< 12 november

12 november, heiligen van de dag.

 

Uit www.allmercifulsavior.com

 

Klik hier voor inleiding heiligen met relikwieĎn, biecht, aflaat, chrisma, era of tijdsbepaling, weerspreuken, bloemen.

 

12 november, Martinus I. Er zijn een vijf pausen van die naam.

De 74ste paus van ca 649 -655. Geboren te Todi in Toscane. Zijn verkiezing tot paus was verlopen zonder instemming van keizer Constans II van Byzantium. Deze maakte daar een groot probleem van en zond de Exarch van Ravenna naar Rome om Martinus in de kraag te vatten terwijl de paus juist midden in een synode zat. Deze synode hield zich bezig met de Type die Constans II had uitgevaardigd in een vruchteloze poging om de geschillen tussen de monotheleten en de orthodoxen te beslechten. Exarch Olympius besefte wel dat zijn interventie op veel tegenstand zou stuiten en gooide het op een akkoordje met de paus. Zo ontstond er een opstand tegen het centrale gezag van Constantinopel. Nadat deze rebellie met Olympius' plotselinge overlijden doodgebloed was, nam Constans wraak. Hij stuurde zijn nieuwe exarch erop af en deze arresteerde de inmiddels oude en zieke paus op 15 juni 653. Martinus werd naar de hoofdstad gesleept en daar als verrader berecht. Uiteindelijk werd hij naar Cherson verbannen waar hij in april 655 van honger en verwaarlozing stierf.

Of; Toen hij op de eerste Lateraansynode de Monotheleten en keizer Heraclius in de ban deed werd hij in 653 door de keizerlijke standhouder Callioxas gevangen naar Constantinopel gebracht en wegens majesteitsschennis ter dood veroordeeld. Door tussenkomst van de patriarch Paulus werd echter de doodsstraf met ballingschap verwisseld. Hij vertrok naar Chersonesus en overleed daar op 16 september 655. Later is hij heilig verklaard. Bij de Grieken is zijn dag 11 april.

 

Uit saints.sqpn.com

12 november, H. Kunibert van Keulen, (Cunibertus):  Germaans kuni, ‘geslacht of stam’, Nederlands kunne, bert: ‘glanzend, stralend of schitterend’, dus ongeveer, schitterend in (door) zijn geslacht.

Kunibert was ca 623 de negende bisschop van Keulen.

Geboren ca 600 uit een voorname Frankische familie in de Moezelstreek en stamde af van de Ripuarische adel.  Opgevoed aan het hof van Chlotarius II, raadgever van Pippijn I en Dagobert, I, opvoeder van verschillende prinsen, stichter van verscheidene kloosters, kerken en liefdadige instellingen, aartskanselier van AustrasiĎ en lange jaren bisschop van Keulen vanaf 627. Na zijn verkiezing tot bisschop van Keulen zou hij door een duif naar het graf van St. Ursula gebracht zijn/ Tijdens een mis die hij opdroeg in de Sint Clemenskerk kwam er een witte duif op zijn hoofd zitten. Ze vloog driemaal rond het altaar en streek neer op de vloer van een zijkapel en verdween. Toen men daar ging graven vond men de verloren gewaande relikwieĎn van de H. Ursula terug.. Hij zette aan tot de schriftelijke herziening van het Merovingische wetboek, de lex ripuaria. Tijdens zijn ambtsperiode bloeiden de kerken en kloosters in zijn bisdom en speelde een belangrijke rol in de kerstening van Nederland en Westfalen. Ca 663 begraven in de door hem gestichte Sint Clemenskerk die later St. Kuniberts kerk werd te Keulen. 

Hij wordt afgebeeld in bisschoppelijk gewaad met een witte duif.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Uit www.geertgrote-univ.nl

12 / 14 november, St. Lebuines:  lieven, mogelijk van Godelieve, Lebuines is de verlatijnste vorm, uit Liafwinus of Lief-win: Liaf-win, oud-Engels leofwine: ‘lieve vriend’.

St. Lebuines, Levijn of Lieven kwam uit Schotland of Ierland en predikte sedert ca 770. Eerst begaf hij zich naar Utrecht om zijn diensten aan bisschop Gregorius aan te bieden. Die zond hem met Marcellinus, zie 14 juli, naar de grensscheiding tussen Franse en Saksers aan de IJsel bij een plaats die Deventer werd genoemd,

Overijssel, een arbeidsveld ter hoogte van het onder Frankische bestuur staande bisdom Utrecht en het nog niet gekerstende gebied van de Saksers. Ze hebben er dan een kapel gesticht aan de westzijde van de rivier in een plaats Hiulpa (Welpen of Wilp) toen die te klein werd trokken ze naar de andere oever en stichtten een grotere kerk te Deventer, een pas gestichte handelsnederzetting die strategisch aan de rivier was gelegen. Zijn activiteiten riepen uiteenlopende reacties op: vijandige, die de verwoesting van zijn Deventer kerkje bewerkstelligden en vriendschappelijke die de herbouw mogelijk maakten.

Deventer was de uitvalsbasis om het Saksische land te bewerken. Met name de belangrijke cultus- en vergaderplaats bij Markelo gold als hoofddoel in de kerstening van Lebuinus. Daar waar de rivier de Wezer het Wezergebergte doorsnijdt, de Porta Westfalica, daar vergaderden de heidense Saksers op de landdag. Ondanks waarschuwingen ging Lebuinus in priesterlijke gewaad naar die vergadering en nam plaats op een verhoging met een gouden kruis in zijn hand en de bijbel onder zijn arm. Bij zijn komst werd juist een offerande gebracht aan de goden. Met verontwaardiging drong hij door tot in het midden der menigte en sprak: ‘komt allen, hoort mij, of niet zozeer mij als wel Hem die door mij spreekt, ik breng u de bevelen van Hem aan wiens gebied en oordeel alles onderworpen is! En die God der Hemelen van alle eeuwen heeft een machtige, voorzichtige en zeer dappere koning (Karel) daartoe bestemd om de hardvochtigheid van uw gestokte gemoederen te vermurwen en de onbuigzaamheid van uw stugge en stijve koppen te verpletteren. Hij zal komen met ijselijk geweld en met kracht van manschap en in uw land vallen en alles te vuur en te zwaard verwoesten en verdelgen en als een uitvoerder van de gramschap Gods die ge gedurig en gestadig vertoornt zal hij u ten dele door de scherpte van het zwaard om hals brengen, ten dele van de honger en kommer laten uitdrogen, ten dele door een eeuwig hartzeer en verdriet van een eeuwig ballingschap laten dood kwijnen.’  Toen klonk de kreet: ‘ziet daar is de verleider, de vijand van onze godsdienst en van ons vaderland, hij moet sterven!’ Onder zijn preek gingen er mannen naar naastgelegen heggen om staken uit te rukken die ze spitsten om hem aldus met stokken dood te steken. Maar stamhoofd Bato greep in en zou volgens de legende gezegd hebben: 'Noormannen, slaven en Friezen hebben wij hier in vrede ontvangen en nadat zij het woord hadden gevoerd hebben wij ze met giften huiswaarts laten gaan. Maar nu hebben wij een bode van de Allerhoogste in ons midden die ons een boodschap heeft gebracht over het leven en de eeuwige zaligheid. Bijna hadden we de hand aan hem geslagen. Maar Hij die hem gezonden heeft, heeft ons Zijn macht laten zien en hem ongedeerd gelaten'.  Hij was bang vanwege de voorspelling die hij gedaan had dat Karel zou komen.

Hoewel de kerstening moeizaam verliep bonden de Saksen in en hinderden hem niet langer bij zijn evangelisatiecampagnes. Hij en Marcellinus stichtten kerken onder andere te Heemse aan de Vecht, Oldenzaal en Ootmarsum. Omstreeks 773 overleed Lebuinus in Deventer waar hij in het door hem gebouwde en herbouwde kerkje werd begraven.  Na zijn dood hebben de goddeloze Saksers de plaats en kerk weer verwoest en hebben drie dagen lang zijn lichaam gezocht en konden het niet vinden. Dat is later gevonden door Ludgerus en binnen de kerk die hij opnieuw had laten timmeren geplaatst waar de Heer tot de huidige dag vele wonderen door zijn dienaar Lebuines doet. Daar ligt hij samen met Marchelmus en de heilige Radbodus, veertiende bisschop van Utrecht. De zilveren kasten werden in 1578 op 18 juli door de bezetters die geen betaling van de koning kregen tot buit gemaakt en lieten die tot vierkante stukken geld slaan met het opschrift; urgente necessitate; door hoge nood’, staande rondom een arend wat het wapen van Deventer is. Daarna volgde nog een plundering op 1 september en 19 november.

Het werd het begin van een cultus waarin Liafwin verering geniet als patroon van de kerk en van de stad. Zijn gebeente kreeg een ereplaats op het hoogkoor van de opvolger van zijn kerkje in fraaie kasten, opgesierd met de feiten en vrome verdichtsels over zijn leven. Dit betekende ook de kerkelijke erkenning als heilige. Er verrees in het midden van de elfde eeuw een grote Romaanse basiliek waaraan een college van kanunniken (kapittel) was verbonden. Tot aan de hervorming was Lebuinus het middelpunt van bedevaarten naar Deventer. Zijn sterfdag was een feestdag die in de liturgie in het gehele bisdom werd gevierd. Te Deventer was het bovendien een vrije dag waarop de stedelingen zich konden vergapen aan een luisterrijke liturgie in de kapittelkerk, een processie trok met de relikwieĎn door de stad en er werden promenadeconcerten op het orgel gegeven. Na de reformatie verdween alle uitbundigheid uit het openbaar kerkelijk leven wat beheerst werd door het calvinisme. Kanunniken en hun familieleden bewaarden de relikwieĎn. Toen in 1803 de middeleeuwse Broederenkerk (van minderbroeders van de Franciscanen) in gebruik kwam bij de katholieke gemeenschap kwam de verering van Lebuinus daar weer tot uitdrukking. Bij de oprichting van de parochie (1854) werd de kerk aan Lebuinus toegewijd. De relikwieĎn die in 1891 gevat zijn in een verguld- koperen schrijn uit het atelier van J.H. Brom (Utrecht) nemen er een ereplaats in. Zo komt het dat Deventer twee Lebuinuskerken heeft, de oude kapittelkerk die thans van de Samen-op-weg gemeente is en de Broederenkerk, thans van de katholieke parochie. Op de zondag van of na twaalf november viert de parochie haar patroonsfeest.

Hij verbleef in de St.-Baafsabdij te Gent en door deze toevalligheid wordt hij ook in het Haarlemse bisdom vereerd Hij is waarschijnlijk dezelfde als St. Lieven of Livinus, patroon van Gent. St. Lieven kwam, zoals de legende verhaalt, met zijn hoofd in zijn handen door het dorp Herzeele langs een straatje dat op de ene kant van de gemeente ligt. Talrijke bloeddroppels vielen op de grond en doorweekte die. Sedertdien kan hier geen onkruid meer groeien en thans nog heet de weg St. Lievensstraatje.

 

De sleutelbloem is de St. Lievensbloem in W. Vlaanderen. De hem toegewijde bloem is de vuurpijl Tritoma uvaria.

 

12 november, H. Silvanus: Latijn silva: ‘bos of woud’, met een suffix no dat de betekenis’ heerser over’ aan het grondwoord toevoegt, dus de heerser over een bos. Silvanus was de Romeinse bos- en veldgod. De naam komt ook in de Bijbel voor als Silas, Hand. 15, die vereenzelvigd wordt met de in 2 Kor. 1:19 genoemde Silvanus. Verschillende heiligen zijn er van deze naam.

Silvanus was bisschop van Dunblanc in Schotland. Zie 8 februari en 2 december. Wegens het grote aantal martelaren van deze naam zijn de geleerden er het niet over eens of sommigen niet verklaard moeten worden uit verkeerd geēnterpreteerde inschriften voor de heidense bosgod Silvanus aan wiens naam vaak sanctus werd toegevoegd.

 

Uit en.wikipedia.org

12 november, H. Theodorus van Studion: Grieks theodorus: ‘geschenk van God’.

Hij is geboren 759 te Constantinopel en abt van het klooster Studion.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Uit www.lookandlearn.com

12 november, H. Nilos, de naam van 2 heiligen.

1 is Nilus de oudere of van Sinai Neilos, (Nilus van Sinaē, Nilus van Ancyra) De oudere ascetische schrijver die gestorven is rond 430, was gelijk stadsprefect van Constantinopel en leefde sinds 390 in de Sinaē.

Hij was getrouwd en had twee zoons. Hij werd officier aan het hof van Constantinopel en zou een van de praetoriaanse prefects geweest zijn die de hoofdfunctionarissen en hoofd van alle gouverneurs waren. Toen St. Johannes Chrysostomos patriarch was voor zijn eerste verbanning begeleidde hij hem in de studie van de H. Schrift en werken van barmhartigheid. Rond 390 of mogelijk 404 verliet Nilus zijn vrouw en zoon en nam zijn andere zoon, Theodulos, met hem mee naar de berg Sinaē om monnik te worden. Ze leefden daar tot rond 410 tot de Saracenen invielen en Theodulos gevangen namen. Ze wilden hem offeren aan hun goden, maar verkochten hem tenslotte als slaaf en zo kwam hij in het bezit van bisschop Eleusa van Palestina. Die maakte hem poortwachter van de kerk. Ondertussen had de Nilus zijn klooster verlaten om zijn zoon te vinden en ontmoette hem te Eleusa. De bisschop wijde hen tot priester en stond ze toe terug te keren naar de Sinaē. De moeder en de andere zoon hadden ondertussen ook het godsdienstig leven omarmd in Egypte. Vanuit zijn klooster was hij bekend in de Oosterse Kerk, door zijn schrijven en correspondentie speelde hij een belangrijke rol in de historie van zijn tijd. Hij schreef eigenlijk voor iedereen, van hoog tot laag, ketterij, heidenen, misdaden, regels en principes van kluizenaars en religieus leven. Hij waarschuwde mensen in hoge plaatsen, abt en bisschop, gouverneur en prinsen en zelfs de keizer en stond achter St. Chrysostomus.

 

 

 

Uit www.omhksea.org

12 november of 26 september, Nilus of Nilos de jongere (San Nilo di Rossano).

De jongere is geboren in 910 in Rossano in een Griekse familie te CalabriĎ in beneden ItaliĎ als Nicolaas. Hij was getrouwd of leefde samen en had een dochter. Ziekte bracht zijn bekering en van die tijd af werd hij monnik en verkondigde de regels van St. Basilius in ItaliĎ en veranderde zijn naam in Nilus. Hij was bekend vanwege zijn ascetisch leven, zijn krachten en theologische lessen. Een tijdje leefde hij als kluizenaar, later op verschillende kloosters die hij stichtte of herstelde als Monte Cassino en het Alexian klooster te Rome. Hij stichtte het beroemde Griekse klooster van de Baslidianen in Grotta-ferrata bij Frascati op land op land dat hij kreeg van Gregorius, hertog van Tusculum, en zou de eerste abt geweest zijn dat later naar hem genoemd werd, San Nilo. Toen Gregorius V uit de Rome werd verdreven was hij tegen de tegenpaus Philogatos van Piacenza. Toen Philogatus werd gemarteld en verminkt klaagde hij Gregorius en keizer Otto II voor die daad aan. De rest van zijn leven verbleef hij in het St. Agata klooster te Tusculum en gedeeltelijk als kluizenaar in Valleluce bij Gaeta. Gestorven op 27 december 1005 in het St. Agata klooster. 

Hij wordt afgebeeld in zwart habijt met een duivel vanwege de talrijke duivelse kwellingen en pesterijen die hij ondervond, altaarlamp waarvan hij met de olie zieken genas. Soms zie je hem met zijn opvolger en schrijver van zijn vita, H. Bartholomeus van Rossana, waar ze beiden een gouden appel krijgen van de H. Maagd om daarmee een kerk te bouwen.

 

 

 

 

Uit nl.wikipedia.org

12 november,  H. Josafat Kuncewycz (Koentsevitsj van Polotsk of Polock, Josaphat Kuncewic; ook van Vladimir)

Hij is rond 1580 geboren als zoon van oosters-orthodoxe ouders in het Russische Vladimir of Wlodzimierz onder de naam Volodimir Volinskij. Op twintigjarige leeftijd werd hij monnik volgens de byzantijnse ritus. Enige tijd later werd hij tot abt gekozen. Hij ijverde in het bijzonder voor de eenwording van de christenen en probeerde de oosterse schismatieken weer met de Heilige Stoel in Rome te verzoenen. Hij heeft zijn leven lang ingezet voor de hereniging van de oosterse en westerse kerk. Op zijn 39ste werd hij aartsbisschop van Polotsk, destijds in Polen, tegenwoordig in Wit-Rusland. Onverminderd zette hij zijn verzoeningspogingen voort, waarbij hij elke politieke stelling name vermeed. Tenslotte werd hij toch op een visitatiereis door een groep heetgebakerde ketters te Witebsk, Wit-Rusland, met bijlslagen gedood in 1623. Twintig jaar later werd hij zalig verklaard en in 1867 heilig. Hij is de eerste van de oosters-geünieerde kerken die door Rome officieel heilig werd verklaard. Zijn stoffelijke resten werden in 1916 naar Wenen en in 1949 naar Rome overgebracht.

Hij wordt afgebeeld als oosterse bisschop, in de hand een martelaarspalm en bijl.

 

De plant van de dag is de den of pijn, Pinus, omdat uit zijn wonden een hars vloeit, de den heeft pijn.

 

Zie verder: http://www.volkoomen.nl/ en : http://volkoomenoudeherbariaenmedisch.nl/