Puit, Zoarces.

Uit fr.wikipedia.org

Zoarces, Grieks zoon; klein dier, Latijn arcus;  engel.

 

Zoarces viviparus: (levend barend)

 

Naam.

Puit, in 1546 puut, in oud-Engels aelepute: kwabaal (nu pout of eelpout) het betekent het dikke opgezwollen dier.

De magaal, kwabaal of puitaal die ook wel bekend is onder de namen slijmvis, snotvis en pilatusvisje en op Vlieland magge.

Het is een van de vissen die levende jongen ter wereld brengen.

 

Bestiarium.

De kwabaal is een kleine riviervis met zwarte vlekken. Sommige zeggen dat het van dode lichamen leeft maar dit wordt door de vissers als een fabel gehouden. De beenderen hebben een groene kleur en behouden die ook na het koken Ze worden als een armoedig eten beschouwd.

‘King Henry IV’e, 2, 1,23; ’zo’n kameroorlog broedt vlooien als de kwabaal’.

Er zijn sommige vissen die van zichzelf de gelegenheid geven tot het broeden van vlooien en luizen, de chalcis, een soort van tarbot is er een van, een mogelijk ander is de loach, de kwabaal.

 

Uit Maerlant; ‘Galasta, zegt Aristoteles, dat een zeewonder is van aparte wonderlijkheden, want het is van zulke zeden dat als het zijn dracht heeft bemerkt die binnen in zijn buik leven dat het die uittrekt en laat ze niet altijd de volle tijd. En dit is wonderlijke zaak van dieren dat het heeft deze manier. Ziet ze hen sterk, het laat ze buiten en zijn ze zwak, het kan ze sluiten in zijn buik naar zijn gevoeg tot ze zijn sterk genoeg. Van deze dieren men ook zegt dat ze hun dracht tot minnen pleegt’.

Van Beverwijk zegt dat de jonge Tobias om de blindheid van zijn vader te genezen niet meer nodig had dan de gal van een vis die hij uit de naaste rivier trok, Tobias 11, dat het de gal is van een zekere vis die de Fransen naar het Grieks Collyonyme of Hyene noemen die tegen de blindheid in gelukkig gebruik is wat de vissers wel bekend is als de traan uit de lever van een vis die veel op de aal lijkt en daarom aalpuit of puitaal heet.

 

Zie verder: http://www.volkoomen.nl/ en : http://volkoomenoudeherbariaenmedisch.nl/