Horzel, Bijbel, Gasterophilus, Hypoderma, Oestrus, paardenvlieg.

Uit ww.icb.usp.vr

 

Gasterophilus; houdt van een buik.

 

Gasterophilus intestinalis (van binnen, in het darmkanaal) (Gasterus equi, (paard)

 

 

Naam.

Paardenvlieg, paardenwesp of horzelwesp, in Overijssel heet het horp, in Gelderland horentje of hoornaar, in Engels hornets.

Het is een geslacht van wespen, Crabo, of horzel. Men vindt ze overvloedig in het Toscaanse land. Anderen menen dat ze genoemd worden van crabo of caballus: paard of hengst waaruit zij voortkomen zoals Isidorus begrepen heeft. Of van craceo, waarvan craber en crabo: vlees en spijze, omdat ze vlees eten. Of van gracilis omdat ze rank, mager en spits  zijn. In het Grieks  worden ze naar een woord voor ontsteking genoemd omdat ze een vurig puistgezwel verwekken.

 

De vrouwelijke paardenhorzel hecht haar eieren aan de haren van het paard, meestal aan voorpoten en borst. De larven die weldra uitkomen veroorzaken een gekriebel dat het paard aanleiding geeft die plaats te belikken. Zo komen de larven in de mond en vandaar met het eten in de maag. Hier boren ze zich vast in de maag- darmwand, soms bij honderden en voeden zich met sappen die zij daaruit zuigen of met de etter die zich in de wond vormt. Ze blijven daar een tien maanden om dan met de uitwerpselen het darmkanaal te verlaten en zich in de grond te verpoppen.

Die wordt algemeen als gevaarlijk gezien, maar is minder agressief dan de gewone wesp.

 

Horzel. Uit vetpda-ucdavis.edu

De horzels zijn vooral merkwaardig om de levenswijze van de larven.

De op hommels gelijkende wijfjes van de runderhorzel, Hypoderma bovis, ( onder de huid en rund) leggen hun eieren op of in de huid van de runderen. De maden vreten zich daar in en veroorzaken een etterend gezwel ter grootte van een duivenei. Daarin blijven zij negen maanden en banen zich dan een uitweg en verpoppen zich in de grond.

De runderen zijn zeer bang voor deze vlieg en lopen als een razende rond wanneer zij zich op hun rug neerzet. Het spreekt vanzelf dat zij er zeer onder lijden vooral als een groot aantal, soms honderd, op hen voorkomt.

 

 

 

Uit vetpda.ucdavis.edu

De maden van de schapenhorzel, Oestrus ovis, (schaap) kruipen in de neusholte van het schaap en dringen in de benige holte die deze begrenzen. Ze veroorzaken de valse draaiziekte van de schapen die wanneer er zich vele maden in de grond ophouden zelfs de dood van deze dieren tot gevolg kan hebben. Zijn de maden volwassen, dan verlaten ze hun verblijf weer door de neus om zich in de grond te verpoppen.

 

Verwante soorten leven in de neusholten van herten en reeën. Al deze dieren zijn razend van angst als de vliegen op hen afkomen om hun maden aan de neusgaten af te zetten.

 

 

 

 

Horzel bij Megenberg.

Historie.

Het moet een stekelig en boos gedierte zijn omdat men er een spreuk van ontleend heeft, ‘ de horzelen vergrammen’, ‘irritare crabrones’, bij Plautus, om te verbeelden en te leren dat het met de vrouwenaard zodanig is gelegen dat men ze niet tergen moet als ze gramstorig zijn, dat men er zelden zonder schade of schande te behalen van af komt.

Met de naam horzel vindt men wel stekelige schimpdichters aangeduid die zo zijn dat ze iemand zo steken en dol kunnen maken dat het hem zwaar vergaat. Archilochus en Hipponax zouden zelfs op hun grafstenen horzels of wespen uitgehouwen hebben. Dat omdat ze door hun steken sommigen zo moe maakten dat die de strop pakten.

 

Bijbel.

Van de horzels leest men in Exodus 33:28. ‘Ik zal ook de horzelen voor uw aangezicht henen zenden, die zullen van u voor uw aangezicht uitstoten de Heviten, de Kanaaniten, en de Hethiten. Ik en zal ze in een jaar van voor uw aangezicht niet uitstooten, opdat het land niet woesten  worde, en het wild gedierte boven u niet vermenigvuldigt worden’. Het Hebreeuwse ‘tsirah’ komt van een afleiding die drukken of doorboren betekent.

Hier wordt wel de hoornaar besproken als lastige wesp waarvoor men wel op de vlucht kan slaan. Dat zie je bevestigd in Deuteronium 7:20 en Jozua 24:12. De horzel werd hier als wapen gebruikt.

De horzel, Oestrus, is een soort vlieg die vooral voor het vee lastig is. Die is wel lastig maar de mens gaat er niet voor op de vlucht.

 

Bestiarium.

Shakespeare, ‘Anthony and Cleopatra’ iii, 10, 10-5;

‘The breese upon her, like a cow in June’. Gelijk een koe in juni. Dol van bremzen’.

Hoists sails and flies’. Hijst ze de zeilen op en vlucht’.

Troilus and Cressida’ i, 3, 47 ‘In her ray and brightness’. ‘Bij held’re zon’.

The herd hath more annoyance by the breese’. Is voor het vee de brems een groter plaag’.

Than by the tiger’. Dan zelfs de tijger’.

 

 

 

 

Uit Maerlant, ‘Crabo, zoals Plinius zegt, is een worm die te zijn pleegt in de aarde en vliegt als de bij. Ook daartoe, zo zegt hij, dat het groeit van dode paarden waar men ze onder de aarde begraaft en horzels groeien er van mede die men ziet in menige plaats, appels eten ze te waren en peren. Crabo maakt te waren onder de aarde allerhande raten die niemand te bate komen en waar ze hun vrucht uit winnen. Crabo, zoals ik mag bekennen, denk ik dat het de abeel bij is, zonder koning zijn ze en zo zijn de horzels mede, dat schaadt hen in sommige plaatsen en als ze uitvliegen roepen ze zeer. Hun honing deugt min of meer en die zich het hunne willen nemen, hij avonturiert zich al te zwaar, want hun angel is zo fel, men kan het niet goed genezen’.

De vlieg die aestrum genoemd wordt is van een geelachtige kleur en als het in het oor van een rund komt maakt het die gek. Hij draagt een zeer harde, stijve en compacte angel waarmee hij door de zijkant van de os gaat. Ze volgen ossen en paarden en jong vee door de geur van hun zweet omdat ze niet kunnen zien door middel van het gezicht, ze zien slecht.

Ze komen voort uit wormen van vermolmd hout of volgens anderen uit paarden lijken. De horzels hebben hun plaats in de doorboorde en uitgeholde aarde. Ze hebben een koning en als deze is afgedwaald dan zoeken ze hem in het geboomte. In de zomers verzamelen ze voor de winter niets, daarom sterven ze vaak en verzwakken zeer. Ze eten grote vliegen, druiven, vlees en dergelijke. Ze worden nooit tam en zijn van zeer grote boosaardigheid. Men vertelt dat ze in de hondsdagen het vurigst, vergiftigst en vinnigst zijn en dan met driemaal negen steken een paard en mens dodelijk kunnen verwonden.

Hij wordt gehouden tweemaal groter te zijn dan een wesp. Ze hebben vier vleugels waarvan de twee buitenste kleiner zijn dan de binnenste. Ze hebben zes donkerbruine poten. Het hoofd is van saffraangele kleur, wat langwerpig. De ogen zijn wat uitpuilend en waartussen twee sprieten zitten als een kromme zeis. De buik wordt met een dunne draad aan de schouders gehecht waarvan het voorste middendeel met een donkere kleur en gele kring getekend is, met een kleine driehoek en enige kerven aan weerszijden waarmee hij naar welgevallen het lichaam kan uitrekken of inkrimpen. Omtrent de buik heeft hij aan weerszijde vier zwarte vlekken. Voorst is hij in de staart met een lange, sterke en vergiftigde angel gewapend.

 

Lopen ze tegen de avond in en uit hun nesten dan komt er regen en wind. Vliegen ze tegen de avond in groepen dan verwacht men de andere dag mooi weer.

 

Alleen de ‘hommelby of horsel, een wespvlieg van gedaante als een honingbij, maar groter, die ook Fucus heet wat blanketsel of bedrog betekent omdat ze de honingbij nabootst is goed om het haar te laten groeien. Men laat ze drogen en strooit ze tot poeder gemaakt op het hoofd’.

 

Cynos: hond, zal wel een soort horzel zijn of de bloedzuigende hondenluis, Trichodectis canis ( Haematopinus pilifertus) Behoort tot de pelsvreters, bijtende luizen of vachtluizen

Uit Maerlant, ‘Cinomia, dat is de hondsvlieg, tenzij dat Isidorus liegt. Het is een worm pijnlijk zeer een angel en nimmermeer. Ze laat de honden niet rusten als hij de meeste slaap mag lusten dan hem de vlieg pijnlijker is, vindt hij ze traag, zo dankt hij dit zodat hem het bloed natrekt. Dit denkt te wezen voor waar van de duivel een vorm want die hij vindt van trage natuur, die verwondt hij in de ziel dan en het is zo wachtende man dat hij niet veel rusten laat dat hij ontging God zelf en deed want hij nauw bestaat al het kon ving het alle wereld raad’.

 

Zie verder: http://www.volkoomen.nl/ en : http://volkoomenoudeherbariaenmedisch.nl/