Gnoe.

Wildebeest.

 

Software: Microsoft Office

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Naam, etymologie.

Het beest is nu bekend onder de naam Catoblepas gnou of Connochaetes taurinus.

Bij de Zuid Afrikaanse boeren is het bekend als ‘swart wildebeest’, vanwege zijn uitgelaten bokkensprongen en woest op hol slaan waarbij opeens een ‘haak’ gezet kan worden. Gnu is het in Engels en Duits, in Frans gnou. Van de Hottentotten is de naam ‘gnoe’ afkomstig. Het woord is ontleend aan het bulkende geluid dat dit dier laat horen. Grieks catoblepas betekent hij die naar beneden kijkt. Connochaets, Grieks konnos; baard, khaite, vloeiend haar. Taurinus, Grieks taurus; stier.

Het schijnt een wonderbaarlijke combinatie van verschillende diervormen te zijn, de romp, de manen en de staart zijn die van een paard van gemiddelde grootte, de poten zijn die van een antilope, de kop met de naar voren als een haak gekromde horens lijkt op die van een stier. Zoals ze er uit ziet doen ze, ook tegen elkaar.

De gnoe wordt een honderd vijftig cm lang, de staartlengte is een tachtig cm. De schouderhoogte is honderd dertig cm. Het gewicht is een twee honderd vijftig kg.

De gewone gnoe is donker blauwgrijs met een zwarte kop, manen, keel en staart.

Goedenavond.

Zijn zonderlinge gedaante heeft de aanleiding gegeven tot vele fabels. Al zijn bewegingen zijn snel, uitgelaten en vurig. Bij onrust klinkt een knorrend gebrom en gebries, waarbij met de voorpoot gestampt kan worden. Zijn stem lijkt op het loeien van runderen. De Zuid-Afrikaanse boeren bootsen het eigenaardige geschreeuw van de jonge dieren na met de woorden ‘Nonja, g’n avond’ en beweren door dit geluid dikwijls in de waan gebracht te zijn dat zij door deze dieren in hun eigen taal aangesproken werden.

Bestiarium.

Uit Wikipedia.

Het dier heeft vier poten en is van gemiddelde afmetingen, en zou op een stier of zwijn lijken. Het bezit een krullende staart, gespleten hoeven, een geschubde huid en lange manen bedekken zijn ogen. Het dier lijkt onschuldig en loom, maar elk dier waar zijn giftig oog op valt, sterft ter plekke. Tevens zou de catoblepas een schadelijke adem hebben vanwege zijn dieet bestaande uit giftige planten. Als hij bang is, krult hij zijn lippen en stoot een smerige damp uit, waardoor alle levende wezens in de omgeving blind en stom worden, stuiptrekkingen krijgen en uiteindelijk overlijden.

Ooit zouden Romeinse soldaten een grazende catoblepas hebben gevonden. Ze hielden het voor een tam dier en wilden het slachten. Bij het horen van de naderende soldaten hief het beest zijn kop. Zijn manen gingen overeind staan en zijn dodelijke blik doodde hen allemaal. Toen de commandant dit vernam stuurde hij meer mannen, maar ook die sneuvelden. De lokale bevolking lichtte hem in over de dodelijke aard van het beest, waarop de man zijn soldaten beval het dier te verrassen en zijn blik te mijden. Zo werd de catoblepas eindelijk gedood. De soldaten brachten hem naar de keizer, die zijn huid in een Romeinse tempel ophing.

Uit Maerlant; ‘Cathaplebas is een dier, zeer vreselijk en onguur en is op de Nijl, de rivier, van de vreselijkste manieren. Traag is het en niet bar groot. De last heeft het zwaar in de nood van zijn hoofd dat hem zwaar weegt. Van deze beesten is het dat men zegt dat als het  onvoorzien op je aan komt en tussen de ogen je ziet, dan ben je weg van het lijf. Dit dier slaat op een deel de wijven die het hoofd zo zeer gehoornd dragen dat het stinkt voor Onze Heer en schijnt of het hen verwurgde, dan komt er iemand die het ongevoegde op haar ziet en wordt zo gevangen en van zijn hart alzo ontdaan dat hij ziel en lijf verliest en de dood daarom kiest.’

(773)  Catoblepas is een dier dat aan het water leeft dat Nijl heet, in het land Egypte. Zo vertellen de meesters Plinius en Solinus. Zijn blik is zo giftig dat ieder die hem in de ogen ziet direct sterft. Daaronder verstaan we de onkuise blikken die vele mensen in de ziel doodt. De ogen zijn de stiekeme dieven van de ziel.

Dit Ethiopische wilde beest was van gewone afmetingen, behalve het hoofd dat zo zwaar was dat het naar de grond hing. Die eigenschap is gelukkig voor het menselijk ras want allen die het ontmoet sterven bij de eerste aanblik. Of allen die het met zijn ogen ziet, sterven onmiddellijk. Dit dier lijkt op de vrouwen die hun haar in grote horens opgestoken dragen, dat is een doorn in het oog des Heren. Als een goed gelovige een blik op hen werpt wordt hij gegrepen door liefde en verliest hij zijn verstand waardoor hij lichaam en ziel verspeelt en uiteindelijk de dood vindt.

Een catoblepas is een dier die net zo lang dood lag als de maan, waarmee het een natuurlijke sympathie had, scheen. Plinius beschreef dit dier. Aelianus voegt er aan toe dat het een soort stier is. Daardoor veronderstelde men dat het een soort dier van het buffelsoort was of meer waarschijnlijk een gnu of gnoe. Anderen dachten dat de catoblepas van Plinius een soort basilisk was. Dit komt door het er onmiddellijk op volgende statement;  “Het serpent basilisk heeft dezelfde krachten” (vermoorden door zijn blik)

Zie verder: volkoomenoudeherbariaenmedisch.nl/ en: volkoomen.nl