Fuut, dodaars, Podiceps.

Podiceps: aarspotige, het achterlijf en poten zitten dicht bij elkaar zodat ze gemakkelijk onder water zwemmen. 

 

 Uit Martinet.

 

Deze vogel behoort tot de duikerfamilie, ze trekken in rechte lijn achter elkaar.

 

Podiceps cristatus, L. (van een kam voorzien)(synoniem Colymbus cristatus)

 

Naam.

Fuut, mogelijk van aarsvoet, omdat de poten ver naar achteren zijn geplaatst, heet ook wel zandreiger, lumme, zanddrijver, pronkvogel, certijnduiker, satijnduiker , aalduiker, en kuifduiker, in Noord Brabant keizer en in Friesland kroonduiker en grote aalduiker en wordt in het Fries haerringslynder of ielsyuder genoemd. Het heet ook wel zorch en ruch.

Het is de Duitse Haubentaucher of Haubensteissfuss, de Engelse great crested grebe en de Franse grebe huppe of grand grebe.

 

Vorm.

In ‘t bruiloftskleed draagt de kop een in twee hoornen gesplitste pluim en een uit  prachtige, lange en losbaardige veren samengestelde kraag die de zijden van de kop en keel omgeeft als bakkebaarden.

De bovendelen zijn glanzend zwartbruin, verder komt er een spiegel op de vleugel voor. De wangstreek en de keel zijn wit en de kraag is roestrood, aan de rand zwartbruin. De onderdelen zijn wit met zijdeachtige glans, in de flanken met roestkleurige en grijsachtig zwarte vlekken. Het oog is karmijnrood en de snavel lichtrood. In het winterkleed zijn de pluim en de kraag nog niet tot ontwikkeling gekomen. Totale lengte is vijf en negentig cm, de vlucht is vier en zestig cm. de vleugellengte is achttien cm. Hoogte van hem is acht en veertig cm en van haar een en dertig cm

De hals is lang en de staart is kort. De poten staan bij deze dieren zo ver naar achteren dat ze slechts moeilijk en waggelend kunnen lopen, ze vallen daarbij zelfs gemakkelijk om en hebben moeite zich weer op te richten. Het lichaam wordt tamelijk verticaal gedragen en lijkt wel op een langhalzige fles. In het water bewegen ze zich daarentegen buitengewoon vlug en behendig en zwemmen uitstekend, zowel aan de oppervlakte als ondergedoken. Hoewel ze zeer korte vleugels bezitten en moeite hebben met opvliegen kunnen ze als ze eenmaal op zekere hoogte in de lucht zijn buiten verwachting er goed mee vooruitkomen. Zijn vlucht is dan betrekkelijk snel en gaat via een rechte lijn en veroorzaakt een hoorbaar gedruis.

De fuut is hier van april tot september, sommigen overwinteren aan de kust.

Ze leven van kikkers en waterinsecten.

 

Zwemmen.

In de zomer zie je ze meestal op grotere watervlaktes die met riet en andere moerasplanten begroeid zijn. Hij houdt van het water omdat staan en gaan hem moeite kosten. Hij kan onder water een afstand afleggen van wel zestig meter en dat in een halve minuut. Overal waar hij zich niet veilig voelt blijft hij in het open water, liefst wat ver van de oever om niet gehinderd te worden en om ieder gevaar op tijd te kunnen ontdekken. In de voortplantingstijd nadert hij het riet alleen als er geen mensen in de buurt zijn. Is dit wel het geval zie je soms alleen zijn kop boven komen om daarna opnieuw onder te duiken tot hij zich veilige acht.

 

Broeden.

Het nest wordt gemaakt van riet, zeggen of biezen en steeds in de buurt van het open water en zo ver mogelijk van de vaste wal, soms geheel in het water en dan aan wat riet verbonden. Het geheel lijkt zozeer op een toevallig door de wind bijeengedreven hoop rotte planten dat je het niet gauw voor een nest van een vogel zal houden. Je kan je er over verwonderen dat deze natte massa een vogel kan dragen, nog meer dat die niet kantelt als de vogel er op en af gaat.

Het aantal eieren bedraagt vier, een meer of minder, de eieren worden met bladmodder bedekt en liggen half in het water. Ze zijn aanvankelijk zuiver wit maar worden weldra vuil geel. Het mannetje en vrouwtje broeden beurtelings. Tegen opdringerige kraaien tonen ze heldenmoed door uit het water op te springen en onder jammerlijk geschreeuw naar de vijand te steken en te happen. De vader treedt meestal als schildwacht op.

Een mooi gezicht is het als de kleinen bij moeder op de rug kruipen en daar in de warmte een veilig onderkomen zoeken.

 

Zang.

De krachtig, ver hoorbare stem biedt veel verscheidenheid. Het dikwijls herhaalde ‘kokokok’ dient voor het gewone verkeer tussen beide echtelieden, de luide klank ‘kraor’ of ‘kroeor’ vervangt als het ware het gezang van andere vogels en wordt hoofdzakelijk in de paartijd waargenomen. Dit geluid klinkt alsof het door de waterspiegel versterkt en verder voortgeplant wordt zodat men het onder de wind op een uur gaans kan horen.

 

Gebruik.

Zijn vlees is niet eetbaar. Zijn rijk bevederde huid die bij de bontwerkers onder de Franse naam grebes bekend is wordt voor het maken van kragen en dergelijke zeer gezocht. Algerije voert ieder jaar veertig duizend stuks van deze en dergelijke vogelhuiden uit, Siberiė ongeveer ander half miljoen. Men maakt er moffen uit en in Siberiė zelfs mantels.

 

Bestiarium.

 

Uit Martinet.

Podiceps ruficollis, Pall. (roodbruine kraag) (synoniem Colymbus fluviatilis, Tunst.(van de rivieren) dodaars, ook een aarsvoet zoals de fuut, kleine fuut, hagelzakje, aalduiker, kleine duiker, earsfuttel of hagelzakje, Duitse Zwergsteissfuss, Engelse little grebe, Franse grebe castagneux

 

De dodaars is van boven donkerkastanjebruin en van onderen grijs, de wangen zijn roodbruin.

De dodaars komt in het hele land voor in poelen en plassen.

Ze broedt op vier tot zes eieren die eerst blauwachtig zijn en later geel worden. De jongen rusten uit op de rug van de moeder.

De dodaars zwemt ook onder water.

Leeft van visjes, wormen, kevers en dergelijke.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Uit olorotitan.devianart.com

Podiceps nigricollis, Brehm. (zwarte kraag)(Colymbus nigricollis, Brehm) is de geoorde fuut, Duitse Schwarzhalssteisfuss, Schwartthalstaucher, Engelse black necked grebe, Franse grebe oreillard, grebe esclavon of grebe a cou noir.

Die heeft de kop en nek zwart met een pluim van bruingele veertjes achter het oog.

De lengte is dertig cm.

De roep is ‘bi’ en ‘bidewiet’.

 

 

 

 

 

 

 

 

Uit www.nature.net

Podiceps auritus, L. (geoord) (Colymbus auritus, L) is de kuifduiker of kleine zanddrijver, tufduker, Duitse Ohrensteissfuss, Ohrentaucher, Engelse Slavonian grebe, horned grebe, Franse grebe cornu of oreillard.

 

Die heeft twee roestrode pluimen opzij van de schedel wat ’s winters vrijwel zwart is.

De lengte is dertig cm.

De roep ‘bi bi bi’.

 

 

 

 

 

 

 

 

Uit www.oiseaux.net

Podyceps grisegena, Bodd.(grijswitte wangen) Colymbus griseigena, Bodd) is de roodhalsfuut, roodgehalsde duiker, Duitse Rothalssteissfuss, Rothalstaucher, Engelse red necked grebe, Franse grebe jougris.

Heeft de hals en borst roestrood. De kruin is zwart met twee kleine veerpluimen. De lengte is vijf en veertig cm.

 

 

Zie verder: http://www.volkoomen.nl/ en : http://volkoomenoudeherbariaenmedisch.nl/