15 november, heiligen van de dag.

 

Uit en.wikipedia.org

 

Klik hier voor inleiding heiligen met relikwieĎn, biecht, aflaat, chrisma, era of tijdsbepaling, weerspreuken, bloemen.

 

15 november, H. Albertus de Grote. (Albertus Magnus, Albert von Launingen, Albertus van Regensburg) Germaans, adel: ‘adel’ en bert, ‘schitterend, glanzend of stralend’, met de betekenis, door adel schitterend.

Graaf van Bollstadt en beroemd wijsgeer, natuuronderzoeker en schrijver. Hij werd op het eind 12de of begin 13deeeuw, waarschijnlijk in 1193 als oudste zoon van de graaf van Bollstädt geboren te Launingen in Schwaben. Hij studeerde te Padua om vrije kunsten te studeren. Onder de indruk van de preken van Jordanus van Saksen, de opvolger van Dominicus Guzman, stichter van de Dominicanen orde, trad hij in 1223 in bij de Dominicanen in Padua en vervolgde daar en in Bologna zijn theologiestudie,  gaf onderwijs aan verschillende kloosterscholen. De communiteit van Keulen stuurde Albertus in 1243 / 44 naar Parijs waar hij kennismaakte met het gedachtegoed van Aristoteles en Averroea. In 1247 behaalde hij daar de graad van magister in de theologie en doceerde met veel succes. Hij is doctor universalis.  Onder zijn gehoor was zijn medebroeder Thomas van Aquino die Albertus in 1248 naar Keulen volgde, waar Albertus de leiding kreeg van het nieuwe Studium Generale van de dominicanen. In Keulen doceerde hij vooral de filosofische en natuurwetenschappelijke werken van Aristoteles en gaf Keulen zo de reputatie van centrum van de wetenschap. Tussen 1254 en 1257 was Albertus provinciaal van de Duitse provincie der dominicanen. In deze tijd hield hij zich onder andere bezig met de verdediging van de dominicanen tegen de aanvallen van de Parijse Faculteit en de fouten in het werk van de Arabische filosoof Averroe. Albertus was een vaardig bemiddelaar bij geschillen. Er zijn twintig geschillen bekend waarin hij bemiddelde. Drie conflicten tussen de stad Keulen en de aartsbisschop van Keulen regelde hij met succes. Paus Alexander IV riep Albertus in 1256 naar het pauselijke hof te Anagni om bij een geschil van bedelorden in de strijd met de hogeschool van Parijs te verdedigen. Gedurende zijn tijd aldaar werd hem de post van Magister sacri palatii, pauselijk hoftheoloog, toevertrouwd. Hij benoemde hem in 1260 tot bisschop van Regensburg. Dit ambt behaagde Albertus niet en nadat paus Urbanus VI aangetreden was vroeg hij in 1262 om ontslag. De paus verleende dit en gaf hem de opdracht Duitsland en Bohemen op te roepen tot het houden van een kruistocht (de achtste kruistocht). Tussen 1264 en 1267 leefde en doceerde Albertus in Würzburg en Straatsburg. In 1270 keerde hij definitief terug naar Keulen in het klooster van de dominicanen, waar hij de laatste jaren van zijn leven vooral wijdde aan onderricht en studie in de stille kloostercel. In 1274 nam hij deel aan het concilie van Lyon. Na de dood van zijn oud-leerling Thomas van Aquino op 12 maart 1274 verdedigde hij diens werk tegen critici. Zijn geest verzwakte vroeger dan zijn lichaam, hij overleed op 15 november 1280 te Keulen. In 1622 is hij door Gregorius XV zalig en op 16 december 1931 door paus Pius XI heilig verklaard.

Hij is de patroon van de beoefenaars der natuurwetenschappen. Hij verbaasde zijn tijdgenoten over de omvang van zijn kennis, ook in chemie, fysicus, mechaniek, wat zich in de sagen uitspreekt die zich na zijn dood ontwikkelden bijvoorbeeld dat hij graaf Willem van Holland gedurende de winter in een bloeiende kloostertuin heeft ontvangen, dat hij van metaal een menselijk hoofd gemaakt heeft, dat spreken kon etc., het maakte van hem een toveraar. Hij heeft vele belangrijke werken geschreven. Terwijl zijn echte werken werden veronachtzaamd, gaf de smakeloze en bijgelovige inhoud van ondergeschoven geschriften aan latere eeuwen aanleiding tot een geringschattende beoordeling van A. Magnus. Het volk hield hem voor een tovenaar. Sommige geleerden noemden hem ten onrechte Simia Aristotelis: ‘aap van een Aristoteles’. In de botanie trad hij als zelfstandig onderzoeker op. Hij wordtDoctor Universalis’ genoemd als erkenning voor zijn grote kennis op alle wetenschapsgebieden. Het is niet eenvoudig om een lijst van Albertus' werken te geven. Al in de late Middeleeuwen verschenen er de nodige werken onder zijn naam die echter niet van zijn hand zijn. De moderne edities van zijn werken gaat zo'n zeventig delen beslaan. Hij wordt dan afgebeeld met een wit  Dominicanenhabijt en met open boek, pen of ganzenveer. Vaak houdt hij een staf in zijn hand en soms een kloostermodel. Andere attributen zijn een duif als goddelijke inspiratie en een schedel in zijn hand naar zijn ascetisch leven. Patroon van fysici en theologen.

 

15 november, H. Desiderius: in Christelijke tijd gevormd uit Latijn desiderium: ‘verlangend’, dus vol verlangen. De naam van de laatste Longobardische koning van ItaliĎ.

Bisschop, geboren te Obrege (mogelijk Antobroges, naam van een stam in Gaul), aan de grenzen van de Provincia Narbonnensis uit een edele Frankische familie uit Aquitanie die grote bezittingen had rond of Albi. Gestorven op 15 november 655?. In zijn jeugd was hij zeer geēnteresseerd door de religieuze atmosfeer van zijn huis. Zijn vader Salvius was een vrome christen en zij moeder Herchenefreda laat zich zien als een vrouw van serieus religieus sentiment in drie brieven aan haar zoon die in zijn Vita genoemd worden. Met zijn twee broers, Rusticus en Syagrius, kwam hij aan het hof van de Frankische koning Chlotar II (584-629) en met andere jongens uit edele families ontvingen ze een prima opleiding aan de Merovingers hofschool waar vele geschikte en heilige bisschoppen vandaan kwamen in de 7de eeuw. Rusticus werd een priester en eindelijk bisschop van Cahors, Syagrius werd graaf van het gebied van Albi en prefect van Marseilles; Desiderius bleef aan het hof waar hij schatbewaarder werd en zou mogelijk Syagrius na zijn dood (629) opgevolgd hebben. Trouw aan de vermaningen van zijn vrome moeder leidde hij aan het hof een serieus heilig leven van monnik met grote toewijding. In 630 toen zijn broer Resticus, bisschop van Cahors, vermoord werd vroegen de mensen en geestelijken hem als zijn opvolger. Zijn nauwe banden met het hof gebruikte hij en had, ook via zijn opleiding, banden met de belangrijkste bisschoppen. He was een geweldige promotor van het kloosterleven en stichtte een klooster rond Cahors die later St. Géry (is Dierius, van Desiderius) genoemd werd. Ook een klooster voor vrouwen, verder het klooster van St. Peter van Moissac dat later zo genoemd werd, bouwde drie grote basilieken in en bij Cahors (St. Maria, St. Peter, St. Julian). Voor de geestelijke was hij zeer gedisciplineerd, was zelf het voorbeeld van een heilig leven. Hij bevorderde ook de welvaart van de mensen van Cahors, bouwde een aquaduct, richtte of herstelde de muren en torens en achtervolgde de rijken om rijk aan de kerken en kloosters te doneren. Bij zijn testament (649-650) gaf hij al zijn bezittingen aan de kathedraal, kerken en kloosters. Terwijl hij op een van zijn estates was werd hij ziek en stierf op de villa Wistrilingo. Zijn lichaam werd naar Cahors gebracht en begraven in de kerk van St. Amantius. Er is een "Vita" van Desiderius die kort na zijn dood geschreven is, verzameling brieven van en naar hem en wonderen die aan zijn graf gebeurden.

 

Uit en.wikipedia.org

15 november, H. Leopold III: (Lutbald, Luitbald of Luitpold, Leopold de Vrome, Leopold, markgraaf van Oostenrijk). Net als in Leonhard is het eerste deel van deze Germaanse naam gevormd uit Latijn Leo, zie 6 november. Het eerste deel is mogelijk Germaans hlud(h), = Grieks klutos: ‘beroemd’, het tweede deel is bald: ‘stoutmoedig, boud of dapper’.

In het stift Klosterneuburg troont het middeleeuwse klooster Melk als een gotische burcht op de aan de Donau steil aflopende rotsen. Melk was indertijd een godshuis en vorstelijke residentie. Hier werd op  29 september 1073 Leopold III geboren. Hij  nam in 1095 de regering van zijn vader, Leopold II de Schone, over. Hij ondersteunde keizer Hendrik IV tegen zijn zoon Hendrik V, liep later naar de laatste over en huwde met zijn zuster Agnes in 1106. Zijn gemalin Agnes, dochter van keizer Hendrik IV, schonk hem in de 30 jaren van gelukkig huwelijk 18 kinderen waarvan enkele later bekende bisschoppen werden. Zijn vroomheid en wijsheid werden spreekwoordelijk. Hij stichtte de kloosters Klosterneuburg en Heiligenkreuz.

Toch had hij geen zorgeloze tijd. In het oosten bedreigden de Hongaren zijn land. Daarom verlegde hij de residentie van Melk naar het Winerwald en richtte een burcht op de naar hem genoemde Leopoldsberg. Dat was een prachtig slot met een heerlijk uitzicht over het land. Daar ontfutselde eens een windvlaag de kostbare sluier van vrouwe Agnes. Leopold geloofde dat waar de sluier gevallen was het een goede plaats was om een klooster te bouwen. Jaren vergingen, daar volgde op een dag de vorst zijn jachthonden. Zou het dier hem naar edel wild voeren? Voor een hulstbosje stopte het en Leopold zag in de twijgen de kostbare doek waar zijn geliefde vrouw nog steeds om treurde. Hij hield zijn gegeven woord en verwierf de grond en struik voor de dubbele prijs die de bezitter vroeg. Al gauw daarna ondertekende hij de grondingoorkonde van Klosterneuburg bij Wenen. Maar hij weigerde deemoedig de eerste steen voor de kerk zelf te leggen, dat hoorde een priester te doen. Er rustte zegen op dit klooster. Het werd belangrijk voor zielzorgers, kunst en wetenschappers en een bolwerk van noordelijke cultuur.

In 1125 stief keizer Hendrik V kinderloos. In de voorkeuze besloten de Duitse vorsten zijn zwager, Leopold van Babenburg, de Duitse keizerskroon te geven, maar die weigerde. De cultuuropgave sprak hem meer aan dan de regering van een groot rijk. Hij kende zijn beperkingen en wilde niet meer dan de vader van de Duitse oostkant te zijn. De kloosters Heiligekreuze, Klosterneuburg, Zwettl en Lilienfield ontstonden in de 12de eeuw en kregen al gauw dochterondernemingen. De monniken voerden belangrijk kolonisatiewerk uit. Naar de Benedictijnenregel; ‘bid en werk’ maakten ze de grond en bodem bruikbaar en wijdden zich aan kunst en wetenschappen. De kloosters werden vormings- en cultuurcentrums. Met dezelfde rechtvaardigheid als hij het keizerlijke ambt afgeslagen had ondernam hij alle belangrijke handelingen. Goederen die erven betwistten en niet zeker leken te zijn werden aan de oorspronkelijke bezitter terug gegeven. Toch was zijn geluk niet volkomen. Zijn kinderen stierven voor hem en hij heeft veel geleden. Toch probeerde hij een goede vader voor zijn land te zijn. Daarom is er de vaste overtuiging van zijn onderdanen dat Leopold ook na zijn dood hun beschermer en vriend zal blijven. Gestorven 15 november 1136 bij een jachtongeval. Op 6 januari 1485 werd hij door paus Innocentius VIII heilig en in 1663 door keizer Leopold I tot landspatroon van Oostenrijk verklaard.

De kunstenaars tekenen hem als een vorst met de hertogelijke hoed. Hij draagt een kruisbanier in de hand, vaak ook het model van het heilige kruis en een kerkmodel. Naast hem staat soms een mand met brood voor de armen. De scŹne van de sluier terugvinding is een geliefd motief voor de schilders geweest. De Oostenrijkers roepen hem in alle nood aan en bidden om zijn hulp en voorspraak.

 

Het welriekend hoefblad is hem toegewijd.

 

15 november, H. Marinus en Arianus: Latijn mare: ‘de zee’.

Afkomstig uit Ierland in de 7de eeuw. Ze preekten het geloof in Beieren en werden volgens een legende in 797 bij een inval van de Vandalen gedood.

 

15 november, H. Machutus van Wales (Machuut, Maclovius, Maclou, Malo)

Hij is geboren rond 520 in Wales. Werd door de heilige Brandaan van Clonfert onderwezen en gedoopt en werd monnik in de abdij van Llancarrven en later  bisschop van Aleth.. Hij was een van de gezellen van de Sint Brandaan op diens reis. Hij deed veel aan missioneringwerk in Bretagne en vestigde zich in de buurt van de stad die nu naar hem Saint Malo wordt genoemd, maar werd door tegenstanders naar Saintes verdreven waar hij als kluizenaar leefde en in 640 overleed.

De Sint-Machutuskerk te Wannegem-Lede, de Sint-Machutuskerk in Wulvergem, de Sint-Machutuskerk in Monster en de kerk te Houtave zijn aan hem toegewijd.

Hij wordt als bisschop afgebeeld en altijd met een schip in de buurt. En blinde man die hij ooit genas of kreupel kind zit wel eens aan zijn voeten. Ook zie je hem soms d emis voordragen op de rug van een walvis, dit naar het verhaal van Brandaan.

Hij wordt vereerd als een van de zeven heiligen van bretagne samen met Brieuc van Bretagne, Corentinus van Cornouaille, Paternus van Vannes, Paulus Aurelianus, Samson van Dol en Tugdualus van Tregeuier. Wordt aangeroepen tegen kinderziektes als spierziektes.Mediabestanden

 

 

De bittere gagel, Myrica gale, is de plant van de dag.

 

Zie verder: http://www.volkoomen.nl/ en : http://volkoomenoudeherbariaenmedisch.nl/