Schildpad, Testudo, soorten, mythologie, heraldiek.

Uit Gessner.

 

Naam.

Schildpad, Duitse Schildkrote of Schildpatt, -padd: schildkikker. Het woord behoort tot padden, schreiden, treden of strompelen, Noord Duits pad betekent voetzolen.

Zijn hoofd is naar de paddenvorm genoemd, dit volgens van Maerlant. Meer waarschijnlijker naar de huidplooien en zijn bewegingen die aan een pad doen denken.

 

De testudo is een schildpad, maar ook een muziekinstrument, soort lier of citer. Vermoedelijk is de oudste vorm een met snaren bespannen schildpadschaal geweest vanwege de vorm van de klankbodem. Naar de sage is die door Mercurius eerst uit de schaal van een schildpad gevormd.

Ook is het een schutdak die gevormd is door een afdeling soldaten die hun schilden boven hun hoofd aaneengesloten hielden. Verder een schutdak van balken waaronder de stormram werkte, testudo arietora, voor versieringen.

 

Testudinaria is afgeleid van Grieks testudo: een schildpad en is zo genoemd naar de harde buitenste bedekking.

 

 

Uit vintageprintable.com

Testudo graeca, (Grieks, vanwege de vlektekening die op Grieks mozaïek lijkt)is de landschildpad of Moorse landschildpad leeft in de Balkan Turkije en ook in Griekenland. De echte Griekse landschildpad is Testudo hermannii.

Hij wordt een dertig cm lang. Heeft een bol schild en kan hierin zijn kop terug trekken als hij aangevallen wordt, ook de poten zijn bedekt met schildjes die ook teruggetrokken worden in het schild.

Mannetjes en vrouwtjes zijn gelijk, hun buikschild verschilt iets, die van het mannetje is hol en van het vrouwtje vlak.

Het vrouwtje graaft een kuiltje waarin ze haar vier tot tien eieren legt. Die komen na drie maanden uit.

De landschildpad is overdag actief op zoek naar planten en liefst jonge scheuten en bladeren. In koudere gebieden dan Griekenland houden ze wel een winterslaap. Plaats ze hier tegen oktober in een droge plaats of kist. Dek dit af tegen knaagdieren en plaats de kist in een vorstvrije ruimte.

Een schildpad is geen speelgoed, ze houden er niet van opgetild te worden, hij houdt van warmte en droogte, maar moet zich ook in de schaduw kunnen terugtrekken. Hij moet kunnen kruipen, dus wat ruimte geven met een steenachtige, zanderige ondergrond, liefst met wat water in de buurt. Ze houden van gevarieerd groen, ook vruchten en soms wat vlees, kalk.

Die vinden we hier ook wel in de winkels van de wanden van voorname Romeinen, het beschermt tegen hagel en toverij.

 

Uit es.wikipedia.org

Eretmochelys imbricata, (Grieks eretmo; roeiriem, de flippers aan de zijkant, chelys; schildpad, en dakpansgewijs) de zeeschildpad of karetschildpad. Engelse hawsbill turle,  wordt aan de  kusten van tropisch Amerika als bij verschillende eilanden van de Indische Oceaan aangetroffen.

Die bereikt een lengte van een meter met een gewicht van honderd kg.

Het is een reptiel en heeft een hartkamer en ademt door de longen, kan dus een constante temperatuur houden.

De poten zijn ingericht voor het roeien en alle tenen zijn door een gemeenschappelijk vlies verbonden. Het rugschild is door dertien hoornige platen, verharde huidlagen, bedekt.

In juni kruipt de schildpad op het zanderige strand en graaft een kuil in het zand en legt daarin haar honderd of meer eieren, bedekt ze met zand en laat het uitbroeden aan de zon over. Van de jongen worden de meeste kort na het uitkomen door vogels, kleine zoogdieren en vissen opgevreten omdat hun pantsers nog week zijn.

 

Gebruik.

De zeeschildpadden zijn meer platter dan de landschildpadden die vrijwel rond zijn.

Die leveren het bekende gele, bruin gevlekte, gladde, schildpad op dat tot kammen, dozen, mesheften en dergelijke dingen verwerkt wordt. Het leer is geliefd vanwege de glanzende en doorschijnende lichtbruine kleur. Ook is er nog een tekening in te zien. Door het in kokend water te weken wordt het zacht en laten de platen los. Dan kunnen ze in allerlei vormen worden gebogen en met stoom kunnen ze aan elkaar geplakt worden. De Romeinen maakten er een soort fineerlaag van die op meubels geplakt werd. Dat is nu vervangen door plastic.

De wijze waarop deze schildplaten verkregen werden is nogal gruwzaam. Men hield het levende dier boven een vuur, waardoor de platen week werden en rukte ze dan af. De dieren werden daarna weer in zee  geworpen. Men verhaalde dat ze daarna weer een nieuw schild kregen, hoewel minder dik en mooi.

 

Chelonia.

Chelone was in de Griekse mythologie een maagd die als enigste van de goden en mensen thuis bleef op het huwelijksfeest van Zeus en Hera door Hermes in een schildpad veranderd en veroordeeld werd haar huis steeds op de rug te dragen.

Maerlant; ‘Chelidrus, dat is een serpent, Isidorus zegt, het die het kent, dat zijn venijn is zo kwaad dat het land waar het over gaat ruiken doet in die manier alsof het ware van vuur, in water leeft het en op het land’.

 

Uit elizabethnixon.deviantart.com

Chelonia mydas, Grieks mydos; getuige, heeft het smakelijkste vlees.

De soepschildpad of groene reuzenschildpad, Engels green sea turtle,  wordt soms een twee tot twee meter vijf en twintig lang en weegt dan een drie honderd vijftig tot vijf honderd kg, maar meestal een ruime meter bij honderd vijftig kg.

Het heeft een olijfbruin schild van hoornachtige platen en ook een buikschild.

De kop kan niet binnen het schild terug getrokken worden.

Deze schildpad zie je op de Atlantische Oceaan, ze zwemt met groot gemak en soms wordt ze op een vijf honderd mijl of meer van het land aangetroffen al slapende op de oppervlakte van het water.

Met de legtijd begeeft ze zich naar de oever van verlaten eilanden om er haar eieren te leggen. Dit gaat moeizaam, het schild is zwaar, het moet ook gedragen worden omdat anders de longen in verdrukking komen. Om de paar meter zie je de schildpad dan ook stoppen en hijgen waarbij de tranen uit haar ogen druipen. Is ze op de geschikte plaats aangekomen graaft ze met haar voorpoten een kuil, hoog genoeg dat de vloed er niet bij komt, legt hier haar eieren, elke keer een honderd en dekt ze met zand toe zodat er geen spoor van haar eieren te zien is en keert terug naar de zee. Na een veertien dagen aan de weldadige warmte van de zon blootgesteld te zijn geweest komen ze uit en begeven de jongen zich direct naar de zee. Dat is evenwel de hachelijkste tijd van hun leven, ze worden opgewacht door allerlei soorten roofdieren zodat een vreselijke slachting volgt. Van degenen die ze zee bereiken worden de schilden weldra hard.

 

Lang levend.

Schildpadden kunnen zeer lang honger lijden, sommige wel een jaar lang. Ze kunnen ook geweldige verminkingen verdragen. Er zijn voorbeelden bekend van schildpadden waarvan men de hersens uithaalde en die nog zes maanden rondliepen. Bij een andere waarvan men de kop had afgesneden, klopte het hart nog veertien dagen en de afgesneden kop beet nog na een half uur.

De wilden gebruiken de schalen als daken en zelfs als roeiboot.

 

Uit es.wikipedia.org

Dermochelys coriacea, (Dermus; huid, chelys; schildpad, en leerachtig) (Sphargis mercurialis) is de lederschildpad, Frans la tortue luth, Engels leatherback turtle, die in alle warme zeeën voorkomt en zelfs wel eens bij ons aanspoelt. Kan twee tot 2,5m, soms 2.80m  lang worden en wordt een vijfhonderd tot acht honderd vijftig kg zwaar, maar haar vlees geldt voor ongezond.

Het torpedoachtige rugschild is leerachtig en met 7 overlangse ribben bezet, het schild bestaat uit talloze plaatjes die in een dikke huid liggen. Met de grote voorpoten kan ze uitstekend zwemmen en een snelheid van 35km per uur halen waar dan met de achterpoten gestuurd wordt. de eieren worden op warme zee eilanden gelegd. Ze graaft op het strand een vrijwel meter diepe kuil waarin dan binnen een kwartier een 60-100 eieren worden gelegd.

 

Bijbel.

Het behoort tot de verboden dieren, ze komt echter alleen voor in Leviticus 11:29. Mogelijk slaat dit op de moerasschildpad, de Engelse terrapins. Die behoren tot het geslacht Emys en Clemmys. Het zijn vleeseters en eten vrijwel alle kleine waterbewoners. Ze ruiken smerig en worden vermoedelijk verder ook niet gegeten.

 

Bestiarium.

 

Maerlant zal wel op een schildpad doelen met testudo,

 Testudo, dat is een slak in het Latijn, die in India zo groot zijn dat Plinius en anderen vertellen dat lieden wonen in hun schellen en ze van eiland tot eiland varen in die grote zee daarmee te waren. Wonderlijk vangt men deze soms, alzo als ik het lees, dat die slakken drijven op de vloed en als de lucht schoon is en goed  en als de zon warm schijnt, denken ze zeker te zijn dat ze uit de schellen kruipen en voor ze er weer in mogen kruipen worden ze droog door de zon zodat ze er niet weer in kunnen komen en aldus werden ze opgenomen en zo kunnen ze niet onder het water komen. Ook vangt men ze anders, zoals wij dit verstaan, ’s nachts als ze naar de weiden gaan en ze zat zeewaarts komen worden ze er soms slapend van en dan werpt men ze ondersteboven, dan is er geen opkomen weer, dan schieten ze er uit en kunnen leren zichzelf om te keren zodat men ze met lijnen strikt en men ze dan te land waard trekt met veel lieden die ze slepen, dus zo worden ze gegrepen. Geen tanden of zo in de mond, maar is hij besloten en rond als eind min of meer. De steen breekt het in stukken. Ze rijden en genieten in de manier als koeien doen en stieren.

Ze leggen eieren alsof het ganzen waren, honderd tezamen in scharen, op het land leggen ze, waar het is zacht en broeden ze dan bij nacht, ze voeden hun jongen een jaar. Sommige zeggen voor waar dat ze met zien hun eieren broeden, maar diegene die het wel bevroeden en die dit wonder veel zagen willen dat niet voor waar gewagen’. Een vermelding is dat de schildpad, net als de struis, de eieren uitbroeden door er alleen maar naar te kijken. Dit komt van Plinius die het als de mening van sommige vermeldt. ‘Ik heb gehoord dat de schildpad in India, als de zon schijnt op het water, zwemt en verheerlijkt wordt door het heerlijke weer dat ze zichzelf vergeet en de schaal zo hard wordt dat ze niet kan zinken, al zou ze het willen, en zo gevangen genomen kan worden’.

 

En uit Maerlant; ‘Tortuca, is de  schildpad naam, die vindt men groot en onbekwaam in de zee zestien voeten lang (4.8m) die groot zijn, sterk en stevig, lange benen en de klauwen zo groot dat men haar gelijke niet vindt. Dapper zijn ze zonder waan zodat er wel drie man nodig zijn, werpt men ze om met macht, dan heeft ze geen kracht, want hun schild is zo breed dat ze niet omdraaien kunnen waar ze zo in besloten ligt die driehoekig is, zoals men zegt’.

 

 

 

 

 

En ‘Tortuca is de schildpad naam, een lelijk dier en onbekwaam en wordt onder de serpenten geteld omdat het zo kruipt achter het veld. En het ligt tussen twee sterke schilden die haar gaf de milde naturen die men moeilijk kan doorslaan. Haar hoofd is naar die van de pad gedaan, gestaard is het als een schorpioen. Eieren legt het zoals hennen doen en die niet gezond zijn. Levend zijn ze zonder venijn, maar dood, zoals Ambrosius zegt, te aarde waar haar lendenen liggen of haar hart, hij wordt gepijnigd want hij blijft venijnig’.

 

Ze zijn langzaam. Men herinnert zich de fabel van La Fontaine, le lievre et la tortue, waarin de schildpad aan een haas voorstelde te wedden wie er het eerst op zekere plaats zou zijn. De snelheid van een schildpad is drie km per uur, met matig warm weer.

Plinius verhaalt dat een Griekse dichter gedood werd door een arend - mogelijk wel de lammergier - door dat die een schildpad op zijn hoofd liet vallen. De dichter was de hele dag buitenhuis gebleven omdat een orakel hem voorspeld had dat hij gedood zou worden door een vallend huis.

Als een schildpad een vipier eet, zoekt hij dadelijk Origanum op om zichzelf te zuiveren. Dit wordt verzekerd door Aristoteles die toevoegt: ’Deze actie is werkelijk geobserveerd”.

 

Moraal.

Een adelaar had een schildpad gevangen en mee genomen hoog in de lucht. De kraai wist raad; ‘als ik mag mee-eten en je die schildpad wil eten, laat hem dan vallen op die steen. De moraal van dit verhaal; je kan je goed verdedigen in een kasteel, maar krijgt de vijand hulp dan is het moeilijk overleven.

 

Beschrijving: jonstonsSymbolen. Mythologie.

De schildpad is een kosmologisch symbool, een symbool van uit vocht ontstane feestvreugde. Vishnu nam toen hij de wereld van ondergang wilde redden de vorm van een schildpad aan. Vandaar was ze ook aan de scheppende Venus gewijd, ook Hermes Demiugos, de wereldbouwmeester, gebruikte haar schalen om zijn kosmos te verbeelden. Ook vanwege zijn vele eieren was het een symbool van vruchtbaarheid. Later kreeg de schildpad ook betekenis voor het familieleven, het is het symbool van het huis en verschijnt zo bij Venus, dan als symbool voor de vrouw, ook als eigendom. De schildpad is het symbool van eerbaarheid, kuisheid en zedigheid omdat ze steeds het huis met zich meedraagt en het nooit verlaat. Het moet eraan herinneren dat een kuise vrouw zoveel mogelijk binnen de beschutting van haar huis dient te verblijven.

Het is een symbool van lang leven en vitaliteit. Een leeftijd van een paar honderd jaar wordt vermeld. Zeker is van meer dan honderd vijftig jaar.

Vondel, Bespiegelingen van Godts wercken;

‘De wakkere veldmier leert bijtijds de nooddruft sparen

En de arbeidzame bij leert winnen, en vergaren

Ook onderdanigheid aan ’s konings majesteit

Die fiere leeuw genadig, de hond getrouwigheid

De slang voorzichtigheid, de schildpad leert de vrouwen

Als huisvrouw, onder ’t dak, haar huis en drempel te vertrouwen’.

 

Heraldiek.

De schildpad, van wie de langzame groei enerzijds en een lange levensduur anderzijds opvalt, is het symbool van standvastigheid en het langzame doch gestadige voorwaarts streven, alsmede het zich roemvol ontwikkelen van de familie. Evenals dit dier zijn lichaam met een hecht pantser heeft omgeven zal ook de wapenvoerder met krachtige arm zich beijveren steeds voor zijn vorst als het ware een schild te vormen. De wapenspreuk van het geslacht Pian, dat eveneens de schildpad voert, luidt: Chi va piano, va sano’, wie langzaam gaat, gaat goed’.

Bij de Hindoes werd het vereerd als fetisjdier en is ze door Vishnu, die om de wereld te redden haar gedaante aannam, als wereldbergdraagster ook een kosmogonisch symbool.

 

Gebruik.

Hun vlees van vele schildpadden geld, net als het vet en de eieren, als een lekkernij en werd gebraden, in ragouts en soepen gegeten.

De reuzen- of olifantsschildpadden Geochelone nigra of Chelonoides nigra, overtreffen alle op het land levende schildpadden in grootte. De lengte kan tot anderhalve meter worden, de hoogte een meter en het gewicht 200-400 kg.

In de 16de en 17de eeuw kwamen ze op sommige eilanden van de Indische Oceaan en Stille Zuidzee in grote getale voor. Op Galapagos eilanden, Mauritius, Reunion etc.

Vanwege hun uitstekend vlees zijn ze door de zeelieden grotendeels uitgeroeid. Het langst hielde ze nog op Galapagos stand omdat die minder door de schipvaart bezocht werd. Gedurende zijn reis met de Beagle vond Darwin ze in 1835 op alle eilanden van deze archipel. Ook hier werden ze, toen er een strafkolonie van Ecuador gevestigd werd, grotendeels uitgeroeid.

Galapagos is een Spaans woord voor de schildpad, de Galapagos eilanden zaten er vol mee. In 1691, toen Leguat het eiland Rodriguez bezocht, waren zo talrijk dat hij ‘honderd schreden op hun ruggen kon lopen zonder de aarde aan te raken’. De schepen namen vaak een vier honderd schildpadden aan boord en elk leverde een veertig a honderd kg prima vlees. De schildpadden kunnen lang zonder voedsel zodat ze gemakkelijk in het schip opgeborgen konden worden tot hun tijd daar was. Later kwamen daar vaak strafkolonies die ook nog geholpen werden door de meegebrachte zwijnen. Van de enorme aantallen verdwenen er binnen een honderd jaar de meeste.

 

Tortoise.

Toen Britse zeelui in die streken kwamen namen ze zo de namen over die de Spanjaarden en Portugezen voor de schildpad gebruikten. In Portugees is het tartaruga en Spaans tortuga. Sir Walter Raleigh, in zijn beschrijving van zijn eerste reis naar Guyana, 1595, geeft aan dat zijn bemanning zich hoofdzakelijk voedde met tortugas en hun eieren. Dit woord of het Frans tortue werd door de Britten tot turtle gemaakt. En niemand gebruikte de naam sea-tortoise. In het Engels stond tortoise voor de land- en zeeschildpad, later werd het zeedier meer turtle genoemd.

 

Vondel, Vermaeckelijcke Inleydinghe  CXV;

Den Hase en de Schiltpadde;

‘Een ongeziene kans de Schildpad heeft bestaan

Als met de lichte Haas zij ging een wedspul aan

Die met zijn snelheid en rasse leden

Dit lome dier verbaasd met alle schamperheden

Wat wilt gij kruiper doen? O, luie rondasser

Een al te trage prooi, kruip, kruip, op uw manier

Ik kom nog vroeg genoeg. Schudt van de uwe de harde schelpen

Noch zo veel benen uit en laat ze de ander helpen

Ik ben toch morgen vroeg te Ronssen, voor de stad

Eer gij op ’t einde zijt van het geldeloze pad

De Schildpad zich op haar wege spoedt, gestadig zonder dralen

Geen slaap ontrooft haar vlijt, om eer en prijs te halen

En vindt de Haas niet als op de avond spade

Die dan zijn daad verfoeit, meer als om schande als schade

Kom. Rappe wispeltuur, die schijnt de baars te ontgallen

Uw roem is al gedaan, uw spillen zijn u ontvallen

Zie hoe gestadigheid de lauwerkroon ontvangt

En ’t wispelturige hart aan armoedes borsten hangt

De een grote steden bouwt, verrijkt ze door haar wallen

En de ander werpt ze neer, doet alles vervallen

De gestadige jager jaagt en wint ten leste ’t veld

Wanneer hij op de troon der ere wordt gesteld’.

 

Zie verder: http://www.volkoomen.nl/ en : http://volkoomenoudeherbariaenmedisch.nl/