Luipaard, cheeta, Panthera, mythologie, Bijbel, heraldiek.

Panthera pardus (Felis pardus)

 

Naam,

Luipaard. In midden-Nederlands was het libart of lupart, meestal echter ‘leeuw’. Het woord voor leeuw komt in Saksisch voor als luy of lunze, via Italiaans lonza werd het over Frans l’once en ons lui-paard.

In oud-Hoogduits was het Lebarto (nu Leopard en Engels leopard) in midden Engels leoparde, leparde of libbard, dit van oud-Frans leubart, leupart en liepart (nu leopard) en dit van Latijn leopardus, leo waar leo de leeuw is en pardus de pardel. Dit laatste woord stamt van een Indo-Germaanse wortel perd: gevlekt, besprenkeld, dit komt voor in het gevlekte roofdier die in Perzisch pars heet. (Mogelijk was dit de oorspronkelijke naam voor de cheeta)

Door West Afrikaanse Bantoe stammen wordt het ngo genoemd, in Perzië palang, in India tsjita, adnara, honiga en kerkal en door de Maleisiërs harimau-bintang.

Luipaard wordt meestal genomen voor dieren uit Afrika, de naam panter voor Aziatische dieren. Zie panter.

 

Uit Buffon.

 

Vorm, voorkomen.

De luipaard kan een lichaamslengte van meer dan honderd vijftig cm bereiken met een staart van zestig tot negentig cm. De schouderhoogte is zeventig cm, sommigen zijn kleiner. Een gewicht van zeventig kg.

Ze klimmen goed en kunnen hun prooi ook op de takken van een boom slepen, ook springen ze goed.

Zijn vlekken zijn voor hem karakteristiek, zwarte vlekken op een ondergrond die varieert van licht grijs tot zandig. De onderste delen zijn licht en nauwelijks gevlekt. Zie de spreuk van Jeremia: 13:23; ‘Kan een Ethiopiër zijn huid veranderen, of een panter zijn vlekken?’

De lichtere vormen worden meestal luipaard genoemd. De grote en donkere vormen leven meestal in dichte bedekking van het bos, die van de steppen zijn lichter en kleiner. De zwarte is er een vorm van die meestal gevonden wordt in de vochtiger streken van hun gebied, dat is de panter. (panter en luipaard zijn twee namen voor een en hetzelfde roofdier, de Afrikaanse vertegenwoordiger zou je luipaard kunnen noemen, de Aziatische panter)

De draagtijd is een honderd dagen waarna meestal drie blinde jongen geboren worden.

Het is nog steeds een van de wijdst verspreide van de katten van de Oude Wereld, geografisch wordt het verdeeld naar het gebied waarin het leeft. Eens werd het gevonden in heel Afrika en door de warmere gebieden van Azië. Zijn afzondering en mogelijkheid om zich goed te verbergen hebben het geholpen om te overleven in soms onverwachte plaatsen. Toch is het in vele gebieden verdwenen. De druk komt uit twee richtingen, de jagers hebben zijn huid waardevol gevonden als trofee, voor ceremoniële en sierdoeleinden, de boeren zagen het als een bedreiging voor hun vee.

 

Prooi.

De luipaard leeft van vele dieren, groot en klein, zelfs vogels. Het doodt door snelheid, de camouflage van zijn huid zorgt er voor dat het zelfs in het open veld slecht gezien wordt. Dit zie je bij Hos 13:7, dus werd ik als een felle leeuw, als een luipaard op den weg’ . En Jer. 5:6: ‘een panter ligt op de loer bij de steden’.  Een luipaard doodt meestal alleen als hij honger heeft en kiest dan ook een dier uit. Hij jaagt op gazellen, schapen, apen en andere dieren. Meestal gaat ze de mens uit de weg zodat er weinig vermeldingen zijn dat ze voor ons gevaarlijk wordt. Zijn oog is rusteloos, zijn bewegingen zijn onverwacht en snel.

 

Historie.

Uit Xenophon en Aristoteles kan men opmaken dat de Grieken slechts een naam hadden voor dit dier, Pardalis. Plinius noemt de luipaarden pardus en gebruikt ook voor deze dieren het Griekse woord panthera (waarmee de Grieken een heel ander dier, waarschijnlijk de civetkat, bedoelden) Omdat hij beweert dat de panthera bijkans door niets dan de witachtige kleur van de pardus te onderscheiden is, wordt het wederom waarschijnlijk dat met de panthera van de Romeinen de luipaard genoemd is wiens grondkleur inderdaad naar wit trekt.

De naam Leopardus is van nog latere oorsprong en komt het eerst voor bij Julius Capitolinus, een schrijver uit het laatst van de derde eeuw die hem voor een bastaard hield van een leeuw en panter. Deze naam is uit leo (leeuw) en pardus samengesteld en moet de vermeende bastaard van luipaard en leeuw voorstellen. Zo is ons luipaard samengesteld uit Leopardus.

 

Mythologie.

Bij de Egyptenaren was een luipaardvel het teken van hoge priesterlijke macht, ook de godin Safeh draagt die. De traditie om dieren te houden vernieuwde zich in Egypte weer onder  Ptololemeus in de derde eeuw v. Chr. In een fantastische processie ter eren van Dionysus zouden er meer dan vier en twintig volwassen leeuwen meelopen, luipaarden en cheeta’s. Luipaarden waren naar de mythe de voedsters van Bacchus, vandaar dat ze ook van wijn houden. Bij de Romeinen werden ze veel in de wedstrijden gebruikt. Caelius schreef aan Cicero, die toen landvoogd van Sicilië was: ‘Als ik bij mijn spelen niet gehele kuddes van pardels toon zal men de schuld op u werpen’. Scaurius was de eerste die terwijl hij de waardigheid van aedilis bekleedde zulke dieren in de arena bracht, hij liet er honderd vijftig tegelijk vechten. Pompejus echter vier honderd en tien en Augustus vier honderd twintig.

 

Bijbel.

In Hooglied 4:8, komen leeuwen, luipaarden en beren, als verschrikkelijke wilde, woeste, wrede en verslindende dieren voor. Bij Jesaja 11:6 komt de luipaard bij de geitenbok, gelijk de wolf bij het lam zoals de zondaren door wilde beesten worden vergeleken. Bij Jeremia 13:23 lezen we dat een Moor niet mogelijk is hem dusdanig te wassen dat hij zijn getaande huid in een blanke verandert of dat een luipaard door verandering van lucht of anders zijn vlekken kwijtraakt. Ze zijn hen natuurlijk en eigen, zo is het gelegen met de boze mensen van kwade zinnen, zeden en levenswijze. Zij zijn slaven der zonde. Het kwaad zit in het gebeente. Daniel 7:6 “Daar na zag ik, en zie daar was een (ander) dier gelyk een luipaart, en het had vier vleugels eenes vogels op zyn rug; ook had het zelve dier vier hoofden, en aan het zelve wert de heerschappy gegeven’. Vrijwel alle oude leraren hebben hier voor de luipaard de Griekse monarchie verstaan en Alexander de Grote met het gevolg van rijksstaat en regenten. Die was net zo snel en heeft in twaalf jaren de monarchie in alle oorden verkregen. De vier vleugels zijn de wind. De vier hoofden, de vier rijken die hij veroverde.

Volgens anderen waren het de latere muzelmannen, de Turken bij hun veroveringen die door geweld en kracht van de wapens de mensen bekeerden die ze als roofgierige luipaarden hebben overvallen.

De luipaard, waarschijnlijk een cheeta, zou vermeld zijn in Habakuk 1:8 waar de profeet, als hij spreekt over de Chaldeese cavalerie ‘wy konnen den Duivel by een luipaart vergelyken, want..’ Gelijk de luipaard een wreed en loos dier is zo kan men met woorden de boosheid en loosheid van deze vijand niet genoeg uitdrukken.

Twee puur symbolische verwijzingen zijn er in Daniel 7:6 en Openbaringen 13:2. De passage in Jesaja 11:6 voorspelt het komende Messiaanse koninkrijk wat moeilijk biologische te vertalen is omdat daar de leeuw stro eet als een os.

De Hebreeuwse naam ‘namer’ voor de luipaard  is vrijwel gelijk aan het Arabisch nim’r.

 

Er is weinig twijfel dat het luipaard daar vroeger veel voorkwam. Hun aantallen kwamen en gingen. Dit zie je door wijzigingen in plaatsnamen. Een van de steden ten oosten van Jericho werd Nimrah genoemd of Bethnim-rah: het huis van de luipaard. Toen Johannes de Doper een twaalf honderd jaar later rond de Jordaan preekte woonden er meer mensen en had men er Bethabara gebouwd. Later werd het meer Software: Microsoft Officewoestijn en een eeuw geleden noemden de Arabieren het Nahr-nimrim: de stroom van luipaarden. ‘de wateren van Nimrim worden woestijnen’,  voorspelde Jesaja15:6 en Jeremia 48:34. Dit heeft ook zijn naam van de luipaard en zou bij het zuidelijke deel van de Dode Zee zijn gelegen. Nimir is nog steeds een favoriete Arabische naam die aan jongens wordt gegeven in de hoop dat die zijn kracht en sierlijkheid zullen krijgen.

Er is geen twijfel over de identificatie, het enige probleem kan zijn dat ook de cheeta, Acinonyx jubatus (van manen voorzien) onder de naam ‘namer’ verstaan kan worden

 

 

 

 

 

Uit www.campingisfun.co.za

Cheeta of jachtluipaard.

De cheeta is de Engelse hunting leopard, Duitse Gepard en Jagdleopard en Franse guepard. Het dier wordt in Perzië youze en in Indië chetah of chatah genoemd.

 

Vorm.

De cheeta is een lenig en snel dier, een soort windhond onder de katachtige.

Zijn poten zijn zeer lang, de schofthoogte is negentig cm, de kop is klein, de lengte honderd twintig cm met een staart van een ruime halve meter. Het gewicht is een zestig  kg.

De vacht is bruinachtig en wordt witter naar de onderkant toe en is bedekt met zwarte vlekken, op de staart zijn het ringen.

De jachtluipaard heeft  een blaffend gehuil.

Het dier komt voor vanaf India tot Z. Afrika op open terreinen.

Het leeft meestal alleen, hoewel ze soms met paren jagen.

Het is een echte kat, hoewel zijn klauwen stomp zijn. Ze hebben net als katten krabplaatsen waar ze de nagels scherpen, daar worden ze gevangen genomen.

Het zijn snelle dieren, misschien wel de snelste zoogdieren, 58km. De echte luipaard is zeker snel maar voor een korte poos, de cheeta kan dit wel een vijf km vol houden. Om die reden werd dit dier al lang voor de jacht gebruikt. Ze zijn dan ook gemakkelijk te temmen en je vriendelijk bejegenen. Er zijn vermeldingen dat ze getraind zijn in Assyrië. Een gebeeldhouwd hoofd van een cheeta is gevonden te Beth Shan aan het oostelijke deel van de vallei van Jezreel. Er is een Byzantijnse  afbeelding waar een cheeta een halskraag draagt, dus een getemd dier. Nog worden ze gebruikt voor de jacht op de snelle antilopen. Ze worden dan geblinddoekt tot op een paar honderd meter van die dieren neergezet, de blinddoek wordt afgedaan en losgelaten. Die wordt even tam als onze huiskat, maar is veel leerzamer.

Ze werden door de filmsters van Hollywood gebruikt en aan een lijntje gehouden. Wel moesten de honden uit de buurt gehouden worden, anders vergeten ze dat ze getemd zijn.

De jagers bevinden zich met een geblinddoekte jachttijger op een wagen die door ossen getrokken wordt terwijl een man op een kameel links en rechts wild opspoort. Heeft die bijvoorbeeld een troep antilopen ontdekt dan wordt de  wagen in die richting gestuurd. Op een geschikte afstand ontdoet men de jachttijger van zijn kap en hij is aanstonds het wild op het spoor. Behendig sluipt hij onder de struiken door en is dan binnen vier of vijf sprongen in het midden van de kudde waar hij zich van een van de dieren meester maakt.

 

Bijbel.

De jachtluipaard komt in het wild voor bij Negeb.

Een zeer merkwaardig verschijnsel vormen de ‘rolplanten. Die zie je op de steppen, de vlakke en ongebouwde streken. Zodra de wind opsteekt en wervelend over het vlakke land giert, stof en stoppels opjagend, ziet men grote ronde ballen die al rollend zich met grote snelheid over de velden voortbewegen of hoog de lucht in gejaagd worden. Vooral in de vlakke velden van het Over-Jordaanse ziet men ze bij honderden gaan. Ze hebben soms een doorsnede van tachtig cm.

De daar voorkomende gazellen zijn aan de rollende kogels, in het Arabisch akkoeb, zo gewend dat ze daar niet meer van schrikken. Daarvan maken de bewoners op zeer listige wijze gebruik. Ze hebben ontdekt dat de jachtluipaard in zijn huidtekening veel overeenkomst vertoont met deze geelachtige, gevlekte ballen. De jagers zijn er in geslaagd de jachtluipaard zo af te richten dat hij het lang gestrekte lichaam als een bal ineen rolt en dan over de grond kan rollen. In deze vorm vertoont hij veel overeenkomst met een grote rollende distel, de akkoeb. De jager trekt, op een kameel gezeten, er op uit met zijn trouwe jachtluipaard. Zijn er ergens gazellen aan het spelen dan spitst het goed afgerichte dier de oren en begint het kunststuk. Langzaam rolt hij zich over de bodem voort tot bij de spelende of weidende gezellen. Is hij dicht genoeg, dan verrast hij ze door een sprong en slaat er een met krachtige slag bewusteloos. Dan wacht hij rustig op een nieuwe prooi die hem hoogst zelden ontgaat. Zo kan de jager zonder veel moeite met een rijke buit huiswaarts keren.

 

Heraldiek.

In de wapenafbeeldingen verschilt de luipaard iets van een leeuw. Hij wordt steeds lopend afgebeeld, in de regel is het gezicht zijwaarts, vandaar dat je het beest in het gezicht ziet. De latere heraldiek toont haar als een op de achtervoeten staande zijwaarts kijkende leeuw, een geleeuwde luipaard, en lopend en voor zich uit kijkend, een gluipaardachtige leeuw. Zie de verbintenis tussen leeuw en luipaard.

Het verschil met de leeuw  is dat de luipaard gaat en aanziet terwijl de leeuw klimt en geheel van terzijde is afgebeeld. Het is een specifiek Perzisch symbool. De keizer Akbar hield duizend jachtluipaarden voor de jacht. Men hield hem voor het mooiste viervoetige dier. Het is het symbool van kracht, list en moed, maar ook van trots omdat hij hoe hongerig hij ook mag zijn geen dood vlees aanneemt. Ook het symbool van de vrijheid aangezien de luipaard, volgens de sage de min van Bacchus van wijn hield en zijn vel bij de oude Egyptenaren het teken van hoge priester waardigheid was. Hij komt voor in het provinciale wapen van Friesland.

 

 

Bestiarium.

Shakespeare, ‘King Richard’ II, i, 1, 174;

“de leeuw maakt luipaarden tam”.

‘Tempest’,  iv 1, 262;

“dan tijgerkat of luipaard’. ‘than pard, or catmountain’.

In het paleis van de senaat (te Florence) zag ik een bergkat, die leek wel wat op een hond, het hoofd had een zwarte kleur, en de rug als een egel, een lichte aanraking’.

‘Timon of Athens’ IV, 3,343: ‘Waart gij een luipaard....’ Dan zouden de vlekken hem bij de leeuw verdacht maken en zelf als gezworenen hem laten veroordelen.

 

Uit Maerlant; ‘Leopardus denk ik dat in Diets een luipaard is. De leeuwen en de pardus mede winnen het met hun menging, de zij zijn sterker dan de hij. Plinius zegt van diegene die dit dier wil weerstaan, wrijf tussen je handen look stuk, hij wijkt dan omdat hij de lucht niet verdragen kan. Zwart gevlekt is het en vaal en rood, maar niet als de liebard groot is’. (117) De luipaard heeft vele vlekken op zijn vel, de ene is wit, de ander zwart, de derde rood, de vierde geel. De luipaard is een zeer snel beest met vele verschillende kleuren en ronde vlekken als de panter, het verschilt van de panter want het heeft meer witte vlekken.

 

Maerlant; ‘Zo fel is het te alle stonden, nochtans heeft men ze tam gevonden zodat men er beesten mee ving. Maar fel is het boven alle dingen en als men het ombindt met de jacht en het kan met zijn kracht niet in vijf sprongen zijn dier vangen, dan zit het kwaad en fier en geeft hem de jager dan niet een dier, als hij het zo kwaad ziet, waar het zijn tanden aan mag koelen  dan werpt het zich gelijk op zijn meester, want het zoekt ergens anders zijn moed en nu zijn ze allen in het bloed, dus zo moeten ze hem voorzien om dieren te jagen’.

De pardus kom ook voor bij Maerlant, ‘Pardus, spreekt Jacob van Vitri, die misselijk geverfd is. Deze genoten met de leeuwinnen waar ze onedele leeuwen van winnen, zo spreekt Solinus, waar water ontbreekt en in Afrika is dat zeker, dus komen ze soms bij rivieren die misselijke manieren van dieren waar leeuwinnen vrucht van ontvangen van dieren die hen niet bestaan, daar zijn pardus en luipaarden en winnen leeuwenbastaarden’. (117) Solinus zegt dat deze dieren zich in het land Afrika veel aan stromende wateren verzamelen wat moeilijk is omdat dit land niet veel water heeft. Daar zijn ook leeuwinnen die met verscheidene dieren paren, vaak onder dwang, vaak uit vrije wil en daaruit ontstaat de luipaard. Een luipaard is een levende schoonheid die zich sierlijk door het riet beweegt en niet gezien wordt als lucht. Elegant en met een gemakkelijke gang en met vlekken als het avondlicht. Zulke schoonheden maken de leeuwen warm. Daarom gaat de leeuwin samen met het luipaard. De leeuw is zeer zachtmoedig en nobel als zijn nek en schouders met haar en manen bedekt zijn, maar diegene die voorkomen uit het luipaard heeft die zachtmoedigheid niet. De leeuw weet door de geur of het luipaard samengaat met de leeuwin en brult tegen de leeuwin dat ze haar huwelijk breekt en pijnigt haar, maar als ze zich in de rivier wast merkt hij niets. De panter wordt gewoonlijk pardal genoemd, dan is er een leopard en een libbard, er zijn zoveel verschillende namen voor een beest. De panter is de vrouwelijke vorm, de pardal (luipaard) is de manlijke vorm. Als de leeuw de pardal bedekt dan wordt de welp luipaard genoemd, maar als de pardal de leeuwin bedekt dan wordt het een panter. (773)  Het enigste verschil tussen een luipaard, pardal en een leeuw is dat die andere twee geen manen hebben. De grootste noemen ze panters, de tweede pardals en de derde luipaard. Dit komt door de verschillen in kleur.

 

Uit Maerlant;Pardus springt en loopt niet waar het zijn prooi ziet, zodat ze van moeheid groot soms zichzelf springen doet. En het is uitermate fel, in Afrika zo zijn er wel pardus die zich in hagen bedekken en zien ze er iets voorbij zal trekken, is het dier of vogel of ook man, die springen ze met kracht aan’.

(117) De luipaard kan om een hoek zien en ziet zeer goed. Hij is ook zeer wild en heeft een grimmige moed. Het is een woest, wreed en verscheurend gedierte, bijzonder vlug en snel in het lopen, schier of het vloog, sneller dan een paard of jachthond. Het is een dier dat een zonderlinge reuk van zich spreidt. Het is loos, listig, roofachtig, snood en kwaadaardig, weinig te vertrouwen, sterk en geweldig. De luipaard zit vol woede, is koppig en dorst naar bloed. Het vrouwtje is wreder dan het mannetje. Het vrouwtje is ook sterker dan het mannetje. En ze overweldigt haar prooi startend en springend, niet rennend, en als het haar prooi de derde keer niet heeft of in de vierde, dan houdt ze op door vermoeidheid en gaat terug alsof ze overwonnen is. (773)  De luipaard wordt soms getemd en voor de jacht gebruikt. Het is de natuur van dit beest dat als het zijn prooi in de vierde of vijfde sprong nog niet heeft het alles vernietigt wat het tegenkomt, ja zelfs wel eens de jager. Daarom dragen die altijd een lam mee waarmee ze hem bevredigen na een mislukte jacht.

Hij is minder in lichaam dan de leeuw en vreest daarom de leeuw. Hij maakt een hol onder de grond met een dubbele ingang, de ene gaat hij in, de andere uit. Die grot is wijd en groot bij de binnenkomst en nauwer en kleiner in het midden. En als de leeuw komt vliegt hij snel de grot in, de leeuw komt er vol woede achteraan en doet voor alsof hij de koning is over de luipaard maar door zijn grootheid van lichaam kan hij niet voorbij het midden komen. Als het luipaard weet dat de leeuw vastgehouden wordt in die rechte, smalle plaats gaat hij eruit en komt aan de andere kant weer binnen achter de leeuw en valt hem met klauwen en beten aan. Zo heeft de luipaard vaak de heerschappij over de leeuw door sluwheid en niet door kracht.

 

Vangen.

De luipaard is wreed als zijn welpen gestolen worden. Dit beest eet soms venijnige dingen en zoekt menselijke uitwerpselen en eet het. As ze ziek is eet ze mensenvuil als medicijn, daarom hangen jagers soms hun vuil in zakken aan bomen, als het luipaard bij die boom komt en opspringt om het vuil te nemen pakken de jagers hem. Men zegt dat een luipaard gevangen kan worden met een val waarin een spiegel zodanig is aangebracht dat het dier die zijn eigen beeld ziet meent dat hij een vijand ontmoet en op de spiegel toespringt waarop de val dichtslaat en hem zo van de vrijheid berooft.

 

Hond.

Zijn voorkeur voor honden is bijzonder. Het beest lijkt op een hond vanwege zijn voedselkeuze. Katten houden van vis, luipaarden van honden. Als een Chinaman een hondje heeft en er blij mee is zal het de schaduw van de man kilometers volgen en het zal een zeer bijzondere hond zijn als de luipaard tenslotte zijn kans niet grijpt. De beste honden leggen soms hun afscheiding achter hem en treuzelen om hun meester en rennen soms uit het gezicht voor hem uit, als de hond dit doet met een luipaard op het spoor wordt er niets meer gezien van de hond en wordt er niets meer gehoord dan een licht geklap op het pad. Dan wordt de hond zachtjes weggedragen met een licht geruis van het blad waar hij doorheen schiet. ’s Nachts  sluipen ze rond de tent en snuffelen onder het canvas naar een hond die binnen kan zijn. In het station van Gumsoor ontsnapte niet een hond en bijna elke koning van India die wel eens buiten de stad kampeerde waar luipaarden waren had wel een of ander tragisch ongeval van deze bevlieging van luipaarden met honden te maken.

Het is ongeveer hetzelfde, maar wel met verschillende reden, het geval met apen. De apen hebben zeer veel interesse in de luipaarden. Als er een aanwezig is gaat het viervoetige volk hem achterna, zo dicht bij als ze kunnen en schreeuwen woest naar hun vijand, schudden de takken in razernij en trekken gezichten naar hem. Soms stopt de luipaard opeens, staart hen aan, de wilde apen verzamelen zich bij elkaar en worden zo opgewonden in hun demonstraties dat een van wel zeker zijn evenwicht verliest en in de open mond van de luipaard valt.

 

Verdrijven.

Een luipaard vliegt weg als hij een menselijke schedel ziet. Hij is bang voor een gras dat luipaardgras genoemd wordt en wordt gedood door een kruid dat luipaardwurger heet. Door de vele worteluitlopers met daaraan planten van een meter hoogte zou Doronicum pardaliaches gebruikt kunnen zijn ter verstrikking van wolven en luipaarden. Pardaliaches betekent, luipaard verstrengelend.

(773)  Knoflook heeft zo'n sterke geur dat een luipaard er niet tegen kan en wegrent. Dus als je ergens knoflook op smeert zal de luipaard wegsprinten.

De luipaard is wreed en kwaad als die ziek is en dorst naar het bloed van een wilde kat en herstelt door dit bloed op te zuigen. Soms is de luipaard ziek en drinkt dan wild geitenbloed en herstelt zo op die manier. Boven alle andere dingen houdt die van de kamferboom, ligt daar vaak onder om te zorgen dat die niets verspilt.

Als de huid van een luipaard gehangen wordt boven een stuk grond is er zo’n kracht en macht in dat geen venijnig beest daar zal komen.

 

Vondel, Bruyloftsbed van Pieter Cornelsz. Hoofd en Helionora Hellemans;

‘Zo, reikt met toorts en boog, gij kunt ze wel ontberen

Die machtig zijt voortaan de luipaards de bezweren

En tijgers met uw stem, hoe fel ze zijn en bits’.

 

Zie verder: http://www.volkoomen.nl/ en : http://volkoomenoudeherbariaenmedisch.nl/