4 februari, heiligen van de dag.

 

 uit en.wikipedia.org

 

Klik hier voor inleiding heiligen met relikwieĎn, biecht, aflaat, chrisma, era of tijdsbepaling, weerspreuken, bloemen.

 

4 februari, H. Andreas Corsini. Grieks andreios: ‘mannelijk of dapper’.

Hij is in 30 november 1302 geboren in Firenzo, zijn ouders waren lange tijd kinderloos gebleven en hadden beloofd dat hun eerste kind aan God zou toebehoren. Andreas bleek echter een totaal onhandelbaar kind te zijn zodat zijn ouders vreesden een wolf in plaats van een lam op de wereld gezet te hebben. Toen zijn ouders hem vertelden over hun belofte aan God veranderde hij zijn levenshouding. Hij studeerde in Parijs en Avignon en werd Karmeliet en voerde een streng ascetisch leven in. In 1349 werd hij bisschop van Fiesole gekozen, hij vluchtte weg, maar een kind in stralenkrans verscheen in zijn kluis met de boodschap dat God hem gekozen had, hielp de armen. Hij waste elke donderdag de voeten van de armen. Werkte als vredesstichter, dat in Bologna en als pauselijk gezant. Volbracht talrijke wonderen tijdens en na zijn leven zodat paus Eugenius zijn verering toestond. Gestorven op 6 januari 1374. In 1629 werd hij door paus Urbanus heilig gesproken.

Hij wordt afgebeeld in de habijt van de karmelieten, soms met bisschopstaf, vaak met een wolf bij hem of een kind.

 

 

 

 

 

Paulus wekt Eutychus op uit en.wikipedia.org

4 februari, H. Eutychus: Grieks, ‘de gelukkige of de voorspoedige’. In het N.T. de naam van de jongeman die tijdens een toespraak van Paulus in het venster in slaap viel en van de derde verdieping naar beneden stortte en dood opgenomen werd waarna Paulus hem tot het leven terugriep, Handelingen 20:7. Ook de naam van enkele heiligen.

Eutychius is geboren ca 512 in PhrygiĎ. Hij werd later patriarch van Constantinopel en leidde in 553 het 5de algemene concilie. (6 april is het zijn feestdag bij de Grieken)

Ook is het de naam de naam van een Romeins martelaar wiens graf door paus Damasus gevonden werd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Uit atonementparish.blogspot.com

4 februari, H. Gilbert van Sempringham: Germaans gijzel: ‘kind van voorname ouders’, bert; ‘schitterend, glanzend of stralend’.

Gilbert is geboren in 1083 of 1089 te Sempringham in Lincolnshire, de zoon van Jocelin, een Angelsaksische  lord of the manor en stierf op 4 februari 1189/1190. Na studie in Parijs werd hij klerk bij bisschop Bloet van Lincoln en begon een school voor meisjes en jongens. Toen zijn vader stierf in 1130 werd hij lord of the manor in Sempringham (Lincolnshire) en begon direct met zijn geĎrfde vermogen een nonnenklooster volgens de regels van Benedictus en later ook een kanunnikenklooster, mogelijk vanwege de weigering van de Cisterse monniken om hem te helpen doordat hij ook vrouwen opnam, 1148. Hieruit kwam de order der Gilbertijnen uit voort, de enige zuivere Engelse orde. Hij werd in 1165 gevangen genomen omdat hij Thomas van Canterbury geholpen zou hebben die voor Henry II vluchtte na het council van Northampton, hij werd onschuldig bevonden. Hij werd op latere leeftijd blind en stierf te Sempringham rond 1190.

 

 

 

 

 

 

 

Uit bjws.blogspot.com

4 februari, H. Veronica:  

In de R.K. Kerk kan men de zgn. Kruisweg aanschouwen, dat wil zeggen een 14 geschilderde of afgebeelde voorstellingen, die verschillende momenten uit het lijden van Jezus weergeven. Dit begint met de veroordeling door Pilatus en eindigt met zijn graflegging. Soms zie je dit, bijvoorbeeld bij kloosters, in kleine kapellen buiten de kerk. Deze staties (van Latijn stare: stilstaan) worden door de overlevering toegeschreven aan Maria die na diens dood dikwijls de lijdensweg bezocht zou hebben om telkens weer in gedachten verzonken stil te staan op de plekken waar haar Zoon pijnlijke smarten zou hebben gehad.

De kruiswegoefening moet iedereen achter elkaar bezoeken. Dan win je aflaten die ieder persoon verwerft die de heilige plaatsen van Jeruzalem bezoekt. De instelling van deze kruiswegstatie werd dan ook gedaan omdat niet iedereen Jeruzalem kan bezoeken. De Dominicaan Alvarus stichtte rond 1400 na zijn terugkeer uit Jeruzalem in zijn klooster kleine kapelletjes of bidplaatsen zodat de kloosterlingen beter hun gedachten bij de heilige plaatsen zouden kunnen houden. Later werd het aantal en de aard van de staties vastgesteld. Jezus hield 2x stil in zijn leven en 2x in zijn dood zodat het aantal op 14 gesteld werden.

In het midden der 15deeuw vinden we voor het eerst een melding van de H. Veronica in een statie. Zien we om naar Lucas in 8ste hoofdstuk; ‘en een vrouw die al 12 jaar aan bloedvloeiingen leed en haar gehele vermogen aan de artsen gespendeerd had en door geen een geheeld werd, trad van achteren toe en beroerde de zoom van zijn kleed, tegelijkertijd stopte de vloed van haar bloed’. En Jezus sprak: ‘Wie is het, die Mij heeft aangeraakt?’ Omdat nu allen het niet wisten sprak Petrus: ‘Meester, de mensen dringen en drukken zich en U spreekt: Wie heeft me aangeraakt?’ Maar Jezus sprak: ‘Iemand heeft me aangeraakt, want ik weet dat er een kracht van me uitgegaan is”. Omdat nu de vrouw zag dat het niet verborgen was, kwam ze bevend voor Hem en bekende wat ze gedaan had. En hij zei tegen haar; ‘Dochter, wees gerust, uw geloof heeft u behouden, ga heen in vrede’.

Volgens de legende zou dit Berenike of Veronica geweest zijn. Het is ook een naam uit het apocriefe evangelie van Nicodemus. Al gauw nadat ze in Kapernaum haar gezondheid zo wonderbaarlijk terug gekregen had ging ze naar Jeruzalem en heeft daar een huis verworven dat aan de straat naar de Calvarieberg lag. Ze begaf zich daarheen toen de Heer op zijn lijdensweg daar langs kwam. (zesde statie) Ze zag zijn pijn en reikte hem een doek waarmee ze Zijn gelaat kon afdrogen. Jezus nam het dankbaar aan en toen hij het doek terug gaf stond zijn aangezicht erop.

Er zijn verschillende legenden. In een oud geschrift, ‘de daden van Thaddeus’, wordt verhaald hoe koning Abgarus aan een ongeneeslijke kwaal leed. Hij zond een hardloper naar de man van wiens wonderdaden hij gehoord had met bevel een goed gelijkend portret van hem te maken. Jezus is de bode ter wille, hij wast zijn gelaat, droogt het met een doek en drukt daar zijn gelaatstrekken op. Als daarna de koning voor de beeltenis knielt en die naar zijn voorhoofd brengt is hij terstond genezen. In 994 kwam het beeld uit Edessa, waar Abgarus woonde,  naar Constantinopel en vandaar naar Genua. Paus Pius IX heeft de echtheid ervan erkend.

In de ‘Dood van Pilatus’, een geschrift uit de zesde eeuw, wordt verhaald hoe de zieke keizer Tiberius vernomen had dat er in Jeruzalem een mens leefde die alle ziekten door zijn woord genas, een zekere Volusianus tot Pilatus zond om die geneesheer voor hem te zoeken. Toen de bode bij de stadhouder kwam hoorde hij dat Jezus door hem gekruisigd was. Op weg naar zijn nachtverblijf ontmoet hij een vrouw, Veronica, die een vriendin van Jezus was geweest. Als hij met haar over zijn opdracht spreekt en zijn teleurstelling kenbaar maakt vertelt ze hem dat ze toen Jezus nog leefde een portret van Hem heeft gemaakt. Ze begaf zich met het stuk linnen naar de schilder toen ze Jezus tegenkwam en toen die het doel van de tocht vernam heeft hij er zijn gezicht op afgedrukt. Veronica begeeft zich vervolgens met hem naar de keizer en nauwelijks heeft die de beeltenis aanschouwd of hij is genezen. De kracht die eens Veronica ervaren heeft ging uit van het beeld en heelde de heiden. Tiberius beloonde haar rijk, Pilatus liet haar in de gevangenis werpen.

Volgens een andere overlevering stond bij de woning van een zekere Veronica, sommige menen dat ze dezelfde is als die genoemd wordt in Marcus V: 25, een metalen beeld die een vrouw in smekende houding voorstelde. Daar tegenover stond een beeld van een man die zijn hand uitstrekte naar de vrouw die door Jezus op wonderbare wijze genezen werd voor Pilatus als zijn verdedigster wilde optreden, wat niet toegestaan werd.

De legende in haar jongste vorm plaatst Veronica op de Via Dolorosa waar een vrouw de kruisdrager genaderd zou hebben om hem met haar sudarium of zweetdoek het bebloede gelaat af te wissen en dan als loon voor de liefdesdienst op de doek de beeltenis van Christus ontvangt. Deze doek zou door testamentaire wilsbeschikking aan paus Clemens I vermaakt zijn, door Paus Johannes VII aan de St. Pieterskerk zijn geschonken waar die nog getoond wordt op Groene Donderdag.

Behalve te Rome wordt die op nog een paar andere plaatsen tentoongesteld wat volgens sommigen waar kan zijn door wat men noemt, bilocatie. Waar volgens de Christelijke mystiek personen op twee plaatsen aanwezig konden zijn daar zou ook deze doek, evenals de heilige rok, zich op meer dan 1 plaats kunnen bevinden. Bij het opvouwen van het doek werd dit vermenigvuldigd zodat men 1 afdruksel zond naar Rome en 1 naar Spanje, terwijl er 1 bewaard bleef te Jeruzalem.

Er zijn dan ook nog meer verhalen in omloop over de afbeelding. Er is ook nog een beeltenis die naar Nicodemus wordt genoemd. Bij de afneming van het kruis zou Jozef van Arimathea aan een van de vrouwen een wade gevraagd hebben om het lijk te bedekken en daarop zou het beeld van de dode gedrukt zijn waarnaar Nicodemus, die beeldhouwer was, er een gelijkenis van Jezus van gemaakt zou hebben. Verder zijn er nog de sudaria of zweetdoeken waarin het lichaam van Jezus gewikkeld was en zijn beeld afgedrukt werd. Al die afbeeldingen dragen de naam van Acheiropoeta: ‘niet door een mensenhand gemaakt’. In de kathedraal van Turijn is er zo’n doek van 4,5m lang en 1,5m breed door een edelman is meegebracht uit Jeruzalem. Dat het beeld zeker Jezus niet weergeeft ligt voor de hand. In het midden van de 14de eeuw wist nog niemand van het bestaan af.

De Veronica sage komt eerst in de zesde eeuw in ‘t westen voor en is een omwerking door de Latijnse kerk van de in de Griekse kerk bestaande Abgarsage.

Ze wordt met de doek afgebeeld die de doornenkroon van de Heer laat zien. Wegens haar verbinding met de vrouw uit het evangelie wordt ze door de vrouwen bij bloedvloed aangeroepen, ook bij ongeregelde menstruatie. Ze is patrones van schilders en fotografen., linnenwevers en wasvrouwen.

Wat Veronica betreft, de een leest er de samenstelling in van de Griekse woorden ‘feroon-eikoon’: ‘beelddraagster’. Een ander aan samenvoeging van een Latijn en Grieks woord, ‘vera-eikoon’: ‘het ware of echte beeld’, ‘pictura Domini vera’. Deze verklaring werd in de Middeleeuwen versterkt doordat niet de vrouw, maar de afbeelding van Jezus een Veronica genoemd werd. Men vertoonde het hoofd van Jezus dat afgedrukt was op een stuk linnen en vastgehouden werd door een engel of vrouw met het onderschrift ‘Vera Iconica’: ‘de ware afbeelding’. Het meest voor de hand ligt de verklaring dat het woord Veronica hetzelfde is als het Griekse Pherenike: ‘zegenbrengster’, omdat aan de beeltenis macht en invloed werd toegekend om onheil af te weren en zege op de boze machten te bewerken.

Ze is nu verwijderd uit de rij der heiligen.

 

De plant Veronica is zo genoemd naar de Heilige Veronica, de vrouw die aan Jezus een doek gaf om zijn gelaat af te drogen. Ze kreeg die doek terug met een afdruk van Zijn gelaat erop. Bij sommige soorten, als bij Veronica arvensis, is de plant zo genoemd vanwege de afdruk in de bloem. Van dit geslacht zijn de kroonslippen van de bloemen vlak uitgespreid die daardoor een vierkante ruimte innemen waarbij op een daarvan een donkere vlek voorkomt die enigszins zou herinneren aan een afdruk van een gelaat. Zie hiervoor Veronica polita, de gladbladerige veronica, hier is dit het duidelijkst te zien.

 

Uit nobility.org

4 februari, Johanna van Valois (Jeanne): Hebreeuws Johanan: ‘Jahweh is genadig’, een veel gebruikte Joodse naam, Johannis de Doper, de Baptist, Lucas 1:15, Matth. 3 en dergelijke Vele heiligen hebben de naam nog versterkt. Ook de vrouwelijke vorm Johanna komt al in Lucas 8:3 voor, waarschijnlijk dezelfde als in Lucas 24:10.

Johanna van Valois is geboren op 23 april 1464 te Nogent le Roi als jongste dochter van Lodewijk XI van Frankrijk en Charlotte van Savoie. Van jongs af aan zou ze met haar neef Lodewijk van Orléans trouwen dat ingezegend wordt op 28 augustus 1476. Ze is niet mooi, wat gebocheld wat ze heeft van haar vader zodat haar man haar niet ziet zitten. Men zegt dat haar vader vanwege haar lichamelijke gesteldheid denkt dat ze onvruchtbaar is en die aan van Orléans uithuwelijkt zodat dat huis zal uitsterven waardoor aan bezittingen aan de Franse kroon vervallen. Lodewijk wordt bij een aanslag op Karel VIII door Johanna’s zus, Anna van Beaujeu, verslagen en gevangen gehouden te Bourges dat met de doodstraf zou eindigen. Johanna weet hem vrij te krijgen in 1491 met hulp van Karel VIII. Na de dood van Karel VIII op 7 april 1498 en verneemt ze via anderen dat haar echtgenoot tot koning gekroond wordt in de kathedraal van Reims en al gauw vraagt hij haar toestemming om het huwelijk nietig te verklaren want hij wil met Anna van Bretagne trouwen. Johanna weigert en er volgt een proces waar ze gedwongen wordt zich aan een vernederend onderzoek te onderwerpen omdat men haar onvruchtbaarheid wil aantonen.

Paus Alexander VI is bereid het huwelijk te ontbinden. Na de scheiding trekt ze zich terug in Bourges en sticht met de hulp van H. Franciscus van Paoloa in 1501 de orde van de Annunciatie, zusters van Maria’s Boodschap die door de paus bekrachtigd wordt met als doel contemplatie en boete.  Ze sterft als een heilige op 4 februari 1505 en wordt in 1743 door paus Benedictus XIV zalig en door paus Pius XII in 1950 heilig verklaard.

Ze draagt de opvallende kleding van deze orde, witte mantel en witte onder en zwarte boven sluier met donker habijt. Naast haar staat een engel of het kind Jezus die haar een ring geeft, verwijzing naar haar verstoring en mystiek huwelijk met Christus, met de huwelijksbelofte Sponsabo te mihi in Fide, Ik zal in het geloof met u trouwen. Ook zie je haar met een kelk en een mand met brood een verwijzing naar haar liefdadigheid.

Ze werd vooral vereerd door leden van de adellijke stand.

 

Het kruidje deze dag toegewijd is een mossoort, Polytrichum commune.

 

Zie verder: http://www.volkoomen.nl/ en : http://volkoomenoudeherbariaenmedisch.nl/