17 januari, heiligen van de dag.

 

Uit en.wikipedia.org

 

Klik hier voor inleiding heiligen met relikwieĎn, biecht, aflaat, chrisma, era of tijdsbepaling, weerspreuken, bloemen.

 

17 januari H. Sulpicius II van Bourges, (Sulpicius, Sulpitius, Supplitius, Sulpice, Sulpicius de Vrome)

Hij is geboren in Vatan rond 570 uit een adellijk geslacht en werd opgevoed aan het hof van koning Chlotarius II. Werd het hoofd van een priesterschool van Bourges en in 618 biechtvader van Chlotarius II. Richtte veel kerken en kloosters op rond Bourges. Hij wijdde de H. Desiderius tot bisschop van Cahors en zijn leerling H. Remacles van Stavelot werd op zijn aandringen abt van Solignac. 

Hij was vanaf 624 bisschop van Bourges. Een deel van zijn relikwieĎn rust in het Parijse Saint Sulpice kerk en in de gelijknamige kerk van Bourges. Woonde het concilie van Clichy bij in 627 en ging later terug in een klooster en werkte aan de bekering van de Joden. Gestorven te Bourges in 647 en is patroon van die stad. In Roermond wordt zijn gedachtenis herdacht. Hij was de vierde bisschop van Maastricht. Hij is vanouds bekend en vanwege het schrijven in de Bisschop chronologie in het laatste kwartaal van de tiende eeuw. Hij wordt als bisschop afgebeeld met een kruisstaf of gewone bisschopsstaf. In de ene hand houdt hij een open boek en met de vinger van de andere hand wijst hij naar de inhoud. Op andere afbeeldingen zie je hoe hij aalmoezen uitdeelt, zieken geneest en op zondag werkende mensen terechtwijst of een zondaar aanwijst waarna de duivel in een boom vlucht. Hij wordt aangeroepen bij priesterroepingen, huidziektes en jicht.

 

17 januari/ 9 april, H. Marcellus:  Latijns van Marcus, ‘van Mars’, de oorlogsgod. Al bij de Romeinen bestond een familie Marcelli, bijvoorbeeld. Marcus Claudius Marcellus was generaal tijdens de tweede Punische oorlog in de 3deeeuw v. Chr. Het was eveneens een naam van de neef van keizer Augustus. Verschillende heiligen zijn er van deze naam.

Marcellus was bisschop van Die, 463-510. Hij werd vooral door de Arianen veel vervolgd.

 

Uit www.adolphus,nl

17 januari,  H. Antonius (Antonius de Grote, kluizenaar of Antonius met het varken, soms de H. Vincentius): Latijn, de vertaling is onzeker. Was al bekend bij een Romeins geslacht, bijvoorbeeld. Marcus Antonius.

St. Antonius, de befaamde Egyptische asceet in de woestijn. Hij wordt de ‘kluizenaar’ genoemd en beschouwd als de grondlegger van het monnikenwezen. Hij wordt de Vader van de monniken genoemd. Een zware strijd heeft hij gestreden tegen de geesten der duisternis. Hij overwon ze door streng vasten en lang nachtwaken.

‘De kluizenaar Antoon, dien steeds de duivel plaagde

Waar hij zich ook bevond, al school hij bij een graf

Vertoonde aan ieder, die hij zijn lessen gaf

Dat duivel, hel noch spook hem ooit in het minst versaagde’.

De H. Antonius werd geboren in 251 uit een aanzienlijk geslacht te Coma, bij Heraclea in Midden Egypte. Als knaap al vermeed hij omgang met andere kinderen en versmaadde alle onderwijs. Op jeugdige leeftijd verloor hij zijn ouders en verdeelde zijn rijke vaderlijke erfenis onder de behoeftige en begon een leven van afzondering in de wildernis van Thebe om alleen voor de hemel te leven, 270. Eerst hield hij verblijf in een grafspelonk en vervolgens in een vervallen kasteel waar hij enkel brood, zout en water gebruikte, op ruwe matten sliep en zijn tijd tussen palmgezang, gebed en handarbeid verdeelde. Nadat hij 30 jaar in die toestand geleefd had, trad hij op dringend verzoek van zijn vereerders openlijk als leraar op en kreeg een groot aantal volgelingen. Hij spoorde hen aan om in kluizen te gaan wonen in het gebergte aan de overzijde van de Nijl en aan de westelijke oever van deze rivier, niet ver van ArsinoĎ. Door deze nabuurschap van kluizenaars ontstond het eerste kloosterleven. Zo werd hij de vader van het kluizenaars- of monnikenleven. Antonius hield het opzicht over deze verenigingen die hem vader (abbas) noemden. Hij wekte hen op tot het gebed en de handenarbeid. Zij vlochten matten van palmvezels voor hun eigen gebruik en voor behoeftige.

Weldra namen de kluizenaarsverenigingen aanmerkelijk toe. Antonius rukte zich los uit hun midden toen onder de regering van Maximus de Christenen te AlexandriĎ vervolgd werden, 311. Hij snelde heen om de gelovigen te ondersteunen en troosten. Hij vreesde de marteldood niet maar keerde een jaar daarna terug naar de verblijven der monniken. Zijn roem verspreidde zich heinde en ver, zijn leerlingen bevolkten de woestijn, talloze zieken zochten genezing, vele ongelukkige zochten een schuilplaats bij de heilige man. Antonius trad onder hen op als een geneesheer naar lichaam en ziel en met een verwonderlijke inspanning van zijn krachten zocht hij zoveel mogelijk ieders wensen te bevredigen. Hij werd talloze malen verleid door de duivel in de vorm als naakte vrouw of als monster. In latere tijd droeg hij het bestuur over de kluizenaarsvereniging op aan zijn leerling Pachomius en begaf zich met twee vrienden verder in de woestijn naar de berg Kolzim waar hij een grot bewoonde en zelf zijn voedingsmiddelen verbouwde. Slechts enkele malen kwam hij in het midden van zijn jongeren om hen door een toespraak te bemoedigen of hij begaf zich naar zijn vriend, de bisschop Athanasius te AlexandriĎ om de Arianen te bestrijden. Tijdens de verbanning van Athanasius, 335, wendde hij zich ten behoeve van die een schriftelijk verzoek aan keizer Constantius die zijn verzoek met een weigering beantwoordde, maar hem wel uitnodigde naar Constantinopel te komen. Antonius gaf echter de voorkeur aan de woestijn boven die van het hof. Toen hij de ouderdom van 90 jaren had bereikt deed hij een pelgrimstocht naar de beroemde kluizenaar Paulus van Thebe. Hij vond die stervende en bewees hem de laatste dienst. Nadat hij als grijsaard van 104 jaren de terugkeer van Athanasius te AlexandriĎ belegd had overleed hij op de 7de januari 356 in de armen van zijn beide vrienden, 106 jaar oud zonder maar een tand te verliezen.

Deze man, die de voorrechten van de beschaving met opzet verwierp bezat een grote rijkdom aan natuurlijke gaven van de geest. Hij onderscheidde zich door geloof en volharding en zelfs door welsprekendheid. Volgens zijn wil moest zijn begraafplaats verborgen blijven om ’t misbruik te verhoeden dat het bijgeloof wellicht maken zou zijn van zijn lijk. Toch is zijn gebeente, althans wat men daarvoor hield, in 561 naar AlexandriĎ, in 635 naar Constantinopel en in 980 door graaf Jocelin naar St. Didier la Mothe overgebracht. De kluizenaarsverenigingen die door hem gesticht zijn hebben onder zijn leerling Pachomius de vorm van kloosterverenigingen aangenomen, Hilarion genaamd, en zijn over Palestina verspreid.

 Hij werd door Athanasius van AlexandriĎ beschreven als de eerste kluizenaar die vanwege Christus de wereld verzaakte.

Zijn verering werd in het westen vooral verspreid door de orde van de Antonieten, 1095, stichters van hospitalen. Hij is schutspatroon van ItaliĎ.

In de 9de-13de eeuw heerste er onder geheel Europa, vooral in Frankrijk, de pest of de Zwarte Dood. De aangetaste lichaamsdelen werden zwart en koud, het vlees viel van de botten en verpestte de lucht. Diegene die in de kerk van St. Didier de heilige aanriep werd genezen en de ziekte werd naar hem, het (koude) vuur van St. Antonie genoemd. Ook ging zijn naam over in een broederschap die in 1095 gesticht was door een rijk ridder, Gaston in de Dauphine, wegens de genezing van zijn zoon. Omstreeks 1040 leed de zoon van een deze Gaston aan die ziekte. Zijn vader ging op bedevaart naar het graf van de heilige Antonius. Terwijl hij daar knielde kreeg hij een visioen. Hij moest een klooster stichten dat zich geheel zou bezig houden met de verpleging van de lijders van het Ignis Sacer: het heilig vuur. De edelman stichtte de order der Antoniters die op den duur 300 kloos­ters bewoonden. De behandeling bestond uit wassingen met een preparaat dat vervaardigd was uit wijwater waarmee relikwieĎn waren gewassen waaraan wat wijn en wat afschraapsel van de stenen van het heilig graf in Jeruzalem waren toegevoegd. In veel gevallen herstelden de patiĎnten, al of niet verminkt, van hun kwaal. Dat kwam omdat de geestelijkheid door zadenreiniging meestal van vergiftiging verschoond bleef. De ziekte werd veroorzaakt door een schimmel, moederkoren genaamd, die in graan kan voorkomen. Na hun toevlucht in de kloosters, waar de lijders een gezond brood kregen, herstelden ze snel en na thuiskomst was het weer spoedig hetzelfde. Achteraf herstelden ze niet van het water maar van het zuivere brood. Daardoor duurde het zo lang voordat men achter de oorzaak van de kwaal kwam. Verder verenigde hij een aantal hospitaalbroeders, kleedde hen in een zwart gewaad en hechtte op de linkermouw hiervan het hemelsblauwe Antoniuskruis dat de vorm heeft van een T. De latere monniken van Antonius van Vienne. Antonius is zo patroon tegen besmettelijke ziekten.

Volgens de legende werd hij door allerlei boze geesten gekweld die hem tot de wereldse genietingen probeerde over te halen. Omdat hij veel last had van bekoringen op seksueel gebied (zie bijvoorbeeld ‘Les tentations de St. Antoine’ van Flaubert, die zelf weer teruggreep op schilderijen van deze bekoringen, onder andere door Jeroen Bosch) werd het varken hem als gezel gegeven, het varken dat hier de vleselijke lusten symboliseert. Dat wist hij door gebed te overwinnen.

 

Jan van Mandeville; ‘Van Sint Anthonius. In tijden die geleden zijn ontmoette een heilige kluizenaar of heremiet in deze wildernis van Egypte eens een monster, dat is te zeggen een creatuur ongefigureerd. Dit monster was als een mens, maar had 2 erg grote snijdende horens in zijn voorhoofd; het had het lichaam tot de navel toe als een mens en van de navel toe nederwaarts als een geit. En deze heilige man vroeg hem in de naam Gods wie hij was. En dat monster antwoordde hem en zei: ik ben een sterflijke creatuur alzo zoals God en de natuur me hebben gemaakt. Dit monster woonde in deze wildernis en bejaagde daar zijn kost en zijn nooddruft. En het bad ook deze heilige man dat hij God wou bidden voor hem, die om dat menselijk geslacht te behouden daalde van de hemel en werd geboren van een maagd en passie en de dood leed, gelijk zoals wij weten en mits welke we zijn en leven. En nog is dat hoofd van het monster met de horens te AlexandriĎ vanwege het wonder’.

 

Hij wordt afgebeeld als een grijsaard met lange baard in een donkere pij, met een boek in de ene en een kruk in de andere hand of een wijwaterkwast of bel (ter afwering van boze geesten, de bel die de antonieten, orde van ziekenbroeders op hun tochten luidden wanneer ze aalmoezen verzamelden) vlammen aan zijn voeten, naar de bestrijding van het antoniusvuur, soms een doodshoofd en kaars, toespelingen op vanitas, ijdelheid of vergankelijkheid, en aan zijn zijde staat een varken of zwijn. Het boek betekent dat de heilige zich heeft gewijd aan de beoefening van de H. Schrift. De kruk is niets anders dan een antieke vorm van het kruis, van Latijns crux. Het zwijn is het St. Antoniuszwijn omdat die bestemd was voor de behoeftige. Of omdat de duivel hem in die vorm verscheen of als symbool van de overwonnen dierlijke nijgingen in de mens, ook het recht dat de antonieten verwierven om een bepaald aantal varkens vrij rond te laten lopen in de steden.  Schutspatroon van armen, zieken, slagers, herders, hoveniers en varkenshoeders, doodgravers omdat hij de H. Paulus van Thebe dood aantrof en hem begroef. Wordt aangeroepen tegen pest, roos, scheurbuik, en zweren.

Het varken is zijn voornaamste attribuut. In Duitsland heet deze heilige dan ook, ter onderscheiding van anderen met dezelfde naam, St. Anton von der Sau en in ItaliĎ San Antonio del porco. Het is met Antonius zwijn als met Rochus hond: C’est St. Antoine en son cochon’ als C’est St. Roch et son chien”. Het zijn bij de Fransen bekende uitdrukkingen om een paar onafscheidelijke vrienden aan te duiden.

Het varken vinden we vaak afgebeeld boven de ingang van armen- of weeshuizen. In de Middeleeuwen werden hier en daar gilden of broederschappen gesticht die ter ere van de heilige voor de armen een of meer varkens vet mestten waarvoor dan bij Stadskeur vrij van weiderecht werd toegestaan. Ze mochten vrij rondlopen en werden door de inwoners gevoed. De scheldnaam ‘straatvarken’ laat zich hieruit gemakkelijk verklaren evenals de Franse uitdrukking voor schooien of klaplopen “faire comme le pourceau de St. Antoine, se fourrer partout”.

De St. Antoniusvarkens moesten van een bel zijn voorzien. Toen ook andere varkenshouders die dieren een bel gingen aandoen en de straat opstuurden werd naar een andere maatregel gezocht. Het St. Teunisvarken werd gemerkt, de oren gekort of het linker oor afgesneden of een ander “Sinte Anthonis teycken’ gegeven. Maar ook anderen konden dit na doen zodat het stedelijk bestuur van Utrecht op 1419 zijn stem moest verheffen en een waarschuwing moest laten horen tegen hen die op die wijze “ de Goden, de Heiligen en de Raad verschalken”.

In sommige streken was de varkensstal bij de kerk en aan de koster was de verzorging opgedragen. In Westfalen had dit varken bij de kerk zijn stal en werd door de koster verzorgd. ‘s Morgens vroeg werd de stal geopend en liep het dier vrij rond om zijn kostje op te scharrelen dat het in ieder huis vond. Het was vredebreuk het kwaad te doen of weg te jagen. In de reformatietijd ontstond daaruit te Wesel een bloedige vechtpartij.

Het varken werd daags voor St. Antonius, 17 januari, na de kerkdienst geslacht en in stukken verdeeld ennadat de koster iets voor zijn moeite gekregen had werd de rest in de kerk aan de armen gegeven. Het is het St. Antoniezwijn. Het zwijn moet wel besneden zijn. Te Arnhem was er ook een oud statuut: “... Ende die ghene, den der heiligen verken bevolen werden te verwaren, solle se soe bewarn, dat se bynnen der stat bliven ende den luden buten ghenen schade en doen...”. Op het vaandel van het St. Anthonie broederschap van die stad was het St. Antoniesvarken afgebeeld met “sijne seven keuijen” wat inhield dat de schutterij wat landerijen had waar een zeug met 7 jongen mochten lopen. In een keur van de stad Harderwijk van 1562” .. nyemandt en soll verkenen houden......... behalve suncte Anthonys vrye gelubbe verkenen.” Men mocht geen varkens houden dan op zijn eigen land, behalve het St. Anthonievarken. Vandaar dat de heilige naderhand als patroon van het vee werd beschouwd en als zodanig door boeren, vleeshouwers en spekslagers werd vereerd. Hij wordt aangeroepen tegen het wild vuur, besmettelijke ziekten van mens en dier, vooral zwijnen.

Verder komt het St. Antoniusvarken is spreekwoorden voor als: ‘Iemand nalopen als’. Ook ‘snuffelen of knorren als een St. Teunisvarken’. Dit zie je ook in Bredero’s “Lucelle”;

...ay, hoor den grijnsert morren

Dat hij St. Teunis vercken ophad, hij mocht niet meer knorren”.

Als neef Teunis was hij patroon van de matrozen.

Een portret van de H. Antonius op het hart gedragen komt zieken en zwangere vrouwen te goede. Een zelfde dienst bewijst een zekere gordel. Zigeunervrouwen die een kind verwachten dragen zo’n voorwerp op het lijf waaraan onder andere rundertanden, hazenpoten en berenklauwen hangen. Allerlei afbeeldingen zijn erop aangebracht en dikwijls ook met een kruis omdat het woord kruco in hun taal ook geluk betekent. Indertijd werd door graaf Honoratio aan de koningin van Spanje, in de tijd van haar zwangerschap, namens de Paus de gewijde gordel overhandigd.

Het is in BelgiĎ een van de populairste heiligen. Vele broederschappen of gilden van Sint Antonius drinken die dag haar halve ton gildebier. Sinds eeuwen komt op deze dag in Dwingelo het Sint Antoniusgilde bijeen. Om lid te worden moet je in Dwingelo wonen en tot de familie van de oprichters behoren. De twee broers met de minste dienstjaren bedienen de anderen. Ze roeren ’s avonds het warme bier en halen als er een nieuw lid is die van huis. De nieuweling betaalt bij zijn intrede een half vat bier en een half mud rogge. De gildewet wordt bij de installatie voorgelezen en ondertekend. Nadat de opbrengst der ‘boterpacht’ is verdeeld moet de nieuwe broeder in elk stuk boter een kwartje steken, de boter is dan ‘bemaald’ en wordt aan de behoeftige uitgereikt. Van ’s morgens 10 tot ’s avonds 10 viert het gilde zijn teerdag, de kalken pijpen worden aangestoken en de lopende gildezaken besproken. Het middagmaal bestaat uit een oud recept van grauwe erwten, rollade, ham, stokvis en rijst met suiker. Kregen de armen vroeger ’s avonds tussen 5 en 7 uur hun gaven in natura, tegenwoordig ontvangen ze een bedrag in geld of waardebonnen. Ook in N. Brabant zijn er St. Antoniusgilden. In Limburg, in plaatsen waar geen varkens worden gehouden, worden geiten geslacht. Vaak wordt dan nog een pop van stro verbrand, dat is het afscheid nemen van de winter. In de andere dorpen worden varkenskoppen verkocht en soms weer gekocht en verkocht, de opbrengst is voor de parochie

 

Weerspreuken.

Met Sint Antonius lengen de dagen, zoveel als het een eetmaal van een monnik, dus heel weinig

Maakt te Sint Teunis de brug, Sint Sebastiaan slaat ze stuk. =Vriest het op 17 januari dan dooit het op 20 jan.

Met Sint Teunis en Sint Sebastiaan komen de harde koppen eerst aan. =Dan begint de winter eerst goed.

Een andere spreuk luidt zelfs: Sint Antoon en Sint Sebastiaan gaan met ‘t hardste kou van de winter aan. =Deze dagen zijn de koudste van het jaar.

Sint Anthonius schoon en helder, vult het vat en ook de kelder.

Sint Teunis is een ijsmaker of een ijsbreker. =Dan begint het te vriezen of te dooien.

Aan de Heilige Antonius, patroonheilige van het huwelijk, is een witte lelie opgedragen.

In het Frans heet Chamaenerion, wilgeroosje, osier fleuri of laurier de St. Antoine. Het Duits heeft Eberkraut, Antonikraut, Feuerkraut, bij ons is het ook bekend als vuurkruid, St. Antoniuskruid etc. De ever was bij de Germanen het zinnebeeld van de zon en de levenwekkende natuur en die werd bij de Christenen de speelgenoot van de H. Antonius.

 

De smalbladige bastaardwederik, Epilobium angustifolium, Staphylea pinnata zijn de St. Antoonsnootjes, zijn raapje is Ranunculus bulbosus, zijn thee, Betonica officinalis. Anthoniekruid is Scrophularia alata, Anthoniebloem is Galanthus, Anthoniewortel is Rumex obtusifolius.

 

Het waterhelmkruid is zijn plant, Scrophularia aquatica.

 

Zie verder: http://www.volkoomen.nl/ en : http://volkoomenoudeherbariaenmedisch.nl/