Symbolen, dieren.

 

Adelaar.

De adelaar werd het symbool van wereldlijke macht. Al bij de Perzen was ze een koningsteken. De Perzen ten tijde van Cyrus hadden in hun oorlogsvaandel een gouden adelaar. In Europa voerde Alexander de Grote haar als koninklijke munt- en wapenteken in. Ptolomeus Soter, koning van Egypte, liet in 306 v. Chr. munten slaan met een beeldenaar van een arend. Uit het Ptolemeische Egypte bracht Octavianus het naar Rome als keizerlijk wapen. Toen Romulus op de Aventino als eerste een adelaar zag vatte hij dat op als een gunstig teken en daarom liet hij een adelaar in het legioen vooruitgaan in plaats van een vaandel. Bij de Romeinen was de adelaar het symbool van hun oppergod Jupiter en symbool van de Romeinse staat. Hij verscheen achtereenvolgens op de rijksmunten, op de scepters en andere hoogwaardigheidstekens, op de helmen en wapenen der legerhoofden en werd onder het consulschap van Marius, 104 v Chr., tot veldteken van de legioenen verheven als symbool van onoverwinnelijkheid. Als zodanig was het adelaarsbeeld, die eerst van hout gemaakt was, later van zilver en in de keizertijd geheel uit goud, met uitgebreide vleugels en met de klauwen de gouden bliksemstralen omklemmend op lange latten geplaatst. Daar werden in latere tijden nog andere attributen aan toegevoegd. Toen het Romeinse rijk gesplitst werd in een Oosters en Westers rijk kreeg het dier twee koppen. De legioensadelaar berustte steeds bij het eerste cohorte, in de legerplaats in een kapel naast de praetorium waar hij religieuze verering genoot. Het verlies van dit krijgsteken gold voor een grote schande en werd streng gestraft. Zijn verlies betekende het einde van het legioen. Ging het leger op mars of in de slag dan trok de primipilus de adelaar uit de grond en overhandigde hem aan de aquilifer of standaarddrager. Ging dit uittrekken met moeite gepaard, dan was dat een slecht voorteken.

De plaats van het adelaarsteken was aan de rechterzijde van het legioen, bij de eerste centurie van het eerste cohort. Dit gebruik werd door Napoleon overgenomen en bleef tot zijn val in het Franse leger gehandhaafd. Napoleon III voerde het weer in, 1852, de republiek schafte ze in 1870 weer af. Onder Napoleon werd op alle gedenktekens de lelie verwijderd en door de vrijheidsmuts, of door de keizerlijke adelaar Napoleon vervangen. Wie zo'n roofvogel voor onaangenaam hield verving die voor een bij.

Het is in de heraldiek wel de meest voorkomende vogel. De edele vogel is het symbool van de adel.

Omdat men de adelaar in de middeleeuwen een hele rij voortreffelijke eigenschappen toeschreef, verjongingskracht, vrijgevigheid, moed en dergelijke werd hij door vorsten en landheren op het wapen afgebeeld. Het is de koning der vogels en teken van het oppergezag, het Imperium en de vogel der wijsheid.

De Duitse adelaar is zwart op goud en gebekt, getongd en gepoot in rood. Eenkoppig is koninklijk en tweekoppig is het keizerlijk. De dubbele adelaar is het symbool van het Roomse/Duitse keizerrijk en wordt omgeven door heilige schijnen, aureolen, nimbussen of stralenkransen in verband met het heilige Rome waar de westerse keizers door de pausen werden gekroond.

De adelaarsklauw is het symbool van vasthoudendheid en het hoog houden van vrijheid en recht. Het is het teken van vrije jacht in bepaalde streken van Duitsland.

De stad Groningen voert sinds begin 15de eeuw een eenkoppige adelaar in het wapen. Het laat daar de betrekking tussen de stad en het Duitse rijk zien en haar zelfstandigheid ten opzichte van de bisschop van Utrecht. Ook Friesland heeft een adelaar in het wapen, een halve adelaar.

Op 20 juni 1782 adopteerden de burgers van de nieuwe staat de Amerikaanse zeearend, Haliaetus leucocephalus: (withoofdig) de witkoparend, als hun nationale symbool. Franklin gaf de voorkeur aan de kalkoen, want,  zei hij, “de witkoparend is als de mens die van zwendel en bedrog leeft, meestal arm en vaak heel gemeen”. Ze bestelen dan ook vaak visarenden en eten aas.

 

Apen.

De aap is het symbool van de list, lichtgeraaktheid of gevoeligheid en van gezelligheid. Zijn voorkomen in een wapen zou ook op verre reizen en op belangen van de wapendrager in de tropen kunnen wijzen waarbij gedacht moet worden aan de tijd van de I.O.C.

Maar de aap is ook het type van wulpsheid. Hiervan zou je vele voorbeelden kunnen geven, maar we nemen een milde vorm van Shakespeare in As You Like It IV, i 153: “ Nieuwsgieriger dan een aap, wispelturiger in mijn lusten dan een baviaan”.

Een symbool van lust en vruchtbaarheid. Aelianus merkt op dat om die reden de IndiĎrs nooit geelkleurige soorten in hun steden brengen, maar doden. ‘Ik leid liever een maagdelijk leven hier op aarde (ofschoon ik apen naar de hel leid)’. Een gezegde in de 16de eeuw. Een maagd die alle aanbidders afwijst, daarvan wordt verhaald dat ze bestemd is om apen naar de hel te leiden. Shakespeare laat Beatrice over dit onderwerp schertsten in ‘Much Ado About Nothing’  II, i, 43;

“Leonato: Zo, ge wilt dus naar de hel?

Beatrice. Neen, slechts tot de poort; en daar zal de duivel mij tegemoet komen, als een oude kroondrager, ( like an old cuckold) met horens op de kop, en zeggen’. ‘Ga gij naar de hemel Beatrice, ga gij naar de hemel, hier is geen plaats voor u, maagdeken’; ( So deliver I up my apes, and away to Saint Peter for the heavens; he shows me wher the bachelors sit, and there live we as merry as the day is long) Daar lever ik dus mijn apen af en ijl voort naar Sint Pieter, en bij de hemel, hij zal mij wijzen waar de jonggezellen zitten en daar leiden wij dan een leventje, zo lustig als de dag lang is’.

Katharina spreekt bitter van haar komende waarschijnlijke lot, ‘Taming of the Shrew’ II, 1, 34; “Zij is uw schat, aan haar bezorgt ge een man.She is your treasure, she must have a husband’.

‘En ik moet op haar bruiloft barvoets dansen’. ‘I must dance bare-foot on her wedding-day’.

‘Om vanwege jouw liefde voor haar apen naar de hel brengen’. ‘And, for your love to her, lead apes to hell’.

Een mannengrap, de maagd die alle verliefden afwijst krijgt zo een poĎtische terechtwijzing.

In de christelijk iconografie werd de aap negatief afgeschilderd. Het is een karikatuur van de mens en is het symbool van ondeugendheid en ijdelheid en met een spiegel in de hand het symbool van begeerte en onkuisheid. Dat zijn allemaal symbolen van de duivel waardoor een aap dan ook in ketenen verschijnt als overwinning op de duivel.

 

Basilisk.

De verbeelding van de ouden gaf geboorte aan een opmerkelijk reptiel dat zijn kwalijke geest over de geesten van de mensen uitoefende tot ver in de middeleeuwen. Dit was de gevreesde basilisk, de mythische koning van serpenten.

De Grieken noemden dit beest basiliskos, een andere afleiding van hun woord voor koninklijk. Plinius begreep daaronder vanwege zekere opmerkingen dat het op een kroon lijkt die het reptielenhoofd sierde. Daarom wordt in sommige middeleeuwse tekeningen op het hoofd van het monster zorgvuldig een diadeem afgebeeld. Mogelijk is er ergens een overeenkomst gevonden met de basiliek. Geen mens weet het. De Romeinen door een warboel in etymologie werden door de Grie­ken geholpen die het kruid als antimiddel tegen de steek van schor­pioenen gebruikten. De oorsprong van de Griekse planten­naam.

Ook de basiliek was oorspronkelijk een koninklijk gebouw.

De basilisk werd vaak als het symbool van de ziekte zoekende demon in het bijgeloof voorgesteld.

In de kunst was de basilisk het symbool van de duivel en de antichrist, bij de protestanten was het een symbool van paapsheid.

Een zeer veelvuldig voorkomend motief is Christus die de aspis en de basilisk, slang en de draak vertreedt, klaarblijkelijk teruggaande op Psalm 90:13 “Gij zult wandelen op de aspis en de basilisk, Gij zult de leeuw en de draak vertreden. Honorius van Autun ziet in de aspis de zonde, in de basilisk de dood, in de leeuw de antichrist en in de draak de duivel. Deze vier zijn door Christus overwonnen. Het geheel is dus een symbool van verlossing. Christus, op die vier dieren zien we onder andere afgebeeld op het ivoren snijwerk van 770-800 in Koninklijk Museum voor de Kunst en geschiedenis te Brussel. In de Romaanse kunst staat Christus nog maar op twee dieren, de leeuw en de draak, zie het 12de eeuwse stenen reliĎf in Onze Lieve Vrouwekerk te Maastricht e.a.

Het woord basilisk, evenals de Latijnse naam regulus, wijst op de betekenis van dit dier als de koning onder de slangen. Dit vinden we in een Statenvertaling waar in Jesaja 14:29 staat dat “uit de slang een basilisk zal voortkomen”, dat wil zeggen van kwaad tot erger. Dit terwijl de Leidse vertaling er het woord adder vermeldt.

 

Beren.

De beer is de koning der dieren, het symbool van kracht en is aan Thor gewijd die zelf de naam Biorn of Bjorn, voerde. Nog geldt hij in het volksgeloof van de Finnen en Lappen als een hoger wezen. Bij de Polen en Russen wordt hij gezien als een betoverd mens. Het is de ‘honingvinder’ van Lapland, de ‘hond van God’, of in Rusland de ‘oude man met de jas van bont’, hij is de voedster van Paris en Atalanta. Het is de vriend van Rozenrood en Sneeuwwit. Het is de God van de Donder, de berenkoning van stormen, de majesteit van wolkenmythen. De stormdemonen met zwarte baarden zijn zijn kinderen en zijn de donderwolken die ruig en dreigend, rollend en brullend over de horizon schuiven, het zijn de beren die dicht achter hun prooi aan zitten. Het is de slapende zomerdonder van de Scandinavische mythen, de mummelende goedaardige oude man, Thor, maar als er vreemdelingen passeren en hem kwaad maken dan…..Breng het tot de zonnemythe en ho, het is de ‘blinkende’.

 

Bijen.

De bij leeft van de geur van bloemen. Het is het symbool van reinheid en onthouding, van kuisheid. Virgilius prijst de bijen om hun zuiverheid van zeden, ze geven zich niet over aan de liefde, ze zoeken het genot niet dat verwekelijkt, zij kennen de vereniging van geslachten en de weeĎn van het moederschap niet. De bijenkorf is een beeld van de kloosterlijke en kerkelijke gemeenschap zoals de bijen in de korf ondergeschikt zijn aan de koning en gezamenlijk een sterke en natuurlijke eenheid vormen. Zo zijn de monniken in het klooster, de gelovigen in het bisdom of de kerk. De zoete honing lijkt op het volk der zaligen in de hemel dat in volkomen onschuld en eendracht het zoetste geluk geniet. De winterslaap werd met de dood gelijkgesteld zodat de bij ook als symbool van wederopstanding gold.

Ze zijn het symbool van veel goeds. Die haar roekeloos doodt is aan de duivel gevallen. Bijen zijn ook het embleem van Napoleon.

 

Dolfijn.

Volgens oude heidense voorstellingen is de dolfijn ook symbool van vriendschap of de gelukkige intrede in het andere leven omdat hij schepen trouw begeleidt en schipbreukelingen op zijn rug aan land zet, de muziek liefheeft of de doden naar de eilanden der gelukzaligen brengt. In de kunst wordt hij veel en ook op Christelijke monumenten, ornamenteel aangewend als zeemotief en dikwijls om een anker gewonden of symmetrisch aan de zijden van een opschrift of medaillon. Dikwijls eisen echter de samenhang en de wijze van voorstelling, vooral bij latere monumenten door de vissymboliek, ook op symbolische betrekkingen tot Christus als verlosser en tot een gelukkige reis naar het andere leven. Zeer dikwijls verschijnt de dolfijn in dit dubbele opzicht in de catacomben, op sarcofagen en oudchristelijke lampen en stenen.

De dolfijn was in de oudheid het symbool van Neptunus. Het is het teken van vele zeesteden als Tarent, Gades en Messina en kustlanden.

Dat dolfijnen van muziek houden is al zo oud als Herodotus. Apollo, god van de muziek, zou de vorm van een dolfijn (delphis) aangenomen hebben toen hij het orakel te Delphi stichtte. Aelianus noteerde een “Hymne voor Poseidon”  als attribuut aan Arion, 625 v. Chr., waarin hij verwijst naar de van muziek houdende dolfijnen. De dolfijn zou het symbool zijn van aanhankelijkheid en liefde tot muziek waartoe Oppianus hem dan ook de zee laat verlaten, de herdersfluit laat volgen en hem in de schaduw met de herder laat uitrusten.

 

Draak.

Volgens Confucius,550-478 v. Chr., is de draak het symbool van het aardse, stoffelijke en wereldlijke leven en van de strijd van de elementen, het onweer. Hij was de aankondiger van een catastrofe, maande tot waakzaamheid en herinnert aan de eeuwigheid.

In westerse culturen zie je draken met vleermuisachtige vleugels die kunnen vliegen. Oosterse draken zijn meestal vleugelloos en vliegen meer door magie. Meestal zijn ze bedekt door schalen en soms door een leerachtige huid. Over het algemeen wordt aangenomen dat draken magische lichamen zijn die in staat zijn om vuur te spuwen.(als een wapen). Soms zijn ze modern en kunnen vorst, bliksem en gas spuwen.

De apocalyptische draak met zeven koppen is volgens 12de en 13deeeuwse symbolisten het symbool van de hoofdzonden. Een aanmatigende mannenkop is de hoogmoed, een slangenkop de nijd, een kameel de toorn, een slak de vadsigheid, een hyena de gierigheid en een vrouwenkop met een nimbus van edelstenen de wellust. Of de zeven keizers van Rome die de eerste christenen zo bedreigden.

Voor het zegevierende christendom was meer en meer het verdwijnende heidendom de draak wiens overwinning aan een aantal geloofsverkondigers werd toegeschreven. De heidense monumenten waren volgens deze opvattingen de woonplaatsen van de draken en het  uitgangspunt van zedelijke en fysieke ellende waartegen men zich door processies trachtte te beschermen. Een reden waarom in de middeleeuwen deze overwinning van Christus over de boze geest door het meedragen van een draak gesymboliseerd werd.

St. Joris werd in processies vaak meegedragen in vaandels, meestal in het Schuttersgilde waarvan St. Joris de patroon was. De ridder St. Joris werd hier voorafgegaan door een grote, groene draak, een omhulsel van linnen die opgevuld was met stro. St. Joris reed mee in de stoet en stak geregeld op de draak in. De draak steken met iemand is nog een bekend spreekwoord,  dit omdat hij telkens deed of hij het monster bevocht.

Gewoonlijk wordt hij voorgesteld als een ridder op een schimmel met witte vaan en rood kruis terwijl hij een draak bestrijdt doorsteekt, terwijl de maagd naast hem staat. Hij is het symbool van het goede die kwaad bestrijdt (een meer voorkomend motief, verdwijnen van de winter, de draak, en het aankomen van het voorjaar, de maagd).

 

Duiven.

Mattheus 10:16. De duif is het symbool van de echtelijke liefde en eendracht.

Vele, maar lang niet alle duiven, houden van gezelligheid en leven paarsgewijs. Het is echter zeer de vraag of  de leden van een paar werkelijk levenslang verenigd blijven zoals gewoonlijk aangenomen wordt. Herbarius in Dyetsche, ‘Columba, dat is een duif, dat is een zegevogel, die van het gezelschap van de mensen houdt, die noemden haar vroeger een onkuise vogel omdat het de nesten veel bezoekt en met kussen, met minnen ontvangen wordt en zeer bezig is met de onkuisheid, daarom heet het Columba want het oefent wel haar lendenen’.

De duif is het symbool van de schepping van het water, het oervocht. De Heilige Geest zweeft over het water als een duif, vergelijk de duif met de olijftak bij de zondvloed. Het is ook de regen- en scheepvaartsterrenbeeld, vergelijk de Plejaden dat duivenzwerm betekent. Met de komst van de Plejaden, mei, is het een gunstige scheepvaart, met het verdwijnen ervan komt de stormtijd, november.

Bovendien was het een hemelwezen, hij schijnt van alle dieren het meest vrij te zijn van de gebondenheid aan de aarde en beschikt over een grote mate van zelfstandigheid over vrijheid van beweging in de lucht. Die vrijheid van beweging in een zo grote schoonheid dat zijn vleugels een symbool zijn vooral en eerst in de verheven gestalte van een engel, maar ook als zinnebeeld van onze vrije gedachte en van de genade van de openbaring van de H. Geest die van verre tot ons komt als een duif die op de schilderijen van de oude meesters uit de hemel nederdaalt.

Het is symbool van zachtmoedigheid omdat van dit dier er het algemeen geloof was dat een duif geen gal had, dus niet zwartgallig werd, geen heet bloed had, dus niet zwaarmoedig werd.

Ook in de Bijbel is de duif een symbool van vrede, zie Jesaja 52:7.‘de voeten van de vreugdebode’. De duif die bij Noach met volgens sommige vertalingen een tak, twijg of blad, terugkeert kan gezien worden als een symbool van Gods vrede en verzoening met de mensen. Het is een zeer opmerkelijke passage gezien het feit dat van een duif niet verwacht mag worden dat die bladen van bomen aftrekt of takken, maar eerder zou terugkomen met een strootje of een graankorrel. Sommige schrijvers maken uit die tekst dan ook op dat de zondvloed snel gestegen en gedaald moet zijn omdat de bomen bewaard zijn gebleven. Ook dat de olijf al goed bekend moet zijn geweest omdat bij het zien van een enkel blad het gewas al herkend werd.

Het verhaal van Chasisatra, de Chaldese tegenhanger van Noach, stemt hiermee in zoverre overeen dat ook hier een duif wordt uitgezonden.

De duif, de Phoenix en de dadelpalm worden in de hiĎroglyfen geēdentificeerd als beelden van tijd en overwinning.

De H. Geest wordt dan ook meestal als duif voorgesteld als bij de boodschapper van Maria. De zeven gaven van de H. Geest, verstand, goede raad, wijsheid, sterkte, kennis, vroomheid en godvrezendheid, worden belichaamd door zeven duiven. Ook pas gedoopte worden door duiven gesymboliseerd.

Volgens Lucas 3: 22 daalt nadat Jezus gedoopt is de heilige Geest op hem neer in een lichamelijke gedaante als een duif. Als symbool van de H. Geest zie je de duif op plafondschilderingen, bijvoorbeeld van de grote kerk te Naarden die de uitstorting van de H. Geest aanschouwelijk tracht voor te stellen waar de duif aangebracht werd boven het hoofd van de prediker.

De duif is de zielenvogel die naar de hemel of naar het paradijs vliegt en daar uit de bron des levens drinkt dat het eeuwige leven geeft. Zo wordt de duif dan ook op doopvonten afgebeeld.

In het Christendom diende de duif om de nieuwe religie uit te drukken en de daarmee verbonden zielsbestemming. De duif was een reine en vrome vogel, eenvoudig en zonder valsheid. In haar vorm steeg de Heilige Geest neer, Mattheus 3:16. Bij de dood van een gelovige ging zijn ziel als een duif naar boven, naar de hemel. In de vroeg christelijke kunst was de duif het zielensymbool en het symbool van de Heilige Geest. Volgens de legende neemt de opstijgende ziel van een martelaar de gestalte van een duif aan. Als symbool van de opstanding werd de duif in de graven van de martelaars gelegd. De graflampen en kerkelijke  sieraden kregen duivenvormen. Op de grafstenen van oude Christenen zie je dit symbool terug, het is ook een symbool van vrede, duif met olijventak.

Het volksgeloof beweert dat boze geesten in alle dieren kunnen varen, behalve in een lam, Jezus beeld, en een duif, het symbool van de H. Geest.

 Vaak is de duif een attribuut van de heiligen. Als ze op de schouder van een heilige zit is ze het symbool van hemelse inspiratie. De H. Vincentius wordt afgebeeld met een duif aan het oor, symbool van hemelse ingeving Met het Pinksterfeest werden wel duiven in de kerk losgelaten als de priester het “Veni Creator Spiritus” aanhief. Ook drinkt ze uit de mond van de stervende martelaar of draagt zijn martelaarskroon in de snavel.

In de heraldiek wordt de duif meestal in zilver afgebeeld met een olijftakje in de snavel, het teken van vrede. Het is het Christelijk symbool van liefde, eenvoud en oprechtheid, Mattheus 10:16. Als vredesduif, naar analogie van Noach’ s duif, als boodschapper van rust (vrede) na de zondvloed. In de Christelijke iconografie wordt de duif afgebeeld met kruisnimbus, het symbool van de H. Geest. De purperen duif is Christus symbool.

Tenslotte is de duif het teken van vrijheid, waarheid, vroomheid, toegevendheid en deemoed. De witte duif in het bijzonder is het teken van de H. Johannes de Doper. Kerkvaders worden wel met de duif afgebeeld, het is de H. Geest die hen inspireerde.

Als symbool van vroomheid en deugd werd de duif op een ivoren staf gedragen door Engelands koningin bij de plechtige kroning van juni 1911.

 

Eekhoorn.

Symbolisch opgevat duidt de eekhoorn op moed die met bekoorlijkheid en list alle moeilijkheden overwint, onpartijdigheid en goede jagershoedanigheden. In de wapenkunde wordt de eekhoorn meestal afgebeeld als een nootje etend en zittend met zijn staart omhoog.

Hij was rood van haar en baard en men neemt aan dat alles wat in de natuur die kleur bezit aan hem gewijd was. Rode dieren als leeuwen, vossen en eekhoorntjes golden als vuur en zonnesymbolen.

Toch heerst in vele delen van Europa het bijgeloof dat iedereen die een eekhoorn schiet het ongeluk naar zich toe trekt en zijn schietvaardigheid verliest. Dat komt omdat de eekhoorn Adam en Eva in het paradijs van de verboden vrucht zag eten. Hij schrok hiervan zo dat hij zijn staart, die toen nog lang en dun was, voor zijn ogen hield. Als beloning kreeg hij nu die grote pluimstaart die nu alle eekhoorns siert.

 

Eenhoorn.

De eenhoorn werd eerst als een apart dier vermeld in de Septuagint vertaling van de Pentateuch die omstreeks de 3de eeuw v. Chr. verscheen. Er waren dwalingen in Bijbelse vertalingen, door de onbekendheid van de taal of het land en zo vinden we verkeerde Griekse equivalenten die aan dieren gegeven werden door vertalers die onbekend waren met het dier. Zo werd het Hebreeuws woord ‘reem’ of re’m (in Engelse Revised version wild ox, bij ons woudos) vertaald als unicorn in verscheidene passages, maar in Deuteronium 33:17 leert de context dat het dier twee horens heeft. De bekendste plaats is Job 39:12-15, Zal de Eenhoorn u willen dienen, zal hij vernachten aan uwe kribbe? Zult gy den Eenhoorn met zyn tour aan de voren binden? Zal hy de leegten achter u eggen? Verder in Numeri 23:22, (24:8) Deuteronium 33:17, Psalm 22:22, 29:6, 92: 11, Jesaja 34:7. De Statenvertaling heeft in navolging van de Septuagint steeds eenhoorn.

Een dier begon zich af te teken die unicorn genoemd werd. Plinius monocerotem kwam zelfstandig voor in sommige passages terwijl elders het woord unicornis gebruikt werd, dit was waarschijnlijk het begin van het verschil tussen de monocerotem en eenhoorn.

De legende van de eenhoorn werd waarschijnlijk ontwikkeld door commentators op de Septuagint, ze komt voor tussen de dieren die genoemd worden in de Physiologus. Toen de eenhoorn zo erkend was als afzonderlijk beest werden de verhalen van de eenhoornige Indiase ezel op hem overgedragen Vandaar kwam het geloof in zijn fierheid en de krachten van zijn hoorn als een tegenmiddel of voorkomen van vergif.

Naar de vermelding van Aelianus dat dit trotse dier opmerkelijk zacht was voor vrouwen in de bronstijd ontwikkelde zich het idee dat het dier tam werd in de aanwezigheid van een maagd en in slaap gezongen werd met zijn hoofd op haar boezem. Dit kwam waarschijnlijk het eerst voor in de Physiologus waar staat: “Ze zonden een zuivere maagd, geheel gekleed en de eenhoorn springt in haar schoot en ze onderwerpt hem en hij volgt haar”.

Er is geprobeerd om die verhalen een Christelijk tintje te geven.

In een eerste verhaal symboliseert de horen het kruis en de poelen der zonden van de wereld.

In een tweede verhaal was het de maagd Maria die de eenhoorn Jezus in de schoot neemt.

De horen is een representatie van de eenheid van de Vader en de Zoon, samengevat in de eenhoorn, die gedood moest worden vanwege de zondige wereld.

Het dier betekent onze Heere Jezus Christus. Hij was kwaad en boos over de hovaardigheid van de engelen en over de ongehoorzaamheid van de mensen op aarde, voor hij mens werd. Daar ontving de hooggeprezen jonkvrouw Maria, met haar kuise reinheid in de woestijn der zondige wereld, als hij van de hemel in haar kuise, reine schoot sprong. Daarna werd hij door boze jagers gevangen, namelijk door de Joden, en werd op schandelijke wijze door hen gedood. Daarna stond hij van de doden op en voer naar de hemel in het paleis van de Hemelse Koning in de gemeenschap van alle heiligen en engelen wat een gelukzalige aanblik is. Help moeder, help de jonkvrouwen maagd, je hebt ons geholpen nu we daar je Kind zien. Isidorus van Sevilla, gestorven in 636, schijnt het eerste deze symboliek gebruikt te hebben.

De eenhoorn geldt tevens als symbool van kuisheid. De gepersonifieerde deugd gebruikt soms de eenhoorn als rijdier. Het is ook het symbool van tomeloze moed.

De mooiste verklaring van de eenhoorn als symbool van kuisheid vinden we bij Moretto die zich in het hofmuseum te Wenen bevindt. De heilige staat midden in het beeld in een licht landschap en kijkt op een op zijn linkerknie knielende man neer. Met de rechter houdt hij een palmtak vast, met de linker pakt hij de mantel van goudbrokaat die van de linkerschouder op het onderste rode kleed neervalt. Voor aan de rechterkant van de heilige herkent men, als symbool van maagdelijkheid, een witte eenhoorn die voor Justina knielt. Aan zijn voeten ontspruit mos en bloeien bloemen.

 

Egel.

Het insectenetende zoogdier met spitse snuit is door zijn geduchte bewapening het symbool van groot weerstandsvermogen.

Het serpent zoekt de egel op zijn hol en valt aan om de egel te doden. Maar de egel rolt zichzelf op als een bal en waar de serpent bijt krijgt hij pijn, er zijn overal stekels, hoe meer ze aanvalt hoe meer pijn ze krijgt. De egel rolt zich tenslotte op het serpent en doorboort zijn huid en vlees, ja, vele keren prikt hij zodat het vlees van de beenderen gestoken wordt, waarbij het serpent levend gescalpeerd wordt. Zijn tegenstander wordt zo gedood en zijn vlees draagt de egel op zijn speren alsof het een banier is die overwonnen is op de tegenstander in het veld.

 

Ezel.

De ezel symboliseert uithoudingsvermogen, geduld en tevredenheid.

In de kerstkribbe staat de os naast de ezel. De ezel zou de heidenen symboliseren en de os de Joden. De ezel bleef een dom dier, de apostel Thomas wordt er mee afgebeeld

Maerlant; ‘Dit zijn z’n deugden, nu hoort voorts van zijn kwaadheden. Hij is uitzonderlijk wulps, sterker van achter dan van voren en meer onberekenbaar van manieren dan enig ander dier’. Maar zijn lasten zijn dat het zeer onkuis is. (Jeremia 2:24) Als wellustig dier komt ze in vele landen voor, bij de Romeinen was hij het symbool van de vruchtbaarheidsgod Priapus. De ezel is onrein en wellustig zoals de rest van deze familie. Echtbrekers waren dan ook wel eens verplicht om in het openbaar een ezel te berijden.

De koelan of wilde ezel is een symbool van vrijheid kan niet onder het juk van de arbeid gebracht worden, elke last werpt hij van zich af.

 

Feniks.

Bij de Egyptenaren diende de palmboom als symbool van de zonnegod om de daarmee de steeds hernieuwende tijd uit te drukken. Aan de top van de stam bevindt zich een kroon van veertig tot zestig en ongeveer drie meter lange bladeren. Elk jaar vallen enkele van de onderste bladeren eraf en worden er ongeveer twaalf nieuwe bladeren gevormd. Voor de oude Egyptenaren was de palmboom het symbool om zo het jaar in twaalf maanden in te delen.

De palm geeft drie honderd zestig nuttige zaken, een mythisch astrologisch getal dat al bij de Egyptenaren werd gevonden.

Het begin van een grote tijdrekening heette bij de Semieten chol of chul die door de Grieken Phonix (vergelijk PhoeniciĎrs) genoemd werd.

Ook de vogel was als de palm een symbool van onsterfelijkheid en daarom betekenen de Griekse en Semitische namen beiden palm en vogel. Het is de zonnevogel en de boom de zonneboom.

De Phoenix symboliseert onsterfelijkheid, opstanding en leven na de dood. Naar dat aspect werd de Phoenix veel afgebeeld op de graven.  Uitgebeeld op een brandstapel en met een stralenkrans omgeven, gold hij bij de Romeinen als het symbool van de Keizerlijke verheerlijking

Vanaf de eerste christeneeuwen gold hij als symbool van de lijdende en verrijzende Christus. Paus Clemens schrijft omstreeks 79 aan de kerk van CorinthiĎ: “Ziet, welk een paradoxaal verschijnsel plaats grijpt in de regionen van het oosten, in ArabiĎ. Er is daar een vogel die Phoenix heet en enig is in zijn soort want hij leeft vijf honderd jaren”. Verhaalt dan de geschiedenis van de vogel. “Moeten wij dan, zo vraagt hij tenslotte, menen dat het een groot en verwonderlijk feit is dat Hij die het heelal gemaakt heeft en de verrijzenis bewerkstelligt van hen die Hem in heiligheid gediend hebben en hun vertrouwen stellen in een heldhaftig geloof als Hij ons door deze vogel de grootmoedigheid van Zijn belofte voor ogen stelt?”

Deze voorstellingen zien we ook bij vele anderen. Vaak zien we de Phoenix afgebeeld als ze zit op een palmboom.

Verder was de Phoenix het voorbeeld van de martelaren die hun stoffelijk lichaam op de brandstapel verwisselden voor een geestelijk en het nieuwe leven in het paradijs.

De vogel en de boom zijn symbolen van onsterfelijkheid en de tortel is het symbool van liefde. Koppel dan de Phoenix, een ideale vrouw die perfect is in liefde, met de tortel die trouw aan zijn maat is tot in de dood. Ze worden een in de dood door zichzelf te verbranden in een verterend vuur. Vandaar;”

The Phoenix and the Turtle;

‘Love and Constancy is dead’.  liefde en echte trouw zijn dood’.

Phoenix and the Turtle fled’. Phoenix en haar tortel vlood’.

In a mutual flame from hence’.)  een vlam deed hen vergaan’.

Nam de min twee wezens in’.

’t Innigst wezen was toch een’.

Twee in schijn, verdeling geen’.

Veelheid sneefde door de min’.

Harten twee, doch niet gescheiden’.

Afstand zonder afstand, ja’.

Bij dien tortel en zijn ga’.

Wonder! Slechts niet bij die beiden’.

Liefde gaf zo heldere schijn’.

Dat de tortel heel zijn wezen’.

In de Phoenix ogen kon lezen’.

Ieder noemde de ander mijn..…’

Ach, het edelst paar is dood’.

Nu de Phoenix de ogen sloot’.

De adem tortels borst ontvlood’.

En geen kroost ontsproot uit hun echt’.

Niet door zwakte was ontzegd’.

Maar hun kuisheid was oprecht’.

 ‘a phoenix among women’ .

AIf she be furnished with a mind so rare’.

She is alone the Arabian bird’.

 

Gans.

De tamme witte gans is met een verwisseling van kleur ontstaan uit de grauwe wilde. Die is al een lange tijd een huisdier in het zuiden en noorden van Europa geweest. Ook in het oosten was ze al vroeg getemd. Al bij de IndiĎrs werd ze als waakdier vereerd. In China geldt ze voor symbool van echtelijke trouw. Ze gaat dan ook door voor het symbool van waakzaamheid en opoffering. In de heraldiek wordt ze steeds lopend voorgesteld.

De wilde ganzen zijn als vrome lieden die zich ver van de wereld ophouden en een grijs boetekleed dragen. De witte gans is als het stadsvolk, veel gesnater om niets. De kwebbelende gans is het symbool voor  babbelzieke mensen.

 

Geit.

Amalthea was de geit die Zeus met geitenmelk groot bracht; vandaar de zegswijze: ‘de hoorn (tepel) van Amalthea die van overvloed overstroomt’. Een geitenhoorn is het symbool van de vruchtbare natuur, het is de hoorn der overvloed. Het is het symbool van rijke zegeningen en onvergankelijk geluk. Dat wel voor de boeren in oude Griekse tijd.

 

Gems.

Gemsbok of steenbok is kenbaar aan zijn horens die ook als afzonderlijk wapenfiguur voorkomen. Het is een zeer oude figuur met de betekenis van taaie weerstand, behendigheid, snelheid en grote scherpzinnigheid. Zijn kracht schuilt vooral in zijn horens. De familie Steiger voert de steenbok in het wapen met de wapenspreuk: ‘Alta peto’, ‘ik streef naar hoger’. Een symbool van Zwitserse vrijheid en onafhankelijkheid.

 

Gier.

Bij de Egyptenaren gold hij als het zinnebeeld van de zon. Ze meenden dat de gieren uitsluitend van het vrouwelijke geslacht waren en daarom door de oostenwind bevrucht werden. Ze waren het symbool van moederschap, iets wat je niet van een monniksgier zou verwachten. Later werd het een symbool van de Maagd Maria. De godin Neith, aan wie ze gewijd waren, werd met een gierenkop afgebeeld. Neith was de godin van de barende en moederschap. Mut was een Egyptische godin, de moeder van de goden, heerseres van de Hemelen, vrouw van Amon Ra. Ze was de moeder van de wereld. Gewoonlijk wordt ze voorgesteld als een vrouw met het hoofd van een gier. Soms ook met een leeuwenkop of leeuwen/gierenkop. Met Amon Ra en haar zoon Khensu vormde ze de drie-eenheid te Thebe. Vaak wordt de gier zwevend boven de farao afgebeeld. In Egypte wordt hij afgebeeld op oude bouwwerken. Daar is hij altijd getolereerd en beschermd. Hij begeleidt de karavanen om het afval te verwijderen. Het is het symbool van reinheid en ouderliefde. Het is de personificatie voor wie niets te min is en om door het te eten die onreinheid op te ruimen en het zo rein te maken. Hij baadt zich graag en houdt de veren schoon.

Het was een symbool van Egyptische kracht wat een speciaal punt geeft in Jehova’s boodschap om de IsraĎlieten aan te moedigen. Exodus 19:4: en dat Ik u op arends (gier) vleugelen gedragen en tot Mij gebracht hebt’. Ironisch genoeg is het dat de Joden vele eeuwen later en na vele zonden weer in gevangenschap raakten en deze keer bij de AssyriĎrs wiens god Nisroch was (een woord dat van dezelfde wortel komt als nesher, zie arend) en een gierhoofd had.

 

Griffioen.

Als symbool van de overwinning was de griffioen het attribuut van Apollo. Alexander de Grote zou op een griffioen geprobeerd hebben om de grenzen van de hemel binnen te dringen en zo werd hij het symbool van hoogmoed. De griffioen was de belichaming van de wraakgodin Nemesis en draaide bij haar aan het rad van fortuin.

Ze golden als symbool van kracht omdat ze sterker waren dan acht leeuwen en ossen zo meenamen. Het is ook een embleem van dapperheid en grootmoedigheid omdat hij gevormd is met het verstand van de adelaar en de kracht van de leeuw, de koningen van de dieren. Daarom werd hij gebruikt voor koningen, generaals en heersers. Daarom wisten ze zich een plaats te veroveren in de heraldiek en in de wapens van de aanzienlijken. Daar komt de griffioen nog voor als familienaam.

De voorstelling van de griffioen veranderde. Het werd een fantasiesymbool voor een bewaker, ‘want zijn oren wijzen op aandacht en de vleugels op snelle beweging, de leeuwenvorm op moed en vermetelheid en de gekromde snavel op reserve en vasthoudendheid.

De leeuw is de koning der aarde, de arend is de koning van de lucht. De griffioen is dus een symbool van Christus koning van hemel en aarde. Bij Dante is de griffioen het zinnebeeld van de twee naturen in Christus. Dat komt omdat de griffioen ook jonge mensen en paarden wegvoert om te eten. Dat wijst weer duidelijk op de duivel. Een dilemma. Dante laat de griffioen in een processie meelopen als trekdier van de kerk. In de kerkelijke symboliek komt de griffioen voor als zinnebeeld van ketterij en opstandigheid, dus van de duivel en de zonde. Hiernaar zal zijn grimmig aanzien en zijn klauwen als ook, en niet in de laatste plaats, de naam ‘Grijpvogel’ aanleiding zal hebben gegeven.

 

Haan.

Op de munten van de Fransen van 1791 verschijnt de haan als genius van Frankrijk, het symbool van waakzaamheid. Dit vanwege de aanname van het Latijnse gallus dat tegelijk haan en GalliĎ betekent. Het was een grap en geldt zo als symbool van Franse overmoed. Want Frankrijk wordt Gallia genoemd naar de witte kleur van het volk. Vandaar dan de Grieken vanwege die melk of witte kleur hen Galatas noemen, want gale heet bij hen zoveel als melk. Van dat woord hebben de Latijnen dit volk Gallo genoemd. Dus niet van Gallus; haan.

De haan is vooral als offerdier aan Aesculapius bekend geworden door de woorden van de stervende Socrates: ‘Crito, wij zijn een haan schuldig aan Aesculapius. Breng het offer en vergeet het niet’. De haan is een goedkoop offer, maar hij gold ook als symbool van de dageraad en Aesculapius was de goddelijke arts die de mensen in staat stelde het daglicht te zien. Op vele Griekse munten en Romeinse beelden verschijnt de haan als zinnebeeld van waakzaamheid en zo als symbool van Mercurius.

De haan is het symbool van de biecht omdat die ons herinnert aan Petrus verloochening die weldra door berouw gevolgd werd, Mattheus 26, 74. Door zijn rol in het leven van Petrus werd de haan het symbool van de oproep tot bekering

(197) De haan zien we als symbool van Christus bovenop de palmpaasstok. Hij is het licht dat de duisternis (boze) verdrijft en zo het symbool van herleving zoals hij eenmaal met de palmtak de oude graven der christenen versierd moet hebben

Vanaf 800 werd het de gewoonte om de haan op de toren van de kerk te plaatsen. Nu hing hij te fungeren als windwijzer en was waarschijnlijk ook be­doeld als de verdrijver van boze geesten en als beschermer van het dorp is hij het symbool van waakzaamheid.

De haan was vanouds het zinnebeeld van de bliksem. Hij splijt de onweerswolken en zuivert de dampkring. Zo is hij ook het afweerteken geworden. Vandaar staat hij boven op een toren en weert ook het onweer af als bliksemafleider, het is de rode haan.

Kerkvaders wijzen erop dat de haan ook een profetische functie heeft. Immers de haan draait zijn kop tegen de wind in en gaat dan pas kraaien zoals een profeet preekt tegen de wind van de tijdgeest in en tot bekering roept. De haan op de toren is een symbool van de prediker. Hij is een voorbeeld van wakkerheid vooral voor de dienaren van het Woord. Hij brengt ook de leraren tot wakkerheid die het volk tot boete roepen.

Hanen waren al vanouds het symbool van waakzaamheid en kennis. In begin 1800 werd de kinderen het abc geleerd uit het hanenboek. Achter de titel ‘groot A, B, C. Boek. Ten dienste van de Jeugd, van Taalfouten gezuiverd en geheel verbeterd’, staat een grote haan waarvoor een meester staat met het opengeslagen boek in de opgerichte hand. Onder de haan staat:

‘Wanneer gij, ‘ s morgens vroeg ‘t gekraai hoort van den haan

Dan, lieve kinders! Moet gij uit den bedde opstaan,

God’s goedheid danken en uw lessen vlijtig leren

Een deugdzaam, leergraag kind ziet zich van ieder eeren”.

Studenten zouden ‘s morgens net zo vlijtig met de studie moeten beginnen als de hanen.

De haan is het symbool van vruchtbaarheid vooral omdat hij de hen zo uitgebreid het hof maakt. De immorele huishaan die iedere hen treedt. Maar de hen heeft dan ook juist omdat geen haan weet wie zijn kinderen zijn grote, ja, meer dan dubbele liefde voor haar kuikens. Vandaar dat de Verlosser haar aanhaalt als het voorbeeld van tedere liefde, als een kloek jegens haar kiekens, Jeruzalem.

De ‘rode haan uit het dak steken’ is de haan het symbool van de brand. Dat was hij al in het oude Rome. Petonius, die tijdens Nero leefde weet te verhalen hoe Trimalchion, toen hij een haan hoorde kraaien, daarin een voorspelling van brand hoorde zodat hij dan ook aanstonds de nodige weermiddelen te baat nam om zodanig onheil af te wenden.

Naar Plutarchus was het ei bij de heidenen als symbool van de oorsprong van de wereld en alle dingen. Van Beverwijck; de oudste schrijver van de zaken der PhoeniciĎrs Sanchumates, bij Phylo Byblius, meent dat de wereld de vorm van een ei heeft. Daarom plag in de dienst van Bacchus het ei als een beeld van de wereld geĎerd te worden zoals Plutarchus en Macrobius getuigen. De hemel is de schaal, de aarde de dooier en dat tussen beide zit, te weten het wit is de vochtigheid van water en lucht”. De Romeinen hadden hun eierspelen ter eren van Castor en Pollux, beiden gebroed uit twee eieren. Omdat nu naar Mozes de wereld eerst een chaos was zo hebben de Joden die symboliek in hun religie overgedragen. De christenen hebben hetzelfde gedaan. Het christendom kerstende dit gebruik en het ei werd als een wit gepleisterde graf beschouwd, hetgeen er in is kan er levend uitbre­ken, het symbool van verrijzenis.

 

Haas.

Een moerhaas kan in een zomer vier maal jongen voortbrengen en iedere keer twee tot vijf stuks. Ze werpt haar jongen niet in een keer, maar krijgt die enig tijd na elkaar zodat ze ze niet allen tegelijk verliest. De jonge hazen die vroeg in het jaar, al in februari, geboren zijn kunnen voor de herfst al weer jongen voortbrengen. Als het vrouwtje haar eerste paar jongen werpt bevindt zich in de baarmoeder al een ander paar. De haas is aan Venus en de liefde gewijd, dit vanwege zijn geilheid en sterke voortplantingslust. In ieder geval vind je een spreekwoord van de haas, ‘lepus tute es, pulmamentum quaeris’,’ je bent zelf een haas en zoekt het lekkere bij een ander voor wat je zelf hebt’. Het is een symbool van wellust vanwege de vruchtbaarheid.

 

Hagedis.

Ze blijven met vochtig en koel weer in hun schuilplaatsen maar zo gauw de zon schijnt komen ze voor de dag om zich in haar stralen te koesteren. Als zon- en lichtvriendin is de hagedis aan Apollo gewijd. Een waarzeggers geslacht uit SiciliĎ, de Galeoten, leidt de oorsprong van de hagedis van Apollo af. Daardoor zijn ze symbolen van het licht. Tweemaal per jaar veranderen ze van huid en zo zijn ze het symbool van wedergeboorte en verjonging en worden zo afgebeeld op wierookvaten.

Men mag ze niet doden omdat hun geraamte een voorstelling van het lijden van Christus geeft.

 

Havik.

Je ziet de havik naar omhoog en naar beneden vliegen en zijn wieken of vlerken worden dan getekend als symbool van de bewogen lucht of de winden.

Men stelde havik ook ten teken van iets dat dierbaar is als bijvoorbeeld van het bloed. Want men vertelt dat hij geen water, maar bloed drinkt of zuigt. In zoverre munt hij boven alle andere vogelen uit die alleen maar water drinken. Het hart wordt door het bloed gevoed en ondersteund en het bloed voor de ziel wordt als het edelste voorgesteld. Het hart was de ziel en mocht men vanouds niet eten wat de havik wel deed. Als de Egyptenaren de ziel willen afbeelden en het verstand ten toon wilden stellen tekenden ze een havik die ‘bajeth’ genoemd werd uit, bai: de ziel, en jeth: het hart. Want gelijk het hart als met bloed vervuld wordt zo gebruikt de havik als drank het bloed.

Vervolgens vond men deze vogel het symbool van overwinning omdat hij in kamp en strijd alle anderen te boven gaat want als het gebeurt dat hij een ander tegenkomt die sterker is dan hij dan legt hij zich zelf in de vlucht op de rug, met de poten en klauwen omhoog, wat zijn tegenpartij niet kan doen en zo overwint hij die of drijft hem op de vlucht.

Diodorus bericht dat men de havik vanwege zijn snelle vlucht tot teken stelt van al hetgeen zeer snel wordt uitgevoerd, het is het symbool van vaardigheid en grote spoed.

 

Hermelijn.

We hebben hier te doen met het symbool van wijze voorzichtigheid, moed en reinheid.

Al in de oudheid waren deze diertjes het teken van onschuld en reinheid omdat, zo heet het in het volksgeloof, ze liever door vuur dan door modder gaan en ze liever sterven dan zich vuil te maken. Er zijn mieren die vuilheid haten en zoveel dat als je rommel over hun nest strooit ze allen onmiddellijk hun kamp verlaten. Ze weigeren absoluut in een gemeenschap te leven waar het niet geheel zuiver is. Maar de hermelijn draagt zijn aversie nog verder want het prefereert nog liever de dood dan smerigheid. ‘Beter dood dan bezoedelt’. Dit was het motto van het devies van de hermelijn die gedragen werd door de koningen van Napels en Castille. Er was ook een Bretonse orde van de hermelijn met dezelfde legende, het devies werd geadopteerd door ‘La Reine Duchesse’, Anne van Engeland, de vrouw van Karel VIII en daarna van Lodewijk XII. Deze woorden; ‘Plutot mourir que souiller, of Malo mori quam foedari’, in het origineel verwijst het naar het geloof dat een hermelijn omcirkeld door modder zich liever overgeeft dan door de smerige barriŹre heen te trekken. Het is ook zo schoon van natuur dat het liever gevangen wordt dan dat het zijn huid bevuilt. Trappers nemen daarom voordeel van deze zelfmoordachtige hygiĎne en bouwen muren van afval rond de hermelijn om ze te vangen, maar, dat mag wel toegevoegd worden, dat wijzere en oudere jagers liever zout op hun staart leggen.

 

Hert.

Net als de slang is het gewei een symbool van vernieuwing, verjonging.

Het hert is een van de vele gerechtstekens, het is een gerechtsdier. In dat geval wordt hij klimmend voorgesteld tegen de gerechts- of  gerichtsboom, Upstalboom. Het is het Germaanse zonnedier, het zinnebeeld van de zuivere rechtspraak. Ook zijn roodbruine kleur wijst in die richting, de kleur rood is de kleur van het vuur, het licht, tegelijk de kleur van het gerecht. Daarnaast komt het hart voor als symbool van zachtmoedigheid en vriendelijkheid omdat hij geen gal heeft. Hij duidt ook op het recht van vrije jacht. In de christelijke symboliek op geloofs- en waarheidsdrang: ‘gelijk een hart schreeuwt naar de waterstromen’ Psalm 42:2.

Om zijn snelvoetigheid is het hert bij HiĎronymus, Beda en anderen het symbool van de apostelen. Habakuk. 3, 19 “God de Heer is mijn sterkte, Hij geeft aan mijn voeten de snelheid der herten”. 2 Samuel 22: 34. Vier harten op een heuvel geplaatst betekenen de vier evangelisten.

Herten worden vaak afgebeeld al etende van druiven. Het is het symbool van de mens die op aarde al hemelse genade heeft gekregen.

 

Honden.

Hij is het symbool van waakzaamheid omdat reeds blaffende honden de Byzantijnen in 340 v. Chr. Koning Philips van MacedoniĎ verraadden. Voorts is hij het symbool van trouw en aanhankelijkheid en juist daarom wordt hij met een halsband afgebeeld. Hij volgt zijn meester op alle wegen, speurt voor hem het wild op en bewaakt huis en hof. Het is niet uitgesloten dat honden in wapens werden opgenomen ter herinnering aan het oude volksgeloof dat juist huilende honden brand of sterven zouden aankondigen wat door de eerste wapenvoerder zou zijn ondervonden.

De hond is bijzonder snugger en leerzaam. Wonderlijke kunsten kan men ze leren door middel van honger en slagen. Wonderlijk waakzaam is hij en geschikt om van tempels, kastelen en huizen te bewaken. Vandaar wordt hij tot het symbool van getrouwe leraren en toeziende overheden gebracht, hoe meer bedreigd of gevlijd, hoe sterker er geblaft wordt, vooral ‘s nachts. ‘Zo de leraars en wie de burger- en kerkwacht aanbevolen zijn, door vrees of andere inzichten niet bassen, of zorg dragen, worden ze vergeleken met stomme honden die niet kunnen bassen’, Jesaja 56:10.

 

Ibis.

Maerlant; ‘Isidorus pleegt te zeggen dat als hij niet ter toilet kan dat hij in zijn bek dan water neemt naar zijn zede en purgeert zich ermee’. Het schijnt dat deze ibisvogel vrij heet van aard en gauw verstopt is. Hiervan weet hij zich te ontlasten door zichzelf met zijn kromme snavel in zijn achterpoort een klisteer in te schieten van zeewater. Men denkt dat de mens het hiervan van geleerd heeft.  Daarom is de ibis het symbool van gezondheid of vanwege de slangen die hij zo goed opruimt. Van Beverwijck, ‘We hebben gezegd hoe het aderlaten en braken gevonden en aan de mensen geleerd is door de beesten, eveneens is het ook gelegen met de klysma. Daar is, schrijft de vermelde Plinius in 8. 27, een vogel in Egypte met name Ibis (die veel op de ooievaar lijkt en hier omtrent de stad van AlexandriĎ uitgebeeld) die in zijn bek het Nijlwater opneemt en dat deel doorspoelt waardoor het gezond is omdat het overschot van de kost afschiet.

De Ibis, de heilige vogel van de Egyptenaren, gold als symbool van het water en de slang als symbool van de warmte. Door de overstroming (Ibis) van de Nijl en de daarop volgende hitte (slang) ontstonden ziekte bevorderende kiemen die de lucht bedierven en de dood veroorzaakten. Het kind van water en hitte (basilisk) doodde door verpesting van de atmosfeer alles wat ademt en leeft. Een oude Egyptische afbeelding stelt de basilisk dan ook voor als een dier met een gekroonde ibis kop op een slangenlichaam. Oorspronkelijk was het zo de heilige Ibis die men het vaderschap van dit wonderdier toedichtte. Tot de 19de eeuw wist men vrijwel niet welke vogel de ouden met de ‘ibis’ bedoelden. De Arabische naam voor Ibis betekent wachter en men dacht zo dat de haan bedoeld werd.

 

Kameel.

Een kameel is het symbool van uithoudingsvermogen, genoegzaamheid en tevredenheid.

Het is een sterk dier en kan de zwaarste lasten van drie honderd, twee honderd vijftig, ja zelfs van vijf honderd en meer kilo’s gewicht dragen. Als het bevracht wordt dan buigt het zich en rijst op met zijn vracht. Het is niet graag overbelast en komt dan niet omhoog.

De kameel is het zinnebeeld van het onderscheidingsvermogen. Omdat niet iedereen deze gewoonte kende, zagen sommigen het als een symbool van luiheid. De kameel knielt voor de mens.

 

Kameleon.

Aristoteles zegt dat ze van kleur verandert van zwart tot groen. Plinius versterkt dit en zegt dat het elke kleur aanneemt waar het op zit, behalve rood en wit.

Vroeger nam men aan dat het dier elke kleur kon aannemen die het verkoos, dat het de kleur van de omgeving aannam om zich voor zijn vijanden te verbergen. Men wil iemand een kameleon noemen die verraderlijk is, op wiens woorden men niet teveel kan vertrouwen. Het Duitse kameleonartig is voor een mens die huilt met de wolven, met wie hij in het bos is, mensen wier houding verandert al naar gelang de omstandigheden. Zo mag men dit dier vergelijken met hovelingen, geveinsden en alle die de wind van eer, roem en belang trachten na te jagen, die allerlei gedaanten in woorden gebaren en anders aannemen en zich voegen naar personen, zaken en omstandigheden die hun het beste in de kraam past om het gevaar te ontwijken. Om met hun slijmerige en vleiende tong te strelen en bedrieglijke woorden te spreken. Mensen van weinig edel bloed, groot van long of grote windbuilen, opgezwollen zakken en blazen, gekronkeld van staart vol draaien zonder eenvoudigheid. Die men niet alleen in Afrika en IndiĎ, maar schier alom vindt, maar vooral in de vorstelijke hoven. De kameleon is het symbool geworden van ogendienst, van de slaafse onderworpenheid van vleiers en hovelingen. Dit werd door diverse schrijvers opgenomen. Door het verkleuren symbool van veranderlijkheid.

 

Kat.

Het is het symbool van de zon. Ra nam de gedaante van een kat aan om de kracht van het kwade te bestrijden. Dat was de slangvormige Apap die in de diepste duisternis van de onderwereld leefde. In zijn kattengedaante vocht Ra met de duistere en kwade machten. De hemelse kat besprong het reptiel en Apap keerde gehavend en bloedend terug naar de onderwereld.

Door de eeuwen heen is de kat het symbool geweest van goed en kwaad, religie en zwarte magie, licht en donker. Tot de 15de eeuw kwamen er kattenvereringen voor totdat Paus Innocentius VIII de inquisitie bevel gaf kattenaanbidders te vervolgen en ze als heks te verbranden. De kattenverering ontstond wel vanwege hun nut om de graanopslagplaatsen te beschermen.

 

Koeien.

De stier is het symbool van levenskracht en mannelijkheid, zijn aanval vervult de mens met angst. Er zijn veel verhalen over het bedwingen van stieren. De stier komt voor in stierencultus die veelal met vruchtbaarheid samenhangen. Zijn horens zijn als een maansikkel, het is een offerdier.

De stier, maar dan gevleugeld, was het symbool van vele medische faculteiten en dit is waarschijnlijk ontleend aan het visioen van EzechiĎl 1, 5 en keert terug in de Openbaringen van Johannes 4, 7 waarbij de stier een van de dieren is die Gods troon dragen. De stier symboliseert hierbij de gevleugelde kracht, de almacht.

Een os is een gesneden stier, het symbool van vreedzaam dienen en kracht.

De Evangelisten zijn met hun symbolische dieren bekend. Marcus met de leeuw, omdat zijn evangelie begint met ‘de stem eens roepende in de woestijn’ Lucas met het rund omdat zijn evangelie begint met het offer van Zacharias in de tempel, Johannes met de adelaar wegens de hoge vlucht die hij meteen in zijn evangelie neemt. Mattheüs met een gevleugelde man (engel) omdat hij begint met de boodschap der engel. Achter deze beschrijving ligt het visioen van EzechiĎl, de wagen met de vier wezens, 1:4-11.

 

Koekoek.

Vaak is het zo ook een fallisch symbool. De koekoek zit op de scepter van Hera,  zijn roep gold als goed voorteken van trouwlustigen. Hij is ook een trouweloze echtgenoot, de cuculus van de Romeinen, de spotter, anderzijds de man van een trouweloze vrouw, cuckold in Engels en cocu in Frans.

In de Venus tempel vermeldt Chaucer de koekoek als symbool van Venus:

that wered of yelewe gooldes a gerland’.

and a cokkow sittynge on hir hand’.

In de mythologie is de vogel het symbool van het voorjaar, de verkondiger van het hete jaargetijde, het eerste onweer. Hesiodus: ‘ut cantum audieris quem reddit ab ilice Coccyx’, ‘wanneer gij de zang van de koekoek uit de boom hoort.’ Het voorjaarslied. En omdat de wijngaardiers soms wat langzaam en lui in het snoeien van hun wijngaarden waren en het hebben uitgesteld tot de koekoek in het land was zo heeft men tot smaad dit lui en onachtzaam volk koekoeken genoemd. Het is een schimpnaam van lui-, traag-, en onachtzaamheid.

Het is een zot gebroedsel dat steeds zijn eigen naam roept en zonder verandering alsof hij zichzelf alleen beroemd wil maken. Dit dier houdt men voor een symbool van waanwijze gekken en beuzelaars die niets uitvoeren en tot walgen toe reutelen en met gezwets spreken.

 

Konijn.

Het verhaal van een ei leggend konijntje bij de paasfeesten komt voort uit het Duitse volksgeloof van de Christelijke sprookjes. Het konijntje en de haas werden als symbool van de dood gezien en vandaar een uitzicht op een nieuw leven, zo werden ze als symbool van het leven in verbinding gebracht. Het konijntje werd waarschijnlijk vanwege zijn vruchtbaarheid aan de voorjaarsgodin Ostara naar wie het Duitse Pinksterfeest genoemd is  geofferd.

Het konijnenpootje brengt geluk. Het is het symbool van de maangod, die ‘s nachts met elkaar spelen. Omdat het konijn zich met succes voortplant moet het, zo gelooft men, wel voorspoed en succes brengen. Het haar van zuigelingen moet als het maar even kan met de linker achterpoot van een konijn geborsteld worden. Dat zo gauw na de geboorte, dat geeft het kind een bijzondere bescherming. Dat kan ook met een konijnenpootje in de wieg of kinderwagen.

 

Kraaien.

De kraaien zijn een symbool van eensgezindheid en liefde, naast de toegewenste lang levendheid.

Terwijl het wijfje de eieren uitbroedt wordt ze door het mannetje verzorgd. Ze gooit de eieren niet uit het nest, leert ze vliegen en houdt ze gezelschap en voedt ze nog lange tijd nadat ze vlug zijn geworden en zich reeds uit het nest hebben begeven.

De kraai is een vogel die veel gekras, snaps en gekakel heeft waarvan de bek vaak zodanig gaat dat hij diegene verveelt waar hij bij is. Daarom wordt hij snapper en langtong genoemd. Dat men hem ook kan leren verstaanbare woorden bij te brengen toont de ondervinding. Een kraai riep kort voor de dood van Dominitianus: ‘alles zal wel zijn’.

Caussinus heeft de klapachtige kraai als symbool ingevoerd van een ongeleerde snapper die ver van de wijsheid is en zijn tijd doorbrengt met winderige woorden en zot geklap, maar ook onverstandig scheldt, lastert en buldert.

 

Kraanvogel.

Een wakende kraan is bij de Egyptenaar een symbool van voorzichtigheid, maar de vliegende kraan een symbool van een wijs man die met zijn verstand hemelhoog zweeft. De waakzaamheid draagt in de rechterhand een boek en in de linker een roede en een lamp. Naast haar staat een kraanvogel met een steen in zijn opgeheven poot. Die steen wordt in het Duits Storchsteine genoemd omdat, zoals men zegt, de storch zo’n steen vast houdt om wakker te blijven. Het boek duidt op waakzaamheid van de geest en de roede op die van het lichaam. De brandende lamp is een teken dat de waakzaamheid ook op haar hoede is tijdens de nachtelijke uren. De kraan is ook het symbool van waakzaamheid omdat de ouden haar het vermogen toeschrijven dat ze een voorgevoel bezit voor komende grote gebeurtenissen.

Volgens Plinius en andere klassieke schrijvers plaatsen de kraanvogels wanneer ze tijdens hun grote trek uitrusten schildwachten rondom de plaats waar ze zich verzameld hebben. De kraanvogel bewijst een grote intelligentie bij zijn reis en verschillende legenden groeiden hier mee op. De kraan rustte op een poot en hield in de ander een stuk steen en zo gauw als haar zinnen ingeslapen waren viel die met een klap op de grond waardoor ze wakker werden en waardoor ze altijd klaar is om zich te verdedigen tegen haar vijanden.

 

Krab, kreeft.

Als zeedier is het een symbool van de oerwateren. Het was een vijand van slangen, herten aten als tegenmiddel bij slangenbeten kreeften. Water waarin kreeften een week gelegen had was goed om ongedierte van het gewas te halen.

Cancer is het sterrenbeeld kreeft. Deze kreeft was door Hera onder de sterren geplaatst omdat die de hydra van Lerna tegen Hercules had geholpen door hem in de voet te bijten. Hercules verpletterde hem echter onder zijn voeten. Vanwege zijn doodsverachting werd hij tussen de sterren geplaatst. Het is het vierde teken van de dierenriem.

Kreeften gaan zijwaarts en meer achterwaarts dan voorwaarts. Rechtuit gaan ze niet en kunnen ze ook niet. Het is het symbool van een ongeluksbrenger. Van iemand wiens wandel niet en deugt, die het pad van deugd en rechtvaardigheid niet bewandelt en die meer achterwaarts als voorwaarts gaat zeggen we, ‘hij gaat kreeftengangen’.

 

Krekel.

Volgens de sage was de broer van de Trojaanse koning, Tithonos, de geliefde van Eos, de godin van de dageraad. Ze vroeg Zeus om hem het eeuwig leven te geven, maar vergat daarbij de eeuwige jeugd te vragen. Ze vond echter een middel uit om die veroudering te verzachten en veranderde hem in een krekel. Om de kracht van zijn jeugd weer te verkrijgen had hij niet anders nodig dan van vel te veranderen. Een gestileerde cicade is zo het symbool van onsterfelijkheid, ook van beginselvastheid.

 

Krokodil.

In oud Egypte werd de krokodil op de ene plaats vereerd en op andere verafschuwd en vervolgd. Tussen beide partijen was dan ook vijandschap en oorlog. De verering was te Krokodilopolis. De andere zou dan door zijn wildheid en verstoringwoede het symbool van het boze zijn. Dat wordt voorgesteld als Typhon, die zou in een krokodil veranderd zijn en hij werd gevoerd om  de toorn van de boze geest te begunstigen. Die boze geest zou bij die aanblik een menselijke traan vergieten, de krokodillentranen.

Als de Egyptenaren door tekeningen en afbeeldingen hun mening uitdrukten dan stelden ze iemand met een goed geheugen als een haas of vos voor met opgestreken oren omdat die dieren scherp van gehoor en geheugen waren. Als ze een kwaad mens afbeelden brachten ze een krokodil te voorschijn, een snelle, een havik, een slang etc.

De kleinere krokodillenvorm trof men aan bij het begin van de Nijloverstromingen en die gold als symbool van geluk. Hij werd getemd en met goud en edelstenen versierd en zorgvuldig gebalsemd, zulke mummies worden in de graven van Thebe gevonden. In een holte bij Monsalut liggen vele duizenden jonge en oude krokodillen en eieren die licht gebalsemd zijn.

Zijn natuur is om zijn prooi te krijgen, eerst huilt en snikt hij zodat zijn prooi bewogen wordt om tot hem te komen zodat hij ze kan pakken. Het is een huichelachtig dier die het geluid van een schreiend kind nabootst om zo de voorbijganger te lokken en op te eten. Daarop kwam de spreuk die op vrouwen wordt toegepast als ze huilen, crocodili lachrymae, (Erasmus 1500) of wel krokodillentranen. De betekenis is dat als de krokodil huilt de ander bedrogen wordt en zo doet een vrouw gewoonlijk als ze huilt.

 

Kwartelkoning.

De kwartel is een trekvogel en over de hele wereld te vinden. Tot hun hoofd en begeleiders hebben de kwartels de kwartelkoning die de grootte heeft van een tortelduif met lange poten en de Lingulaca of Glotis die een lange vooruitstekende tong heeft. Doch dat deze het gezelschap op de eerste rustplaats verlaat en weerkeert vanwaar hij gevlogen is. Een symbool van volkerenhoofden en leidslieden die wonderlijke zaken zeggen te zullen verrichten doch wiens drift haastig verflauwt en de eerste zijn die ‘t op een lopen zetten. Vandaar kwartelkoning, het is de leider van de trekkende kwartels.

 

Lamia.

De Lamium (zie Lamium, dovenetel) van Plinius zou van het Griekse laimos afgeleid kunnen zijn: de keel of muil en is daardoor verbonden met lamos: een groot hol.

Lamia is een vampier, vergelijk het Griekse lamos: muil, dat verbonden is met Latijn lemuren wat phantoms of nachtgeesten betekent. Het is een verterend monster met hoofd en borst van een vrouw en lichaam en staart van een serpent. Het is een vampier, een heks.

Waarschijnlijk is het woord verbonden met Lamia: de koningin van LibiĎ, wiens naam door de Grieken werd gebruikt om kinderen af te schrikken die ze zou verslinden. Lamia was de mooie Libische koningin die door Zeus bemind werd. Uit jaloersheid roofde Hera al haar kinderen, sinds die tijd rooft Lamia de kinderen van anderen om ze te doden. Daarom werd haar naam gebruikt om kinderen bang te maken.

Lamien waren vrouwelijke spoken wiens geschiedenis, net als elk andere spookgeschiedenis, duister en verward is. Men verhaalt dat zij zeer begerig waren naar mensenvlees en vooral naar het bloed van kinderen.

De verbeelding stelde zich deze wezens voor als lelijke vrouwen met ezelspoten die de bakers van de kinderen verschrikken en zich in allerhande gedaantes vormen en vertonen. Ook reizigers ontmoetten die wezens dikwijls en die konden hen alleen door schelden en schreeu­wen verjagen.

Of het heeft zijn naam van de vis lamia omdat het lijkt op het verschrikkelijke gelaat van deze vis wanneer die ergens naar hapt. (zie haai)

Onzeker is de afleiding, in ieder geval is de naam naar een schrikbeeld van kinderen genoemd, een water bullebak. Het is het symbool van wreedheid.

 

Leeuw.

De huid was in de oudheid een sier voor de helden. De leeuw gold bij alle volkeren als symbool van heldendom.

Op de oudste Egyptische tekeningen komen leeuwen voor, wilde en tamme, ook leeuwenjagers. In Egypte was de leeuw een heilig dier van de god Schow en de godin Sechmet. Die worden dan ook met een leeuwenkop afgebeeld. Verder werd de koning in de vorm van een leeuw afgebeeld, zie de sfinx. Hiermede staat in verband het brengen van leeuwenoffers door de Egyptenaren aan de zon. De leeuw was het zonnedier der Ouden.

Talrijke verhalen vertellen iets over de grootmoed van de leeuwen die de ouden roemden. Ook aan de Syrische en Griekse Kybele was de leeuw gewijd, die wordt op een leeuw rijdend of er op staande afgebeeld. Hij diende waarschijnlijk als symbool van de alles doordringende belevende en doordringende vuurkracht. In de architectuur van de Griekse en Assyrische bouworde werd hij tot paleiswachter. Bij de latere Grieken en Romeinen tot bronbewaker, uit hun muil vloeit het water. Leeuwenkoppen waren later in gebruik om de gaten te bedekken die voor de afvoer van regenwater moesten zorgen.

In Genesis 49:9, ‘Juda, als een leeuwenwelp stijgt gij omhoog’. De leeuw als symbool van Christus berust op Openbaringen. 5,5: “Ecce vicit leo de tribu Juda”. “Zie, overwonnen heeft de leeuw uit de stam Juda”. Het is het symbool  van de stam Juda. In het teken van recht en kracht wordt Hij genoemd, de leeuw van de stam Juda,  wat ons herinnert aan de profetische beschrijvingen als Hosea 13:7 Ik zal voor hen zijn als een leeuw’.

De leeuw waarin later een bijenzwerm huisde is de leeuw die door Samson verslagen werd. Samson die de leeuw verscheurt was volgens de kerkelijke symboliek ‘t zinnebeeld van Christus kracht. Samson die de honinggraat uit de muil van de leeuw trekt, gelijk der Verlosser met de zielen uit de hel.

 

Lijster.

Men schrijft de lijster doofheid toe, ‘surdior turdo’, ‘zo doof als een lijster’. Zodat de lijster als een symbool van een doof mens gehouden wordt. De lijster werd gezien als een symbool van een wijs en voorzichtig man die zijn plaats weet, van een die zwijgen kan.

 

Luipaard.

Het is een specifiek Perzisch symbool. De keizer Akbar hield duizend jachtluipaarden voor de jacht. Men hield hem voor het mooiste viervoetige dier. Het is het symbool van kracht, list en moed, maar ook van trots omdat hij hoe hongerig hij ook mag zijn geen dood vlees aanneemt. Ook het symbool van de vrijheid aangezien de luipaard, volgens de sage de min van Bacchus van wijn hield en zijn vel bij de oude Egyptenaren het teken van hoge priester waardigheid was. Hij komt voor in het provinciale wapen van Friesland

 

Mieren.

Men schrijft ze wijsheid en vernuft toe want Salomon heeft ze ook wel willen beschrijven, ‘ zij zijn wijs, met wijsheid voorzien’, wat anderen hebben vertaald, wijzer dan de wijzen. Horatius noemt de mier ‘sapiens’: ‘wijs’, Aelianus, ‘wijs van hart of gemoed’. De Egyptenaren hielden de mieren als symbool van wijsheid. De Arabieren plegen op de hand van een pasgeboren kind een mier te leggen met deze wens: ‘dit kind wordt kloek en verstandig’.

Men tekent een mier en een olifant als een symbool van de grootste ongelijkheid en oneffenheid. Men tekent een mier met de vederen van een vleermuis die zich in haar hol ophoudt als symbool van iemand die altijd thuis is. Men tekent de mieren met het kruid Origanum of marjolein als een symbool van de vijand die men verjaagt. Want men zegt dat de mieren er de vlucht voor nemen.

 

Mol.

Het haat de zon en zal niet boven de aarde leven. Men zegt dat er bij de Joden vanouds een spreekwoord was, ‘iets voor de mollen en vleermuizen werpen’, dat is dingen weg te werpen, verdonkeren. Hij is verdoemd in altijd blijvende blindheid en donkerte en heeft geen ogen, het is een blinde mol. De Egyptenaren tekenen een mol als ze een blind mens voorstellen. Omdat ze het licht schuwt is het een symbool van onwetendheid, maar ook van valsheid en leugen die het licht der waarheid niet verdragen kan en zich dus tracht gedekt te houden.

 

Mossel.

Porselein, dat in Duits Porzellan, in Frans porcelaine en in Engels porcelain heet is het in China en Japan gemaakt aardewerk. Het woord kwam in de 16de eeuw naar ItaliĎ. Het Italiaans porcellana betekende de zee mossel, Concha, en dit is een afleiding van Latijn porcus: zwijn, wat al reeds bij Varro 27 v. Chr. de betekenis van vrouwelijke schaam had. In de symboliek wordt de schelp geassocieerd met de geboorteorganen en de vulva. Omdat die met de porseleinvorm gelijkenis had lag het voor de hand om die naam er voor te gebruiken. De mossel is het symbool van de leven verwekkende schelp. Concha veneris (Venus, die ook wel Aphrodite genoemd wordt) Aphrodite wordt vaak met een schelp afgebeeld. Concha, de slakvormige tritonshoren gebruikte men in vroeger tijd als blaasinstrument. De schelp is het symbool van de oceaan en van de eerste oerklank. De christelijke symboliek ziet de schelp als het graf dat de mens na de dood omhult.

 

Mug, vlieg.

We spreken van muggenzifters, mensen die op een haar zouden doodblijven en alles stipt begeren en ondertussen als ze alleen zijn grote brokken slikken. Als de FarizeeĎn die alles stipt laten naleven en zich om de eerste twee tafelen van de wet weinig of niet bekreunen. Ook zijn muggen symbolen van allen die steken en onrust verwekken, die niemand ontzien met tong of pen, te verontrusten en te beledigen.

De vlieg is het symbool van onreinheid, Prediker 10.1, ‘Dode vliegen verpesten welriekende balsem”.

 

Muizen.

Omdat ze door het knagen voor het eten zeer schadelijk en verderfelijk zijn en vele dingen tot onbruik maken hebben de Egyptenaren het beeld van een muis tot symbool verheven van een Goddelijk oordeel, een oordeel des ondergang, van verwoesting.

 

Nachtegaal.

Wil je ze horen ga dan op een avond, nadat het onweer over is, naar een bos of een plaats waar veel eikenbomen staan en je zal veel schelle kelen als het ware elkaar horen toezingen Na St. Jan hoor je ze niet meer. Het is het symbool van het voorjaar, het is de lentevogel. Omdat hij vijftien dagen achtereen, met het krieken van de dag aanheft, strekt hij tot zinnebeeld van iemand die aan het nachtbraken is en een man van rusteloze bezigheid. Als het lelietje der dalen zijn geur verspreidt zingt de nachtegaal en zoekt zijn gezellin, daarom is het een symbool van het terugkerend geluk.

Philomela was de dochter van de Atheense koning Pandion. Haar zuster Procne was getrouwd met de koning van ThraciĎ, Tereus. Die onteerde Philomela en sneed haar daarna de tong af zodat ze hem niet kon verraden. Door middel van een kunstig geweven kleed weet ze haar zuster Procne haar ongeluk voor te stellen. Als wraak zetten ze Tereus zijn eigen zoon als maal voor. Die ontdekt dan de gruwelijke wraak en probeert beide zusters te doden. Nu grijpen de goden in en veranderen Tereus in een havik (of hop), Procne in een zwaluw en Philomela in een nachtegaal.

Haar naam is nu het symbool voor lied en ook voor poĎzie omdat ze veel door de dichters gebruikt wordt. Shakespeare Titus Andronicus, 2, 3, 43; ‘Waarop zijn Philomela tongloos wordt’. Lavinia wordt om de verminking die haar te wachten staat met Philomela vergeleken. Zie ook Cymbeline 2,2,45.

De Perzische dichter Attar schreef een dichterlijk rechtstoneel tussen nachtegaal en roos: "De ganse gevederde wereld verschijnt voor Salomon en klaagt de nachtegaal aan, omdat hij door zijn aanhoudende klaagliederen de rust van alle vogels verstoort. De wijze koning verhoort de aangeklaagde vogel en laat hem ongestraft vrij, nadat die hem bekend heeft dat de liefde tot de roos hem zo in de war brengt dat hij alleen in de klaagtonen van zijn gezang rust vindt". De nachtegaal geeft in alle jubelende tonen zijn liefde te kennen, terwijl de roos onverstoorbaar op haar troon van bladeren blijft zitten en ongevoelig is voor het welluidende lied. De nachtegaal wordt zo met een ongelukkige minnaar vergeleken. Verder is in PerziĎ de nachtegaal het symbool van een naar de godheid verlangende ziel terwijl hij tevens als een zanggodin wordt beschouwd.

Het geluid van bulbul wordt beschouwd als een klaaglied over het vergankelijke van alle ondermaanse heerlijkheid.

 

Neushoorn.

Sommigen zeggen dat het dier een horen heeft. Anderen zeggen van twee horens en zelfs een op de rug. Die op de neus staat heeft de lengte van een voet en is harder dan been, ja zelfs als ijzer en loopt aan de top spits en scherp uit. Die horen slijpt hij op de keien en rotsen als hij met de olifant zijn natuurlijke vijand zal strijden. Hij heeft hier een stuk van vernuft bij zodat hij de olifant in zijn weke buik tracht te steken. Met zijn hoorn vat hij een mens, paard en dergelijke zo vast aan dat hij er mee speelt als een bal.

Een symbool van iemand die getergd is en niet zonder overwinning en weerwraak van zijn zaak terugkeert. ‘Rhinoceros nunquam victus ab hoste redit’, ‘het dier rhinoceros wordt nimmer overwonnen’. De ouden berichten dat dit monster niet licht tot woede zal geraken, maar als het tot hollende driften aangespoord wordt niet rust voor het zich volkomen gewroken zal hebben.

 

Olifant.

De Indische dichters prijzen de olifant als symbool van wijsheid en meegevoel. De god Ganesa, de beschermheer van kunst en wetenschap, verschijnt in hun tempels met een olifantenhoofd. Hier met maar een slagtand.

Het is het rijdier van Indras. Airapadam is de naam van een van de acht witte olifanten die de wereld torsen. Brahma nam twee halve eidoppen en zong zeven heilige liederen waardoor de eierdoppen in olifanten veranderden. Zo ontstonden er acht mannetjes en acht vrouwtjes die het heelal op hun schouders droegen.

Een grote boom die grootse vruchten draagt is bekend bij de Hindoes als jambu, (Eugenia) het is de vrucht der koningen dat zijn naam gaf aan het land Jambduvipa. Het was een van de vier bomen, ghanta, kadamba, ambala (Phyllanthus?) en jambu die de kardinale punten markeerden waar de vier gigantische olifanten de wereld vast hielden. Vier grote rivieren stromen van deze boom in de kosmische mythe want zijn vrucht was zo groot als een olifant en braken als ze vielen en rijp waren en veroorzaakten de vloed die nu Jambo river genoemd wordt.

De olifant is het symbool van kracht, vandaar ook de titel van de grootste koningen en de suprźme betekenis in hun architectuur. Als een symbool van intelligentie dragen de goden van India zijn hoofd. Het statige van zijn gang geeft het een sierlijkheid die de poĎten van de Oost inspireerden.

 

Ooievaar.

De verbintenis van ooievaars worden voor het leven gesloten. Het is een symbool van constantheid en liefde. Als het vrouwtje de kost zoekt wacht het mannetje haar trouw op in haar nest. Een als het mannetje in de gaten krijgt dat het vrouwtje de trouwbeloften verbroken heeft zal hij haar met zijn snavel slaan en doodt haar als hij de kans krijgt.

Omdat hij ’s avonds steeds weer naar zijn nest terugkeert duidt hij op vrede en geluk van het huis, vandaar dat men een ooievaarsnest nimmer verstoort. Hij staat rustig op een been als een waardige en bedachtzame denker waardoor hij het symbool van meditatie werd. Deftig in zijn gang en met omhoog gericht lichaam stapt hij langzaam en afgemeten voort. In verband met de ooievaar in het gemeentewapen van Den Haag die ook in het kerkzegel staat heten al de inwoners ooievaars. Dit ook naar de ooievaars gewone deftig-wijsgerige houding en bezigheid.

Waar een ooievaar zijn nest bouwt, daar sterft geen kraamvrouw. Dat was al vanouds bekend. Hygieia, de godin van de gezondheid, de maagdelijke dochter van de Griekse god der geneeskunde, Asclepias, voert als symbool van haar genezende kracht een ooievaar terwijl haar drie minder gewichtige zusters een schaal, een beker en slang dragen.

 

Paard.

Het paard is een zonnesymbool. Paarden trekken de zonnewagen met Apollo of Mithras. Ook de profeet Elias vaart met vurige paarden ten hemel. 2 Koningen 2:11. Een zonnewagen en aan de zon gewijde paarden vinden we ook in, 2 Koningen 23:11: "..opdat niemand meer zijn zoon of zijn dochter voor de Molech door het vuur zou doen gaan. Hij verwijderde de paarden die de koningen van Juda aan de zon gewijd hadden...en de zonnewagen verbrandde hij met vuur. De altaren op het dak...."

Het paard verschijnt  als vliegros, Pegasus, (een symbool van een donderwolk) zie Ilias 6, 506 en Virgilius.

Volgens de Atheense legende had de stadsgodin de olijfboom geschonken aan Athene en aan het omliggende land Attica als tegenhanger van Poseidons gift, het paard. Dit om een naam te geven aan de hoofdstad. Diegene die won zou zijn naam geven. De wijze goden, die hierover beraadslaagden en over de waarde van elke gift moesten oordelen verklaarden dat de olijf als symbool van vrede de voorkeur verdiende boven het paard omdat die voor strijd en gevecht gebruikt werd. Zo kreeg de stad de naam Athene.

Het paard is het symbool van snelheid, kloekheid en uithoudingsvermogen.

Een breidel is een teugel om het paard mee te bedwingen, een neusknijper of knevel. In een wapenafbeelding wijst het er symbolisch op dat men zich dient te beteugelen in zijn gevoelens en hartstochten. Vandaar dat ook de hoge Brandenburger Zwanenorde voor een halsketen dit als symbool koos, de schakels afgewisseld met hartmotieven.

Het hoefijzer is al vanouds een ridderlijk symbool, vooral van de ruiterij, het paardenvolk, de cavalerie. Vereist is dat ze van de openbare weg opgeraapt moet zijn dan zullen ze de vinder geluk aanbrengen. Vandaar het spreekwoord: hij lacht als een boer die een hoefijzer gevonden heeft.

Het hoefijzer heeft de vorm van een C, Christus, op zijn kant zal het dus ook geluk geven. De vorm symboliseert de hemel en het dak van het huis, dus het aardse en hemelse leven van de mens. Het is gemaakt van het heilige metaal ijzer en in het heilige vuur gehard.

 

Pad.

Hij heeft ogen en het lijkt alsof die van vuur zijn, ze glimmen en hoe schadelijker hij is, hoe brandender zijn gezicht is. Toch heeft hij heldere ogen maar haat het zonlicht en zoekt donkere plaatsen en vliegt naar holen waar de zon hem niet bereikt. Het is een symbool van nijdigaards, wreedaards en schadelijke vijanden. Men beeldde een oud en gierig wijf af die op een pad stond om er door te leren dat een gierigaard, hoewel hij rijk en oud is, nooit genoeg heeft en steeds bang is te kort te komen.

 

Papegaai.

Onder Alexander de Grote kwam ze naar Europa. Hij zag ze aan de Indus als getemde huisdieren. Bij Callimachos, 300-240 v Chr., was de papegaai het symbool van de geesteloze babbelaar. Plinius vermeldt hun talent om woorden na te spreken.

De Romeinen waren zo verrukt over de schoonheid en schranderheid van hun nieuwe gunstelingen dat strenge zedenmeesters het nodig achtten deze liefhebberij in het openbaar aan de kaak te stellen. “O, ongelukkig Rome!” riep Marcus Portius Cato uit, “welke tijden beleven wij nu? De vrouwen voeden honden op hun schoot en de mannen dragen papegaaien op hun hand!’ Men plaatste de zeldzame Indische vogels in kooien van zilver, schildpad en ivoor. Men liet ze zelfs door bepaalde hiervoor aangestelde onderwijzers africhten en leerde hen onder andere het woord ‘Caesar’ uitspreken. Men gebruikte eigenaardige werktuigen voor hun onderricht als een ijzeren staafje. De prijs van een papegaai die spreken had geleerd was dikwijls hoger dan die van een slaaf. Ovidius keurde dit dier de eer van een poĎtische lofrede waardig. Heliogabalus wist zijn gasten niets kostbaarders voor te zetten dan papegaaikoppen.

Nog onder Nero’s regering kende men waarschijnlijk geen andere dan de Indische soorten. Later zullen ze voor het eerst tijdens de kruistochten in de huizen van rijke lieden verschijnen, ook hier werden ze tot spreken afgericht. Sinds die tijd is de papegaai een symbool van weelde. Hij werd toch eigenlijk pas bekend nadat de Portugezen hem na de ontdekking van de zeeweg naar IndiĎ in Europa meer bekendheid gaven.

 

Parel.

Parel. Het is een deel van de geschiedenis van vrouwelijke weelde. Het was het symbool van Aphrodite, aphros: schuim.

Zo werd de parel tot symbool van de Christenen. Net zo als de natuurlijke parel in de blinkende oesterschelp of parelmoeder ligt, zo ligt de heilige Hostie in de gouden kelk, die Maria verbeeldt.

 

Pauw.

In IndiĎ wordt hij als een heilig en onschendbare vogel beschouwd, de inboorlingen achten het doden van een pauw een grote misdaad. Het is het symbool van Krishna. De jager, die zich hieraan niet stoort stelt zich aan levensgevaar bloot. De pauw waarschuwt als er tijgers of luipaarden in de buurt zijn en het is een verdelger van slangen. Waar hij niet als heilig gezien wordt, wordt de halfvolwassen vogel als goed vlees gejaagd.

In Duitsland komt de pauw al sinds de twaalfde eeuw voor als wapendier. Het betekent macht, voornaamheid en aanzien. In de christelijke symboliek is hij het beeld der opstanding of van hemelse heerlijkheid.

Zijn vlees is zo hard dat het moeilijk rot en met koken hard blijft. Galenus vermeldt dat ze moeilijk te verteren zijn. Augustijn beweert dat pauwenvlees niet verrot, maar wel een jaar lang goed blijft. Vanwege het idee dat pauwenvlees niet vergaat kwam het gebruik van de pauw als symbool van onsterfelijkheid.

Christelijke artiesten voerden dit idee geverfd of ingekerfd uit. De pauw die elk jaar zijn staartveren verliest en ze in de lente terugkrijgt was al bij Augustinus het symbool van de opstanding. Je ziet ze afgebeeld in Christusmonogrammen, op sarcofagen en mozaēeken. Een vliegende pauw staat op de toren bij de kerk van Slochteren. Hoewel het een symbool van pracht was, wat de eerste christenen verafschuwden. Men wees dan vooral op zijn kale hals en zijn voeten als een vermaning van deemoed. In middeleeuwse tekeningen zie je de vleugels van engelen als die van pauwenveren. De ogen zijn nu het symbool van goddelijke alwetendheid zoals het was bij de alziende Argos.

 

Pelikaan.

Sinds oude tijden is ze het symbool van opofferende moederliefde, sinds de middeleeuwen ook de offerdood en lijden van Christus omdat men zegt dat het dier zijn borst verwondt en zijn kinderen voedt met zijn bloed.

Een gedenkpenning uit 1579 van Utrecht, het jaar van de Unie van Utrecht, heeft aan de voorzijde een pelikaan die zijn jongen voed met zijn bloed. Hierom heen staat “Prome quod in te est”, ‘geef wat in u is’. Met de pelikaan wordt de Staten bedoeld die de gemeente met goed en bloed voorstaan. De keerzijde vertoont een bisschopsstaf, een zwaard en een passer die door een ketting met slot aaneengehecht is. Het symbool betekent de goede verenigde unie. Het randschrift bevat: “Difficile rumpitur’, “wat betekent: ‘moeilijk te verbreken”.

Het is een symbool van liefde en zorg van de vaderen en ouderen voor hun kinders, voedende, koesterende, beschuttende en beschermende;

‘De pelikaan, als hij met bloed zijn jongen voedt

Leert een koning, hoe hij zich gedragen moet’.

‘t Is een bewijs van trouw en liefde, door zijn sterven

Voor een ander ‘t leven te verwerven’.

Het is nu ook een symbool van de bloedbank.

 

Poliep.

De poliep is een symbool van verandering, dit vanwege zijn kracht om van kleur te veranderen. Dit is een karaktertrek van de Dibranchiata waartoe ook de Octopus, Sepia en Argonauto behoort. Die hebben kleurcellen die in staat zijn de kleur van het dier of op die van de omgeving af te stemmen. Dit wordt al vermeld bij Aristoteles en herhaald door middeleeuwse schrijvers.

 

Ratten.

De bijnaam van Apollo is rattendoder. Crinis, een van zijn priesters had zijn plichten niet naar behoren vervuld. Toen zond Apollo een zwerm ratten op hem af. Toen de priester ze zag komen kreeg hij berouw en Apollo schonk hem vergiffenis. Hij doodde de ratten met pijlen. In de tempel te Chrisa was een standbeeld van Apollo met een muis aan de voeten van de God die daarna Apollo Smintheus genoemd werd. De Egyptenaren en Phrygiers aanbaden ratten (welke?). De rat symboliseerde de uiterlijke vernietiging en het oordeel omdat ze altijd het beste brood uitzocht voor haar maaltijd. Omdat ze door het knagen voor het eten zeer schadelijk en verderfelijk is en vele dingen tot onbruik maken hebben de Egyptenaren het beeld van een muis tot symbool verheven van een Goddelijk oordeel, een oordeel van de ondergang, van de verwoesting. Al in het begin van de Ilias wordt over de zwarte dood gesproken en werd er afgevraagd waarom Apollo zo boos over hen was.

 

Reiger.

Ze hebben een licht, zacht en mager lijf, een lange hals en een bek die dik en sterk, van binnen hol en aan het uiterste scherp is.

Zijn lange snavel is het symbool van nieuwsgierigheid. Het is een dolkachtige bek die wel geschikt is om die gladde vissen aan te vatten. Wel ter lengte van 30cm.

Vanwege de kuifveren werd hij vervolg want dit leverde een geliefd hoofdsieraad voor de dames op. In het bijzonder werden reigerveren gebruikt bij de middeleeuwse valkenjachten door de ridders om zich daarmee te tooien. Ook de leden van de hoge adel in Hongarije, evenals het huzarencorps aldaar tooiden zich met vederbossen die samengesteld waren uit de rugveren van de zilverreiger. Deze veren zijn het zinnebeeld van wijze voorzichtigheid bij dreigend gevaar, ook symboliseren ze het bezit van rijk viswater.

Bij aankomend droog weer vliegen de reigers hoog in de lucht. Het symbool van de zielen der uitverkorenen die uit angst voor de stormen van deze wereld zich op de hoogten van het hemelse rijk richten.

 

Salamander.

Naar middeleeuws geloof leeft de vuurrode salamander in het vuur. De Physiologus sloot de symbolen van de salamander die van het uitdoven van het vuur in. Waarschijnlijk werd in die tijd andere ideeĎn over het dier ontwikkeld. De eerste toevoeging was dat het in vuur leefde. Dit verscheen in een Latijnse epigram van Bisschop Aldhelm, ca. 700, die de eerste Engelsman was die Latijn kon schrijven. Ruig vertaald wordt het zo:

Te midden van de vlammen leef ik en voel geen vuur.

En in de diepte hoon ik de groeiende vlammen.

Geen krakend geblaas of gloeiende sintels worden om mij geboren.

Maar blazende branden van heet naar koud zal ik veranderen”.

Het embleem van Frans I van Frankrijk, een salamander in vlammen, was eveneens een symbool van rechtvaardigheid omdat die volgens de opvatting der ouden in het vuur leefde en het slechte vuur uitdoofde en het goede onderhield. Vandaar ook zijn wapenspreuk: “Nutrisco et extinguo” “Ik voed en doof uit”.

De salamander is verder het attribuut van de kuisheid en maagdelijkheid omdat deze deugden te midden van de hartstochten en zonden die rondom hen branden ongerept blijven.

 

Scarabee.

De overwinning van het licht op het duister wordt voorgesteld door de strijd van Ra, de hoofdgod van Egypte, tegen de slang Apap. Als gestalte van Ra, de zonnegod, moet onder andere aangemerkt worden Chephera, de schepper, die zich steeds verjongt. Net als de Grieken Helios voorstelden in een zonnewagen zo voer Ra in de zonnebark. De scarabee is zijn dier.

In het zogenaamde nest, eigenlijk slechts een holte in de grond dat door een horizontale gang met de buitenwereld in verbinding staat, rolt het vrouwtje enige mestballetjes waarin een eitje verborgen wordt. Deze bijzonderheid moet de oorzaak zijn dat de Egyptenaren het diertje beschouwden als het symbool van ontstaan of het worden en als zodanig hoog vereerden. Tot die verering moet ook de ronde vorm en zijn zonnige glans hebben bijgedragen.

De balletjes rollen ze met de achterpoten voort in de baan van de zon. Zo kreeg men het idee over de zelfvernieuwing met de zon. Zo werd Chephera: de zon, voorgesteld als een scarabee die iedere morgen opnieuw geboren wordt. Een immense scarabee zou zo de aarde laten draaien als de mestkever het met zijn bal mest doet. Doordat zijn kop aan de voorzijde een aantal stekels draagt was dit aanleiding om te geloven dat dit zonnestralen waren. Het tevoorschijn komen uit de grond en het daarna hemelwaarts opvliegen van de kever werd gezien als de ziel die het lichaam verlaat en naar de hemel opstijgt. De engerling was het symbool van het aardse leven, de pop stelde de intermediaire periode van de mummie voor waar de ziel nog vaag aan verbonden was terwijl tenslotte de kever het symbool was van de wedergeboorte van het eeuwige leven. Het dier zou zijn mestbal een negen en twintig dagen begraven om dit op de dertigste dag in de Nijl te werpen, dan was de maand om en kreeg het zo een betekenis als kalendergodheid. Dat zie je ook in de geledingen van de voet, dat zouden er dertig zijn.

Zo vind je in hun graven veel van deze diertjes in die zin dat een onaanzienlijk omhulsel de kiem bevat van een nieuw bestaan, zo draagt ook de mummie in zich de kern van een nieuw leven. Die draagt de scarabee dan ook op het hart.

Zo ging de scarabee dienst dien als amulet en dat verklaart ook zijn verspreiding. De magiĎrs droegen afbeeldingen op het lichaam en zagen er het middel in dat zelfs hevige koorts kon tegenhouden. Verder weerden ze hagel en verwoesting af. Ook werden er steeds hiĎroglyfen in aangebracht, ook wel de troonnaam van de Farao onder wiens regering de persoon leefde die de scarabee toebehoorde. Tot die symbolische tekens behoren vooral de gitaar, symbool van schoonheid en de struisveer, symbool van waarheid.

 

Schapen.

Agnus Dei betekent Lam Gods. De oorsprong van de Agnus Dei is te zoeken bij een van de drie symbolen die overal in de oudchristelijke kunst worden aangetroffen, een vis, een pelikaan en een lam. De aanleiding vinden we in Johannes 1:36 waar Johannes de Doper zegt: “Zie het Lam Gods”, welke uitspraak is terug te brengen tot Jesaja 53, vers 7 waar sprake is van het “Lam, ter slachtbank geleid”. Het gebed voor de vredesgroet die vooraf gaat aan de hostie heet Agnus dei: ‘Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, miserere nobis”. “Lam Gods, dat de zonden van de wereld wegneemt, ontferm u over ons.”

Niet onvermeld mag blijven hoe het christelijk symbool verband houdt met de Vedische godsdienst waar Agni, als vuurgod, ziel en oorsprong is van het heelal, maar ook als bemiddelaar tussen mensen gezien wordt. In de eerste christelijke symboliek vinden we dan ook een lam de zonneschijf en het kruis dragen. Ook in het Openbaringsboek 21:23 is het lam de fakkel die het nieuwe Jeruzalem verlicht.

De zondebok, Leviticus 16, waar de hogepriester de zonde van het volk symbolisch op een bok legt en die de woestijn injaagt.

 

Schildpad.

De schildpad is een kosmologisch symbool, een symbool van uit vocht ontstane feestvreugde. Vishnu nam toen hij de wereld van ondergang wilde redden de vorm van een schildpad aan. Vandaar was ze ook aan de scheppende Venus gewijd, ook Hermes Demiugos, de wereldbouwmeester, gebruikte haar schalen om zijn kosmos te verbeelden. Ook vanwege zijn vele eieren was het een symbool van vruchtbaarheid. Later kreeg de schildpad ook betekenis voor het familieleven, het is het symbool van het huis en verschijnt zo bij Venus, dan als symbool voor de vrouw, ook als eigendom. De schildpad is het symbool van eerbaarheid, kuisheid en zedigheid omdat ze steeds het huis met zich meedraagt en het nooit verlaat. Het moet eraan herinneren dat een kuise vrouw zoveel mogelijk binnen de beschutting van haar huis dient te verblijven.

Het is een symbool van lang leven en vitaliteit. Een leeftijd van een paar honderd jaar wordt vermeld. Zeker is van meer dan honderd vijftig jaar.

De schildpad, van wie de langzame groei enerzijds en een lange levensduur anderzijds opvalt, is het symbool van standvastigheid en het langzame doch gestadige voorwaarts streven, alsmede het zich roemvol ontwikkelen van de familie.

 

Slak.

De slak herinnert eraan de verworven erfgoederen en bezittingen volgens de traditie piĎteitsvol in stand te houden en zo mogelijk te vermeerderen. Dit omdat bij alle volkeren huis en haard steeds onaantastbare rechten van oudsher hadden. Immers het huis beschut ook voor ruw weer en wind, het is als het ware een toevluchtsoord waaruit men slechts kan worden verjaagd wanneer het bouwwerk zou worden verwoest en wordt daarom in ere gehouden. Daarbij is het huis de grondslag van alle vestiging. Vergelijk Shakespeare, ‘King Lear’ 1, 5: ‘..waarom de slak een huis heeft? Wel, om haar kop daarin terug te trekken en niet om het aan haar dochter cadeau te doen en zodoende haar voelhorens zonder bescherming te laten’. De slak is zo het symbool van het bezit.

 

Slangen.

Aesculapius slang, de Duitse Schlangenbader Schlang. Het symbool van de geneeskunst en gezondheidsleer, zie Aesculapius en het doktersteken.

De slang wordt vaak met de staf uitgebeeld. De slang werpt zijn huid af en vernieuwt zich, is daardoor onsterfelijk, een levensvernieuwer.

De slang die in de grafkunst vaak voorkomt is een echte dodenslang en het geĎigende symbool van de doden. De heilige slang was voor de ouden het meest kenmerkende dier van de aarde. De Egyptenaren noemden de slang reeds ‘het leven der aarde’. De slang werd door zijn nauwe verbondenheid met de aarde en levend in holen en spleten het dier bij uitstek van de onderwereld en van het rijk der doden. De aarde die zich ieder jaar vernieuwt en als het ware steeds weer levend uit de dood oprijst en daardoor ook de grote redder is werd ook geacht de nodige aanwijzing tot redding en heil te kunnen geven. Maar daarom werd ook aan het dier van de aarde, de slang, de mantiek in de meest uitgebreide zin van het woord worden beschouwd. Daarom ook kon de slang, het wezen, dat het meest volmaakte inzicht bezit, ‘het schranderste van al het gedierte des veld’ Genesis 43. genoemd worden. Het was geen symbool van de genezer, maar de genezer zelf. De slang wordt al in Numeri 21:8,9 als tegengif tegen een slangenbeet genoemd zodat het aanschouwen van de slang al voldoende geacht werd om het gif onschadelijk te maken.

Aesculapius werd naar Rome gehaald toen daar de pest uitbrak, 295-293 v. Chr. Hij kwam in de gedaante van een slang met een gouden kam. De pest verdween uit de stad. Er werd een tempel aan hem gewijd. Opmerkelijk is de inwijdingsdatum, 1 januari. Ongeveer dezelfde tijd als het feest met de mistel, zie daar.

De slang en staf waren vaak identiek wat we zien in het oude Egypte waar de slang tot staf en staf tot slang kon worden. De in de woestijn rondzwervende Joden beklaagden zich over hun slechte voeding. Tot straf zond God hen vurige slangen, door de beet hiervan stierven vele Joden. Het volk bezon zich en Mozes maakte op bevel van God een slang van koper en plaatste die op een staak. De door de slangenbeet getroffenen werden genezen als ze naar de koperen slang keken. Omdat Christus door zijn kruisdood de gevallen mensheid verloste en de hierdoor geestelijk ziek geworden mensheid genas kon de koperen slang als type van de aan het kruis gehechte verlosser een symbool van genezing worden. Dat was vooral in de Middeleeuwen zeer bekend. Toch lijkt het wat vreemd om een slang, die een wat heidense cultus bevat, te vereren. Ook de Joden zagen dit tenslotte toch als onaanvaardbaar want Ezechias liet de koperen slang, die hij Nehustan noemde en die in de tempel te Jeruzalem werd bewaard en met wierook vereerd, vernietigen, 2 Koningen 18:4. Mogelijk is de koperen slang ontleend aan de Phoenische cultuur. Die aanbaden een god-slang-genezer Eschmun die een gelijkenis vertoont met de Griekse Aesculapius. De paradijsslang werd als aartsvijand van het menselijk geslacht vervloekt terwijl de koperen slang de redder van de mensen in nood is. Deze beide opvattingen over de slang, de een van vijand en de ander van heiland, beantwoorden ondanks hun tegenstrijdigheid aan de antieke opvatting over de aardslang, het dier dat kennis heeft over leven en dood. Men zag in de Middeleeuwen Christus als de nieuwe slang die gehecht aan zijn kruis de oude paradijsslang overwon terwijl het koper, als duurzaamste onder de metalen, de eeuwigheid van Christus rijk symboliseert.

Mythische betrekkingen op de in de aarde verdwijnende en steeds daar weer uit voortkomend en steeds verjongend leven werden als een soort symbool door de mensen gebruikt. Men kreeg een slang als levenshoeder mee. Dit in de vorm van echte slangen of in armband, amulet.

 

Struisvogel.

Volgens Horus Apollo was de struisvogel bij de Egyptenaren een symbool van gerechtigheid omdat zijn volkomen vlak liggende veren die precies in twee helften verdeeld kunnen worden hen herinnerde aan de aequitas. (onpartijdigheid)

 

Tijger.

De tijger gaat terug naar zijn hol voordat de zon opkomt. Hij verschuilt zich in bosjes, hij is het symbool van een bedrieger, hij is gemeen, wreed, meedogenloos en dorst met gretigheid naar bloed, vaak ook mensenbloed. Het is een Moordenaar. Hij is een symbool van pure bloeddorstigheid met felle klauwen en een geopende wijd gapende muil als het hellegat. Arcite in de Knight’s Tale is een ‘felle tigre’. Zijn ogen zijn ‘gloeiende vlammen of vuurballen’ die een verschrikkelijk licht geven in de donkere jungle. Daarin zie je zijn vurige ziel. Zijn geluid is beangstigend, dat grolt verschrikkelijk maar het heeft geen effect op het bos en de omgeving zoals dat van een leeuw. Het vrouwtje geeft niet alle aandacht aan haar gemaal maar likt de wonden van hem die haar man overwonnen heeft. Ook is ze niet onverschillig voor andere mannetjes. Ze lijken niet koninklijk. ‘Ik ben’, zegt hij, ‘wie ik ben, als je dat niet bevalt verdwijn dan’. Hij ligt en kijkt niet in de zon als de leeuw.

 

Uil.

Bij de oude Grieken gold de uil als een aan Athene gewijde heilige vogel en zo als verkondiger van het geluk. Ze wordt steeds naast de schutsvrouw van de stad, Pallas Athene, afgebeeld. Omdat je haar beelden vaak bij Athene vindt is er het spreekwoord: ‘uilen naar Athene brengen’ ‘zoveel als het onnodige doen’. Vanwege haar verblijfplaats op eenzame plaatsen en haar nachtelijk zwerftochten gold ze gelijk als symbool van de onvermoeibare studenten. Pallas Athene wordt dan ook afgebeeld met uilenogen. Haar beeld (of Minerva) is vergezeld van een slang of uil. Wie de kant op ging van de exacte vakken koos de slang, de taalmensen, theologen en juristen namen het steenuiltje er bij. De olijf die gewijd was aan Athene, was al sinds de oudheid een symbool van reinheid. De brandbare olie uit zijn vruchten gaf het "reinste licht" en in de boom lag dus de kracht van dat licht besloten. De olie die licht in de nacht verspreidt als leven in de dood en geest in de stoffelijkheid. Zo is ook Athene als de geest en wijsheid van de god des hemels, ook de uil die bij Athene hoort met zijn stralende ogen is het geconcentreerde licht in de diepste nacht.

In de christelijke kunst werd de uil het symbool van de wereldlijke wijsheid, terwijl een kruis op de kop van de uil duidt op de overwinning van het Christendom over alle wereldwijsheid.

 

Valk.

Een oeroud en heilig symbool. De valk verschijnt in de mythologie gewoonlijk als goddelijk en is tegen de duivel.

Indra verschijnt vaak in de vorm van een valk en doodt zo zijn vijandige demonen en brengt de mensen de godenspijs.

De valk heeft gewoonlijk een glanzende gestalte en treedt vaak op in tegenstelling tot de duistere adelaar. Naar Homerus was de valk de snelle bode van Apollo, hij zou kunnen genezen en waarzeggen. Hij heeft de bekwaamheid om te profeteren, klaagt over een lijk en begraaft hen die onbegraven zijn. Hij leeft zeven honderd jaar en heeft vele genezende krachten.

In Egypte was het een heilige vogel, het symbool van Hathor. Osiris vinden we met een valkenkop. De vogel verlamt de dieren zoals het aangezicht van de farao de vijanden. De gevlekte tekening onder het oog vergroot optisch zijn blik zodat het alziende oog dan ook het symbool was van wijde blik.

 

Varken.

Ever. Dit is een van de Germaanse namen van een dier die gold als symbool van kracht en moed. In het oud-Noors kreeg de naam jofurr via de metaforische betekenis ‘jonge man, strijder’, die van vorst.

Het everzwijn, de ‘ridder van het woud’, het heilige dier is gewijd aan de zonnegod Fro (Freyer) van wie de mensen het ploegen geleerd hebben. Hij verkondigt vrijheid en ongebreidelde kracht. Vanwege zijn snelle bewegingen en omdat een ever Adonis gedood had geldt het in de symboliek algemeen voor de ruwe natuurkracht terwijl het in de wapensymboliek vergeleken wordt met een onversaagd en tot de tanden bewapend soldaat die door zijn dapperheid in de strijd niet van wijken weet. Daarom voerden de Romeinen naast de afbeeldingen van adelaars en leeuwen ook de beeltenis van een everzwijn ten strijde mee. Waarschijnlijk vanwege hun vruchtbaarheid waren ze in de oudheid het symbool van geluk. Het gezegde ‘een zwijn hebben’ betekent geluk hebben, omdat bij schuttersfeesten en wedrennen in de oude tijd de slechtste schutter een zwijn als troostprijs kreeg.

 

Vlinders.

De vlinder was al in de oudheid het symbool van de onsterfelijkheid van de ziel, vooral het uitkomen van de vlinder uit de pop werd gezien als de bevrijding van de ziel uit de banden van het dode lichaam. De vlinder is het symbool van de verrijzenis van het lichaam, van de ziel die het bestaan verlaat. Psyche is de Griekse naam voor vlinder en wordt daarom gewoonlijk met vlindervleugels voor gesteld. Het is een zielendier.

Ook de levensadem die Adam van de Schepper in zijn mond kreeg geblazen wordt op afbeeldingen met zulke vleugels voorgesteld. Zo ook de god van slaap, Hypnos Thanatos: de dood. Het is het symbool van het broze, vergankelijke leven. Vandaar dat de vlinder ook veel bij de ingang van kerkhoven en op grafzerken afgebeeld wordt. Het is ook het symbool van gedaanteverandering en schoonheid. Elfjes worden vaak met vlindervleugels voorgesteld. Laat een vlinder dan ook met rust, het draagt de ziel van een overledene. Zie je een goudkleurige vlinder bij een ernstig zieke dan is dat een goed voorteken, het voorspelt hem eeuwige zaligheid.

 

Vos.

Shakespeare verwijst naar de vos als een symbool van ondankbaarheid. In King Lear III, vii, 28, roept Regan uit bij de verschijning van Gloucester:

Ingrateful fox’) ‘Ondankbare vos”.

 

Wezel.

De hermelijn en de wezel komen in de heraldiek met elkaar overeen, vooral wanneer ze beiden in zomertooi worden afgebeeld. We hebben hier te doen met het symbool van wijze voorzichtigheid, moed en reinheid. Al in de oudheid waren deze diertjes het teken van onschuld en reinheid, omdat, zo heet het in het volksgeloof, ze liever door vuur dan door modder gaan en ze liever sterven dan zich vuil te maken. Als ze zich ophouden op een boerderij brengen ze geluk reden waarom dan ook de zogenaamde wapenmantels van hermelijn geluk aanbrengend zijn.

Aan de andere kant heet het dat hun blik ziekte zou geven en hun adem dodelijk zou zijn waarom ze dan ook grimmige toorn verkondigen.

 

Wolf.

Christus vergelijkt satan met een wolf. Johannes 10, 12. De wolf is het type van het gulzige roofdier, EzechiĎl 22:27:’De oversten zijn er als roofgierige wolven’. Een schaap is zacht en goed zoals zijn vacht te kennen geeft. Vandaar dat valse profeten ‘in schapenvacht tot U komen, maar van binnen zijn zij grijpende wolven’. Mattheus 7:15.

De wolf is het symbool van allerlei ondeugden; van de toorn, want hij is prikkelbaar, van de vraat- en roofzucht, van de ketterij die de kerk van haar schapen berooft.

Aan het begin van zijn tocht door de onderwereld ontmoet Dante drie roofdieren, een panter, een leeuw en een wolvin. De panter is het symbool van de onkuisheid en begeerte des vlezes, de leeuw van hovaardij, de wolvin van gierigheid.

 

Wouw.

Heeft een gemene stem als een boodschapper van honger want als hij hongerig is zoekt hij voedsel met een huilende stem. Het is een slokop, een symbool van schraapzuchtige vogels, dieven, schokkebasten, gierigaards en uitzuipers die nooit verzadigd zijn en altijd hongerig en die het toeleggen op andermans goed. Die het heimelijk doen en met stille trom komen.

Shakespeare, ‘ii King Henry VI’, iii, 2, 191;

“Who finds the partridge in the puttock’s nest’. Wie vindt in ‘t nest der havik de patrijs’.

But may imagine how the bird was dead’. En zal niet raden hoe de vogel stierf’.

Although the kite soar with unbloodied beak’. Al vliegt de wouw met onbebloede snavel?

 

Zwaan.

Cygnus musicus (muzikaal)

De tot troepen verzamelde wilde zwanen laten zich voortdurend horen, het is alsof zij een zangwedstrijd houden om zich de tijd te verdrijven. Als hun waterplaats tussen het ijs kleiner wordt en ze vast komen te zitten bejammeren ze als het ware met droefgeestig geschreeuw hun ongelukkig lot. Meermalen hoorde ik op een lange winteravond het veelstemmige klaaggezang dat op uren afstand voortgebracht werd door vogels die in zulke omstandigheden verkeren. Soms klinkt dit zangerige geschreeuw als klokgelui in de verte en soms als tonen van een blaasinstrument, het komt niet geheel overeen met de tonen van dit dode metaal, maar overtreft deze in vele opzichten. Omdat het van levende wezens afkomstig is maakt het meer een sympathieke indruk en harmonieert beter met ons zintuig. Het maakt de als een verdichtsel uitgekreten overlevering van een zwanenzang tot een werkelijkheid’.

In de nabijheid klinkt het geschreeuw ruw en gillend en op grotere afstand zou het met bazuingeschal, klokgelui en vioolklanken vergeleken kunnen worden. Komen ze hier in de winter door de ijslaag, door vermoeidheid en honger in nood dan hoor je tot op het eind hun melodieuze klanken. Het is de hoelzwaan wiens letzes “Aufrocheln klankvoll ist wie jeder Ton, welchen er von sich giebt’. Om haar zwanenzang is ze ook het symbool van de goede dood.

Shakespeare, ‘The phoenix and the turtle’  15;

‘be the death-divining swan’.

‘King John’:, 5,7, 20’.

‘Vreemd is het, dat de dood nog zingt’.

Ik ben het zwanenjong van deze bleke zwaan’.

Die bij zijn eigen dood een klaaglied aanheft’.

En zo, uit zijn zwakker orgelpijp’.

Zijn lijf en ziel ter eeuwige rust zingt.’

De zwaan is het symbool van de in doodsnood roepende Christus aan het kruis. De zwaan met zijn sierlijke vorm, zijn blankheid, zijn sieraad en roem aan elk ‘livrei der onschuld’. Daarom zijn zwanen soms het symbool van Maria.

De zwaan is een christelijk symbool voor reinheid. Op de Lutherse kerken prijkt een zwaan, geen haan. Toen in 1415 Huss, wiens Tsjechische naam husa: gans betekent, verbrand werd als ketter moet hij uitgeroepen hebben dat men hem de gans braadde, maar dat later een sneeuwwitte zwaan in zijn plaats zou komen, een die machtiger was dan hij. Geen wonder dat men dit op Luther toepaste.

Zeus beminde Leda vanwege haar buitengewone schoonheid. In de gedaante van een zwaan, het symbool van nobele zuiverheid, wist hij toegang tot haar te verschaffen en ze bracht twee eieren ter wereld, uit de ene kwam Helena van Troje en uit de andere de Dioscuren.

 

Zie verder: http://www.volkoomen.nl/ en : http://volkoomenoudeherbariaenmedisch.nl/