28 augustus, heiligen van de dag.

 

Uit en.wikipedia.org

 

Klik hier voor inleiding heiligen met relikwieĎn, biecht, aflaat, chrisma, era of tijdsbepaling, weerspreuken, bloemen.

 

28 augustus H. Aurelius Augustinus: Bijnaam van Octavius Caesar, 27 v. Chr. Na hem namen alle Romeinse keizers deze bijnaam aan. De keizerinnen noemden zich Augusta. Latijn augustus: ‘geheiligd, gewijd of verheven’. 

Augustinus, de kerkleraar is rond 354 geboren te Tagaste als zoon van de heiden Patricius en de christin, de H. Monica van Thagaste. Vanwege de wil van de vader werd hij niet gedoopt, maar moeder voedde hem christelijk op. Van leren hield hij als jonge man niet veel, maar wilde wel carriŹre maken en wendde zich tot de rechtenstudie. Hier kon hij zich op zijn redenaarskunst verlaten. Hij genoot met volle teugen van het leven en gauw was niets hem meer vreemd. Zijn moeder was ondertussen weduwe geworden die bad en weende om zijn leven. De bisschop troostte haar daarmee dat een zoon die de moeder zo laat halen, niet verloren kan zijn. Tot zijn verdere ongeluk wijdde hij zich aan de donkere leer van de Manichaismus. Vanwege de voortdurende aanmaningen van zijn moeder vertrok hij naar Rome. Hier opende zich zijn redenaarskunst. De studenten stroomden toe maar bleven hem zijn honorarium schuldig. Zijn moeder vond hem bij haar aankomst in grote nood, ze had een mogelijkheid gevonden om naar Rome te reizen om haar zoon te zien. Augustinus moest nu voor twee zorgen en nam het beroep als retor van Milaan aan. In die stad had de H. Ambrosius de katholieke leer goed gevestigd. De zege van de roomse kerk was gewoon het werk van de grote kerkleraars die alle redenaars van hun tijd ver overtroffen. Om achter de geheimen van zijn kunst te komen bezocht Augustinus vaak de preken in de dom. Al in Rome was het hem duidelijk geworden dat hij de waarheid bij de Manichaern niet vinden kon. Maar, wat was waarheid? Bestond er een waarheid? Of wat het een hersengespin? Augustinus was sceptisch geworden en las de werken van de oude filosofen en de brief van de H. Paulus, het loste niets op bij hem.

Op een avond vertelde een vriend begeesterd van het boeteleven van Egyptische kluizenaars. Augustinus was diep getroffen en zei: ‘Het is ongelofelijk, die ongeletterde zien de hemel en voor ons, de geleerden, blijft hij gesloten omdat we te diep in het vlees woelen’. In gedachte verzonken bleef hij alleen in de tuin achter. Welke weg voerde naar de waarheid? Een zingende kinderstem verstoorde hem, hij wilde al  een berisping geven, maar vernam toen de woorden: ‘Neem en lees!’ Plotseling zei z’n hart dat dit een vingerwijzing was om de waarheid te vinden.

Hij vloog naar een kamer. Hier lag de bijbel open geslagen en zijn blik viel op de woorden van de H. Paulus: “Laat ons eerbaar wandelen, niet in drinkgelagen, niet in slaapkamers van ontucht etc ‘. Na een slapeloze nacht ging hij naar bisschop Ambrosius en liet zich dopen in de Paasnacht van 387 te Milaan. Dan ging hij naar N. Afrika terug. Zijn moeder Monika die de vreugde van zijn bekering met hem gedeeld had stierf op deze reis. De treurende zoon trok zich in zijn thuisland terug en studeerde op religieuze werken. Was vroeger zijn roem als grote redenaar hem vooruit gesneld, nu verspreidde zijn roem als een grote in het rijk der godgeleerdheid en drong door tot de bisschopstad Hippo. Hier wijdde Valerius Augustinus hem tot priester en in 396 werd hij zijn opvolger. De liefde tot zijn broeders kende geen grenzen, hij hielp waar het nodig was. In 429 overvielen de Vandalen N. Afrika. Terwijl ze Hippo belegerden stierf Augustinus. De kerk benoemde hem al gauw tot haar grote kerkleraren. Zijn zelf geschreven biografie is een van de eerste zielenroerselen van de moderne mens.

Hij is een van de grootste kerkvaders. Zijn bekendste werken zijn ‘Confessiones’: ‘belijdenissen’, en ‘de civitate Dei: ‘over de stad Gods’.

Hij heeft een geweldige invloed gehad op de West-Europese cultuur van de middeleeuwen. Hij stichtte het gemeenschappelijk leven van de priesters. De paters Augustijnen hebben hem als Vader. Schutsheer van theologen, studenten en boekdrukkers omdat hij veel publiceerde. Hij wordt afgebeeld in bisschoppelijk gewaad en draagt in de hand een vlammend hart dat doorstoken is door een schicht, doorstoken van Gods liefde en zijn evennaaste, wat verwijst naar een citaat uit zijn werk Confessiones; Gij hebt ons hart met liefde getroffen en zoals de pijlen in ons hart vastzitten dragen wij uw woorden in ons. Aan zijn voeten zit soms een kind met schelp in de hand omdat hij op het strand liep om over het mysterie van de H. Drievuldigheid na te denken en een jongetje aantrof die de hele zee in een putje wilde scheppen. Augustinus zei hem dat dat niet kon, het jongetje zei dat het gemakkelijker zou lukken dan dat hij het mysterie van de H. Drievuldigheid kon bevatten. Op dat ogenblik verdween het jongetje als bij toverslag en hij realiseerde dat hij met het kind Jezus gesproken had die zijn hoogmoed had berispt. Ook zie je hem met een duif, de H. Geest. Adelaar, symbool van de hoge vlucht die de goddelijke inspiratie kan nemen of een engel met een boek. Ook wordt hij net zoals bij Johannes de Deo wel afgebeeld terwijl hij de voeten wast van Christus die hem als pelgrim was verschenen of het kind Jezus dat hem een brandend hart aanreikt.

 

St. Augustine zat onder een vijgenboom en op dat moment geloofde hij niet alles wat er in de bijbel vermeld stond. De vijg sprak tot hem met een kinderstem en vroeg hem om opnieuw te lezen wat hij deed en zijn vragen werden beantwoord.

 

Uit exploringanirishordinariate.blogspot.com

Een tweede Augustinus was de eerste aartsbisschop van Canterbury in 601 die in 596 door paus Gregorius naar Engeland met 40 monniken was gezonden om de Angelsaksen te bekeren en om aartsbisdommen van York en Londen te bevestigen, hij kwam niet verder dan de installatie van bisschoppen in Londen en Rochester. Hij bekeerde Engeland vanuit Kent waar hij door koningin Bertha werd geholpen

 

Een tafeldruif, de Frans morillon hatif en Duits Fruher Klavner heet soms ook Augustinertraube.

 

 

 

 

 

 

 

 

Uit nl-nl.facebook.com

28 augustus, H. Hermes van Rome (Italiaans Erme, Ermete): Grieks, waarschijnlijk ‘spreken of uitleggen’. In de Griekse mythologie is het de zoon van Zeus en Maia, bode der goden die befaamd was om zijn snelheid en listigheid, beschermer van herders, dieven, reizigers en handelaren.

Hermes was een Romeinse martelaar, waarschijnlijk tijdens Diocletianus rond 304. Broer van de H. Theodora van Rome. De plaatsnaam St. Erme in Cornwall herinnert aan enige verering, er waren daar drie kerken aan hem gewijd, verder nergens in Groot BrittanniĎ, mogelijk was dit Erbij, een heilige van Cornwall.

H. Hermes was een Italiaan die rond 120 gestorven en vereerd wordt als martelaar in de Roomse en Oosterse kerk. Zijn naam verschijnt in de Martyrologium Hieronymianum en in Depositio Martyrum van 354 na Chr. Er is een grote basiliek over zijn tombe gebouwd rond 600 door paus Pelagius I en een catacombe in de Salarian weg draagt zijn naam. Zijn bestaan wordt dus bevestigd en vertelt dat hij een martelaar was met zijn metgezellen te Rome die vermoord werden in opdracht van Aurelianus. Hij was een rijke vrije man.

Sommige relikwieĎn werden aan Spoleto gegeven door Gregorius de Grote. Andere kwamen door Lothar I naar het Cornelismunster bij Aken en later te Ronse in de 9de eeuw. Er kwamen pelgrims om geestelijke zieken te genezen. In het verleden werd St. Elmo’s vuur wel St. Hermes vuur genoemd.

Hij wordt afgebeeld als ruiter en vaak in soldatenkleding met zwaard en helm, ook wel als stadsprefect. Aan zijn koord of ketting sleept hij de duivel achter zich aan omdat hij eens de duivel uitdreef bij een kind. Wordt daarom ook aangeroepen tegen krankzinnigheid.

 

Uit www.hanscomfamily.com

28 augustus, H. Julianus: Latijn Iulius, naam van een Romeins geslacht waartoe Gauis Iulius Caesar behoorde. Mogelijk van Grieks ioulos: ‘de wollige eerste baardharen’, dus de jeugdige, of van Jovilius: ‘aan Jupiter gewijd’. In het N.T. als hoofdman die Paulus naar Rome moet brengen, Handelingen 27. De vrouwelijke vorm Julia als die van een christin in Romeinen 16:15. Verschillende heiligen zijn er van deze naam.

Julianus en Basilissa, zie 9 januari.

Julianus was martelaar te Brioude en is schutspatroon van Auvergne. Hij werd vooral in de 5de en 6de eeuw vereerd. Volgens de traditie was hij soldaat te Vienne en vriend van St. Ferreolus. Volgens sommigen zou hij in Frankrijk geboren zijn, volgens anderen in ItaliĎ, op SiciliĎ of in Spanje. Volgens één bepaald heiligenleven zou hij in 313 onder Maximinus Gains Galerius Valerius, 308 tot 313, gestorven zijn. Gedurende de middeleeuwen werd hij alom vereerd, bedenk maar dat alleen reeds in Frankrijk, niet minder dan 80 gemeenten de naam Saint-Julien dragen.

St. Juliaan was de patroon er reizigers en van verschillende tappersgilden. Het opschrift onder de uithangborden was doorgaans een variatie van Matth. 25:35 :’ick was een vreemdelingh, ende ghij hebt gheherberght’.Het oudste gasthuis of herberg die onderdak verschafte zou gesticht geweest zijn in Rome in 713 onder de naam "Sint-Julianus der Vlamingen", omdat in de eerste eeuwen Rome de best bereikbare bedevaartplaats was. De "Fondatie Sint-Julianus van de Vlamingen" werd in 1094 gesubsidieerd door Robbrecht I, Graaf van Vlaanderen, genoemd "van Jeruzalem" die deelnam aan de eerste Kruistocht. Keizer Karel betaalde uit zijn persoonlijke kas aanzienlijke sommen en leverde een bijdrage tot de wederopbouw van de kerk van Sint-Julianus der Vlamingen.

Sinds de middeleeuwen wordt hij aanbeden als de beschermer van de vishandelaars, de hoteliers, de zeelieden, de veerlieden, de speellieden, goochelaars, reizigers, zangers, dichters, musici en ten slotte van de pelgrims.

Behalve Gastheer heet Sint-Julianus ook nog de Arme en de Vadermoordenaar. In de Annalecta Bollandi vertelt E.P. Paiffier het volgende : Julianus, telg van een adellijke familie, was een hartstochtelijk jager. Toen hij op zekere dag een hert achterna zat en het dier in het nauw gedreven had, draaide het zich plotseling om en sprak een schrikwekkende voorspelling uit : Gij die mij vervolgt, gij zult de moordenaar van uw vader en uw moeder worden. Vol ontzetting verliet de jonge edelman onmiddellijk het ouderlijk huis en vertrok naar vreemde landen waar hij een zeer avontuurlijk leven leidde. Hij trouwde met een dame van aanzien. Zijn ouders waren ontroostbaar, zij zochten hem tevergeefs, tot een gelukkig toeval hen uiteindelijk bij het kasteel van hun zoon bracht. Julianus' vrouw, Basilissa, omringde hen met veel zorg en liet hen rusten in haar eigen bed. Julianus wist niets van dit alles en toen hij terugkwam van de jacht en naar zijn slaapkamer ging, zag hij meteen het paar in bed, dacht dat zijn vrouw hem ontrouw geworden was en stortte zich blind van woede op de slapers, die hij allebei doodde. Bij de terugkeer van zijn vrouw vernam hij dan spoedig de juiste toedracht. Het hert had waarheid gesproken. Gek van verdriet en door wroeging overstelpt vatte hij het besluit op, de rest van zijn leven aan boetedoening te wijden. Zijn vrouw volgde hem. Zij verzaakten aan hun weelderig leven en gingen zich aan de oever van een gevaarlijke rivier vestigen waar zij een herberg voor reizigers bouwden en Julianus veerman werd. Op een winteravond, terwijl de storm loeide, weerklonk op de andere oever hulpgeroep en smeekbeden. Alleen op naastenliefde bedacht, snelden Julianus en zijn vrouw ter hulp. Hij roeide, terwijl zijn vrouw met de lantaarn bijlichtte over de golven. Zo brachten zij een arme melaatse in veiligheid. De man was verkleumd van de kou en zij dienden hem de beste zorgen toe. Dan maakte de melaatse zich bekend en sprak hen toe om hen het spoedige einde van hun boetedoening aan te kondigen die zou gevolgd worden door de eeuwige zaligheid. Meteen was hij verdwenen. Julianus en zijn echtgenote hadden toen Christus herkend die hen met zijn tegenwoordigheid had vereerd om hen die welverdiende en aangename boodschap te brengen. Dit verhaal verklaart duidelijk waarom Julianus de patroon van de herbergiers en hoteliers is geworden.

 

Uit watlezenwedezeweek.blogspot.com

28 augustus. H. Mozes de EthiopiĎr, respectievelijk de Rover: vaak verklaard als Hebreeuws ‘uit het water gehaald’ op grond van het verhaal van het biezen kistje in Ex 2.Waarschijnlijk is het echter een Egyptische naam in de betekenis ‘kind’. Naam van de grootste IsraĎlische leider en wetgever. Na de Babylonische gevangenschap werd het een geliefde Joodse naam.

Deze Mozes was eerst slaaf van een staatsambtenaar, maar werd wegens zijn roofzuchtigheid en moord uit de dienst verjaagd waarna hij aanvoerder werd van een roversbende die het Nijldella terroriseert. Hij bekeerde zich plotseling en werd monnik en priester in de Scete woestijn. Hij legde zich toe op het ascetisch kloosterleven, dat was niet gemakkelijk met zijn achtergrond, hij raakt diep teleurgesteld in zichzelf. De abt van het klooster neemt hem op een nacht mee naar het dak en samen kijken ze naar zonsopgang. Kijk, legt de abt hem uit, net zoals het ochtendgloren en de zonnestralen beetje bij beetje de nacht verdrijven, zo word jij ook beetje bij beetje een betere monnik. Een andere keer vertelt de abt hem dat blijven bidden en vasten uiteindelijk tot een geruste geest zal leiden, en de duivel niet meer zal proberen hem tot zijn oude wegen te verleiden. "Wanneer een kok een bedelende hond niets geeft, blijft hij uiteindelijk vanzelf weg."  Van Mozes zelf zijn ook diverse wijsheden opgetekend. Zo willen de monniken een keer één van hen bestraffen en roepen Mozes erbij. Hij weigert eerst, maar komt dan toch naar de kapel met een zak zand op zijn rug waar een gat in zit. Op de vraag wat dat te betekenen heeft, legt Mozes uit: mijn eigen zonden laten een spoor achter me en dat zie ik zelf niet eens. En nu moet ik iemand anders om zijn zonden gaan beoordelen?! Voor Mozes is het uiteindelijk een strijd van jaren geweest om vergeving voor zijn zonden te krijgen. Eens bezoekt hij een oude woestijnmonnik aan wie hij zijn zonden begint op te biechten. In een visioen verschijnt een engel met een tegel zwart van zonden. Met het steeds verder opbiechten, veegt de engel de tegel steeds verder schoon, tot er uiteindelijk een blanke tegel overblijft. Dat, en zijn overwinning na jaren op de duivel, geven hem zoveel genade dat hij zelfs tot priester wordt gewijd. Hij ontvangt ook de gave duivels bij anderen uit te drijven. Tegen het einde van zijn leven sticht Mozes een eigen klooster met 75 volgelingen, evenveel als hij indertijd in zijn roversbende had. Sommige bronnen menen zelfs dat het om dezelfde mannen gaat, of althans een deel ervan. Wanneer het gerucht hen bereikt dat ze overvallen zullen worden, gebiedt Mozes hun niet terug te vechten. Zeven van zijn monniken blijven bij hem en worden, met de intussen 75-jarige Mozes, door de rovers vermoord rond 395 (of 405).

Niet alleen is Mozes de beschermheilige van Afrika, maar ook van de Afro-Amerikanen. En wordt wel als apostel tegen het geweld vereerd.

 

Uit www.pelagius-rottweil.de

28 augustus, H. Pelagius: Grieks pelagos: ‘zee’ = Latijn pelagus ‘(hoge) zee’, Grieks pelagios: ‘tot de zee behorend’.

Pelagius was een legendarische martelaar te Aemona (nu Ljubljana in Slowenie) tijdens Numerianus in 283. Ltere legenden uit de Bodensee verleggen de plaats naar Konstanz. Daar verschijnt hij meestal als een jonge christen die vanwege zijn geloof berecht en gedood werd. Hij zou goed doende ouders gehad hebben. De vroegste verering was al in de 5de of 6de eeuw te Novigrad, Porec en Triest. Rond de 9de eeuw kwam zijn cultus naar Bodenzee als het klooster van St. Gallen en Reichenau waar manuscripten ontstonden. Zijn relikwieĎn werden in 904 door bisschop Salomo III uit de catacomben, mogelijk met andere, naar Konstanz gebracht. In ieder geval had Konstanz zijn eerste huisheilige waar al gauw bedevaarten kwamen die verder uitgroeide omdat aan hem grote wonderen toegeschreven werden. Dat werd minder na de heilig verklaring van bisschop Konrad van Konstanz. Er zijn in Z. Duitsland en Zwitserland vele kerken aan hem gewijd.

Hij wordt afgebeeld met en palmtak voor het marteldom, een zwaard en vaak een boek.

 

De bloem van deze dag is de gulden roede, Solidago virgo aurea en de buigzame Solidago flexicaulis.

 

Zie verder: http://www.volkoomen.nl/ en : http://volkoomenoudeherbariaenmedisch.nl/