schietgebed of twee’.

En slaapt weer in. Dit is dezelfde Mab’.

Die ’s nachts de manen der paarden vlecht’.

En slordig haar dooreen wart tot een vilt’.

Waarvan de ontwarring tal van rampen spelt’.

Dit is dezelfde heks, die meisjes drukt’.

Als ze op de rug gaan liggen, en haar zo’.

Aan ’t dragen went, waardoor zij vrouwen worden’.

 

Voor een koude in het hoofd, schrijft Chaucer,

‘Take small note kennelys, and roost them, and ete hem with a lytyl powder of peprys when thou gost to bed’.

 

Vondel schrijft in ‘De Leeuwendalers’;....Met een hazelaren stok’.

Een bijzonder gebruik heeft de hazelaar ook als knuppel. Het is een boom van wijsheid, vandaar goed materiaal voor alle krachtige roeden.

De knuppel uit de zak was een knuppel uit de hazelstruik. De staf van pelgrims was gewoonlijk van de hazelaar gesneden en mensen die lange pelgrimstochten gemaakt hadden bewaarden de schat als een staf, ja, hij werd zelfs met hen begraven.

Het was de hazelaarsstaf die St. Patrick gebruikte toen hij de slangen voor zich uit, Ierland uitjoeg.

 

Corylus maxima (de grootste) is de baardnoot of langbaardnoot naar de franje onderaan de noten. In het Engels heet die filbert. Dit naar de Normandische naam, noix de filbert: de noot van (St.) Philibert, abbe van Jumieges in NormandiĎ, 684, omdat de noten verschijnen en klaar zijn op zijn feestdag, eind augustus. Shakespeare vermeldt die vorm als "filbert" in Tempest, II, 2, 180;

"To clust'ring filberts".

 

 

Beschrijving: http://www.pflanzenschleuder.de/bilder/detail/b018700_Walnuss_aus_Samen_echte_Walnuss_1.jpgShakespeare, hollow walnut.

 

 24. Hollow walnut.

 

Tussen het bovenste deel van een mannenhoofd en een halve walnoot, Juglans nigra, bestaat veel overeenkomst. De harde bolster is de kale schedel, de dunne bruine schil is de bruine huid en het gelobde witte vlees zijn de hersens,

 

‘Merry Wives of Windsor’ iv, 2,170.

‘As jealous as Ford, that searched a hollow walnut for his wife’s leman’. ‘Zo jaloers als Ford, die een holle noot doorzocht om zijn vrouw’s lief te vinden’.

 

Vondel, ‘Zeemagazyn’;

‘Hier hagelt lood, en schroot, en kogel, Pluto’s schroom

Zo veel als ‘t notenbos van zijn notenboom

Kan schudden’.

 

Beschrijving: http://www.mun.ca/alciato/images/160.gifhttp://www.mun.ca/alciato/images/160.gif

 

Shakespeare, thou art an olm, my husband, I an vine.

 

 25. The barky fingers of the elm.

 

De iep is een boom met karakter en persoonlijkheid.

De indrukwekkende en in de zomer licht onregelmatige omtrek van de boom is dikwijls verdeeld in segmenten. In de winter eindigen zijn grote naar boven gerichte hoofdtakken in tienduizenden tere, dooreengeweven twijgjes zodat het lijkt of de boom in een nevelachtige stralenkrans gehuld is. Dit is het karakteristiek van de olm, de gaffeling van de twijgen tot een fijn kantwerk van twijgjes waarin de oorspronkelijke hoofdtak vrijwel niet meer te volgen is, opgelost in een wirwar van kleine pritelige takjes.

Zie Shakespeare in ‘Midsummer Night's Dream’ 1,49: "The barky fingers of the elm". .

 

Iepen waren bij de Romeinen zeer geliefd die ze gebruikten om de wijnstok aan te laten ranken. Het trouwen van de iep met de druif was een gewoonlijke verwijzing bij de Romeinse poĎten.

Men maakte dan ook onderscheid tussen druiven die gekweekt waren met die staken en druiven die die steunsels gemist hadden. Iep en druif zijn zo het symbool voor vriendschap en huwelijk.

De iep is met de druif door de Romeinen geēntroduceerd vanwege dit huwelijk. Hetzelfde gebruik zien we later bij ons waar de gevleugelde takken van de kurkiep gebruikt werden als rijstakken bij de erwtenteelt. Zie Shakespeare waar de jaloerse Adriana meent dat haar man er staat en zijn tweelingbroer Antipholes wil omhelzen.

"Sta toe, dat ik mijn armen om u sla’.

Thou art an olm, my husband, I a vine’. ‘Ik ben een wingerd, gij een olm, mijn gade’.

‘Whose weakness, married to thy stronger state’. ‘Mijn zwakheid, om uw forse stam gerankt’.

‘Makes me with thy strenght to communicate’. ‘Voelt en geeft toe, dat ze alle kracht u dankt’.

Wat tussen ons zich dringt en u omvat’.

Hetzij mos of braam of klimop, onbeschaamd’.

Het snoeimes kapt het weg, het zou u verderven’.

Vondel bespreekt in ‘De Heerlijckheyd van Salomon’ de minneboefjes (Amor) in de trouw van de iep en wijngaard.

‘De kromme Olm wordt omhelsd van Wijngaard goedertieren

De toverlieden, en de zoete minneklachten

De telg, overladen van ’t balsem druppelden hout

Steeds onder ’t nest trilt de liefdekens veelvoud

De schoonheid legt, lust broeit, de hartstochten, door ’t veel tergen

Van de brand, ’t gebroedsel kipt van dees Pygmeense dwergen

De een legt het eiwit nog, de ander leeft al vlug

Een ander stoppelhaard, een ander leerling jeugdig

Van tak tot tak, van haag tot haag wispelt vreugdig

En in appelaars schaduw zacht dobbedobt en slaapt

En van zijn armen neer zijn koker hangen laat

Die vurige damp uitbraakt en op een musje teder

Proeft een ander zijn boog, die reuzen velt ten neder’.

 

Prachtige iepen werden in de buurt van Londen gevonden en andere grote steden, want deze boom verdraagt een vervuilde lucht die niet geschikt is voor vele andere bomen. De geweldige iepen van Hyde Park en Kensington Gardes werden zeer geprezen door hen die er rust zochten en vertoefden vanwege het aangename schaduw dat ze gaven. Duizenden konden met Milton zeggen:

‘Not always city-pent nor pert at home

I dwell; but when spring calls me forth to roam

Expatiate in our proud suburban shades

Of branching elms that never sun pervades’.

 

Chaucer:

‘The elmis grate and small’.

 

Beschrijving: http://www.cubra.nl/bomen/boomvandeweek/zundertbeuk/zundertbeuk3.jpgVondel, Gutenbergs geroofde letter.

 

 26. Boeken-Beuk.

 

Bekend is dat er tussen de Buche en Buch (beuk en boek) een zakelijke samenhang is. Beuk, de oude bueckenboom, buche of boekenboom. Indrukwekkende beuken staan er te Arnhem, die uitstekende beukengronden noemt men nog boekengronden, zie ook de namen Boekelo, Boxtel en Boekel.

De bast van de beuk is zacht en goed te snijden, wat op bijna alle beuken goed te zien is. De boekdrukkunst zou door Laurens Jsz. Koster te Haarlem uitgevonden zijn omdat hij op de stam van de beuk, (boek) letters kerfde, de letters van de stam haalde en ontdekte dat die een afdruk vormden op de grond en zo op de gedachte kwam om die letters als zetmateriaal te gebruiken.

De strijd om de roem waar de boekdrukkunst uitgevonden is wordt op meer dan 5 plaatsen gestreden. Volgens H. Junius zou Gutenberg, als leerling van Koster in een kerstnacht zijn gereedschappen gestolen hebben. In ieder geval wordt het jaar 144?  als het jaar van de uitvinding bepaald.

Vondel, de ‘Druckkunst aen Balthasar Moerentorf’.

‘Dat Laurens Koster (dien ik hier

Nu niet met delfisch lauwerier

Maar met zijn eigen beukeloof krans)

In Holland oplook met die glans

En de eerste boekenstaaf sneed uit bomen

Die voor geen heilige eiken schromen

Al beroemd Mentz zich van zulke vondst

De keustad klopt op haar mond

Als Haarlem spreekt, de fiere Rijn

Geeft de eer aan ‘t Spare, met die schijn

Van recht, en zwijgt van Vuist, de zetter (Faust de compagnon van Gutenberg)

En Gutenbergs geroofde letter’.

 

De pinvormige rustende knoppen van de beuk zwellen in het voorjaar op en fonkelen als gebrand koper, ze gloeien in de voorjaarszon van brons tot rood waarna de hele boom in een emeraldzijde kleur uitbarst, dan trekt de boom de aandacht. Beukenbossen zijn buitengewoon donker en schaduwrijk. De boom moet veel blad maken omdat de zon zijn zachte bast kan beschadigen.

Vondel, de ‘Heerlijckheyd van Salomon’;

‘Het schaduwende loof eens planebooms u frisch

Een zonnehoed verstrekt, een beuckelaer uw dis’.

 

Vondel, ‘Hippolotys of rampsalige Kuyscheyd’;

‘De beukebomen bladen en takjes zoetjes trillen

Getroffen van de wind…’

 

Vondel, ‘Herderskout’;

‘In ’t groen, zo dicht van beukenloof bedekt’.

 

Een beuk geeft slecht werkhout, maar goed brandhout,

Vondel, ‘De Leeuwendalers’;

‘Hak beuken af tot brand, leg rijsbos op ’t vuur

Houw eik en elzen om’.

 

Vondel, ‘Begroetenis aen Fredrick Henrick’;

‘Hollandse maagden, vlecht Oranje met laurieren

En bekranst Frederik, die in ’t land bestieren….

‘Een beukelaar des lands’.

 

Vondel,  luwe schaduw.

 

 27. Zoete schaduw.

 

Bekend is de plataan, Platanus, geworden als de plataan van Lydia waar de grootvorst Xerxes door zo'n boom in vervoering raakte. Hij liet zijn leger van 1 700 000 man halt houden om de schoonheid en hoogheid van deze boom te bewonderen. Bij zijn vertrek liet hij die met sieraden omhangen en stelde er een speciale bewaker over aan. Toen hij gedwongen werd verder te gaan liet hij het beeld van de boom in een gouden medaille slaan die hij altijd bij zich droeg. Handel's Largo is de melodie die Xerxes tot de boom in de opera zingt.

‘Er was nooit lieflijker en zoeter schaduw van enige boom

dan die van mijn beminde plataan’.

Homerus spreekt van altaren onder de plataan opgericht. Vertaling van Vondel:

‘Wij bouwden bij een bron gewijde zoenaltaren

En smeekten met den geur, ten hemel opgevaren

In luwe schaduw van een groenenden Plataan

Waar langs ene beekje vloot, nabij zijn voet ontstaan

Toen sprong een schrikbarende slang, met fonklend rood gespikkeld

Als door den Dondergod tot honger aangeprikkeld

Van onder ‘t outer (altaar) uit en sloeg zich om den boom’.

 

 

 

Beschrijving: http://i6.ebayimg.com/03/i/000/a9/00/f626_10.JPG

Shakespeare, humble mulberry.

 

 28. Humble mulberry.

 

De moerbei of mulberry, Morus, als haag is geschikt om de wind te breken, sommige soorten zijn geschikt voor wegbeplanting maar willen in de winter nog wel eens wat afvriezen. Ook zijn ze geschikt als leiboom.

De vier kleine, nauwelijks zichtbare bloemdekblaadjes worden dik en sappig en vormen het eetbare gedeelte. Dan is de boom behangen met guirlandes van neerhangende vruchten die de tuin een feestelijk aanzien geven. De donkerrode vruchten zijn verzamelvruchten, net zoals bij de framboos, en tevens schijnvruchten. De vrucht valt af bij rijpheid. Door aan een tak te schudden kun je rijpe, braamachtige vruchten zo in een laken opvangen. Vallen die vruchten op een sierbestrating geven die een niet te verwijderen kleur.

 

De mulberry komt ook voor in Shakespeare ‘Midsummer Night's Dream’ III 1,174 en ‘Coriolanus’ III, 2, 79:

‘Ja, buig in deemoed, vaak, ter tuchtiging’.

Now humble as the ripest mulberry’’. Van uw trotse hart, als waar het een rijpe moerbei’.

Die, aangeraakt, reeds valt’.

 

Milton’s boom te Cambridge stond er nog eind vorige eeuw. Maar de boom die door Shakespeare geplant was in zijn tuin te Stratford werd omgehakt door de man die het huis kocht omdat de mensen hem zo lastig vielen en naar de boom wilde kijken.

 

De oude Grieken gebruikten het sap om wijn te kleuren, ook dames. Virgilius, vertaling Vondel: ‘En Egle kwam op slag de bange maats te baat

Nimf Egle, de allerschoonste en sierste van ‘t gelaat

Der vliedgodinnne. Toen de God nu kwam te ontwaken

En d’ogen opsloeg, toen bemaalde zij zijn kaken

De kin en ‘t voorhoofd met een moerbei paars en rood.’

Vondel, ‘De Leeuwendalers’;

‘..de felste en wreedste stieren

Bedaren in ’t gevecht, waar zij voorbij komt zwieren

De boterbloem verguldt de weide op haar tred

De stroom gevoelt een gloed in ’t koelste van zijn bed

Wat zou men van de mond als zeldzaamheden vertellen?

Een moerbei, rijp van pas, geen moerbei, twee morellen

Wat zou men roemen van dat levendige git

Of liever van de kool, die onder ’t voorhoofd zit

En gloeit me al te heet? Wat zou men van de vlechten

Zo geel een ijl, als goud en barnsteen hechten

Verhalen, daar mijn hart en ziel zich in verstrikt?

…..Ja, wie bemint ze niet? Wie zet haar deugd te hoog?

Ze verfde nooit haar wangen met moerbei of morellen

Ze loogt noch bleekt heur haar’.

 

Shakespeare, silk stockings.

Uit; http://en.wikipedia.org/wiki/Andrew_Aguecheek

29. Silk stockings.

 

Het blad van de witte moerbei, Morus alba, wordt gebruikt voor de zijdenwormteelt. Die spint voor zijn cocon een draad van 3000m. Bruikbaar daarvan is 300-900m. In VenetiĎ kwam niet alleen de handel, maar ook zijdetelers, spinners en wevers over om in ItaliĎ de zijdeteelt op te zetten. VenetiĎ speelde in de 15de en 16de eeuw een belangrijke rol. Zijde is altijd een exclusief product geweest.

 

Zijden kousen komen voor in ‘2 King Henry the Fourth’, 2,2, 18:

‘or to take note how many pair of silk stockings thou hast’.

 

Antony and Cleopatra, 2,2,210:

‘Een schaar van maagden, ware Nereiden’.

Zag haar naar de ogen; elke buiging deed’.

De groep nog schoner zijn. Die het roer bestuurde’.

Geleek een meergodin, het zijden tuig, the silken tackle’.

Trilde, als die handen, zacht als bloemen, het grepen’.

 

‘Cymbeline’, 3,3,22:

’Dan dat men ruist in onbetaalde zijde’.

Waarvoor wie het prachtkleed levert, buigt, maar toch’.

De schuld niet schrapt’.

 

Vondel, ‘Huigh de Groots Josef of Sofompaneas’;

‘En klederen van de wol der Seres ons gestuurd

En binnen Babylon op ’t geestigste geborduurd

En paarlen, blank als sneeuw, gevist op Indus kanten’. (De oud-Chinese naam voor zijde is ser, seres was de naam van de Grieken voor de Noordkant van Sinae (China) Hij wist toch blijkbaar het verschil tussen zijde en wol niet)

Vondel, ‘Bruyloftsbed van Pieter Cornelsz. Hoofd en Helionora Hellemans’.

‘Bij zijde en wormgespin….’

 

Beschrijving: http://www.gaglio.co.uk/basic_christianity/Images/adam_eve_figleaves2.jpghttp://www.gaglio.co.uk/basic_christianity/Images/adam_eve_figleaves2.jpg

 

Shakespeare ’s figleaves.

 

30. Figleaves.

 

Ficus carica, de vijg, wordt al in Genesis gebruikt om de schaamte te bedekken. Het handvormige blad is groot met een dikke hoofdnerf. Die grote, taaie bladeren worden in het Oosten gebruikt om er mandjes, paraplu’s en schalen van te maken. Fruit bestemd voor export is nog vaak in vijgenbladen gewikkeld. Zo is het mogelijk dat Shakespeare bekend was met het blad. Hij noemt figleaves in ‘Antony and Cleopatra’ 2, 243-4, 269-9, 354-7.

 

De vijg kan gekookt, gekonfijt of vers gegeten worden. Voor lange tochten worden ze wel gedroogd en aan lange slingers gehangen. De vijg is in het Oosten een dagelijks voedsel.

Ook Shakespeare meldt de vijg in de ‘Midsummer's Night Dream’ III, 1,170 en de Spaanse vijg in ‘King Henry V’, III, 6,62. Antony and Cleopatra, 1,2,30;

‘O, heerlijk! Een lang leven smaakt mij nog beter dan vijgen’. De gewone vijgen kwamen uit Spanje. Opuntia, een cactusachtige, wordt ook wel Indische vijg genoemd maar was toen nog niet bekend.

 

Beschrijving: witteChaucer, fyn ciprees.

 

31. Fyn cyprees.

 

De vruchteloze betovert het gemoed door zijn piramidale hoge groei die haar het zinnebeeld van de zonnestraal en vlam heeft gemaakt. Bij de Grieken was ze het zinnebeeld van de uit de aarde voortkomende eeuwige verjonging van de natuur zodat men leven en dood in haar meende te zien. Ze was gewijd aan het Noodlot, aan de FuriĎn, aan Proserpina en vooral aan Pluto. Maar ook het zinnebeeld van de uit de aarde voortkomende eeuwige verjonging van de natuur, zodat men leven en dood in haar meende te zien. Bij de offers die 's nachts aan Pluto werden gebracht droeg de priester een krans van cypressenloof. Omdat nu ernst en droefheid in haar verenigd waren lag er een diepere zin in de mening dat Amor de pijlen uit cypressenhout sneed die hij naar de aarde slingerde om liefdessmarten voort te brengen. Alleen de gouden pijlen uit zijn koker brachten geluk aan.

De scepter van Zeus stelde men zich ook voor als van dit hout gesneden, omdat hij heer was over leven en dood.

 

Vondel, ‘De Leeuwendalers’;

‘Men zal uw zerk rondom beplanten met cypressen

En wensen dat ze in het graf uw minnevuur mag lessen’.

 

In ‘The Tale of Sir Thopas’ vertelt Chaucer in de Canterbury Tales echter over lieflijke dingen, maar ook over een speer van cypres.

‘His sadel was of rewel boon’. ‘Zijn zadel was van elpenbeen’. (:ivoor)

‘Hys brydel as the sonne shoon’. ‘Als lichte zon zijn breidel scheen’.

‘Or as the moone light’. ‘Of als de maan te noen’.

‘His spere was of fyn ciprees’. ‘Zijn speer van fijn cypreshout’.

 

Cypressenhout gold voor onvergankelijk en onverstoorbaar. Het mooie geurende hout heeft een roodachtige gloed die nooit verdwijnt. Dit hout is zeer hard en gold voor onvergankelijk. Voor alle grote bouwwerken werd dit hout gebruikt, daarom was ook de brug die Semiramis over de Eufraat liet leggen van dit hout. Zo voldaan was Plato over zijn hardheid dat hij de wetten op tafelen van cypreshout liet leggen in plaats van het op koperen platen graveren. Het hout werd gebruikt voor de Phoenische handelsschepen. Zoals waarschijnlijk de ark van Noach uit cypres gemaakt was, zo bouwde Alexander de Grote zijn Euphraatvlot uit dit edele materiaal.

Shakespeare heeft een kast van cipressehout in ‘Taming of the Shrew’, II, 1, 353 als teken van weelde.

Een cypressenbos komt voor in ‘Coriolanus’ 1,10, 30’.

 

Shakespeare, he shall flourish.

 

Van; F. Antoine.

32. He shall flourish.

 

Een van de machtigste bomen van de Libanon is de ceder. De boom kan wel 40m hoog worden met een karakteristieke afgeknotte, vlakke top.

De ceder, heeft net als de eik, machtige armen die horizontaal uitstaan en even dik en groot zijn als een volwassen boom. De ceder overheerst met zijn armen een uitgestrekt gebied. Het is een indrukwekkende verschijning, machtig en gespierd, een boom met charisma. De ceder is een van de meest waardevolle monumenten van aarde, religie, historie, kunst en dichters, allen hebben die boom aanbeden en bezongen.

De edelste onder de bomen, de roem der plantenwereld, en als zodanig het zinnebeeld van macht, grootheid, uitgestrektheid en verhevenheid.

 

Shakespeare in ‘King Henry VIII,  5, 5, 54

He shall flourish’. ‘Hij zal bloeien’.

‘And like a mountain cedar’. ‘En als de bergen ceder’.

‘Reach his branches’. ‘Uitbreiden zijn takken’.

‘To alle the plains about him’. ‘Over al het land in het rond’.

 

Vondel, ‘Huigh de Groots Josef of Sofompaneas’;

‘Van duurzaam cederen hout op de Libanon afgehouwen’.

 

Vondel, ‘Hierusalem verwoest’;

‘Ziet hoe de bliksem Gods mijn hemelhoge Ced’ren

En Marmer gepolijst ter Helle gin verned’ren.

……………..

Een gloeiende brand, daar hij de gouden vensters

Van ‘ heiligdom me’ blaakte, en Godvergeten stout

’t Vervloekte vuur stak aan ’t gewijde ced’renhout

De ceder reikt zijn hitte’ d’olijf te om te lessen

D’Olijf de Den ontvonkt; de Dennen den Cypressen’.

 

Beschrijving: http://www.meesterswebstek.be/games/ruimte/monumenten/vrijheidsbeeld.jpghttp://www.meesterswebstek.be/games/ruimte/monumenten/vrijheidsbeeld.jpg

 

Chaucer, fyrbond.

 

33. Fyrbond.

 

Het hout van de den, Pinus, bevat hars en is daarom geschikt om als fakkel te dienen en zo werd het gebruikt op het altaar der goden waar de boom aan gewijd was, Ceres, Pan, Neptunus, Cybele. Men verhaalt dat een pijnboomtoorts aan bruiden en pasgetrouwden werd toegestuurd en daarom Pronubia Pinus (de pijn van ondertrouw) heette, een teken van brandende liefde van de vrouw tot haar man.

Dit brandende gevoel zien we in de namen terug, het is de Duitse Fohre wat in het oud-Hoogduitse forha was, in het Engels fir, oud-Engels furh, fyrh, in oud Noord Duits/Zweeds als fura, bij ons werd het in midden-Nederlands vuren, vurenhout is bekend. Is het woord verwant met de vurige FuriĎn? De Engelse botanist Gerard verhaalt ons dat het hout, vanwege zijn brandbaarheid, door de mensen fire of firre wood genoemd werd omdat het de meest vlambare is van alle houtsoorten en zo vol gom dat het branden zal als een toorts.

 

In the ‘Merchant's tale’ vertelt Chaucer in zijn ‘Canterbury Tales’.

‘In libertee, and eek in mariage’. ‘In vrijheid en ook in huwelijk’.

‘And with hire fyrbond in hire hand aboute’. ‘En met haar brandende toorts in haar hand rond’.

‘Daunceth biforn the bride and al the route’. ‘Danste ze de route voor bruid en bruidegom’.

 

De fyrbond is de toorts voor vrijheid en de trouwprocessies. Shakespeare in ‘Coriolanus’ 1,6,3’;

‘Laat me u aan ’t hart drukken’.

Zo sterk van arm als toen ik bruidegom was’.

Zo blij van hart, als toen de huwelijkstoorts’.

Ons het einde van de dag verkondde en bedwaarts riep’.

 

‘Tempest’ 4,1,20’:

‘Geef acht, indien gij wenst, dat Hymens fakkel’. (god van ’t huwelijk)

U met haar licht bestraal’.

 

Vondel, ‘De Tortsen van Aalard Krombalck en Tesselscha Roemers’;

‘Vlecht hoeden en ontsteekt de toortsen van dit feest’. (de bruiloftsfakkels)

 

In de ‘Amsteldamse Hecuba’.

‘Tevens komen huwelijksgewijze de fakkelen voor uit’.

 

‘De Leeuwendalers’;

‘..Brengt vrolijk pijnloof, groene meien’.

 

Een dennenheuvel tovert bij zonsop- en ondergang een eigenaardig kleurenspel voor de ogen. Als de zon fonkelend achter een dennenboom zakt worden de sombere bladeren als door toverkracht in een kleurenfontein veranderd die zich als een brandende toorts temidden van het zonlicht uitspreidt. Witte draden van zilveren haren zwieren door die vurige omarming. Shakespeare meldt: "wanneer van onder deze ondermaanse bol zij de trotse toppen der oosterse dennen in vuur zet". Merchant of  Venice iv, 1,75;

‘Bedenk, het is de Jood, met wie ge u inlaat’.

Ga eerder nog naar het strand der zee en geef’.

De vloed bevel, dat hij in eb verander’.

Daag eerder nog de wolf tot een verhoor’.

Waarom hij het ooi deed blaten om het lam’.

You may as well forbid the mountain pines’. ‘Verbied veeleer de fiere pijn der bergen’.

‘To wag their high tops, and to make noise’. ‘Te schudden met de hoge top, te ruisen’.

‘Als hem de storm met vlaag op vlaag bestookt’.

Leg eer de hardste taak u op, dan dat’.

Gij het hardste, dat bestaat, tracht te verzachten’.

Zijn Jodenhart…

 

‘Anthony and Cleopatra’, 4, 12 20:

‘Voor Caesar, die nu bloeit, de den, die boven’.

Hen allen uitstak, staat ontschorst’.

 

Beschrijving: http://www.ars-grin.gov/cor/mespilus/shakespearemedlers-s.jpghttp://www.ars-grin.gov/cor/mespilus/shakespearemedlers-s.jpg

 

Shakespeare, open arse.

 

 34. Openaers.

 

De vruchten van de mispel, Mespilus, zijn eerst groen en kleuren later in oktober roodbruin. Laat ze maar hangen tot diep in het najaar dan krijgen ze een betere smaak, of nadat de vorst er overheen is gegaan worden ze zacht. Het vruchtvlees gaat dan gisten en wordt sappig en geurend, ze zijn dan niet rot, het gezegde vermeldt wel ‘zo rot als een mispel’, maar ze hebben dan een opmerkelijke, zuurzoete, wijnachti­ge smaak. Dan kunnen ze gekonfijt of tot jam of gelei gemaakt worden.

De vorm is wat eigenaardig, ze lijken een kroon te dragen op de top, het zijn de vijf bloembladen, als je ze eraf wrijft zie je dat de bodem wat hol is. Vandaar de naam openaers: open gat. Openaers als naam is verdwenen. Door de vooroordelen van vroegere eeuwen was het niet toegestaan die naam te gebruiken.

 

In the ‘Reeve’s Prologue’ vertelt Chaucer in de Canterbury Tales het verhaal van de oude timmerman Osewold the Reve;

‘But ik am oold, me list not pley for age’. ‘Maar ik ben oud, mijn rest geen plezier vanwege mijn leeftijd’.

‘Gras tyme is doon, my fodder is now forage’. ‘Grastijd is gedaan, mijn voer in nu als hooi’.

‘This white top writeth myne olde yeris’. ‘Deze witte top omkranst mijn oude hoofd’.

‘Myn herte is also mowled as myne heris’. ‘Mijn hart is ook zo vermolmt als mijn haar is’.

‘But if I fare as dooth an open-ers’. ‘Maar als ik bang ben als een openaers doet’.

‘That ilke fruyt is ever lenger the wers’. ‘Die lelijke vrucht die van slecht tot erger wordt’.

‘Til it be roten in mullok or in stree’. ‘Totdat die tenslotte op een hoop in stro rot’.

‘We olde men, I drede, so fare we’. ‘Wij oude mannen, ben ik bang, vergaan zo’.

‘Til we be roten, kan we nat be rype’. ‘Tot we verrot zijn kunnen we niet meer rijpen’.

‘We hoppen alwey whil the world wol pype’. ‘We hopen altijd dat de wereld vol pijpen zal zijn’.

‘For in ouer wyl ther stiketh evere a nayl’. ‘Want in ons lijf steekt overal een nagel’.

‘To have an hoor heed and a grene tayl’. ‘Zo dat we een smal hoofd en een groen lijf krijgen’.

‘As hath the leek..  Zoals de prei’.

 

Shakespeare in ‘Romeo and Juliet’ II, 1, 36:

‘If love be blind, love cannot hit the mark’. ‘Is liefde blind, dan kan zij het doel niet treffen’.

‘Now will he sit under a medlar tree’. ‘Nu strekt hem wis een mispelboom tot dak’.

‘And wish his mistress were that kind of fruit’. ‘En wenst hij, dat zijn liefje zulke een vrucht ware’.

‘As maids call medlars, when they laugh alone’. ‘Die tot hem riep, ‘kom pluk me, pluk terstond’.

‘O Romeo ! that she were O, ! that she were’. ‘O Romeo! Waar’ dit zo, O, waar dit zo!’

‘An open et caetera, (open arse) thou a poperin pear’. En viel zij maar vanzelf u in de schoot’.

 

De Engelsman Gerard verzachtte dit woord al en gebruikte de nog geldende naam medlar wat stamt uit het Grieks mespile of mespilon.

Zo wordt de medlar ook gebruikt door Shakespeare in ‘As You Like It’ III, 2,125:

‘Rosalinde: ‘Stil, dwaze nar, ik vond dit aan een boom’.

Toetsteen: ‘Nu voorwaar, die boom draagt slechte vruchten’.

Rosalind: ‘Ik zal er u op enten, en dan op u een mispeltak, dat geeft de vroegste vrucht van de hele streek; want gij zijt al verrot, eer ge half rijp zijt, en dit is eigenlijk het ware van een mispel’.

 

‘Measure for Measure’ iv, 3, 18; 4;

‘Timon of Athens’ IV, 3,307: ‘is een mispel u gehaat?’’Dost hate a medlar? Het woord medlar betekent zowel mispel als koppelaar, bemiddelaar. De betekenis van het zeggen wordt verder duidelijk als men ‘As You Like It’ III, 2,125 opslaat. Met het oog hierop is ook het volgende zeggen ‘it looks like thee’, ‘met haar binnenste is als gij’, vertaald.

 

Shakespeare, apple-john.

Uit; http://www.thebeercompany.co.uk/the-beers/copper-dragon-golden-pippin/

35. Apple-john.

 

Appels zijn al sinds eeuwen gekweekt en gegeten. Elk land heeft wel zijn eigen appels en vormen.

 

Chaucer vermeldt dat ze in zijn tijd al gewoon waren:

‘Your cheekes embolmed like a mellow costard’.

De Costard stamt uit de 13de eeuw en kwam Frankrijk, waar vele appelsoorten vandaan kwamen. Deze appel komt voor in rekeningen uit 1292. Nog lang was het gezegde bekend als ‘Costard monger’, een schaal met groenten waarin deze appel het hoofdgerecht was.

 

St. Jan, bijgenaamd het Lam, was een landbou­wer uit Tihange die leefde in de 7de eeuw. Op een dag ging hij rond zijn erf en ontmoette een pelgrim die hem zei dat de bisschopsstoel van Tongeren open was en dat God hem beval bisschop te zijn. Jan antwoordde dat hij ongeleerd was en niet geloven kon dat zulks de wil van God zou zijn, net zo min als hij geloven kon dat zijn droge stok kon groeien en vruchten zou dragen. Hij stak de stok in de aarde en ziet, hij schoot wortels, bladeren en werd een appelboom en deze droeg appels die sindsdien St. Jansappelen heetten. Ze zijn wel zo genoemd naar St. Johannes de Doper, 27 december, de tijd dat de vrucht voor het eerst rijp is en gegeten kan worden.

Shakespeare noemde zo'n appelsoort, apple-john.

1‘King Henry’ IV, 3, 3, 4-5

‘I am withered like an old apple-john’. ‘Ik ben zo verschrompeld als een oude pippeling’.

‘II King Henry IV’ 2, 4, 4-9:

‘The prince once set a dish of apple-johns before him, and told him there were five more Sir Johns, and pulling off his hat, said: I will now take my leave of these six, dry, round, old, withered knights’. ‘De prins zette eens een schotel met pippelingen voor hem neer, met het zeggen, dat daar nog vijf andere pippelingen waren; en, terwijl hij zijn hoed afnam, zei hij; ik neem hiermede afscheid van deze zes droge, ronde, oude, gerimpelde pippelingen’.

Dit slaat op deze appel die twee jaar bewaard kon worden, maar dan wel erg gerimpeld en gekrompen is.

Pippin of pippeling zijn appels die verkregen zijn van pip ofwel zaad. Die werden gebracht uit Frankrijk, in het 16de jaar van Henry VIII.

 

De golden pippin werd Reinette d’Angleterre genoemd en was bij ons bekend als de Engelse goud pepping. Dat was een appel van Engelse origin en zou ontstaan zijn te Parham Park in Sussex. Catharina van Rusland, die er dol op was, zou ze elk jaar vanuit Engeland gehaald hebben voor eigen gebruik.

Verder noemt hij codling, (van Angelsaksisch quer-de-lion, van Frans coeur-de-lion: leeuwenhart, een soort harde appel)

In ‘Twelfth Night’ I, 5, 165-7:

"Not yet old enough for a man, nor young enough for a boy, as a squash is before 'tis a peascod, or a codling when 'tis almost an apple’. ‘Nog niet oud genoeg voor een man en niet jong genoeg voor een jongen, te groot voor servet en te klein voor tafellaken, geen vis en geen vlees, het is als tussen water en wind, tussen jongen en man’.

 

Al de verschillende soorten werden al geĎnt, ‘Coriolanus’ 11, 1, 202:

‘Toch, ja waarlijk’.

Hier zijn oude appels, wilde, gans onvatbaar’.

Voor enting naar uw smaak’.

 

Crab, geen kreeft, de naam is waarschijnlijk van Scandinavische oorsprong, in noordelijke streken was het de scrab tree, de betekenis is onduidelijk. Waarschijnlijk is het de naam van de wilde appel die nogal zuur was.

‘King Lear’ 5, 15-6 "She's as like this as a crab's like an apple".

In ‘Love's Labour's Lost’

When roasted crabs hiss in the bowl’. ‘De ketel appels sissen doet’.

‘Then nightly sings the staring owl’. ‘Dan roept de nachtuil welgemoed, Toehoe’.

Dat slaat op de werkzaamheden die in de winter verricht worden.

De kleine crab appel met zijn heerlijke geur en mooi roze witte bloemen. In zijn dagen was een ‘roasted crab’ in de hete ale een populaire kerstdrank.

Verwarrend is het in ‘Tempest’ als Caliban zegt:

‘I prithee, let me bring thee where crabs grow’. Dit verhaal werd gespeeld op een eiland waar het natuurlijk is crabs aan de oever te zoeken. Dan begrijpen we ook wat Caliban bedoelde en hoe Puck in ‘A Midsummer Night’s Dream’ ii, 1,46, vermomd door magische krachten in een crab apple, op kon duiken in de alebowl van een oude dame en er de oorzaak van was dat ze haar drank morste.

‘And sometimes lurk I in a gossip's bowl. In very likeness of a roasted crab’. ‘In het bowlglas houd ik mij als een geroosterde appel, maar nauw’.

‘And, when she drinks, against het lips I bob’. ‘Brengt een mij aan de mond, of ik bedauw’.

‘And on her wither'd dewlap pour the ale’. Al spartelend de oude boezem met het nat’.

Andere appels waren carraway, leather-coat, pomewater, lording en bitter sweet’.

 

‘Romeo and Juliet’ ii 4 84: ‘Thy wit is a very bitter-sweeting; it is a most sharp sauce’. ‘Uw scherts heeft wel wat wrangs, gij wordt scherp als moes van zure appelen’.

Commentators willen met dit woord een appel aanduiden, maar Gerard gebruikte dit woord voor de bitterzoet, Solanum dulcamara.

 

Vondel, ‘Adam in ballingschap’.

‘De vrucht is vers en rijp

En lekker op de tong, bekoorlijk in haar ogen

Zo wordt gevoelen, smaak, met een gezicht bedrogen

Drie zinnen treffen de appelbeet alleen’.

‘....bespiegel deze hemelvrucht

Die gouden appel, mild van sappen

Hij schenkt u hemelse eigenschappen’. (Dit naar de gouden appelen van het Paradijs).

Vondel, ‘Op de lof van de Ystroom’.

‘En nektar, op de Muiderbergen

Gewassen om Parijs te tergen

Hier groeit het al

Nu breekt de nijd haar hart en gal

Hier riekt de kruidgeur van de Molukken

En wat de wereld teelt in ’t rond

Hier is het lekkerland te plukken

En de appels groeien in de mond’.

 

Shakespeare, Poprin pear.

Uit; https://shakesyear.wordpress.com/2011/06/20/romeo-and-juliet-mercutios-misogyny-part-1-of-2/

 36. Poprin pear.

 

Een perenboom is een mooi recht opgaande, bladverliezende boom die meestal hoger en smaller wordt dan de appel met minder vertakkingen. Kenmerkend is dat de perenbloesem altijd puur wit is, de appel is meer bedeesd van buiten, vaak met een blos overtrokken en van binnen besneeuwd. De vrucht is meestal niet verdiept bij de bevestigingsplaats van de steel, zoals bij de appel.

De peer zou vanwege zijn slanke vorm als sier- of laanboom gebruikt kunnen worden.

 

In the ‘Merchant’s Tale’ vertelt Chaucer in de ‘Canterbury Tales’ over de pyrie met zijn heerlijk groene blad.

"So longe aboute the aleyes is he goon

Til he was come agaynes thilke pyrie

Where as this Damyan sitteth ful myrie

An heigh among the fresshe leves green

This fresshe May, that is so bright and sheene".

 

Ook Shakespeare vermeldt de pear in ‘All's Well That Ends Well’, I, 1,178;

‘Maagdelijkheid doet als een oude hoveling, en draagt haar hoed tot hij uit de mode is, rijk versierd, maar niet sierlijk, juist als de hoedengesp en de tandenstoker, die niemand meer draagt. Ouderdom is beter voor uw wijn dan voor uw wang, en uwe jufferschap, uw oude jufferschap, is als een ineengeschrompelde Franse peer, zij is lelijk voor het oog en droog van smaak, trouwens het is een ineengeschrompelde peer, zij was vroeger beter, trouwens, ja, het is een ineengeschrompelde peer. Wat wilt gij er mee doen?’

‘Merry Wives of Windsor’, iv, 5,100.

 

Velen van de bekende waardevolle soorten danken we aan de Belgische ooftzoekers. Die hebben door cultuur en meer nog door toevallige kruisingen voor vermeerdering van onze perensoorten bijgedragen. De naam is van de Belgische plaats Poperinghe. De poppering pear wordt gehoord bij ‘Romeo en Julia’, II, i, 39,40:

"O, Romeo that she were, O that she were’.

An open arse (mispel), op thou a Poprin pear".

 

Shakespeare, quinces.

Beschrijving: calkoen

37. Queen.

 

De kwee moet je niet verwarren met de Japanse kwee die later als sierstruik is ingevoerd. Cydonia heet de kwee en is zo genoemd naar zijn inlandse plaats Cydon, nu Canea, te Kreta.

Vanuit die naam komt in oud-Hoogduitse, + 1100, de naam qitina voor waaruit het oud-Nederlandse queen en de Engelse quince ontstond.

In Amerika is quince echter een scheldnaam, zoveel als zuurpruim, kweene of kwee is bij ons een verachtelijk woord voor wijf, bij de Engelsen een hooggeplaatste vrouw, The Queen.

De goudgele, heerlijk ruikende vrucht werd als genotmiddel hoog geschat. Het is de gouden appel van de Grieken. De geur van de appel is overheerlijk, maar de smaak echter veel minder zodat de vrucht ook vrijwel niet rauw wordt gegeten, maar met suiker wordt ingemaakt. De vrucht werd dan vroeger algemeen gebruikt om er een jam van te maken, de marmelade.

 

‘Romeo and Juliet’ iv,4,2:

They call for dates and quinces’. ‘Voor de pasteien zijn ook nog dadels nodig’.

En kweeĎn ook.’

 

Beschrijving: johns2Chaucer, to doon honour to May.

 

38.  To doon honour to May.

 

Voor iedereen symboliseert de meidoorn de verandering van het voorjaar in zomer. Het is een Iers geloof dat de zon op deze 1ste mei extra vroeg verschijnt. De meidoorn spreekt over sex en vruchtbaarheid die zoveel mogelijk beschermd moet worden in deze kritische tijd. De beschermende planten waren van oudsher de meidoorn en in hogere gebieden de lijsterbes. Die boom was een bezield wezen, de ziel van het voorjaar, de vruchtbaarheid woonde in die boom. Bij de meifeesten haalde men die boom in een optocht uit het bos met zoveel mogelijk wagens en ossen ervoor als om aan de boom te laten zien hoe zwaar men de oogst in gedachten had. De boom werd met water besprenkeld wat zou helpen voor voldoende regenval. Na geplant te zijn werd die versierd met linten, eieren, het symbool van leven en groeikracht. Soms kwam bovenop de boom een haan te staan, het symbool van vruchtbaarheid. Zie Shakespeare ‘Henry VI’, 2, 5;

‘Gives not the hawthorn bush a sweeter shade’.

 

Vooral in Engeland werd de meidoorn als mayboom gebruikt.

De may-bough hing over de huizen en met de may-pole zijn dit overblijfselen van oude gebruiken. In een paar plaatsen van Engeland werd de meikoningin, May-day Queen, gekozen en gekroond met meidoornbloemen, haar escorte voor die dag werd gekroond met de meer mannelijke eik. De dag werd gevierd als een vakantiedag. In sommige plaatsen werden May-day sporten gehouden.

Eeuwen daarvoor leken de straten van de steden ook op bloembogen door de takken die iedereen uit zijn deur stak. De jongelui beleefden de maying na middernacht en werden vergezeld door muziek. Ze verlieten de stad om hun geest te vernieuwen en keerden terug in een blijde optocht met de schoonheid en geur van de bloemen, ze droegen meidoorn, berken en andere bomen. Kransen van wilde bloemen en boeketjes droegen ze in hun handen waarmee ze het huis versierden.

 

In the ‘Knight's Tale’ vertelt Chaucer; 

‘En ‘t bos waar Palomon was schuil gegaan’.

Daar stevent hij bij toeval recht op aan’.

‘To maken hym a gerland of the greves’. ‘ Van zins er lover voor een krans te garen’.

‘Were it of wodebynde or hawthorn leves’. ‘Van kamperfoelie maar of meidoornbladeren’.

‘And loude he song ayeyn the sonne shene’. ‘En luid zong hij de schone zon tegemoet’.

‘May, with alle thy floures and thy grene’. ‘Mei, met uw bloemen en uw groen, gegroet’.

‘Welcome be thou, faire, fresshe May’. ‘En welgekomen, schone, frisse mei!’

‘In hope that I som grene may’.  ‘Ik hoop dat gij wat groen bewaart voor mij’.

In het zelfde stuk zegt hij:

‘To doon honour to May’. ‘En dat hij de mei zijn hulde brengen mag....’.

 

Vondel, ‘Zegezang ter eere van Gillis van Vinckenroy’;

‘Daar reeds de meibomen staan

Voor ’t huis geplant, en heldere kransen

De straat versieren, met hun glansen

Van flikkerend goud en lachend groen?’

 

Vondel, ‘Geboortekrans’.

‘Van bloemen zich alszins verspreide

April van nieuws de velde beklede

De leeuwerik en de koekoek beide

Verkondigen de aanstaande mei

De jeugd van ’t jaar, de bloem der tijden’.

 

Vondel, ‘Geboorteclock’;

‘En zondert kuise bies, versmaad in alle andere tuinen

Op Pindus heuvelen en spitse kruinen

Zuig godenlekkernij, och of na mijn dood

Veldgodinnen, violet, wit, purper, blauw en rood

Lavendel, incarnaat, en paars, en geel schakeerden

En weefden tot een pels en ’s dichters uitvaart vierden

Met Flora’s dierbaarste dracht. Maar zeg met lieve lent

En zoete koele mei, nooit was mijn oog gewend

Zoveel schats en prachts te zien geopend op ’t evend

Hoe zijt ge vol ziels, vol juichings en vol levens?

Zij antwoord: verwondert u welke bloeilust mij ontvonkt?

Aanschouw die daar die met haar zwangere lichaam pronkt…’

 

De meidoorn was, voor de roos, het badge van Tudor. In het wapen van het huis Tudor is een kroon geplaatst temidden van meidoorntakken met bessen. Hierover gaat het volgende verhaal.

De wrede koning Richard III had vele vijanden en eindelijk landde Hendrik Tudor met zijn leger in Zuid Wales (1485) Richard rukte direct op, maar verloor de slag en zijn leven te Bosworth. Het verhaal vertelt nu dat hij trachtte te vluchten en daarbij zijn kroon in een meidoornbosje verborg. De kroon werd toch gevonden en door Lord Stanley naar de nieuwe koning Hendrik VII, Hendrik Tudor, geplaatst, die het gebeurde in zijn wapenschild opnam terwijl het spreekwoord ontstond: ‘Cling to the crown though is hangs on a bush’.

 

Beschrijving: http://www.geocities.com/gardenwitchry/trees/cernunnoslg-vi.gifhttp://www.geocities.com/gardenwitchry/trees/cernunnoslg-vi.gif

Shakespeare, a roan tree witch.

 

39. Witchen tree.

 

Bij de druēden was de Sorbus aucuparia een heilige, magische boom. Nu nog noemt men het in het Engels ‘rowan tree’, waarbij rowan te herleiden is tot oud-Noors raun, ‘runa’ hetgeen ‘geheim’ betekent. In Wales staan er bij de kerken nog veel lijsterbesbomen. Men beweert dat waar men ook overblijfsels uit de tijd der druēden vond men ook bijna zeker was de lijsterbes, of zijn vervallen stronken te ontmoeten.

Vaak werd het gewas ook geplant bij stallen. Stukken van de boom werden binnen een hoeve geplaatst. De 2de mei was de aangewezen dag om de stallen met lijsterbestwijgen te bedekken. Ook dwongen de herders op die dag hun kudde, door een hoepel van dit hout gemaakt te gaan. Degene die diep in de nacht moest reizen droeg een (v vormig) twijgje in hun zak of hielden die boven de kop van het paard om zich van een veilige reis te verzekeren. Als antimagisch middel gebruikten ze zweepstelen van hetzelfde hout.

In het volksgeloof werd de boom trouwens meer gezien als een boom waarmee hekserij en kwade toverij kon worden gebroken. De rowan werd witchwood genoemd vanwege zijn kracht die tegen hekserij zou beschermen. Deze boom zou in Ierland opspruiten op de plaats waar onschuldige gedood waren. Als een landsmeisje niet snel genoeg boter kon maken dan roerde ze die door met een rowan twijg en sloeg de koe met een andere om de heksenkracht te breken. Op de eerste meidag, als de heksen en elfen weg zijn, worden er in Ierland stukjes rowan genageld boven deuren en in de melk gestoken, zodat ze niet gestolen zouden worden op deze dag der dagen. De rowan was een krachtig iets.

De woorden in ‘Macbeth’, ‘Aroint thee, witch’, worden door sommige commentators gedacht dat dit een verbastering is van de woorden van Shakespeare en dat er origineel stond: ‘A Roan tree witch’. Het is de witchen tree.

 

Sorbus aria, de haagappelboom of meelbes  is de Witte Boom.

Het is de witte onderkant van de bladeren die door de wind naar ons gedraaid wordt, dit in combinatie met de witte bloemen.

Chaucer zegt:

‘And as I stood and cast aside mine’s eie’.

I was ware of the fairest medle-tree’.

That ever yet in al my life sie’.

 

Shakespeare, as cherry is to cherry.

 

Uit Redoute.

40. I will dance and eat plums at your wedding.

 

Chaucer, 1387: ‘And many homely trees there were.

That peaches, coines, and apples bere’’.

Medlars, plummes, peers, chesteinis’.

Cerise, of which many one faine is’.

Notis, and aleis, and bolas’.

That for to sene it was solas’.

With manie high laurer end pine’.

Was ranged clene all that gardine.

Witg cipris and with oliveris’ .

Of which that nigh no plenty here is’.

 

Vondel, ‘Anagram van Priaap’;

‘Om de snoepvogels te zien uit de krieke bomen’.

 

Al vroeg werden diverse Prunussoorten gekweekt als kers, sleedoorn, pruim, amandel en abrikoos. Shakespeare noemt de kers, cherry, in ‘King Henry VIII’, v, 1, 169. ‘King Richard III’, 1,1, 90, ‘een kersenmond, schone ogen, zoete tong’. ‘As cherry is to cherry’.

De kers bereikte 120 jaar nadat Lucullus die ontdekte Engeland, dat was in 53 na Chr. Niet verwonderlijk dat hij de kers kende.

 

Het is echter de vraag of Shakespeare de perziken kende, hij gebruikte alleen de term peach-coloured, ‘Measure for Measure’ iv,3,12 en ‘II King Henry IV’, II,2,19. Gerard beschrijft al wel diverse soorten perziken.

 

De abrikoos behoort tot hetzelfde geslacht, maar is nogal gevoelig voor nachtvorst en wordt alleen in zuid Nederland als leiboom tegen een zonnige muur gekweekt. Shakespeare haalt de apricot aan in ‘Midsummer Night's Dream’ iii, 1, 169;

‘Feed him with apricocks and dewberries’. ‘Voedt hem met abrikozen en bramen’.

In ‘King Richard II’, iii, 4, 29:

Go, bind up yon dangling apricocks’.

 

Amandels waren ook bekend.

Vondel, ‘Huigh de Groots Josef of Sofompaneas’;

’Amandels, dadels, myrrhe en balsem’.

Shakespeare haalt een gezegde aan in ‘Troilus and Cressida’ V. 2. 193: ‘The parrot will do more for an almond’. ‘Een papegaai kan niet meer doen voor hem dan een amandel’.

 

Marsepein komt voor in ‘Romeo and Julia’, 1,5,9. Marsepein komt van de amandel, ei en suiker.

 

Wel kende hij de pruimen, een bekend Shakespeare gezegde is:

I will dance and eat plums at your wedding’, blijkbaar toch een feestelijke gebeurtenis, wat bijzonders.

Gestoofde pruimen, King Richard IV, III, 3,129, waren een gerecht waar oude zondaars meermalen hun toevlucht toe namen, in de hoop hierdoor hun vroegere krachten terug te krijgen, een hoop die maar al te dikwijls ijdel bleek.

‘Venus and Adonis’ 523:

‘Vorstinne, zegt hij, zo ik schuchter ben’.

Denk aan mijn groene jaren, tracht mij niet’.

Te kennen eer ik nog mij zelve ken’.

Doe als de visser, die jong broed ontziet’.

De rijpe pruim valt af, de groene hangt’.

Onaf geplukt, haar vlees is hard en wrang’.

‘Stewed pruimen’ werden meestal als verfrissing in huizen van kwalijke reputatie gebruikt, ‘1 King Henry IV’ iii 3 128, ‘Merry Wives of Windsor’ i 1 296, ‘Measure for Measure’ ii 1 92 etc. maar pruimen werden ook gebruikt door respectabele mensen, ‘Winters Tale’ iv 3 51.

 

Vondel, ‘De Leeuwendalers’;

‘Aan de andere ’t welig ooft, en pruimen en morellen’. (soort kers)

 

Shakespeare spreekt over damson, dit is een afleiding van Damask(us) ‘My wife desired some damsoms’. King Henry VI’, 1, 101. Wij kennen die damsoms onder de naam zwets.

Prunus spinosa is de sleedoon die in Engels sloe heet.

De onrijpe vruchten zijn purperblauw en worden zwart als ze rijpen. Die zwarte, donkere kleur heeft geleid tot mooie vergelijkingen, ogen zo zwart als de slee zijn bezongen door poĎten.

Chaucer verwijst naar zijn kleur:

‘Ful crooked was that foule’s sticke’.

And knotted here and there also’.

And blacke as berrie of any slo’.

 

Beschrijving: calkoen1Chaucer, be ay of chiere as light as leef on lynde.

 

41. Zo blij als een lindeblad.

 

Als vrouwelijke boom is de linde, Tilia, de tegenhanger van de manlijke, de eik, symbool van moed, kracht en roem. Zachtheid is zijn deugd en al zijn handelwijze worden door liefelijkheid gekenmerkt. Zijn fraaie, edele vorm, de vrolijke lichtgroene en zachte bladeren, zacht is het geruis van de wind door zijn takken. Een linde is in onze dorpen een levende antiquiteit wiens vertrek een pijnlijke leegte zou achterlaten, waar linden zijn is gezelligheid, huiselijk leven. Vooral vonden trouwerijtjes plaats onder de linden. Als een eed van trouw onder de vrije hemel afgelegd werd is dit onder de linde een waardige plaats. In die dorpskernen waren vaak eeuwenoude linden aanwezig..

De linde beschut al degene die onder haar verkoeling en verpozing zoeken met een dicht en bedekkend bladerdak. In de bloeitijd is de boom omgeven door een zacht gekleurd kleed. Zoet is zijn parfum met een tikje ondeugend aroma. Vooral 's avond geurt de linde, als de nachtegaal uit alle macht in zijn laagste takken zingt en de lijster juicht en jubelt in de hogere. Dan is er die geheimzinnige weelde van geuren die de fijnste snaren van verbeelding en herinnering laten trillen.

 

In the ‘Clerk's Tale’ vertelt Chaucer in zijn ‘Canterbury Tales’;

Be ay of chiere as light as leef on lynde’. Een gezegde: ‘wees altijd zo licht van hart als een lindeblad’.

 

Vondel, ‘Geboorteclock’;

‘…de dag ten einde als voor, met peinzen op en neder

Nu mijmert ze in de tuin, daar schildpad, Cherubijn

Dolfijn, en koperen slang breekt ’t kristallijn

Nu, op ’t heetst van de dag om de zon te mijden

Wordt ze overschaduwd in linde- en iepengalerijen

Vondel, ‘Inwying der Doorluchtige Schoole’.

‘Ze schept, door hem, in Holland Helicon

Ik kwinkeleer, beschaduwd voor de zon

In lindelanen..’

‘De Leeuwendalers’;

‘Hier rijst de Leeuwenbrugh, en ginder breidt de linden

Waaronder ik tersluiks mijn vrijer wist te vinden

Zijn bevende armen uit, en is alreeds krom

En gemelijk, als ik, van ouderdom’.

 

G. Gezelle dicht alzo:

‘O! wat schoon, wat bolgekruinden

                 Lindeboom,

     Van verre ik staan zie, blinkende in den

                       morgendoom!

 

     Heel is hij gewelkerd al en

                duizendvoud

    Van verwen, langzaam afgesleten

                   guldengoud

 

   Weest gegroet mij, nauwlijks uit den

                  morgendoom

    Erkenbaar Lieve-vrouwken, aan den

                 lindeboom!’

 

Beschrijving: http://www.zaccheuspress.com/images/YellowLogo240.jpghttp://www.zaccheuspress.com/images/YellowLogo240.jpg

 

Shakespeare, under the coole shade of a Siccamore.

 

 42. Sycamore.

 

Chaucer sprak over de bergesdoorn, Acer pseudoplatanus,  als een zeldzame exotische boom. Gerard in 1597 verhaalt dat de great maple a stranger is. Net als de echte plataan werd de boom in Engeland geplant om de edelen schaduw te verschaffen.

 

Waarschijnlijk is de boom geēntroduceerd in Schotland in de 15de eeuw, in Engeland in 1565. De eerste vermelding van de naam sycomore is de speech door Boyet in Shakespeare's ‘Love's Labour Lost’, 1598:

"Under the coole shade of a Siccamore’.

I thought to close mine eyes some halfe an houre".

Shakespeare had deze naam geleend van Gerard.

In Engeland komt zo de naam sycomore: wilde vijgenboom voor. Volgens de traditie klom Zacheus in de wilde vijgenboom (Ficus sycamorus) om de Heer te zien. Bij de mystieke spelen van de middeleeuwen ontbrak ten ene male die boom in Engeland waardoor de esdoorn als vervanger optrad. Vandaar dat de boom nu algemeen bekend is als sycamore.

Vergelijk de echte sycamore in ‘Romeo and Juliet’ i, 1,128.

 

Shakespeare, my graines ash.

Uit; http://www.kranenburgia.nl/oal2c.asp

 43. My graines ash.

 

De waarde van essenhout, Fraxinus, is gelijk aan dat van de eik. Het is een hardhoutsoort die taaiheid, sterkte en veerkracht combineert, alleen niet tegen vocht bestand is. De jonge, slanke stammen dienden voorheen tot lansschachten waarom men essenplantsoenen rondom de middeleeuwse burchten aanlegden. De es komt niet alleen voor in de Noorse godenverhalen, ook Homeros laat in de handen der goden geen andere speren zien dan die uit essenhout vervaardigd. Daaruit blijkt dat het hout door hem als goddelijk hout werd beschouwd. Aan Mars, de god van oorlog, was de es gewijd want Mars voorzag zijn krijgers van speren, ook de speren van de Amazones. Met dit hout zou de machtige Achilles een speer gemaakt hebben waarmee Hector gedood werd.

 

Het hout is geschikt voor vrede als wel voor oorlog. 

Hierop doelt ook Shakespeare in ‘Coriolanus’ iv,5,112:

‘Laat mij de armen’.

That body, where against’. ‘Nu omdat lichaam strengelen, waar mijn speer’.

‘My graines ash an hundred times hath broke’. ‘Van essen kloofhout honderdmaal op brak’.

De maan met splinters schrammend!’

 

Vondel, ‘Vermaeckelijcke Inleydinghe  XIV’.

‘De Esschenboom en ’t Riet;

‘De dik gegroeide es, wiens stijle toppen gingen

Recht naar de sterren toe en ’s Hemels zolderingen

Trotseerde, dat hij stond verheven in het foreest

Spijt de allerfelste storm en allerlei tempeest

Braveerde dat hij was veel sterker van vermogen

Als ’t Riet, dat door de wind gestadig wordt gebogen

Als ’t wankelbare Riet, dat siddert, schudt en beeft

Voor d’allerminste koelte, die langs de velden zweeft

Hij eindigt nauwelijks, een bui ontstaat met snelle vaart

En velt de Essenboom ontwortelt uit de aard

’t Riet, speurende val van diegene, die terstond

’t Gebladerte hoofd op stak en hoog verheven stond

Dus bij zichzelf spreekt, o, veilig wonderbaarlijk

Is nederige staat voor hoogheid, die gevaarlijk

Het Onderwerp is van allerhande leed

En schielijk wordt gedreigd om te vallen eer men ’t weet’.

 

Beschrijving: http://www.civicheraldry.co.uk/berkshire_new.JPG http://www.civicheraldry.co.uk/berkshire_new.JPG

in pale each crowned with an oak

 

Shakespeare, crowned with oak.

 

44. Crowned with oak.

 

In die donkere eikenhagen lagen ook de eretekens die de dappere helden met eergevoel tevoorschijn haalden zo gauw het krijgsrumoer begon. Komen ze als bevrijders van het vaderland terug dan ontvangen ze van de overlevenden kransen van eikenloof die de overwinnaars op het hoofd gezet worden. Voor hen gold zo'n eikenkroon voor meer eer dan een gouden vorstenkroon. Het gebruik om overwinnende krijgslieden een eikenkrans op te zetten heeft zich lang volgehouden.

 

In ‘Coriolanus 1, 3,10’ zegt Shakespeare ‘To a cruel war I sent him, from where he returned his brows crowned with oak’. ‘Ik zond hem in een moorddadige krijg, hij kwam er van terug met eikenloof om de slapen’.

In hetzelfde verhaal, v,2,120; ‘De flinkste kerel blijft onze veldheer, hij is een rots, een eik, waar de storm geen vat op heeft’.

 

‘As You Like It’, 3,2, 240:

’Ik vond hem onder een boom liggen, als een afgevallen eikel’.

Rosalinde: Die eik mag wel Jupiter’s boom heten als hij zulke vruchten afwerpt’.

 

Het is de boom der goden, van Wodan, Zeus en andere goden. Het geloof in de heiligheid van de eikenboom wortelde diep in het gemoed van onze voorvaders zodat de eerste boden van het nieuwe geloof vaak vergeefs daar tegen vochten.

De eik is een boom die charisma bezit. De eik is de koning van het woud, het embleem van majesteit, kracht en duurzaamheid, een eerbiedwaardige patriarch.

De eik, die de machtigste van alle Europese bomen is, kan wel honderden jaren oud worden. Oude eiken kunnen enorme bomen zijn die wel tot 35 meter hoog kunnen worden. Het is een boom van slome groei maar gaat onverstoorbaar door, de eik heeft alle tijd. Tenslotte krijgt het een stevigheid waar je niet omheen kan, met geweldige armen elk zelf als een machtige boom, die armen staan vrij horizontaal alsof ze de wereldatlas moeten dragen. Het zijn spierballen van deze Hercules die alleen door de geweldige ceder van de Libanon wordt geĎvenaard. We spreken bij zulke bomen over het fort eik. Het is een boom die onder het beheer van Jupiter staat.

 

De bijzondere en zeer gewaardeerde kwaliteiten van de eik zijn hardheid en taaiheid. Shakespeare gebruikt twee strofen om deze kwaliteiten uit te drukken die misschien meer overtuigender zijn dan andere woorden.  ‘Measure for Measure’ II, 2, 117:

‘Erbarmingsvolle Hemel’.

‘Thou rather with thy sharp and sulp’hrous bolt’.  ‘Gij splijt met uwe scherpe donderkegge’.

Splitt’st the unweldgeable and gnarled Oak’. Veel eerder dan de tedere, de onkliefbare’.

‘Than the soft Myrtle’. ‘ En knoestige eik, de mens, de trotse mens’.

Met korte, nietig kleine macht bekleed’.

Het meest vergetend, wat hij het zekerst kent’.

Zijn aard van glas, speelt, als een toornige aap’.

Voor het oog des hemels zulke vreemde kluchten’.

Dat de engelen wenen, die, zo onze luim’.

Hun eigen waar, zich sterflijk zouden lachen’.

‘3 King Henry’ 2,1,60’;

‘En, zij de bijl ook klein, een tal van slagen’.

Houwt om en velt de sterkste, hardste eik’.

‘Coriolanus’ 1,1, 180:

‘..uw liefde is als de trek’.

Eens zieken, die verlangt naar wat zijn kwaal’.

Verergeren moet. Wie op uw gunst betrouwt’.

Hij zwemt met loden vinnen, en wil eiken’.

Gaan vellen met een rietstaf!’

 

De (Robur) robuuste eiken leveren het duurzame en krachtige eikenhout. Vroeger werd het vooral gebruikt voor schepen en balken van kerken. Kerken die in de 13de eeuw gebouwd waren bleken na de sloop nog goed hout te hebben.

Konings Arthur ronde tafel was gemaakt van eikenhout en hiervan was ook de wieg gemaakt van Edward II die bewaard wordt te Caernarvon Castle. De ronde tafel wordt bewaard in de county hall te Winchester. Deze tafel moet gesneden zijn van een boom van onmetelijke omvang omdat die zowat 6m in diameter meet. Veel kogelgaten zouden erin zitten wat door Cromwells soldaten veroorzaak werden.

Ook de machtigste eik was zelf ook eens een eikel.

De eik is bekend om zijn eikels die het ook in grote getale produceert. De eikels waren een belangrijk voer voor de varkens. De bossen werden wel belast naar gelang het aantal varkens dat erin kon leven. Mast, ‘Timon of Athens’ iv, 3,422, is het voedsel voor zwijnen.

De dichters verhalen dat de eerste mensen zich ermee voedden en om die reden geloofden de Grieken dat de eik de eerst geschapen boom was. Hesiodus schreef 800v Chr.: ‘waar rechtvaardige mensen wonen daar is hongersnood onbekend. De Goden zullen hen honig, schapen en eiken, rijk beladen met eikels, schenken’. Volgens Plinius, in zijn verwijzing naar de wet van de 12 tafelen, werd de eikel gegeten door de mens voor de komst van de graangewassen, en dat in zijn tijd nog vele volken van eikels leefden.

 

Vertaling van Ovidius:

"D'alouden leefden bij de kruiden, groente en blaren

Die 't aardrijk voortbracht uit de onbezaaide grond

Nu plukten zij het gras en klaver in de mond

Dan brasten zij met loof en malse bladertoppen

Daarna was 't vetpot met gevonden eikelknoppen

Een aan de harde eik groeide een gewisse schat".

(Met een eetbare eikel kan ook op een kastanje of beuk gedoeld zijn bij de ‘ouden.’)

Chaucer vertelt ook van sommige, die ‘wonte lightlie to slaken hir hunger te even, with akehornes of okes’.

 

Uit de bast wist men ook een inkt te bereiden, galappelinkt, die de donkerste van de vroegere kleuren was. Zie Shakespeare in ‘Twelfth Night’ III, 2,52: ‘Let there be gall enough in thy ink’.

Vondel, ‘Wiltzangk op de zelve Hofstede’;

‘Hier ruist de koelte in ’t eikenhout

En vers gesproten lof

Hoe straal de boterbloem als goud

Vondel, ‘De Leeuwendalers’.

‘Hij sloeg met alle macht zijn armen om mijn lijf

Noch vaster dan de veil een eik kan omvatten’.

Vondel, ‘De Vaderen’;

‘Ik, oud en vruchteloos slecht d’holle Eik, die naakt

Mismaakt en bladerloos geen schaduw langer maakt

En tot de wortel toe verdort, niet om te verslimmen (slechter)

Alleen voor de veyl verstrekt een ladder om te klimmen’.

Vondel, ‘Maeghden’;

‘Bestoken, reis op reis, van ’t noorden en van ’t zuiden

Een hoog gewassen eik, die over bossen ziet

En diep in Taurus ruig zijn taaie wortels schiet

Hij kraakt vast, en bestrooid de grond met blad en lover

En helt aan de linker, dan weer de rechter ten over

Zo wordt mijn vlotte geest gedreven heen en weer..’

Vondel, ‘Vermaeckelijcke Inleydinghe III’;

Vanden Eyck ende Olmboom;

‘De beschaduwde Olm bad de eik, de bomenkoning

Dat zonder lang dralen of enige verschoning

Hij ’t bladerrijke geboomte, dat om hem stond gegroeid

Ten aarde velle zou, opdat hij schoon bloeide

Zich heerlijk tonen mocht, en zonder enige kommer

Zijn groen uitbreiden kon en veel begeerde lommer

Maar als de verstandige eik zijn schalkheid werd gewaar

Sprak hij; waar blijf ik dan op ’t strengste van ’t jaar

Wanneer de zure herfst en winter met zijn buien

Als uitgelaten heel, zo fel begint te luiden?

Dat mijn volwassenheid nog dikte komt te staan

Hoe diep ik in d’afgrond mijn kromme wortel sla

Tenzij een dikke schaar van Beuken, Elzen en Linden

Afschutten ten mijner baat ’t gebulder van de winden

Dies ik uw schalkheid spoor en wel tastelijk en grof

En u ’t ter uwer straf verban voor eeuwigheid uit mijn hof

Gij vorsten, luistert toe, en wil deze lering vatten

Dat het heil van de prinsen bestaat uit het heil van de onderzaten

Dat hij gelukkig is die de vleiers tong ontgaat

En van ’t gezelschap der lofuiters zich ontslaat

Wiens enige doel het is de plasdank van haar Heeren

En tot de bodem toe de rijken om te keren.’

 

Shakespeare, heart of an elder.

 

Uit; http://www.horntip.com/html/books_&_MSS/1870s/1870s--1910ca_1601__mark_twain_(PB)/index.htm

45. Heart of elder.

 

De plakkaten bloemen van de vlier, Sambucus, geven zo'n sterke geur af dat ze verdoven. Dodonaeus: "dat vlierbloeme gheroke hooft sweremake". Dit gebeurt alleen als er zwaar geroken is. Het symbool van kommer, de stinkende vlier. Zie Shakespeare in ‘Cymbeline’, iv, 2,59:

"And let the stinking elder, grief, untwine’. ‘Verkwijn. En sterve uw wortel, leed, dat vrij van boei’.

‘His perishing root with the increasing vine’.Met nieuwe kracht het blij vertrouwen groeit’.

Evelyn, 1706, maakt het nog bonter: ‘A certain house in Spain, seated amongst meny Elder-tree diseased and killed almost all the inhabitants, which when at last they were grubbed up became a very wholesome and healthy place’. Dikwijls ruiken aan deze bloemen zou het gezicht zelfs rood kleuren, een zware geur.

 

Het is de meesten wel eens opgevallen dat er een gom uit de struik vloeit. Deze gom verhardt zich en krijgt de vorm van een oor. Die gom wordt Judas-oor genoemd naar de sage dat Judas zich aan deze boom verhangen zou hebben. Ook Shakespeare in ‘Love Labour’s Lost’ doelt op het middel­eeuwse idee dat Judas zich aan deze boom had verhangen.

 

De vlier heeft een genezende reputatie, er is vrijwel geen ziekte van hoofd tot teen die het niet geneest. We kunnen begrijpen waarom bij Shakespeare de Host in ‘The Merry Wives of Windsor’, 2,3,25 doctor Caius zijn Aesculapius noemt, zijn Galenus, zijn heart of elder.

Ook wordt de vlier genoemd in Henry V: ‘That's a perilous shot out of an elder’.

‘Titus Andronicus’ 2,3,270;

 ‘Zoek uw loon’.

Het ligt onder netels aan de voet van de vlierboom’.

 

In Chaucers dagen werd de vlier day hyldor of hyllantre genoemd.

 

Beschrijving: http://mcgoodwin.net/pages/images/westkl.jpg http://mcgoodwin.net/pages/images/westkl.jpg

Benjamin West, King Lear, 1788

 

Shakespeare, idle weeds.

 

 46. Idle weeds.

 

Dolik, Lolium temulentum, (de naam betekent verdovend, bedwelmend) komt in koren voor, vooral in haver. Het is een van de kruiden waarvan men dacht dat het koren hierin veranderde, een degeneratie zoals Theophrastus dacht dat goede rogge in kwade veranderde.

In vroegere tijden toen de koren nog niet zo goed gezuiverd kon worden kon het hier veel in voorkomen. In jong stadium is het alleen door een kenner van het koren te onderscheiden en wordt dan ook wel dolle tarwe genoemd.

Brood dat deze korrels bevat is bedwelmend, vooral als het warm wordt gegeten. Deze bedwelming stijgt naar het hoofd, veroorzaakt oogontstekingen, zelfs blindheid, duizelingen en een soort van dronkenschap. Om die reden werd het wel dronken dolik genoemd. Bij hevige aantastingen kan het zelfs de dood veroorzaken. Die bedwelmende eigenschap zou door gisting nog versterkt worden en gewetenloze branders zouden deze zaden zelfs door bier en brandewijn gedaan hebben om die zo koppiger te maken. Te Londen zou er voor dat doel zelfs een veld vol van gestaan hebben. ‘King Henry VI’, 3,2,50:

‘Goede morgen, dapperen. Wenst gij graan voor brood?

BourgondiĎ’s hertog zal wel vasten, denk ik’’.

Eer hij voor zulk een prijs het weer koopt’.

Het was vol dolik, staat de smaak u aan’.

 

Dolik betekent dol, plus achtervoegsel ik (als in stommerik) dat betekent dus dolkruid dat verdovend of bedwelmend werkt, het is de Duitse Schwindel of Taumelgras, Franse yvraje betekent dronkenschap, het Engelse darnel heeft dezelfde betekenis.

Wat we ook zien in ‘King Lear’ IV, 4,5:

‘Helaas, hij is het, hij is juist daar gezien’.

Opbruisend als de woeste zee, luid zingend’.

Gekranst met aardveil en met akkeronkruid’.

Met bolderik, kervel, netels, koekoeksbloemen’.

‘Darnel and all the idle weeds that grow’. ‘En dolik en wat nog meer nutteloos groeit’.

‘In oud sustaining corn’. ‘Bij het voedzaam koren’.

 

Darnel veroorzaakte blindheid of dim-sighted, hij heeft darnel gegeten. Zo behoorde darnel tot de kruiden die gedragen werden door gekke, dwaze koning Lear met goede reden.

Waarschijnlijk is het dit gewas die Shakespeare cockle noemt, "sow'd cockle reap'd no corn" in ‘Love's Labour’s Lost’, 3,383.

 

Shakespeare, whaet en rye.

 

Uit; https://www.pinterest.com/pin/249809110553081324/

47. Witte brood.

 

Bij de Germaanse volkeren kwam het brood eerst tegen het begin van de middeleeuwen algemeen in gebruik. Het verving de brei of de tot een deegachtige massa gaar gekookte mengsels van meel en watermelk die tot stukken gemaakt en met water en zout gegeten werden. Nog later liet men de brij door koken dik worden, waarna men het stijve deeg in de zon of op het vuur droogde en op hete stenen bakte. In Zweden kende het volk nog in de 16de eeuw geen ander brood dan de ongegiste, harde koeken die uit water en meel gekneed en gedroogd waren. Sinds de 18de eeuw vond wittebrood geweldige uitbreiding. In midden-Nederlands van 1253 komt wei en weite voor, vergelijk oud-Engels hwaete, dit werd tot wheat. In het oud-Hoogduits komt de tarwe voor als hweizi in Gotisch betekent hvaiteis wit koren of wittebrood, een latere vorm waaraan we kunnen ontlenen dat een vroegere graansoort donkerder brood gaf.

 

Vondel, ‘Maeghden’;

‘Die onder schijn van weite, en wijndruif tot spijze..’

 

In ‘Tempest’ iv 1, 61 komen verschillende granen voor als wheat, rye, barley, oats, ook vetches en peas.

‘Ceres, gij zegenschenkster, het rijke veld’.

Vol tarwe, rogge, haver, gerst en spelt’.

Uw groene heuvels, waar het wolvee weidt’.

In kooien schuilt, met dekriet overspreid’.

Die beekjes, op uw levenwekkend woord’.

Door vochtige april met bloemrijk groen omboord’.

Dat koele nymfen kuise kransen biedt’.

Uw heidebosjes, waar de jongeling vliedt’.

Wie zijn geliefde ontvlood, uw wingerdrijen’.

‘Antony and Cleopatra’, 2,6, 30 :

‘De zee van rovers zuiveren, en naar Rome’.

Voorraad van tarwe zenden’.

 

In ‘Coriolanus’ komt er een opstand van de arme burgers tegen de rijke edelen, 1,1, 80:

‘Voor ons zorgen ! Waarachtig’.

Zij hebben nog nooit voor ons gezorgd’.

Ons laten verhongeren ja, terwijl hun schuren met koren volgepropt zijn, verordeningen maken omtrent de woeker, om de woekeraars te ondersteunen. Dagelijks de een of andere heilzame wet tegen de rijken afschaffen en dagelijks scherpere bepalingen invoeren om de armen te boeien en te knevelen. Als de oorlog ons niet opeet, dan doen zij het, en dat is al hun liefde jegens ons.’

Vondel, ‘Zeemagazyn’.

‘Nieuw Nederland bezaait, belooft ons een macht van koren

Een ander Polen schijnt voor Holland daar geboren’. (N. Amerika)

Geregeld spreekt hij van Polen.

‘’t Land wat ons koren stuurde’

 

Vondel, ‘Bespiegelingen van Godts wercken’.

‘De zwangere korenaar, die, zegenrijkste van zaad

En allervolst, haar hoofd ter aarde hangen laat

Leert ootmoed aan de rijke, en adel, en geleerde’.

 

Acres of the rye

‘As You Like It’ v 3,23:

Sweet lovers love the spring’. ‘Ja, liefde mint de mei’.

‘Between the acres of the rye’. En in de rogge vlijt zich teer’. De roggeplant kan een paar meter lang worden en maar enkele mm. dik, maar is toch zeer veerkrachtig, het is bekend als het wuivende graan.

 

Shakespeare, small beer.

Uit; http://internetshakespeare.uvic.ca/m/lifetimes/society/city%20life/trades/brewer.html

 48. Small beer.

 

De Germanen schijnen in Caesars tijd het bier nog niet gekend te hebben. Toen ze uit de historische nevelen tevoorschijn kwamen en zich meer toelegden op akkerbouw werd er ook gerst gekweekt. Een anderhalve eeuw na Caesar vermeldden Diodorus en Tacitius het wel. Ammianus Marcellinus kende de GalliĎrs als een drankvolk.

Toch werd hier tot de middeleeuwen toe niet veel bier gedronken. De heilige Columbanus trof omstreeks 600 bij de Sueven een cupa gevuld met bier aan waarmee ze Wodan een drankoffer wilden brengen. Meestal werd er wijn gedronken, vooral in zuidelijker streken totdat het door betere bereidingsmogelijkheden, vooral door de kunst om het houdbaar te houden, opnieuw terrein veroverde. Van oudsher waren stoffen toegevoegd als eikenbast, boombladeren, bittere wortelen, wilde kruiden zoals het duizendblad en gagel. Met de komst van hop kwam het nieuwe, Europese bier. Door de bittere bijwerking werd het bier houdbaar en kon ver vervoerd worden.

Het oorspronkelijk alleen door kloosters geoefende bierbrouwen hangt samen met de hopbouw dat voornamelijk in de kloosters van N. GalliĎ geschiedde. Het gehopte bier stelde zich naast de ongehopte dat onder de namen ealu, Engels ale of ealo en oud-Noors ol bij de oude Germanen gewoon was. In sommige samenstellingen betekent het vroeger een feest waar drank werd gebruikt, zie bridal. Chaucer spreekt in de ‘Canterbury Tales’ meestal van ale. In the ‘Pardoners's prologue’ vertelt hij;

Now have I dronk a draughte of corny ale’.

Hier onderscheidt hij het ale dat van koren, Hordeum, gemaakt was met de andere ale.

 

Het gebruik leerden de Engelsen van ons

Hops, reformation, bays and beer

Came to England all in one year’.

Gerard, 1597, verkoos al het beer boven ale.

 

Daarvoor gebruikte men onder andere gagel, duizendblad, hondsdraf, vergelijk de namen alehoof en tunhoof en de naam alecost voor Chrysanthemum balsamita.

‘2 King Henry IV’, 2,2,8: ‘small beer’, is zeer dun bier en onbelangrijk. Het eerste bier dat verkregen werd was zeer sterk. Uit datzelfde brouwsel werd een tweede en lichter bier verkregen. Als het voor de derde maal gebruikt werd was het zeer licht bier, een kinderbier, small beer. ‘To think no small beer of oneself’, heeft een goede dunk van zichzelf.

Porter is een donkerbier, een woord dat afgekort van Porter's beer, porter’s ale, bier dat favoriet is bij porters, portiers.

 

Beschrijving: http://inlinethumb01.webshots.com/3392/2365157740068078842S425x425Q85.jpghttp://inlinethumb01.webshots.com/3392/2365157740068078842S425x425Q85.jpg  

Wuivend riet

 

Shakespeare, waving sedges.

 

49. Waving sedges.

 

Zegge, Carex, de zegge is een tot een halve meter hoge plant met bloei in mei/juli. De plant kruipt met een stevige, ondergrondse wortelstok. Hieruit verschijnen de driekantige, slanke stengels. De smalle grasachtige bladeren hangen vaak sierlijk over. Bovenaan staan enkele manlijke bloeiwijze waaronder vrouwelijke aartjes.

De zegge komt algemeen voor in slecht verzorgde weilanden, wegbermen en dijken.

 

In Angelsaksisch komt de naam secg voor, een riet of gladiool, (een variant van sectie, verbonden met sax, saw: zaag, de betekenis is snijgras) het is de Engelse sedge, zie Shakespeare in ‘Taming of the Shrew’, Inleiding, II,53;

‘Houdt gij van schilderijen? Dadelijk halen’.

Wij u Adonis, rustend aan een beek’.

‘And Cytherea all in sedges hid’.’ En Cytherea, diep in het riet verborgen’.

‘Which seems to move and wanton with her breath’. ‘Dat licht bewogen met haar adem speelt’.

‘Even as the waving sedges play with the wind’. ‘Zoals wij riet zien dartelen met de wind’.

 

‘Spear grass’ 1 ‘King Henry IV’ ii, 4,340;

‘Is genaamd aculeatum, er zijn drie soorten van. De eerste heeft vijf van zulke prikkers aan de top en wordt daarom pentadactylon genoemd of five finger grass’. Mogelijk Agrostis.

 

Shakespeare, reed.

Uit; http://www.allposters.com/-sp/Syrinx-into-a-Reed-Book-I-Illustration-from-Ovid-s-Metamorphoses-Florence-1832-Posters_i9049605_.htm

50. Het suizelende riet.

Riet, Phragmites, wordt een paar meter hoog. Tegen de tijd dat de vruchtjes rijp zijn, worden de steeltjes van de aartjes bedekt met lange zijdeachtige haren, zodat de bloeiwijze op een grote bal van veren lijkt.

Het golvende riet met zijn pluimachtige bloemtrossen en blauwachtige groene bladeren, dat aan de oevers van onze wateren groeit, wekt bij ons steeds een eigenaardig schoonheidsgevoel op.

Vondel, ‘Het Lof der Zeevaert’;

‘Dorst met een rieten schuit, en met gevlochten biezen.’(Een verwijzing naar de boten van Papyrus bij de Egyptenaren)

Vondel, ‘Brief aan den Drost van Muyden’;

‘Biezen, lof, en ruigte, en riet

Weksters van de nachtegalen

Die hier in de takken dalen

’t Welk de leeuwerik lijkt te node

’t Zij hij rust op een groene zode

’t Zij zijn keeltje stilletjes steigert….. ’

 

Riet was bij de Grieken het zinnebeeld van muziek. De legende zegt dat Pan de schone Syrinx achtervolgde tot aan de rivier Ladon waar de nimf de hulp van de stroom inriep om aan de bosgod te ontkomen en op haar verzoek in riet veranderd werd. Pan sneed toen verscheidene rietstengels af tot aandenken, bracht ze aan zijn lippen en ontdekte zo de beroemde herdersfluit. Athene zou de fluit hebben verworpen omdat die het gezicht van de musicus misvormt. Het is geen zinnebeeld van de hogere toonkunst. De lier, waarbij je gelijk de stem kan gebruiken, was het hogere instrument van de god Apollo.

Riet komt voor in ‘Antony and Cleopatra’, 2,:

‘Ik had al even lief een riet, dat mij geen dienst kon doen, als een hellebaard, die ik niet kan tillen’.

 

Beschrijving: http://www.touchstone.bham.ac.uk/exhibition/MND/Includes/1959a.jpg http://www.touchstone.bham.ac.uk/exhibition/MND/Includes/1959a.jpg

rushes strewn on the floor gave..

 

Shakespeare, light of heart, rushes strewed.

 

 51. Light of heart.

 

De russen, Juncus, zijn nuttige planten, ze worden gebruikt in vlechtwerk en om takken en bloemen aan te binden. In vroegere dagen werden de russen veel meer gebruikt, slaapkamers, eetkamers, de hal, theater, kerken en voorkamers in paleizen als in die van koningin Elisabeth werden met hen bestrooid. Karpetten kwamen pas voor bij Edward III, 13de eeuw. De vloeren werden elke dag of 1 keer in de week  verfrist, in die tijd was het de gewoonte om van alles van tafel te gooien, botjes kwamen zo op de vloer bij de honden. Mogelijk waren er ook al kruiden en kwamen er wat verfrissende bloemen bij.

 

De rush komt voor in ‘Taming of the Shrew’, iv,1,45: ‘the house is trimmed, rushes strewed, cobwebs swep’", ‘het huis is schoon, russen zijn gestrooid en spinragen zijn geveegd’. Blijkbaar werden ze als sier en als verfrissing op de grond gestrooid. ‘Cymbeline’ II,2,12: ‘zo sloop eens zacht Tarquinius over het bies, dat was toen hij verstopt was in de kist om Imogeen te bedriegen’. Ook in het gedicht ‘Lucretia’ worden biezen vermeld waarmee, overeenkomstig het gebruik van zijn tijd, de vloeren bestrooid waren. ‘King Henry IV’, V,5,1: ‘meer biezen, meer biezen!’.  Evenals in die tijd de vloeren van de feestzalen worden hier, ter ere van de komst van de pas gekroonde koning, de straten met biezen bestrooid.

Zie het spreekwoord, ‘De biezen pakken’, dat wil zeggen er van door gaan, zijn matten oprollen. In het Fries ‘syn bizen pakke’.

‘Coriolanus’, 1,4,10:

‘Eer rijten we onze muren’.

Omver, dan dat ze ons kerkeren. Onze poorten’.

Zijn slechts voor de schijn, door biezen, toegesloten’.

Vondel, ‘Joannes de boetgezant’;

‘Op een biezenmat, met zijn hand gevlochten’.

Verder;

‘Recht naar die toren toe, de koperen deur knarst open

Hij treedt de kerker in, daar slak en pad kropen

En slechts een biezenmat de naakte leden, gestrekt

Op een bundel stro, voor kou beschut en bedekt

De kerker wordt bewaakt door gruwelijke honden’.

 

De halmen van alle biezen zijn gevuld met luchthoudend merg, vooral van de pitrus. Het merg is heel geschikt om er lonten voor kaarsen van te maken. Voor het verkrijgen van een lont pel je de buitenkant ervan af, wat heel voorzichtig moet gebeuren want het merg wordt zo stuk getrokken. Het beste is van onderaan af te beginnen. Wanneer een zo lang mogelijke lont is verkregen kan die in een vloeibare was of vet gedoopt worden, waarna er een soort kaars wordt verkregen, dit wel verscheidene malen herhalen, dan zal de lont branden met een korte heldere vlam.

 

‘Romeo and Juliet’ 1,4,34.

‘A torch for me; let wantons, light of heart’. ‘Voor mij een toorts; dat dartelen, licht van hart’.

‘Tickle the senseless rushes with their heels’. ‘Het gevoelloos strooibies kittelen met de voeten’.

Voor mij, ik houd me aan ’t oude en ware woord’.

...I'll be a candle-holder’. ‘Wie het licht te dragen heeft, zie rustig toe’.

 Hoe mooi het spel ook mag wezen, ik ben het moe’.

 

De waterrus, Juncus articulatus (geleed) is de Engelse shining fruited jointed rush. Het is een algemene vorm die in vochtige en waterrijke gebieden voor komt en 30-60cm hoog wordt. De bloemen komen in juli en augustus en worden gevolgd door de donkere, glimmende zaden.

 Zijn opgaande, eindstandige tros is mogelijk geschikt voor Chaucer’s beschrijving;

‘The stalke was as rishe right

And thereon stood the knops upricht’.

 

Shakespeare,  your date is better in your pie and porridge than in yor cheeck.

 

Uit; http://toriavey.com/history-kitchen/2014/03/shakespearean-cooking-funeral-baked-meats/

 52. Date.

 

De dadelpalm, Phoenix, levert dadels die in trossen langs het blad hangen. In volle groei kan een boom 18-20.000 dadels leveren. Het vruchtvlees is zoet, bevat 54% aan suiker en wordt vers of gedroogd gegeten of tot dadelkoeken gemaakt. Zo werden ze wel op markten verkocht.

 

Shakespeare in ‘All's Well That Ends Well’ I, 1, 173 waar Parolles spreekt over de maagdelijkheid van Helena.

‘Laat zien; nu op mijn woord, slecht, als aan haar iemand behaagt, aan wie zij niet behaagt. Zij is een waar, die door het liggen haar glans verliest; hoe langer bewaard, hoe minder waard; weg er mee, terwijl ze nog gewild is; neem de tijd waar; dat er vraag naar is! Maagdelijkheid doet als een oud hoveling, en draagt haar hoed, tot hij uit de mode is, rijk versierd, maar niet sierlijk, juist als de hoedengesp en de tandenstoker, die niemand meer draagt. ‘Your date is better in your pie and your porridge than in your cheek’. ‘Ouderdom is beter voor uw wijn dan voor uw wang; en uw jufferschap, uw oude jufferschap, is als een ineen geschrompelde Franse peer, zij is lelijk voor het oog en droog van smaak; trouwens het is een ineengeschrompelde peer; zij was vroeger beter, trouwens, ja, ‘t is een ineengeschrompelde peer. Wat wilt gij er mee doen?’

 

‘The Winters Tale’ IV.3. 50, waar kruiden nodig zijn voor het schaapscheerderfeest:

‘Drie pond suiker, vijf pond krenten, rijst; wat wil die zus van mij nu met rijst doen? Maar mijn vader heeft haar tot koningin van het feest gemaakt, en ze wil dat nu zo. Daar heeft ze me vier en twintig ruikers gemaakt voor de scheerders, allen drie stemmige liedjeszangers, en heel goede ook, maar de meeste zijn tenors en bassen, maar er is en puritein bij, en die zingt psalmen bij de horlepiep. ‘I must have saffron, to colour the warden pies; mace, dates, none; that's out of my note: - nutmegs seven; a race of two of ginger, four pound of prunes’. ‘Ik moet saffraan hebben om de perenkoekjes te kleuren, foelie, dadels niet, dat staat niet op mijn lijstje, muskaatnoten, zeven stuks, een paar stukken gember, o’, maar die moeten ze mij geven, vier pond pruimen, en even zoveel trosrozijnen’.

Vondel, ‘De Heerlijckheyd van Salomon’;

’Amandels, dadels, myrrhe en balsem….’

 

De boom is tweehuizig, Theophrastus wist de noodzakelijkheid en vertelt hoe te handelen, hoewel ze het principe niet kenden. Sinds de ouderdom was kunstmatige bevruchting een gewoonte, de trossen van de manlijke bloemen werden aan de vrouwelijke gehangen. Volgens de ouden helden de bomen zelfs naar elkaar over.

Vondel, ‘De Heerlijckheyd van Salomon’.

’De rechte Palm in ’t neigen

Kust vriendelijk zijn bruid’.

 

De stam is zeer elastisch, een storm kan hem wel buigen of uit de grond rukken, maar niet breken. Die stammen werden wel als balken gebruikt waaraan men de eigenschap toeschreef dat ze bij belasting niet doorbogen, maar zich tegen de druk in gingen krommen. Waar dan mogelijk de uitdrukking vandaan komt, ‘de palm groeit tegen de verdrukking in’, vergelijk. Vondel ‘Palamedes’ 1042;

"toon dat waere deughd.

Als d'eedle pallemboom, geen last te draeghen weygert

En tegens 't swaer gewight der lasteringen steygert".

Vondel, ‘Bespiegelingen van Godts wercken’;

‘Behalve dat ons plant en kruid en dier genezen

Kan elk uit haar aard en eigenschappen lezen

Een lering voor ’t gemoed, de brave dadeltak

Door de Duitsers palm genoemd, bezwijkt niet onder ’t pak

Met heft het hoofd om hoog, en leert in tegenspoeden

Volharden, en getroost de schade met baat vergoeden

De kuisheid wederstreeft, gelijk de lauwrier

De vlamme, en slaat geluid in ’t heilloos minnevier’.

Vondel, ‘Huigh de Groots Josef of Sofompaneas’;

‘’t Zij dat er alruin bloeit, of palmbomen staan

Wier tak zich niet buigt, hoe zwaar zij hangt geladen’.

 

Bij de vroege christenen werd de palm als levensboom op de graven geplant, in de tijden van vervolging waren ze wel te buigen maar groeiden tegen de verdrukking, ze braken niet. Tevens is de palm een symbool van wederopstanding, naar de telkens opschietende, altijd groene spruiten.

Vondel, ‘Salomon’;

‘Dan smaakt geen muskadel zo lekker als haar borsten

Wat dochter treedt zo braaf, als deze spruit der vorsten

Hoe rijzig schiet ze omhoog, gelijk een palmboom

Dan viert de minnegloed der poĎzie de toom

Om ’t lichaam naar zijn lust met zulk een geur te kleden

En wederom te ontkleden haar schone albasten leden

Die wijnkroes boordevol, en rond gedraaid en net

Die gouden tarweschoof, met leliĎn bezet

De dicht gesloten hof, en wat voor lieve namen

En titels zijn vermaak en liefde meer betamen’.

 

Beschrijving: aShakespeare, Phoenix en de tortel vlood, liefde en echte trouw zijn dood.

 

53. De palm-tree, Phoenix, komt voor in ‘As You Like It’, III,2,186.

De Phoenix van de Arabieren is een mythologische vogel, ook de palmboom wordt zo genoemd. Er is maar 1 boom in ArabiĎ waar de vogel haar nest bouwt. Als ze oud wordt spreidt ze haar vleugels en vliegt naar deze boom. Daar bouwt ze haar nest van aromatische twijgen, cassia en wierook, en verbrandt in haar eigen geur, ze wordt verteerd door de vlammen. Uit de as komt ze vernieuwd te voorschijn, met zijn geboorte is ook de boom opnieuw geboren. Shakespeare schijnt te twijfelen over dit verhaal. In de ‘Tempest’ verdwaalt Sebastian op een magisch eiland en gelooft half in beest en boom als een vogel van verbeelding. III, 3, 23;

‘Now I will believe’. ’Ik geloof nu ook’.

‘That there are unicorns; that in Arabia’. ‘Aan eenhoorns, dat in ArabiĎ’.

‘There is one tree, the Phoenix throne; one Phoenix’. Een boom, de troon van de Phoenix groeit, een’.

‘At this hour reigning there’. ‘Nog heden daar regeert’.

Maar er is twijfel. Hij vermeldt de boom weer in de openingsvers van de ‘Phoenix and the Turtle’:

‘Let the bird of loudest lay’. ‘Dat de vogel, luidst van stem’.

‘On the sole Arabian tree’. ‘Op Arabisch boom zich zet.

‘Herald sad and trumpet be’. ‘Daar heraut zij en trompet’.

‘To whose sound chaste wings obey’. Kuise wieken roep met klem’.

De tortel heeft zijn naam naar het geluid dat die maakt, het is een simpele vogel. Is kuis en als hij zijn makker verliest zoekt hij niet het gezelschap van een ander maar gaat alleen en heeft diegene in gedachte die hij verloren heeft, weent al die tijd, houdt van en kiest rustige plaatsen en vermijdt het gezelschap van mensen. Troilus and Cressida iii, 2, 185, ‘as turtle to her mate’. De tortel blijft trouw en wil ook haar partner niet overleven. Als de overlevende ooit zou paren met een ander, dan zal hij bij leven of dood, het moge een hij of zij zijn, de naam en eer ontzegd krijgen van een ware tortelduif.

De vogel en de boom zijn symbolen van onsterfelijkheid, de tortel is het symbool van liefde, er kan er maar 1 zijn, de vogel wordt gebruikt als een voorbeeld van uitzonderlijkheid. Koppel de Phoenix, een ideale vrouw die perfect is in liefde, met de tortel die trouw aan zijn maat is tot in de dood. Ze worden 1 in de dood door het verbranden van zichzelf in een verterend vuur.Vandaar;

‘The Phoenix and the Turtle’.

Love and Constancy is dead’.Liefde en echte trouw zijn dood’.

 

http://www.boschplaatse.nl/slingertuin/vogels/Turkse_Tortel_Streptopelia-decaocto.jpgBeschrijving: http://www.boschplaatse.nl/slingertuin/vogels/Turkse_Tortel_Streptopelia-decaocto.jpg

 

‘Phoenix and the Turtle fled’. ‘Phoenix en haar tortel vlood’.

‘In a mutual flame from hence’, ‘Een vlam deed hen vergaan’.

Nam de min twee wezens in’.

’t Innigst wezen was toch een’.

Twee in schijn, verdeling geen’.

Veelheid sneefde door de min’.

Harten twee, doch niet gescheiden’.

Afstand zonder afstand, ja’.

Bij dien tortel en zijn ga’.

Wonder! Slechts niet bij die beiden’.

Liefde gaf zo heldere schijn’.

Dat de tortel heel zijn wezen’.

In de Phoenix ogen kon lezen

Ieder noemde de ander mijn..…

Ach, het edelst paar is dood’’.

Nu de Phoenix de ogen sloot’.

De adem tortels borst ontvlood’.

En geen kroost ontsproot uit hun echt’.

Niet door zwakte was ontzegd’.

Maar hun kuisheid was oprecht’.

 ‘a phoenix among women’ :

AIf she be furnished with a mind so rare’.

She is alone the Arabian bird’.

‘3 King Henry vi’, 1, 4, 36;

‘Mijn as kan, als de feniks doet, een vogel’.

Verwekken, die mij op u allen wreekt’.

Vondel,’ Joannes de boetgezant’;

‘De ceder, de kaneel, de laurier rijk afgebeeld

Elk met haar ranke siert zijn plooien opgestreeld

De wit gevlerkte zwaan die hem toejuicht met vermaken

Een nieuwe lofzang op zijn gouden mantel wil laken

De phoenix hier zijn nest en grafstee bouwen wil’.

 

Shakespeare, rice.

 

Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: flora54. Rice.

 

Rijst is het hoofdvoedsel van de helft van de wereldbevolking. Rijst groeit in vochtige gebieden wat in Japan, China, Java en andere landen sinds alle tijden tot kunstige waterwerken geleid heeft die een grotere onafhankelijkheid van het regenseizoen mogelijk hebben gemaakt en tot 2 oogsten in het jaar geleid heeft.

De Arabieren brachten het van India naar de Nijldelta, N. Afrika en vandaar naar SiciliĎ. De Moren zorgden voor de overbrenging, 640‑1517 na Chr., naar Spanje. 

Met de legers van Keizer Karel kwam het in Lombardije, ItaliĎ en vandaar naar Z. Frankrijk. Omstreeks 1580 arriveerde het in ItaliĎ waar het enorm toenam, van de monden van de Alpenrivieren tot aan de Romagna. De kunstmatig bevloeide velden veroorzaakten koorts en malaria zodat de verbouw van regeringswege beperkt werd.

‘The Winters Tale’ IV.II.50: waar de zotte zoon van de schaapherder zich afvraagt wat Perdita met rijst moet, rice, en iv 3,11;

‘Laat er eens zien, wat heb ik voor ons schaapscheerfeest te kopen? Drie pond suiker, vijf pond krenten, rijst, wat wil die zus van mij met rijst doen? Maar mijn vader heeft haar tot koningin van het feest gemaakt en ze wil dat nu zo’.

 

Chaucer, sugre that is trye.

 

55. Sugre that is trye.

 

In de 9de eeuw raffineerden de Arabieren al suiker dat in het voormalige Susiana groeide. In 996 kwam uit AlexandriĎ suiker naar VenetiĎ en daar zou het in de lang gebruikte broodvorm gebracht zijn. Die vorm zou uit China stammen.

Toch bleef suiker zeldzaam tot aan de kruistochten. In 1176 schonk Willem II een molen tot het malen van suikerriet aan de monniken van het klooster Monreale te SiciliĎ. Eerst door de kruistochten werd het algemeen bekend. Marco Polo verhaalt van suikerfabrieken in China in de 13de eeuw na Chr. In 1319 zond T. Loredano, een Venetiaans koopman, een lading van 100 000 Engelse ponden suiker naar Londen om tegen wol te worden omgeruild.

 

In the ‘Tale of sir Thopas’ vertelt Chaucer over lieflijke dingen;

Of romances that been roiales’.  ‘Van koninklijke romances’.

‘Od popes and of cardinales’. ‘Of van paus of kardinaal’.

‘And eek of love-likynge’. ‘En ook een minne geval’.

‘They fette hym first the sweete wyn’. ‘Zij brachten hem eert de zoete wijn’.

‘And mede eek in a mazelyn’. ‘En maakten mede in een kommetje’.

‘And roial spicerye’. ‘En specerijen dure’.

‘Of gyngebreed that was ful fyn’. ‘En gemberkoeken o zo fijn’.

‘And lycorys, and eek comyn’. ‘En zoethout en ook komijn’.

With sugre that is trye’.  ‘Met suiker zoet en pure’.

Suiker dat men probeerde is wel een opvallend detail. Bij Shakespeare is suiker blijkbaar algemeen. In ‘The Winters Tale’ IV.II.50 moet er al drie pond suiker gehaald worden met andere specerijen.

Suiker, ‘I King Henry IV’ ii, 4,25 en ‘Love Labour Lost’ v, 2, 231. Sugar candy in ‘1 King Henry IV’ iii, 3, 180  waar het al gewoon is;

‘Een eerlijke vrouw van zakkenrollerij te beschuldigen! Wel, jij, liederlijke, onbeschaamde, opgezwollen schelm, als er iets in je zak zat dan herbergierrekeningen, nota’s uit knippen, en voor een armzalige stuiver kandijsuiker om de keel glad te houden, als je zakken gevuld waren met andere ongerechtigheden dan deze, dan ben ik een schurk’.

 

bij Vondel in het ‘Suikerliet’ komt de suiker al uit BraziliĎ;

‘Het lust der feestgenoten blij

De zoetigheid, van elk gewenst, de prijzen

Te loven dat al de aderen rijzen

Verslingert op ’t puik van lekkernij

Het godendom en mensdom haakt

Naar lieflijkheid, met matigheid gesmaakt

En, als dauw, gestort op lekkere tongen’.

….3 ‘Zo gaat het naar de hemelstijl

En hier benden, in ’t wentelen der jaren

Ontziet men niet met lust te varen

Ter wereld uit naar suikerzoet Brasil

Daar ijvert elk om suikerriet

Te snijden, in het wildemans gebied’.

 

Beschrijving: http://www.mieliestronk.com/saffraan_rz_vg.jpghttp://www.mieliestronk.com/saffraan_rz_vg.jpg

 

Shakespeare, saffron to colour de warden pies.

 

56. Saffron my predicacioun.

 

Saffraan, Crocus, gold als de koning der specerijen, maar ook als de duurste. Dat komt door de winning. 100 gram saffraan wordt gewonnen uit 18 286 bloemen.

Saffraan is die gele kleur die op oosterse tapijten zo sterk tot uitdrukking komt. Vanwege zijn goudkleur werd het gebruikt als goudvernis, verwerkt in goudbroden, goudrijst, het kleuren van kaas etc. Vanouds werden hier de gordijnen er roomkleurig mee geverfd. Nog wordt saffraan gebruikt door kanariekwekers, ze kleuren geler als men ze met saffraan voert. De rijke Arabieren verven nog hun ooglid, vingertoppen en tanden goudkleurig als teken van welstand. Het was een van de kastetekens van India, het teken der rijken.

 

In the ‘Pardoners’s Prologue’ kleurde Chaucer in de ‘Canterbury Tales’ er zijn verhaal mee: ‘To saffron with my predicacioun’.

 

Saffraan werd gemengd met wijn tijdens trouwceremonies, saffraan was dan ook aan Venus gewijd en zou een liefdesdrank zijn. Het gaf de meisjes kleur op de trouwdag.

De saffraan groeide zo rijk in een bepaald deel dat die bekend werd als Saffron Hill. Het kruid werd hoog vereerd in Engeland. Zo lezen we dat de spenen van gekleurd saffraan waren en sommige snoepgoed grote aftrek had. Saffraan werd zoveel gebruikt als verfstof dat Hendrik VIII een verbod uitvaardigde dat saffraan verboden werd als haarverf.

Shakespeare in de ‘Winters Tale’ laat de clown zeggen, IV,  3, 17;

‘I must have saffron, to colour de warden pies’, hij moest saffraan hebben, ‘om kleur te geven aan een soort stoofpeergebak’.

 

Traditioneel wordt een saffraankleurige baard toegeschreven aan Judas, zo ook aan Kaēn zodat we Shakespeare kunnen verklaren in de ‘Merry Wives of Windsor, 1,4,25,’ als Simple, om zijn meester te beschrijven, zegt:

He hath but a little wee face, with a little yellow beard’.

 

Veel komt de saffranen dageraad voor bij Vondel, dit werd zo bezongen door Homerus.

Vondel, ‘Henriette Marie t’Amsterdam’;

‘Zo lang ’t hemels licht, met zijn saffranen tonen

Zich spiegelde in ’t kristal van de Amsterdamse stromen

En zegende, met gras en bloemen, Gijsbrecht’s wei

Rook Amsterdams burgerij nooit bloesemrijker mei

De leeuwerik kwinkeleert. De bomen en prielen

Onthalen deze dag, als met herboren kelen

De koekoek houdt zijn toon, daar ’t groen gulhartig lacht

De nachtegaal verheft zijn klanken uit volle kracht

En loopt gevaar, dat hij zal barsten door al dat brallen’.

Vondel, ‘Bespiegelingen van Godts wercken’;

‘Saffraan verheugt de geest’.

 

Chaucer, galyngale.

 

Uit; http://www.theoldfoodie.com/2006/10/chaucers-cook.html

 57. Galyngale.

 

Galanga, Alpinia, werd eens gebruikt als een aromatische opwekkend middel door de Arabieren en Grieken. De plant wordt in India als geurende stimulans gebruikt. 

 

In de ‘Canterbury Tales’ vertelt Chaucer in de ‘General Prologue’:

"And poudre-marchant tart and galyngale’.

Wel koude he knowe a draughte of Londoun ale".

De poudre-marchant was een taartgeurend poeder, galyngale was, volgens een commentator, een specerij die gemaakt werd van de wortel van Cyperus. Die werd wel gebruikt als vervanger.

 

Shakespeare, buy gingerbread.

 

 58. Gingerbread.

 

In Angelsaksische medische boeken uit de elfde eeuw komt gember, Zingiber, voor. In the ‘Tale of sir Thopas’ vertelt Chaucer in zijn ‘Canterbury Tales’ over lieflijke dingen;

Of gyngebreed that was ful fyn’.

 

Ingemaakte gember kwam met suiker in de handel. Engelse herbergiers hadden gemalen gember in voorraad om die op het bier van dorstige klanten te strooien en door te roeren met een gloeiende pook, de ginger ale, -beer. Huisvrouwen maakten vaak hun eigen ginger. Hierbij was het wel belangrijk om de handen te beschermen bij het schrapen van de wortels, anders branden je handen dagen lang. In 1884 kocht men in Engeland 5.600.000 ponden ginger in voor een waarde aan 620 000 Engelse ponden. Ginger komt voor in Shakespeare's ‘Twelfth Night’, II, 3, 126 en ‘Measure for Measure’, IV, 3,6,9

Ook moest er een goedkoop soort ginger geweest zijn, ‘Winter’s Tale’ IV, en ‘King Henry IV’, II, 1,26, zoals de clown in de ‘Winter’s Tale’ IV.II. 50 zegt dat hij dit kon krijgen:

‘I spent eleven pence (for ale), beside three races of ginger. Tapster, ho, for the king a cup of ale and a fresh toast; her's two races more’. Race is mogelijk een afgepaste hoeveelheid.

Gemberbrood was heel populair in Engeland. ‘Love's Labour Lost’ v:1: ‘An I had but one penny in the world, thou shouldst have it to buy gingerbread’.

 

Beschrijving: http://web.ukonline.co.uk/conker/conkers-and-ghosts/wassailing.jpghttp://web.ukonline.co.uk/conker/conkers-and-ghosts/wassailing.jpg

of hot ale or cider, nutmeg

 

Chaucer, notemuge to putte in ale.

 

59. Notemuge.

 

Muskaatboom, Myristica, Engelse nutmeg. In de 6de eeuw werd de specerij door Arabieren uit IndiĎ naar Constantinopel gebracht. In India was het al lang daarvoor in gebruik en ook in oude Egyptische mummiekisten heeft men de muskaatnoot gevonden.

Later was het algemeen in Europa. In de 9de eeuw werd het door Arabieren in de medicijnen en als liefdesdrank gebruikt. Op het eind van de 12de eeuw was het in N. Europa bekend.

In Engeland was de specerij in de 14de eeuw in hoge aanzien, een pond van deze specerij had de waarde van 3 schapen. Chaucer noemt in zijn ‘Canterbury Tales’ een 14de eeuws mengsel van nootmuskaat en bier. In the ‘Tale of sir Thopas’;

‘And notemuge to putte in ale’.

Shakespeare noemt ze met de cloves die in een lemon zijn gestoken in ‘Love's Labour’s Lost’ v,2,650:

‘A gilt nutmeg’.

A lemon’.

Stuck with cloves’. Zie ook ‘Winters Tale’ iv 3,49.

 

 

Shakespeare, as an orange.

 

 60. Orange.

 

De citroen die wij nu kennen bevat veel meer sap dan de originele vorm, dit is Citrus x limonia. Het intensieve vruchtenzuur van was een geliefde bijgave in vele etenswaren. Onrein, smakeloos water werd ermee drinkbaar gemaakt en met de gelijkertijd bekend geworden suiker werd de kostelijke veelbegeerde limonata gemaakt, in Engeland was de lemonade bekend in 1663.

Uit het Arabisch stamt het Franse limon, de Engelse lime of lime-juice. Shakespeare schrijft over de lemon in ‘Love's Labour’s Lost’, v,2,653 en ‘Much Ado About Nothing’, II,1,305.

‘De graaf is noch treurig, noch ziek, noch vrolijk, noch wel, maar zuur, Prins, zuur als een citroen en ook wel wat van die jaloerse kleur’.

 

De kruisvaarders ontdekten de oranjeappel in Palestina. Uit Sanskriet, via Perzisch kwam de Franse naam pomme d'orange ca 1300 en orange omstreeks 1393, naar de daar inlandse naam voor aureum: goud. De o is gevormd onder invloed van de naam van de stad Orange. Zie Shakespeare in ‘Much Ado About Nothing’, iv, 1,30;

Civil count, civil as an orange, and something of that jealous complexion’. ‘Geef niet uw vriend die voze oranjevrucht. Ze is slechts de schijn en schaduw van haar eer’. Civil is waarschijnlijk een verbastering van het woord Seville.

Vondel, ‘Joannes de boetgezant’;

‘..een  ander Ofir vloeide in ’s Konings kist en kas

Nu schenen veld en bos van wildbraad leeg gevangen

Limoen, olijf, granaat, en gouden orangen hangen

Aan takken, druppende de juffrouwen in de mond’.

Vondel bezingt vooral de oranjeappel.

‘Op de Beeldenis van Vostinne Amelia’;

‘Had Paris haar belonkt in ’t midden van de godinnen

Had hem Amelia beschenen met een blik

Hij had haar als schoonste geroemd, nu schonk haar Frederik

De Oranjeappel, als aan een der ere der Vorstinnen’.

Vondel, ‘Palamedes oft vermoorde Onnooselheyd’;

‘Oranjemei lied

‘O, hoe zalig is het te duiken

Onder de Oranjeboom

Bij een kristallijnen stroom

Gouden appels te plukken

En te reuken geur en lucht

Van die schone Oranjevrucht’.

 

Shakespeare, is as luscious al locusts.

 

 61. Locusts.

 

‘The food that to him now is as luscious as locusts, shall be to him shortly as bitter as coloquinta’, ‘Othello’ i, 3, 354. ‘wat hem nu zoet smaakt als honing, wordt hem alras zo bitter als kolokwint’.

Lotus, Zizyphus lotus, wordt gehouden voor de lotusboom die in de werken van Homerus voorkomt. ‘De bomen rondom hen waren vol voedsel, lotus was hun naam, het sap was als nectar etc. De vruchten ervan zijn eetbaar en werden in ouden tijden, evenals nu, door de bewoners van Tunis en Tripoli gegeten die daardoor de naam van Lotophagen: lotuseeters, verkregen. Toen Odysseus daar aan land ging werd hij en zijn metgezellen vriendelijk ontvangen en kregen zoveel lotusvruchten te eten als zij maar wilden. Door die vruchten uit te persen en te mengen met water wordt een wijn verkregen die maar een paar dagen goed blijft en waarschijnlijk dezelfde wijn is die zulke vreemde verschijnselen bij Odysseus en zijn mannen opriep. Het beviel hen bij de Lotophagen zo goed dat zij niet meer naar het schip wilden terugkeren en met geweld gehaald moesten worden en vastgebonden zodat zij niet meer zouden vluchten.

 

Kolokwint, Citrullus colocynthus, is een taaie komkommerachtige die een gele vrucht geeft met een dunne breekbare schil, waarbinnen zich week, zeer bitter en lichtkleurig vlees bevindt.

Het is mogelijk de kolokwint van 1 Koningen 6:18. De vergiftigde vrucht van een wilde klimplant werd door de jonge profeten bij vergissing voor eetbare meloenen gehouden. De profeetskomkommer die zo bitter was, een tegenstelling met de zoete lotus.

 

Beschrijving: http://www.apinchof.com/bigbay.gifhttp://www.apinchof.com/bigbay.gif

 

Shakespeare, Rosemary and bays.

 

 62. Bays.

 

De laurier, Laurus, is een sierboom met donkergroene, leerachtige bladeren.

In the ‘Merchant's Tale’ vertelt Chaucer in zijn ‘Canterbury Tales’ over de altijd groene laurier;

Myn herte and alle my lymes been as grene’.

As laurer thurgh the yeer is for the sene’.

 

Het Engelse sweet bay is een afleiding van 15de eeuws baie en dat van Latijn baca: bes, het is de besboom. Shakespeare in ‘Pericles’ iv, 6,160: ‘Rosemary and bays’.

Studenten die een graag gehaald hadden aan de universiteit werden bachelors genoemd, dit woord stamt van Frans bachelier en dat van Latijn baccalaureus: laurierbes. Die studenten was het niet toegestaan te trouwen, hun taken als echtgenoot en vader zou hen weghouden van hun literaire overpeinzingen en zo werden in de loop der tijden vrijgezellen jongens bachelors genoemd.

 

Geregeld noemt Shakespeare het bekransen met de roemrijke laurier, Antony and Cleopatra 3, 1,10

‘Antonius, op de zegekar u plaatsen’.

U kransen met laurieren’.

De laurier was een geluksbrenger, maar zo gauw het gewas verdorde was dit een boos teken waardoor oorlog, ziekte en dood aangekondigd werd. Zo zou voor de dood van Nero de laurier beginnen te verwelken ofschoon het een milde winter geweest was. Toen in latere tijden, 1629, in Padua de pest uitbrak stierven de laurieren als eersten. Dit overtuigde de mensen dat de lucht met schadelijke stoffen gevuld moet zijn geweest.

Het afsterven van de laurier was een slecht teken, een voorbode van de dood. Men dacht dat de koning dood was, zei de kapitein van de Wales in ‘King Richard’ II, 4,8;

‘Elk acht de koning dood; wij wachten niet’.

The bay trees in our country are all wither'd’.

‘In het ganse land staan de laurieren dor’.

Vondel, ‘Begroetenis aen Fredrick Henrick’;

‘Hollandse maagden, vlecht Oranje met laurieren

En bekranst Frederik, die in ’t land bestieren’.

Vondel, ‘Inwying van den Christen tempel t’Amsterdam’;

‘Al zijn de ganzen schuw van heilige laurieren

En vijand van de zwaan, op wiens muziek ze tieren’.

In de ‘Amsteldamse Hecuba’;

‘.... naar zeden gepruikt met de heilige laurier’.

Vondel, ‘Bespiegelingen van Godts wercken’, de medische gebruiken;

‘De heilige laurier verdubbelt onze krachten

Verwarmt het ingewand, schept vrolijke gedachten’.

 

Shakespeare, Is ‘t so saucy?

Uit; http://bardfilm.blogspot.nl/2013_04_01_archive.html

 63. Is 't so saucy ?

 

Vroeger en ook in latere tijden was peper, Piper, het symbool van de gehele specerijenhandel. VenetiĎ, Genua en Zuid Duitse handelssteden dankten daaraan voor een groot deel hun rijkdom. In de Middeleeuwen werd de tol op peper ontwikkeld en in de 14‑15de eeuw werd het bij geldnood als betalingsmiddel gebruikt. Huren, bruidsschatten, belastingen en dergelijke werden wel met peper betaald, peperduur.

 

Pepper komt voor in ‘Twelfth Night’ III, 4,158:

‘..I warrant there's vinegar and pepper in't’. ‘Ik verzeker u, er is peper en azijn in’.

‘Is 't so saucy?’  Is ze zo sterk gekruid?’

Vondel, ‘Op Maria de Medicis’;

‘Ons Holland strekt een schuur

Voor ’t Indische gewas. Het Noorden heeft geladen

Al ’t geen ’t oosten teelt. Al wat het hemels vuur

Deze zomers kookt en braadt, bewaard, in dit gewest

De kille wintervorst, die vurig de peper kauwt

ArabiĎ geeft ons zijn wierookvat ten beste

De handel met de Pers tot noch toe niet verflauwt

Hij ruilt zijn zijde en zijn katoenen ware..’

 

De Spanjaarden noemden de specerij peper pimiento, dit van Latijns pigmenta wat meervoud is van pigmentum: een specerij, zie middeleeuws Engels piment: wijn met honig en specerijen, zoals Absalon zond naar de vrouw van de timmerman Alison in Chaucer's ‘The Millers Tale’.

 

 

Shakespeare, soft myrtle.

 

Uit J. Grandeville.

64. Soft myrtle.

 

Myrtus communis, myrt, is een dicht bebladerde, altijdgroene struik van 2‑5m. hoog. Heeft zoete, geurende witte bloemen. Myrt heeft sinds de oudheid een associatie met vrede, liefde en onsterfelijkheid. In de Bijbel is ze het beeld van de heerlijkheid van het Beloofde Land in tegenstelling met de toestand in Exodus. Jesaja stelt tegenover de doornstruik dan ook de myrt. De myrt stamt uit het Paradijs. Adam en Eva werden door een engel met vlammend zwaard uit het paradijs verdreven en gingen wenend de laatste maal door de vruchtbare tuin, naar de vrucht beladen bomen en de schitterende bloemen. Aan de weg stond de vriendelijke mirt, Adam strekte zijn hand uit en brak een twijg af om een aandenken aan die zalige tijd mee te nemen. Buiten plantte hij die twijg in de aarde en begoot die met hete tranen. En daar groeide het op tot aan de huidige dag, een herinnering aan gelukkige tijden. En daarom draagt ook de gelukkige bruid op haar huwelijksfeest de myrtenkrans, die ze een heel leven lang zal bewaren als een herinnering aan deze gelukkige dag. De altijd groene bladeren zijn een zinnebeeld van de hoop op een paradijs van geluk, dat wij op aarde alleen in de liefde kunnen vinden.

 

Shakespeare in ‘Measure for Measure’ II, 2,117 vergelijkt de soft myrtle met de gnarled oak. Hij moet de struik dan gekend hebben. In zijn tijd was ze toch nog zeldzaam en zeer duur. Mogelijk dat hij de myrt kende doordat de Joden die veel gebruiken als bijvoorbeeld bij het loofhuttenfeest.

‘Anthony and Cleopatra’, 3,12, 10’;

‘Nog pas was ik zo klein bij zijn belangen’.

Als de ochtenddauwdrop op het myrtenblad’.

Bij de eind’looze oceaan’.

 

Vondel, ‘Altaergeheimenissen’, een bruidsgebruik;

‘roze- en mirtekransen bekransen het lieve paar’.

Vondel, ‘Bruyloftsbed van Pieter Cornelsz. Hoofd en Helionora Hellemans’;

‘De kerken van mijn rijk, de goddelijke glansen

Van offervuur, de geur van ademende kransen

Noch zoet wierookreuk, dat ’t altaar van zich geeft

Geen marjoleinen beemd, geen mirtenbos, dat leeft….’

‘In ’t uiterste gaat met de roodheid uwer lippen

En zoete hemeldauw en milde nectar lept

En riekt de ambergeur van ’t overlieflijk hijgen

En kust de rozenmond, die ’t volk gebiedt met zwijgen….

Daar ’t bruiloftsbed duikt in frisse mirtebladen’.

 

Mirt is iets anders dan myrrhe.

 

Myrrhe.

Volgens de mythologie was er een goedgebouwde en trotse koning, Theias, die in zijn hoogmoed dacht mooier te zijn dan Venus, de godin der liefde. Tot zijn straf zorgde de godin ervoor dat zijn dochter, Myrrha genaamd, (Commiphora myrrha) van haar eigen vader hield zodat in het huis hoogmoed, jaloersheid, kwaad, zonde en laster woonde. Toen de vader in de gaten kreeg dat zijn kind hem bedrogen had werd hij ontzettend kwaad en probeerde haar te doden. Die vloog, door de kwade vader achterna gezeten, over dal en heuvel, door bos en woud tot ArabiĎ. Daar leek het alsof de vader haar inhaalde maar op hetzelfde moment dat hij haar grijpen wilde, verscheen de godin die de oorzaak van het kwaad was, en veranderde haar in een boom waartegen zijn woede niets uithaalde. In vertwijfeling greep de koning zijn zwaard en doorstak zichzelf om zijn schande niet te overleven. Myrrha was echter in verwachting van haar vader. Als boom schonk zij het leven aan een zoon, Adonis. Die zou later het ideaal der manlijke schoonheid vormen. De mooie Myrrha huilt nog steeds tranen die geparfumeerd zijn van berouw.

De mirt is dus de geurende plant die, net als rozemarijn, bij de liefde gebruikt werd. De myrrhe is een gom die gebruikt wordt voor parfum en wierook.

Symbolische is de wierook van myrrhe het zinnebeeld van gebed, de myrrhehars een symbool van bittere rouw. Een hars die door de 3 Koningen werd meegenomen.

Vondel, ‘Op Maria de Medicis’;

De vrucht des Arabiers, de Perzische waren

Ze proeft met grote smaak welriekend pijpkaneel

’t Verkwikkende gerecht, dat oosterse akkers baren

Ze ruikt de vruchtbaarheid van ’s werelds ander deel

Het wierook, balsem, myrrhe’.

Beschrijving: http://www.tributetea.com/incense/incense.jpg

http://www.tributetea.com/incense/incense.jpg

Shakespeare, The gods themselves throw incense.

 

65. Incense.

 

‘King Lear’ v, 3,21;

‘The gods themselves throw incense’ .

Boswellia soorten zijn bekend als stamplanten van olibanum of wierook, de Engelse frankincense tree of olibanum tree, in Frans encens, Duits Olibanum en Weihrauch: gewijde rook. Frank‑incense betekent vrij brandend. Een gomhars dat, gemengd met andere stoffen, zowel in Europa als in andere landen voor religieuze doeleinden wordt gebruikt. De Katholieke kerk gebruikt de wierook om de zinnebeeldige betekenissen daaraan verbonden, bijvoorbeeld de wierook stijgt op in rookwolken, ‘symbool van het ten hemel opstijgend gebed’.

 

 

Shakespeare, wich no balm can cure.

 

Uit Megenberg.

66. No balm can cure.

 

Balsemboom, Commiphora opobalsamum, is een veel vertakte struik/boom die 5‑6m groot kan worden. Ze groeit maar op 1 plaats, dat is in Egypte vlak bij Cairo.

Met de hars werden gestorven heersers en waardigheidsdragers gebalsemd om hun de toegang tot het dodenrijk te verzekeren. Balsem gedronken in wijn was goed tegen de bijten van venijnige beesten, het verwarmde het hart en dreef alle kwaadheid en melancholie weg. Het sap lijmde wonden tezamen.

Men geloofde dat deze balsem zo krachtig was, dat als je er een vinger mee insmeerde hij door vuur kon gaan zonder pijn te lijden. Vandaar het gezegde: ’Is er geen balsem in Gilead?’ in de betekenis dat er geen heling voor de zieke is.

 

‘King Richard’ II, i, 1, 171-2:

‘Pierced to the soul with slander's venom'd spear’. ‘Door ‘s lasters giftspeer in de ziel gewond’.

‘The which no balm can cure but his heart-blood’. ‘Geen balsem heelt mij, dan het bloed zijns harten. Dat gif dorst ademen’.

Zo ook in ‘3 King Henry VI’, iv, 8, 41:

My pity hath been balm to heal their wounds’. ‘Mijn berouw is de balsem om hun wonden te helen’.

‘Coriolanus’ 1,6,60;

‘Wel wenste ik zeer’.

Dat gij een heilzaam bad verkoos en balsem’.

Voor uw wonden vroeg’.

Balsam of balsamum wordt vermeld in ‘Timon of Athens’ iii, 5, 110 en ‘Comedy of Errors’ iv, I, 88.

Chaucer, verwijzend naar een heerlijke geur:

‘As men a pot-full of baume held’.

Emong a basket-full of roses’.

Vondel, ‘Hippolotys of rampsalige Kuyscheyd’.

‘Of de Arabier in ’t balsemwoud….’

‘Geen steen zo wit als sneeuw, een zeegift opgesmeten (een parel)

Aan Indiaanse strand, van ’t oor drupt, en de pruik

Gespreid naar nardus noch Assyrische balsemstruik

Dat reukloos mijn haar en vlechten zwaaien…’

Vondel, ‘Huigh de Groots Josef of Sofompaneas’;

‘Van duurzaam cederen hout op de Libanon afgehouwen ..’

’Amandels, dadels, myrrhe en balsem.’

 

Beschrijving: http://www.myanmar.com/Ministry/culture/costume/images/Dscn1515.jpghttp://www.myanmar.com/Ministry/culture/costume/images/Dscn1515.jpg

dyed from "Caesalpinia Sappan.

Chaucer, with brasile.

 

 67. Zo hard als Brazilianen.

 

Caesalpinia sappan, de sappanhoutboom, levert het sappanhout waarvan het afkooksel eerst zwart is maar door toevoeging van aluin fraai rood en als verf gebruikt wordt. Uit sappanhout kan men een fraaie rode inkt koken waarmee de Chinezen hun papier helderrood weten te kleuren. 

Reeds in de 14de eeuw was hout onder de naam lignum presillum bekend. Het midden-Hoogduits heeft presil-, priselholz. Toen men in Z. Amerika dergelijk hout in overvloed ontdekte heeft het woord presillum aanleiding gegeven tot de naam BraziliĎ.

 

In de epiloog van the Nun's Priest Tale vertelt Chaucer in zijn ‘Canterbury Tales’.

Him nedeth nat his colour for to dyen’.

With brasile, ne with greyn of Portyngale’. ‘Hij had geen behoefte om zijn gezicht met rood te kleu­ren door rode verf te gebruiken dat gemaakt was van brazilhout of cochineal’.

De uitdrukking zo hard als Brazilianen verwijst naar dit hout, het brazilhout.

 

Shakespeare, the tuft of olives.

Uit; http://en.wikiquote.org/wiki/Wikiquote:Quote_of_the_day/April_2013

 68. De tijd van algemene vrede naakt .

 

Shakespeare ‘As You Like It’, III, 5,74:

Tis at the tuft of olives here hard by’. Rosalind vergelijkt verschillende zaken, dat olijven hier hard bij zijn.

De olijf is een van de belangrijkste bomen van de oudheid, mislukken van de oogst stond voor armoe, hongersnood en geen medicijn. Waar de olijfboom beschut en verzorgd werd, daar heerste rijkdom en als gevolg daarvan vrede. Als er oorlog en moord woedde kwam de boom in verval en vergetelheid. Het hout werd gebruikt door ruwe bendes als oorlogsmateriaal en zo kwam de boom aan een roemloos einde. Op deze grond is de olijf sinds de oudste tijden het symbool van vrede en symbool van verzoening is het door Gen. 8,11.

In Griekenland was een krans van olijftwijgen de hoogste eer voor vooraanstaande burgers en ook de hoogste prijs bij de Panathenaen en Olympische Spelen, zo ook later bij de Romeinse veldheren. Zich met een olijventak sieren was een bijzondere onderscheiding. Het kwam voor, dat mannen die haar waarde voelde, alle geschenken afsloegen en om een olijventak vroegen.

Het is de boom van vrede, ‘Anthonius and Cleoptra’ 4,6, 4;

‘Caesar: ‘De tijd van algemene vrede naakt’.

Brengt deze dag ons heil, drie werelddelen’.

Zien ’t bloeien des olijfs’.

Vondel, ‘Vredewens aan Constant Huygens’;

‘De olijf behaagt mij boven de laurier

Wat is de krijg een verslindend dier’.

Vondel, ‘Het Lof der Zeevaert’;

‘Wat vlaggen ziet men hier afzwieren van haar strengen

Wat kleuren groen, en geel, hun mengsels hier vermengen

Orangie, blange, bleu. Wat purper, en rood houd

Wat levend vermiljoen het oog met lust aanschouwt

Wat wapens brommen hier in wimpels, toppestanders

En sluiers van fijn draad. O, welke salamanders

Wat leeuwen zilverblank in paars, in rood en groen

Hier zweeft een adelaar. Daar slingert een griffioen

Hier pronkt een pauwenstaart, bezaaid met gouden ogen

De praal van Juno’s koets. En ginder komt gevlogen

Een witte Noach’s duif met de olijventak’.

 

 

Shakespeare, potato finger.

Uit; https://hobbinol.wordpress.com/2011/08/12/identifying-the-vegetable-in-marvell’s-my-vegetable-love/

69. Zoete potato.

 

Ipomoea batatas, de Engelse sweet potato en onze patattenwinde werd bekend toen Columbus deze knollen meenam naar Spanje in 1493. Pigasetta berichtte in 1519 over zijn cultuur. Vlak daarop kwam het naar de Canarische eilanden. De knol kwam eerder dan de aardappel in Engelandt, in 1577, maar werd later door de aardappel verdrongen, maar zijn naam is in sommige streken blijven hangen. Eerst was het potato, dan botata en zo werd het de zoete, sweet potatoe. Het is de potato van Shakespeare en van vroegere schrijvers. Patatten zijn bekend. ‘Troilus and Cressida’ v,2,56;

‘wat kittelt daar de wellustigheid, met zijn vette pens en zijn aardappelvinger, die twee bij elkander! Snerk, ontucht, snerk! ‘

 

Het werd in Shakespeare’s tijd voor een sterke prikkel tot wellust gehouden. Zie ook ‘The Merry Wives of Windsor’ V,5,21;

‘Mrs Ford: ‘Sir John, zijt gij daar, mijn diertje, mijn hertebok?’

Falstaff. ‘Mijn hinde met de zwarte pluim?

Laat nu de hemel patatten regenen, laat het donderen op de zangwijze van Juffer Groenmouw, laat het nu geurige suikertjes hagelen en kruiswortels sneeuwen; laat er een storm van liefdesprikkels losbreken, hier heb ik mijn toevluchtsoord’.

 

Shakespeare, I can cut a caper.

 

70. Desire shall fail.

 

De kappertjesstruik, Capparis, heeft harde olijfgroene bloemknoppen die geplukt worden voor het ontluiken. Ze worden daarna ingelegd in een mengsel van zout en azijn. De kappertjes werden wel in wijn gedaan om die te laten geuren. Het is een smaakmaker, vooral bestemd voor de ouderen als de eetlust minder wordt, de kapper kan hiertoe een stimulans zijn bijvoorbeeld in de vorm van een sausje.

‘… op de dag, dat men ook vreest voor de hoogte, er verschrikkingen op de weg zijn, de amandelboom bloeit, de sprinkhaan zich voortsleept en de kapperbes niet meer helpt; want de mens gaat naar zijn eeuwige huis en de rouwklagers gaan rond’. Eccl. 12:5/7. Hier wordt gesproken over de realiteit van ouder worden en het verloren gaan van de lust dat in de jeugd zo gewoon was. Smaak en appetijt zijn een van de eersten die de ouder wordende mens verlaten. Een stimulans tot het terugkrijgen was de capper. In de King James versie staat desire shall fail. Het verband van de ouderdom en de plant ligt hem in de aphrodische werking van de vrucht.

 

Shakespeare in ‘Twelfth Night’, i, 3,129 waar Sir Andrew zich niet wenst te vergelijken met een oude man; ‘Sir And. Faith, I can cut a caper’. ‘Wel, ik kan een goede flikker slaan en in de bokkensprong ben ik, durf ik te zeggen, zo sterk als iemand in Illyrie’.

 

Uit; http://www.tanogabo.it/images/Nuova_cartella/Luca_Giordano_ratto_Proserpina.jpg

Beschrijving: http://www.tanogabo.it/images/Nuova_cartella/Luca_Giordano_ratto_Proserpina.jpgShakespeare, pomegranate.

 

 71. Boom van de onderwereld.

 

Punica was de naam van Carthago, (een Phoenische nederzetting) en vandaar heet de vrucht Malum punicum: appel van Carthago. De naam mala punica verkreeg het waarschijnlijk nadat de Romeinen de rijkdom aan granaatappelen in de kolonies van Carthago leerden kennen. (De oorlogen tussen de Romeinen en Carthago worden Punische oorlog genoemd

De vrucht heeft de vorm van een appel, een harde schil en roze vlees dat tamelijk zoet van smaak is. De vrucht zit verder vol met zaden, de granaten. De zachte zaden worden wel met suiker gegeten of gedroogd. Uit de vrucht wordt al sinds de oudheid en in Salomons dagen een verfrissende drank bereid of een siroop, de grenadine of granadine wat een aangename drank is voor de reizigers in die streken.

Door zijn talloze zaden wordt de vrucht geassocieerd met vruchtbaarheid en als gevolg daarvan rijkdom. De granaatappel is het symbool van vruchtbaarheid en overvloedig leven

In de geschiedenis van Proserpina speelt de granaatappel een belangrijke rol. Toen zij eens bloemen plukte op de berg Etna werd zij door Pluto geschaakt. Jupiter beloofde aan de treurende Ceres dat hij haar dochter zou teruggeven mits zij in het schimmenrijk nog niets had gebruikt. Mercurius werd naar de onderwereld gezonden om haar te halen maar ongelukkiger wijze had Proserpina een granaatappel gevonden en zeven gouden pitten gegeten. Niemand had het gezien, buiten Askalaphos die het geheim verried. Als straf mocht Proserpina slechts de ene helft van het jaar op de bovenwereld blijven, de andere helft moet zij in het schimmenrijk vertoeven. Askalaphos werd door Ceres, als straf voor zijn verraad, in een nachtuil veranderd. Daarom werd de granaatboom, ook omdat die uit bloed was ontstaan, een boom van de onderwereld genoemd.

 

‘All’s Well that Ends Well’, 2,3,270:

‘Loop man, gij werd in Italie afgeranseld, omdat gij een pit uit een granaatappel gestolen hebt’.

 

Beschrijving: http://www.kandeel.nl/flexianet/ShowFile.php?ID=86&Size=Mediumhttp://www.kandeel.nl/flexianet/ShowFile.php?ID=86&Size=Medium

 

Vondel, kandeel.

 

72. Kandeel.

 

Kaneel is afkomstig uit de binnenbast van de scheuten en takken van de kaneelboom, Cinnamomum. Die bast pelt gemakkelijk af waarna de kaneelstrips rond een dunne stok worden gewonden en de buitenbast verwijderd wordt. Kaneel is van zo'n ongelofelijke zachtheid, zo aromatisch en zo zuiver. In donkere sausen geeft het een mysterieus tintje, zo ook in koek en toost. Met zijn warme bruine kleur vloeit het over vele etenswaren met vele plezierige kwaliteiten. Zulk eten wordt vaak een delicouse dish. Een bekend kaneelgerecht is kandeel, het traditionele drankje voor kraamvrouwen en hun bezoek. Kandeel is een mengsel van kaneel, wijn, suiker, melk en een eierdooier.

 

Vondel, ‘Adam in ballingschap’;

“De boom zweet honigdau, de beeck geeft room en wijn

De boomschors is kanneel, hier valt de zonneschijn

Gematight, niet te heet, noch koel”.

Vondel, ‘Hierusalem verwoest’;

‘Scharlaken, purper, fyn en eel

Arabische wierook en kanneel’.

Vondel, ‘Op Maria de Medicis’;

‘De vrucht des Arabiers, de Perzische waren

Ze proeft met grote smaak welriekend pijpkaneel

’t Verkwikkende gerecht, dat oosterse akkers baren

Ze ruikt de vruchtbaarheid van ’s werelds ander deel’.

 

Vondel, mirobalanen.

 

Uit; http://feenkraut.de/herbs/Amalaki.html

73. Myrobalanen.

 

De vruchten van Phyllanthus waren vroeger in artsenij als mirobalani emblicae bekend. Ze vinden toepassing in de Indische keuken om de spijzen geurig te maken en worden wel gekonfijt of als zuur gegeten.

Vondel, ‘De Heerlijckheyd van Salomon’;

‘Een zijden kleed waarop eikel, lelie en violet

Olijf, mirobalanen....’

 

 

 

Vondel, nardus.

Uit http://www.itmonline.org/image/val2.JPG

 

 74. Nardus.

 

De rhyzomen en aarachtige wollen stengels van de nardusplant, Nardostachys, worden gedroogd voordat de bladeren zich ontvouwen. Hieruit wordt een roze/rode, zoet ruikende exquise zalf of olie gewonnen. De zalf zou nu, net als in vroegere tijden, in albasten kruiken vervoerd worden. De zalf werd gebruikt door de dames van Nepal en andere delen van India als een olie om het haar te parfumeren. Het zou ook gebruikt zijn door de dames van het oude Rome die, naar de sterke geur, een andere smaak gehad moeten hebben dan de tegenwoordige dames van Europa. Met de zalf werd in de oudheid bij feestmaaltijden gezalfd. Bij de Romeinen om het hoofd te zalven. In begrafenis werd er gezalfd vanwege zijn geur en om verrotting te voorkomen. Het had een helende werking, bezat krachten om vele gebreken te genezen, was versterkend en werkte vergif tegen. Dit alles was reden genoeg om geachte burgers met deze en andere welriekende oliĎn te zalven. Vanwege zijn kostbaarheid werd de zalf vele malen vervalst.

 

Vondel, ‘Lucifer’;

‘Doch zoet, als Nardus geur ‘.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Beschrijving: http://www.detuingids.be/images/artikels/2006/3456.jpghttp://www.detuingids.be/images/artikels/2006/3456.jpg

 

Shakespeare, flowers, bloemen.

 

75. Bloemen.

‘Anthony and Cleopatra’, 4,14,50: ‘Waar zielen zich op bloemen vlijen’.

‘2 King Henry’ VI,3,2,60: ‘Bleek als een sleutelbloem van bloeddrinkend zuchten’.

 

Vondel, ‘Byschriften op de twalef maenden’;

Grasmaent (april)

‘De blijde grasmaand voegt een muts met groene pluimen

Het vrolijk grasgroen kleed, de bloemkorf, tulp en luit

De huisman jaagt de koe in ’t gras, de koestal uit

En melkt en karnt, ’t is tijd de stal, ’t veld te ruimen

Om bloemhof en om de bron, om lusthof en prieel

De lente nodigt de jeugd, de winter heeft zijn deel

Dat eeuwig duurt, het is hier eeuwig lente

Geen kou verbijt dit groen

Geen vuile mist, geen hagelbui, noch sneeuwen

Schofferen deze verf

Deze bloemhof houdt zijn aanschijn door de eeuwen

En weet van geen bederf

De honingbij vindt hier geen bloem bedorven

Zij zuigt, terwijl ik rijm

De honingdauw, en vult haar holle korven

Met rozengeur en thijm

Deze veldzwerm ziet de beemd nooit verdorren

Het leeft er overal

Van krekel, wijwouter, gouden torren

En juffrouwen zonder gal

De maanbloem, de sterrenbloemen lokken (Lunaria en Aster)

Die vlugge zielen uit

De morgenster, de korenbloem, de klokken

Ontluiken op ’t geluid

De kievitsbloem en keur van schone tulpen

Die als ’t kameleon

Met menig slag van kleur zijn behulpen

Bekoren zelfs de zon

Genoffel, vaak eenvervig of gemengeld (anjer)

Gezegend met een lucht

Van nagelkruiden in zoveel kleuren gesprengeld

Het hart verkwikt, als ’t zucht’.

 

=Semper Augustus van 1637. Uit royal horticultural society.

Vondel, tulpen.

 

76. Tulpenmania.

In het midden der 17de eeuw overtrof de handel van Holland die van alle andere landen. Daarheen vloeiden schatten van de beide Indien. Aanzienlijke kooplieden uit Genua bouwden naast de rijke Fuggers in Amsterdam paleizen en leefden daar als vorsten. Amsterdam werd het handelscentrum. Er kwam een handelsbeurs zodat goederen van hand tot hand konden gaan en een wisselbank om de vreemde valuta te verhandelen. Uit de havens van de Levant en Italie kwamen allerhande zeldzaamheden op de markt, ook vreemde planten. De anders zo rustige en bedaarde Hollander werd opeens door een waanzin voor bloemen aangegrepen.

Vondel, ‘De bruyloft van Joan van de Pol en Duifken van Gerwen’;‘De lent en schildert hier geen spikkelige bloemen

Of tulpen schoon van nerf, waar Bloemaerds hart aan hangt’. ( een liefhebber van bloemen)

 

Alleen gold hier geen poĎtische verering of idealiste trekken, maar was alles materieel, een openbaring van de handelsgeest. Het was een koorts die dan ook met recht de naam tulpenmanie heeft gekregen.

De grote tulpenmania brak uit in 1634-1637, midden in de dertigjarige oorlog van het grote cultuurland Duitsland. Toen bloeide Holland, de tijd van de grote winsten, de O.I.C. We waren grote liefhebbers van bloemen en het bloemenland bij uitstek. Sprak men in andere landen over juwelen, jacht en oorlog, bij ons over bloemen, "on causait fleurs" zoals een Fransman verhaalt. Men ging van bed tot bed, prijzen werden verdeeld en men besprak de waarde van een nieuwigheid. Wat de diamant was onder de edelstenen was de tulp onder de bloemen. Tevergeefs werd een bod gedaan van f 12 000, - voor 10 bollen ‘Semper Augustus’. In 1625 was de kleine voorraad van ‘Semper Augustus’ nog steeds in een hand. De eigenaar weigerde aanbiedingen van f 2000, - en f 3000, - per bol. Ook andere bollen gingen als goudstaafjes over de toonbank. 1 enkele bol had de waarde van een huis.

 

Vondel, ‘De Leeuwendalers’;

‘Ik hoor, gij hebt de bloem van ’t landschap uitgepikt

Ja, wel te recht de bloem, men praat me van geen tulpen

Noch van Augustus zelf’. (De tulp Semper Augustus wordt hier bedoeld)

Vondel, ‘Bespiegelingen van Godts wercken’;

‘Hoe schoon schakeert natuur de tulpen, schatten waard

Gewogen tegen goud, verheven tot Augusten

De schoonste en duurste bloem, waarop ooit bijen rusten’.

‘Op de teekeningen van Catharina Questiers’;

‘Ja een oud bloemist beroofd

Van zijn zinnen, van zijn ogen

Die van gene bedrog bewust

Waant de levende Augustus aan te zien en staat bedrogen’. (een levende tulp)

 

In populaire artikelen over tulpemanie leeft het verhaal voort van een transactie, waarbij een heel lijstje van de meest vreemde zaken tot een gezamenlijke waarde van f 2500, - of f 3000, - betaald zou zijn voor 1 bol van de tulp ‘Viceroi’.

De waarheid is echter dat dit te vinden is in een pamflet over de windhandel waarin als een wonder ‘tot ghedachtenisse van de nacomelinghen’ wordt medegedeeld dat men in 1636 dit alles voor 1 bol kon kopen, ‘alle deze navolghende parcelen om de weerde van een bloem’. Zo’n transactie heeft dus niet bestaan maar geeft een idee wat je met die f 2500, - kon kopen.

2 lasten tarw................................448 gulden

Vier lasten rogghe........................558 ,,

Vier vette ossen....................…....480,,

Acht verckens..............................240,,

Twaelf vette schapen...................120,,

Twee oxhoofden wijn....................70,,

Vier tonnen acht guldens bier........32,,

Twee tonnen boter..................…..192,,

Duysent pont kaes........................120,,

Een bedde met sijn toebehooren...100,,

Een pack kleeren............................80,,

Een silveren beecker.......................60,,.

                                                      -------

Somma in alles..........................  2500 guldens.

Doet hier noch by een schip om alle dese waren te voeren weerdich 500 guldens, so hebt ghy 3000 guldensom welcke somme de beste tulp-bolle niet en is te koopen (soo de floristen segghen)”

 

Vondel, ‘Vermaeckelijcke Inleydinghe’;

‘De Bloemhof ligt nu naast, wiens bedden zijn als schulpen

Heel uitheems van begrip, daar menigte van tulpen

Als in slaghorden staan, en steken haren kop

Veelverwig naar de lucht en naar de sterren op

Mij lust niet al de rest der bloemen te verhalen

Daar Flora prachtig schijnt op ’t sierlijkst mee te pralen

Als Zephyr haar omhelst, als zijn gezochte bruid

En violetten blaast met zijn adem uit

Zo dikmaal hij haar kust in dalen en priĎlen

Wanneer zij onderling elkander ’t harte ontstelen

Hier heeft zijn zetel-stoel gebouwd de blijde Mei

Van thijm, van roosmarijn, en bloemen veelderley

Wat mengsels gloeien hier? Daar d’hommelende bijen

Om zoeten honing haar wellust komen vrijen’.

Vondel, ‘Op Gerardus Hulft’;

‘De rijp, de nevel en de mist

Verstikt de tulp; een felle storm

Vernielt haar bloem, een bitse worm

Verbijt haar leven, eer men ’t gist

De parelmoerbloem, op haar steel

Volgt de eeuwigheid, in duurzaamheid

En blijft tot dat de wereld schreit’.

Vondel, ‘Aen den edelen Heer Francois Junius’;

‘Wie lust schept in een enig ding

Zijn leven is verandering

Zo leeft natuur, van schulp in schulp

En toont haar kunst, van tulp in tulp

De duivenhals, bij zonneschijn

Gelijkt turkoois, saffier, robijn

En goud en zilver, en van alle’.

Vondel, ‘Byschriften op de twalef maenden’;

Bloeimaent;

‘De maagdelijke bloeimaand schijnt het hart der jeugd te blaken

Maar niet door blauw gewaad, of bloemen, schoon van glans

En tulpen, die zij hecht aan haar rijke krans

Maar door de bloem, waarmee ze verft haar mond en kaken

Ik zie asperges, en roos, ik hoor gondelzang en snaar

De tweeling kust zijn broer, de jeugd de bloem van ’t jaar’.

 

Vondel, kievitsbloem.

uit hortus eystettensis

77. Kievitsbloem.

Fritillaria meleagris. Het laatst word is Grieks, meleagris betekent paarlhoen, de bloem is gevlekt als een paarlhoen. Kievitsbloem, Duitse Kiebitzei of Perlhuntulpe heet zo omdat de bloei begint met de komst van de kievit en de gesloten bloem wel wat op een kievitsei lijkt, lichte vlekken op een donkere ondergrond. De hangende bloemklokken zijn groot, bruinrood, met vierkante vlekken, als een schaakbord, Duitse Schachblume. Bij de Fransen lijkt de bloem meer op een dambord, vandaar damier, ook Kuckuckstulpe omdat de aan de tulp verwante bloem bloeit met de komst van de koekoek

Slangehoofd naar de bloemvorm. In Engeland heet het dan ook snakes head. Dat slaat op de volgende opmerkelijke eigenschap: zolang de bloem nog niet bloeit kan de stengel zich bij koud weer buigen en daarbij de knop plat tegen de grond drukken. Symbool voor hardnekkige doch afgewezen minnaars

Nauw verwant met de keizerskroon.

Vondel, ‘Byschriften op de twalef maenden’.

‘De kievitsbloem en keur van schone tulpen’.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Shakespeare, crown imperial.

 

uit hortus eystettensis

De pronkende keizerskroon, Fritillaria imperialis,  heeft zijn trotse naam naar de bloemen die uitgezakt en vooroverhangen rondom de stengel wat op een kroon lijkt. Uit zijn oriĎntaalse groeiplaats kwam de plant naar Constantinopel. De Turken gebruikten grote sommen gelds om ze te telen en brachten de cultuur op huidige hoogte.

In een dertiende-eeuws poortgebouw van de stad Winchester, Engeland, staat een beeltenis van de Madonna met een Fritillaria tak in haar hand in plaats van de gebruikelijke Madonnalelie. In Engeland was de keizerskroon dus eerder bekend dan in Wenen. Mogelijk is deze plant door terugkerende kruisvaarders meegenomen. Verder is het gewas in Engeland niet in gebruik of bekend geweest.

 

Shakespeare noemt de plant in ‘Winter Tale’ 4, 126: ‘The crown imperial; lilies of all kind’.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Beschrijving: http://www.superstitcher.com/product_images/k5445.jpghttp://www.superstitcher.com/product_images/k5445.jpg

The Scilla Fairy

 

Shakespeare, azured harebell.

 

78. Bluebell.

 

Bluebell, Scilla, was in de 16de eeuw de naam voor campanulasoorten. Eeuwenlang heeft het de Engelse eikenbossen blauw gekleurd. De eerste vermelding van de naam voor Scilla zien we bij William Turner, 1548. Bij Gerard, 1597, heet ze "Hyacinthus Anglicus", vanwege zijn vele voorkomen, verder blew English hare-bells en English jacint. Shakespeare heeft Gerards boek wel gelezen en we lezen de ‘azured hare-bell’ in ‘Cymbeline’ iv ii 222; ‘die als haar aderen zijn, de eglantine die niet zoeter is dan haar adem etc.:

..thou shalt not lack’.

The flower that's like thy face, pale primrose, nor’.

The azured harebell, like thy veins’.

 

De bluebelle begint zich dan te vestigen in de Engelse geest. In 1794 komt ze pas echt voor in Martyn's editie van Rousseau's botanie. In de 19de eeuw noemt Keats vaak de "shaded Hyacinth, de sapphire queeen of the midway, of bluebells being like the blue sky breaking up through the earth".

Azuur blauw is de diepe blauw van de hemel. Personen van grote heerlijkheid en oprechtheid worden soms beschreven als true-blue.

In Engeland staan de bossen in het voorjaar vol met deze bleubells. Ze groeien massaal in de wouden. De bluebell -agraphis nutans- was voorgesteld als een embleem van de blauwe oceaan waarover de Britten de rol speelden.

 

Beschrijving: http://www.ibiblio.org/wm/paint/auth/waterhouse/adonis.jpghttp://www.ibiblio.org/wm/paint/auth/waterhouse/adonis.jpg

 

Shakespeare, Venus and Adonis.

 

79. Venus en Adonis.

‘Venus and Adonis’;

620: ‘Gij licht met dunne spriet de ever velt’.

De ever, die zijn felle tand staag wet’.

Zijn slachterszin op moorden heeft gezet’.

Is hij vergramd, zijn borstelrug, gebogen’.

Schrikt met zijn spietsen elke vijand af’.

Een vuur, dat angst verwekt, spat hem uit de ogen’.

Zijn snuit delft, waar hij rondwoelt, graf op graf’.

Hij rent ter neer, wat zich aan hem durft wagen’.

En wie zijn tanden treffen is verslagen’.

Zijn flanken, fors, gedekt met borstelig haar’.

Zijn ondoordringbaar voor uw jagersspriet’.

Niet licht brengt iets zijn zware nek in gevaar’.

De leeuw ontziet de toornige ever niet’.

Bang wijkt het dicht, verward struweel uiteen’.

Breekt hij verwoed door hulst en bramen heen’.

940 ‘U treft des noodlots vloek voor deze moord’.

Wijl gij niet onkruid wiedt, maar bloemen plukt’.

Hij was bestemd voor Liefdes gouden schicht’.

Niet voor uw zwarte, waarvoor het leven zwicht’.

1050 ‘En naar de brede wond, die de ever sloeg’.

In hett week van de zij, wier lelieblanke huid’.

Geverfd der wonde purperen tranen droeg’.

En gras, kruid, bloem en onkruid in het rond’.

Zien rood, als medebloedend uit zijn wond’.

1130 ‘Zij licht zijn oogleden op, en ach, de luister’.

Der lampen is gedoofd, haar glans werd duister’.

Twee spiegels, waarin zij wel duizendmalen’.

Zichzelve zag, thans zonder weerschijn’.

Weg is dat licht en machteloos zijn de stralen’.

1060 ‘Inmiddels was de jongeling aan haar voet’.

Gelijk een damp uit haar gezicht vervloten’.

En uit zijn op de grond gesprenkeld bloed’.

Een bloempje, purperrood en wit, ontsproten’.

Een beeld als het ware van zijn bleke wangen’.

Waar ronde parels, kostelijk bloed, op hangen’.

Zij bukt en ruikt, hoe zoet het bloempje geurt’.

Wat haar aan Adonis adem doet herdenken’.

Zij wil, nu hij haar zo wreed is ontscheurd’.

De bloem een woning aan haar boezem schenken’.

Zij breekt de steel, en uit de wonde banen’.

Vochtdruppels zich een weg, zij noemt die tranen’.

Uit Ovidius kunnen we halen dat men Adonis zich jaarlijks zal herinneren en dat uit zijn bloed een bloem was voortgekomen.

Adonis werd in de gedaante van een schone jongeling als zonnegod vereerd aan de kusten van SyriĎ, Phoenicie en Egypte. Vooral te Byblis en in AlexandriĎ werden schitterende feesten gevierd te zijner ere. Het feest duurde twee dagen. Op de eerste werd met veel klachten en gejammer het verdwijnen van Adonis naar de onderwereld beklaagd, op de tweede werd met buitensporige vreugde zijn terugkeer gevierd. Onder het zingen van liederen, die Aphrodite’s liefde voor Adonis bezongen en haar smart bij het vernemen en bij het vinden van de stervende, liepen vrouwen naar het beeld van Adonis te zoeken. Nadat dit gevonden was, werd het met het beeld van de godin op een pronkbed tentoongesteld en eindelijk onder luide jammerklachten begraven of in zee geworpen. Ook plaatste men potten met kort bloeiende planten in de deuren van de huizen en de voorhoven van de tempels, de tuinen van Adonis.

Bij dit feest speelt de Adonistuin een belangrijke rol. De Adonistuin, met snel kiemende en snel verwelkende planten, is spreekwoordelijk voor alles wat vergankelijk is. Het is het feest van de snel opbloeiende en ontwikkelende, maar ook evenzo snel afstervende natuur.

Adonis is het symbool van een smartelijke herinnering of geliefde.

Shakespeare laat een van zijn personages zeggen:

‘Thy promises are like Adonis garden’. ‘Jouw beloften zijn als een Adonis tuin’.

‘That one day bloom’d end fruitful were the next’. ‘Die een dag bloeit en de volgende dag vrucht levert’.

Vondel, ‘Salomon’;.

‘Zijn lijk betreuren, op ’t jaarlijks offerfeest (van Adonis)

Wanneer het jaargetijde in bloed verkeert in vlieten

Die uit het cederbos van Libanon zeewaarts schieten

Een wonderteken, ’t welk de Joden overtuigt

Dat elk met reden zich voor onze Godheid buigt’. Vondel brengt de rode kleur van Adonis in verband met de rode verf van de wateren.

Vondel, ‘Geboorteclock’;

O Ajax (anjelier) Hyacint, Adonissen, (of Anemoon) Narcissen’.

 

De naam Adonis is afgeleid van het Phoenische adon: heer, verder wordt de Griekse Adonis gelijk gesteld met de Syrische Tammoez. Die laatste werd gedood door een zeug met maansikkelvormige tanden. Het bloed van Tammoez is allegorisch voor de anemoon die na de winterregens de hellingen van de Libanon rood kleurt. De geboorte van adonis uit de myrheboom, mirre was een bekend aphrodisiacum, geeft het karakter van zijn riten aan, een echt vrouwenfeest.

 

Beschrijving: http://images.tribe.net/tribe/upload/photo/783/db1/783db1f2-d289-4065-9e80-9a926ba6d702http://images.tribe.net/tribe/upload/photo/783/db1/783db1f2-d289-4065-9e80-9a926ba6d702

I know a bank where the wild thyme..

 

Shakespeare, I know a bank where the wild thyme blows.

 

80. I know a bank.

 

Kamperfoelie, Lonicera peryclymenum, is een vaste vereerder van poĎten en aanbeden om de groei in de boom die het omhelst of omarmt. Zijn vroege verschijning van blauw - grijs die over de nederige gronden kruipt gaf het de naam van Moeder van het Woud. Kamperfoelie vormt in het woud lianen die naar het licht willen en die de gastheer, die de plant toegestaan heeft om op zijn rug te klimmen, tegelijk de hals snoert en dreigt te verstikken. De kamperfoelie windt zich op en de gastheer nog meer.

 

De tuinkamperfoelie is een embleem van aanhankelijkheid en betrouwbaarheid. Als woodbine bindt het en omarmt het struiken en bomen als de 'doting' Queen Titania fluistert tot de arme betoverde Nick Bottom, de wever: 4,1,40;

‘Sleep thou, and I will wind thee in my arms.’.

So doth the woodbine the sweet honeysuckle’.

Gently entwist’.

Dit lijkt te suggereren dat de hechtranken van de kruipende woodbine verward zijn boven zijn eigen bloesems, de honeysuckle. De echte woodbine is meer een kruiper, een bodembedekker, de klimmende vorm is de honeysuckle.

 

De eerste bloemen verschijnen en een geur wordt ontloken, dat is om onge­veer zeven uur in de avond en met acht uur zijn de meeste bloemen wel open. Als nachtbloem is de kamperfoelie in een licht kleed gehuld, maakt zich 's avonds stralend gereed om bezoekers te ontvangen. In dit duistere en stille uur stroomt zijn zoete geur naar buiten zodat het bloempje door zwevende nachtvlinders geliefkoosd kan worden.

Zwoele zomeravonden zijn zoete kamperfoelieavonden, ze verspreiden een heerlijke geur voor nachtvlinders.

Het is de Engelse honeysuckle, wat honing en zuigen betekent, vroeger werd deze naam gebruikt voor klavers. ‘Where honey-suckles, ripen by the sun’, verhaalt Shakespeare in ‘Much Ado About Nothing’ III, 1,8.

 

De kamperfoelie is geliefd voor bogen en priĎlen, groeit goed en geeft schaduw en schuilplaats voor geliefden, geheime ontmoetingen. In ‘Much Ado About Nothing’, 3,1,8, zegt Hero:

steal into the pleached bower, where honeysuckles, ripen'd by the sun, forbid the sun to enter’.   ‘Dat ze eens moet sluipen in een dicht prieel, van kamperfoelie, die de zonneschijn waardoor zij groeide, thans de toegang weert’. Een pleached bower was een vrijgemaakte haag tussen struiken.

 

In ‘A Midsummer Night’s Dream’ ii, 1, 248 kom je als een van de eerste verhalen die van Koning Oberon’s speech tegen. Hij spreekt tot zijn elfachtige boodschapper Puck;

‘I know a bank where the wild thyme blows’. ‘Ik weet een plekje waar de thijm nu bloeit’.

‘Where oxlips and the nodding violet grows’. ‘De sleutelbloem en het zachte viooltje groeit’.

‘Quite over-canopied with luscious woodbine’. ‘Geheel overdekt door weelderig kamperfoelie’.

‘With sweet musk-roses and with eglantine’. ‘Met zoete muskroos en eglantine’.

‘I know a bank’, is een van de meeste bekende gezegden van het spel. Hij zou dit geschreven hebben voor feestelijkheden die met een bruiloft waren verbonden.

 

Chaucer spreekt al over zijn geur en prijst de kamperfoelie;

Wore chapelets on hir hede’. Ze droegen kransen op hun hoofden’.

Of fresh wodebind, be such as never were’. Van verse kamperfoelie, zoals er nog niet gezien zijn’.

To love untrue, in word, ne thought, ne dede’. In liefde nooit ontrouw, nog in woord of gedachten’.

But ay stedfast, ne for plesance ne fere’.  Trouw, niet voor plezier te gaan’.

Tho’ that they shoulde hir hertes all to tere’. Tot dat zou hun hart altijd naar neigen’.

Would never flit, but ever were stedfast’. Zouden nooit flirten, maar altijd trouw’.

Till that hir lives thei asunder brust’. Tot dat hun leven zou eindigen’.

De poĎet trok zijn verbeelding van constante affectie wel zonder twijfel van de klimmende natuur van de woodbinde en zijn trouw aan de boom.

 

Shakespeare, I’ ll hang my head and perish.

 

Uit; M. Voghterr.

81. I'll hang my head and perish.

 

Aan het steeltje van het lelietje der dalen, Convallaria majalis, hangen mooie witte, zoet ruikende, klokvormige bloemen allen aan een kant van de stengel naar beneden.

Het is een schaduwminnende plant die in oude beuken en eikenbossen groeit, is dus geschikt voor ondergroei. Van zeer vroeg tijden af aan is de zuiver witte en onschuldige meilelie geassocieerd met de dood van jonge geliefden. In de Frithofs sage laat de ongelukkige Ingeborg zijn graf met lelies bedekken en in de oude Zweedse ballade van kleine Rosa verschijnen deze leliĎn die verwijzen naar de begraven gelief­de: ‘Er sprongen lelies op van elk graf, zij groeiden tezamen met elk blad’.

 

Shakespeare schrijft naar zijn hangende vorm, ‘Henry VIII’, 3,1,148;

‘O, hadde ik Engelands aarde nooit betreden’.

De vleierij nooit, die er groeit, geproefd!

Ja, engelen schijnt gij, doch God kent uw hart’’.

Er leeft geen vrouw, die zo ellendig is!

Gij armen, ach ! waar is thans uw geluk?’

Shipwreck’d upon a kingdom where no pity’. ‘Ik ben op een rijk gestrand, waar mij geen deernis’.

‘No friends, no hope, no kindred weep for me’. ‘Geen vriend, geen hoop, geen bloedverwant beschreit’.

‘Almost no grave allowed me! like the lily’. ‘Mij schier geen graf gegund wordt ! Als de lelie’.

‘That once was mistress of the field and floorished’. ‘Die eenmaal bloeide als koningin des velds’.

‘I'll hang my head and perish’. ‘Neig ik mijn hoofd en sterf’.

 

 

 

 

Uit J. Grandeville.

Chaucer, his nekke whit was as the flour-de-lis.

 

 82. His nekke whit was as the flour-de-lys.

 

In Engeland kwam de witte lelie, Lilium candidum, waarschijnlijk met de kruisvaarders mee. Chaucer vermeldt de lelie in ‘The Canterbury Tales’. In de General Prologue verhaalt hij;

‘his nekke whit was as the flour-de-lys". Meerdere malen verwijst hij naar deze sneeuwwitte bloem. ‘Than is the lylie upon his stalke grene’. In the ‘Tale of sir Thopas’ vertelt hij dat de top van de helm versierd was in de vorm van een toren met aan de top een leliebloem, het heraldische teken.

As sparkle out of the bronde’. ‘Zo schoot hij heen te hande’.

‘Upon his creest he bar a tour’. ‘Zijn hellekam was een kasteel’.

And therinne stiked a lilie flour’. ‘Waarin een lelie op een steel’.

Dit zal zonder twijfel op de lelie slaan, vlak ervoor heeft hij het over:

‘Ful strong it was of plate’. ‘Van platen hard en hecht’.

‘And over that his cote-armour’. ‘Waarover hij zijn wapenrok’.

‘And which as is a lilye flour’. ‘Zo wit als witte lelie trok’.

Gerard in zijn ‘Herball’ van eind zestiende eeuw vermeldt dat ‘our English white Lilly groweth in most gardens of England’. Shakespeare noemt de plant in ‘Winter Tale’ 4, 126:

‘The crown imperial; lilies of all kind.

The flowerd de luce (:Iris) being one’.

‘Cymbeline’, 2,2 15: ‘O, Cytherea’.

Wat leent ge uw bed bekoorlijkheid!! Gij lelie’.

Fris, blanker dan het linnen! Mocht ik slechts’.

U even strelen, en een kus een enkele’.

U drukken op die heerlijke robijnen’.

Tot kussens als gevormd. Het is haar adem’.

Die hier de lucht doorgeurt. Zie hoe de vlam’.

Zich glurend buigt om onder het lid die sterren’.

Te zien, verscholen achter valgordijnen’.

Van wit tot blauw dooraderd, met een tint’.

Als van het azuur des hemels’.

In ‘Venus and Adonis’, als de liefdeskoningin de onwillige jongeling wil verstrikken, zie je een getuigenis van de zuiverheid van lelie en sneeuw: 36’;

‘Full gently now she takes him by the hand’. ‘Nu vat ze hem recht teder bij de hand’.

‘A lily prison'd in a goal of snow’. ‘Een lelie met een sneeuwen koord omwonden’.

‘Or ivory in an alabaster band’. ‘Of ivoor met een albasten rand’.

‘So white a friend engirts so white a foe’. ‘Een vijand, blank, door blanker vriend gebonden’.

‘This beauteos combat, wilful and unwilling’. ‘Het beeld van die strijd, met streven en weerstreven’.

‘Showe'd like two silver doves that sit abilling’. ‘Een paartje zilverduiven kan het geven’.

De lelie van Adonis onwillige hand is gevangen in een sneeuwbal die zeker zal smelten met de koorts van haar onbeantwoorde liefde zoals in een later vers Venus pleit, 400;

Who is so faint, that dare not be so bold’. ‘Wie is zo bang, dat hij, is het weder koud’.

‘To touch the fire, the weather being cold?’ ‘Zo het vuurtje vlamt, de hand er niet bij houdt?"

Adonis sterft ook hier, 1052;

‘En naar de brede wond die de ever sloeg’.

In het weke van de zij, wier lelieblanke huid’.

Geverfd, der wonderen purperen tranen droeg’.

En gras, kruid, bloem en onkruid in het rond’.

Zien rood, als medebloedend uit zijn wond’.

 

 ‘Titus Andronicus’, 3,1, 109;

‘Fresh tears’.

Stood on her cheeks as doth the honey-dew’. ‘Weer verse tranen, als een zoete dauw’.

‘Upon a gather'd lily almost withered’. ‘Op een geplukte en schier verlepte lelie’.

‘King John’;

Of Nature's gifts thou may'st with, lilies boas’.t

And with the half-blown rose".

Verder in ‘King John’;

To gild refined gold, to paint the lily’.

 

De lelie is een symbool van zuiverheid met de fijnste kwaliteiten van witheid in zijn sonnetten, hij gebruikt de bloem in symbolische zin, een symbool die al eeuwen onveranderd is als ‘a most unspotted lily shall she pass’, vooral als hij de handen en vingers van zijn helden beschrijft. Zuiverheid en maagdelijkheid, een oude combinatie, ‘Love’s Labour Lost’, v, 2,350: ‘Ja, bij mijn maagdelijke eer, zo onbesmet. Als het blanke der reinste lelie’.

 

De lelieklokken dienen bijzonder om de elfen tot gebed te roepen. Elke bloem had een elf die met haar geboren wordt en met haar vergaat. Zo is het goed te begrijpen dat de sneeuwwitte bloemen in de schemering op elfjes lijken die door de wind heen en weer gewiegd worden. Zo zal men ook Oberon en de elfen vaak afgebeeld zien met een lelietak die als een toverstaf in hun handen wordt gehouden.

 

De lange witte lelie is altijd in strijd geweest met de roos om de titel ‘koningin van de bl