9 juli, heiligen van de dag.

 

Uit en.wikipedia.org

 

Klik hier voor inleiding heiligen met relikwieĎn, biecht, aflaat, chrisma, era of tijdsbepaling, weerspreuken, bloemen.

 

9 juli, H. Agilolf: (Agilulfus) Germaans agil: ‘punt, scherpe kant’, scherpe kant van een zwaard, en wolf: ‘wolf’, ongeveer, zwaardwolf.

Agilolf is in de 7de eeuw geboren en gestorven in 752 te Keulen. Hij was Benedictijn te Malmedy en werd als opvolger van Reginfrids in 745 als bisschop van Keulen benoemd. Voor deze post was oorspronkelijk Bonifatius aangewezen, de Frankische adel sprak zich overwegend voor Agilolf uit. Hij werkte in de zin van de reformideeĎn van Bonifatius en nam deel aan de synode van 747.

 

Vaak wordt hij met een andere Agilolf verwisselt die vermoedelijk rond 716 bij Malmedy als gelovige gedood werd. Zijn gebeente werd op 9 juli 1068 naar Keulen in de Mariengradenkirche overgedragen.   

 

 

 

 

 

Uit nl.wikipedia.org

9 juli, 19 HH. Martelaren van Gorcum. In Den Bosch viert men HH. Leonardus en Gezellen, dit zijn ook martelaren van Gorcum, ook Sint Johannus van Oisterwijk, een van de martelaren van Gorkum.

Gorkumse martelaren. Ze worden de Gorkumse martelaren genoemd omdat ze in Gorinchem (Gorcum) gevangen genomen waren. Zij werden door de watergeuzen naar Den Briel vervoerd. Daar probeerden de protestante strijders de priesters en kloosterlingen hun katholieke overtuiging af te laten zweren. De Geuzen stonden onder leiding van Willem van der Marck, heer van Lummen. Omdat ze weigerden hun gehoorzaamheid aan de paus en het geloof in de Werkelijke Tegenwoordigheid van Christus in de eucharistie op te geven, werden de geestelijken langdurig gefolterd en bespot. Uiteindelijk werden ze op 9 juli 1572 opgehangen in een schuur van het St.-Elisabethklooster te Rugge, onder Oostvoorne. Daardoor werd Rugge voor de roomsgezinde een bedevaartsoord. Meteen na hun dood roemden katholieke gelovigen de standvastigheid en de deugdzaamheid van de slachtoffers. De wreedheid waarmee ze waren vermoord, bezorgden de martelaren direct roem. In 1867 verklaarde paus Pius IX hen heilig. Delen van hun lichamelijke overblijfselen worden bewaard en vereerd in Brielle en Gorinchem. Ze worden meestal als groep afgebeeld, maar individuele afbeeldingen komen ook voor. Ze hebben als attributen een strop om de hals, martelaarspalm monstrans of ciborie, symbool van de eucharistieviering en trouw aan de paus waarvoor ze wilden sterven, en een boek. Ze dragen het habijt van hun orde, elf waren Franciscaan, twee norbertijnen en een dominicaan, of de priestertoga met superplie.

Pastoor Lenaert van Veghel
Kapelaan Claes Poppel
Priester Govaerd van Duynen
Pater gardiaan Claes Pieck o.f.m
Pater Jeroen van Weert o.f.m
Pater Dirk van der Eem o.f.m
Pater Nicasius van Heeze o.f.m.
Pater Willehad de Deen o.f.m.
Pater Govaerd van Melver o.f.m.
Pater Antoon van Weert o.f.m.
Pater Antoon van Hoornaar o.f.m.
Pater Frans Roy o.f.m.
Broeder Pieter van Assche o.f.m.
Broeder Cornelis van Wijck o.f.m.
Pater Jan van Oisterwijk o.s.a.
Pater Jan van Keulen o.p.
Pater Adriaan van Hilvarenbeek o.praem.
Pater Jaak Lacops o.praem.
Pastoor Andries Wouters.

Uit www.flickr.com

9 juli, H. Jacobus Lacops (Jaak Lacops, Jacobus la Cop, Jacques la Coupe)

De H. Jacobus Lacops is geboren in 1542 in Oudenaarde (BelgiĎ) en gestorven op 9 juli 1572 te Den Briel. Na aanvankelijk in de Norbertijner abdij te Middelburg te zijn ingetreden, werd Jacobus in 1566 protestant en schreef een pamflet tegen het katholicisme. Door zijn vader en broer (ook norbertijn in Middelburg), werd hij weer katholiek en overgeplaatst naar het voormalige Norbertijner klooster te Beesd. Later werd hij benoemd als kapelaan in Monster, waar de norbertijn Adrianus van Hilvarenbeek pastoor was. Op 5 juli 1572 overvielen de zogenaamde Watergeuzen (tijdens de Tachtigjarige Oorlog het gedeelte van de geuzen dat uitgeweken was voor Alva en een bestaan als kaper leidde) de pastorie en sleepten Jacobus en zijn pastoor naar Den Briel, waar zij werden gemarteld en opgehangen, hoewel Willem van Oranje hun onmiddellijke vrijlating had gelast.

Hij wordt afgebeeld met het witte habijt van de Norbertijnen, naast zijn voeten ligt de bonnet en soms houdt een engel een martelaarskroon boven zijn hoofd. Om zijn hals draagt hij een strop omdat hij net als de anderen opgehangen werd in Den Briel op 9 juni 1572. met de ene voet vertrapt hij vaak een liggend figuur met een boek, een ketter die het protestantisme voorstelt. Relieken van hen worden bewaard in Brielle en Gorinchem. Hun zaligverklaring vond plaats in 1675 en Pius IX heeft hen in 1867 heilig verklaard. Sindsdien is het zogenaamde martelveld te Brielle een bedevaartplaats.

Hetzelfde lot trof ook zeventien andere geestelijken, waarvan in de nacht van 26 op 27 juni vijftien door de watergeuzen in Gorcum waren gevangen genomen. Na acht dagen van mishandeling, foltering en spot werden zij op 4 juli in onderkleding op een schuit naar Den Briel vervoerd. Aldaar kwamen er dan nog vier geestelijken bij, onder wie Jacobus en zijn pastoor. Op 6 juli werden de negentien geestelijken verhoord door de calvinistisch gezinde Lumey van der Marck, admiraal van de Watergeuzen die op 1 april 1572 Den Briel op de Spanjaarden had veroverd. Op 9 juli om één uur 's nachts werden de negentien, ondanks het tegenbevel van Willem van Oranje, naakt in een turfschuur opgehangen vanwege het geloof in het pauselijke gezag en de werkelijke tegenwoordigheid van Jezus Christus in de eucharistie. Het laatste was standvastig verdedigd door Jacobus en zijn pastoor, waardoor zij op afbeeldingen ook wel met een monstrans worden voorgesteld.

 

Uit www.flickr.com

9 juli, H. Adrianus van Hilvarenbeek (Adrianus Janszen, Adrianus Becanus): afkomstig van of inwoner van Adria /Hadria".

Hij is in 1528 geboren als Adrianus van Hilvarenbeek en treedt in het klooster van der Norbertijnen in (ook wel Premonstratenzen) te Middelburg. En als Norbertijn is hij als pastoor werkzaam eerst in Aagtekerke en later in Monster.

Vanuit het verre Spanje regeert Koning Philips II met harde hand. Na de beeldenstorm van 1566 stuurt Philips de gevreesde hertog van Alva naar de Nederlanden waar hij de rust moet herstellen. Zijn Bloedraad en zijn manier van optreden, levert hem een keihard en meedogenloos imago op. Hij heeft een hoofdrol bij het bestrijden van het protestantisme, maar ook bij het innen van de gehate belastingen. Na enkele jaren is het grootste deel van de Nederlandse bevolking, vooral zij die naar het nieuwe geloof zijn overgegaan, de Rooms/Spaanse overheersing spuugzat. Ze zijn tevreden als een groepje vrijheidsstrijders dat zich "geuzen" noemt op 1 april 1572 de stad Den Briel verovert op het bezettingsleger. Op 25 juni van hetzelfde jaar veroveren de patriotten ook de stad Gorkum en komen negentien uit de buurt afkomstige priesters en religieuzen in het gevang terecht. Na enkele dagen van martelingen en beproevingen worden ze uiteindelijk op bevel van Willem van der Mark, heer van Lummen, op 9 juli opgehangen aan de balken van een schuur. Onder de negentien martelaren bevindt zich onder anderen: H. Leonardus van. Veghel. Hij was een wereldheer en sinds 1566 pastoor van Gorcum, geboren omstreeks 1527 te 's-Hertogenbosch. Hij was de belangrijkste woordvoerder tijdens het proces. Ook bevinden zich onder hen de beide Norbertijner monniken Adrianus van Hilvarenbeek en zijn jonge medebroeder Jacobus Lacops.

In 1675 worden de martelaren van Gorkum door paus Clemens X zalig verklaard. In 1867 volgt de heiligverklaring, ondanks dat daartegen vanuit Nederlands Katholieke kringen fel verzet is. De Rooms Katholieken vrezen dat de tere relatie met de Protestanten die sinds 1853 aanmerkelijk is verbeterd, door deze heiligverklaring zal worden verstoord.

Veelal wordt Adrianus afgebeeld samen met zijn medebroeder Jacobus Lacops. Als lid van de orde die door Norbertus gesticht en daarom orde der Norbertijnen (of Premonstratenzen) heet, is hij altijd geheel in het wit gekleed. In de volksmond heten de monniken van deze orde daarom ook wel "Witheren". Over het witte habijt draagt hij veelal een kort wit koorhemd (superplie) met een priester stola en op het hoofd een witte bonnet.Om de hals kunnen alle 19 martelaren van Gorkum op afbeeldingen de strop dragen. Omdat hij trouw bleef aan het Roomse geloof draagt Adrianus in de hand dikwijls een boek met daarop de drievoudige pausenkroon, de tiara, soms met twee sleutels. Ook zien we de hostie, of aan zijn voeten een zak met hosties en een vaatje met wijn, omdat Adrianus tijdens zijn gevangenschap vooral de leer over de Eucharistie heeft verdedigd tegenover de Protestantse rechters. In de hand draagt hij ook wel de martelaarspalm of de martelaarskroon die hem door een Engel wordt aangereikt.

 

Uit www.dereactie.be

9 juli, H. Franciscus de Roy.

Hij is geboren in Brussel in 1548 en trad in het minderbroederklooster van ‘s Hertogenbosch. Hij werd later naar Gorcum gezonden waar hij later opgehangen werd met de andere Martelaren van Gorcum op 24 jarige leeftijd.

Hij wordt afgebeeld met het bruine habijt van zijn orde en verder als de andere martelaren. Omdat hij van welgestelde familie afkomstig was draagt hij vaak een familiewapen, drie gouden kronen op een blauw veld.

 

Een zeker plantje dat daar groeide, Colchicum, wordt door de devote martelaarskruid genoemd. Het volksgeloof weet te vertellen dat als men de bloempjes, die van naturen vier blaadjes hebben, bewaart, maar niet te lang natuurlijk, dat er dan nog 15 bij komen zodat het getal der bloemblaadjes overeenkomt met het getal der martelaars die daar stierven..

 

Uit en.wikipedia.org

9 juli, H. Veronica Giuliani (Veronica de Julianis): Grieks pherenike: ‘brengster van de zege’. De plaats Sint Joost in Limburg is naar hem genoemd.

Veronica is geboren in 1660 te Mercatello in ItaliĎ. haar ouders, Francesco Giuliana en Benedetta Mancini, waren van edele afstamming. Ze werd Ursala genoemd en toonde wonderbaarlijke tekens van heiligheid. Met 18 maanden berispte ze een verkoopster van slechte olie en zei; doe gerechtigheid, God ziet je’. Op haar derde sprak ze met geestelijken en toonde veel medelijden met de armen, zette een gedeelte van het voedsel voor ze apart en zo ook met haar kleren die ze aan slecht geklede meisjes gaf. Dat groeide nog toen ze ouder werd, maar als anderen niet direct met haar meededen werd ze dictatorachtig. Dit karaktertrekje zag ze met haar 16de in een visioen toen ze zag dat haar eigen hart van staal was. In haar schrijven bekende ze dat ze een zeker plezier had in de meer statige omstandigheden die haar familie aannam toen haar vader superintendent van financiĎn te Piacenza was geworden. Dat beēnvloedde niet haar besluit om zich aan de godsdienst te wijden, hoewel haar vader op een huwelijk aandrong, ze ging ondanks zijn tegenstand toch naar een klooster, ze werd ziek en haar vader gaf zijn toestemming. In 1677 kwam ze bij de Kapucijners van arme Clares in Citt’ di Castello en nam de naam van Veronica aan naar het lijdensverhaal. Haar novitatie was moeilijk waarbij ze naar de wereld terug verlangde. Bij haar inwijding in 1678 kreeg ze een groot verlangen om net als Jezus te lijden voor de zondaars. Rond die tijd had ze een visioen van Christus die zijn kruis droeg en kreeg een geestelijke pijn in haar hart. Na haar dood werd een figuur van een kruis gevonden die op haar hart was gedrukt.  In 1693 begon ze met een nieuwe fase in haar spirituele leven toen ze een visioen had van de kelk die het Goddelijk lijden symboliseerde die in haar ziel gedrukt werd. Ze kromp er van ineen en begon intens lijden te verdragen. In 1694 ontving ze de indrukken van de doornenkroon. De wonden waren zichtbaar en de pijn permanent. Ondanks haar mystieke lijden was ze een praktische vrouw. Ze was 34 jaar novice meesteres en begeleidde novices met grote omzichtigheid. In 1716 werd ze tot abdis gekozen en zorgde voor een goede waterleiding die het klooster tot dan toe niet had. Overleden na bitter lijden te Citt’ di Castello op 9 juli 1727, gecanoniseerd door Gregorius XVI in 1839. Bij controle van de wonden ontdekte men op haar hart de indrukken van Jezus martelwerktuigen.

Ze wordt afgebeeld als jonge vrouw in bruin habijt met de doornenkroon en met het kruis dat ze omarmt. Ook met hart en soms drie kruisnagels. Op haar handen en voeten is de stigmata zichtbaar. Meestal draagt ze een verlovingsring als teken van het mystieke huwelijk met Christus.

 

Water schurftkruid, Scrophularia aquatica, is de plant van de dag.

 

Zie verder: http://www.volkoomen.nl/ en : http://volkoomenoudeherbariaenmedisch.nl/