Garnaal, Crangon, folklore.

Uit www.visenseizoen.nl

 

Crangon crangon;  Schaaldier.

 

Naam.

Garnaal, Duits Garnat, oud Frans guemette, nu crevette, Engelse shrimp. Die is zeven cm groot en grijsbruin gekleurd met wat rode stipjes.

 

De gewone garnaal, die in ontzaglijke menigte de ondiepe kustgedeeltes van de Noordzee bewoont, heeft een nagenoeg glad lichaam. Alleen op het kopborststuk komen drie korte stekels voor, een achter de ogen en een onder ieder oog  waarmee het alles kan vast pakken.

Overdag graaft de garnaal zich in waar zodat dan alleen nog de antennen boven het zand uitsteken. Als het donker wordt komt het naar boven.

Ze leven van dierlijk en plantaardig voedsel.

De vruchtbaarheid der garnalen is ontstellend groot. Men vindt de wijfjes de gehele zomer vrijwel altijd met kuit tussen de poten bezet. Hoe bruiner het is, hoe sneller de jongen zullen uitkomen.

Hoer verder in zee de garnaal gevangen wordt, des te witter is de schaal en die is bruinachtig aan het strand en de monding van de rivieren. Die van de Noordzee wordt door het koken fraai zalmrood.

Als je een garnaal laat vallen op een plaats waar het water twee a vijf cm diep is, zal het geen pogingen doen om op te springen zoals het wel gebeurt al het op het droge valt. Je ziet in het volgende ogenblik een kleine stofwolk in het water opstijgen aan weerszijde van het dier en die zinkt  zo diep dat zijn rug bijna op gelijke hoogte ligt met het omringende zand. Nu wordt de betekenis van de eigenaardige kleurverdeling duidelijk, de dicht bijeen staande vlekken lijken door hun verschillende tinten van bruin, grijs en rood zo volkomen op de kleuren van het zand dat je de garnaal, die je zo-even duidelijk zag het volgende ogenblik niet meer ziet. Slechts de beide ogen steken als schildwachten boven het zand uit.

Ze worden gevangen met een sleepnet.

In 1896 bedroeg de uitvoer van garnalen in ons land 2 373 000 kg.

 

Folklore.

Wat bij de Friezen Dokkum is, in N. Holland Edam en voor heel Nederland de Kampenaars, het toonbeeld van onnozelheid. Zo zat een gezelschap in Dokkum voor een groot vuur, het werd ze op den duur te warm en te benauwd en pas toen de hond van het huis een eindje terugging kwamen ze tot de ontdekking dat ze dit ook moesten doen. Daarom is het spreekwoord: ‘wij moeten achteruit, zeiden de Dokkumers.

De Dokkumers heten wel garnalen, in aansluiting van het dwaze verhaal dat ze eens een ontzettend grote garnaal vingen die ze aan een kettinkje wilden bewaren tot de ‘prins’ kwam. De prins kwam echter niet en de garnaal was weg, maar de spotnaam is gebleven.

Bestiarium.

 

Zie verder: http://www.volkoomen.nl/ en : http://volkoomenoudeherbariaenmedisch.nl/