Relmuis, zevenslaper, Glis.

Glis; mogelijk uit Italiaans voor schuiven.

 

Naam.

Glis glis. (Myoxus glis)

Relmuis, zevenslaper of slaapmuis heet in Duits Glis en Siebenschlafer, in Engels dormouse en in Frans loir.

Het Latijnse dormire betekent slapen, dormouse is zo de slapende muis.

Ook komt in Duits het woord Bilchmaus voor, in oud-Hoogduits was het bilih, dit stamt uit Slavisch en dat is een woord wat verwant is met Litouws pele: muis, wat oorspronkelijk het grauwe dier betekende.

Zie de eeuwig slapende en suffende slaapmuis in het verhaal van Alice in Wonderland van L. Carroll, onbewogen te midden van zijn slapende omgeving. Hij wordt alleen wakker als hij het woord ‘kat’ hoort.

 

Uit Buffon.

 

Zevenslapers.

De legende van de Septem dormientes, de heilige van de 27ste juni, kwam door Gregor van Tours in onze richting. In midden-Hoogduits was het ‘die siben slafaere” een langslaper dus.

In de legenda Aurea’ of de “Gulden Legende’, te boek gesteld door de aartsbisschop van Genua, J. de Voragine eind 13de eeuw komt het verhaal van de zeven slapers van Efeze voor. In de tijd toen Decius het christendom trachtte uit te roeien en hij hen voor de keus stelde of de heidense goden te offeren of te sterven leefden er te Efeze zeven jonge mannen, Maximianus, Martimianus, Malchus, Dionysus, Johannes, Constantinus en Serapion die weigerden aan de afgoden te offeren. Ze zochten een schuilplaats in een grot waarin ze levend ingemetseld werden. Na aldaar drie honderd zeven en zeventig jaar opgesloten zijn geweest werden ze ontdekt door werklieden uit Efeze bij het uithouwen van stenen. Uit hun langdurige slaap ontwaakt, maar niet beter wetende of ze waren de vorige avond ingesluimerd, zonden ze een van hen naar de stad om brood te kopen. Malchus verbazing laat zich niet beschrijven als hij op de stadspoorten het kruisteken ziet staan en hij de mensen hoort spreken over Christus wiens naam gisteren nog niemand durfde noemen. Bij de bakker wekte het neergelegde geldstuk argwaan, het is  immers niet meer gangbaar onder Theodosius regering, (Decius regeerde van 249-251, Theodosius van 379-395, dus geen 377 jaren) Allengs wordt alles duidelijk. Straks zal de keizer zelf in de grot in aanbidding neerknielen voor de mannen wier gelaat blinkend was als de zon. Nadat ze Theodosius tegenspraken en hem verzekerden dat God hen opgewekt had om de keizer zijn geloof in de opstanding uit de dood te verzekeren, legden ze hun hoofden neer en gingen nu de eeuwige rust in. De keizer liet hun rustplaats met gouden stenen versieren.

Ook in de Koran komt dit verhaal voor. Hier is het de mee ingemetselde hond Kratimir die het eerst de houweelslagen van de werklieden verneemt en door zijn geblaf de ‘zeven slapers’ wakker maakt. Tot beloning is daarom de hond onder de tien dieren die toegelaten worden in het paradijs.

Dit staat niet alleen. Plinius verhaalt van Epimenides de Kretenser die vermoeid in een spelonk jaren later wakker werd. Hij ontmoette zijn broer die hij eerst als jongen zag en die nu een grijsaard was geworden.

John Mandeville verhaalt dat de apostel Johannes bij zijn leven een graf liet maken en zich er in legde, waar hij nu slaapt tot de dag des oordeel.

Zo ook Frederik Barbarossa met zijn zes ridders in de grot van Kyffhauser. Eens in de zeven jaar verandert hij van houding. Zo ook van Karel de Grote in het Oden Wald.

Dit mogelijk naar de woorden in de 90ste psalm “duizend jaren zijn in uw oog als de dag van gister wanneer hij voorbij gaat’.

Het getal zeven is steeds maatgevend, als het dan regent regent het zeven dagen aan een stuk.

 

Vorm.

De slaapmuis behoort tot familie van eekhoornachtige en is nauw verwant aan de marmot.

Het is een nachtdier. Kom je hem onverwacht tegen, want hij is schuw, dan zie je iets dat op een kleine eekhoorn lijkt.

Een grijs dier met grote ogen en een pluimstaart.

De ogen lijken daardoor ook groot omdat het omgeven is door een zwarte rand.

Het diertje is een dertig cm lang.

Het eet granen en noten, ook fruit, eieren en zelfs kleine vogeltjes, kevers en insecten. Is zeer vraatzuchtig.

Als de herfst komt begint hij winterproviand in te zamelen om die in zijn hol op te bergen. In die tijd is hij ‘zo vet als modder’. In koude bergstreken valt hij al in augustus, in warmere streken in oktober in slaap. Je kan ze gerust uit het nest weghalen en vervoeren, ze merken er niets van. Soms worden ze wakker en eten van hun wintervoorraad. Meestal worden ze wakker tegen het voorjaar, zelden voor eind april. Zijn winterslaap duurt dus zeven maanden.

 

Bestiarium.

Shakespeare, ‘Twelfth Night’, iii, 2,20;

She did show favour to the youth in your sight only to exasperate you, to awake your dormouse valour, to put fire in your heart, and brimstone in your liver’. ‘Zij gaf die jonge mens voor uwe ogen die bewijzen van haar gunst, alleen om u te prikkelen, om uw mormeldier, (slaapdier) dapperheid op te wekken, om vuur te brengen in uw hart en zwavel in uw lever”.

Uit Maerlant; ‘Glis is een niet bar groot dier, soms wit, soms zwart en rood. In Vlaanderen heet het slaapmuis bij naam want in de winter slapen ze al tezamen zonder spijs en drank en als de zon haar gang verheft en de zomer naakt van naturen is het dat dit dier dan ontwaakt. Kleiner dan de rat is het. Van deze dieren is het dat men in Plinius boeken leest dat zijn vet gekookt zeer nuttig is voor hem die de schade kwijt wil dat hij het water zal laden bestrijk ermee zijn leden. Op de aarde en op bomen mede loopt het even goed zoals wij het horen, appels heeft het uitverkoren en gaat er in als ze die vindt met steeds veel vernieling en schade’.

Ze houden ervan om diegene te volgen die ze kennen en vechten en twisten met elkaar. Ze houden zeer veel van hun vader en moeder en dienen en helpen ze tot in grote oudheid.

Als je de zolen van de voeten zalft met het vet van een relmuis veroorzaakt dat slaap.

(773)  Dit zijn kleine beesten als grote muizen en hebben de naam glires want hun slaap maakt ze vet. Ze slapen de gehele winter en rollen zich als een bal tezamen en worden van de slaap zeer vet. Ze lopen op de bodem als op de grond en zijn dol op appels.

Bij de Romeinen golden ze als lekkernij en werden in een gliriari vet gemest. De gemeste dieren prijkten, na gebraden te zijn, als een grote lekkernij op de dis van de rijke fijnproevers. Ze lieten ze zelfs wegen voor de ogen van hun gasten.

Eiken- en beukenbosjes omgaf men met gladde muren waarlangs de zevenslapers niet konden opklimmen. Binnen deze omheining legde men verscheidene holen aan voor rust- en slaapplaatsen. Met eikels en kastanjes voerde men deze dieren om ze tenslotte in grote aarden potten van twee voet middellijn, de dolia, geheel vet te mesten.

 

Folklore.

Bij de Indianen gaat het verhaal dat de relmuis,’de blinde vrouw’, een dier van belang is. Eens, lang geleden, werd een dwerg benadeeld door de zon. Hij wist zijn zuster te overtuigen om een net uit heur haar te maken en ging de volgende morgen naar de rand van de prairie en ving de zon net toen die op kwam, pinde het in het net vast aan de grond. De natuur werd opstandig toen de zon niet op kwam wat gevolgd werd door een lang en gevoelig pow-pow van de beesten. Tenslotte kwam de vereerde relmuis, in die tijd de grootste van alle dieren, die raadde wat er gebeurd was en ging naar de rand van de prairie om de zon te verlossen. Toen hij dit deed kromp hij in tot zijn huidige grootte.

 

Zie verder: http://www.volkoomen.nl/ en : http://volkoomenoudeherbariaenmedisch.nl/