Strandruiter, Tringa, cirlgors, Emberiza.

 Uit Martinet.

 

Maerlant vergelijkt twee vogels met pelgrims.

 

Tringa nebularia (witgat die nevelachtig gevlekt is) (Glottis littoreus (Grieks glottis; mond van een fluit, en van de kusten) (Tatanus glottis) is de groenpotige strandruiter of groenpoot strandsnip, Engels greenshank, Duits Grunschenkel Frans chevalier aboyeur.  Gewoonlijk ziet men hem alleen, hoewel bijna altijd omringd door verscheidene soorten van strandlopers, steltkluiten, grutto’s en zelfs zwemvogels, vooral eenden, naar het schijnt treedt hij bereidwillig als leider van deze vogels op, ze volgen hem althans blindelings. De opgewektheid, behendigheid en beweeglijkheid die aan alle ruiters eigen zijn heeft hij in hoge mate. Zijn houding is flink en kan zelfs fier heten. Hij stapt met waterpas gerichte romp vlug en luchtig over de vaste bodem, loopt graag in het water.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Uit Martinet.

Emberiza cirlus (Verlatijnst woord van Duits Embritz, Ammertiz, Ammer en mogelijk van Italiaans zirlare; fluiten) is de cirlgors die in Z. Europa voorkomt, Engels cirl bunting, Duitse Zaunammer. In de broedtijd is het mannetje opgewekt en zingt van ‘s morgens tot ‘s avonds zijn eentonig liedje dat in Duits gehoord wordt als ‘Sís, sís noch viel zu fruh’of ‘Wenn ich ’n sichel hatt, wollt ich mit schnitt, of ‘Wie, wie hab ich die lieb’. Na de broedtijd verenigen ze zich tot zwermen, ook komen er wel leeuweriken, vinken en kramsvogels bij. In het voorjaar komen ze weer naar hun woonplaatsen terug  Of het sijsje Chrysomitris spinus, hoewel minder waarschijnlijk.

 

Bestiarium.

Uit Maerlant; ‘Glutis, zoals Plinius spreekt, is diegene die lange tongen uitsteekt. Een vogel en als die gewaar wordt dat de vogels met grote scharen tegen de winter heen varen, de zwaluwen met de ooievaren, dan vliegt het met het gezelschap mee. Maar als bij hem de pijnlijkheid van het vliegen komt, dan blijft hij achter in enig land, doch vliegt het soms wel heen in korte dagtochtjes en in kleine stukjes zodat het de winter ontgaat die het met koude slaat. Een ander vogel is er dan aldus in Azië en die heet Sicramus die aldoor mee vaart en blijft er een achter, is het nacht, is het dag, dan roept hij dan en troost ze dat ze vervolgen.

Deze twee soorten vogels, waarvan ik rijm, betekenen de twee soorten pelgrims die wij met het kruis te enige landen zien heen varen om het heilige land te vinden. Die zijn heet in het begin, alzo zien een groot gezelschap hun buren ter genezing gaan, maar het eerste dat ze gewaar worden is dat de vaart een deel zwaar wordt, dan eisen ze aflaat en willen ze keren en zien en varen ze achter in zulke aard dat ze niet.

Aldus ware het dat men bekende om niet zo te beginnen en moet gedogen dat ze spreken. Rome laat zich niet ontbreken en zendt gauw genoeg legaten uit die de trage door geldbaten verlossen van alle misdaden en zendt ze van zonden ontladen naar hun papen te lande weer

O wi! die dat verdienen hier dat al hun zonden zijn verlaten, dat is zaligheid van grote baten! en die dat verdient voor zijn dood maakt met recht grote blijdschap.

O wacht! o menige heremiet, hoe menig monnik van scherpe habijt vindt men die lang heeft geleefd en die weinig solaas heeft, zwijgzaamheid en discipline gehouden heeft en zware pijn, lezen, zingen en waken en zwak voedsel in deze zaken en noch kwam hem niet van Rome brieven van aflaten ten bate. Sint Pieter, ik loof die en alle pauzen daarbij die uw stoel hebben bezet, uw fraaie mond laat ons weten dat God elk lonen zal recht naar zijn pijnen, dit wil ik spreken, elke man ginds behoudt de eerlijkheid van Rome. Pelgrim, nu merk dit, slacht u de vogel glutis, dan heeft u het kruis ontvangen. God heeft zijn belofte voldaan en zoek er geen aflaat van. En zij die zo loos daar staat zoals u daar voor God gaat, wie ze kent, niemand mag ontvlieden’.

 

Zie verder: http://www.volkoomen.nl/ en : http://volkoomenoudeherbariaenmedisch.nl/