Dolfijn, tuimelaar, bruinvis, grind, mythologie, Delphinus, soorten.

Uit eu.art.com met de onderste als Delphinus tursio.

 

Delphinus delphis: van Delphi, ze houden van muziek.

 

Naam.

Het Latijnse delphinus is afgeleid van het Griekse delphin: het kan van delphax, Griekse naam voor een zwijn of varken.

Over midden-Hoogduits komt Delfin, Telfin of Talfin dat de oude naam meriswin, (meer van zee) in midden-Hoogduits Merswin, in Nederlands meerswijn, in Angelsaksisch mere-swine, in Frans marsouin, in Latijn maris-sus en Italiaans porco marino, dat het dier vanwege zijn spek voert, vervangt. Het was een meerzwijn, Porci marini.

Dit woord werd verdrongen door dolfijn, bij Maerlant delfine, in Engels dolphin, in Frans daulphin en dauphin, de Duits Delphin en ook Schnabelfisch, Springer of Tummler.

In het Frans komt ook de vorm delphin voor wat zo wel genoemd is naar de heilige Delphinus, bisschop van Bordeaux van ca 380 ca 404.

Als voormalig belangrijk wapendier heeft de dolfijn bij de Fransen de naam Dauphine gekregen. De Franse vorm dauphin was aanvankelijk een bijnaam of doopnaam sinds 1100 bij de graven van Albon. Hij werd daar erfelijk en kreeg de betekeniswaarde ‘graaf’, vandaar de naam dauphine voor het graafschap Viennois. Na de overgang daarvan naar de kroon in 1394 werd dauphin als naam gegeven aan de oudste zoon van de koning van Frankrijk en de dolfijn werd hun persoonlijk wapen. ‘ad usum delphini’ betekent ‘geschikt voor gebruik door de kroonprins’, dan was het boek gezuiverd van schadelijke of onzedelijke taal.

 

Er zijn spits- en dikkoppen. Tot de eerste en met gewelfd voorhoofd, maar een dunne en snavelvormige snuit behoort de dolfijn.

 

Software: Microsoft OfficeDolfijn.

Zijn huid is buitengewoon glad en niet alleen glanzend maar ook versierd met allerhande kleuren. De bovendelen zijn groenachtig bruin of groenachtig zwart, een kleur die scherp, maar niet volgens een rechte lijn gescheiden is van de schitterende witte kleur van de onderdelen die aan de zijden op enkele plaatsen grijsachtig of zwartachtige vlekken vertoont.

Het aantal tanden is zeer verschillend. Gewoonlijk vind je er twee en veertig tot vijftig in iedere kaak. Die tanden zijn regelmatig over de kaak verdeeld en laten kleine tussenruimtes over zodat die van de bovenkaak in de onderkaak vallen of omgekeerd. Ze zijn lang en kegelvormig, zeer puntig en van buiten naar binnen zwak gekromd.

Het gebit geeft aan dat hij een van de ergste zeeroofdieren is. Naar men zegt eet hij zelfs zijn gewonde soortgenoten. Zijn voedsel bestaat uit vissen en schaaldieren, koppotige weekdieren en andere zeebewoners.

Is in de M. Zee is het dier zeer algemeen en verdwaalt soms aan de kusten van Engeland, het noorden van Frankrijk en soms in de Noordzee. Hij bewoont alle zeeën van het Noordelijk halfrond en draagt veel bij tot tijdverkorting van zeelieden en reizigers.

Hij openbaart in zijn bewegingen een zo mogelijk nog speelsere aard dan zijn verwanten. Nu eens zwerft hij op grote afstand van de kust in de open zee rond en dan weer zwemt hij de rivieren op. Troepen van deze dieren naderen het schip en spelen lange tijd in diens nabijheid voordat ze een andere koers nemen. Onophoudelijk duiken ze onder en komen weer boven, verheffen het grootste deel van de kop gedurende enkele ogenblikken en blazen met een snuivend gedruis en verdwijnen weer in de diepte. Ze zwemmen zo snel dat ze niet alleen het snelste stoomschip met gemak bijhouden maar intussen ook nog allerlei spelende bewegingen maken en als ze dit verkiezen om het schip heen zwemmen zonder achter te blijven. Van tijd tot tijd springt er een boven water uit en valt zonder luid gedruis te veroorzaken met een buiteling weer in zee terug en neemt zeer snel zijn vroegere houding weer aan.

Ze hebben een kleine kop met een enkel maanvormig spuitgat achter op de kop.

De dolfijn is twee en een halve meter lang.

Zijn rugvin is tamelijk hoog en spitsachtig.

De beide neusgaten lopen boven de ogen in een enkele opening tezamen die een halve maan vormt.

Het oog ligt onmiddellijk achter de lippen en is maar door een kleine ruimte van de mondhoek gescheiden. De ogen van de dolfijnen hebben een ongewone glans en fonkelen als die van de beer, kat en leeuw.

De dolfijn zwemt veel en met grote snelheid. Deze grote vaart krijgt hij door zijn staart en de lange vin en bij de zeelieden heeft het door die snelheid de naam van zeepijl gekregen. Dikwijls gebeurt het dat het dier door een al te vurig volgen van een prooi of als hij woedend wordt door de steek van insecten op het strand raakt waar hij dan spoedig sterft.

 

Het wijfje draagt tien maanden en werpt meestal in de zomer, doorgaans een en op zijn hoogst twee jongen die ze zorgvuldig zoogt en niet eerder van haar vertrekken laat voor ze zonder haar kunnen.

De gemiddelde lengte van een volwassen dolfijn is twee meter bij een gewicht van een ruime honderd kilogram.

De jongen groeien zeer snel en hebben met tien jaar hun gewenste grootte.

Ze bereiken een ouderdom van vijf en twintig tot dertig  jaar.

 

Bestiarium.

Shakespeare, ‘1 King Henry VI’, i, 4, 107;

Pucelle or puzzel, dolphin or dogfish’. ‘Hoe ‘t zij. Pucelle of drel, dolfijn of zeehond”.

‘Midsummer Night’s Dream’, 2,1,148:

Mijn waarde Puck, kom hier; gij weet nog wel’.

Hoe ik eens op een voorgebergte zat’.

En een meermin er zag op een dolfijn’.

Die zulke schone melodieën zong’.

Dat haar gezang de woeste zee bedwong’.

En meen’ge ster dol uit haar baan verschoot’.

Om ’t lied der maagd te horen’.

Terzelfder tijd zag ik, gij kond het niet’.

Cupido vliegen tussen aarde en maan’.

Met pijl en boog; hij mikte, scherp en lang’.

Op een Vestale, tronend in het west’.

En dreef zijn liefdesschicht met zoveel klem’.

Als of ’t wel honderdduizend harten gold’.

Maar ‘k zag de vuur’ge schicht des jongen gods’.

In ’t kuise licht der vochtige maan geblust’.

De hoge priesteresse ging haar weg’.

In maagd’lijke overdenking, ongedeerd’.

 

Uit Maerlant; ‘Porcus marinus, dat is het meerzwijn, geribd en met spek en denkt te zijn naar een zwijn, dat men ziet gaan. Plinius laat ons verstaan dat bij sommigen meerzwijnen, zonder waan, dorens op de rug staan die zeer giftig zijn en waarmee men zeer is gepijnigd. De gal ervan, zegt hij, dat een triakel daar tegen is. Van lijm leven ze op de grond en zijn niet van goede voeding zoals men ons doet verstaan’.

 

 

 

 

Uit Maerlant en die bespreekt ook de dolfijn; ‘Delfin, spreekt Jacob en Solijn, dat het wonder van meerzwijn is. Geen dier, dat waant men wel, is in de zee zo snel. Tien maanden dragen ze hun dracht en ware het niet dat de moeder ze bewaakt en bedekt met grote listen, de vader beet ze allen dood. De moeder bemint ze als ze jong zijn, maar als ze op hun springen komen, willen ze de moeder ook verteren en mogen haar ontlijven of zich verdedigen. Ze groeien tot tien jaren en ze genieten ook te waren als ze de tiende maand hebben of beter en worden door natuur vet. In de zomer dragen ze en winnen, in de winter willen ze niet beginnen. Ze zogen naar de zuigmanieren, hun mond staat niet zoals bij andere dieren, maar aan de buik staat bij hen de mond. Scherpe vinnen rijzen hem te alle stonde en als ze moe zijn vallen ze neer en als ze kwaad zijn rijzen ze weer. Een soort geluid hebben ze als wenen, net zoals de mens die steunt. Ze halen in en uit met gaten en horen uitermate zeer goed. Op het water slapen hebben ze uitverkoren en rusten daar, zoals wij het horen. Honderd en veertig jaar, is beschreven, is bewezen dat zij leven’. Dolfijnen worden de broeders van de mensen genoemd omdat ze in sommige opzichten wat op mensen lijken. Ze slapen op het water zo dat je hun snurken kan horen. Ze worden een honderd veertig jaar oud.

 

Uit bestiary.ca

Maerlant; ‘Ze horen graag blazen en zang en volgen dit lang na met groepen. Soms als er een harpist was die heette Arion, zoals ik het las, en die was in een schip met lieden die hem te doden beraden, dus overlegde die vorst snel dat hij de harp halen dorstte en alzo deed hij dat een tijdje en toen kwam daar menige grote dolfijn en men wierp hem in de zee en de grote dolfijn nam hem zonder wee en voer hem op het land ongeschonden, dit is een wonderlijke daad’. Arion van Lesbos bevond zich op de terugweg van Sicilië waar hij vele prijzen gewonnen had in een muziekwedstrijd. Zijn medepassagiers waren zeer jaloers en zetten een samenzwering op touw om hem overboord te zetten. Toen hij dat bemerkte nam hij zijn citer en speelde zo mooi dat de dolfijnen aan kwamen zwemmen om te luisteren. Toen sprong hij in zee en werd op de rug van de dolfijnen naar een veilige plaats gebracht. Kort daarna kwam ook het schip te Corinthië aan en de koning die van het gebeurde op de hoogte was liet hen bij zich brengen. Eerst verloochende ze alles totdat Arion zelf verscheen en ze alles bekenden waarop ze ter dood gebracht werden. De lier en de dolfijn werden onder de sterren geplaatst.

Shakespeare, ‘As You Like It’, 1,2,10;

‘Een als Arion eens op zijn dolfijn’.

Met storm en golven zich vertrouwd betoonde’.

 

Maerlant; ‘Dolfijn heeft geen gal. De jonge, kleine dolfijnen komen allen veel tezamen in groten scharen en twee grote bij hen die ze beschermen’. Bij het baren wordt ze omgeven door andere vrouwtjes die haar in die moeilijke tijd beschermen en later beschermen die vrouwtjes ook vaak het jong. Kleine dolfijnen zijn altijd bij elkaar als een kudde schapen en hebben twee grote dolfijnen als bescherming bij zich. Onder de vissen hebben alleen dolfijnen geen gal.

 

Maerlant; ‘Sterft een dolfijn, de andere komen en hebben die op hun rug genomen en dragen die totdat de baren rijzen en de storm het te land draagt, hun doden willen ze niet vergeten en ze laten het geen vissen eten, want elk heeft de ander lief’. De meeste sterven doordat ze in blinde achtervolging met hun buik de grond raken. In hun doodsstrijd steunen en klagen ze en vergieten daarbij vele tranen. Als een dolfijn sterft komen de andere dolfijnen rondom hem tezamen en dragen hem naar de diepte en begraven hem, zodat andere vissen hem niet zouden opeten.

 

Maerlant; ‘Dit schrijft Plinius in zijn brief dat een koning had een dolfijn gevangen en liet het tezamen binden met een lijn in een haven en meteen kwamen daar dolfijnen die zeer zuchtten en maakten misbaar alsof ze genade zochten zodat de koning dacht en het heet dat hij het ontknoopte en losliet. Experimentator die zegt het dat diegene die dolfijnen te eten pleegt en komt die in het water dan, is het wijf, is het man, ze scheuren hem en eten hem dan en is het dat hij er nooit van at, ze ruiken van naturne dat, en die dragen ze dan op hun snavel te lande waart, is het wijf of man, en laten ook geen vis eten, hoe zij het ruiken, men kan het weten en hoe zij die zeden hebben van de naturen verborgenheden’. Dolfijnen weten door de geur of een dode man ooit een dolfijn gegeten heeft en als de dode ervan gegeten heeft eten ze hem direct op. Heeft hij dit niet gedaan dan verdedigen ze hem tegen beten en eten van andere vissen en brengen hem naar de kust door hem met hun neus te duwen zoals varkens doen.

 

Maerlant; ‘In keizers Augustus dagen was er een kind, horen wij gewagen, in het land van Caeps waar een dolfijn gewend was er tegelijk te zijn met het brood dat hij hem gaf zodat de dolfijn daarvan geheel leefde en daarna toen de knecht groot werd verschoonde hij zich en ging al blode op het dier in de zee rijden, dit verwonderde de lieden meer en dit gebruik werd gewoon, daarna zo stierf diegene en de dolfijn kwam vaak op dat tijdstip als het dacht dat de knecht daar kwam en als het dit kind niet kon aanschouwen, zo bleef dat dier dood van rouw’. Plinius schrijft over de dolfijn van Hippo, een Noord Afrikaanse havenstad. Daar was een dolfijn vaak aanwezig waar de jongens in het water aan het spelen waren. Een van de jongens kroop op zijn rug en zwom met hem rond. Door hem geregeld brood te voeren had hij zijn genegenheid verworven. De hele stad dromde tezamen om dit te zien, hij liet zich door allen aaien, maar alleen de eerste jongen die op zijn rug gezeten had mocht dit weer doen. Jarenlang bracht dit dier hem elke dag over het meer van Lucrinus naar de school in Puteoli en op dezelfde manier weer terug. Toen de jongen stierf verscheen de dolfijn nog steeds elke dag op dezelfde plaats en treurde zich weldra dood over het verlies van zijn vriend. Hij vermeldt ook dat ze reageren op het fluiten en dan aankomen zwemmen, zelfs het roepen wordt beantwoord en dan komen ze naar de kust.

 

Maerlant; ‘ Mereanus en Sabahaen en Solinus doen ons verstaan dat te Yponen in Afrika er een dergelijke dolfijn was dat de lieden hadden opgehouden, het liet zich betasten als ze wilden. De Perzische historie heeft in dat een dolfijn bij Babylon zijn zin, zoals men vindt, had gezet op een kind en plag er veel te mee te spelen, eens wilde dat kind niet spelen en de dolfijn volgde hem op het land en bleef dood zo gelijk. Ook was daar een kind, zoals men weet, dat de dolfijn dikwijls bereed en dat er een grote storm opstak en dat kind bleef dus dood, de dolfijn bracht het kind op het land en bleef ook dood daarna gelijk. Van dolfijnen is een soort op de Nijl, die rivier, die hebben scherpe vinnen boven waarmee ze de buik van de krokodil scheuren en kloven in het water als ze zwemmen willen’.

 

Vondel, Adam in ballingschap;

‘Rondom u, in geboomte en lucht

De dolfijn steekt uit zoute baren

Het hoofd, door een verborgen zucht

En heimelijke trek gedreven

Naar mensen en het vrouwenbeeld

Gij ziet deze vogels om u zweven

En hoe de dolfijn de oevers streelt

En strijkt met zijn staart, en vinnen

Uit liefde om ’s mensen hart te winnen’.

 

Broeder der mensen.

De dolfijnen volgen de menselijke stem en komen samen in groepen naar dit geluid luisteren, ze hebben aardigheid in harmonie.

Er wordt gezegd dat ze zeelui helpen als hun schip vergaan is. Er wordt ook verondersteld dat ze huilen als ze gevangen genomen worden.

Van de dolfijnen wordt voorts verhaald dat ze in oude tijden de mens behulpzaam waren bij het vangen van zeebarbelen door hele scholen van deze vissen in de netten te drijven en voor welke dienst ze beloond werden met een deel van hun buit en met brood dat in wijn gedoopt was.

Dolfijnen hebben twee ogen op hun rug en hun mond staat daar tegenover, ze kunnen hun prooi niet goed grijpen vanwege de tegenstelling met de mond en ogen en daarom draaien ze hun mond naar de hemel en hun rug en ogen naar de aarde als ze hun prooi volgen.

De dichters zijn begeesterd en beschilderen het leven van dit dier in fantasierijke verzen dat die een soort liefde voor de mensen heeft wat door kunstenaars graag uitgebeeld wordt.

 

Heraldiek.

De heraldische soort wordt afgebeeld met een grote kop, baard en een gespleten staart waarin soms een krul zit, verder kam en vinnen. Hij komt zowel los in het schild als zwemmend voor terwijl hij ook verschijnt als rijdier voor Neptunus met deze zeegod op de rug.

Volgens Plinius zou hij tevens een teken van strijdvaardigheid zijn omdat hij de bek van een haai en een rugvin met gevaarlijke stekels zou hebben. Zo toegerust zou hij met succes de krokodil kunnen bestrijden. De wapenspreuk van het geslacht Tavora houdt verband met deze wapenfiguur: “Quascunque findit’, hij doorsnijdt ze alle’. (zie Maerlant; ‘Van dolfijnen is een soort op de Nijl, die rivier, die hebben scherpe vinnen boven waarmee ze de buik van de krokodil scheuren en kloven in het water als ze zwemmen willen).

In de wapenkunde wordt de dolfijn in Franse wapens anders voorgesteld dan in de Engelse. In de eerste staat het dier paalsgewijze en enigszins gekromd naar de linkerzijde van het schild met zijn kop en staart bij de rechterzijde. Is de kromming van de rug naar het schildhoofd gericht en de kop met de staart nabij de punt, dan is het liggend of liever zwemmend. In de Engelse wapens wordt het gewoonlijk zwemmend voorgesteld met gekromde rug, de kop naar beneden en de staart naar boven opgekruld.

Volgens oude heidense voorstellingen is de dolfijn ook symbool van vriendschap of de gelukkige intrede in het andere leven omdat hij schepen trouw begeleidt en schipbreukelingen op zijn rug aan land zet, de muziek liefheeft of de doden naar de eilanden der gelukzaligen brengt. In de kunst wordt hij veel en ook op Christelijke monumenten, ornamenteel aangewend als zeemotief en dikwijls om een anker gewonden of symmetrisch aan de zijden van een opschrift of medaillon. Dikwijls eisen echter de samenhang en de wijze van voorstelling, vooral bij latere monumenten door de vissymboliek, ook op symbolische betrekkingen tot Christus als verlosser en tot een gelukkige reis naar het andere leven. Zeer dikwijls verschijnt de dolfijn in dit dubbele opzicht in de catacomben, op sarcofagen en oudchristelijke lampen en stenen.

 

Mythologie.

Amphitrite of de trillende en golvende vloed is een zeegodin en de dochter van Nereus of Oceanus. Toen Poseidon haar tot vrouw begeerde nam ze de vlucht door de hele zee en kwam terecht in het verre westen van de Afrikaanse kust waar Atlas haar een schuilplaats bood. Maar een dolfijn van Poseidon wist haar op te sporen en bracht haar terug naar de smachtende minnaar. Die was daarover zo verheugd dat hij de dolfijn onder de sterren plaatste.

Volgens anderen werd Amphrite ter gelegenheid van een danspartij op Naxos door Poseidon geschaakt. Amphitrite ontving geen godsdienstige hulde omdat Aphrodite de eigenlijke godin van de zee was. Aphrodite wordt vaak met dolfijnen afgebeeld, zij is tenslotte uit het meerschuim geboren, aphros: schuim.

Amphrite wordt afgebeeld in het gevolg van Poseidon met een fladderend gewaad, het haar in een net opgesloten en met kreeftenscharen om de schedel en op een dolfijn gezeten.

Poseidon/Neptunus en Amphitrite zie je met het dier afgebeeld in de hand of onder de voeten. Tegenwoordig zie je ze veel in fonteinen al water spuitend en in badkuipen.

De dolfijn was in de oudheid het symbool van Neptunus. Het is het teken van vele zeesteden als Tarent, Gades en Messina en kustlanden.

 

Muziek.

Dat dolfijnen van muziek houden is al zo oud als Herodotus. Apollo, god van de muziek, zou de vorm van een dolfijn (delphis) aangenomen hebben toen hij het orakel te Delphi stichtte. Aelianus noteerde Software: Microsoft Officeeen “Hymne voor Poseidon”  als attribuut aan Arion, 625 v. Chr., waarin hij verwijst naar de van muziek houdende dolfijnen. De dolfijn zou het symbool zijn van aanhankelijkheid en liefde tot muziek waartoe Oppianus hem dan ook de zee laat verlaten, de herdersfluit laat volgen en hem in de schaduw met de herder laat uitrusten. Vergelijk bijvoorbeeld de Arionsage en de rol van de dolfijn in de Griekse mythologie hoe Bacchus de Tyrrheners in dolfijnen veranderde en hoe een dolfijn Poseidon op zijn rug naar Amymone bracht.

 

Bacchus.

Al als knaap toonde Bacchus de in hem wonende goddelijkheid. Eens werd hij toen hij aan de kust sliep, door scheepslui geroofd en ingescheept. Hij wachtte tot ze op volle zee waren. Vergeefs vroeg hij hen naar het dichts bijgelegen eiland Naxos te brengen, zijn thuisland. De ruwe zeelieden hoorden hem niet en hoopten een hoog losgeld te vangen. Alleen de vrome stuurman Acoetes had medelijden met de knaap en wou aan zijn verzoek voldoen. Dit was tegen de zin van de rest van de bemanning en die zetten hem in het vooronder. Toen de goddelijke knaap het bedrog ontdekte sprak hij in tranen: "met welk recht is het dat oude mannen een kind op deze manier behandelen?" Ze spotten met zijn smart en roeiden verder. Plotseling stond het schip als vast geworteld midden in de zee stil. Vergeefs sloegen de roeiers de riemen in het water en vergeefs hesen ze de zeilen. Uit de kiel groeide een druiven- en klimoprank en  overgroeide het roer, de mast en het zeil. Vertoornd stond de tot dan toe vredige Bacchus voor de goddeloze scheepslui en sloeg grimmig met zijn thyrsosstaf. Bij die aanblik overkwam hen een dodelijke schrik, angst en waanzin. Ze sprongen overboord en werden in dolfijnen veranderd. Alleen de vrome stuurman werd het leven gered.

 

Voorspellend.

Plinius meldt dat’ als er veel dolfijnen spelen als de zee stil is dan betekent dat de wind vandaar zal waaien, maar als ze met onweer water spuiten dat ze dan goed weer verkondigen’

Van de dolfijn en later de bruinvis werd verondersteld dat ze de brengers van slecht weer waren.

De Physiologus stelt dat een storm in aantocht is als de dolfijnen zich laten zien met hun sprongen boven de zee.

 

Overige.

De bekende poëtische toespeling’ de stervende dolfijn verandert van kleur’ is een populaire vergissing want het schepsel waar naar verwezen wordt is geen dolfijn maar een echte vis, de Coryphaena hippuris, (paardenstaart) een glinstervis. Die is ongeveer anderhalve meter tot twee meter lang die vereerd wordt vanwege de kleurveranderingen als ze sterft. De ouden gaven haar de naam Delphinus of dolfijn. Beter past op haar de naam dorade die ze met de goudbrasem deelt.

De goudmakreel heeft een lengte van een meter met een gewicht van vijftien tot twintig kg.

 

Zie voor afbeelding bovenaan.

Delphinus tursio, (Latijn tursia, van Grieks opsis, zicht, show)  is de tuimelaar, Engelse bottle nosed dolphin, de nesarnak van de Groenlanders.

Die heeft in elke kaakhelft twintig a vier en twintig tanden die sterker zijn dan van de gewone dolfijn, ook de skeletbouw is steviger.

Hij wordt drie en een halve tot vier en een halve meter lang.

Van boven en aan de zijden is hij lichtblauw en van onderen wit.

De tuimelaar spoelde hier wel eens aan op de kust.

 

Uit home.arcor.de

Lagenorhynchus albirostris, (Grieks lageno; fles, rhynchus; snuit, flessenneus, albirostis: witte snavel) (Delphinus albirostris) is de witsnuitdolfijn. Engels white beaked dolphin.

Die komt ook soms in de Noordzee voor.

Hij is te herkennen aan de witte kleur van de snuit. De witsnuitdolfijn heeft in elke kaakhelft vijf en twintig tanden.

Dit dier kan een lengte van vier tot vijf meter bereiken..

 

 

 

 

Uit seamap.env.duke.edu

Steno bredanensis, (Steno van Grieks gereduceerd, naar de korte snuit.) (Delphinus rostratus, (snavelachtig) de snaveldolfijn. Engels narrow snout of rough teeth dolphin.

Die lijkt vanwege zijn gebit op een tuimelaar, maar heeft een slankere lichaamsbouw, langere snuit en slanker voorhoofd.

Zijn algemene kleur is roetachtig zwart en dat gaat op de buik, borst en de rand van de onderkaak in roze-achtig wit over.

De lengte is ongeveer twee en een halve meter bij een gewicht van een 150kg

 

 

Uit www.cms.int

Voor vele noordelijke eilanden en kusten werd de zwarte dolfijn of griend, Globicephala melas, (zwart) van Farao naam grind, grindahvalur, Duits Grindwal emnook Pilotwal.  Die wordt 3-6, soms 8 meter bij een gewicht van drie ton.

 

 

 

 

 

 

 

 

Animaldiversity.ummz.umich.edu

Ook de witvis of beluga,  beloega, Delphinapterus leucas, (wit) een zegen. Nadert een troep van deze dolfijnen de kust dan worden ze door de bewoners naar het ondiepe strand gedreven en daar afgemaakt. Bij storm stranden zij ook geregeld en blijven dan hulpeloos liggen en sterven spoedig. De meeste laten daarbij een geluid horen en storten rijkelijk tranen.

 

 

 

 

 

Uit marinebio.org

Phocoena phocoena: (Phocaena communis), (Phocaena: vareken, zwijn, piscis; vis en gewoon, algemeen) de bruinvis, kleine tuimelaar of zeevarken heet in Duits Meerschwein, in Frans marsouin en in  Engels sea hog, porpoise of seapig. In Denemarken heet het bruskop, in Noorwegen niser en in IJsland, waar het gegeten wordt, suinhual.

 

Die wordt niet zo groot, het is de kleinste van de dolfijnen, anderhalve tot twee en soms drie meter bij een gewicht van ruim 200kg.  Is nauw verwant aan de dolfijnen en behoort tot de walvisachtigen, de tandwalvissen.

De kale huid is zacht, glad en glanzend.

Hij is van boven zwartbruin, ook wel zwart met een groenachtige tint. De zuiver witte kleur van de onderkant begint bij de spits van de onderkaak als een smalle strook en verbreedt zich verder achterwaarts. De borstvinnen zijn min of meer donkerbruin.

De rugvinnen staan omstreeks het midden.

In de onder- als bovenkaak heeft het een en twintig tot drie en twintig samengedrukte en scherpe tanden.

De breedte van de staartvin bedraagt bijna een vierde van de gehele lengte van het dier wat bijdraagt aan zijn verbazende snelheid. Hij zwemt zeer goed en kan ook boven het water uitspringen, hoewel niet zo ijverig als de dolfijn. Buitengewoon druk zijn de bewegingen voor of tijdens een storm. Hij duikelt en of hobbelt dan, schijnbaar opgewonden van blijdschap in en over de rollende golven, buitelt over de kop en wordt dan in letterlijke zin van het woord een ‘tuimelaar’. Ook de hevigste branding levert voor hem geen bezwaar op, waar andere leden van zijn familie wel eens stranden.

Steeds zie je hem de schepen begeleiden die in de buurt van de kust zijn.

Ze dragen zes maanden en brengen meestal niet meer dan een jong ter wereld, dat dan al tamelijk groot is. Het jong wordt een jaar lang gezoogd en wijkt in die tijd niet van de moeder af.

Het komt voor bij onze kusten, vanouds in de Zuiderzee, Noordzee, zelfs is er wel eens een bij Parijs gevangen, de Elbe en een drong er een door de sluis bij Katwijk en kwam zo in de Haarlemmermeer en omstreken en werd tenslotte in de grachten van de stad Leiden gevangen in 1775. Verder de Oostzee tot aan Groenland, ook in de M. Zee en Atlantische Oceaan.

In de lente gaat hij de haringen achterna en achtervolgt die met zo’n ijver dat de vissers hem lastig vinden. Zijn vraatzucht is spreekwoordelijk en zijn buitengewone snelle spijsvertering maakt het gebruik van een grote hoeveelheid voedsel nodig. Hij vernielt ook vaak de dunne netten waarin de vis opgehoopt zit. In dikke netten komt hij zelf om.

Ze zwemmen vaak in paren en vooral tegen de paartijd verzamelen ze zich in grote groepen van zes tot acht stuks. De Hollandse zeeman noemt een troep van deze dieren: ‘de boer met zijn varkens’.

 

Bestiarium.

De bruinvis lijkt op de dolfijn en heeft bijna dezelfde eigenschappen, toch is de dolfijn vrijwel goddelijke eer toegeschreven terwijl de bruinvis de bijnaam kreeg van zeevarken.

Uit Maerlant; ‘Delfinen, vindt men, zegt aldus de heilige Sint Isidorus, die kleiner zijn dan dolfijnen vooral, die staan hier voor over wonderen die in de zee feest maken als ze grote tempeest gewaar worden, zo snel vindt men ze, zonder liegen, dat ze over de schepen vliegen want bij hen mag men veel leren als het weer zal omdraaien’. In de zee is er niets sneller dan dolfijnen. Want ze zwemmen rond en springen over schepen. Dat spelen en springen in het water van de golven van de zee veroorzaakt storm.

 

Zie verder: http://www.volkoomen.nl/ en : http://volkoomenoudeherbariaenmedisch.nl/