Kievit, Vanellus, eerste ei, heraldiek.

 Uit Martinet.

 

Vanellus vanellus L.

 

Naam.

Kievit heette ook in midden-Nederlands kievit en in midden-Noordduits Kivit en nu Kiebitz of Kiwit. De vogel is zo naar zijn geluid genoemd. In Overijssel is het kiefte.

Het is de Engelse peewit en lapwing, vergelijk de Friese naam ljeap, in oud-Engels was het hleapewince waar lepa een sprong en wink wenken betekent, het is de snel bewegende, de waaierende naar zijn vlucht. In Frans is het vanneau huppe, Engels heeft ook green plover.

De Friese eierzoeker spreekt van de ‘ald man’, of de ‘ald hij’ en het wijfje noemt hij ‘it ljipke of sij, sijke’. De Friese naam is ‘ljeap’ dat je uitspreekt als ljup, een ongewone naam die voor een vreemdeling niet gemakkelijk uit te spreken is.

In de oude tijd diende dit woord de Friezen in de oorlog tegen de Saksers als een schibboleth. Om de landgenoot van de vreemdeling te onderscheiden moest de verdachte vreemdeling zeggen: “Fjouwer lottre cleare ljeap-ayen op yen genneherme yn yen nest’. Dat is: “ vier helder zuivere kievitseieren op de hoek van een weiland in een nest”.

Schibboleth aan deze herkenningsroep, men herkende naar Richteren 12, 5 de vluchtende Ephraimiten die de s anders uitspraken.

De naam ‘dukiphath’ staat in de Bijbel voor de hop of kievit als onreine vogel.

 

De kievit is voor ons land even karakteristiek als de bonte koeien, de lange kanalen en de windmolens. Ook de Duitse vlakten hebben de Kiebitz bij menigte, in Engeland is de peewit geen zeldzaamheid en in het zuiden van Frankrijk is het rijmpje in omloop:

Qui n’a pas mange de vanneau

N’a pas mange de bon morceau.

Daar eet men de vogels dus zelf. Hier stellen we ons met de eieren tevreden en vinden het vlees taai en grof.

 

Vorm.

De kievit is een van onze fraaiste vogels. De kleur is boven op het lijf groenachtig met een weerschijn van purper en goud, van onder is hij wit, de slagpennen wit en zwart, de kop zwartachtig groen met een fraai afhangende kuif die bij het wijfje veel korter is. Vanwege de pluimbos heeft hij wel de naam van kleine wilde pauw, paoncella, gekregen.

Verder is hij kenbaar door een zwak kolfvormig gezwollen snavel, viertenige voeten en de stompe vleugels.

Het oog is bruin, de snavel zwart en de voet vuil donkerrood. Totale lengte is vier en dertig cm met een staartlengte van tien cm.

 

Aankomst.

Het is voor ons een van de eerste lenteboden, evenals de spreeuw en de leeuwerik verschijnt hij soms als er nog winter is. Meer dan van andere vogels heeft men van kieviten waargenomen dat het hoofdleger vooraf wordt gegaan door een enkele verkenner. Die worden vaak bitter teleurgesteld door weersveranderingen. Late sneeuwvlagen maken dat ze geen voedsel kunnen zoeken. Vermoedelijk worden ze, in de hoop op beter, weerhouden om terug te keren en dwalen van het ene veld naar het andere, kwijnen, wachten, hopen weer en bezwijken soms. Meestal komen ze tussen tien februari en veertien maart. De tijd waarin ze vertrekken of de laatste maal gezien worden is meestal van achttien september tot zes december. Toch zie je ze dan nog wel. Maar dit zijn vaak doortrekkende vogels die van elders komen. Dit duurt tot de vorst komt.

 

Broeden.

Ze houden van water. Gaan ze toch nestelen op hoge bergplaatsen dan mag je verwachten dat in de loop van de zomer de gewone nestplaatsen door het water overstroomd zullen worden.

Op die nestplaatsen hoort of ziet men de kieviet op elke tijd van de dag. Het nest is een ondiepe holte die soms bekleed is met wat grashalmpjes en fijne worteltjes. Omstreeks midden maart kan je de eerste eieren verwachten. De vier betrekkelijk grote eieren zijn peervormig en hebben een fijnkorrelige gladde schaal die op olijfgroene of bruinachtige grond met donkerder en dikwijls zwarte stippen op zeer verschillende wijze getekend zijn. Ze liggen in het nest en zo dat hun spitsen elkaar in het midden raken en worden door het wijfje altijd op deze manier gerangschikt. Het wijfje broedt de eieren in zestien dagen uit en brengt de jongen vervolgens naar plaatsen waar ze zich verbergen kunnen. De kleur van het jong komt zozeer met die van de grond overeen dat je die voor een aardkluit kan aanzien.

 

Eerste ei.

Dit is een symbolische handeling die de meeste niet meer verstaan.

De levensgeest gaat over in de levenskracht van het eerste ei, het eerste graan en het eerste brood dat wij eten. De eerste betekent een overdracht van nieuw leven en nieuwe hoop. Daarom breng je de eerstelingen naar het altaar in de kerk als dank aan de levensgeest zoals het vroeger gebracht werd naar heidense plaatsen van aanbidding. Dit zien we nog bij het eerste kievitsei en de eerste haring die aan de plaatselijke vervanger van de levensgeest (burgemeester) aangeboden werd die alles deed om het te laten groeien. De eerste baant de weg en de rest volgt. Biedt de eerste dan aan de God aan of zijn vervanger. Dan krijg je zegen op je werken.

Zie Num. 15:20, Neh. 10:37, Ez. en zo ook door de mensen gegeten en als eersteling aan de priesters aangeboden.

 

Vliegen.

Bijna voortdurend is hij in beweging. Het drukst beweegt hij zich zolang er eieren in zijn nest liggen of als zijn jongen nog niet geschikt zijn om aan naderend gevaar vliegend te ontkomen. In die tijd vliegen ze onder luid geschreeuw om ieder mens heen die te dichtbij komt. Je kan de luchtstroming voelen en soms word je zowat geraakt. Kom je dichterbij dan dreigt ze op je neer te vallen en schreeuwt ze van vrees, spijt of woede ‘kievit, kievit’ want zijn nest met eieren of jongen is hier vlakbij. Je zal hem zien zwenken met een vlugheid die je zal verbazen. Wanneer een gevaar hem of zijn jongen bedreigt, maakt hij de koenste wendingen, stort zich naar beneden tot dicht bij de grond, maar rijst echter dadelijk weer in steile richting omhoog en slaat nu eens naar deze en dan weer naar de andere zijde over, daalt naar de bodem en trippelt hier even rond, verheft zich opnieuw in de lucht en hervat het vorige spel.

Hij vliegt voortreffelijk en siert zijn vluchtlijn als het ware op met vele zwenkingen. Alleen als de weg van de kievit dicht over de waterspiegel leidt, vliegt hij met langzame vleugelslagen. Zodra hij tot hogere luchtlagen is opgestegen begint hij kunsten te maken alsof hij iedere aandoening door een bepaalde beweging uitdrukken wil. Geen andere vogel vliegt als hij. Karakteristiek voor die wijze van vliegen is het eigenaardige gesuis en gewapper, dat door de snelle vleugelslagen ontstaat, zo dat je kieviten die door de lucht voorbij trekken in een duistere nacht van alle andere vogels kan onderscheiden. Bovendien speelt deze vogel in het vliegen en het gaan voortdurend met zijn kuif die hij het ene ogenblik horizontaal neerlegt of anders hoog op zet.

 

Zang.

Zijn loktoon, het al genoemde ‘kievit, is nu eens meer en dan weer minder gerekt. De verschillende intonaties hebben ieder een bepaalde betekenis. Angst wordt te kennen gegeven door ‘chreiet’. De paringsroep bestaat uit een reeks van nauw aaneen verbonden klanken die je door de lettergrepen ‘cheh kwerkhoet kiewietkiewietkiewiet kioeieht’ ongeveer kan aanduiden.

In de lage landen hoor je van de grutto, ‘kiewiet, ‘k heb mijn ei niet’.

De kievit antwoordt: ‘Ja, Griet, ‘k heb het ook niet’.

 

Software: Microsoft OfficeGoede Moeder.

Zijn waakzaamheid strekt hem tot eer. Nog jaren herinnert hij zich de plaats waar een van zijn soortgenoten een ongeluk is overkomen. Met de felste haar bejegent hij alle roofdieren en toont daarbij grote moed, zelfs ware doodsverachting. Woedend schiet hij op naar de grote hond en komt dikwijls zo dicht bij de kop van de verontwaardigde viervoeter dat die zich genoodzaakt voelt naar de aanvaller te happen. Rijntje wordt even ijverig bestookt maar niet altijd overwonnen, die grijpt niet zelden een van zijn vermetelste tegenstanders en vermoordt hem voor de ogen van zijn kameraden. Die stuiven vol ontzetting uiteen en gaan ver van de kampplaats weeklagen over de verongelukte makker. Stoutmoedig valt hij meeuwen, reigers en ooievaars aan, kortom alle roofvogels die minder goed vliegen dan hij. De gevederde rovers die hem in bekwaamheid overtreffen gaat hij echter voorzichtig uit de weg. De strandvogels zijn gewoon op te letten wat de kievit doet en ontkomen door zijn voorzichtigheid aan vele gevaren. Daarom draagt hij bij de Grieken de vererende naam van Goede Moeder.

 

Heraldiek.

De bekende vogel met kuif is een lentebode en brengt vreugde en gezelligheid. Hij komt onder andere voor in de wapens als ‘sprekende figuur, afgeleid van de naam bijvoorbeeld bij het geslacht Kievits.

 

Kwalijke kievit.

Dit vogeltje dat geen kwaad doet en waarvan zijn eieren een lekkernij zijn die zelfs naar Engeland als belangrijk exportartikel verscheept werden staat wijd en zijd zeer kwalijk bekend. Dat heeft hij te danken aan zijn Germaanse naam, een klanknabootsing van zijn geluid. Kieviten vlogen namelijk om de gekruisigde Christus en riepen meedogenloos: ‘ pienig hem, pienig hem’. Hij riep dus het tegenovergestelde van de zwaluwen.

Een Zweeds verhaal luidt dat een dienstmaagd van Maria een schaar stal en toen ze dat ontkende veranderd werd in een vogel die altijd roept: ‘stpitz, stipitz,’ dat is ‘gestolen, gestolen’.

Om dat vervelende geroep beweert men in Zwitserland dat het oude vrijsters zijn die geen man kunnen krijgen en zo kieviten worden. Elders gelooft men dat in deze onrustige vogel de verdoemde mensenzielen bevat die na hun dood in hem voortleven.

 

Bestiarium.

Uit Maerlant, ‘Vanellus, dat is de vaneel, een vogel wel bekend voor een deel, een kievit heet het in ons land. Deze vogel, zoals het gelijk een man van zijn nest van ver ziet, volgt hij hem alsof het kwaad wordt en roept alsof het ware gewond en steekt naar de mans hoofd omdat hij die van het nest wil verdrijven voor zijn best, hierbij wordt ter zelfde stonde nest en zijn jongen gevonden. Wel betekent de kievits bedrijvigheid het leven van de hypocriet die roem heeft en najaagt en geschiedt hem enigerhande deugd en maakt het voor de wereld bekend, dan komt de vijand, en merkt wel bij deze kennis zijn nest en neemt hem zijn loon ten leste’.

De kievit eet mensenvuil, het is een vies en onrein dier en heeft een pluim op het hoofd en is altijd daar waar een poel van smerigheid is. Als ze oud worden en vrijwel niets meer kunnen zien of vliegen dan trekken hun jongen de slechte veren uit en zalven hun ogen met kruiden en verbergen hen onder hun vleugels tot ze weer gegroeid zijn. Als ze dan weer hersteld zijn vliegen en zien ze weer goed.

Het is een type van een bedrieger. Chaucer in “the Parlement of Foules’, noemde de valse kievit zo vol van bedriegerij, kieviten, kieften, kiften. Deze reputatie heeft hij gekregen vanwege zijn snelheid van aanvliegen en om hoeken te maken om indringers bij zijn nest weg te jagen. (Het zou juister zijn de vogel te prijzen vanwege zijn constantheid in ouderlijke liefde) Bij de meeste oude auteurs heeft ze die betekenis omdat ze hen niet de weg naar het nest wijst. De kievit werd een symbool van bedrog en liegend voorkomen. ‘Je lijkt meestal op een kievit die huilt waar haar nest niet is’, is een gezegde. Shakespeare geeft dit een paar maal weer. In ‘Comedy of Errors’ IV, ii, 27:

Far from her nest the lapwing cries away’. ‘De kievit schreeuwt, hij is ver van ‘t nest weg’.

Measure for Measure’, i, 4, 32.

I would not, though ‘tis my familiar sin’. Heer drijf de spot niet met mij, neen, ‘t is waar

With maids to seem the lapwing en to jest’. Moog ‘t vaak mijn zonde zijn, met meisjes kievit

Te spelen’. Met meisjes kievit te spelen’.

Soms wordt de kievit gebruikt als symbool van vooruitgaan als in ‘Hamlet’ V, ii, 174

This lapwing runs away with the shell on his head”. Men geloofde dat jonge kieviten zulke haast hadden om gehoed te worden dat ze weg renden met de schaal op hun hoofd. De vogel is daarom het symbool van de voortgaande jongeling.

Much Ado About Nothing’, 3,1, 25:

‘Want zie, hoe als een kievit Beatrice’.

Laag bij de grond, daar aansnelt, luistergraag’.

Wij hebben dan ook een gezegde: lopen als een kievit.

 

Gebruik.

Als een man gaat slapen en zich insmeert met zijn bloed zal hij duivels zien die hem verworgen en verstrengelen. Hun hart is goed voor kwaaddoeners, want in het kwaad doen gebruiken ze dit hart.

De tong van een kievit die over een man gehangen wordt die aan vergeetachtigheid lijdt, helpt hem.

Wie bij de terugkomst van de vogels in het voorjaar bij hun eerste roep geen geld op zak heeft, zal er het hele jaar geen gebrek aan hebben

 

Quirin steen.

Quirin is een steen die in zijn nest gevonden wordt. Deze steen  geeft en ontdekt in slaap raad en privé geheimen. Want als deze steen onder het hoofd gelegd wordt van iemand die slaapt, dan laat dit hem vertellen wat hij denkt en vermenigvuldigt wonderlijke fantasieën. Daarom houden heksen van die steen want ze maker er hun heksenwerk mee. Dat wel door de Engelse vertaling van Megenberg waarin Upupa, hop, vertaald werd als kievit.

Katten werden vroeger als heksendieren beschouwd en iedere heks bezat het liefst een zwarte poes. Dus was het kattenkruid ook een heksenplant. Ze toverden er wonderlijke dingen mee. Chaldeeërs noemen het kattenkruid bicith. Indien het ver­mengd wordt met een steen, die men in het nest van een hopvo­gel of kievit vindt, en er de buik van een dier mee inwrijft, zal dit bezwan­gerd zijn en een pikzwart jong voortbrengen. Steekt men dit mengsel in de neus van een beest dan zal die sterven maar weldra opnieuw levend worden. Bestrijkt men de bijenkorven met bicith dan kunnen de bijen er niet meer uit en indien ze dood zijn hoeft men ze maar in bovengenoemd mengsel te leggen en zij zullen wederom levend worden. Hetzelfde kunstje kan men ook op verdronken vliegen toepassen, hoewel men dat beter niet kan doen.

 

Weidevogels worden in veen- en lage gronden bedreigd.

 

Weidevogels worden in veen en lage gronden bedreigd door 2 oorzaken.

De eerste is door bemesting. Vanouds werden die gronden steeds bemest met organische mest en in die mest zitten ook wormpjes waardoor er ook weidevogels in die gronden voorkomen. Een gunstig effect van die bemesting is dat de biezen ook verdwijnen. Je zag dat bij een boerderij waar het in zijn omgeving mooi groen is en hoe verder je van de boerderij afkwam hoe meer biezen er verschenen.

Veel van die gronden werden aangekocht door Natuurorganisaties en die gebruiken natuurlijk geen mest en dus zie je steeds meer bruin gepunte landschappen met biezen verschijnen. Het verdwijnen van weidevogels schuiven ze natuurlijk niet op zichzelf want er zijn altijd wel rapporten dat een ander en vooral de boer de oorzaak is. Ik herinner me een natuuruitzending van TV Drenthe in de Peizermaden in de jaren 90 waar ik met spanning naar zat uit te kijken. In dit gebied ligt namelijk een fietspad richting stad Groningen. Aan de Noordkant er van is het gebied van de natuurorganisatie met zijn biezen en aan de andere kant de min of meer groene velden van de gehate boer met zijn mest. De uitzending was vanaf het fietspad. In de hele uitzending is die kant van de natuurorganisatie niet gezien geweest en bleef de camera gericht op het land van de boer. Daar was wat te zien en te vertellen.

Vogelliefhebbers zeggen dat er in die biezen de koningskwartel voorkomt, andere zullen dat kleine onopvallende vogeltje wel niet zien.

De andere oorzaak is de vos, die is nu beschermd waar de boer zich weinig tegen verzet heeft. Maar om boerderijdieren te kunnen houden moet hij zijn boerderij nu omgeven met gaaswerk want zijn dieren zijn vogelvrij. In de groene weiden was de vos vrij goed zichtbaar zodat de vogels zichzelf redelijk konden redden. Vanwege de biezen en het missen van de wormen zijn de weidevogels nu vrijwel verdwenen en kan de vos ongehinderd zijn werk doen bij de overige vogels als watervogels. Natuurlijk hebben de natuurorganisatie gelijk dat het vossenbestand zich wel aanpast aan de voedselrijkdom al is het dan jammer dat er geen weide- en watervogels meer zijn.

 

Zie verder: http://www.volkoomen.nl/ en : http://volkoomenoudeherbariaenmedisch.nl/