29 november, heiligen van de dag.

 

Uit en.wikipedia.org

 

Klik hier voor inleiding heiligen met relikwieĎn, biecht, aflaat, chrisma, era of tijdsbepaling, weerspreuken, bloemen.

 

29 november, H. Radbod van Utrecht, (Radboud, Radbodus): Germaans, eerste deel is ‘raad’, tweede deel betekent ‘bieden of gebieden’, er komt wel verwisseling voor met boud: ‘stoutmoedig’.

Radbod is geboren rond 850 uit een aanzienlijke Frankische familie in de buurt van Namen. Zijn moeder was van Friese afkomst en afstammeling van de Friese vorst Radboud.

 

Hij begon zijn studie onder hoede van zijn oom van moederskant Gunthar (Günther, Guntherus), bisschop van Keulen van 850 tot aan zijn afzetting in 863. Na 863 zette Radboud zijn studie voort aan de hofschool van de West-Frankische koning Karel de Kale (843-877), wiens kapelaan hij werd. Na Karels dood kwam hij bij zijn zoon Lodewijk waar hij wetenschappen leren kon. Toen Odibalsus of Egilboldus of Egilbertus, bisschop van Utrecht, overleden was kozen zowel de geestelijkheid als het volk Radbodus in 899. Dat kwam wel omdat  koning Arnulfus, Arnulf van Carinthie (887-899) en de hovelingen van die mening waren en werd tot veertiende bisschop van het bisdom Utrecht gekozen. Dan heeft hij zijn kleding veranderd en is de nauwe weg ingeslagen die monniken volgen. Want de bisschoppen van Utrecht zouden het voor een onbetamelijke zaak houden indien ze zonder het monnikenkleed te dragen en zonder de kloosterlijke beloften gedaan te hebben het bewind over de kerk te voeren die van het begin af aan door monniken bestierd werd.

Omdat Utrecht door de Noormannen was verwoest, resideerde hij niet daar maar in Deventer, waar een van zijn voorgangers neergestreken was. Als bisschop was Radboud de belangrijkste vertegenwoordiger van het Oost-Frankische gezag in noordelijk Nederland. In 911 echter kwam het hertogdom Lotharingen, waarbinnen het bisdom Utrecht lag, aan het West-Frankische rijk. Radboud lijkt daarna te hebben getwijfeld tussen trouw aan zijn oude koning of trouw en aansluiting bij de nieuwe vorst. Zijn oudste levensbeschrijving legt hem kritiek in de mond op de inschakeling van bisschoppen in het Oost-Frankische rijksbestuur, maar mogelijk komt deze kritiek eerder voor rekening van de auteur. Omstreeks 914/915 reisde hij naar Rome waar hij een verder onbekend conflict met graaf Meginhard van Hamaland voorlegde aan paus Johannes X (914-928); na Radboud en vertegenwoordigers van Meginhard te hebben gehoord, trof de paus een schikking. Radboud trof voorbereidingen om de zetel in Utrecht weer in te nemen. Hij liet daartoe een lijst opstellen van alle bezittingen van het bisdom vóór de verdrijving door de Noormannen. Radboud stierf echter voordat deze plannen uitgevoerd konden worden, 29 november 918. Nadat de Heilige Maagd die hem in het gezelschap van de H. Thekla en Agnes verschenen waren is hij in het dorpje Drent, halverwege Groningen en Coevorden door een koorts aangetast te Ootmarsen overleden.

Hij werd bijgezet in de Lebuinuskerk van Deventer. Waar hij kort tevoren na de verwoesting van Utrecht de bisschoppelijke stoel had geplaatst.

 Zijn opvolger Balderik, Baldericus, had hij zelf aangewezen. De verering van Radboud als heilige bleef in de Middeleeuwen beperkt tot het bisdom Utrecht.

Aan Radboud wordt een aantal kleinere geschriften toegeschreven; aan zijn auteurschap bestaat in enkele gevallen twijfel. De meeste geschriften zijn heiligenlevens, sommige in proza, andere in verzen. Hij beschreef het leven van de Angelsaksische missionarissen Bonifatius (in proza), Suitbert en Lebuinus (beiden in een preek en in verzen); ook zijn preken bewaard over de maagd Amalberga (7e/8e eeuw) en bisschop Servaas van Tongeren-Maastricht. Aan Martinus van Tours (patroon van het klooster in Tours én van Utrecht) wijdde hij verscheidene dichtwerkjes. Zijn gedicht De hirundine (Over de zwaluw) is het enige onder de bewaard gebleven gedichten dat niet over een christelijk of religieus onderwerp gaat. Het is mogelijk al in Radbouds schooltijd ontstaan en heeft goede papieren om als het oudste gedicht van Nederland te mogen worden bestempeld. Het leven van Radboud zelf kennen we, behalve uit kronieken, oorkonden en zijn eigen geschriften, uit een heiligenleven dat volgens recente studies tussen 962 en 975 moet zijn geschreven, vermoedelijk door een Utrechtse kanunnik. Volgens dit heiligenleven zou Radboud ook kerkelijke gezangen hebben gecomponeerd. Deze zijn niet bewaard gebleven. In Nederland is Radboud de patroon van de katholieke wetenschapsbeoefening. In 1905 werd de Sint Radboudstichting opgericht met als doel de bevordering van het katholiek hoger onderwijs in Nederland en in het bijzonder de oprichting van een katholieke universiteit. In 1923 werd de Katholieke Universiteit Nijmegen geopend, in 1956 het bijbehorende Sint Radboudziekenhuis. Op 1 september 2004 heeft de universiteit de naam Radboud Universiteit Nijmegen aangenomen. Patroonheilige van de bisdommen Utrecht, Rotterdam en Groningen.

Hij wordt afgebeelde als bisschop, in de hand een boek over onder andere H. Willibrordus en H. Bonifatius. Hij heeft de blik omhoog omdat Maria met de H. Agnes en H. Thecla aan hem verschenen om hem te verzekeren dat hij met een gerust gemoed kon sterven.

 

Uit liturgialatina.blogspot.com

29 november, H. Saturninus van Toulouse, (Cernin, Sarnin, Sernin, Savournin, Sorlin of Sornin): mogelijk een oorspronkelijke Etruskische naam die door de Romeinen zelf al niet meer begrepen en volksetymologisch met satus: ‘zaaien’, in verband werd gebracht. Een oud-Italiaanse landbouwgod die later vereenzelvigd werd met de Griekse god Kronos. Daarmee werden op hem ook de sagen omtrent een vroegere gouden eeuw overgebracht. Het uitbundige feest ter zijner ere heette saturnaliĎn. Dan werden onder meer de standsverschillen tussen slaven en hun heren opgeheven en werden er geschenken gegeven. Ook al een Romeinse bijnaam in het geslacht Apuleia.

Saturninus was de 1ste bisschop van Toulouse en is waarschijnlijk tijdens paus Fabianus 236-250 van Rome uitgezonden waar St. Trophimus, eerste bisschop van Arles, al rijk geoogst had. In 250 toen Decius en Gratus consuls waren vestigde hij zijn zetel te Toulouse en zou daar velen bekeerd hebben door preken en wonderen, volgens Fortunatus, een 50 jaar later. Hij verzamelde zijn mensen in een kleine kerk en het capitool, de hoofdtempel van die stad, lag op zijn weg naar de kerk. In die tempel werden orakels gegeven, maar de duivels werden stom als hij voorbij ging. De priesters bespioneerden hem als hij op een dag voorbij ging en trokken hem in de tempel en verklaarden dat hij aan hun goden zou offeren of zijn daad met zijn bloed zou bekennen. Hij verklaarde dat hij maar 1 God diende en hun goden meer duivels waren en meer blij zijn met de offering van jullie zielen dan die van jullie stieren. Hoe kan ik bang voor hem zijn die zoals jullie weten trilt voor een christen?  Na vele beledigingen werden zijn voeten aan een wilde stier gebonden die als offer gebracht was en uit de tempel gedreven en rende kwaad over de heuvel zodat zijn hoofd brak en zijn hersens eruit sprongen. Zijn ziel was bevrijd van het lichaam en vloog naar het hemelrijk van vrede en glorie en de stier ging door zodat zijn beenderen en bloed overal verdeeld werden tot het touw brak, rond 257. Twee vrome vrouwen legden de overblijfsels op een draagbaar en verborgen die in een diepe put waar het in een houten kist lag tot de regering van Constantijn de Grote. Dan kwam Hilarius, bisschop van Toulouse en bouwde een kleine kapel over zijn voorganger die later vergroot werd door Exuperius.

De basiliek te Toulouse is genoemd naar de heilige martelaar Saturninus of Sernin: op de plaats waar de kerk werd gebouwd, bevond zich oorspronkelijk een benedictijner abdijkerk uit de 4de eeuw met het graf van deze eerste bisschop van Toulouse.

Hij wordt afgebeeld als bisschop met martelaarspalm en aan zijn voeten een stier. Een tunica in zijn hand verwijst dat hij een leerling geweest zou zijn van Johannes de Doper en tijdens Christus dooopsel zijn kleren zou vastgehouden hebben. Later zou hij van Petrus de opdracht gekregen hebben om naar GalliĎ te gaan en te evangeliseren. Vanwege zijn hoofdwonden wordt hij aangeroepen bij hoofdziektes zoals migraine, hoogtevrees omdat hij door de stier van de trap van het Capitool gesleurd werd.

 

Een andere heilige van die naam was martelaar te Rome, waarschijnlijk ook tijdens Diocletianus. Wordt op 11 februari vereerd..

 

De plant van de dag is de herfst bloeiende Prunus autumnalis.

 

Zie verder: http://www.volkoomen.nl/ en : http://volkoomenoudeherbariaenmedisch.nl/