Roc, Marco Polo.

Software: Microsoft Officehttp://www.elsarron.nl/images/Fantasiewezens/roc01.jpg

 

De vogel ruc, roc of rok van M. Paulus Venetius heeft ook iets van een griffioen. Hij wordt op zekere tijd boven het eiland Madagaskar gezien. Deze vogel rok van ‘duizend en een nacht’ dankt waarschijnlijk zijn bestaan op de vroeger in Madagaskar voorkomende grote struisvogelachtige dieren die in historische tijden zijn uitgeroeid, de aepyornis of olifantsvogel die zou wel 450kg gewogen hebben.

 

Sage.

Sindbad: ‘Terwijl ik nauwlettend een puntje aan de horizon gadesloeg, geloofde ik een wit en reusachtig spook te bemerken. Toen ik nog maar op weinig afstand van die wittigheid was ontdekte ik dat het een ontzagwekkende koepel was van een verblindende witheid, breed aan het voetstuk en heel hoog. Ik ging er naar toe en liep er aan alle kanten om heen. De toegangspoort die ik zocht kon ik niet vinden. Ik wilde er bovenop klimmen maar het geval was zo effen en zo glad dat ik nog vaardig, noch lenig genoeg was om mij er bovenop te hijsen. Ik stelde mij dus maar tevreden met het te meten en merkte in het zand het spoor van mijn eerste stap. Op die manier vond ik dat de nauwkeurige omtrek ervan honderd vijftig stappen bedroeg, eer meer dan minder. Terwijl ik niettemin liep na te denken over wat ik ondernemen kon om de een of anderen in- of uitgang van deze koepel te vinden bemerkte ik dat de zon plotseling verdween en de dag overging in de duistere nacht. Ik geloofde eerst dat het een dikke wolk was die voor de zon schoof, hoewel zoiets midden op de dag onmogelijk was. Ik hief dus mijn hoofd op om te kunnen oordelen over die wolk, die mij verbaasde, toen ik een enorme vogel met ontzaglijke vleugels zag die voor het zonneoog vloog dat hij geheel en al bedekte zodat er duisternis viel op het eiland. Mijn verbazing steeg ten top en ik herinnerde mij dat in mijn jonge jaren reizigers en zeelieden mij meermalen verteld hadden van een buitengewone grote vogel, ‘rokh’ genaamd, die zich op een ver verwijderd eiland bevond en die een olifant op kon tillen. Ik maakte dus op dat wat ik thans zag de rokh moest zijn en dat de witte koepel, aan welks voet ik mij bevond het ei van de rokh moest zijn’.

Hij verliet het eiland door zich hangend aan de rok naar andere streken te laten vervoeren. Daar bleek het echter vergeven te zijn met slangen, maar waar het ook flikkerde van de diamanten. Hij herinnerde hij zich de verhalen dat diamantzoekers niet in die vallei konden afdalen maar een aantal schapen doodden, die in stukken sneden en in de vallei gooiden waar ze op de diamanten terecht kwamen. Dan kwamen de rokh’ s die zich op het vlees stortten om ze naar hun nesten te brengen. Op dat moment verschenen de diamantzoekers weer die door lawaai en geroep de vogels verschrikten zodat die hun prooi loslieten. Vervolgens haalden ze de diamanten uit het vlees dat daarin vast zat.

 

Marco Polo.

Marco Polo verhaalt vrijwel hetzelfde over de streek Motupalli (Hyderabad in India) waar hij verhaalt dat het hier om arenden gaat. Wel noemt hij griffioenen bij de eilanden ten zuiden van Madagaskar. Volgens een ‘ooggetuige’ zijn ze in bouw als een arend maar dan van een uiterst groot formaat. Ze zijn zo groot en vet dat ze op een olifant neerstorten en die tot grote hoogte in de lucht voeren. Dan laten ze los zodat de olifant op aarde te pletter valt waarna ze neerstrijken om te eten. De eilanders noemen ze ‘rukhs’: rots’, dat ze geen andere naam kennen en geen idee hebben wat een griffioen is’ Marco Polo zou een veer gekregen hebben met een lengte van achttien meter en een schachtomvang van twee handpalmen.

 

Bestiarium.

Uit Maerlant; ‘Tragopalas, zegt Solinus, kan je in Ethiopië zien. Groter is hij dan de arend en gehoornd is hij te waren als een ram en dit pleegt geen vogel die men ziet. Hij verdrijft met dergelijke zaken alle vogels die hem genaken. Als de feniks heeft hij het hoofd gehoornd, wat men gelooft, en hij is van pluimen bruin/rood, sterk vermogende en groot’.

 

Samenvatting.

De Flacourt schreef in 1658 dat de inboorlingen hun water bewaarden in een ei van de reuzenvogel, de vouron-patra, Aepyornis maximus, (de grootste) een enorm soort struisvogel. Het beest werd op vijf meter en later tot drie meter hoogte geschat. Het ei heeft de inhoud van zes struisvogeleieren of honderd vijftig kippeneieren.

De reuzenveer van Marco bleek het blad van een raffia palm te zijn. De Arabieren hebben Madagaskar al in de vroege middeleeuwen gekend maar zullen zich niet in de moerassen van de vouron-patra’s hebben gewaagd. Door alleen het ei te zien vormden ze een beeld van de vogel.

 

De Grieken wisten van Herodotus dat er ‘achter de bronnen van de Nijl’ reuzenvogels huisden die gemakkelijk een mens mee de lucht in kon voeren.

 

Zie verder: http://www.volkoomen.nl/ en : http://volkoomenoudeherbariaenmedisch.nl/