20 januari, heiligen van de dag.

 

Uit www.lookandlearn.com

 

Klik hier voor inleiding heiligen met relikwieĎn, biecht, aflaat, chrisma, era of tijdsbepaling, weerspreuken, bloemen.

 

20 januari, St. Fabianus (Fabius of Flavianus): Latijn faba: ‘boon’, zou dus bonenverbouwer betekenen. Naar een andere verklaring zou hij afkomstig zijn uit de stad Fabiae. Fabius was een bekend Romeins geslacht, hiertoe behoorde onder andere Quintus Fabius Maximus Cunctator die in de tweede Punische oorlog tegenstander was van Hannibal.

Fabianus was paus van 236 tot 250 en volgde Anterus op. In de periode dat hij paus (januari 236 -  januari 250) was kwam een einde aan de christenvervolging nadat de laatste keizer, Maximinus Thrax (235-238), vermoord was. De keizers na hem lieten de christenen met rust. Deze periode werd door Fabianus gebruikt om de organisatie in de kerk goed te regelen. Hij verdeelde Rome in zes of zeven diaconaten waar de zorg voor de armen onder de zeven diakens verdeeld werd. Tijdens het bewind van keizer Decius (249-251) laaide de christenvervolging weer op en paus Fabianus was een van de eerste slachtoffers die viel onder het  zwaard van de vervolging. Hij stierf op 20 Januari 250 door het zwaard. Een grote persoonlijkheid, is begraven in de Calixtus catacomben. In 1915 werd bij opgravingen in San Sebastiano zijn lichaam teruggevonden. Hij was een voortreffelijk kerkvorst, van hem wordt verteld dat hij keizer Philippus met zijn zoon doopte, 4 conciliĎn te Rome hield en verkondigers des geloof naar GalliĎ gestuurd heeft. Tegelijk met hem is St. Sebastianus de marteldood gestorven. Hij was ook bekend vanwege zijn liefde voor de armen.

Wordt afgebeeld met tiara, martelaarspalm, knots of zwaard. Ook wel met duif omdat hij toevallig aanwezig geweest zou zijn bij christenen die een nieuwe paus kozen. Plotseling ging er een witte duif op zijn hoofd zitten waaruit men besloot dat de H. Geest op die manier zijn keuze bekend maakte. Schutspatroon van pottenbakkers en tingieters.

 

Uit nl.wikipedia.org

20 januari, St. Sebastianus: ‘man uit Sebastia’, afgeleid van Grieks sebastos: ‘verheven of eerwaardig’ = in Latijn Augustus.

Sebastianus werd geboren te Narbonne in GalliĎ. Keizer Diocletianus zocht een nieuwe commandant voor zijn garde. Dat was een gevaarlijk en eervol ambt. Eervol omdat de garde het in de hand had het rijk voor de heerser te behouden. Gevaarlijk omdat het wantrouwen van de despoot groot was vooral voor diegene aan wie zijn goddelijk lijf toevertrouwd was. In Milaan koos hij een uitstekende en door trouw bekend soldaat, een knappe sterke man, Sebastiaan genaamd. Hij riep hem naar Rome en dacht er niet aan dat deze man lid was van een geheime sekte. Hij verwierf de gunst van de keizer, ook van zijn mederegent Maximilianus. Voor zijn kameraden was hij een raadsel. Hij deelde met hen niet de vreugde van de tafel, vergooide zich ook niet aan het dobbelen, ook de dames van het hof zochten vergeefs naar zijn mooie ogen. Op avonden dat de anderen uit gingen ging hij naar de armen waar ze zich om hun bisschop verzamelden of ging naar de gevangenis waar zijn medebroeders op een proces wachtten. Hij werd niet moe om de vervolgden moed in te spreken. Vaak bracht hij, onder zijn mantel verborgen, nog eenmaal de hostie zodat ze zich sterker zouden voelen bij hun laatste gang.

Op zekere dag kwam een officier met een gerecht verklaring. Twee broers werden aangeklaagd van toverij omdat ze lid waren van een verboden sekte der christenen, beiden waren ze jong getrouwd en net vader. Het was al zowat zover dat de tranen van de jonge moeders en de ouders hen zo ver gebracht hadden dat ze in hun hart tot afvallen van het geloof over gingen. Sebastiaan zag hoe het er mee stond en vermaande ze met gevoelige woorden om hun geloof vast te houden en de korte pijn van het martelaarschap voor de eeuwige zaligheid op zich te willen nemen. Hij sterkte daarmee niet alleen de aangeklaagde, maar bekeerde ook de aanwezigen. Toen de hoogste rechter van Rome zich dopen liet, nadat Sebastiaan hem in naam des heren van een zware ziekte genezen had, merkte de keizer dat zelfs de hoogste ambtenaren, diegene die over het recht te waken hadden, van het oude geloof afvielen. Gelijke tijd ontdekte hij dat het Sebastiaan was die velen bekeerd had. Hij was bang voor zijn aanzien en macht en beval hem, die hij tot hiertoe geliefd en vertrouwd had, te grijpen en werd prijs gegeven aan de willekeur van Mauritaanse boogschutters die hem aan een boom bonden en met pijlen doorboorden. Ze schoten echter slecht en verwondde hem alleen zodat hij van ’t bloed stromend op de gerechtsplaats bleef liggen. Irene, de weduwe van een paleisbeambte redde hem. Ze bracht hem naar haar woning en verpleegde hem vele weken. In zijn schuilplaats hoorde hij dat er in de stad een geweldige christenvervolging plaats had en besloot naar de keizer te gaan om hem te vragen de moorden te stoppen. Diocletianus werd bleek tot zijn middel toen Sebastiaan plotseling op de trappen van zijn paleis verscheen. Zijn begeleider zei” ‘Is dat niet Sebastiaan die we doden lieten?’ Sebastiaan antwoordde: “God de Heer heeft me gered en opgewekt, ook heeft hij me gezegd naar u toe te gaan en te verkondigen dat hij u verschrikkelijk zal laten straffen vanwege het leed dat u over zijn gemeente brengt”. Diocletianus werd er niet koud of warm van. Hij beval hem in het kleine circus op het Palatin met knuppels te slaan en zijn lijk te begraven. De 20ste januari 288 werd hij dood gegeseld en zijn lijk in een vuilnisbak geworpen maar door zekere Lucina aan de voeten der apostelen Petrus en Paulus begraven.

Het is wat cynisch dat hij patroon van de schutters werd en niet van de beschoten. De St. Jorisdoelen komen op sommige plaatsen, voor, een doel is een zandhoop waarop geschoten werd.

Hij werd al vroeg vereerd in geheel W. Europa en werd versierd met de erenaam ‘verdediger des geloofs’. Hij is een van de 14 noodhelpers

H. Sebastianus of Sebastiaan is waarschijnlijk de opvolger van Apollo als beschermer tegen de pest. Apollo veroorzaakte door zijn pijlen de pest, maar was er ook de bevrijder van. Dit is geheel in overeenstemming met het homeopathische principe, dat hij die verwondt ook de genezing brengt. Sebastianus werd in het amfitheater van Flavius met pijlen doorschoten en werd daarom een van de voornaamste patronen tegen de pest. Hij werd gemarteld met pijlen, het oude symbool van de pest, en daarom werd hij bevrijder van de pest en nam als zodanig de pestwerende functie van Apollo over. Er werd in Rome al vroeg een kerk gewijd aan Sebastianus die op de plaats stond van een tempel van Apollo.

St. Sebastiaan, de met pijlen doorschoten martelaar, wordt door de schuttersgilden, wiens patroon hij is, plechtig gevierd. Hij wordt als een jongeling aan een boom of paal gebonden afgebeeld. Aan de pijlen in zijn lichaam is hij gemakkelijk te herkennen. Op deze dag schieten de boogschutters op de vogel, het is de schottersmesdag. Wie de hoofdvogel afschiet is koning en ontvangt de koningsketen, wie driemaal achtereen koning is krijgt de titel van keizer.

Soldaten, bouwers, jagers, oorlogsinvaliden en metselaars roepen zijn hulp aan, ook tegen keelpijn, diarree, koorts, waanzin en zweren. Vanwege de pijl, de pestpijl, is hij een van de pestheiligen.

 

Weerspreuken.

Met Sinte Bastiaan komen de harde koppen aan, (Vlaams) =Dan wordt het echt winter.

Sint Bastje is een hard gastje. =Het vriest dan fel.

Sint Fabiaan en Sint Sebastiaan doen het sap in de bomen gaan. =De bomen beginnen dan te herleven.

 

20 januari, H. Hadewijn (Hadoinus): Germaans hade: ‘strijd’, win, wijn: ‘vriend’, ongeveer een vriend in de strijd.

Hadewijn was bisschop van Le Mans van ca 623-653. Stichter van verscheidene kloosters.

 

Het symbool van deze dag is de Garganische dovenetel, Lamium garganicum.

 

Zie verder: http://www.volkoomen.nl/ en : http://volkoomenoudeherbariaenmedisch.nl/