Parelhoen, Numida meleagris.

Uit triplov.com

 

Numida; uit Numidië.

 

Numida meleagris: gestippeld, zie Fritillaria meleagris, het kievitsei)

Het parelhoen stamt uit Afrika.

Het dier is leigrauw en overal met zwarte en witte parelplekken bezaaid. Op de blauwachtig kop heeft het een kleine roodachtige kam en van onderen een eveneens gekleurde vleeslel. Zijn hals is dun bevederd.

In wilde staat leven de parelhoenders in troepen van twee tot drie honderd stuks. Vanwege hun lelijk en onuitstaanbaar geschreeuw dat voornamelijk uit twee tonen, ‘kamak, kamak’ bestaat en ook vanwege hun twistzieke en tyrannische aard zijn ze een gesel voor de hoenderhoven. Men houdt ze alleen vanwege hun schoonheid omdat ze niet veel opleveren en niet meer dan twintig tot dertig roodachtig witte eieren in het jaar leggen.

Ook blijven ze bij elkaar, mannetjes en vrouwtjes, bij de kippen heeft een haan vele vrouwtjes.

 

Historie.

Al in de tijd van Aristoteles waren ze in Europa inheems. De Romeinen stelden veel prijs op hun vlees, als bij uitstek smakelijk. Het droeg bij hen de naam Avis numidica of meleagris. In Engeland zijn er botjes gevonden met een Romeinse ring er omheen, ze werden dus wel geteeld. Later ging dit ras hier verloren totdat de Portugezen het hier weer inheems maakten en het ook naar Amerika overbrachten.

 

Bestiarium.

 

Zie verder: http://www.volkoomen.nl/ en : http://volkoomenoudeherbariaenmedisch.nl/