Roodborstje, Erithacus rubecula.

Uit www.warrenphotographic.co.uk

 

Erithacus; naam van Plinius.

  

Naam.

Erithacus rubecula L: (rood, de keel) die overal naar zijn rode borst en keel heet.

Roodborstje heet in Duits Rotkehlchen, Rotbart, Rotkatel en Thoma Winter, in Engels robin redbreast en in Frans rouge-gorge. 

 

Vorm.

De roodborst heeft een snavel die op die van de lijster gelijkt en langs de rugzijde wat gebogen en kort voor de zwak benedenwaarts gebogen spits met een ondiepe inkerving voorzien is.

Middelmatig hoge en zwakke poten.

Tamelijk korte en zwakke vleugels en een middelmatige lange en uit toegespitste veren bestaande staart die in het midden wat uitgerand is. Een los verenkleed dat bij beide seksen dezelfde kleuren vertoont, maar tijdens de jeugd vlekken heeft.

De bovenzijde is donker olijfkleurig grijs, de onderzijde grijsachtig en het voorhoofd, de keel en de bovenste deel van de borst zijn geelachtig rood.

Het oog is groot en bruin, de snavel zwartachtig bruin en de voet roodachtig hoornkleurig.

De lengte bedraagt vijftien cm.

Het is een allerliefst vogeltje dat bij iedere gelegenheid zijn opgewekte en vrolijke inborst openbaart. Het zit op de bodem rechtop met enigszins afhangende vleugels en horizontaal gerichte staart. Als het op een takje zit is zijn houding wat achtelozer. Het huppelt met luchtige sprongen en fladdert van de ene twijg naar de ander.

Het vliegt zeer behendig, hoewel niet regelmatig, korte afstanden legt het half springend, half zwevend af.

Ze staan bekend om hun enorme vechtlust tegenover soortgenoten.

Ze leven van insecten, wormen en kleine diertjes, ook zaden.

 

Geluid.

Het wordt ook bemind vanwege zijn gefluit. Zijn lied bestaat uit verscheidene met elkaar afwisselende uit fluittonen en trillers samengestelde strofen, die luid en met langzaam tempo voorgedragen worden zodat het gezang een plechtige indruk maakt.

Het roodborstje hoor je al in het begin van maart en heeft dan nog veel te lijden van kou en gebrek. Zodra het zich goed gevestigd heeft weergalmt het bos van zijn luid klinkende lokstem, een scherp ‘sjniekieriekiek’ dat dikwijls herhaald wordt en soms trillerachtig klinkt. Bij de eerste warme zonnestraal hoort men ook zijn gezang. In juli wordt helemaal niet gezongen, maar hij begint weer in augustus/september als andere vogels stil zijn. Ze wordt daarom wel als een vroege winterbode gezien. Shakespeare,Two Gentleman of Verona’ ii, 1, 22To relish a love-song, like a robin-redbreast’. ‘U aan liefdesliedjes te goed doen als een roodborstje’ .

‘King Richard IV’, III,1, 264; ’t is de naaste weg tot het snijder worden’. Dat de snijders bij hun stille arbeid meer dan andere handswerklieden zingen wordt ook door andere schrijvers uit zijn tijd vermeld. Heetspoor let niet op de weigering van zijn vrouw, maar gaat voort: ‘Wie zingt, is op weg om snijder te worden of roodborstjes te leren zingen’.

 

Broeden.

Het nest bevindt zich op of dichtbij de bodem in een uitholling in de grond of iets dergelijks. Het wordt met fijne delen bekleed, mos, haartjes, halmpjes en veertjes. Als de wanden van het hol zich niet over het nest heen strekken wordt hierover ook nog een dak gebouwd waaronder zijdelings een ingang wordt aangebracht.

Begin mei liggen er vijf a zeven eieren. De eieren hebben een dunne schaal en zijn geelachtig op witte grond en overal voorzien van donkerder, roestgele stippels. De beide ouders broeden om beurten. De jongen komen na veertien dagen en groeien snel op. Ze worden na het uitvliegen nog een acht dagen door de ouders verzorgd en gaan dan hun eigen gang.

Software: Microsoft Office

Bestiarium.

Bedekker van doden.

Cymbeline 4,2,218-29

‘(With fairest flowers’. Zal met de fraaiste bloemen’.

(While summer lasts, and I live here, Fidele’.Zolang de zomer duurt en ik hier blijf’.

I’ll sweeten thy sad grave; thou salt not lack’. Uw graf, Fidelis, sieren, nooit ontbreke u’.

The flower that’s like thy face, pale primrose, nor’. De primula, lief bleek als uw gelaat’.

The azured harebell, like thy veins, no, nor’.Och ’t klokje, blauw gelijk uw aders, noch’.

The leaf of eglantine, whom not to slander’. De wilde roos, wier geur bij uwen adem’.

Out-sweetend not thy breath: the ruddock would’. In zoetheid achterstaat; ’t roodborstje zou’.

With charitable bill, -O bill, sore-shaming’. Zo meen’gen rijken erfgenaam beschamend’.

Those rich left heirs that let their fathers lie’. Die ’s vaders graf nauw met een krans vereert’.

Without a monument! –bring thee all this’. Met liefderijke snavel dit u brengen’.

Yea, and furr’d moss besides) when flowers are non’. En, is de bloementijd henen, vlokkig mos’.

To winter-ground thy corse’. Tot winterkleed voor u’.

De ruddock, het roodborstje, en de winterkoning verbergen zich in beschaduwde bosjes en met bladeren en bloemen bedekken ze de lichamen van onbegraven goede mensen.

 

Medelijden.

Men merkt bij dit diertje veel goedaardigheid op, het openbaart medelijden en zelfs barmhartigheid. Voor zangvogeltjes die hun ouders verloren hebben, zijn roodborstjes dikwijls trouwe pleegouders en voor zieke soortgenoten zijn ze vaak barmhartige helpers geweest.

De vogel die in de winter roodborst genoemd wordt heet in de zomer roodstaart. En als een roodstaartje een dode man of vrouw vindt zal het gezicht bedekken met mos, sommige denken zelfs dat hij het gehele lichaam bedekt. Meestal zal hij dit doen voor de baby’s van het woud, de ongedoopte.

No burial this pretty pair’.

Of any man receives’.

Till Robin redbreast painfully Did cover them with leaves”.

en

Covring mith moss the dead’s unclosed eye’.

The little Redbreast teacheth charitie’.

Natuurlijk is het geen medelijden dat de roodborst en het winterkoninkje er toe beweegt om lijken met blaadjes te bedekken. Ze willen er alleen hun eieren leggen zodat, zodra de jongen zijn uitgekomen, ze van de maden overvloedig te eten hebben.

 

Voorspellend.

Schuilt het roodborstje in een heg of struik dan komt er regen. Tsjilpt het op een hangende tak, dan komt er goed weer hoe hard het op dat moment ook mag regenen.

Men houdt van deze vogel die als eerste van alle zangers ’s morgens zijn aangenaam zachte, maar verbazend ver hoorbare zang aanwendt en ons in de winter niet verlaat.

De achterblijvers huizen vertrouwelijk bij ons aan huis. Het zacht piepende roodborstje dat zelfs bij ons de schuren en stallen komt. Vliegt er een door een open deur naar binnen verkondigt het de dood van iemand in het gezin. Zie je in het begin van het jaar een roodborstje, doe dan snel een wens, hij mocht wegvliegen voor de wens is uitgekomen en dan zal ongeluk je deel zijn het komende jaar.

Dood de roodborst en koeien geven rode melk, vernietig zijn nest en de bliksem zal je treffen en zo meer van ander ongeluk. Wees goed voor de roodborst en geluk zal je deel zijn.

Het stopt zijn nestje toe als het uit zal vliegen. Verstoor hun nest niet want dan slaat de bliksem in je huis en zal niets je gelukken. In dat opzicht staan ze met de zwaluwen op een lijn.

Diegene die in Engeland het vogeltje mishandelt heeft geen voorspoed, ter land of ter zee:

Het that hurst a robin, or a wren

Wil never prosper on sea nor land’.

Wie een roodborstje doodt zal later last krijgen met de hand waarmee dit gebeurde. Die zal zo blijven trillen dat hij er niets meer mee kan doen. In Ierland groeit aan zo’n hand zelfs een grote knobbel zodat hij er niet meer mee kan werken. In Yorkshire krijgt zo iemand een rood gekleurde melk bij het melken. Breek je de vleugel van zo’n diertje, dan gebeurt dat ook met je eigen arm. Breek je zijn eieren dan wordt je zelf door iets zwaars verpletterd.

Het roodborstje lijkt in alle tijden als een geheiligde vogel bezongen te worden en wordt vooral geassocieerd met Kerst en Pasen. Het is een van onze vertrouwdste vogels, houdt ons gezelschap bij het werk in de tuin en volgt ons met zijn heldere ogen, kijkt naar wormen, slakken en andere kleine diertjes. Hij is in wezen een van de meest efficiënte leden van het politievogelkorps die de tuin in de gaten houdt en insectdieven en andere criminelen weg haalt.

 

Sagen.

Een arme moeder had eens twee meisjes, Grietje en Kaatje. Ze werden in eer en deugd opgevoed en gingen trouw naar de kerk en school en leerden allerhande handwerken met naald en schaar. De meisjes werden als voorbeeld door andere moeders aan hun dochters gesteld. Na het overlijden van hun moeder bracht ijdelheid hen ten val. Ze gebruikten de mooie stoffen die ze voor anderen bewerken moesten voor zichzelf en stalen uiteindelijk een bonte rok die ze om geld te krijgen aan een reizende jood verkochten. Fritz, een kleermakersgezel kreeg de schuld en werd ter dood veroordeeld. Toen de meisjes ‘s nachts na de executie van een dorpsvermaak terugkeerden en met een vrolijk gezelschap langs de galg trokken riep er een: “Fritz Schneiderlein, hoe duur is die rok je geworden’. Gelijk vielen beide meisjes dood ter aarde. Toen dit in de stad bekend werd ging men de meisjes halen maar men vond hen niet. Ze waren vogels geworden. Grietje, die steeds een rood halsdoekje gedragen had, werd een roodborstje en Kaatje die altijd een gele om had een koolmees. Dat verklaart waarom beide vogeltjes zo graag bij onze gebouwen zijn en zich zo gemakkelijk laten vangen.

 

Met dit vogeltje had eens in Hildersheim een zonderling geval plaats. Een jongen zag een zeer oude man met een lange baard en puntmuts op met een soort lange bijl alle struiken om een oude eik uitroeien. Daarbij riep hij steeds ‘knax, narrax’. Toen uit het gat in de eik een roodstaartje vloog dacht de jongen dat er wel een nest zou zitten en hij stak zijn hand er in en vond wat hij veronderstelde. Toen hij twee eitjes weggenomen had kwam de oude vogel met jammerlijk geschreeuw aanvliegen en zette zich op een tak en riep: ‘kiek, kiek’. Een stormwind barstte los en het leek alsof de oude eik zou scheuren. De oude man stond met vurige ogen achter de boom en zwaaide de bijl om zijn hoofd en wierp die de hard weglopende jongen achterna. Hij riep met donderende stem; ‘de donder sla je in de grond en de bodem’. De jongen vloog weg, al schreeuwende ‘Here Jezus, sta me bij’ zodat hij doornat van het onweer thuis kwam. Hij vertelde zijn verhaal aan zijn oudere broers die gewapend met stokken en harken naar het bos trokken. Ze zagen en hoorden niets bij de boom en de struiken waren ook niet weggehakt. Ze dachten dat hun broer hen iets op de mouw gespeld had totdat ze wat zagen glinsteren. Het was een gouden bijl die op enige afstand in het gras lag. Die bracht hen geen geluk want alles wat ze ondernamen mislukte. Ze werden zo arm als kerkmuizen.

Mythologen zien in de oude man Donar aan wie het vogeltje door zijn rode staart gewijd was.

 

Robin.

De Duitse knecht Ruprecht is gelijk als de Engelse robin goodfellow, (Robin Hood) de Franse lutin en onze zwarte Piet. Knecht Ruprecht is gekleed in rood en met de Zwarte Piet die bij Sinterklaas hoort, hoort Ruprecht bij een kerstfiguur.

De robin of roodborstje is een vuurbrenger. Dit vanwege de symbolische vlammen op zijn borst. De vogel werd verantwoordelijk gesteld voor het brengen van vuur en dus warmte, naar de aarde. Dit was in de oertijd een belangrijk symbool, de brenger van warmte. Er lijken zelfs strenge straffen te hebben bestaan op het doden van roodborstjes.

Zijn plantaardige tegenhanger is het robertskruid en is net zo nieuwsgierig in de winter, blijft groen en kan zelfs bloeien, is ook onverschrokken en staat voor de voordeur of groeit tegen de huizen, zijn rode bloemen zijn als de rode borst van de vogel, uitdagend en verwarmend. De vogel en de plant zullen behoord hebben aan Robin Goodfellow.

 

Postbodes.

De echte associatie is vaak moeilijk terug te vinden. Vaak zijn het gissingen die naar de veelheid of toevalligheden van samenkomst een duidelijker beeld geven. Zie bijvoorbeeld de combinatie van roodborstjes en postbestellers. In Engeland droegen postbodes vroeger rode pakken en stonden ze in de volksmond bekend als robins. Daarom zag men op veel vroegere kerstkaarten een roodborstje dat aan de deur klopte of een kerstkaart in zijn bek droeg.

De vele Robins van Engeland zijn geassocieerd met slangen, dood, duivel, elfjes, seks en koekoek. (De meeste koekoeksplanten hebben een verbinding met seks)

 

Kleur.

Er worden twee oorzaken opgegeven waarom de borst zo rood is.

1)    Ver, zeer ver weg is een vervloekte plaats, een verschrikkelijke afgrond waar de zielen van de verdoemden zuchten. Uit medelijden bracht het vogeltje daar dagelijks enige druppels water en het helse vuur heeft de veertjes op zijn borst verzengd.

2)    De andere oorzaak is die van het lijden van onze Heer. Niet in staat zijn pijn te verminderen wilde het toch zijn lijden verzachten door de dorens van zijn kroon af te pikken. Een ervan drong in zijn borst. Toen zei een engel: ‘je hebt een goede daad verricht en als loon daarvoor zal je op je borst een rode kroon dragen en in elk huis zullen de kinderen je lief hebben’.
Een andere lezing verhaalt dat er een druppel bloed op zijn borst viel.

3)    Een kleine olijfgrijze vogel sliep op een tak bij Bethlehem. Plotseling werd hij wakker door het geluid van engelenkoren, maar vlakbij, bij het vuur, bleven de schaapherders slapen. De vogel voelde wel aan dat deze hemelse gezangen voor een bijzondere gebeurtenis gelden moesten en begon de hemelse gezangen na te kwelen en sloeg de herders met zijn vleugels om ze wakker te maken. De vlammen veranderden zijn borst in een rijk oranje. Van die dag af aan hebben alle roodborstjes een helder gekleurde borst.

Zie verder: http://www.volkoomen.nl/ en : http://volkoomenoudeherbariaenmedisch.nl/