19 februari, heiligen van de dag.

 

Uit www.antiquariat-grundmann.de

 

Klik hier voor inleiding heiligen met relikwieĎn, biecht, aflaat, chrisma, era of tijdsbepaling, weerspreuken, bloemen.

 

19 februari / 26 november, H. Konrad:  Germaans koen: ‘dapper, koen’, raad: ‘raad’, dus ongeveer bekwaam in het raad geven. Vele vorstelijke personen droegen in de middeleeuwen deze naam, vooral in Duitsland.

Hij zou rond het jaar 900 geboren zijn, zoon van graaf Heinrich von Altdorf, werd in de Konstanzer Domkapitel geestelijk voorbereid en werd in 934 onder invloed van de Augsburger bisschop Ulrich von Augsburg tot bisschop van Konstanz gemaakt. Hij schonk zijn erfgoed weg aan kerken, kloosters en armen, maakte driemaal een pelgrimstocht naar het Heilige Land. Dat diende onder meer voor invoer van relikwieĎn. Hij was te Rome bij de keizerkroning van Otto I, hij legde de grondslag voor het recht dat hij in Rome leerde, daar leerde hij ook de bouwkunst en als basis diende de Patrichiaalbasiliek van Rome. Voor de stad liet hij een Paulus kerk oprichten die gelijk was aan die van San Paolo fuori le mura te Rome, in de buurt ontstond de St. Johans kerk die sprekend leek op San Giovanni in Laterano.. Hij werd een zeer populaire heilige. De monnik Odalschalk schreef een vita Konradi waarin wonderen van hem vermeld worden. Men zocht een inheemse heilige en Konrad was geschikt. Dat gebeurde op eind november 1123.  Hij wordt met een kelk afgebeeld want toen er tijdens een mis een spin in de kelk viel zou hij die mee opgedronken hebben omdat hij de reeds bereide wijn niet wilde weggooien. Later is de spin onbeschadigd uit zijn mond gekomen en werd vrij gelaten.

 

Uit 365rosaries.blogspot.com

19 februari, H. Conradus van Piacenza.

Hij is in 1290 in het Italiaanse Piacenza geboren in een van de meest vooraanstaande adellijke families. Hij groeit dus ook in die sfeer op en trouwt al op jonge leeftijd met Euphrosyne, zelf ook van adel. Het leven lacht hun op alle fronten toe: ze staan hoog in aanzien, over geld hoeven ze zich geen zorgen te maken, ze wonen mooi en er staat een grote staf bedienden tot hun dienst. Op een mooie zomerdag trekt Conrad er met een grote groep bedienden op uit om zijn favoriete bezigheid te bedrijven: jagen. Conrad heeft zijn zinnen gezet op een partij herten die zich verscholen houdt in het dichte struikgewas. Om ze eruit te verdrijven, geeft hij de opdracht de struiken in brand te steken. Het lijkt goed te gaan, maar dan gooit de aanwakkerende wind roet in het eten. De vlammen slaan over naar ander struikgewas en steeds meer bomen vatten vlam. Het vuur breidt zich al snel uit naar aanpalende maēsvelden en zelfs een paar huizen moeten het ontzien. Allang voordat het zo ver is hebben Conrad en zijn mensen de benen genomen naar huis.

Natuurlijk wordt er druk gezocht naar de oorzaak van deze vernietigende brand, maar Conrad houdt zijn mond. Hij kijkt wel uit. Dan komt het 'goede' nieuws dat de dader is opgepakt: een landloper die zich ook bij het bos had opgehouden. De man wordt gevangengezet en bij het proces ter dood veroordeeld. Conrad is dus gered. Maar met iedere dag dat de terechtstelling dichterbij komt, voelt Conrad zich ongemakkelijker. Zijn geweten speelt steeds harder op en na overleg met zijn vrouw besluit hij zichzelf aan te geven. Het leven van de landloper is gered en nu hoort Conrad zelf het oordeel aan dat over hem wordt geveld. Hij moet alle schade vergoeden en alles bij elkaar is dit ook voor de rijke edelman een zo gigantisch bedrag dat hij en zijn vrouw in een klap tot de armenstand raken.

Vreemd genoeg ervaart geen van beiden het als een ramp. Ze zien er de hand van God in, die hun op deze manier duidelijk wil maken dat je leven niet draait om eigen plezier en rijkdom. Ze voelen zich allebei geroepen tot een leven in aanbidding en armoede. Conrad sluit zich aan bij de franciscanen en Euphrosyne treedt in bij de clarissen.

De rest van Conrads leven staat in het teken van gebed en boete en dan het liefst zo ver mogelijk teruggetrokken. Maar de grote ommekeer in zijn leven trekt veel mensen aan. Ze willen hem spreken en vragen hem te bidden voor allerlei zaken. Zijn gebeden worden dikwijls verhoord en al snel verspreidt zich het nieuws dat hij genezende gaven heeft. (Ook nu nog wordt hij speciaal voor mensen met een hernia aangeroepen.) Steeds meer mensen komen naar hem toe en steeds meer zoekt Conrad de stilte en eenzaamheid op. Uiteindelijk trekt hij zich terug als kluizenaar in een grot vlakbij Noto op SiciliĎ waar hij, net zoals H. Franciscus van Assisi een goed contact had met dieren en vooral met vogels. Maar ook hier weten de duizenden pelgrims hem te vinden. Onder hen de bisschop van Syracuse. Wanneer hij bij de grot aankomt, vraagt hij min of meer als een grapje wat Conrad zijn gast kan aanbieden. Conrad belooft te kijken wat hij heeft en komt terug met versgebakken cakejes. De bisschop beschouwt dit als een wonder.

Na een streng en boetvaardig leven, sterft Conrad in 1351 in de kerk van Noto, knielend in aanbidding voor het kruis. Zijn graf in Noto wordt een pelgrimsoord waar, evenals tijdens zijn leven, genezingen en andere wonderen plaatsvinden. Eerst herdenken alleen de franciscanen deze medebroeder, maar later geeft paus Paulus III zijn goedkeuring aan de intussen gegroeide cultus Conrad als heilige te eren.

Hij wordt afgebeeld in het bruine habijt van de franciscanen, vaak omgeven door vogels. Schutspatroon van jagers.

 

De Konradsbloem is de dubbele madelief. Konradskruiden zijn het mansbloed, Arum, het ruigharig hertshooi, Hypericum hirsutum, ook het doorboorde hertshooi, H. perforatum.

 

Met Susanna uit www.catholicculture.org

19 februari, H. Gabinus: mogelijk een Germaanse vorm, samenhangend met het ww. geven, in de betekenis ‘gastvrij zijn’. Die wordt ook op deze dag geĎerd.

Hoewel de naam Gabinus al op zeer oude martelaarslijsten voorkomt en zijn verering op oude traditie terug gaat lijkt hij een louter legendarisch figuur te zijn geweest. (Benedictines encyclopedia)

Hij zou de broer van paus Caius geweest zijn en neef van keizer Diocletianus, gestorven 313, de gevreesde christenmartelaar en vader van de H. Susanna, gestorven 304. Die vreemde familiebanden maken het ongeloofwaardig. Hij zou na de dood van Susanna vergeten zijn in de gevangenis zodat hij de hongerdood stierf. Volgens anderen was hij een priester die nooit geen vervolging gehad heeft, maar in de kerk van Susanna begraven werd waar men later nog wel zijn naam, maar niet zijn leven kende, zijn die verhalen gemaakt. In de kunst wordt hij voorgesteld als een gevangene met de deur open naar zijn cel.

 

De bloem van zijn feestdag is de veldereprijs.

 

Zie verder: http://www.volkoomen.nl/ en : http://volkoomenoudeherbariaenmedisch.nl/