Sabeldier.

Martes.

 

Naam, etymologie.

Martes zibellina. (Mustela zibellina) Martes, zie marter.

Van Russich sobol , Pools sobol kwam Duits Zobel, ons sabel, Frans zibeline, Spaans  cibelina, Portugees zibelina en middeleeuws Latijn zibellina van Italiaans zibellino.

Uit www.terrambiente.org

Een van de naaste verwanten van de inheemse marter is het wijd vermaarde sabeldier.

Van de edelmarter onderscheidt het zich door de kegelvormige kop, de grote oren, de hoge, krachtige poten, de grote voeten en het glanzende zijdeachtige zachte vel.

Dit geldt vooral voor des te fraaier naarmate de beharing dichter, zachter en gelijkmatiger van kleur is. Vooral echter hangt de kwaliteit af van de duidelijkheid waarmee de naar blauwachtig/grijs zwemende, roodbruine kleur van het wolhaar op de voorgrond treedt. Hoe lichter de kleur van het bovenste haar is, des te lager, hoe gelijkmatiger van kleur en hoe donkerder het is, des te hoger schat men de waarde van het vel. De fraaiste vellen zijn aan de bovendelen zwartachtig, aan de snuit zwart en grijs gemengd, op de wangen grijs, aan de hals en aan de zijden roodachtig kastanjebruin, aan de onderhals fraai dooiergeel van kleur.

Het oor heeft gewoonlijk een grijs/witachtige of licht bleekbruine rand. Hoe meer de gele kleur van de keel bij het levende dier in het oog valt, des te sneller zal die verbleken na zijn dood.

Het sabeldier vermijdt zorgvuldig de zonneschijn die, naar men wil, de kleur van hun haar in zeer korte tijd verandert. Zijn voedsel bestaat uit eekhoorntjes en andere knaagdieren, vogels, vissen en noten, ook honig.

 

Voorkomen.

Het beestje leeft van de Oeral tot aan de Bering Zee en van de zuidelijke grensgebergten van Siberië tot op omstreeks 68 graden N.B. en een groot gedeelte van N. Amerika. Het dier is onophoudelijk vervolgd zodat het op vele plaatsen verdwenen is. In de gouden tijd van de sabelvangst werden in Kamschatka vele verenigen voor de vangst van sabeldieren opgericht.

Het gold in Rusland als een der zwaarste straffen om veroordeeld te worden tot de sabeldierjacht omdat de jager hierbij wekenlang in de vinnigste kou de onherbergzaamste en eenzaamste streken ter wereld bezoeken moest om er met voortdurend levensgevaar de vallen voor deze dieren te plaatsen en ze na te gaan. De zeldzaamheid is dan ook de oorzaak van zijn hoge prijs.

De sabel, van sommige genoemd zabel, zou gelijk enige willen even hetzelfde dier zijn wat Aristoteles noemt Satherius en Niphus Cebal. Bij Alciatus voert het de naam van de Sarmatise of Scytische muis. Marcus Paulus Venetus die zijn reis door de Morgenlanden begon in ‘t jaar Christus 1269 bericht ons dat de prachtige en zeer grote veldtent der Tartaarse Cham wanneer hij ter jacht gaat zeer veel vertrekken in zich bevat als de zaal, de raadkamer, zijn slaapkamer en verschillende andere. Onder die zijn de drie genoemde elk onderstut met drie pilaren van welriekend hout, kostbaar uitgehouwen en beschilderd. ‘t Deksel bestaat (we spreken met hem als in de tegenwoordige tijd) uit zwart en rood kleurige leeuwenhuiden want van deze dieren worden geen bonte in dit land gevonden. Geen regen of wind kan daardoor dringen. Van binnen zijn de tenten (te weten de gemelde drie vertrekken die zijn elk wel een tent op zichzelf, maar gezamenlijk begrepen onder de noemer van koninklijke tent en  hangen aan elkaar) bedekt met kostbare sabel (of zobel) vellen;  zonder aan te zien dat die in dit land zeer duur zijn zodat als men daarvan een kleed wil maken dat met geen twee duizend Byzantijnse guldens zou kunnen betalen: ‘k Heb dit hier willen aantekenen om te laten zien dat alreeds in die tijd de sabel-vachten zeer waard werden gehouden en voor groot geld gekocht werden, zelfs in ‘t land daar deze dieren zich onthouden. Agricola getuigt gezien te hebben dat voor veertig van deze vachten werden gegeven duizend gouden kronen; en Ambrosinus dat alleen een winter-mof van sabel heeft gegolden vierhonderd ponden Bologna munt. Hoe ze ook met de hand behandeld worden, altijd blijven ze gelijk. Men behoeft zich derhalve niet te verwonderen dat ze in een grote waarde worden gehouden. Te meer omdat de tsaar van Moskou zich bijna alleen meester daarvan gemaakt heeft; de prijs naar zijn eigen gelieven stelt en grote handel daarmee drijft en geweldige inkomsten daarvan geniet.

De tegengeschenken, die hij doet bestaan gewoonlijk maar uit zijn sabel die hem weinig kosten en evenwel hoog worden geacht omdat ze bijna alleen uit zijn handen moeten komen. Echter is nu de vorige onmatige duurte al vrij gevallen. Barend Langenes in de Wereld beschrijving van hem in zegt: Dat men nu (‘t was toen in het jaar 1598) nauwelijks om duizend guldens voering van een sabel onder een rok zou kunnen. Een som van duizend guldens toen, hoeveel zou het nu wel zijn? De landen waaruit de gedachte pelterijen in Moskou kwamen (namelijk, de Siberische en Samojeden) waren toen, ja, tot op het jaar 1600, die van Moskou noch onbekend. Vanwege de sabel nam de tsaar het dan tot toe onbekende Samojeden onder zijn beheer.

 

Bestiarium.

Shakespeare, ‘Hamlet’ iv, 7, 81;

‘A very riband in the cap of youth’. ‘O, slechts een strikje op de muts der jeugd’.

Yet needful too; for youth no less becomes’, En toch zo nodig; want niet minder goed’.

The light and careless livery that it wears’. Staat aan de jeugd haar luchte, losse dracht’.

Than settled age his sables and his weeds’. Dan aan de rijpen de sabelbont’.

Importing health and graveness’. Dat welvaart toont en aanzien’ .

Zie ook III, 2,137, waar Hamlet verbaasd hoort dat het nog maar vier maanden geleden is dat zijn vader overleden is. ‘Zo lang reeds? Nu, dan moge de duivel in het zwart gaan, want ik wil sabelbont dragen’. 

Volgens een statuut van Hendrik VIII mag niemand beneden de rang van Earl sabel dragen.

Het sabeldier is zeer bijzonder want prinsen en grote edelen zijn daarmee gekleed en elke huid is veel waard. Een duizend dukaten wordt soms gegeven voor een kledingstuk van sabeldieren.

Uit Maerlant, ‘Varius is een dier, zeer schoon en niet fier. Aan de zijkant is het wit en aan de rug is het grauw dit. Van eekhoren is het een manier. In bomen wandelen deze dieren en in de wouden met hun gezellen. Van deze dieren, de vellen, plegen mannen en vrouwen mede te vermeerderen hun hovaardigheden en willen zich daarin verheffen, anders bestaat er voor hen niets meer of minder, nochtans achten ze dat dier niet dat zichzelf zo schoon ziet. Schaam u, arme naakte worm! gij bedekt uw schamelijke vormen met vreemde huiden, met vreemde wol, die zich verheffen dat zijn de dullen’.

Zie verder: http://www.volkoomen.nl/ en : http://volkoomenoudeherbariaenmedisch.nl/