Zwaluw, Hirundo, Delichon, Bijbel, voorjaarsbode, heraldiek.

Naam.

Zwaluw. In midden-Nederlands was het swalewe en swaluwe, in oud-Saksisch swala, oud-Hoogduits Swalwa, (nu Schwalbe) oud-Egels swealve (nu  swallow) en oud-Noors svala wat uit Germaans swalwon stamt.

 

Swallow tail, de Duitse Schwalbenschwanz, het kledingstuk is naar de zwaluwstaart genoemd.

 

Hirundo rustica, L. (landelijk, bij de boeren voorkomend) behoort nog meer tot het huisgezin dan de ooievaar omdat ze door de openstaande deuren naar binnen kwamen. De boerenzwaluw die in Groningen zwaalfje heet en in Friesland swel of swjel, zwaalf en sjewel, in Duits Rauschschwalbe, Engelse barn swallow en Franse hirondelle de cheminee. De Gaelic naam gobhlan-gaoithe betekent vork van de wind, naar zijn staart.

 

Delichon urbicum, L. (bij de stad) is de ook algemeen voorkomende huiszwaluw die ook wel melkstaartje of witgatje genoemd wordt omdat ze te herkennen is aan de witte stuit, ook rivierzwaluw, kerkzwaluwmelkstaartje, nonnetje, hoeszwaolf, husweal, Duitse Hausschwalbe of Mehlschwalbe, Engelse house martin en Franse hirondelle de fenetre.

 

Vorm.

Gemiddeld komen ze hier tussen 1 en 15 april en blijven hier tot eind september, begin oktober.

Altijd ziet ze er netjes uit en haar vrolijke stemming wordt slechts door zeer slecht weer en het daaruit voortvloeiende gebrek aan voedsel verstoord.

Totale lengte achttien cm. met een vleugellengte van twaalf cm en een staartlengte van negen cm.

De bovendelen en een brede gordel op de krop zijn metaalglanzig blauwzwart. Het voorhoofd en de keel hoog kastanjebruin en de overige onderdelen roestgeel.

 

Zingen.

Het zacht klinkende ‘wiet’ dat niet zelden tot ‘wiede wiet’ verlengd wordt, is een bewijs van een prettige stemming of wordt als loktoon gebruikt. Als waarschuwing en uit strijdlust schreeuwt zij helder en luid ‘biewiest’ en een dreigend gevaar wordt aangeduid door de klanken ‘deewieliek’. In doodsangst roept ze ‘tsetsj’ met sidderende stem. Het zijn berouwvolle zielen die boete willen doen. Terwijl het wijfje de eitjes bebroedt zingt het mannetje in haar nabijheid een zacht tsjilpend lied.

 

Broeden.

De holle nestkogels zijn een twintig cm breed en tien cm diep. Ze zijn gemaakt van klei die met speeksel zorgvuldig vastgeplakt worden. Bij gunstige weersomstandigheden is het huis binnen acht dagen gemetseld. Van binnen wordt het dan nog met fijne stoffen bekleed voor de kinderkamer. In mei komen de vier a zes dunschalige eieren die op een zuiver witte grond met asgrauwe en roodbruine stippeltjes getekend zijn. Ze worden zonder hulp van het mannetje uitgebroed. Binnen twaalf dagen verschijnen de jongen. Bij slecht weer duurt het langer, het vrouwtje moet langer van het nest weg om voedsel te zoeken en dan kan het wel zeventien dagen duren.

Een moeder moet in de zomer vijf jonge zwaluwen voeden. Ze moet derhalve vijfmaal uitvliegen om telkens iets te halen. Denk je dat ze ondertussen vergeet wie er al gehad heeft? Nee, ze heeft het wel onthouden en toont haar ongenoegen wanneer er een voor zijn beurt zijn mond opent.

De jongen kunnen de derde week al hun ouders volgen. Die voorzien hen eerst nog van voedsel en brengen ze aanvankelijk elke avond naar het nest terug maar wijzen hun later een eigen slaapplaats en laten ze dan aan hun lot over.

 

Vliegen.

Ze hebben lange vlerken met een puntige staart en korte poten. Van al onze vogels heeft zij de snelste en behendigste en meest afwisselende vlucht. Zij drijft of zweeft en schiet dan steeds snel vooruit of vliegt fladderend en maakt bliksemsnelle wendingen zijwaarts, naar boven en naar beneden of verheft zich op dezelfde wijze tot een aanzienlijke hoogte. Hun zwieren en wenden, hun laag maar aller snelst vliegen over het water en de grond bekoort ons. Zij doet dit alles met een vaardigheid die verbazing wekt en zelfs kan ze onder het vliegen door over de kop buitelen. Onder het vliegen vangen ze insecten en eten die al vliegend op. Zo moet ook de mens naar het hemelse streven. Met grote behendigheid vliegt ze door nauwe openingen heen, zonder zich ergens tegen aan te stoten. Ook verstaat ze de kunst om al vliegende te baden door dicht langs de waterspiegel heen te schieten en gelijk haar lichaam er in te dompelen en zich vervolgens onder het vliegen af te schudden. Ze zijn in staat om lang op de wieken te drijven en zich gezwind om te keren. Je ziet ze dit veel doen als het regenen zal. Dan wordt de lucht zwaarder en de insecten komen naar beneden.

 

Sage.

Volgens een Zweedse overlevering riep een zwaluw bij het kruis: ‘hug svala hom, hug svala hom’, dat betekent: “geef Hem koelte”. De vogels hadden hem erkend op wiens altaren ze altijd veilig zijn en waar ze hun nesten konden bouwen. (zie duif) Hun Germaanse naam zou uit deze uitroep ontstaan zijn. De naam in Scandinavië is scvala wat bevestigen betekent, het zou ongeluk brengen hun nest te vernielen, de vogel zou aan de huisgoden gewijd zijn.

 

Historie.

In tegenstelling tot de mus, als fallisch symbool, was de zwaluw als beschaamde vrouw aan Venus gewijd.

Een zwaluw waarschuwde Alexander de Grote voor verraad. Als babbelaarster is ze berucht en een Grieks spreekwoord waarschuwt voor zwaluwen onder het dak. Hun gekwetter wordt met barbaarse talen vergeleken.

Naar Xenophon beteken zwaluwen een ongelukkige uitkomst van zijn expeditie tegen de Scythen. Ook Antiochos kreeg dit voorteken. Plutarchos verhaalt dat de godin Isis in een zwaluw veranderde.

 

Heraldiek.

Het lentevogeltje en voorbode van de lente is het teken van moed en tegelijkertijd geluk aanbrengend. Ze duidt tevens op aanhankelijkheid. De gemeente Zwaluwe voert de zwaluw evenals de families van Swaluwe, Annez en Schwabenberg Het laatste wapen voert prins Bernhard, Prins van Lippe-Biesterfeld, sinds 1973 als derde kwartier in zijn gevierendeeld wapen.

 

Bijbel.

De verkondiger van de herfst en voorjaar komt ook in de bijbel voor, ook in de beroemde stelling Tobias 2, 11, waar ook van een mus sprake kan zijn. Zwaluwmest is dan nog steeds zeer gevaarlijk en waarschijnlijk is dit nog een overlevering van het verhaal van Tobias. Die kreeg van een zwaluw wat op zijn oog en werd daardoor verblind. Hij werd genezen doordat er gal over zijn ogen gestreken werd. Dit waarschijnlijk door de alkalische en schuimende eigenschappen of de antiseptische eigenschappen van galzure zouten.

Jesaja 38:14 ‘als een zwaluw, zo tjilp ik’. 

Hizkiah ‘s, ‘sus’, wordt meestal vertaald als zwaluw, het Arabische woord sis is er mee verbonden en betekent snel, naar zijn sjitterende geroep.Verder komt de sus voor in Jer 8:7 en wordt daar beschreven als trekvogel.. (zie kraan) Ook is het mogelijk dat de gierzwaluw bedoeld wordt.

 

Het woord ‘deror’, betekent vrijheid en  kan voor alle vogels gelden. Het wordt vertaald als zwaluw en gierzwaluw en  komt voor in Psalm 84:4; ‘zelfs vindt de mus een huis

En de zwaluw een nest voor zich

Waar zij haar jongen neerlegt

Uw altaren..’

Spreuken 26:2: ‘gelijk een mus weg fladdert en een zwaluw heen vliegt’. Jeremia 8:7.

 

Vondel, Tobias, de Godvreezende;

‘Toen een zwaluwdrek mijn  lichaams vensters sloot

Waar ’t morgenlicht doorscheen’.

 

Bestiarium.

Uit Maerlant; ‘Irundo, dat is de zwaluwen naam, zwart van pluimen en zeer bekwaam en menigeen kent hun gedaante. Als de dageraad aankomt begroet ze die met zoete zang en laat de slaper niet lang rusten, maar vermaant hem zo dat hij waakt en God dankt die het al maakt. Neem van de zwaluwen onder de rechtervleugel het bloed dat is goed voor de ogen die stom zijn gemaakt. Solinus zegt van een zaak dat haar natuur al laat weten of een huis instorten zal, want daarin maken ze geen nest’. Is er een nest verstoord dan worden er geen nieuwe meer gemaakt. Dat is een ramp, want in het gebouw waar ze nestelen slaat geen bliksem in. Die het nest beschadigt heeft geen geluk meer. Ook waar onrecht en twist heerst, daar komen ze niet of gaan er vandaan. Daarom vliegt de zwaluw na de terugkeer in de lente dadelijk naar zijn oude nest om te kijken of alles daar nog goed gaat. Daar gaat ze heen en komt pas terug als ze met de nestbouw gaat beginnen. Gaan ze zelfs in de bomen nestelen, daar kan je geen kalveren fokken want de bewoners zijn goddeloos. Komen ze niet terug, waar ze vroeger wel waren, dan brandt dit huis spoedig af.

 

Een huis dat zal vergaan komt geen zwaluw in. Wel bij een stevig huis.

Uit bestiary.ca

 

Maerlant; ‘Boven alle vogels denken ze het best om hun jongen te broeden en ook te behoeden. Ook zo vindt men menigeen die in de lever stenen dragen die men celidonius noemt waar hierna een verhaal van komt tot wat dingen ze goed zijn en hoe dat de mensen het kennen moeten’. Wordt een jonge zwaluw van het eerste broedsel en voor de eerste volle maan levend opengesneden dan vind je in de maag twee steentjes. Dioscorides weet te melden: “de jongen uit de eerste broedsel hebben een twee steentjes in de maag. Bind ze in kalfs- of hertenhuid en leg die op de naakte arm, dan helpt dit tegen epilepsie”. Op sommige plaatsen werken ze ook tegen zwaarmoedigheid, geheugenloosheid en hoofdpijn. De zwaluwen werden in de oudheid alle mogelijke medische werkingen toegeschreven. Broeden ze zeven jaar lang in hetzelfde nest dan laten ze de zwaluwsteen voor je achter.

 

Maerlant; ‘In oude filosofen boeken mag men vinden, wil men het zoeken die dat heilige vuur ontsteekt, eet de zwaluw dat breekt epilepsie af en vergaat daar mede’. Neem een zwaluwhart en kook het in melk, draag het bij je dan krijg je alles wat je wil.

De zwaluw levert ook middelen waarmee liefde of haat verwekt kan worden. Leg een nest met jongen voordat ze veren hebben, in een pot en begraaf die in de grond. De zwaluwtjes die gestorven zijn met de bek open zijn een liefdesmiddel, diegene die gestorven zijn met een dichte bek doen het tegengestelde.

Mistletoe met een rode lelie opent alle sloten. Als het voorgaande in een boom wordt gehangen met de vleugel van een zwaluw, zullen alle vogels binnen vijf km, zich daar verzamelen". In zijn tijd geprobeerd en aldus gesproken, A. Magnus

 

Nederrijns moraalboek, Bestiaria d’ Amour, rond 125’; ‘Want de zwaluw is van zulke naturen dat ze al vliegende eet en drinkt. En ze durft geen vogel te ontzien omdat ze geen vogel vangt.’

Maerlant; ‘Isidorus schrijft wonderlijkheden dat ze geen vogel, hoe zoet het gaat, nooit in prooi vangt. Hun komen en hun gaan is wel opgewacht, ze gaan weg voor de winterkracht naar warme landen, daar van naturen geen winter kan het duren, aldaar vindt men ze pluimloos. Hun komst boodschapt altijd de ingang van de lente. Zelden rooft men hun jongen en men doet ze node schade. Die privilegie hebben ze van God’. Het zijn vogels van Maria, de Duitse Muttergottesvogel en de Herrgottvogelein. Dood deze vogeltjes en je vee krijgt ongeluk of er komt bliksem. Als straf zou je huis binnen de kortste keren af branden, koeien geven rode melk of helemaal niets en je beste koe zal doodgaan, de boer wordt ziek en sterft soms, de leerlingen worden ontegenzeggelijk en de meester kan de orde niet meer bewaren, hij wordt ziek etc.

In West Vlaanderen wordt het de vogel van Onze Lieve Vrouw genoemd omdat ze omstreeks mei, de maand van Maria, verschijnen en met Maria Geboorte, 8 september, weer vertrekken. Die dag is bekend als zwaluwenafscheidsdag. Op de avond van de zevende september liet men in zekere Westvlaamse dorpen ook nooit na om te drinken op een gelukkige afreis van de zwaluwen van Onze Lieve Vrouw. Een volksverhaal zegt dan ook dat waar Maria ook reisde of vluchtte er steeds een zwaluw met haar meevloog.

Het was op een septemberavond in Vlaanderen. Een voerman reed met zijn wagen terug naar de stad. De weg was slecht zodat de wagen in de modder bleef steken. Wat de man probeerde, niets lukte, de wagen zat vast en bleef vast. Er kwam een arme vrouw de weg op, het was de maagd Maria, maar dat wist hij niet. "Ik heb dorst", zei ze, "heb je voor mij wat te drinken?: "Och vrouwtje ik heb niets bij me". Maar terwijl hij dat zei hoorde hij zwaluwen over het water scheren en hoewel hij zeker wist dat er nergens een dronk te halen was ging hij toch over de haag kijken en jawel hoor, daar was water. Hij verwonderde zich niet lang en zocht een gat tussen de struiken en stond bij het water. "Als we nu maar een glas hadden". "Hier is er een", zei Onze Lieve Vrouw, zij plukte een witte heggenwinde en gaf die de man, die schepte water in de kelk als in een glaasje en bood het de dorstige vrouw aan. Ze dronk en verfriste zich en nam toen een rank van de winde en deed die om het wiel en zie, zonder verdere moeite trok het paard aan en de wagen ging voort. De voerman groette eerbiedig, hij zag nu wel wie hem geholpen had. Hij vertelde het in het dorp en de meisjes daar dronken in het vervolg ter herinnering hieraan op de achtste september uit de windekelk een afscheidsgroet voor de zwaluwen als deze vogels van Onze Lieve Vrouwe weer naar het zuiden trekken. Op een behouden terugkeer in mei, klinkt het terwijl ze de bekertjes omhoog houden, de heggenwinde noemen ze Onze Lieve Vrouwe glazeken.

Guthlac, de helige heremiet uit de achtste eeuw was een liefhebber van zwaluwen. Er wordt vermeld dat ze zonder angst op zijn knie zaten

‘Zwaluwen in het dak, guldens op zak’. Op de Veluwe is er een gezegde; ‘waar een zwaluw aan de stal nestelt, daar sterven de kalveren niet.’ Bij de Duitsers: ‘Wo die Schwalbe nistet im Haus, Zieht der Segen niemals aus’. In een streek van Tirol geldt de regel dat bij de eerste aanblik van een zwaluw je staan moet blijven en met een mes de aarde onder je linkervoet moet uitgraven omdat je dan kolen vindt die de koorts verdrijft. Zie je de eerste zwaluw dan moet je onder je voeten kijken, vind je daar een haar kijk je naar de kleur, het is die kleur die je toekomstige echtgenoot zal hebben. Of, als je de eerste zwaluw ziet moet je je gelijk wassen anders zal de zon je gezicht verbranden.

In Het Spreewald roept men de terugkomers toe: ‘welkom, welkom zwaluwen’. Men knijpt een hand dicht en steekt die in de zak zolang de vogels te zien zijn, dan heeft men het hele jaar geld in de beurs.

Als je ongehuwd bent en voor het eerst dit jaar een zwaluw ziet, mits je alleen bent, dan zal je dit jaar trouwen. Zijn er meer mensen bij je dan duurt het nog jaren. Ziet een meisje twee zwaluwen tegelijk, dan krijgt ze binnen een jaar een man.

 

Nederrijns moraalboek, Bestiaria d’ Amour, rond 1250; ‘En er is enig veranderen aan en weet welk veranderen niet meer is dan van de zwaluwen. Want men heeft het geprobeerd, is het dat men haar jongen de ogen uit steekt, daarbij blijft het niet, ze worden weer ziende voor ze volwassen worden.’

Maerlant; ‘Aristoteles en Adelijn, wat twee aardig grote meesters zijn, zeggen en dit is wel bekend, waren hun jongen blind en dat hen de ogen weer komen met een kruid, horen we noemen, dat heet Chelidonium en dit is wonder hoe het zo gaat’. Het is een middel tegen oogziektes. Om deze redenen werd de zwaluw in het volksgebruik tegen zere ogen gebruikt. Men roosterde ze en maakte er poeder van wat tot zalf gemaakt werd en men geloofde dat men nu een medicament had die het gezichtsvermogen versterkte en behield.

Dit zien we ook bij het kruid Chelidonium, de stinkende gouwe. De plant voert de naam naar het Griekse chelidon: een zwaluw. Een betekenis tussen plant en vogel probeert Plinius te doorgronden als hij fabelt dat de zwaluwen met hun bloemen het gezichtsvermogen herstellen. Het verhaal van de zwaluw is vreemd, maken we Plinius verhaal echter af dan vermeldt hij ook dat de plant bloeit met de komst van de zwaluw en verdwijnt met hun vertrek. Theophrastus vertelt dat de chelidon bloeit als de zwaluwwind blaast.

Resumerend zou men aannemen dat de seizoeninvloeden het origineel was van de naam en de meer interessante fabel een later sprookje. Verder komt de naam ogenklaar en schelkruid voor. Men brengt er het oud-Hoogduitse werkwoord sceljan: schellen met de betekenis van afkrabben, afschillen, mee in verband. Door het schellen zouden de vlekken van het hoornvlies worden afgeschild waardoor men beter ziet. De schellen van de ogen vallen is een zegswijze bij ons.

Deze edele heilige vogel waarvan de Spanjaarden zeggen, “Wie een zwaluw doodt, doodt zijn moeder” heeft een volks medische betekenis.

Vooral werden ze gebruikt om de ogen beter te maken. De Grieken en Romeinen zagen haar als scherpziend dier en meenden dat de ogen onverstoorbaar waren. Verwonde de zwaluw door een ongeluk een oog of stak men die expres uit dan groeide die, tenminste bij de jonge vogels, weer aan. De genezende eigenschap van Euphrasia zou door zwaluwen ontdekt zijn die hun jongen met het kruid voerden als die last hadden van zere ogen. Dit werd door de mensen gezien en nagevolgd. Dit vooral omdat het midden van de bloem op de menselijke pupil leek (signatuurleer). De purper en gele vlekken en strepen lijken veel op de ziektes die het bestrijdt, de zwartogige pupil in zijn hart.

 

Zwaluwen, wij hebben er hier vier van.

De huiszwaluw die aan de huizen nestelt, de boerenzwaluw die kleiner is dan de eerste, de strandzwaluw die nog kleiner is dan de vorige en de gierzwaluw die nooit op de grond gaat zitten.

(Gierzwaluw is de steen- of torenzwaluw en behoort tot een andere familie, zie daar.)

 

Shakespeare, ‘Macbeth’ 1, 6;

Duncan: De ligging van dit slot is heel bekoorlijk’.

De zuiv’re lucht noodt onze kalme zinnen’.

Tot zoete rust’.

Banquo: Ook gindse zomergast’.

De zwaluw, die aan tempels huist, bewijst’.

Door hier ‘t verblijf te minnen, hoe verlokkend’.

Hier ‘s hemels adem geurt, geen uitstek, fries’.

Geen pijler, aardig hoekje, of die vogel’.

Heeft er zijn hangend bed en een vruchtb’re wieg’.

En waar die ‘t liefst woont en nestelt, vond ik’.

De lucht steeds rein’.

‘The Merchant of Venice’, II,9,28: ‘als de zwaluw’.

De huiszwaluw die in het Engels martlet heet maakt haar nesten aan de buitenkant van gebouwen en meestal dicht bij elkaar zoals Shakespeare uitvoerig beschrijft in Macbeth I,6,4 hij wist welke soort hij koos, de boerenzwaluw nestelt binnen het huis.

 

 

Voorjaarsbode.

Shakespeare laat Perdita in de ‘Winter’s Tale’ 4, 118 zeggen als ze naar voorjaarsbloemen uitkijkt,

"O Proserpina,

For the flowers now that frighted thou lett's fall’.

From Dis's wagon! Daffodils’.

Daffodils, That come before the swallow dares, and take’.

The winds of March with beauty". (Take in de betekenis van bezweren of betoveren)

Perdita is hier gastvrouw voor haar pleegvader, de schaapherder, bij een vrolijke herdersfeest dat the feast of sheep-shearing genoemd wordt. Ze verwelkomt haar gasten met bloemen. Ze zegt dat ze hen niet met de voorjaarsbloemen kan verwelkomen als daffodils (narcis), ‘that come before the swallow....’.

Ook omdat narcissen komen voordat de zwaluw dat durft die gasten zijn van warme dagen en zonneschijn wat reden geeft tot vreugde en vriendelijke bejegening.

Vondel, Bespiegelingen van Godts wercke;

‘De zwaluw, de ooievaar

Elk roept, een ieder neemt seizoen en tijden waar’.

De zwaluw heeft dezelfde mythische betekenis als de koekoek. Als bode van het voorjaar brengt ze zegen en in de winter daarentegen ongeluk. Het is de vogel van Aphrodite/Venus. Neem de as van deze vogel bij je en je zal onweerstaanbaar voor vrouwen worden.

 

Huisbode.

De huis- stad- of vensterzwaluw bouwt wel haar nest buiten tegen de muren en de ander doet het onder dak. Om dit voor hen wat gemakkelijker te maken worden er wel kleine plankjes aan de balken bevestigd, maar nooit aan de zogenaamde lijkbalk waaronder de doodskist geplaatst wordt voordat ze naar de begraafplaats gaat. Doe je dat wel dan zal er al gauw een kist van een huisgenoot staan.

In Westfalen was het een gebruik de huisvader aan het hoofd van het hele gezin naar de poort of hekafsluiting ging en dan plechtig alle deuren opzette op de dag dat de zwaluw terug zou komen.

Zo gauw de vogeltjes bij hun oude huizen teruggekomen zijn houden ze inspectie. Vinden ze dit niet in orde dan sjirpen ze:

Vorig jaar toen ik vort ging

Waren alle schuren vol

Nu ik er weer ben

is alles verfrommelt, vernield en leeg

De laatste regel luidt ‘en nou is ‘t al;

gaerre tireliere liere liere l.. l... leech

 

Of;

Laatstmaal, als ik hier was

vond ik hier ‘nen korentas

nen havertas, ‘nen vlassentas

en nu vind ik hier niet

Alles is verkwiet!

Kwitter, kwetter, kwitter-kwetter, kwiet-kwiet-kwiet!

‘k Zie het niet, ‘k en vind het niet

en waar is dat gebleven?

‘t Is naar de merkt

en door de kert (=molensteen)

verfrutseld en verwrrrreven’.

 

Nest.

Ze zijn zeer gezellig onder elkaar en zodra een vijand haar of haar jongen bedreigt stoot ze een luide schreeuw uit waarop terstond al de zwaluwen uit de buurt aansnellen en gemeenschappelijk het dier verdrijven of verslaan. Zo verhaalt A. Magnus dat ze vaak twist hadden met de mus die in hun afwezigheid hun nesten in beslag probeerde te nemen. Als een mus zijn huis heeft betrokken en er niet uit wil gaat de oude bezitter heen en doet bij andere zwaluwen zijn beklag en komt met duizenden helpers terug. Een algemene oorlog wordt aan de onrechtvaardige indringer verklaard en metterdaad begonnen. Men vecht zolang tot de mus de woning verlaat. Dat men te Keulen menig maal heeft opgemerkt dat de zwaluw door haar geschreeuw vele andere van haar soort erbij had geroepen die nu gezamenlijk met de meeste ijver klei aanbrachten waarmede zij de opening van het nest dicht smeerden en op die wijze de overweldiger lieten stikken. Dat ze vervolgens het nest weer open maakten en het slachtoffer van hun wraak er weer uitwierpen.

Haal het eerste ei eruit en maak die leeg of kook ze en leg ze terug. Als de zwaluw merkt dat het ei niet uitkomt dan haalt die een zekere wortel die ze bij het ei in het nest legt. Als deze wortel er uit gehaald en bij geld gelegd wordt, zorgt die er voor dat het geld niet minder wordt.

 

Overwinteren.

De ridder Caesina nam als hij aan wedstrijden te Rome deelnam enige zwaluwen van huis mee die hij als hij gewonnen had met zijn kleuren verfde en als bode aan zijn vrienden zond.

Zwaluwen keren terug naar het nest waar ze geboren zijn. Op dat geloof steunde een priester die een briefje bond aan een vertrekkende zwaluw waarop stond: ‘zwaluw, waar woon je ‘s winters?’ De vogel bracht het antwoord mee terug: ‘ In Azië, in het huis van Petrus’.

Als in het najaar de insecten minder worden maken de zwaluwen zich gereed om te vertrekken. Ze verzamelen zich op de vorsten en goten van huizen. Verscheidene dagen vliegen ze rond totdat er een frisse noordenwind waait waarop ze besluiten de reis aan te vangen. Ze vertrekken naar een ander land in de winter of slapen onder water tot de lente. Ze komen ook vaak samen in het riet die onder hun last wel eens tot op het water doorbuigt, tot ze door het gewicht brak en de vogels in de rivier vielen. Dat werd vergezeld door hun klaagzang die wel een kwartier duurde. Daaruit ontstond waarschijnlijk het algemene geloof dat de zwaluwen in verstijfde toestand in het water en aan de rivieroevers overwinteren. Dit volgens Olaus Magnus. Noorse vissers verhalen dat ze grote klompen verstijfde zwaluwen in hun netten opgehaald hebben en als ze die in warmte brachten weer bijkwamen. Men beweert dat ze te Wittenberg in de slotkerk achter een paneel gevonden zijn. Elders zegt men in holen en gaten. De verklaring van de wintertrek wist men niet.

 

Spreekwoorden.

Als de zwaluwen scheren over water en wegen, dan komt en dan blijft er wind en regen.

 

Uit Martinet.

Riparia riparia, L. (aan de oevers voorkomend)  is de oever-, duin-, tuin-, water-, strand-of aardzwaluw, eerdzwelf, diekzwaluw, skiere sweal, moddersweal, Duits Uferschwalbe, Engelse sand martin en Franse hirondelle de rivage.

Die graaft in lemige of zandige oeverwanden een een tot twee meter lange gang en maakt aan het uiteinde daarvan haar nest. Ze leven in koloniën.

Geeft in de vlucht een schurend geluid ‘dsjir dsjir of tjirr’ .

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Uit fr.wikipedia.org

 Ptyonoprogne rupestris (Riparia rupestris) Scop, rotszwaluw, Duitse Felsenschwalbe, Engelse crag martin, Franse hirondelle de rocher. Is hier zeldzaam, meest in M. Zeegebied.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Uit fr.wikipedia.org

 Chelidon ariel, (Petrochelidon ariel) de ariel neemt in Australië de plaats in van onze huiszwaluw.

Haar lemen nest is van een koker als ingang voorzien.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Uit Martinet.

 Merops apiaster, L. bijeneter, Duitse Bienenfresser, Engelse bee eater, Franse guepier.

Geelwit voorhoofd en kastanjebruine kop wat doorgaat op de bovendelen en op de vleugel gemengd met groen en zwart, gele hals, groene staart met in het midden langere pennen

Een holenbroeder uit Z. Europa.

Maerlant; ‘Merops, zoals Plinius zegt, is een vogel die dit pleegt in de aarde te broeden en in holen, zes voeten diep zodat hij is verscholen en voedt zijn jongen daaronder totdat ze in het vliegen goed zijn. Van pluimen is hij en deel grauw en op de rug kerend in het blauw en voor de borst een deel rood, wit aan de buik en niet zeer groot’.

 

Vondel, Vermaeckelijcke Inleydinghe  XC;

Zwaluwe ende Quist-Goet;

‘Een dertele Lichtmis die al zijn goederen verkwiste

Behalve zijn rok, die hij ongaarne miste

Doch als hij onvoorzien een Zwaluw zag in de locht

Haar vleugelen roeren zag, hij bij zichzelve docht

Die vogel is gewis een voorbode van de dagen

Die ’t allerlieflijkste zijn en niet dan bloemen dragen

Mijn hemd is mij genoeg, het opperkleed moet zijn

Verdobbelt en verspeeld, ’t hart vrolijk in de wijn

Maar alaas! Hoe is ’t gegaan? De Noordenwind is gekomen

En heeft met zijn geblaas de Zwaluw ’t lijf genomen

De Brasser, als hij nu de vogel liggen zag

Gij, zeide hij, de oorzaak zijd van al mijn geklaag

Van kou zal ik nu vergaan. Nu vindt ik mij bedrogen

Omdat gij trouweloos te vroeg de hitte zijd ontvlogen

Wie iets te spoedig doet, en volgt zijn eigen hoofd

Al lichtelijk van zijn welvaart wordt beroofd

Als de verkwister dacht op heden en om de morgen

Hij zou ongetwijfeld meer voor ’s levens welstand zorgen’.

 

Zie verder: http://www.volkoomen.nl/ en : http://volkoomenoudeherbariaenmedisch.nl/