20 maart, heiligen van de dag.

 

Uit en.wikipedia.org

 

Klik hier voor inleiding heiligen met relikwieĎn, biecht, aflaat, chrisma, era of tijdsbepaling, weerspreuken, bloemen.

 

20 maart, H. Irmgardis: Germaans germ: ‘verbonden’, en vervolgens ‘groot en machtig’ en gard: ‘omheinde’, groot machtig en omsloten ruimte, tuin. Vele legenden en mogelijk van meerdere personen of dezelfde persoon met verschillende namen op andere plaatsen. Irmgard von Aspel uit het slot Aspel. Irmgard von Suchteln is dan dezelfde vrouw die zich als kluizenaar terug getrokken heeft. =Dan Irmgard van Keulen die grote weldoenster die in de Keulse geschiedenis bekend is.

Irmgardis is de dochter van graaf Hugo van Tours, gemalin van keizer Lotharius. Ze stichtte ca. 850 de abdij Ernstein in de Elzas waar ze met haar dochter, de abdis Rotrud, begraven werd.

 

 

 

Uit www.flickr.com

20 maart, H. Wolfram van Sens, (Wlframnus, Wulfrannus, Wulfram, Wulfranus, Wulframnus of Wulfrannus): Germaans wolf: ‘wolf’, ram, midden-Nederlands ‘rave(n)’, dus wolf en raaf, beide elementen staan in verband met de Wodanverering. Als erts heeft de tweede betekenis de naam van vuil, omdat men het als minderwaardig afval beschouwde.

Geboren rond 647 in een zeker dorp in het landschap Gastinois, Maurillac, Maurilly, het landgoed van zijn vader Wibert, (Fulbertus) welk dorp hij later schonk aan het klooster van Fontanelle. Sint Wulfram was van adel en groeide op aan het hof der Merovingers, de koningen Clotharius en Theodoricus. Wulfram moet een bijzonder vrome beer van een kerel zijn geweest. Oersterk en een goede vechter was Wulfram. Eigenlijk zou hij het liefst de heidenen mores leren. Hij huilde dan ook toen hij tot bisschop van Sens in NormandiĎ benoemd werd na Landebertus. Omstreeks 690 liet hij zijn bisschopstroontje voor wat die was, trok naar Fontanelle en trok monniken kleren aan. Sint Gangulfus vroeg hem om als lijfwacht mee te gaan naar Friesland. Hij heeft daar vijf jaar gewerkt. Daar bestreed hij gelijktijdig met Sint Willibrord de heidenen.. Bekeerde dar vele vrijen en ook edele personen waaronder de voornaamste de zoon van Radboud was die in het witte doopkleed gestorven is. Daaronder bevonden zich ook vijf mannen die de  heidenen volgens een oud gebruik gewoon waren de duivel tot slachtoffer op te offeren. Onder die was er een zekere Ovo die aan de galg gestorven was door hem uit de dood opgewekt werd en later een monnik en goede schrijver werd. Twee anderen, Evrinas en Ingomarus werden op zijn verzoek niet gehangen en werden later monniken te Fontanelle. Radboud zou hij overgehaald hebben en was al in het Christelijke geloof onderwezen en zette al een voet in de doopvont om gedoopt te worden om hem vroeg waar het grootste getal was van de Friese vorsten en edelen was, zei Wolfram dat die wel in de hel zouden zijn waar alle niet christenen in gesmeten werden. Daarna haalde Radboud zijn voet uit de doopvont en zei die hij liever in alle eeuwigheid in de hel zou zijn bij alle grote en aanzienlijke heren van zijn volk dan met enkele mensen in de hemel te wonen.

Nadat Wulfram nabij Hoogwoud tevergeefs had geprobeerd de Friese koning Radboud tot het christendom te bekeren, trok hij zich teleurgesteld terug in het klooster van Fontanelle bij Rouaan. Daar heeft hij verscheidene jaren zonder bed geslapen en zou zelfs zijn dood voorspeld hebben. Daar zou hij in hoge ouderdom zijn gestorven, 20 maart 720. Hij is eerst begraven in de kerk van de apostel Paulus, elf jaar na zijn dood naar de hoofdkerk van de apostel Petrus gebracht en in het oostelijke gedeelte van die kerk begraven waar hij nog tot op de huidige dag vanwege verschillende tekens en mirakels vermaard is (1700). Er is een naar deze heilige genoemde basisschool in Hoogwoud.

Hij wordt afgebeeld met mijter, boek, kruisstaf en schip. Dat naar de legende waarin een klerk een kelkschoteltje in het water had laten vallen. Wolfram vond het schaaltje terug met een dieplood of wat op het gebed van de heilige wederom terugkwam die hij toen hij in 689 toen hij uit Friesland verjaagd werd met andere zaken aan het klooster te Fontannelle schonk. Ook zie je hem met een aarzelende koningsfiguur. Dat naar het verhaal van de Friese koning Radboud die zich wilde laten dopen, maar eerst vroeg of hij na zijn dood zijn voorvaderen zou zien. Toen Wolfram daar negatief op antwoordde, omdat ze niet gedoopt waren, bedacht de koning zich. In de Annales Xantenses lezen we dit verhaal en ook in de Vita Wulframmi. Schutspatroon van kinderen.

 

Uit www.flickr.com

20 of 19 maart,  H. Landoaldus van Gent, (Landoald, Landowald)  en gezellen. Germaans land: ‘land’, ald: ‘oud’, oorspronkelijk opgegroeid, ervaren, of uit adel ontstaan.

Priester en gezel van de H. Remacles, bisschop van Maastricht. Overleden 667.

We horen voor het eerst van deze heilige wanneer zijn relikwieĎn rond 900 door de monniken van St.-Baafs te Gent worden verplaatst. Hij zou priester te Maastricht zijn geweest en door de ouders van St. Lambertus rond 650 zijn uitgekozen om de opleiding van hun zoon te behartigen en klaar te stomen als bisschop en martelaar. Volgens de overlevering zou de heilige Landoaldus in de zevende eeuw geleefd hebben in Wintershoven (Belgisch Limburg). Veel weet diezelfde traditie overigens niet over deze heilige te vertellen. Hij zou als metgezel van de heilige Amandus vanuit Rome zijn meegekomen en hem enige tijd als bisschop van Tongeren-Maastricht hebben vervangen. Daarna zou hij zich op een domein in Wintershoven hebben gevestigd, waar de opvoeding van de heilige Lambertus, de latere bisschop van Maastricht, aan hem werd toevertrouwd.

Van de schaarse wonderen die aan hem worden toegeschreven heeft er één betrekking op een bron. Toen de bouwers van een kapel geen helder water konden vinden, plantte de heilige zijn staf in de modder en het water werd helder. En het is dat nog steeds, want de bron wordt nog altijd in Wintershoven getoond. Het verhaal is een typische bronlegende zoals er talloze in omloop zijn. RelikwieĎn betekenden vereerders, pelgrims en zo inkomsten zodat de abdijen hun positie probeerden te verstevigen met deze wonderbaarlijke overblijfselen van heilige. Zo werd ook besloten dat de monniken van Sint-Baaf de resten van Landoaldus en zijn gezellen vanuit Wintershoven over zouden brengen naar Gent. De monniken waren daar echter niet zo gelukkig mee en begonnen een smaadcampagne. Er wordt ook verteld dat ze bij het binnendragen van de kostbare relikwieĎn scholden en jouwden.

Hij wordt afgebeeld als priester of bisschop met aan zijn voeten de bron.

 

Uit www.tumbir.com

20 maart / 16 augustus, H. Joachim: Hebreeuws Jehojakim ‘Jahweh richt op’ In het O.T. Jojakim, koning van Juda, 2 Kon, 23:34.

In het apocriefe (proto)evangelie van Jacobus is het de naam van de vader van Maria die getrouwd was met Anna. Zijn naam en zijn geschiedenis komt voor het eerst voor in een in het Grieks geschreven boekje uit het midden van de tweede eeuw na Christus wat later bekend is geworden als het (proto)evangelie van Jacobus. Joachim wordt daar voorgesteld als een Godvrezende, welgesteld en vrijgevig man. Joachim wordt vanwege zijn kinderloosheid uit de tempel verwijderd en vlucht voor die schande met zijn kudde naar de bergen. Daar krijgt hij van een engel te horen dat zijn vrouw Anna zwanger is. Joachim keert naar huis terug en ontmoet zijn vrouw bij de (Gouden) Poort in Jeruzalem. Hij wordt soms afgebeeld als herder met een staf in de hand en een schaap aan zijn voeten met op de achtergrond Anna, Maria en Jezus. Als attributen heeft hij een mandje met druiven, staf en soms een boek met 2 duiven daarop, hij was tenslotte een nederige man en duiven waren de nederigste offergaven, of verwijzen de duiven naar het door de hogepriesters afgewezen offer van Joachim. Heel soms zie je hem met een engel die de geboorte van Maria aankondigt en hem vertelt naar de Gouden Poort van Jeruzalem te gaan waar hij zijn toekomstige vrouw Anna zal ontmoeten. Patroonheilige van echtelieden, linnenhandelaars en schrijnwerkers. Wordt wel samen gevierd met H. Anna op 26 juli.

Hij wordt vooral in de Griekse kerk vereerd. Uit de harde steen waarop de H. Joachim biddend knielde sproot een prachtige bloem waarmede men alle ziekten genezen kon. Een ezel, met zweren overdekt beroerde eens toevallig de wonderbloem en werd gezond.

 

De 20ste maart moet de kievit zijn nest hebben.

Waar de wind staat de 20ste maart, staat hij het hele voorjaar. Hetzelfde zegt men van de wind in de Paasnacht. Waait er een oostenwind, als de zon door de linie gaat, dan houdt die drie weken aan of tot de langste dag.

 

Zijn feestbloem is het hondsviooltje, Viola canina.

 

Zie verder: http://www.volkoomen.nl/ en : http://volkoomenoudeherbariaenmedisch.nl/