15 oktober, heiligen van de dag.

 

Uit www.jesus-passion.com

 

Klik hier voor inleiding heiligen met relikwieĎn, biecht, aflaat, chrisma, era of tijdsbepaling, weerspreuken, bloemen.

 

15 oktober, H. Theresia van Avila, (Teresa de Jesus, Theresia de Grote): verschillende etymologieĎn, mogelijk van Grieks theros: ‘warmte, zomer of oogst’, therizein: ‘oogsten’, ook met Grieks theraein: ‘jagen’, dus de jageres. Verder als bewoonster van het eiland Thira (Santorin) of bewoonster van Therasia.

Theresia de Jesu werd op de 12de maart 1515 geboren te Avila als Teresa de Cepeda y Ahumada. Haar vader was de edelman Don Alonso Sánchez de Cepeda en Dõna Beatriz de Ahumada, gedwongen bekeerde Joden. Op 2 november 1535 trad ze toe tot de Karmelietenorde in het klooster van de menswording (La Encarnación) te Avila. Ze werd ingekleed in 1536 en legde haar geloften af op 3 november 1537. Ze moest het klooster echter in 1538 al weer verlaten omdat ze ziek werd en werd naar een genezeres in Becedas gestuurd. Door een boek dat ze las toen ze daar verbleef, kreeg ze haar eerste mystieke genaden. De behandeling in Becedas had geen effect en in 1539 werd Theresia doodziek terug naar Avila gebracht. Nadat ze op de feestdag van Maria tenhemelopneming gebiecht had, raakte ze in de toestand van schijndood. In die toestand werd ze terug naar het klooster gebracht, ze bleef zo gedurende drie jaar. In 1542 genas ze uiteindelijk zonder aanwijsbare natuurlijke oorzaak. Zelf schreef ze haar genezing toe aan de heilige Jozef, de bruidegom van de maagd Maria en de voedstervader van Jezus Christus. Ze zou de rest van haar leven een grote devotie voor deze heilige behouden (haar eerst gestichte klooster zou onder zijn bescherming worden gesteld). Na haar genezing maakte Theresia een periode van geestelijke dorheid door, die gevolgd werd door een tijd van bijzondere genaden. Zo verscheen haar in 1556 Jezus om zich met haar mystiek te verloven. In deze tijd van innig contact met God raakte ze ervan overtuigd dat ze de orde van de karmelietessen waartoe ze behoorde moest hervormen. Deze orde was namelijk, zoals zoveel orden op een bepaald moment van hun geschiedenis hadden meegemaakt, verslapt in de naleving van haar kloosterregel. Ze werkte vooral voor de hervorming van de orde waarbij ze veel zware tegenstand ondervond. Ze stichtte meer dan 30 nieuwe kloosters. Met hulp van Petrus van Alcantara en Johannes van het kruis stichtte ze in 1562 de dochterorde van de ongeschoeide Karmelietessen en voerde het observantisme in, het strengere naleven van de kloosterregels.

Ze wordt ‘doctrix mystica’ genoemd, ‘de lerares van de mystiek. Door haar geschriften behoort ze tot de grote mystici. Ze oefende daarmee ook grote invloed uit op de Spaanse literatuurtaal. Van haar geschriften zijn haar "Innerlijke Burcht," de Weg van Volmaaktheid" en haar "Hooglied" het meest beroemd. Ze behoren tot de hoogtepunten van de Spaanse literatuur. Op dat gebied werd zij in haar tijd alleen overtroffen door haar naaste medewerker en medemysticus, de heilige Johannes van het Kruis, die de Theresiaanse hervorming voor de mannelijke tak van de karmelieten ter hand nam. Haar verering verspreidde zich zeer snel doordat ze door veel kunstenaars werd afgebeeld als Rubens, Velasquez en Murillo. Die richtten zich naar een portret dat bij haar leven gemaakt werd door de beroemde karmeliet Joannes a Miseria. De doorboring van haar hart met een vurige pijl van liefde en haar mystieke huwelijk zijn wereldberoemd geworden, onder andere door een zeer vlammend barok beeldhouwwerk van Bernini in de Santa Maria della Vitoria te Rome (1644-1647).Overleden de 4de oktober 1582 in het klooster Alba de Liste in Oud CastiliĎ waar haar hart nog steeds wordt bewaard. Ze is door paus Paulus V zalig en heilig verklaard door paus Gregorius XV op 12 maart 1622.

Ze wordt in de kleding van de orde vaak zittend of knielend afgebeeld en meestal in gebed of extase. Haar attributen zijn een boek, soms met een kroon naar haar afkomst, ganzenveer en een duif op haar schouder die de H. Geest symboliseert die soms verschijnt als een vlam boven haar hoofd, een brandend hart, soms met de letters IHS, een pijl in de hand of door het hart wat symbool staat voor goddelijke liefde die haar doorboort, ook van de stigmata. Of een engel die met een brandende pijl haar hart doorsteekt komt vaak voor. Soms ook voorstellingen van haar visioenen, Christus verschijnt aan haar en toont een spijker van het kruis of wijst naar de wonde in zijn zij die zij kust of hij benoemt haar tot zijn bruid, bruidsmystiek. Patrones van de Karmelietessen. Wordt aangeroepen tegen hoofdpijnen en pijn in het hart.

Uit het graf van deze heilige klom een zoete geur van bloemen, namelijk van rozen, leliĎn en jasmijn.

 

Uit www.gloria.tv

15 oktober, H. Thekla van Kitzingen:  Grieks thekla, theo: ‘god’, kles: ‘roem’.

Thekla werd in de 8ste eeuw in Engeland geboren en werd non in de abdij te Winborne, Dorsetshire. Ze was familie van de H. Lioba. Met haar of spoedig na haar volgde ze Bonifatius naar Duitsland waar ze een klooster stichtten te Tauberbischofsheim. Na de dood van Hadeloga von Kitzingen trad Thekla rond 750 als haar opvolgster aan op de het Benedictijnenklooster Kitzingen en Ochsenfurt. Ze is rond 790 overleden te Kitzingen. Ze deed veel voor de vorming en hulp voor zieken.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Uit en.wikipedia.org

9 maart, 15 oktober, H. Bruno van Querfurt, Germaans, wat we terugvinden in Gotisch brunjo: ‘borstharnas of pantser’, daarnaast is oorspronkelijk de betekenis bruin mogelijk, beer, in sommige talen ook met de betekenis glanzend.

Bruno was de apostel van de Pruisen. Hij is geboren in ’t midden der 10de eeuw, rond 974 in Querfurt bij Halle in Sachsen-Anhalt als zoon van de Saksische edelman Brun en Ida, was vermoedelijk met het Duitse keizershof der Ottomanen verwant. Was door zijn ouders bestemd voor de geestelijke stand, ontving een zorgvuldige opvoeding te Magdenburg en werd daar reeds vroeg canonicus. Hij onderscheidde zich zeer door zijn vroomheid en goede werken, voegde zich bij de orde der Benedictijnen en werd door keizer Otto III in 995 tot hulp van paus Gregorius V naar Rome gezonden. Hij bleef er tot 999 en wilde in de voetstappen van Adalbert van Praag treden die de marteldood ondergaan had in 997. Hij trad te Rome in het klooster San Bonifazio en Alesso in. Legde in 999 de monniksgelofte af en nam de naam Bonifatius aan. Met abt Romuals stichtte hij in 1001 een kluizenaarsvestiging in de moerassen van de Po bij Pereum, noordelijk van Ravenna. Op wens van Otto III zou hij het missiewerk in Polen overnemen, volbracht een zendelingsreis door Pruisen waar hij door zijn zachtmoedigheid grote invloed kreeg op de woeste bewoners. Otto’s opvolger, Hendrik II, voerde oorlog tegen de Pruisen waarop hij naar Hongarije uitweek. In 1004 bezocht hij het hof van koning Hendrik II, werd door Tagino van Magdenburg tot missie aartsbisschop gewijd en stichtte in Querfurt de Burgkirche. Nadat de Hongaren aan de zijde van Duitsland oorlog voerden zag hij zijn kans om zijn oorspronkelijke opdracht te vervullen en begaf zich naar "Széklern" bij Siebenbürgen. Op het eind van 1007 wilde hij vanuit het oosten eindelijk opnieuw een tocht door Pruisen maken en leerde de grootvorst van Kiew, Wladimir I Swjatoslawitsch, kennen en werkte in West Rusland beneden de Dnjepr onder de Nomaden van de Petschenegen. In de zomer 1088 bemiddelde hij vrede tussen Wladimir en de Petschenegen, stelde zijn begeleider aan als bisschop en vertrok toen naar Polen. Daar schreef hij de geschiedenis over zijn metgezellen Benedictus, Johannes en de anderen, de vijf martelaars van de missie in Polen. Van hieruit zond hij een bisschop naar Zweden. Begin 1009 begon hij, weer zonder resultaat, met zijn missiewerk in Pruissen. Op de weg terug naar Rusland werd hij samen met 18 metgezellen bij Lötzen, tegenwoordige Gizycko in Polen, door de heidenen overvallen en onthoofd. Hij werd heilig verklaard. Vorst Boleslav kocht zijn lichaam van Bruno en zijn metgezellen en liet ze naar Polen brengen. Op de Tafelberg bij Löwentinsee, Lötzen, herinnert een groot ijzeren kruis aan hun dood. Braunsberg - tegenwoordig Braniewo - in Masuren is naar Bruno genoemd. Hij wordt op een ezel rijdend voorgesteld met afgeslagen handen.

 

De bloem met hun dag verbonden is de naar muskus ruikende santorie, Centaurea moschata .

 

Zie verder: http://www.volkoomen.nl/ en : http://volkoomenoudeherbariaenmedisch.nl/