Griel, Burhinus oedicnemus.

Uit Martinet.

 

Burhinus oedicnemus, L. (Grieks oidos: gezwel, aan de neus, kneme: scheenbeen, dat naar de grote neusgaten en zwaar gebouwde poten )

 

Naam.

Griel en scharluup zijn klanknabootsingen, wat gegiechel, dorensluiper of doornslijper: slijpen is sluipen, of in Fries tjokpoat; dikke poten, Duitse Triel, Engelse stone curlew, Franse oedicneme criard. 

Het geluid is een scherp kar liep’ waarvan de naam griel zou zijn afgeleid.

 

Grote gele uilenogen. Staat hoog op de poten, zonder achterteen. Roodachtig geel met donkere strepen, boven het ook een witte streep en onder het oog en aan de voorhals wit met sabelkleurige baardstreep, van onderen wit. Op de vleugel heeft het een donkere en witte band.

 

Het nest maken ze door een kuiltje in het zand te maken. De gevlekte eieren vallen daarin niet op.

 

Meer een nacht dan een dag vogel die bij gevaar zich op de grond drukt, dan weg loopt en tenslotte als laatste weg vliegt. Leeft van insecten, muizen en kikkers.

Bestiarium.

 

Zie verder: http://www.volkoomen.nl/ en : http://volkoomenoudeherbariaenmedisch.nl/