4 januari, heiligen van de dag.

 

 Uit www.nieuwsblad.be

 

Klik hier voor inleiding heiligen met relikwieĎn, biecht, aflaat, chrisma, era of tijdsbepaling, weerspreuken, bloemen.

 

4 januari, H. Farahilde: (Pharaildis, Pharailde, Farhild, Varelde, Veerle) Germaans varen: ‘zich voortbewegen of reizen’, Langobardisch fara: ‘geslacht, familie of gevolg’, hilde: ‘strijd’. 

Farahilde leefde voor 754 en was de dochter van een Merovingische graaf Theodoricus. Ze wordt wel onterecht als dochter van H. Amalberga genoemd. Volgens de legende leefde zij met een zekere Guido die haar mishandelde wegens zijn argwaan ten aanzien van haar nachtelijke kerkbezoek en omdat ze haar gelofte van maagdelijkheid trouw bleef, zelfs als weduwe bleef ze maagd. Ze verdroeg dit op heldhaftige wijze. Na zijn dood leidde ze een leven van boetedoening en gebed tot ze overleed rond 740-750.

Ze heeft in Steenokkerzeel gewoond, stichtte er een kapel en verrichtte talrijke wonderen waaronder de verstening van broden. Rond 1300 vroeg een boerin aan een buurvrouw wat brood te leen met de belofte het terug te geven zodra ze zelf gebakken zou hebben. De gierige buurvrouw weigerde en zei dat ze zelf niets had wat de ander verbaasde omdat die haar met broden had gezien. De buurvrouw verloochende dit en zei: ‘dat God en de H. Pharaildis heel mijn voorraad in steen verander als ik meer dan een half brood heb’. Toen ze later de kast opende bemerkte dat de twee tarwebroden, roggebrood en haar voorraad gist, kaas en wat vlees in steen veranderd waren. Die zie je nog steeds op het altaar van de heilige.

 In 754 bracht abt Agilfridus haar lichaam uit Bruay (bij Valenciennes) naar het St. Bavoklooster te Gent, vandaar dat ze in het zuidwesten van ons land en in Vlaanderen vernoemd wordt. De patroonheilige van Smetlede en Gent. Sint Farahilde van Veerle wordt afgebeeld als jonge vrouw of weduwe, wordt aanroepen tegen ziekten van het pluimvee, kinderziekten, moeilijke huwelijken. Haar attribuut is een gans aan de voet, mogelijk als verwijzing naar de stad Gent: gans (Latijn gandis) of omdat ze een geslachte gans weer tot leven opwekte, soms ook een hen en een bron, soms ook met een kapel in de hand als verwijzing naar een kerkstichting.

 

Uit en.wikipedia.org

4 januari, H. Ferreolus, H. Ferréol (Ferreolus) of UzŹs Latijn ferrus: ‘ijzeren, ijzersterk of onwrikbaar’. 

Hij is geboren in Narbonne en mogelijk een kleinzoon van Clotaire 1. Ferreolus was bisschop van Uzes na 552, mogelijk ook van Nimes, stichtte een benedictijner klooster waar hij regels voor schreef die nog bestaan. Hij trachtte de talrijke Joden in zijn diocese te bekeren. Hij laadde daardoor de verdenking van staatsgevaarlijke handelingen op zich en werd verbannen naar Parijs. Na 3 jaar werd hij gerehabiliteerd door Childebert, de eerste Merovische koning en moest leven onder dat regiem, bad tot de Joden om zich te laten dopen in de Kerk van St. Theodoric, sommige bleven hem trouw en verbood de anderen in de stad te blijven en verbande ze uit zijn diocese in 558. Gestorven in 581

 

 

 

 

 

 

 

 

Uit martyrologium.blogspot.com

4 januari, H. Rigobertus van Reims: Germaans rik: ‘aanzienlijk of machtig’, bert: ‘stralend, glanzend of schitterend’, het betekent ongeveer de ‘machtige, de stralende of roemvolle’.

Hij is geboren rond 650 uit een adellijke familie. Rigobertus werd benedictijnenmonnik en abt te Orbais en later aartsbisschop van Reims in 690 onder Pepijn II van Herstal wiens zoon Karel Martel hij doopte. Wegens zijn verzet tegen Karel Martel, die zich verrijkte ten koste van de Kerk en wiens troepen hij de toegang tot Reims ontzegde werd hij in 717 naar Gascogne verbannen en werd weer monnik. Karel gaf zijn aartsbisdom aan de aartsbisschop van Trier, Milo, dank zij deze kon Rigobertus zijn bisschoppelijke ambt later tenminste in de omgeving van Reims weer uitoefenen. Hij vestigde zich te Gernicourt waar hij een kerk bouwde. Overleden daar in 743.

Hij wordt als bisschop of benedictijn afgebeeld, meestal met een gans. Hij kreeg een gans maar wilde niet dat het opgegeten zou worden en zo bleef die bij hem, dat is ook de periode die het eind markeert waarop men gans eet. Wordt aangeroepen tegen koorts en tandpijn, stof uit zijn graf was hiertegen een goed middel.

 

 

Uit www.augustinianfriends.org

4 januari, Christina van Lucca (Christina Oringa van het kruis, Christina van Santa Croce, Chretienne)

Ze is in 1240 geboren als Oringa Menabuoi. Na het overlijden van haar ouders vluchtte ze van huis weg omdat ze door haar broers uitgehuwelijkt werd, ze zou daarbij over een water gewandeld hebben toen ze een rivier overstak. Werd dienstbode in Lucca, maakte enkele pelgrimstochten en stichtte later in Castello si Santa Croce een Augustiner klooster. Ze zou de streek gered hebben van hongersnood en verrichtte talrijke genezingen. Overleed in 1310 en werd zalig verklaard in 1776.

Ze wordt afgebeeld in het zwarte habijt van haar orde met aan haar voet een kind dat overleden was die ze opnieuw opwekte.

 

De plant van de dag is de hazelaar, Corylus avellana.

 

Zie verder: http://www.volkoomen.nl/ en : http://volkoomenoudeherbariaenmedisch.nl/