16 oktober, heiligen van de dag.

 

Uit www.renovabis.de

 

 Klik hier voor inleiding heiligen met relikwieĎn, biecht, aflaat, chrisma, era of tijdsbepaling, weerspreuken, bloemen.

 

16 oktober, H. Hedwig (Hedwigis, Jadwiga): Germaans hade: ‘strijd’, wif: ‘vrouw’, dus ongeveer, de strijdster, of wich: ‘strijd’, wat een naam geeft met 2 maal strijd, vergelijk Hildegonde. 

Hedwig was hertogin van SileziĎ en is geboren rond 1174 te Andechs als dochter van Berthold IV, markgraaf van Meran die over Tiro en IstriĎ regeerde. Haar oom was bisschop Poppo van Meranie. Haar zuster Gertrude trouwde met Andreas II van Hongarije en werd moeder van H. Elisabeth van Hongarije, haar andere zuster Agnes was de derde vrouw van de Franse koning Filips Augustus.

In 1186 huwde ze op 12 jarige leeftijd met Hendrik I, hertog van SileziĎ, en werd de moeder van 7 kinderen. Zij deden zeer veel voor de uitbreiding van het geloof in hun land, zorgende voor de zieken en bouwde verschillende hospitalen. Daarna legde ze de gelofte van kuisheid af terwijl Hendrik zijn baard liet groeien en de bijnaam ontving van de ‘gebaarde’. Na de dood van haar man in 1238 leefde ze eenzaam en diende de armste. Ze stichtte het klooster te Trebnitz (Tzrebnica) in 1203, daarom wordt ze vooral in die streken vereerd. Overleed de 15 oktober 1243 te Trebnitz waarna ze in 1286 heilig is verklaard. Haar gebeente rust in genoemd klooster, haar gedenkdag is de 15de of 17de oktober.

Schutspatroon van SchlesiĎ, Beieren, Berlijn, bisdom Gorlitz en weduwen, wordt aangeroepen bij kindersterfte, moeilijke huwelijken en jaloezie.  Ze wordt afgebeeld als Cistercenser, hoewel ze geen gelofte heeft afgelegd, naast haar de kroon en vorstenmantel, blootsvoets en draagt de schoenen in de handen als teken van deemoed, ze zou schoenen zonder zolen gedragen hebben om te verbergen dat ze blootsvoets liep. Ook wel draagt ze een kerkmodel, een Mariabeeld, dat ze altijd met zich meedroeg, of een kruisbeeld in de hand, terwijl Christus een arm losmaakt om haar te zegenen. Soms zie je haar dat ze een bedelaar wat brood geeft of met kinderen die ze onderricht.

St. Hadewig werd in het Frans St. Avoye waaruit het werkwoord avoyer ontstond met de betekenis ‘de goede weg wijzen’, zo werd ze de schutspatroon van de verdwaalde zielen, lepra patiĎnten en bruiden omdat ze meisjes een bruidsschat gaf.

 

De oudste berichten van bloeiende kersenbomen met kerstavond stammen van het "leven van de heilige Hedwig’. Toen de heilige nog jong was kwam op kerstavond iemand die vertelde dat in de tuin een kersenboom volop in bloei stond.

 

Uit www.flickr.com

16 oktober, H. Gallus van Helvetie: (Gallatius, Gal, Gallanus, Gallo, Gallianus) Latijn gallus: ‘GalliĎr’, Kelt, of Latijn gallus: ‘haan?’ Komt al voor in verschillende Romeinse geslachten, Galla Placida, Romeinse keizerin. Ca 389-450.

Gallus is geboren rond 550 te Arbon in Ierland en ontving zijn opleiding in het klooster Bangor te Ierland. Hij ging ca 590 met Columbanus en 12 andere monniken naar Frankrijk en later in 610 naar Zuid Duitsland, omgeving Bodensee. Hij was medestichter van het klooster van Luxeuil, daarna werd hij samen met Columba verbannen. Volgens de legende zou hij een geestelijke nederzetting (de Galluszelle) gesticht hebben bij de bron van Steinach waar zijn kluis uitgroeide tot het klooster van Sankt Gallen. Hij stichtte daar in 613 een Ierse vestiging volgens de regels van Columba. Hij is overleden rond 640 te Arbon in Zwitserland. Rond 720, een 100 jaar na zijn dood, stichtte Othmar een abdij op de plaats waar hij begraven was wat daarna een bedevaartsoord werd, Sankt Gallen. Zijn verering verspreidde zich ook over de Slavische volkeren, zie bijvoorbeeld de Tsjechische naam Havel waar de moeilijkheid blijkt om g en h te onderscheiden.

Gallus draagt de zwarte habijt van de Benedictijnenorde met een abtstaf of pelgrimsstaf, een verwijzing van de lange reis naar Zwitserland. Naast hem zie je vaak een beer die van hem een stuk brood kreeg en hout aandroeg voor zijn kluis. Ook zie je vaak dat hij goud van de hertog Gunzo kreeg vanwege de genezing van zijn dochter die hij aan de armen uitdeelt.

Patroonheilige van het pluimvee naar zijn naam Gallus; haan. Wordt aangeroepen bij koorts.

Op St. Gallendag moet iedere appel in de zak.

 

Uit www.marypages.com

16 oktober, H. Gerardus Majella, (St. Geert van Wittem) Germaans ger: ‘speer’, hard: ‘hard, sterk of stevig’, dus ongeveer, sterk met de speer.

Gerardus is geboren op 23 april 1726 te Muro Lucano bij Napels als zoon van een kleermaker. Hij was aanvankelijk kleermaker, portier en tuinman en in 1749 lekenbroeder bij de Redemptoristen en dienaar van bisschop Albini van Lacedogna, leidde een voorbeeldig geestelijk leven. Hij werd bekend om het geduld waarmee hij beledigingen en pijnigingen onderging en om zijn liefdadigheidswerk. Tijdens zijn korte leven was hij begenadigd met mystieke gaven en stond dicht bij de mensen, gaf door zijn daadwerkelijke ondersteuning hulp bij zieken en lijdende, wonderlijke genezingen. Hij is bekend door zijn apostolisch en charitatief werk. Een tijd lang werd zijn leven gekenmerkt door verschijningen van verschillende aard, zoals genezingen, bilocatie; aanwezigheid op meerderen plaatsen op dezelfde tijd, helderziendheid, profetieĎn en broodvermenigvuldiging op zijn naam. Hoewel hij geen gewijd priester was hadden zijn inzichten en raadgevingen veel invloed. Hij overleed op 16 oktober 1755 te Caposella waar zijn graf een bedevaartsoord werd. Hij werd in 1893 door paus Leo zalig en in 1904 door Pius X heilig verklaard.

Hij was in Limburg een populaire heilige. In Wittem staat een oud klooster dat gebouwd is tussen 1729 en 1733 in opdracht van de eigenaar van de heerlijkheid Wittem, graaf Ferdinand van Plettenberg om het gebied te behoeden voor het verderfelijke calvinisme. Wittem is vandaag de dag onder katholieken vooral bekend als het heiligdom van sint Gerardus Majella. Daar is ook een relikwie van de heilige.

Hij wordt afgebeeld in de zwarte kleding van de orde met aan zijn rechterhand vaak het kind Jezus dat van hem brood krijgt als verwijzing naar zijn charitatieve werk.

Hij is patroonheilige van kleermakers, portiers en zwangere vrouwen en wordt aangeroepen voor een voorspoedige bevalling.

 

Aegopodium podagra, kruip door de tuin of flerecijncruyt, flerecijn is jicht. Het kruid werd gebruikt als middel tegen jicht. Vroeger heette het Herba Santa Gerardii, Gerardskruid, de schutspatroon van jichtlijders, zo ook herbe de St. Gerard, Herb Gerard en Herba de San Gerardo. Het werd in Engeland in de middeleeuwen als middel tegen de jicht ingevoerd. De koninklijke hoveniers kweekten het. Het was zo succesvol dat ze aannamen dat dit kruid een gift van St. Gerard was die hen zou bevrijden van de kwaal. Zo werd het gepromoveerd tot Bishop’s weed. Zal wel naar een eerder genoemde Gerardus benoemd zijn.

 

Uit quigleyscabinet.blogspot.com

16 oktober, H. Vitalis, Viau of Viaud: Latijn vitalis: ‘tot het leven behorend’, levenskracht in zich hebben, vergelijk vitaal.

St. Vitalis of Savigny stichter van het klooster en congregatie van Savigny in 1112 en te Tierceville bij Bayeaux rond 1060-5. zijn ouders waren Rainfred en Rohais. We weten weinig van zijn jeugd, na de inwijding werd hij kapelaan bij de Conqueror's broeder, Robert of Mortain waar hij zijn vertrouwen en respect kreeg die hem plaatst in de kerk van Saint Evroult te Mortain die hij in 1082 had gesticht. Maar Vitalis voelde in zich een meer perfecte levensstijl. Hij gaf zijn kanunnikschap op in 1095 en vestigde zich te Dompierre, oostelijk van Mortain en werd een van de leiders van de groep kluizenaars in het bos van Craon. Hier leefde hij 17 jaar. Tegelijkertijd zorgde hij net zoals Robert van Arbrissel voor de geestelijk redding van de buurtgenoten en gaf praktische hulp aan de outcasts die zich rondom hem verzamelden. Hij was een grote prediker, zou Hendrik I van Engeland zich verzoend hebben met zijn broer, Robert Curthose. Hij schijnt Engeland bezocht te hebben en een groot deel van W. Frankrijk, NormandiĎ was zijn voornaamste werkterrein. Tussen 1105 en 1120 stichtte hij een nonnenklooster te Mortain met zijn zuster St. Adeline als abdis. Hij stierf op 16 september 1122.

 

 

 

 

Uit www.athelstanmuseum.org.uk

16 oktober, Lullus (Lull or Lul), vleivorm uit de kindertaal, een verkorte versie van Germaanse namen die met de syllable "Lud" of "Lut"  beginnen, zie Lutger en Ludwig.

Een Angelsaksische zendeling uit de 8steeeuw. Hij is geboren rond 710 in Wessex. Hij ontving zijn opleiding in het klooster Malmesbury te Wiltshire en was eerst abt op het Benedictijner abdij te Hersfeld. Tijdens een pelgrimsreis in 737 naar Rome ontmoette hij St. Bonifatius en besloot om hem te vergezellen in zijn missiewerk in Noordelijker GermaniĎ. In 783 kwam hij bij de Benedictijner orde en het klooster van Fritzlar dat door Bonifatius in 732 gesticht was waar abt St. Wigbert zijn leraar werd. Werd deken in 740 en priester gewijd door Bonifatius in 747, trad in zijn plaats als evangelieverkondiger in Friesland en Hessen op en koning Pepijn benoemde hem in 755 als zijn opvolger op de aartsbisschoppelijke stoel te Mainz. Hij vergrootte die door die van Buraburg, bij Fritzlar, en Erfurt op te nemen. Zijn voornaamste taak was de doorzetting van Bonifatius werd om de kerk in het Frankisch rijk te hervormen en het kerstenen van de Germanen in Hesse-Thuringen. Terwijl Bonifatius een nauwere band had met Rome zocht hij een beter begrip bij de Frankische koningen. Hij overleed in het door hem gestichte klooster Hersfeld op de 16de oktober 786 waar hij begraven werd. Gecanoniseerd op 7 april 852.

 

De zinnebeeldige bloem van de dag is een Amerikaanse zonnebloem, Helianthus decapetalus.

 

Zie verder: http://www.volkoomen.nl/ en : http://volkoomenoudeherbariaenmedisch.nl/