Krokodil, Crocodylus, soorten, mythologie, Bijbel.

Uit en.wikipedia.org

 

Crocodylus niloticus: van de Nijl. (Crocodylys vulgaris: gewoon) (Crocodilus anthropophagus: Grieks anthropos: mens; phagos; eter.

 

Naam.

Krokodil, zo ook in Duits en Engels komt van Frans crocodile, dat van Latijn crocodilus en dat weer van Grieks krokodeilos, eerder krokodilos: soort van hagedis, kroke betekent kiezelsteen en drilos is een aardworm naar de gewoonte van hagedissen om zich op rotsen in de zon te verwarmen. De Ioniërs noemen hem krokodil omdat hij zoveel lijkt op hagedissen die op de muren van hun tuin verblijf houden, aldus Herodotus. In Egypte het hij champsa of champsan.

De krokodil is een grote worm die langs de rivieren vertoeft. De krokodil van de aarde is bang voor saffraan, (Kroke) krokodil betekent dan ook krokusvrezer. Daarom gooit het landvolk om hun bijenkorven en de honing tegen de krokodil te verdedigen saffraan op die plaatsen.

Alligator komt van Frans, van Engels alligator en dat van Spaans el lagarto (de Indas) en dat van Latijn lacerto: hagedis.

 

De krokodillen of pantserhagedissen zijn de draken van de sagen en werkelijk, al bezitten ze geen vleugels en spuwen ze geen vuur, ze zijn toch vreselijk genoeg.

De hoornschilden die in dwarsrijen het lichaam bekleden zijn zo hard dat een gewone loden kogel er gemakkelijk op af stuit.

In woede laten ze een luid gebrul horen.

De grootste dieren worden een zes tot zeven meter met een gewicht van 700 of meer.

De wijfjes graven hun vijftig tot zestig eieren in het hete oeverzand. Ze bewaken de eieren evenals de jongen die er uit te voorschijn treden, maar kunnen niet beletten dat gewoonlijk in de eerste dagen twee derde er van door andere dieren, ja, zelfs door de mannelijke soortgenoten worden opgevreten. De kaken van de krokodillen waarin zij een buitengewone kracht ontwikkelen zijn bezet met talrijke kegelvormige en holle tanden. De ogen zijn van drie oogleden voorzien, de ooropeningen met kleppen sluitbaar. Tussen de tenen van de achterpoten hebben ze zwemvliezen

 

Software: Microsoft OfficeBestiarium.

Shakespeare, Antony and Cleopatra, ii, 7, 29 “Your serpent of Egypte is bred now of your mud by the operation of the sun; so is your crocodile’. ‘De slang van Egypte wordt daar dus uitgebroed door de kracht van de zon en evenzo is het met uw krokodil”, In 2,7, 50 wordt het dier beschreven:

‘Het ziet er uit, vriend, zoals het is; en het is zo breed als het breedte heeft; het is juist zo hoog als het is, en het beweegt zich op zijn eigen poten; het leeft van wat zijn voedsel is, en als het zich ontbindt, moet het aan zielsverhuizing geloven’. Vrij onduidelijk dus…

‘Lep. ‘Wat voor kleur heeft het?’ Antonius, ‘Ook juist zijn eigen kleur’. Lep. Het moet een vreemd soort van slang zijn’. Antonius; ‘Dat is het, en zijn tranen zijn nat’.

Bij Romeo and Juliet, V,1,43,  behoort een opgezette krokodil tot de onmisbare versiersels van een apotheek.

 

Maerlant; ‘Cocodrillus is een dier, Jacob en Solinus zeggen hier, dat het machtig is en fel op het land en in het water evenwel, op dag is het meestal op het land. Zo stil is die vijand dat elke man het voor dood houdt die zijn grote schalksheid niet kennen, het ligt en gaapt gelijk en vangt vogels in de mond. ‘s Nachts is het graag in de rivier. Eieren legt het op ganzen manier en die legt het op het land dan waar geen water komen kan, als het tijd is komen ze tot broeden toe, soms hij en soms zij. Jacob van Vitri zegt dus, het groeit tot bijna tien meter en heeft zo hard het vel dat men kan het goed door kan slaan’. De krokodil is een serpent die uit een klein ei komt en in korte tijd tot een machtige lengte en grootte groeit. Kan een lengte bereiken van vijftien meter en zijn huid is bestand tegen de hardste slagen. Nadat het ei door de krokodil gelegd is komt er in de meeste gevallen een wreed en stinkende schorpioen uit en die verwondt de krokodil die het ei gelegd heeft.

 

Nederrijns moraalboek, Bestiaria d’ Amour, rond 1250; ‘Want alle dieren die er zijn en die echt eten die roeren de onderste kinnebak als ze kauwen en de bovenste houden ze stil. Maar de krokodil die doet het tegengesteld, want hij houdt de onderste kinnebak stil en roert de bovenste.’

Maerlant; ‘Zonder tong is het, zoals ik het hoor, de mond gespleten van oor tot oor, de opperste kaak roert het alleen. Zijn tanden zijn vreselijk gemeen, zijn klauwen heeft het scherp en groot. In de winter eet het niet door nood’. De vier wintermaanden, november, december, januari en februari eet hij helemaal niet. Hij heeft geen tong maar tanden, scherp en lang. Met het eten beweegt hij de bovenkaak en niet zijn onderkaak. Er wordt verteld dat onder de beesten alleen de krokodil de bovenste kaak beweegt. (Dit wordt al vermeld door Herodotus en Aristoteles wat door anderen gevolgd wordt)  Plinius is meer accuraat en vertelt dat het beest zijn tong niet gebruikt en dat de hele tong op de bodem van de muil kleeft, vandaar poëtisch: ‘Echte liefde is tongloos als een krokodil’.

 

Uit Liber Floridus.

Nederrijns moraalboek, Bestiaria d’ Amour, rond 1250; ‘De kokatris dat at is een serpent en die pleegt in het water te wonen en die is van zulke natuur als hij een man vindt dan doodt hij die en als hij die gedood heeft dan krijgt hij berouw en schreit dan zolang als hij leeft.

Maerlant; ‘Het is wreed in alle manieren, beide, voor de vissen en de dieren. Nochtans Experimentator die zegt dat het de mensen te bewenen pleegt als het er een dood heeft gebeten’.

Shakespeare, ‘ii King Henry;  VI, iii, 1, 226;

Glosters schijn

The mournful crocodile’. Misleidt hem, evenals de krokodil’.

With sorrow snares relenting passengers’. Met droef geschrei de weke wandelaar vangt”,

‘Othello’ IV,1,257; Othello klaagt bij het huilen van Desdemona’.

If that the earth could teem with woman’s tears’. Kon de aarde bevrucht worden door vrouwentranen’.

Each drop she falls would prove a crocodile’. Iedere geplengde druppel zou een krokodil worden”.

Het is merkwaardig dat de krokodil de afgeknaagde mergpijpen van een mens met zijn tranen weekt en breekbaar maakt ten einde zichzelf met het merg te verlustigen.

Als een krokodil een man bij het water vindt of bij de rotsen dan pakt hij die als hij kan en huilt als hij er bovenop zit en verslindt hem. Ze huilen over de hoofden van de mensen die ze gegeten hebben en huilen over de overblijfselen van hun slachting. Ze voelen geen medelijden over wat gebeurd is maar huilen vanwege het tekort aan vlees aan het hoofd wat ongeschikt is om te eten.

In de tweede eeuw na Chr. wordt al vermeld dat krokodillen huilen. De mensen in de stad Apollo vangen krokodillen in een net en hangen ze op aan perzikbomen en slaan en rammelen ze af met stokken terwijl de dieren schudden en tranen huilen, dan snijden ze hem in stukken en geven er een feest van. Dat werd wel vertaald als: ‘Deze serpenten slaan de mensen en eten ze huilend’.

Zijn natuur is om zijn prooi te krijgen, eerst huilt en snikt hij zodat zijn prooi bewogen wordt om tot hem te komen zodat hij ze kan pakken. Het is een huichelachtig dier die het geluid van een schreiend kind nabootst om zo de voorbijganger te lokken en op te eten. Daarop kwam de spreuk die op vrouwen wordt toegepast als ze huilen, crocodili lachrymae, (Erasmus 1500) of wel krokodillentranen. De betekenis is dat als de krokodil huilt de ander bedrogen wordt en zo doet een vrouw gewoonlijk als ze huilt. In het Engels zijn het de crocodile taers, in Frans larmes de crocodile en in Duits Krokodilstranen. 

De dieren brengen wel een klaaglijk geluid voort. En ze hebben traanklieren om hun ogen vochtig te houden.

Zie Brederoo’sHet daagt uyt den Oosten, vers 944’.

Ghy weent wel, dochter, ja, soo doet de Cocodril

Wanneer hy menschen vanght of yemants heeft te wil.

In Vondel’sJozeph in Egypte’ zien we hoe Jempsar, de vrouw van Pontifar, Jozef probeert te verleiden, al huilend waarop Jozef reageert met de woorden:

En leerde een ander zich van schelmse lusten spanen

En hoeden voor bedrog van krokodillentranen...

Jempsar; ‘Ai, wis mijn tanen af

Jozef; Doortrapte krokodil, laat los, gij moordt met dit bedrieglijke stenen’.

Het verhaal is van de harpijen op de krokodil overgedragen.

 

Maerlant, ‘Van hem wil men de waarheid weten dat de Moren zijn vlees verteren en het zal hen niet deren. Van hun drek maken oude wijven een zalf voor hun lijven waar ze hun rimpels mee tegen gaan en hun huid staat daarbij strak en schoon schijnen ze en helder, maar niet lang duur dat, dat is waar, want als ze zweten gaat het over en laten weer hun gele huid zien’. Van zijn vuil wordt een zalf gemaakt en Software: Microsoft Officemet die zalf besmeren de vrouwen hun gezichten. En een zo oude en gerimpelde vrouw lijkt dan een tijdje op een jonge maagd. Lang duurt dat echter niet want hun zweet doet de uitwerking van de zalf teniet en brengt hun vale huid weer aan het licht.

 

Maerlant; ‘In de Nijl, die door Egypte vliet, is het dat ze zijn. Ook vindt men krokodillen soorten in Syrië, in een rivier, waar Jacob van Vitri van zegt dat ook dat dier daar gekomen is. Twee edele broeders waren in het land en die dat land in hun hand hadden en dat de een zeer benijde dat de ander was zo’n heer en liet een krokodillen jong brengen omdat hij met zulke dingen de broeder plotseling met het beest in die rivier wilde ontlijven, die beesten groeiden, de tijd ging, de nijdige broeder die het ding al te maal was vergeten is op de rivier gezeten en dat dier kwam onvoorzien uit het water en ging op die en heeft hem gelijk verscheurd, dus heeft hij de dood bezuurd waarmee hij waande zijn broeder te ontlijven, die al moest blijven. En aldus op deze manier vindt men ze nog in die rivier’. Krokodillen komen in groten getale voor in de Nijl. Er komt ook een soort krokodil voor in een rivier in Syrië. Jacobus van Vitry geeft hier de volgende verklaring voor. Er heersten over dat land twee adellijke broers. Een van hen was afgunstig omdat hij de macht over het rijk moest delen met de ander en liet krokodillenjongen aanvoeren om een aanslag te plegen op zijn broer die graag een bad nam in de rivier. De jongen werden volwassen en de tijd verstreek. Toen de afgunstige broer (die zijn opzet inmiddels volledig vergeten was) eens op de oever ging zitten dook zo'n monster plotseling met wijdgeopende kaken op uit het water en verscheurde hem. Zo trof hem het lot dat hij bestemd had voor zijn broer. Hierdoor komen er nog steeds krokodillen voor in die rivier.

 

 Uit mediavalworlde.blogspot.com

 

Maerlant; ‘Plinius spreekt, dat dier pleegt dat het ligt gelijk alsof het dood is en heeft de mond open staan, dan komt een kleine winterkoninkje aan en zoekt in zijn tanden naar vliegen, dan zwelgt hij het in, zonder liegen. Wat zal zo’n groot dier prooien van zulke kleine manier? Het dunkt me wel manieren te leren naar de kwade, valse heren als arme dorpers bij hen komen om iets te baten om iets te vragen dat ze zo doen of ze slapen en laten hen dan dichter bij komen, want ze laten hen veel manieren zien alsof ze goedertieren zijn, maar als ze bij de tanden komen, dan verzwelgen ze hen gelijk en nemen van hen al het bloed of ze nu klein of groot zijn. Men vindt een volk van manieren naast de Nijl, de rivier, dapper en koen op een eiland die Tentyriten zijn genaamd, kleine lieden van dappere manieren die deze dieren zeer haten, ze durven alleen in de Nijl te zwemmen en op dit dier zijn rug te klimmen en rijden er op alsof het ware een paard. Als dat dier opwaarts gaapt, werpen ze hem in korte stond een ijzeren kolf in de mond en rijden ze alzo op het land en dwingen ze gelijk met roepen op hem verbolgen uit te spuwen dat ze hebben verzwolgen’. (zie onder)

Vondel, ‘Bespiegelingen van Godts wercken’.

‘Ook ‘t gruwzame ongedierte, de leeuwen, tijgers, beren

De stier en olifant, de walvis in meren

En Noordse Oceaan, de draak, krokodil

De slangen onder ’t gras gedoken, loos en stil’.

Vondel, ‘De Heerlijckheyd van Salomon’.

‘Uit ’t nat rijst ’t met pantser bewapende krokodil’.

Mulder: De allegorische moraal die Maerlant aan het lot van het onbaatzuchtige winterkoninkje verbindt, berust op een lees fout van Thomas van Cantimpré. Niet het winterkoninkje wordt volgens Plinius verzwolgen door de krokodil, maar de ichneumon, een klein roofdier, dat uit eigen wil in de muil van de krokodil springt en zijn darmen kapotbijt. (Maerlant schrijft dit huzarenstukje toe aan de hydrus. In werkelijkheid is het vogeltje dat zich op zoek naar voedsel tussen de tanden van de krokodil waagt de krokodilwachter.

Tentyriten - de bewoners van Tentyris, een plaats in Boven-Egypte. De geograaf Strabo beschreef het bezoek dat een aantal Tentyriten vergezeld van krokodillen aan Rome bracht om in een bassin in de arena een demonstratie van hun kunnen te geven. Veel van de bijzonderheden over de krokodil zijn ontleend aan Job 40:20-41:25.

 

Jan van Mandeville; ‘Krokodillen zijn gele en gestreepte serpenten en hebben vier voeten en korte benen en lange klauwen. Sommige zijn 9m lang, sommige 10,8m sommige 18m. En als ze gaan in een zwavelachtig land, het schijnt dat men een grote boom daar gesleept heeft door de zwavel’.  Verder; ‘In dit land en geheel Indien door zijn vele krokodillen, dat is een soort van lange serpenten zoals ik voor zei. ‘s Nachts wonen ze in het water en op de dag op de rotsen, in de aarde, in holen en ze eten niet de hele winter, maar ze liggen in hun hol zoals de serpenten doen. Dit serpent doodt de lieden en eet ze al wenend en als het eet, het roert de bovenste kinnebak en niet de onderste’.

 

Uit Gessner.

Vorm.

Hij is onbeschaamd over hen die over hem vliegen, maar vreesachtig over hen die hem achtervolgen.

Zijn beet is venijnig, zijn tanden verschrikkelijk en sterk geschapen als een kam of zaag en geen beest die zo klein begint wordt zo groot. Wat het getal van de tanden betreft, het zijn er tenminste zestig. Gelijk men aanmerkt dat verscheidene zestigtallen in dit dier aan te merken zijn. Namelijk dat het wijfken zestig dagen met eieren bezwangert gaat. Dat ze zestig maal tezamen komen. Dat ze zestig eieren leggen. Dat ze zestig dagen broeden of de eieren te broeden leggen onder het zand. Dat ze zestig schilden op de rug hebben die over elkander heen schieten en zeer vast sluiten met zestig vasthechtende voegzenuwen. Dat ze zestig dagen in het jaar rusten en stil zijn zonder enig voedsel te gebruiken. En dat ze zestig jaar leven. Wat de eieren betreft ze bedelven die onder het zand en zulks op die hoogte dat als de Nijl overstroomt zo hoog zal hun eieren liggen. En hoewel naar hun maat de eieren klein zijn, ter grootte van ganzenei, zijn de kiekens ongemeen groot.

Zijn benen of voeten zijn met scherpe nagelen gewapend. Had hij er een duim of handgreep aan dan zou hij er wonderen mee kunnen doen. En als ze uit de Nijl op het land komen dan drukken ze op de nieuwe hun volgende stappen. Het omkeren valt hun moeilijk vanwege van hun korte poten en lengte van het lijf. Zo moeten ze door een draai en sprong dat vergoeden. Als ze lopen geven ze een aangename geur, vooral de wijfjes, die op de geur van muskus of Arabische kruiderijen lijkt.

Hij heeft gesloten ogen als hij in het water is en ziet zeer goed als hij uit het water is.

En hij groeit altijd als hij in leven is. Ze krijgen hun huiden niet zoals bij andere serpenten gebruikelijk is.

Wat zijn kleur of verf betreft, men wil dat hij naar saffraankleur zweemt, behalve dat bij hem de onderbuik witachtig is, die vrij week is waarom hij alleen daar dodelijk getroffen schijnt te kunnen worden want de andere delen zijn ondoordringbaar en zo hard dat er pijlen, houtslagen, ja, zelfs musketkogels op afstuiten.

Herodotus heeft zijn huid alzo genoemd, wat vertaald is door Plinius: ‘een huid tegen alle slag onoverwinnelijk’. Seneca zegt” de opperhuid is hard en niet te doorboren, zelfs voor de slagtanden van grote dieren’.

De krokodillenhuid is hard, rekt of buigt als die sterk met stenen geslagen wordt. In de latere jaren zijn er huiden van zulke krokodillen gebracht, ze zijn te zien en veel geld wordt betaald om dit te bekijken. De vreemdelingen lachen om onze verbazing of omdat we te rijk zijn of omdat we niet weten hoe we het geld moeten besteden. De lengte kan men niet vast bepalen. Men vindt ze groter en kleiner, als van vijf en twintig of zes en twintig voeten. (voet is dertig cm) Sommigen schrijven van zeventig, ja, van honderd voeten lang. (is dertig centimeter)

Men zegt dat de krokodil een brede kop en een mond als een varkenssnuit heeft die hij tot de oren kan openspalken en ogen die de varkens in hardheid gelijk zijn.

Zijn staart is gelijkvormig als de rest van het lichaam. Hiermee verricht hij in het slaan grote kracht. ‘Als een kameel, paard, jonge os of enig ander viervoetig dier hem ontmoet en als de grote krokodil zich hongerig op het land begeven heeft dan slaat hij zo geweldig sterk met zijn staart dat hij beenderen van dezer dieren aan stukken slaat en het omslaat en ombrengt.

 

Vogel.

Het is een beest die met grote hoeveelheden gevoed wordt en veel eet. Omdat hij in het water leeft heeft hij de muil die met bloedzuigers gevuld is. Als hij verzadigd is ligt hij op een zandoever en blaast in alle macht. Dan komt een klein vogeltje die onder de Italianen de koning van de hoenders genoemd wordt, Trochilus genaamd. Dit vogeltje vliegt naar zijn mond, soms weert hij de vogel af maar tenslotte opent hij zijn bek en laat hem binnen. En die vogel krabt hem eerst met zachte klauwen waar hij aardigheid in krijgt en valt in slaap, wanneer de vogel dan merkt dat hij slaapt gaat hij naar zijn maag en steekt hem als een pijl en bijt hem behoorlijk De krokodil is behoorlijk gevoelig in de maagstreek waardoor hij gauw genoeg krijgt van zulke beesten die scherpe stekels of kammen op hun rug hebben.

Of:, de krokodil ligt te wachten op zekere vogels die langs de Nijl broeden, de vogel vliegt in de maag van de krokodil vanwege de schaduw en eet de wormen in zijn maag en zo wordt dit fiere beest gereinigd en verschoond van wormen. Zo blijft hij op land met de dag en bij nacht in het water want het water is heter in de nacht dan overdag want het water houdt de zonnestralen vast wat bewogen wordt en zo is het water heet.

Of, de krokodil eet ook vrolijk gras en kruiden, maar hiertussen verschuilt zich een klein serpent, het is een vijand van de krokodil die zich met opzet in het gras verbergt en zo gauw als de krokodil gras eet verslindt hij ook dit serpent, die komt tenslotte in zijn maag en in zijn darmen en doodt hem op die manier. Die vogel komt er hierna ongedeerd uit.

Of, dzelfde worm ligt te wachten tot de krokodil slaapt en wikkelt zich dan in de modder en komt binnen via zijn tanden en zo in zijn lichaam.

Of, en een zekere vis die een kam heeft als een zaag beschadigt zijn zachte maagstreek en slaat hem. Dit goor en weerzinwekkend monster volgt en overweldigt diegene die vliegen en is gevaarlijk voor hen. (Zie voor een verklaring Ichneumon)

 

 Uit www.gotmedieval.com

 

Gebruik.

Het bloed van de krokodil zou goed zijn tegen de beten van serpenten.

De huid van de water- en landkrokodil die tot poeder gedroogd is en met azijn of olie gelegd wordt op delen van het lichaam die verbrand zijn, afgesneden of met een lans doorstoken neemt alle gevoel en pijn weg.

Als je de huid aan een poort hangt houdt het onweer en hagelschade tegen.

Het gif van de krokodil werkt met koude lucht en licht, als die twee aanwezig zijn wordt alles genezen.

Het vlees is slecht en wordt zelden gegeten. Daarentegen is de muskus die het dier in klieren aan de onderkaak afscheidt zeer geliefd als reukmiddel. Het vet was een voorbehoedmiddel tegen koorts, kiespijn en muggenbeten. Met het vet ervan ingesmeerd kon je tussen de krokodillen zwemmen. Door een tand als amulet te dragen verkreeg men bijzondere krachten. Dat hun hondstanden die met wierook gevuld zijn de aanvallen van de koortsen verbreken. Dat het bij de mannen aan de rechter-, en bij de vrouwen aan de linkerzijde gehangen, geilheid verwekt. Verder dat het bloed het gezicht opheldert en de wonden van slangen geneest.

 

Gevaarlijk.

De krokodil is een gevaarlijk serpent en luistert naar allerlei soorten geluid, vooral de gespannen stem van een mens. Hij rent weg als een man met zijn linkeroog knippert en kijkt vastberaden naar hem met zijn rechteroog. Men vertelt van de krokodil dat hij uitwijkt en de mens vreest als die op hem afkomt, maar hem beloert en aanvalt als hij weg gaat. Omdat hij weet dat hij de mens niet op de gewone manier kan overrompelen neemt hij veel water in zijn mond en gooit dit op de paden. Als de mensen de achtervolging inzetten en gaan rennen zullen ze op het glibberige pad komen en omvallen zodat hij ze kan pakken.

Als ze aan land gaan om voedsel te zoeken kunnen ze niet terug rennen dan alleen via dezelfde voetstappen die ze op het land hebben achtergelaten. Zo kunnen ze gevangen genomen worden door een net over dat pad te hangen.

Er is een vijandschap en natuurlijke strijd tussen de krokodil en het zwijn.

Als er maar bij toeval een veer van de ibisvogel op de krokodil komt of daar door mensenhanden gelegd wordt maakt het hem onbeweegbaar zodat hij zich niet kan verroeren.

Er is een soort doornige wilde boon die in Egypte groeit en een groot gevaar oplevert voor de krokodil want ze bedreigen z’n ogen. Daarom dragen alle inwoners dit in de hand als ze reizen.

Nelumbo, de Indische lotus, verschilt van de waterlelies door de harde wratachtige stekels op de stengels. Herodotus merkte dit op en verhaalt dat de krokodillen deze plant mijden omdat ze bang waren de stekels in hun ogen te krijgen.

De Indiërs hebben een soort krokodil in de Ganges die een hoorn heeft die uit zijn neus groeit als een rinoceros.

 

Mythologie.

Men verhaalt dat de Apollonopoliten wegens hun wet verplicht waren zijn vlees te nuttigen. Dit uit oorzaak dat de dochter van koning Psamnites door een krokodil verscheurd is.

Diodorus verhaalt dat koning Menas in het meer is gevallen en door een krokodil aan land werd gebracht. Hij liet daarom een stad bouwen met de naam van de krokodil, Schedit: Krokodilopolis, en beval hem goddelijke eer te bewijzen. Ze werden gevoerd. Strabo vertelt dat ‘er zijn er die aan hem koeken, gebraden vlees en zoete wijn hebben geofferd’. Net als te Memphis de koe geëerd werd, in Heliopolis de os, en in Arsinoe de krokodil wordt uit deze dieren doordat ze het toegestoken voer aannemen het geluk of ongeluk voorspelt. Zo gebeurde het dat als iemand door de krokodil opgegeten werd het voor geluk en eer en een voorbode van goede tijding gehouden werd.

In oud Egypte werd de krokodil op de ene plaats vereerd en op andere verafschuwd en vervolgd. Tussen beide partijen was dan ook vijandschap en oorlog. De verering was te Krokodilopolis. De andere zou dan door zijn wildheid en verstoringwoede het symbool van het boze zijn. Dat wordt voorgesteld als Typhon, die zou in een krokodil veranderd zijn en hij werd gevoerd om  de toorn van de boze geest te begunstigen. Die boze geest zou bij die aanblik een menselijke traan vergieten, de krokodillentranen.

Als de Egyptenaren door tekeningen en afbeeldingen hun mening uitdrukten dan stelden ze iemand met een goed geheugen als een haas of vos voor met opgestreken oren omdat die dieren scherp van gehoor en geheugen waren. Als ze een kwaad mens afbeelden brachten ze een krokodil te voorschijn, een snelle, een havik, een slang etc.

De kleinere krokodillenvorm trof men aan bij het begin van de Nijloverstromingen en die gold als symbool van geluk. Hij werd getemd en met goud en edelstenen versierd en zorgvuldig gebalsemd, zulke mummies worden in de graven van Thebe gevonden. In een holte bij Monsalut liggen vele duizenden jonge en oude krokodillen en eieren die licht gebalsemd zijn.

Naar een oud Egyptische sage wordt verteld dat de godin Isis in een papyrusbootje over de lotusbloemen vaart waarom dus de krokodillen met heilig ontzag voor de papyrus uitwijken.

Ook dat Osiris, de grote zonnegod bij de dood van een Egyptenaar diens hart woog. Was hij te licht, werd het hart, dus de mens, te licht bevonden. Dan werd hij verslonden door Ammit, een monsterlijk grote krokodil.

 

Temmen.

Herodotus vermeldt dat de bewoners van Beneden-Egypte in vroeger tijden krokodillen in gevangenschap hielden. ‘Sommige Egyptenaren’ zegt hij, ‘beschouwen de krokodillen als heilige dieren, anderen houden ze voor hun ergste vijanden, de eerste wonen rondom het Moeris meer, de anderen bij Elefantine. De eerstgenoemde voeden een krokodil en maken hem zo tam dat hij zich laat strelen. Men streeft ernaar hem een heerlijk leven te verschaffen en hangt hem gouden ringen met geslepen stenen in de oren en versiert zijn voorpoten met gouden armbanden en voedert hem met meelspijs en het vlees van offerdieren. Na zijn dood wordt hij ingebalsemd en in een gewijd graf bijgezet. Zulke begraafplaatsen bevinden zich in de onderaardse vertrekken van het labyrint aan het Moeris meer, niet ver van de krokodillenstad’.

Vondel, Jozeph in Egypte:

‘U ere ik, maar geen valse Goden

Noch os, noch hond, noch krokodil

Gelijk deez domme Egyptenaren’.

De oude Egyptenaren vingen de krokodil door een stuk varkensvlees in het meer te werpen waarbinnen een haak verborgen was. Ze verscholen zich achter struiken met een big die ze aan het schreeuwen brachten. Dit geschreeuw lokte de krokodil naderbij die het vlees met de haak verslond en terstond aan wal werd getrokken. De visser smeerde vervolgens zijn ogen dicht met modder om zich tegen zijn aanval te beveiligen en maakte hem dan af 

De Tentyriten hadden, naar Plinius verzekert, de moed een zwemmende krokodil in het water te vervolgen om hem een strik om de hals te werpen en op zijn rug te gaan zitten en hem als hij de kop ophief om te gaan bijten een dwarshout in de muil te steken. Hierdoor bestuurden ze hun buit als een aan de toom geleid paard en dreven hem aan land.

Job 40:20:

‘Kunt gij de krokodil met een vishaak optrekken,

met een touw zijn tong neerdrukken?

Kunt gij een bieze door zijn neus halen,

met een haak zijn kaak doorboren?

Zal hij veel smeekbeden tot u richten

vriendelijke woorden tot u spreken?

Zal hij een overeenkomst met u sluiten

zult gij hem voor altoos tot knecht nemen?

Kunt gij met hem als met een vogeltje spelen

en hem vastbinden voor uw meisjes?

Zullen de gezellen hem als koopwaar verhandelen

hem verdelen onder kooplieden?

Kunt gij zijn huid met spiesen vol steken

zijn kop met een visharpoen?

Leg eens uw hand op hem

denk aan den strijd - gij moet het maar niet weer doen.

Zie, de hoop hem te overmeesteren komt bedrogen uit

reeds bij zijn aanblik wordt men neergeveld.

41 Niemand is zo vermetel, dat hij hem zou durven tergen

wie is het dan, die voor Mij kan standhouden?

Wie zou mij tegemoet treden, dien Ik ongedeerd zou laten?

Wat onder den ganse hemel is, dat behoort Mij toe.

Ik wil niet zwijgen over zijn leden

noch over zijn geweldige kracht en kunstige lichaamsbouw.

Wie heeft de zoom van zijn kleed opgelicht?

Wie dringt door zijn dubbel pantser heen?

Wie heeft de deuren van zijn muil geopend?

Rondom zijn tanden is verschrikking.

Zijn rug bestaat uit beschermende schilden

aaneengesloten als een nauwpassend zegel.

Zo dicht raakt het ene het andere

dat de wind er niet tussen kan komen

het ene kleeft aan het andere

zij grijpen onafscheidelijk ineen.

Zijn niezen doet licht schitteren

zijn ogen zijn als de wimpers van de dageraad.

Uit zijn muil komen fakkels

vuurvonken schieten er uit.

Uit zijn neusgaten komt een damp

als uit een kokende en dampende pot.

Zijn adem zet kolen in brand

en een vlam stijgt op uit zijn muil.

In zijn nek zetelt kracht

ontsteltenis springt voor hem uit.

Zijn vleeskwabben sluiten vast aaneen

onbeweeglijk aan hem vastgegoten.

Zijn binnenste is hard als molensteen.

Verheft hij zich, dan worden machtigen bevreesd

zij geraken buiten zichzelf van ontzetting.

Treft iemand hem met zijn zwaard

dan houdt het geen stand, evenmin als met een lans, werphout of pijl.

IJzer acht hij als stro

koper als vermolmd hout.

Geen pijl jaagt hem op de vlucht.

Slingerstenen worden voor hem veranderd in stoppelen.

Als een stoppel acht hij een knots

en hij lacht om het suizen van een lans.

Aan zijn onderzijde zitten puntige scherven

hij breidt een dorsslede uit op het slijk.

Hij doet de diepte koken als een pot

maakt de zee aan een zalfketel gelijk.

Achter hem is een lichtend spoor

 zodat men de waterdiepte voor zilverhaar zou houden.

Zijns gelijke is er op aarde niet

een schepsel zonder vrees.

Op al wat hoog is, ziet hij neer

hij is koning over alle trotse dieren’.

 

Bijbel.

De krokodil is de Leviathan van de bijbel. Ezechiël 29:3,4, 32:2 en daar farao genoemd. Het machtige monster, dat ligt te midden van uw Nijlarmen. Het gedierte des riets, Psalm 68:31, 73 en 74, Ezechiël 29 etc. en wie is koning anders, dan de farao, de koning des Nijls, gelijk de krokodil is en van dezelfde betekenisse als de farao. De Nijl was de grootste god van de Egyptenaren en werd Jupiter Nijl genoemd.

Sommige zien in de krokodil ook de draak van Jesaja 51:9: ‘Waak op, waak op, bekleed u met sterkte, gij arm des heren! Waak op als in de dagen van ouds, van de geslachten uit de voortijd! Zijt gij het niet, die Rahab neergehouwen, den zeedraak doorboord hebt?’ De meeste commentatoren beschouwen dit als een verwijzing naar de chaos-draak uit de Babylonische mythologie.

Nachas’ een slang of serpent. Het is een gewoon woord voor slang en mogelijk voor grotere dieren dan normaal, inclusief de krokodil.

De twee woorden ‘tannin (draak) en nachash (serpent) zijn gebruikt in verbinding met de roeden die serpenten werden in Exodus 4 en 7. Het is interessant dat Mozes roede nachash werd en die van Aaron en de Egyptische magicitannin’. Er wordt verondersteld dat de laatste naar de krokodil verwijst en dat dit incident een symbolische bedoeling had waar Aaron’s roede die van de Egyptenaren vernietigde.

Liwyathan’ wordt zes maal gevonden en wordt overal als krokodil vertaald behalve in Job 3:8 waar soms treuren staat. Het lijkt waarschijnlijk dat dit woord, net als vele andere, een grotere en specifieke betekenis heeft. Psalm 104:25, 26: ‘Daar is de zee, groot en wijd uitgestrekt

waarin gewemel is zonder tal

kleine zowel als grote dieren

daar gaan de schepen, de leviathan

dien Gij geformeerd hebt om er mee te spelen’.

Het lijkt op een betekenis die voor grote zeedieren geldt. Het spelen zou kunnen slaan op de bewegingen van de grote zeedieren in en op het water. In de meeste andere passages waar de leviathan verschijnt lijkt er een duidelijke benaming te zijn en kan voor de krokodil staan van Job 40:20.

Psalm 74:13, 14; ‘Gij zijt het die de zee hebt doorkliefd met uw kracht.

De koppen der draken in het water hebt verbrijzeld.

Gij zijt het, die de koppen van den Leviathan hebt vermorzeld’, is zinnebeeldig, maar kan wel op de krokodil slaan. Jesaja 27:1: ‘Te dien dage zal de Here met zijn fel, groot en sterk zwaard bezoeking brengen over den Leviathan, de snelle slang, over den Leviathan, den kronkelende slang, en hij zal het monster in de zee doden. Dit is ook een zeer zinnebeeldige tekst waar in de beschrijving van een serpent de betekenis van krokodil niet uitgesloten hoeft te worden.

De landkrokodil van Leviticus 11:29, als onrein dier, zal wel een varaan geweest zijn en wordt vlak voor de hagedis genoemd. Herodotus beschreef de varaan als landkrokodil.

 

Christelijk.

Tussen de krokodil en de duivel zijn vele en gruwelijke overeenkomsten.

Want gelijk de krokodil een verschrikkelijk monsterdier is dat in het water en op het land rooft zo doet de duivel het onder allerlei soort van mensen, in de kerk, burgerstand, onder het volk Gods en buiten de kerk, hij is machtig, loos en boos. Gelijk de krokodil ontwijkt diegene die hem op de hielen volgen en volgt die van hem afwijken, alzo is het met de duivel. Hij durft geen tegenstand te bieden aan hen die hem tegenstaan met het woord, geloof, en ware aanroepingen van Gods naam. Maar hij valt tot verwoesting op hen aan die berooft en ontbloot zijn van kerkelijke wapens. Gelijk de krokodil de Trochilus toelaat om uit zijn kaken te eten zo spaart de duivel er soms een om velen tot zich te lokken. Gelijk de krokodil de weg glibberig maakt zo doet Satan aangename gelegenheden voorkomen waardoor hij de mensen van de deugd afroept.

 

Zie verder: http://www.volkoomen.nl/ en : http://volkoomenoudeherbariaenmedisch.nl/