2 juni, heiligen van de dag.

 

 uit heiligenkalender.lagelanden.net

 

Klik hier voor inleiding heiligen met relikwieĎn, biecht, aflaat, chrisma, era of tijdsbepaling, weerspreuken, bloemen.

 

2 juni, H. Marcellinus en Petrus van Rome, (Marcellus):  Latijns van Marcus, van Mars, de oorlogsgod. Al bij de Romeinen bestond een familie Marcelli, bijvoorbeeld. Marcus Claudius Marcellus was generaal tijdens de tweede Punische oorlog in de 3de eeuw v. Chr. Het was eveneens een naam van de neef van keizer Augustus. Verschillende heiligen van deze naam.

Romeinse martelaren tijdens Diocletianus in 304, legendarische passio. Marcellinus was de 29ste paus toen  de vervolgingen van Diocletianus begonnen. Door Galerius werd Diocletianus opgestookt tegen de christenen zodat op het eind van zijn pontificaat de christenvervolgingen zijn hoogtepunt bereikten. Volgens sommige overleveringen zou deze paus aan de heidense goden geofferd hebben en schatten van de kerk afgestaan hebben. Augustinus spreekt dit echter tegen en zijn naam werd in de 6de eeuw gezuiverd. Paus Damasus zegt dat hij in een bos met een Petrus onthoofd werd, wat hij van zijn beul gehoord heeft, en werd 25 dagen na zijn dood begraven. Hij wordt hij als martelaar vereerd met Petrus. Petrus was een exorcist. Volgens de legende dreef Petrus de duivel uit bij de dochter van zijn gevangenisopzichter Anthemius nadat hij op wonderbare wijze van zijn kettingen was bevrijd. Anthemius en vele anderen lieten zich daarop door hem dopen. Prefect Serenus liet Marcellinus naakt op scherven liggen en Petrus in een blok opsluiten. Ze werden beide door een engel bevrijd, weer opgespoord en samen met Marcellinus gezin gedood, Anthemius werd gestenigd en Marcellinus en Petrus werden onthoofd en later begraven aan de Via Labicana.

Marcellinus wordt afgebeeld in witte superplie en Petrus in zwarte soutane, verder met een zwaard, martelaarspalm en een schriftrol. Verder is er weinig over beide martelaren bekend.  Later is boven hun graf een basiliek gebouwd. RelikwieĎn van deze heiligen werden naar de St. Servaas te Maastricht over gebracht.

 

Uit www.allmercifuksavior.com

2 juni. H. Blandina: Latijn blandus: ‘vleiend, lief of vriendelijk’.

Ze is geboren in de 2de eeuw, vermoedelijk in Lyon. Ze leefde als een christelijke slavin te Lyon. Samen met andere christenen van haar tijd zoals de martelaar bisschop Pothinus leed ze onder de folteringen van de Romeinse christenvervolgers toen de volkswoede zich plotseling tot hen keerde. Onder Marcus Aurelius werd Blandina en anderen eerst gefolterd en later bij de leeuwenn geworpen die haar met rust lieten. Daarna werd ze gegeseld, op een gloeiende stoel gezet, dan in een net gewikkeld en voor een woedende stier geworpen en tenslotte met het zwaard gedood in 177 na lang lijden en martelingen.

Ze wordt afgebeeld als jonge Romeinse met lang los hangend haar met kroon, palm, leeuwen en stier afgebeeld. Is patroon van Lyon, dienstmaagden en maagden.

 

 

 

 

Uit www.evangeliodeldia.org

2 juni, H. Erasmus van Formia (verbasterd door zeelui in Italiaans tot Eramo, Ermo en Elmo): Grieks, erasmios: ‘beminnelijk of aanvallig’.

Volgens de legende was Erasmus afkomstig uit Klein-AziĎ en is rond 240 geboren. De christenvervolging onder keizer Diocletianus dwong hem echter te vluchten naar de Libanon waar hij meer dan zeven jaar op een hoge top zou hebben gewoond. Een raaf zou hem daar dagelijks van voedsel hebben voorzien. De legende wil dat een engel hem bezocht met de boodschap naar huis terug te keren, wat hij deed. In AntiochiĎ werd hij direct gevangengenomen en gefolterd. Weer wist hij te ontvluchten met de hulp van een engel, ditmaal naar ItaliĎ. De reis ging over zee, er kwam storm opzetten, blauwe vuurtongen dansten reeds over het schip, maar Erasmus spreidde zijn armen en het onweer ging liggen, een mirakel! Die gebeurtenis maakte de matrozen tot zijn eeuwige bewonderaars. Hij zou zijn prediking hebben voortgezet in CampaniĎ en de laatste zeven jaren van zijn lange leven in Formia waar zijn beulen hem tenslotte achterhaalden waar hij stierf in 303 als martelaar. Zijn beenderen werden in de 9de eeuw naar de kathedraal van Gaeta gebracht.

Over het leven van Erasmus is weinig met zekerheid bekend. Wel zijn er veel legenden, die mogelijk tot de 6de eeuw mondeling werden doorgegeven. Er zijn geen oudere geschriften met zekerheid bekend.

Als heilige is hij een van de 14 noodhelpers en patroon van onder meer de zeelui,  vandaar de naam van het St. Elmsvuur, een lichtverschijnsel aan de uiteinden van de masten. Zo genoemd naar de legende van St. Erasmus waarin verteld wordt dat bij een hevig onweer de hemel boven hem en zijn toehoorders rustig en helder bleef. De ouden noemden deze verschijning Kastor en Pollux en beschouwden het als gelukbrengend, terwijl ze in een enkel vlammetje de onheil brengende zuster van hen Helena zagen waar dan ook de naam van af kan stammen. Ook wel Hermes-of Eliasvuur, St. Clara’s- of St. Nicolaasvuur. Beschermheilige van zeelui, ook van touwslagers, wevers, vuurwapens en huisdieren. Helpt tegen krampen en veeziekte. Meestal wordt hij afgebeeld met bisschopsstaf en mijter of als martelaar, met bootje, windas en ankertouw waarvan men soms dacht dat het martelwerktuigen waren zodat hij ook afgebeeld wordt op de pijnbank en dat zijn darmen er door een windas uitgetrokken worden. wordt aangeroepen bij darm en maagziektes.

 

2 juni, Eugenius I: Grieks, ‘van edel geslacht of welgeboren’. Naam van verscheidene heiligen.

Hij was de 76ste paus, van 16 september 654 tot 2 juni 657. hij was de zoon van de Romein Rufianus. En werd onder dwang van keizer Constantijn II van Byzantium op 10 augustus als tegenpaus geēnstalleerd, pas na de dood van paus Martinus I beschouwde hij zich als wettige paus. Hij verzette zich krachtig tegen Constantinopel en stierf toen hij verbannen zou worden evenals zijn voorganger Paus Martinus I.

 

2 juni, H. Stephanus, ( Stephan, Stenphi, Simon) von Hälsingland: Grieks stephanos: ‘krans’, vooral als prijs van de overwinnaar in wedstrijden, vgl. 1 Cor. 9:25.

Stephanus was benedictijnenmonnik te Corvey en werd tot missiebisschop gewijd en nam toe de naam Simon aan en werd de eerste bisschop van Halsingland in Zweden. Bij een poging om het Wodansheiligdom te Uppsala te vernietigen werd hij door de heidenen gemarteld en gedood in 1072 in het woud Odmorden. Tot de reformatie werd zijn graf in Norala bij Soderhamm vereerd.

 

Uit www.vanviandenstraat.nl

2 juni, Henricus, 38ste bisschop van Utrecht.

Hendrik van Vianden, zoon van de graaf van Vianden, aartsdiaken van de Keulse kerk, bloedverwant van de bisschop van Keulen. Maar die van Amstel en van Woerden waren niet blij met het afzetten van Goeswinus en traden in een verbond met de graaf van Gelderland en hebben bisschop Henricus met de wapens aangevallen. De bisschop van Keulen die zich net te Utrecht bevond heeft Henricus aangemoedigd en hem een gelukkige uitslag voorspeld. Zo heeft hij zijn vijanden geslagen en keerde met de gevangenen naar Utrecht terug. Met de twee eerste maakte hij vrede, niet met die van Gelderland en gaat op de Veluwe stropen waaruit hij het slot Vredeland maakte. Toen hij zag dat de Utrechtse dom van ouderdom begon in te storten heeft hij de grond gelegd van een mooier en vaster werk. Vestigde een nonnenklooster in de Horst boven Honepe bij Deventer, ook in 1257 een kapittel gevestigd in Steenwijk. Zou op 2 juni 1267 gestorven zijn.

 

Hij werd opgevolgd door Johannes van Nassouw als 39ste bisschop van Utrecht. Hij was een eenvoudig man die tot die tijd geen kerkelijke wijding ontvangen had. Ten tijde van deze bisschop is in 1282 op St. Joris dag de kerken van St. Pieter, Jan de Doper, H. Maagd Maria en St. Katharina met een groot gedeelte van de stand verbrand. Deze Johannes die tot schande van de bisschoppelijke waardigheid grote schulden heeft gemaakt is na een regering van 20 jaar zijn ambt kwijt geraakt, 1288. Dat is onzeker, sommige schrijven dat hij daarna een jaargeld kreeg van de paus. Er is wel wat veranderd, de edelen en grote heren zijn de stad uitgejaagd, de regenten en magistraten van toen af uit het gewone volk gekozen, ambacht gilden ingesteld die dan het opzicht over de stad gehad hebben, zelfs het zegel van de stad veranderde.

 

De volgende was Johannes Syrik, 40ste bisschop van Utrecht.

Hij is van het geslacht van de graven van Syrik, Lotharingen. Werd Johannes II genoemd. Heeft het slot Vredeland opgeĎist van Giselbertus die het in onderpand ontvangen had van Johannes van Nassouw en voerde verscheidene nieuwe tollen in. Die had daar geen oren toe en heeft de wapens opgepakt en veroverde de kastelen Vredeland en Montfoort met hulp van graaf Floris en volgens de voorwaarde van de vrede in bezit gehouden.  Graf Floris heeft die twee horen gedwongen om de kastelen weer aan de bisschop terug te geven. Na die tijd heeft Hermannus van Woerden die een wrok tegen Floris had een aanslag op zijn leven gemaakt, gevangen genomen waarna Gerrit van Velsen hem gedood heeft op 28 mei 1296 te Muiderberg. Het dode lichaam van de graaf is naar Rijnsburg gebracht en naast zijn gemaal Beatrix begraven.

 

De bloemen van hun dag zijn: de juffertjes in ‘t groen, Nigella damascena, de rode en blauwe bastaardmuur, Anagallis arvensis, de Spaanse Nigella, Nigella hispanica, de anjer Dianthus deltoides, de wijd uitgespreide Phlox, P. divaricata, de ruige leeuwentand, Leontodon hispidus, de gewone korenbloem, Centaurea cyanus en de holsteel, Stachys palustris.

 

Zie verder: http://www.volkoomen.nl/ en : http://volkoomenoudeherbariaenmedisch.nl/