1 mei, heiligen van de dag, weerspreuken.

Klik hier voor inleiding heiligen met relikwieĎn, biecht, aflaat, chrisma, era of tijdsbepaling, weerspreuken, bloemen.

 

weerspreuken.

In mei leggen alle vogels een ei, behalve de kwartel en de spriet, die leggen in de meimaand niet

Als het dondert in mei, valt er dikwijls hagel bij.

Avonddauw en koelte in mei brengen veel wijn en hooi. Ook:

Avonddauw en zon in mei, hooi met karren op de wei. Ook:

Dauw in mei en april, maken goede augustus en september.

De mei is tot juichmaand uitverkoren, heeft toch de rijp nog achter de oren. =Ook in mei is het nog wel eens koud.

Donder in mei, geeft gras in de wei. Of:

Het onweer in de schone mei, doet ‘t koren bloeien op de hei.

Donder in mei, zingt de boer, jochei. Ook:

Veel onweer in mei maakt de boeren blij.

Een bijenzwerm in mei, goed teken voor de wei. Of:

Een bij in mei is zo goed als een ei.

Een koude mei, een gouden mei.

Een natte mei geeft boter in de wei.

Een onweer in mei maakt de boer blij.

Einde van mei, staartje van de winter.

Het is een wenk, reeds lang verjaard, ‘t vriest even vaak in mei als maart.

Is de mei te nat, een droge juni volgt zijn pad.

Is het weer in mei zeer mooi, dan ziet de schuur maar weinig hooi.

Koele mei, goed geschrei. Ook:

Mei, koel en wak, brengt veel koren in de zak. Ook:

Mei, koel en nat, vult de schuur en ook ‘t vat. Of:

Mei, koel en nat, brengt koren in de schuur en spek in ‘t vat

Mei niet te koud en niet te nat, vult de schuur en ook ‘t vat

Met warm, geeft een goed jaar.

Onweer in mei is een vruchtbaar getij.

Een bijenzwerm in mei, goed teken voor de wei.

Mei is een ongunstige tijd om te trouwen wie in mei trouwt, het in juni berouwt, men had geen tijd om in de zaaimaand te trouwen.

 

1 mei, op de vooravond wordt de meiboom wordt geplant, meiliedjes gezongen, meifluitjes gemaakt op de maat van het liedje sap, sap, siepe, wanneer binst doe riepe?

De eerste mei geldt als de heerlijkste dag van het lentetijdperk, als het begin van de voorzomer.

De liefdesmei wordt geplant. Dit gebruik moet zeer oud zijn, de uitdrukking ‘den coelen mey planten’ komt al in de 15de de eeuw voor.

 

Mei is de Mariamaand.

Omdat de pioen zijn pracht in mei ontvouwt, de maand van Maria, siert het in die tijd ook de kerken onder de naam Mariaroos of altaarbloem en vaak de weg van de processies. In Duitsland wordt het Gartenpfingstrose genoemd wegens de bloeitijd met Pinksteren en bloeivorm. Antoniusblume heet het naar het gebruik op het feest van de H. Antonius op 13 juni.  De pinksterroos is een symbool van Maria want de volheid van haar bloemen kan vergeleken worden bij de volheid van de genade van de H. Maagd.

In Walcheren valt jaarlijks de Anneliesjesdag op de eerste donderdag in mei. Deze Liesjesdag is de traktementsdag want men verhuurt zich van mei tot oktober en van oktober tot mei. Dan trekken ze naar Middelburg waar ze deze vrije dag (luidruchtig) vieren. Op deze dag zou er vroeger een feest gevierd zijn ter ere van de godin Nhalennia, de moeder van overvloed en welvaart. De Nehalenniadag werd via Halleniadag, Hanneliesje dag tot Anneliesjesdag. Anderen noemen een afleiding van het Franse jour de liesse: dag der vreugde, het Engelse lease day: huurtijd. Volgens anderen omdat er twee R.K feestdagen samenvielen, de ene ter ere van Anna de profetes, Lucas 2, en de andere van Elisabeth, de moeder van Johannis de Doper wat aanleiding gegeven zou hebben tot de combinatie Anna-Elisabeth waaruit Anneliesje zou zijn ontstaan.

 

1 mei, St. Jozef, zie 19 maart: Hebreeuws, ‘Jahweh voege toe, geve vermeerdering’. Uit het O.T. bekend door Jozef, de zoon van Rebecca en Jacob, Gen. 30 en 37. Uit het N.T. vooral door Jozef van Nazareth, de man van Maria. Door hem is de naam vooral populair geworden, dit pas in de laatste eeuwen. In de middeleeuwse kerstliederen bijvoorbeeld blijft hij altijd op de achtergrond of verricht hij huiselijke bezigheden. Het toenemende gebruik van Jozef kwam niet alleen door de Reformatie maar ook door de groeiende verering van Jozef als heilige. Dit gebeurde na 1621 toen door paus Gregorius XV officieel een feestdag aan hem wijdde. In 1870 verklaarde paus Pius IX hem tot schutspatroon van de gehele kerk. Feestdagen waren aanvankelijk 19 maart en de tweede woensdag in Pasen. Op 1 mei 1955 kondigde paus Pius XII af, dat met ingang van 1956 de 1ste mei voor de gehele kerk een feestdag zou zijn ter ere van St. Jozef de werkman, als een beroep op de maatschappelijke vrede in de Christelijke wereld, dit als tegenwicht tegen de wereldse 1 mei dag.

Jozef stamde net als zijn verloofde af van koninklijke bloede, Mattheüs I. Salomon en David telde hem tot de zijnen maar hij werd bij een kleine dorps handswerkman geboren. Kroon en rijkdom was verloren gegaan, Jozefs armoede nam echter niets weg van zijn adel. De Heilige Schrift noemt hem een ‘rechtvaardige’ en geeft hem de hoogste lof. Het hart van een rechtvaardige bezit alle deugden. De behoeder van de Maagd te zijn, dat werd zijn opgave. Later wordt hij niet meer genoemd, terwijl Maria dat wel wordt; mogelijk was hij al overleden toen Jezus optrad. De laatste keer dat hij wordt genoemd in is als Jezus 12 jaar oud is.

Patroon- en beschermheilige van timmerlieden, patroonheilige van BelgiĎ, patroon van maagden, religieuze communiteiten, van het huisgezin en van stervenden. Paus Pius IX heeft de Jozef in 1870 uitgeroepen tot beschermer van de kerk. Hij heeft meestal een rode lelie als symbool van zijn staf in de hand.

 

 

 

 

Uit www.antiquariat-grundmann.de

1 mei, H. Waldburga (Walburg, Waldburg, Waldburga, Walpurgis of Walburgis): wal: ‘slachtveld’, vgl. de Walkuren, de goddelijke jonkvrouwen die de doden kiezen op het slachtveld en de helden op bevel van Odin naar het Walhalla brengen of waals: ‘buitenlands’, of wald: ‘heersen’, het tweede deel, burg: ‘bescherming’. Zodat de naam ongeveer betekent, beschermster op het slachtveld. Bij de Germanen gingen de vrouwen mee om de mannen aan te vuren, bij te staan en eventueel tegen te houden. De naam wordt al in de 3de eeuw op een Griekse scherf gevonden.

Waldburgis was de dochter van de Angelsaksische koning Richard  en zijn vrouw Wuna die geboren is rond 710 in Devonshire.  Zuster van de H. Willibald van Eichstätt, H. Wunibald van Heidenheim (Winibaldus), zie 7 juli en 19 december. Ze werd opgevoed in het vrouwenklooster Wimborne en op wens van Bonifatius, haar oom, naar Duitsland gezonden waar ze sedert 751/752 in het door haar broers gestichte klooster Heidenheim, bisdom Eichstätt, werkte waarvan ze in 761 na de dood van Wunebaldus abdis werd en toen een nonnenklooster werd dat dank zij haar charisma een betekenis volle cultuur en missiecentrum werd. Ze is op 25 februari 779 in Heidenheim overleden. Haar relikwieĎn werden overgebracht naar de naar haar genoemde abdij te Eichstatt. Ze is daar omtrent 870 door Odogerus, bisschop van Aichstatt uit het graf gehaald en onder het getal der heiligen gesteld en naar Heidenheim waar ze abdis was gevoerd. Daar zijn haar relikwieĎn door Boudewijn met de ijzeren arm naar Veurne gevoerd en verder naar andere gewesten van Vlaanderen, de kerken van Tiel en Lingen waren aan Walburga gewijd, de laatse is verwoest met de beeldenbestorming. Veurne dat daardoor het uitgangspunt werd van de verering en verspreiding van de naam in zuid Nederland en N. Frankrijk.

Al in de middeleeuwen gold ze als een van de bekendste heiligen. In 893 liet bisschop Erchenbald de non Liubila enige relikwieĎn van haar naar Monheim brengen. Op de weg erheen vonden talrijke genezingen plaats. In haar leven zouden zich, zoals de priester Wolfhard von Herrieden een honderd jaar na haar dood schreef, twee wonderen voorgedaan hebben. In het eerste geval straalde op de gemeenschappelijke slaapplaats van de nonnen een sterk licht. Daarvoor had de portier van de kerk waarin Wadburga gebeden had, geweigerd haar met het licht voor te lopen en daar straalde een wonderlijk hel licht door het hele klooster. In het tweede geval werd een op sterven liggende dochter van een rijke man door haar gebed weer gezond. Men schreef haar vele wonderen toe en onder meer het weren van toverij en dat op de nacht van het oude heidense meifeest, de nacht van het huwelijk van Wodan met Freya of Holda.

Onder Walburga’s relikwieĎn schrijn vormt zich sinds 1042 regelmatig, ongeveer van 12 oktober als de dag van de overbrenging naar de tegenwoordige plaats tot rond 25 februari de dag van haar dood, een heldere vloeistof, Walburgis olie, dat is van grote waarde die in een vergulden schaal verzameld wordt en op vragen van hulpzoekenden over de hele wereld verzonden wordt.

Haar dag is op 25 februari, maar naar de jongste Liturgievorm gedenkt men de dag van haar heilig verklaring op de laatste zondag in april, het zogenaamde meifeest. Op 4 augustus gedenkt men in het klooster St. Walburg haar aankomst vanuit Engeland.

Omdat haar lichaam omstreeks 1 mei naar Eichstatt werd overgebracht werd haar naam met een heidens element verbonden, de Walpurgisnacht, de nacht waarin de heksen zouden samenkomen om te confereren over toverkracht van de planten. Een nacht waaraan heidense voorstellingen van liefde en vruchtbaarheid verbonden zijn. De heksen, die omgang met de duivel hebben, zijn bij de kerstening gedeclasseerde walkuren, de begeleidsters van Wodan die zelf in christelijke tijd als ‘unhold’, als de duivel verschijnt. De taak van de walkuren is het uitkiezen van de ‘wal’, dat zijn de dappere krijgers die zullen sneuvelen om door hen naar het Walhalla gezonden te worden.

Gedurende de Walpurgisnachten, de negen nachten voor mei, draagt Walpurgis een wit kleed, vurige schoenen, een gouden kroon en in de hand een spiegel, in de ander een spinrokken. Zij wordt dikwijls gevolgd door de boze geesten die op paarden zijn gezeten en ijlt door bossen en weilanden. Ze vlucht vaak in boerenwoningen en verbergt zich gaarne achter het vensterkruis.

Een boer die ‘s nachts zijn koren naar huis vervoerde kwam de vervolgde Walpurgis tegen die hem om hulp smeekte. Hij verborg haar in een schoof. Toen men later de schoof uitdorste zag men dat die aren van goud droegen.

Ze wordt afgebeeld in koninklijk gewaad of in het zwarte habijt van haar orde, soms met een slang om haar staf gekronkeld, ze genas zieken, ook met apothekersschaal en mortier. Vaak heeft ze een paar olieflesjes in de hand die verwijzen naar de olie die uit haar graf tevoorschijn kwam. Verder met een boek, kerkmodel en drie korenaren omdat ze eens een kind van de hongerdood redde, tak met bloemen en een duif. Ze is de schutsvrouw van de boeren en het koren, vrouwen die in de kraam liggen, oogziektes en hondsdolheid, dat omdat ze bij een bezoek aan de zieke dochter van een kasteelheer de woedende honden haar niet aanvielen.

 

Het druifkruid, Botrychium vulgare, een soort magische varen heet Walpurgiskraut, ook wel voor elke andere varen omdat heksen dit gebruiken om zich in haar nacht onzichtbaar te maken. De Walpurgisstrauch en -wein zijn de namen van de hondskers, Lonicera xylosteum.

 

Uit www.agneskerk.org

1 mei, St. Jacob de Jongere (Jacobus Minor of Jacobus de Mindere): Hebreeuws, ja aqob, van onzekere betekenis, maar in verband met de geschiedenis van Jacob en Esau, verklaard als ‘hij greep de hiel, hij verdrong (zijn broer), bedrieger’, Gen 25. De Griekse vorm werd Iakobos en van daaruit Latijn Jacobus, waarnaast ook Jacomus. Er zijn twee apostelen van deze naam die vaak onderscheiden worden in major en minor, de meerdere en mindere of ouder en jonger.

De jongere is de zoon van Aphaeus of Clopas, zijn moeder droeg ook de naam Maria terwijl men hem om leerstellige redenen ook wel de voorzoon van Jozef aangemerkt heeft, Mark. 3:18. Men is het er niet over eens of hij dezelfde is als Jacobus genoemd als broeder van Christus in Mark. 6:3, ook vermeld in Galaten 1: 19 als broeder des Heren. En in Galaten 2: 9, als steunpilaar van de jonge gemeente.

We vinden hem daar in 59 terwijl de apostelen zich naar elders hadden begeven. Hoewel hij niet tot de kring van de eigenlijke apostelen behoorde had hij te Jeruzalem en elders grote invloed. Hij was het hoofd van de Mozaēsche Christelijke partij en op zijn last trokken gezanten naar AntiochiĎ om Petrus, die op het voetspoor van Paulus de christenen uit de heidenen als broeders erkende, tot de betrachtingen van de wet van Mozes terug te brengen, ja, zijn invloed was zo groot, dat de overige daar aanwezige christenen uit de Joden met Barnabas zich verwijderden uit de gemeenschap van medechristenen uit de heidenen. Sedert dien tijd ontstond er verdeeldheid tussen Paulus en Jacobus en toen Paulus tijdens zijn laatste verblijf in Jeruzalem in handen viel van de dweepzieke ijveraars van de wet van Mozes wendde Jacobus en zijn aanhangers geen poging aan om hem te redden. Ook door de latere overleveringen wordt Jacobus gezien als een Joods christen die met de meeste nauwgezetheid vasthield aan de wet. Ze verheft hem tot bisschop van Jeruzalem, ja, tot opperbisschop van alle gelovigen aan wiens voorschriften Petrus zich onderwierp en geeft hem, vanwege de getrouwe waarneming van de wet, de naam van “rechtvaardige’.

Volgens de sage werd hij, omdat hij geen afstand wilde doen van het geloof in Christus, niet lang voor de verwoesting van Jeruzalem van de tinnen des tempels naar beneden geworpen. Daarentegen meldt Josephus dat hij na het vertrek van de Romeinse procureur Festus op aanhitsing van de hogepriester Ananias gestenigd is in 62 na Chr.

De jongere, verhaalt de legende, dat hij van het dak van de tempel is geworpen en daarna met een volderstok is dood geslagen, reden waarom hij afgebeeld wordt met een lakenvolders stamper. Patroonheilige van winkeliers, vollers en pasteibakkers.

 

Ze zit op de voorgrond bij H. Franciscus, uit jesusinlove.blogspot.com

1 mei, Jacoba van Settesoli, tijdgenote en volgelinge van Franciscus van AssisiĎ, het eerste lid van de zgn. Derde Orde (Ordo Fraterum Minorum) van de Franciscus, geldt als een heilige.  Men leefde sober in de wereld en sympathiseerde met het idee afstand te doen van al wat voordeel boven anderen verschafte, rijkdom, positie, goede naam en macht. Alleen dan was de ware vreugde te vinden. In leven en werk werd veel waarde gehecht aan de natuur, vogels en andere dieren, echter zonder het leven van de mensen uit het oog te verliezen.

‘Broeder Jacoba’ had bij Franciscus bijzondere voorrechten en leek daardoor op een soort Maria Magdalena. Ze maakte voor Franciscus kaarsen uit was en wierook, en bereidde voor hem dikwijls Romeinse lekkernijen, waaronder zijn geliefde kletskoekjes uit amandelen, honing, meel en suiker.

 

 

 

 

 

Uit www.utrechtschaak.nl

1 of 3 mei, 6 juni, Sint Philippus; Grieks, ‘liefhebber van paarden’. Al een oude Griekse naam. 5 koningen van MacedoniĎ droegen hem. In het N.T. is het de naam van een van de 12 discipelen, Johannes 1:44.

Filippus behoort tot de eest geroepene van Christus. Hij was geboren te Bethsaida, leerling van Johannes de Doper en werd door de Heer geroepen om hem te volgen, daags na St. Petrus en St. Andreas. Hij was een getrouwd man en had verschillende dochters, wat hem niet hinderde en nam zijn vriend Nathanael mee. Er moest in de hele wereld gepreekt worden en dat door een paar personen die getuige geweest waren van de wonderen zodat ze zich verdelen moesten. Volgens de overleveringen verkondigde hij na de dood van Stephanus in Samaria, Phrygie en ScythiĎ, doopte Simon de Tovenaar (8:5) en bekeerde de kamerling van Candace (8:26) woonde later met zijn vier profetische begaafde dochters te Caesarea.  Aan hem is een apocrief evangelie toegeschreven.

De overlevering zegt dat hij door de stedelijke regering van Hieropolis, waar hij preekte tegen de verering van een slang of draak, gegeseld en daarna aan een pilaar of kruis gedood is waarna de grond scheurde zodat vele omstanders wegzonken. Dat was rond het jaar 80. een arm van hem werd uit Constantinopel naar Florence gebracht in 1204. zijn lichaam zou in de kerk van St. Philippus en St. James zijn te Rome die in 560 ter hunner ere opgericht is. Theodoret schrijft dat keizer Theodosius in een visioen van H. Johannes en St. Philippus de verzekering van zijn victorie over de tiran Eugenius kreeg, de ochtend voor de slag in 395.

Hij wordt afgebeeld in lang gewaad en blootsvoets met een staf die uitloopt in een klein kruis of t vormig met een steen, hij zou hangend aan een kruis gestenigd zijn en soms zie je hem met het hoofd naar beneden hangen, soms met een mand met brood of vis bij hem want hij zei tegen Jezus; Zelfs als we voor 200 zilverstukken brood kopen is dat niet genoeg om iedereen ook maar een stukje te geven, Joh. 6:7. soms zie je hem met een draak aan zijn voeten omdat hij een draak verdreef van het altaar van Mars.

Patroonheilige van bakkers, de broodvermenigvuldiging, kruideniers, winkeliers en hoedenmakers.

 

Als Sint Philippus regent, is de oogst gezegend. Zie 1 mei, de 14de november wordt hij herdacht in de Griekse kerk.

 

Hij wordt vaak verwisseld met; 6 juni, zijn naamgenoot Philippus Diaconis, (Filippus de diaken): die de Ethiopische hoveling doopte was 1 van de 7 diakens in Jeruzalem die vooral bekend werd omdat hij de eunuch van de Ethiopische koning Kandak Candace, bekeerde die hij luidop hoorde lezen uit Jesjaja. Hij vroeg of hij begreep wat hij las en werd uitgenodigd om op de wagen uitleg te geven. Bij het passeren van een riviertje vroeg hij om gedoopt te worden. Hij was een van de eerste diakens die ook als predikant optrad en wordt daarom wel de Evangelist genoemd. Hij genas zieken, dreef duivels uit. 

 

Uit saints.sqpn.com

1 mei, H. Aldebrand: Germaans ald: ‘oud, volgroeid of volwassen’, brand: ‘vlammend zwaard’, dus ongeveer, volwassen met het zwaard.

Aldebrand was proost in Rimini, werd er verjaagd omdat hij te hevig tegen de lasten in zijn tijd predikte. Rond 1170 werd hij bisschop van Fossombrone in Midden ItaliĎ waar hij de kathedraal verbouwde. De bisschop zou een gebraden patrijs tot leven gewekt hebben.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Uit www.pylgeralmanak.nl

1 mei, H. Evermarus, (Evermaar): Germaans ever: ‘ever’, mar: ‘vermaard of beroemd’, dus ongeveer, beroemd als een ever. De ever werd bewonderd om zijn moed.

Hij is geboren in Friesland in 671. Hij had al vele pelgrimstochten ondernomen toen hij, volgens een legendarische vita, rond 700 in de streek van Tongeren op een pelgrimstocht gedood werd. Op weg naar zijn huis in Friesland wilde hij tijdens zijn terugreis van de gemaakte pelgrimstocht naar Santiago de Compostella op bezoek gaan naar het graf van de Heilige Servatius te Maastricht. Hij zocht onderdak op het landgoed te Herstappe waar een zekere Hacco woonde wiens bende van roof leefde en al de reizigers beroofden die daar voorbij kwamen. Omdat Hacco afwezig was raadde zijn vrouw aan te vluchten. De reizigers verborgen zich in een struikgewas waar ze in slaap vielen. Hacco werd door een knecht gewaarschuwd en ging op zoek, vond ze en vermoordde ze op de plek waar thans het dorpje Rutten is. Jagers uit het gevolg van Pepijn van Herstal vonden de lichamen en gaven ze de laatste rustplaats. Op 1 mei van 968 kreeg de pastoor van Rutten een visioen waar gezegd werd dat hij de lichamen moest opgraven. Hij besteedde er geen aandacht aan, ook het tweede jaar niet, het derde jaar werd hij met zweepslagen gedwongen om de opdracht uit te voeren. Op de plaats aangekomen vond hij het nog ongeschonden lichaam van Evermarus, op de plaats waar nu de kapel staat.

In Rutten wordt op deze dag het spel St. Evermaar opgevoerd, als herinnering aan zijn moord die vlak bij Rutten geplunderd werd, dan volgt de meikermis, die allen uit de Sint Evermaarbron water putten dat als geneeskrachtig middel geldt tegen derdedaagse koorts.

Hij wordt afgebeeld met een lang bruin kleed, in de hand houdt hij een pelgrimsstaf met kalebas en in de andere een martelaarspal. Hij heeft een behaard gezicht, op zijn hoofd een hoed of kroon als verwijzing naar zijn adellijke afkomst. Soms zijn er St. Jakobsschelpen bij hem. Wordt aangeroepen bij kwade koortsen van mens en dier.

 

Uit commons.wikimedia.org

1 mei, H. Sigismund van BourgondiĎ, (Siegmund, Sigmund, Sigismond): Germaans sigi: ‘zege of overwinning’, mund: ‘hand, bescherming of voogd’. De naam wordt al bij Tacticus vermeld. Naam van een Duits keizer 1410-1437 en koningen van Polen.

Hij was een zoon van koning Gundobad van BourgondiĎ die hij in 516 opvolgde. Toen zijn zoon tegen hem in 517 opstond en zijn nieuwe vrouw beschuldigde wurgde Sigismund hem. Dan werd hij door berouw overmand en ging naar een klooster en werd bekeerd onder invloed van bisschop Avitus van Vienne. Sigismund deed vele schenkingen enwerd geēnspireerd om een klooster te stichten dat opgedragen was aan H. Maurice te Agaune in Valais in 515. In 524 leidde hij de BourgondiĎrs tegen de invallende Franken en werd hij en zijn broer Godomar verslagen door de Frankenkoning Chlodomir, Godomar vluchtte. Sigismund werd door Chlodomir, koning van Orléans, gevangen gehouden. Godomar herstelde zijn leger en won zijn koninkrijk terug en ondertussen beval Chlodomir de dood van Sigismund en liet hem en zijn gezin in een put verdrinken en werd daarna door de BourgondiĎrs als een martelaar vereerd. Zijn benen werden ontdekt in de bron waarin zijn lichaam gegooid was en naar Agaune gebracht. In de 14de eeuw bracht Karel IV zijn relikwieĎn naar Praag waardoor hij patroon van TsjechiĎ werd.

Door Wagners Walkure in 1870 werd de naam in Duitsland populairder.

Hij wordt als koning afgebeeld met rijksappel en scepter en martelaarspalm en kerkmodel, het klooster Saint Maurice, met naast hem wel een put. Aangeroepen tegen breuken en moeraskoorts.

 

Afbeelding van een treurende Jeremia bij de vernietiging van Jeruzalem uit Rembrandt, uit socrates58.blogspot.com

1 mei, H. Jeremia van Jeruzalem (Jeremias, Jeremiah of Jeremie)

Met Jesaja en EzechiĎl behoort hij tot de drie grote profeten uit het Oude Testament.

Hij is geboren rond 650 v. Chr. In Anatot bij Jeruzalem. Omdat hij meende dat hij geen man van het woord was gaf God hem een tikje op de lippen en legde hem daarmee Zijn woorden in de mond. Hij leefde in de tijd van koning Josia, van zijn zoon Jojakim en de zwakke Sidkia. Hij voorspelde de ondergang van het rijk en de verwoesting van de tempel en werd daarom voor straf in een uitgedroogde waterput gegooid, later weer bevrijd. Hij had een zuiver zintuig voor Gods gerechtigheid. Het bijbelboek dat zijn naam draagt bevat een verzameling godsspraken die hij dicteerde aan zijn assistent, de schriftgeleerde Baruch en een vijftal klaagliederen, vandaar jeremieren, over de val van Jeruzalem. Vooral de priesters, politieke leiders en rijke mensen van zijn tijd die het met Gods Tora niet zo nauw namen, moesten het ontgelden. Zijn kritische houding werd hem niet in dank afgenomen. Herhaaldelijk probeerde men hem het zwijgen op te leggen. Ook hijzelf geeft te kennen dat hij al de vijandigheid rond zijn persoon van mensen die zijn bloed wel kunnen drinken, soms moe is. Maar het woord van gerechtigheid brandt hem op de lippen, is als een vuur in zijn botten: hij kan niet anders; hij móet zijn mond opendoen. Op een bepaald moment hebben zijn tegenstanders hem in een put gestopt. Tijdens een inval van de BabyloniĎrs schijnt hij met vluchtelingen meegegaan te zijn naar Egypte. Het is niet duidelijk of dat met zijn instemming gebeurde of niet. Daarna horen we niets meer van hem. Volgens bepaalde verhalen zou hij in het verre Egypte door volksgenoten zijn dood gestenigd. Zou hij zelfs in dat verre en in die uitzonderlijke omstandigheden doorgegaan zijn met het uiten van zijn aanklachten in naam van JHWH? In dat geval hebben we weinig fantasie nodig om te beseffen dat zijn woorden irritatie zullen hebben gewekt. Of, de Babylonische koning Nebudkadnezar veroverde ook Egypte en liet de profeet wegvoeren naar Babylon waar hij rond 590 v. Chr. gestorven zou zijn.

Hij wordt afgebeeld als jonge\man zonder baard en als oudere man met baard en gekleed als profeet. Zijn attributen zijn een harp, ganzenveer en schriftrol. Soms raakt de hand Gods zijn mond aan of verschijnt er een tak; ik zie een amandeltak’, Jeremia 1: 11, of een zwevende ketel;  Jeremia 1: 13 ‘Ik zie een kokende ketel, kantelend vanuit het noorden’.

 

Uit www.cubra.nl

1 mei, H. Marcoen. (Marculphus, Marcoul, Marcouf)

Hij is geboren rond 490 in Bayeux. Van koning Childebert I kreeg hij een stuk land dat nu bekend is als Saint Marcouf de l’isle  en was de stichter en eerste abt van het latere Benedictijnenklooster van Valagnos, vroeger Nanteuil speciaal voor kluizenaars die volgens de Egyptische egels leefden. De Franse koningen bezochten na hun kroning zijn graf om hen te beschermen tegen koningszeer, scrofulen, morbis regis, een keelziekte. Hij overleed in 558 te Nanteuil.

Hij wordt dan ook afgebeeld in de kleding van de benedictijnen met een knielend koningsfiguur waarbij hij soms de keel van de koning aanraakt. Soms met een haas omdat een haas onder zijn jas bescherming zocht tegen de jagers. Ook soms met een stuk brood in de hand omdat de duivel hem eens verscheen in de gedaante van een vrouw die op de vlucht sloeg toen ze van een brood at dat Marcoen met een kruisteken had gezegend. Patroonheilige van apothekers en lakenhandelaars, wordt aangeroepen tegen eczeem, kleur en geslachtziektes.

Sint Marcoenskruid is Scrophularia nodososa die tegen scrofulen helpt.

 

In 1742 werden in de parochiekerk van Hunsel zieken gezegend om voorspraak van Marcoen te verkrijgen. Hierbij werd gebruik gemaakt van een speciaal gebedsformulier. Pelgrims die naar Hunsel kwamen, vroegen er Marcoens bijzondere bescherming tegen het zogenaamde koningszeer. Tijdens het interbellum nam de toeloop naar Marcoen af. Het bedevaartkarakter bleef echter tot het begin van de jaren zestig behouden, maar ging vervolgens snel verloren.

 

Hun symbolische planten zijn de tulp, Tulipa gesneriana, de Christusoog, Melandrium rubrum, rode koekoeksbloem, Lychnis dioica, zijn de bloemen van 1 mei.

 

Zie verder: http://www.volkoomen.nl/ en : http://volkoomenoudeherbariaenmedisch.nl/